CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoeksrapportage O&S Maatschappelijke-vraagstukken

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 14 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de voortgangsbrief “Amsterdammerschap in het onderwijs 2023-2027” (VN2025-018841)12.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

25

waaronder femicide. Een ander onderwerp dat vaker genoemd wordt is islamofobie. Net als bij het po noemen sommige respondenten dat de bekendheid van het bestaande aanbod beter zou kunnen. Andere respondenten geven aan dat met name de frequentie van excursies en gastlessen verhoogd kan worden. “Islamofobie? Maatschappelijk een van de meest voorkomende vormen van discriminatie, maar ik zie er nooit iets over terug in het aanbod.”– respondent vo Elf respondenten werkzaam in het (v)so noemden ook vormen van hulp en ondersteuning waar ze behoefte aan zouden hebben. Hierbij noemen ze voorlichtingen, gastlessen en tips en handreikingen.

26

3 Contact met ouders/verzorgers In dit hoofdstuk kijken we in hoeverre respondenten contact met ouders/verzorgers hebben als het gaat om maatschappelijke vraagstukken. Als ze de maatschappelijke vraagstukken met ouders/verzorgers van leerlingen bespreken welke zijn dat dan? Verder is er gevraagd of respondenten nog behoefte hebben aan hulp of ondersteuning bij contact met ouders/verzorgers als het gaat om maatschappelijke vraagstukken.

3.1 Mate van contact met ouders/verzorgers over maatschappelijke vraagstukken Meer dan de helft van de respondenten (54%) heeft soms of vaak contact met ouders/verzorgers van leerlingen over maatschappelijke vraagstukken. Het aandeel respondenten dat vaak of soms contact heeft met ouders ouders/verzorgers van leerlingen over maatschappelijke vraagstukken is groter in het po (62%) dan in het vo (46%). Van de respondenten die werkzaam zijn in het po geeft ook een groter deel aan dat ze vaak contact hebben met ouders/verzorgers van leerlingen dan respondenten in het vo (figuur 3.1). Een kwart (23%) van de respondenten in het vo geeft aan dat ze nooit contact hebben met ouders/verzorgers over maatschappelijke vraagstukken. Figuur 3.1 contact met ouders/verzorgers over maatschappelijke vraagstukken, po en vo (procenten)

po

11

51

vo 2

0%

26

44

28

20% vaak

11

40% soms

zelden

60% nooit

23

80%

1

3

100%

weet ik niet, geen antwoord

Ook in het (v)so geeft het grootste deel van de respondenten aan soms contact te hebben met ouders/verzorgers van leerlingen over maatschappelijke vraagstukken (zie figuur 3.2). Vijf respondenten werkzaam in het (v)so geven aan nooit contact te hebben met ouders/verzorgers hierover.

27

Figuur 3.2 contact met ouders/verzorgers over maatschappelijke vraagstukken, (v)so (aantallen)

(v)so

12

0

11

5 vaak

10 soms

zelden

15 nooit

5

20

2

25

30

weet ik niet, geen antwoord

Van de respondenten die werkzaam zijn op po/vo scholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand (meer dan 46%) geeft een groter deel (11%) aan dat ze vaak contact hebben met ouders/verzorgers van leerlingen over maatschappelijke vraagstukken. Ook zien we verschillen als we kijken naar de functie van de respondent. De meerderheid van de schoolleiders geeft aan dat ze weleens contact hebben met ouders/verzorgers van leerlingen over maatschappelijke vraagstukken. Van de respondenten met een onderwijsondersteunende functie geeft juist een groter aandeel aan nooit contact te hebben met ouders/verzorgers van leerlingen over maatschappelijke vraagstukken. Dertig respondenten die een onderwijsgevende functie hebben geven aan dat ze nooit contact hebben met ouders/verzorgers over maatschappelijke vraagstukken.

3.2 Over welke vraagstukken is er contact met ouders/verzorgers Aan de respondenten die weleens contact hebben met ouders/verzorgers van leerlingen over maatschappelijk vraagstukken is gevraagd over welke vraagstukken dat contact is (figuur 3.3 en 3.4). Onder respondenten van alle onderwijssectoren wordt discriminatie het meest genoemd als vraagstuk waarover ze contact hebben met ouders/verzorgers van leerlingen. Respondenten werkzaam in het po en vo geven daarnaast met name aan dat racisme en conflictgebieden wereldwijd de vraagstukken zijn waar ze contact over hebben met ouders/verzorgers van leerlingen. Meer dan een kwart van de respondenten die werkzaam zijn op het vo geeft ook aan dat ze contact hebben met ouders/verzorgers over het vraagstuk lhbtiqa+ discriminatie, bij respondenten uit het po is dit 22 procent. Respondenten benoemen verschillende andere maatschappelijke vraagstukken waarover ze contact hebben met ouders/verzorgers van leerlingen. Respondenten die werkzaam zijn binnen het po benoemen met name paarse vrijdag, seksuele voorlichting en omgaan met verschillende religies. Respondenten die werken in het vo benoemen veel verschillende onderwerpen waarover ze contact hebben met de ouders/verzorgers van leerlingen zoals sociale media en pesten.

Ook geven een paar respondenten aan dat ze eigenlijk alleen contact hebben met de ouders/verzorgers over deze onderwerpen als hun eigen kind erbij betrokken is. Respondenten die werkzaam zijn in het (v)so benoemen ook de lentekriebels, armoede en het sinterklaasfeest.

28

Figuur 3.3 Over welke maatschappelijke vraagstukken hebben respondenten contact met ouders/verzorgers, po en vo (procenten) discriminatie

32

racisme

31

36

33

29 28

conflictgebieden wereldwijd 22

LHBTIQA+ discriminatie betwisten van democratische waarden

8

1 2

vrouwenhaat (misogynie)

28

9 24

anders, namelijk weet ik niet, geen antwoord

12

6

0%

28

10%

20%

30% po

40%

50%

60%

vo

Figuur 3.4 Over welke maatschappelijke vraagstukken hebben respondenten contact met ouders/verzorgers, (v)so (aantallen) discriminatie

7

LHBTIQA+ discriminatie

4

racisme

4

conflictgebieden wereldwijd

3

vrouwenhaat (misogynie) 0 betwisten van democratische waarden

2

anders, namelijk

10

weet ik niet, geen antwoord

3 0

5

10

15

20

25

30

3.3 Behoefte aan hulp of ondersteuning bij contact met ouders/verzorgers Een kwart (24%) van de respondenten geeft aan dat ze behoefte hebben aan hulp of ondersteuning bij contact met ouders/verzorgers van leerlingen. In het vo geven respondenten vaker aan dat zij behoefte hebben aan ondersteuning dan in het po (zie figuur 3.6). In het (v)so geven elf van de dertig respondenten aan dat zij behoefte hebben aan hulp of ondersteuning bij het contact met ouders/verzorgers van leerlingen over maatschappelijke vraagstukken.

29

Figuur 3.5 Behoefte aan hulp of ondersteuning bij contact met ouders/verzorgers over maatschappelijke vraagstukken, po en vo (procenten) po

vo weet ik niet, geen antwoord 16%

nee 64%

ja 20%

weet ik niet, geen antwoord 19%

ja 26%

nee 55%

Van de respondenten die werkzaam zijn op po/vo scholen met relatief veel leerlingen met een risico op onderwijsachterstand (meer dan 46%) geeft een groter deel aan dat ze behoefte hebben aan hulp of ondersteuning bij contact met ouders/verzorgers over maatschappelijke vraagstukken. Zo geeft 27 procent van de respondenten die werkzaam zijn op scholen met relatief veel leerlingen met een risico op onderwijsachterstand aan dat ze behoefte hebben aan hulp of ondersteuning, bij respondenten werkzaam op scholen met minder leerlingen met een risico op onderwijsachterstand gaat het om 20 procent. Ook zijn er verschillen als er wordt gekeken naar de functie van de respondent. Een meerderheid van de schoolleiders geeft aan geen behoefte te hebben aan hulp of ondersteuning bij het contact met ouders/verzorgers. Aan de respondenten die aangaven behoefte te hebben aan hulp of ondersteuning bij het contact met ouders/verzorgers over maatschappelijke vraagstukken is gevraagd in welke vorm ze dit willen. Dertig respondenten in het po konden daarbij iets noemen. Zo benoemen respondenten dat ze de hulp en ondersteuning graag in de vorm van gastlessen of sprekers zouden willen. Ook voorlichting en scholing wordt genoemd. Een enkele respondent benoemd dat het fijn zou zijn als er meer gespecialiseerde ondersteuning op school aanwezig is zodat die kunnen helpen bij het contact.

“Sprekers op school die verschillende kanten belichten en zorgen voor gesprek en verbinding.” – respondent po “Aanwezigheid van gespecialiseerde contactpersonen om de leerkrachten, IB'ers en directie te ondersteunen bij het opvangen/oplossen van alle buitenschoolse conflicten, die meegenomen worden in school.” – respondent po Vanuit het vo hebben 24 respondenten aangegeven in welke vorm ze de hulp of ondersteuning bij het contact met ouders/verzorgers over maatschappelijke vraagstukken zouden willen. Daarbij benoemen ze trainingen, voorlichting en gastlessen. Ook worden naast lessen voor leraren, lessen voor ouders genoemd. “Er zouden cursussen en workshops moeten zijn voor ouders, leerlingen en leerkrachten. Iedereen.” – respondent vo

30

4 Maatschappelijke vraagstukken op het mbo In dit hoofdstuk worden de resultaten van drie groepsgesprekken met professionals van het mbo weergegeven. Het mbo is vervolgonderwijs na de middelbare school waarbij studenten worden opgeleid voor een bepaald beroep of vakgebied. Er is gevraagd welke maatschappelijke vraagstukken er volgens de respondenten bij hen op de onderwijsinstelling of in de les spelen. Ook is er besproken waar de respondenten tegenaan lopen bij het bespreken van maatschappelijke vraagstukken en waar ze nog behoefte aan hebben. De resultaten in dit hoofdstuk geven de mening van twaalf respondenten weer en hebben daarom geen betrekking op het gehele mbo.

4.1 Maatschappelijke vraagstukken op het mbo Aan de respondenten is gevraagd wat voor maatschappelijke vraagstukken er bij hen op het mbo spelen of in de lessen. De respondenten geven aan dat er veel verschillende onderwerpen spelen. De onderwerpen volgen deels de actualiteit in de wereld zoals conflictgebieden wereldwijd als Gaza en Oekraïne. Maar ook vraagstukken als digitale wereld, man-vrouw rolverdeling, huisvesting, seksualiteit/lhbtiqa+ en verkiezingen/politiek worden besproken. Het verschilt in hoeverre bepaalde onderwerpen aan bod komen in de klas, bij sommige onderwerpen is de discussie vooral tussen studenten onderling, terwijl het bij andere onderwerpen gaat over het standpunt van de onderwijsinstelling over maatschappelijke vraagstukken. De respondenten geven ook aan dat het lastig is om te bepalen als onderwijsinstelling aan welke onderwerp ze aandacht schenken. Als er acties voor een bepaalde ramp of oorlog worden gehouden, is de vraag vanuit de studenten waarom dat niet voor andere gebeurtenissen in de wereld ook gedaan wordt. “De thema’s die ik destijds proefde bij studenten was wat er in Gaza gebeurt. Niet zozeer onderling met elkaar maar de houding van de school ten opzichte van Gaza.

En als je het hebt over wat er onderling schuurt tussen studenten, dan gaat het om racisme, discriminatie en seksualiteit.” – respondent mbo “Bijvoorbeeld er was een aardbeving in Turkije en daar werden heel veel acties voor georganiseerd maar we hebben ook studenten met andere roots van plekken waar misschien wel net zoveel ellende was. Dus je kiest om een ramp wel aandacht te geven en de ander niet. Als organisatie lastig wanneer doe je dat wel en wanneer doe je dat niet ” – respondent mbo Een respondent geeft aan dat studenten vooral bezig zijn met vraagstukken die henzelf aangaan en niet met het bredere beeld van wat er in de wereld gebeurt. De respondenten geven aan dat er misschien een overschatting is van hoe erg studenten bezig zijn met maatschappelijke vraagstukken. Studenten zijn vooral bezig met groepsvorming, bij wie ze horen, wie hun vrienden zijn en met hun eigen ontwikkeling.

31

“Ik denk dat we makkelijk kunnen overschatten in hoeverre studenten daarmee bezig zijn. Nieuws kijken met het hele gezin dat gebeurt niet meer, wat ze meekrijgen van de maatschappelijke vraagstukken en de ontwikkelingen is heel makkelijk te overschatten.” – respondent mbo Als docenten sturen op bepaalde vraagstukken dan delen de studenten wel hun mening en komen er gesprekken op gang. Maar de respondenten geven aan dat ze studenten niet veel uit zichzelf horen over maatschappelijke vraagstukken. Een voorbeeld hiervan is discriminatie en racisme. De respondenten geven aan dat studenten het niet altijd zelf benoemen, maar dat ze wel ervaringen delen als ernaar wordt gevraagd. Een onderwerp dat op het mbo ook speelt is stagediscriminatie. Zo zijn er bedrijven waarvan de respondenten aangeven dat ze geen studenten met een bepaalde migratieachtergrond aannemen. Binnen het mbo bestaat er discussie over in hoeverre er naar buiten gebracht wordt dat deze bedrijven discrimineren. “Je hoort de studenten niet zoveel praten over maatschappelijke vraagstukken onderling. Pas als je het als docent bespreekbaar maakt dan rolt er een mening uit en dan blijken er toch wel wat opvattingen te zijn.” – respondent mbo In de klas komen de maatschappelijke vraagstukken dus niet altijd vanzelf aan bod.

Wat het daarbij ook lastig maakt volgens de respondenten is dat studenten soms geen zin hebben om het over een onderwerp te hebben. Er heerst daarbij ook het beeld dat docenten ze een bepaald standpunt moeten aanleren vanuit de mbo-instelling. Volgens de respondenten is het juist belangrijk om in de les te blijven benoemen dat dat niet zo is en het gesprek aan te blijven gaan. “Vanuit de studenten is er ook wel het beeld dat wij als docenten iets hebben opgedragen gekregen en hen dat moeten aanleren, dat kan soms schuren. Ze komen dan met termen als jij moet ons dat vertellen of jij moet ons politiek correct maken.” – respondent mbo

4.2 Bekwaamheid om maatschappelijke vraagstukken te bespreken In hoeverre de respondenten zich bekwaam voelen om op een effectieve manier maatschappelijke vraagstukken bespreekbaar te maken in de lessen verschilt onder de respondenten. Zo benoemt een respondent expliciet dat die zich bekwaam genoeg voelt. De respondenten geven aan dat het lastig kan zijn en dat ze merken dat het ook voor collega’s lastig is. Zo wordt er benoemd dat ze merken dat docenten zich steeds meer moeten verdedigen, bijvoorbeeld als het gaat om het verdedigen van constructen als democratie en vrijheid van meningsuiting. Er heerst vanuit de studenten ook een bepaald wantrouwen naar instituties waaronder het mbo, en de docenten horen daar ook bij. Dit zorgt er volgens de respondenten voor dat het lastig kan zijn om de gesprekken over maatschappelijke vraagstukken te voeren in de klas. “De meeste docenten willen graag dat studenten begrijpen in wat voor systeem wij leven en hoe het werkt. Dat we het huidige systeem al tientallen jaren aan het perfectioneren zijn. Je wil niet dat ze afhaken. Je ziet dat ze geen vertrouwen hebben in de maatschappij waarin ze leven.” – respondent mbo Er komen verschillende meningen naar boven als het gaat om de vraag of je als docent neutraliteit bij het voeren van de gesprekken moet nastreven. Ze geven aan dat je niet

32

volledig neutraal kan zijn, maar sommigen proberen dat wel na te streven. Zo geeft een respondent aan dat die zijn standpunt pas deelt met de klas na een gesprek over het onderwerp, om de studenten niet in een bepaalde richting te duwen. Een andere respondent geeft aan dat studenten mogen vragen hoe die ergens tegenaan kijkt, maar dat de vraag wel een doel moet hebben. De respondenten geven aan dat er steeds meer jonge docenten zijn. Zij hebben minder ervaring en vinden het volgens sommige respondenten lastig hoe ze om moeten gaan met het bespreken van maatschappelijke vraagstukken. Ook zijn er steeds meer docenten die op het mbo komen via een zijinstroomtraject, zij zijn vakinhoudelijk heel sterk maar volgens een deel van de respondenten hebben zij een minder goede pedagogisch didactische basis. Wat het ook lastig kan maken is de voorgeschiedenis van de studenten; wat ze hebben meegekregen over gesprekken voeren over maatschappelijke vraagstukken vanuit de middelbare school. Als de basis voor het voeren van deze gesprekken nog niet is gelegd, dan is dat een eerste opgave voordat er ruimte is om de gesprekken over de maatschappelijke vraagstukken te voeren. “Je moet de veiligheid in de klas creëren en discussies leren voeren over kleine onderwerpen en dan kan je de stap maken naar maatschappelijk wat heftigere onderwerpen.

Want als je niet leert hoe ze kunnen omgaan met elkaar dan krijg je heftige uitspraken die ze ergens horen. Dan hebben ze niet geleerd hoe je een gesprek moet voeren en moet onderbouwen. Als de klas onveilig is dan moet je geen maatschappelijk gesprekken voeren.” – respondent mbo In de verschillende gesprekken wordt er door de respondenten aangegeven dat maatschappelijke vraagstukken ook als collega’s onderling niet altijd worden besproken. Gevoelige onderwerpen worden in gesprekken uit de weg gegaan. Als het al een opgave is om het met elkaar te bespreken dan is het gesprek met studenten op gang brengen een enorme opgave volgens de respondenten. Ze geven ook aan dat sommige collega’s zich niet veilig voelen binnen het team om hun mening te uitten. Of ze hebben het gevoel dat ze binnen het team niet worden geaccepteerd, als ze bijvoorbeeld openlijk een geloofsovertuiging aanhangen of tot de lhbtiqa+ gemeenschap horen. De respondenten geven aan dat als team dit soort vraagstukken aankaarten een eerste stap is voordat er gesprekken met studenten kunnen worden gevoerd. “In het begin van de Gaza oorlog zijn er ook wel in teams fricties ontstaan, frictie is niet erg maar je moet daar wel met elkaar mee om kunnen gaan en in gesprek kunnen blijven. En het lijkt ook alsof we het als docenten soms op koetjes en kalfjes houden omdat we niet zo goed weten hoe we er mee om moeten gaan.

Als je die cultuur al niet hebt met elkaar dan vertaalt dat zich door naar de studenten.” – respondent mbo

4.3 Gemeentelijke ondersteuning en behoeften De gemeente biedt scholen al verschillende vormen van ondersteuning bij het bespreekbaar maken van maatschappelijke vraagstukken. Er wordt aangegeven aan dat gastlessen goed werken. De trainer of spreker staat wat verder af van de studenten, waardoor studenten het makkelijker vinden om zich open te stellen. De studenten hebben dan het gevoel dat wat ze zeggen niet later op de onderwijsinstelling nog wordt besproken. Ook geven de respondenten aan dat de trainers erg bekwaam zijn en veel energie en expertise met zich meebrengen.

33

“We hebben ook gastlessen van Lang Leven de Liefde waarin dat klassikaal worden besproken. het voordeel is dat het mensen zijn die ze niet kennen dan hebben ze het idee dan kan ik mijn ei kwijt en dan wordt het niet verder besproken binnen de school, dat is wat ik terugkrijg. Ze zijn ook jonger dan ik die gastsprekers en die hebben ook meer feeling met de doelgroep op dit onderwerp. ” – respondent mbo Er is aan de respondenten gevraagd wat zou kunnen helpen bij het bespreekbaar maken van maatschappelijke thema’s op het mbo. Volgens de respondenten zou het helpen als het belang van het vak burgerschap duidelijker gemaakt zou worden. Binnen het mbo worden de studenten opgeleid voor een beroep, en komen ze ook terecht in cruciale beroepen waarbij er veel contact is met mensen. Het is daarbij belangrijk dat ze goed leren reageren op lastige situaties. De respondenten geven aan dat tijdens de burgerschap lessen deze vaardigheden worden geleerd. Het curriculum van burgerschap bestaat nu uit kennisdoelen die moeten worden afgewerkt waardoor er veel kennisoverdracht is. De respondenten pleiten juist voor meer focus op het leren van vaardigheden. “Die vaardigheden ontwikkelen zodat ze zelf die kennis gaan opzoeken. Maar ook dat ze weten hoe het is om te debatteren, dat een mening iets anders is dan feiten. Kijken naar de doelen en wat willen we bereiken.

Volgens mij hebben we dat een beetje verloren en moeten we ons meer richten op kritische burgers en de vaardigheden. ” – respondent mbo De respondenten geven aan dat er nu heel veel in een uurtje burgerschap moet worden behandeld waardoor de focus op vaardigheden zoals discussies, argumenteren en kritisch nadenken minder is. Ze zouden graag meer uren voor het vak burgerschap willen, ook omdat er nu weinig tijd is om lessen te ontwikkelen. “Ik geef les aan entree dus dat is maar eenjarige opleiding. En dan is het lastig om de onderwerpen die je sowieso wil behandelen allemaal te doen en dan ook nog alle actuele onderwerpen erin wil proppen.” – respondent mbo Daaraan gerelateerd is het ook belangrijk dat collega’s het belang van burgerschap inzien, en dat de maatschappelijke vraagstukken niet alleen een plek hebben in het vak burgerschap. De vraagstukken moeten breder worden gedragen en er moet ruimte zijn in verschillende lessen om het daarover te hebben. Respondenten benoemen dat het goed is om vast te stellen wat de belangrijke thema’s zijn en die breder uit te dragen dan alleen bij de lessen burgerschap. De respondenten geven aan dat er al een breed ondersteuningsaanbod is vanuit de gemeente en andere partijen bij het bespreekbaar maken van maatschappelijke vraagstukken op onderwijsinstellingen. Echter wordt dit aanbod niet door iedereen makkelijk gevonden.

De respondenten hebben dan ook behoefte aan een centrale plek waar ze deze informatie kunnen vinden. Een respondent noemt daarbij dat het practoraat burgerschap een goed punt kan zijn om al deze informatie samen te brengen. Daarnaast benoemd een respondent dat die merkt dat er veel behoefte is aan bijvoorbeeld de training Schurende Gesprekken maar dat de subsidie daarvoor snel op was. Het is een training die volgens de respondent juist waardevol kan zijn voor meerdere onderwijsprofessionals. “Misschien een hulpmiddel daarbij is het practoraat burgerschap daar zijn wat docenten bij. En we hebben ook burgerschap.nl en daarin proberen ze lessen te publiceren die we

34

allemaal kunnen gebruiken. Er is van alles en maar hoe kan je dat vinden? Het practoraat probeert daar nu een rol in te spelen. ” – respondent mbo Daarnaast benoemt een respondent dat er veel aanbod is als het gaat om ondersteuning bij het bespreekbaar maken van maatschappelijke thema’s maar dat het lastig is om studenten te laten deelnemen. De respondent zou vooral hulp willen bij het motiveren van studenten om deel te nemen aan de activiteiten. “Het zijn cadeautjes die de studenten aangereikt krijgen. Ik zou eerder hulp willen krijgen met hoe ik die beter kan inpakken zodat de studenten ze willen uitpakken en deelnemen. Hoe kunnen we studenten laten zien hoe belangrijk het is?” – respondent mbo Tot slot benoemt een respondent nog het belang van goede trainingen voor docenten. Daarbij is het belangrijk dat de focus ligt op het omgaan met verschillende culturen en achtergronden. De respondent geeft aan dat perspectieven op de wereld ook worden gevormd door iemand zijn culturele achtergrond. Het zal docenten helpen om beter de gesprekken over maatschappelijke vraagstukken te voeren als ze begrijpen waar bepaalde opvattingen vandaan komen. “Omgaan met verschillende culturen en dan vooral over perspectieven op de wereld. Waar komen die vandaan, hoe komen die tot uiting. Het doel is niet om iemand te veranderen maar het empathische vermogen te vergroten.” – respondent mbo

35

Literatuurlijst

Crul, M., Steinmetz, C., & Lelie, F. (2024). Achterstelling en Discriminatie in het Amsterdamse Onderwijs. Vrije Universiteit Amsterdam. Opgehaald van https://research.vu.nl/en/publications/achterstelling-en-discriminatie-in-hetamsterdamse-onderwijs Gemeente Amsterdam. (z.d.). Burgerschap in de klas. Opgehaald van https://www.amsterdam.nl/sociaaldomein/onderwijs/burgerschap-klas/ Kinderombudsman Metropool Amsterdam. (2024). Anders behandeld. Opgehaald van https://www.ombudsmanmetropool.nl/nieuwspublicaties/kinderombudsman/rapport-kinderombudsman%3A-%27andersbehandeld%27 O&S. (2023). Een derde van de Amsterdamse leerlingen heft een potentiële onderwijsachterstand. Opgehaald van https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/een-derde-van-de-amsterdamseleerlingen-heeft-een-potentiele-onderwijsachterstand SLO. (2025). Nieuwe Kerndoelen Burgerschap. Opgehaald van https://www.slo.nl/sectoren/po/burgerschap-po/onderwijsdoelen/

36

Onderzoek en Statistiek

Postbus 658 1000 AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16413789/1