CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoek gastouderopvang en ontwikkelaanbod def.docx

Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs 23 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Onderzoek Gastouderopvang en voorschools ontwikkelaanbod (ZD2021-006995)3.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek gastouderopvang en voorschools ontwikkelaanbod Mei 2021

Inleiding In juni 2020 hebben de raadsleden De Jager en Timman (D66) het initiatiefvoorstel ‘zoveel mogelijk kinderen zonder achterstand aan de start van de basisschool’ ingediend, waarin de raadsleden voorstellen de gastouderopvang te betrekken bij het ontwikkelaanbod voor peuters. In het initiatiefvoorstel willen de raadsleden antwoord op de volgende vragen: 1)

Laat een enquête/onderzoek uitvoeren om inzicht te krijgen in de overweging van ouders van deze peuters om niet naar een voorschool te gaan, hoeveel ‘onbereikbare’ doelgroeppeuters maken gebruik van gastouderopvang en naar welke gastouders gaan deze peuters.

2)

Treed in overleg met de gastouder(bureau)s in Amsterdam om te verkennen hoe de gastouderbranche betrokken kan worden bij het voorkomen van (taal)achterstanden bij doelgroeppeuters. Kijk naar de interesse bij gastouders om te werken met een programma voor ontwikkelingsstimulering en welke opleiding daarvoor vereist is.

3)

Zoek contact met de gemeente Den Haag om te zien of de pilot die daar is uitgevoerd, met als doel om gastouders te betrekken bij een ontwikkelaanbod, ook toepasbaar is in Amsterdam.

In dit onderzoek komen bovenstaande punten aan de orde, waar nodig aangevuld met informatie die relevant is voor de reactie op het voorstel om de gastouderopvang te betrekken bij het voorschools ontwikkelaanbod voor peuters.

1) Laat een enquête/onderzoek uitvoeren om inzicht te krijgen in de overweging van ouders van deze peuters om niet naar een voorschool te gaan, hoeveel ‘onbereikbare’ doelgroeppeuters maken gebruik van gastouderopvang en naar welke gastouders gaan deze peuters.

Overwegingen ouders Dat het belangrijk is om inzicht te krijgen in de overweging van ouders van doelgroeppeuters om niet naar een voorschool te gaan, teneinde meer peuters te bereiken, deelt de gemeente. Dee gemeente heeft daarom structureel contact met partners in het veld om op deze manier op te halen waarom kinderen niet naar een voorschool gaanZo voeren de ouderenkindteams belacties uit, waarbij zij de ouders van peuters die na indicatie niet zijn aangekomen bij een voorschool nabellen. Daarnaast zet Chikuba zich ook in voor de toeleiding van peuters naar de voorschool, zij spreken regelmatig met deze groep ouders. Verder zijn er de afgelopen paar jaar, in het kader van zogenaamde ‘design sprint’ sessies interviews gehouden met ouders waarbij zij onder andere bevraagd zijn naar overwegingen om wel of niet voor een voorschool te kiezen. Op deze wijze onderzoeken wij continu wat de overwegingen van ouders zijn om al dan niet te kiezen voor de voorschool. Een apart onderzoek vond de gemeente daarom niets toevoegen. Uit deze bronnen komt een vrij constant beeld, namelijk:  Ongeveer 10% van de doelgroep kinderen gaat naar een kinderopvang zonder voorschool.

Deze Ouders kiezen ervoor om hun kind op een reguliere kinderopvang te houden en kiezen niet voor een voorschool, omdat hun kind daar vaak als baby al gestart is en zij tevreden zijn met de opvang en/of de openingstijden van de opvang sluiten goed aan op de werktijden van de ouders. We gaan regelmatig in overleg met deze kinderopvang om te bespreken of zij voorschool kunnen worden.  Ouders die specifiek kiezen voor gastouderopvang doen dit vanwege de flexibele opvangtijden en de kleinschaligheid van de opvang.  De belangrijkste redenen om kinderen niet naar de reguliere kinderopvang of voorschool te brengen: zijn:  Ouders vinden de kosten van de ouderbijdrage te hoog, of ouders zijn bang dat er hoge kosten zouden kunnen zijn;  Ouders hebben angst om de toeslag bij de Belastingdienst aan te vragen of zijn er onbekend mee.  Ouder en kind gaan verhuizen;  Een kind start later, bijvoorbeeld doordat ouders het kind met 2 jaar nog te jong vinden.  De afgelopen periode kwam daarbij dat door corona ouders ook terughoudend waren om hun kind naar een kinderopvang te brengen. Ieder najaar ontvangt de gemeente van het CBS de cijfers over het gebruik van kinderopvang in het voorgaande kalenderjaar. OIS maakt vervolgens een analyse van deze cijfers. Uit navraag bij OIS blijkt dat er in 2018 van de 17.300 2- en 3- jarigen 230 peuters (ruim 1%) uitsluitend naar een gastouder gingen.

Van die 230 kinderen hadden er 20 een vve-indicatie. Uit de analyse van de cijfers over 2019 blijkt dat in dat jaar 10 peuters met een vve-indicatie uitsluitend naar een gastouder gingen. Naar welke gastouders deze kinderen met een vve-indicatie gaan, is niet bekend. Op de voorschoollocaties wordt continu bijgehouden hoeveel kinderen er met en zonder vve-indicatie in een groep zitten. Eén van de eisen die verbonden is aan het verkrijgen van subsidie voor het

aanbieden van voorschoolse educatie, is de verplichting deze gegevens te verwerken in het Electronisch Loket vve. Kinderdagverblijven zonder vve en gastouders houden niet bij of een kind een vve-indicatie heeft of niet. Hierdoor weet de gemeente niet naar welke gastouders deze peuters gaan.

2) Treed in overleg met de gastouder(bureau)s in Amsterdam om te verkennen hoe de gastouderbranche betrokken kan worden bij het voorkomen van (taal)achterstanden bij doelgroeppeuters. Kijk naar de interesse bij gastouders om te werken met een programma voor ontwikkelingsstimulering en welke opleiding daarvoor vereist is.

Wanneer voorgesteld wordt om te verkennen hoe de gastouderopvang te betrekken bij het aanbieden van een voorschools ontwikkelaanbod, is het van belang om eerst te kijken naar het stelsel van gastouderopvang en de vraag te beantwoorden of de gastouderopvang een bijdrage zou kunnen leveren aan de voorschoolse educatie of anders aan de ontwikkeling van kinderen, en of wij als gemeente daar iets in kunnen doen. Deze paragraaf gaat daarom eerst in op de ontwikkelingen binnen de gastouderopvang in Amsterdam als het gaat om de omvang, kwaliteit, vraag en aanbod. Vervolgens gaan we in op de vragen uit het initiatiefvoorstel. In tegenstelling tot rurale gebieden, is de omvang van de gastouderopvang in stedelijke gebieden doorgaans klein. Amsterdam is hierin geen uitzondering. Het gebruik van gastouderopvang ligt al jaren rond 5% van alle kinderen die naar de kinderopvang gaan. Als we kijken naar het aanbod van gastouderopvang in de stad, springen drie dingen in het oog:  de daling van het aanbod;  het verloop onder gastouders;  de verhouding opvang bij de gastouder/vraagouder (de ouder die de opvang nodig heeft). Er is de afgelopen jaren een forse daling te zien in het aantal voorzieningen voor gastouderopvang, in 2020 is er ten opzicht van 2017 sprake van een daling van 42%, ten opzichte van 2019 gaat dat om een daling van 26%.

Dit is een heel ander beeld dan we zien in het voorschools aanbod in kindercentra (zowel hele als halve dagopvang) , waar nauwelijks sprake van sluiting is. Wanneer een voorschoolaanbieder wil stoppen, vindt bij kindercentra doorgaans een overname plaats, waardoor een andere kinderopvangorganisatie het kinderdagverblijf of de voorschool voortzet. Ter vergelijk: op 1 februari 2019 waren er 260 geregistreerde voorscholen en op 1 februari 2021 waren dat er 250. Tevens is er sprake van een groot verloop onder gastouders. In 2017 werden 167 nieuwe gastouders ingeschreven en 213 gastouders stopten. In 2019 ging het om respectievelijk 118 en 186 gastouders. De Inspectie van het Onderwijs noemde het grote in de gastouderopvang als onderscheidend kenmerk in een onderzoek (2020). De verhouding tussen gastouderopvang die wordt aangeboden in het huis van de gastouder of in het huis van de vraagouder is ongeveer 50/50. Deze verhouding is redelijk stabiel. Eind 2020 waren er 170 voorzieningen voor gastouderopvang bij de gastouder thuis en 176 bij de vraagouder, in 2018 was die verhoudding 215/227. Deze informatie is relevant omdat gastouderopvang bij de vraagouder thuis in de praktijk slechts toegankelijk is voor de kinderen van die vraagouder (en in sommige gevallen misschien een buurkind of neefje/nichtje).

Dit maakt dat het aanbod van gastouderopvang in de stad instabiel is, wat het lastig en kostbaar maakt om hen te betrekken bij een voorschools aanbod. Kenmerken van het stelsel van gastouderopvang Aan iedere vorm van kinderopvang zijn specifieke kwaliteitseisen verbonden, passend bij de betreffende opvangsoort. Aan gastouderopvang zijn, in vergelijk met de opvang die in een kindercentrum plaatsvindt, veel minder kwaliteitseisen verbonden. Zo zijn de opleidingseisen voor gastouders lager dan voor medewerkers binnen kindercentra. Aan een aantal, voor de ontwikkeling van het kind belangrijke, onderdelen worden bij de gastouderopvang helemaal geen eisen verbonden, zoals het vierogenprincipe, het volgen van de ontwikkeling van het kind, de zorgstructuur, ouderbetrokkenheid en aansluiting op de basisschool. Voor de gastouderopvang is een opleiding op MBO niveau 2 kwalificerend, en dit hoeft niet per se in een pedagogische richting. Dit niveau sluit niet aan bij de extra pedagogische kennis die nodig is om te kunnen werken met een VVE-programma. De GGD beaamt dat met name het opleidingsniveau te wensen over laat, ze zouden graag zien dat dit verhoogd wordt naar MBO-3. Daarnaast kan de ruime leeftijdsopbouw in de gastouderopvang belemmerend werken.

In een verticale groep in de kinderopvang zijn meerdere beroepskrachten, die de taken van verzorging en de educatieve ondersteuning kunnen verdelen. Dit is niet het geval in de gastouderopvang. Ook is er geen pedagogisch coach in de gastouderopvang die de specifieke vaardigheden kan versterken. Gastouders zijn conform de wet altijd gekoppeld aan een of meerdere gastouderbureaus. De gastouderbureaus regelen de bemiddeling, administratie en financiering tussen de vraagouders en de gastouder. Er is geen sprake van een werkgever-werknemer relatie tussen het gastouderbureau en de gastouder. Het gastouderbureau stelt het pedagogisch beleidsplan vast voor de gekoppelde gastouders, waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven. De eisen aan dit pedagogisch beleidsplan zijn beperkter dan voor kindercentra. De gastouder handelt overeenkomstig dit pedagogische beleidsplan. Het gastouderbureau voert een beleid dat erop gericht is de veiligheid en gezondheid van de kinderen te waarborgen op het opvangadres van gekoppelde gastouders en moet er ook op toezien dat dat gebeurt. Het college is verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang en heeft de GGD aangewezen als toezichthouder. De gemeente treedt handhavend op als de GGD constateert dat een gastouder de kwaliteitseisen niet of onvoldoende naleeft.

De GGD is dus samen met de gastouderbureaus verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van de gastouderopvang. Het overgrote deel van de gastouderbureaus waar Amsterdamse gastouders bij aangesloten, is buiten Amsterdam gevestigd en valt daarmee onder een andere GGD. Voor de gastouderbranche geldt een lagere toezichtsnorm vergeleken met het toezicht op kindercentra, namelijk 5% voor de gastouders tegenover 100% voor de kindercentra. Amsterdam heeft in het beleid en uitvoeringsplan x die norm voor gastouderopvang naar circa 50% verhoogd. Een ander verschil is dat het toezicht in de gastouderopvang vaak aangekondigd is en bij de kindercentra juist onaangekondigd. Hierdoor heeft de gemeente minder grip op de kwaliteit van de gastouderopvang. De Inspectie Kinderopvang (GGD) kan op basis van hun inspecties een goed algemeen beeld schetsen van de Amsterdamse gastouderopvang. De GGD beaamt dat de kwaliteitseisen aan de

gastouderopvang minimaal zijn. Ze zien echter ook dat de kwaliteit zeer gevarieerd is. Een deel van de gastouders vangt kinderen op uit de eigen familiaire kring. Zij zijn zich zichtbaar minder bewust van hun positie als professional in de kinderopvang. Daarentegen zijn er ook gastouders die heel professioneel te werk gaan, vaak omdat zij voorheen werkten in een kindercentrum (kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang). De meeste GGD’en (ook die in Amsterdam) vinden dat de kwaliteitseisen voor de gastouderopvang aangescherpt moeten worden, met name als het gaat over de pedagogische kwaliteit. Gastouderbureaus en gastouders vinden dat het uitbreiden van de kwaliteitseisen niet per se zal leiden tot een verhoging van de kwaliteit. Het is verklaarbaar dat partijen hier zo verschillend naar kijken. Ten eerste zijn gastouderbureaus financieel afhankelijk van de gastouders waar zij toezicht op houden; hierdoor is er sprake van belangenverstrengeling. Het is voor gastouderbureaus financieel aantrekkelijk om geen sancties op te leggen aan gastouders die niet voldoen aan de wettelijke eisen. Ten tweede hebben gastouders een grote keuzevrijheid wat betreft bemiddeling.

Gastouders kunnen makkelijk overstappen naar een ander gastouderbureau wanneer ze het niet eens zijn met beleid van of door het gastouderbureau opgelegde sancties, wat het voor het gastouderbureaus weer ingewikkeld maakt om extra inspanningen te vragen van de gastouders. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Gunning, was het kabinet voornemens de kwaliteit en veiligheid in de gastouderopvang te verbeteren. In reactie op de evaluatie van de Commissie Gunning, waarin het kabinet nogmaals werd opgeroepen om werk te maken van de kwaliteit en veiligheid in de gastouderopvang heeft de gemeente eveneens een beroep gedaan op het kabinet om hiermee aan de slag te gaan. Het is nu aan een nieuw kabinet om dit op te pakken. De kwaliteitseisen en de wijze waarop het toezicht op de kwaliteit is vormgegeven, voldoen vooralsnog niet aan de Amsterdamse eisen voor een goed voorschools ontwikkelaanbod. Interviews gastouderbureaus Voor dit onderzoek zijn de gastouderbureaus 4Kids en ViaViela bevraagd. Zij bemiddelen beiden veel Amsterdamse gastouders. 4Kids bemiddelt de meeste gastouders in Amsterdam, zij bemiddelen 80 Amsterdamse gastouders. Gastouderbureau ViaViela is landelijk het grootste bureaus en bemiddelt 47 Amsterdamse gastouders. Beide gastouderbureaus zijn buiten Amsterdam gevestigd, zoals bijna alle gastouderbureaus die Amsterdamse gastouders bemiddelen.

Meer dan 80% van de gastouders die in Amsterdam actief zijn, worden bemiddeld door een gastouderbureau uit een andere gemeente. Deze bureaus vallen daarmee onder een andere Inspectie Kinderopvang en handhavingskaders van andere gemeenten. De belangrijkste uitkomsten van deze gesprekken zijn:  Beide gastouderbureaus zeggen de gastouders minimaal 2 keer per jaar te bezoeken, eenmaal voor de risico inventarisatie en eenmaal voor een evaluerend gesprek. Deze bezoeken zijn meestal aangekondigd. Alleen wanneer er zorgwekkende signalen zijn over een gastouder kan er een onaangekondigd bezoek worden afgelegd.  Beide gastouderbureaus geven aan niet te weten of er doelgroepkinderen door hun gastouders worden opgevangen.  De bureaus denken wel dat extra training en het werken met een programma de kwaliteit van de opvang ten goede zal komen.

Interviews gastouders Op verzoek van de bevraagde gastouderbureaus hebben 5 gastouders zich aangemeld voor een gesprek. Zij hebben allen een achtergrond in de kinderopvang of het onderwijs en de meesten hebben eerder gewerkt in een kinderdagverblijf. Het is daarmee geen representatieve afspiegeling vn de gastouders in Amsterdam. De belangrijkste uitkomsten zijn:  Geen van de gastouders zegt bekend te zijn met doelgroepindicering van het OKT. Ze vermoeden nooit een kind opgevangen te hebben met een vve-indicatie.  Vier van de ondervraagde gastouders werken al met een ontwikkelingsgerichtprogramma, dit maakt onderdeel uit van de dagstructuur. Desgevraagd geeft de GGD aan dit tijdens inspecties zelden tegen te komen. Het beeld dat hierover uit de gesprekken komt is niet representatief.

3) Zoek contact met de gemeente Den Haag om te zien of de pilot die daar is uitgevoerd, met als doel om gastouders te betrekken bij een ontwikkelaanbod, ook toepasbaar is in Amsterdam. In februari 2020 verscheen op de website Kinderopvang Totaal het artikel ‘VE-training voor gastouders is waardevol’. In het initiatiefvoorstel van D66 wordt aan dit artikel gerefereerd. De gemeente Den Haag is in 2018 een pilot gestart waarin gastouders worden bijgeschoold in voorschoolse educatie (VE) en worden begeleid bij de opvang van doelgroepkinderen. In het artikel wordt de conclusie getrokken dat de pilot waarmee Den Haag werkt zijn vruchten afwerpt. Dit lijkt gebaseerd te zijn op signalen die zijn opgevangen. Zo zouden scholen opmerken dat doelgroepkinderen erop vooruit zijn gegaan bij gastouders met een ve-training. Om te kijken of de pilot in Den Haag ook toepasbaar is in Amsterdam, is het goed om te kijken of de pilot in Den Haag voldoende opbrengsten heeft opgeleverd. In 2018 hebben 9 gastouders een KIKI-training1 gevolgd en in 2019 volgde de tweede groep van 9 gastouders. Inmiddels heeft de gemeente Den Haag gekeken naar de opbrengsten van de pilot; twee GGD inspecteurs hebben een analyse gemaakt op basis van hun observaties van de gastouders die meededen aan de pilot.

De belangrijkste uitkomsten van deze analyse zijn: - Er is geen nulmeting gedaan, dus het is moeilijk vast te stellen in hoeverre de gastouders gegroeid zijn. Wel zijn de gastouders zich meer bewust van hun handelen; - De gastouders vingen bij de start in ieder geval 1 doelgroepkind op, maar de inspecteurs constateren dat bij de observaties niet duidelijk is of dat nog steeds het geval is; - Het taalgebruik wordt gestimuleerd door de training en de gastouders praten veel met de kinderen; - De gastouders zelf waren enthousiast; - Het merendeel van de gastouders gaf aan dat zij nu meer structuur aanbrengen in de dag; - De begeleiding vanuit de gastouderbureaus schiet te kort op het onderdeel ve; - Een deel van de gastouders beheerst zelf de Nederlandse taal onvoldoende. De gemeente Den Haag weet niet hoeveel doelgroepkinderen bereikt zijn in de pilot. Aan de start van de pilot is er wel een schatting gemaakt. De gastouders die meededen aan de pilot vingen destijds slechts 1 doelgroepkind op, maar het is onduidelijk of zij in de periode daarna continu

1 KIKI is één van de erkende methodieken voor Voorschoolse Educatie door het Nederlands Jeugd

Instituut (NJI).

doelgroepkinderen hebben opgevangen. Daarnaast was het een uitdaging om de groepen te vullen, en was een deel van de benaderde gastouders niet bereid om mee te doen aan een vetraining Ook is slechts een klein deel van de gastouders benaderd voor de pilot; uitspraken over de bereidheid binnen de gehele gastouderopvang in Den Haag kunnen daarom niet gedaan worden.

Conclusies en advies In onze reactie op het voorstel van de initiatiefnemers om de gastouderopvang te betrekken bij het ontwikkelaanbod in Amsterdam, hebben we tevens meegenomen hoe vraag en aanbod van de gastouderopvang eruit ziet in Amsterdam en wat de invloed is van de kenmerken van het stelsel. Hieronder worden de belangrijkste conclusies van de verkenning weergegeven: 1. De belangrijkste bevinding van deze verkenning is dat uit onderzoek blijkt dat er nagenoeg geen doelgroeppeuters uitsluitend worden opgevangen door gastouders. Uit de analyse van OIS blijkt dat in 2017 en 2018 20 doelgroeppeuters uitsluitend naar een gastouder gingen. In 2019 is dat aantal gedaald naar 10 peuters met een vve-indicatie. Doordat het percentage peuters dat naar een gastouder gaat al jarenlang stabiel laag is, heeft de gemeente eerder geen reden gezien om de gastouderopvang te betrekken bij een voorschools ontwikkelaanbod. De bevindingen uit deze verkenning geven geen aanleiding om hier verandering in te brengen. 2. Alleen voorscholen zijn verplicht bij te houden of een peuter een vve-indicatie heeft. Kinderdagverblijven zonder vve en gastouders registreren dit niet. Hierdoor heeft de gemeente geen zicht op bij welke gastouders deze doelgroeppeuters zitten. 3.

Het grote verloop onder gastouders maakt het heel lastig en zeer kostbaar om een kwalitatief goed ontwikkelaanbod in de gastouderopvang te organiseren. 4. De belangrijkste overwegingen van ouders om niet voor een voorschool te kiezen zijn: - Zij kiezen ervoor om hun kind op een regulier kinderdagverblijf te houden, omdat zij daar eerder al gestart zijn en zij tevreden zijn over de opvang daar. - Ouders die specifiek kiezen voor gastouderopvang doen dit vanwege de flexibele opvangtijden en de kleinschaligheid van de opvang. - De belangrijkste redenen om peuters thuis te houden zijn de hoge ouderbijdrage (of de angst hiervoor), de angst en/of onbekendheid voor het aanvragen van de toeslag bij de Belastingdienst, of ouder en kind gaan verhuizen; 5. Kwaliteit van het aanbod: Het verschil in kwaliteit tussen voorscholen en gastouderopvang is enorm. Voor de voorschoolse educatie gelden veel strengere wettelijke kwaliteitseisen dan voor de gastouderopvang en daarnaast heeft Amsterdam nog een aanvullende voorschools kwaliteitskader (met o.a. extra training en coaching). Hierdoor is er een groot verschil in de kwaliteit van het aanbod, vooral op het gebied van ontwikkelingsgericht werken. Ook is er een groot verschil in kwaliteit tussen gastouders, variërend van oma die op haar kleinkinderen past tot een oud pedagogisch-medewerker met veel ervaring in de kinderopvang.

Tegelijkertijd weten we dat de kwaliteit van het aanbod essentieel is voor voldoende opbrengsten bij peuters. 6. Ook het toezicht binnen de gastouderopvang verschilt enorm met dat van de voorscholen. Dit maakt het moeilijk om een goed beeld van de kwaliteit te krijgen en om daarop goed te kunnen sturen. 7. Wanneer je de gastouderopvang wilt betrekken bij het voorschoolse ontwikkelaanbod zal het kwaliteitsniveau van de gastouderopvang gelijkgetrokken moet worden aan dat van

de voorscholen. Verhoging van de kwaliteit wordt normaalgesproken geregeld in landelijke wet- en regelgeving en de extra kosten die dit met zich meebrengt worden verrekend in de hoogte van de kinderopvangtoeslag. Wanneer de gemeente de kwaliteit van de gastouderopvang wil verhogen, vraagt dit een forse en (gezien het grote verloop) structurele investering vanuit de gemeentebegroting, terwijl de opbrengsten relatief beperkt zijn, namelijk een extra bereik van 10 a 20 doelgroeppeuters. Dit afgezet tegen de in totaal 3.834 doelgroeppeuters in Amsterdam. 8. Opbrengsten pilot Den Haag: wat we in deze verkenning beschrijven, komt overeen met de analyse van de pilot in Den Haag. Den Haag heeft geen zicht kunnen krijgen op het aantal doelgroepkinderen dat met de pilot bereikt is. De opbrengsten gaan niet verder dan dat het taalgebruik wordt gestimuleerd en er meer structuur wordt aangebracht in de dag.

Advies Uit de conclusies van dit onderzoek blijkt dat er geen aanleiding is om de gastouderopvang te betrekken bij het voorschoolse aanbod in Amsterdam. Het zou een grote investering vragen met een nogal beperkte opbrengst. Het college adviseert dan ook om geen verdere stappen te ondernemen om de gastouderopvang in Amsterdam te betrekken bij een voorschools ontwikkelaanbod. Het aantreden van een nieuw kabinet is wel een aanleiding voor het college om opnieuw bij het Rijk aan te dringen op verhoging van de kwaliteit in de gastouderopvang. Meer dan de helft van de kinderdagverblijven in de stad biedt nog geen voorschoolse educatie. 10% van de kinderen met een vve-indicatie gaat naar een kinderdagverblijf zonder vve. Om het bereik onder doelgroeppeuters te verhogen is het effectiever om de reguliere kinderopvang, waar mogelijk, om te vormen tot voorschool. Daar zit een veel grotere groep doelgroeppeuters die we nu nog niet bereiken met een voorschools aanbod. In Amsterdam proberen we al langer meer grip te krijgen op de kwaliteit van de gastouderopvang, zoals door het verhogen van de toezichtsnorm. In 2020 heeft de gemeente een informatie avond voor gastouders georganiseerd, de opkomst hierbij was zeer hoog (+100 gastouders).

Dit willen we graag voortzetten, we zien dit als een effectief instrument om beter contact te krijgen met dit deel van de kinderopvang en om met gastouders in gesprek te gaan, onder andere over de kwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10249253/1