Notitie van Beantwoording en Wijzigingen Ontwikkelingskader EVA 2035.pdf
Tekst van het document
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen Behorend bij het Concept Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 (19 november 2021, concept ter consultatie); Waarin de in de periode van 6 december 2021 tot 30 januari 2022 opgehaalde reacties, vragen en adviezen van de zeven stadsdelen, TenneT, Liander en Port of Amsterdam worden behandeld en de voorgestelde vragen en aanpassingen besproken; Ten behoeve van het vaststellen van het Ontwikkelingskader in het college van B&W van de gemeente Amsterdam op 8 maart 2022. Aansluitend wordt het Ontwikkelingskader ter informatie aangeboden aan de gemeenteraad en zal ter vaststelling worden voorgelegd aan de netheerders TenneT en Liander.
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
Voorwoord In deze Notitie van Beantwoording en Wijzigingen zijn voor u de resultaten samengevat van de interne advies- en consultatieronde over het Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 (EVA) bij TenneT, Liander, de gemeente Amsterdam en de Port of Amsterdam. De wijzigingsvoorstellen ten opzichte van het concept-Ontwikkelingskader vindt u ook in deze nota. Hoofdstuk 1 ‘Algemeen commentaar, beantwoording en wijzigingen’ bevat een thematische samenvatting van de belangrijkste aandachtspunten die door meerdere of alle stadsdelen, Liander en/of TenneT zijn benoemd. Hoofdstuk 2 ‘2 Opgave, netstructuurvisie, verantwoordelijkheden en uitgangspunten’ behandelt de gebieds- en locatiegerichte adviezen, reacties en/of opmerkingen van de stadsdelen, Liander en/of TenneT. In de separate bijlage 1 treft u de formele reacties van de zeven Amsterdamse stadsdelen en de netbeheerders Liander en TenneT.
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
Inhoud 1 Algemeen commentaar, beantwoording en wijzigingen.............................................. 4 1.1 Urgentie .................................................................................................................................... 4 1.2 Andere elektrathema’s buiten de scope .................................................................................... 4 1.3 Globale planning/prioritering .................................................................................................... 5 1.4 Participatie & communicatie..................................................................................................... 8 1.5 Milieuaspecten.......................................................................................................................... 8 1.6 Gezondheid / Elektromagnetische velden ................................................................................. 9 1.7 Afstand windturbines ............................................................................................................... 10 1.8 Ruimtelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit .......................................................................... 10 1.9 Overzicht wijzigingen kaart .....................................................................................................
11 1.10 Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied .................................................................. 12 2 Gebieds-/locatiegericht commentaar, beantwoording en wijzigingen ........................ 13 2.1 Stadsdeel Noord ...................................................................................................................... 13 2.2 Stadsdeel Zuidoost .................................................................................................................. 14 2.3 Stadsdeel Nieuw West ............................................................................................................. 15 2.4 Stadsdeel Centrum .................................................................................................................. 15 2.5 Stadsdeel Oost ........................................................................................................................16 2.6 Stadsdeel Zuid.........................................................................................................................16 2.7 Stadsdeel West ........................................................................................................................ 17
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
1 Algemeen commentaar, beantwoording en wijzigingen
In de adviezen van het dagelijkse bestuur van de Amsterdamse stadsdelen kwamen de volgende thema’s vaak terug: urgentie van de elektriciteitsopgave, diverse andere elektriciteitsthema’s buiten de scope van het Ontwikkelingskader, het ontbreken van een globale planning/prioritering, meer aandacht voor participatie en communicatie, het thema gezondheid en aandacht voor ruimtelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit. Deze thema’s worden in dit hoofdstuk benoemd, van een antwoord voorzien en hebben in een aantal gevallen geleid tot een wijzigingsvoorstel in het Ontwikkelingskader. Daarnaast vindt u een overzicht van de wijzigingen op de kaart ‘Ontwikkelingskader EVA 2035’. Tot slot: naar aanleiding van de reactie van de Port of Amsterdam is een tekstvoorstel over de ‘Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied’ in het Ontwikkelkader opgenomen.
1.1 Urgentie Een snelle uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk is essentieel voor de beoogde groei van de stad en de geambieerde energietransitie. Alle stadsdelen en de Port of Amsterdam onderschrijven deze urgentie en noodzaak, ook in het licht van congestie. Het Ontwikkelingskader richt zich specifiek op de structurele verzwaring van het netwerk. Tegelijkertijd wordt binnen het programma EVA gewerkt aan tijdelijke voorzieningen en slimmer omgaan met energie, om zo snel mogelijk congestie in diverse delen van de stad op te lossen.
1.2 Andere elektrathema’s buiten de scope Het Ontwikkelingskader gaat specifiek over de uitbreiding van het hoogspanningsnet. Vragen en reacties met betrekking tot andere energie-gerelateerde zaken - middenspanningstrategie, integrale aanpak ondergrond, zonnepanelen et cetera - leiden daarom niet tot wijzigingsvoorstellen in het ontwikkelingskader. In hoofdstuk 6 ‘Vervolg en aanbevelingen’ is een aantal onderwerpen opgenomen om verder uit te werken. Door diverse stadsdelen wordt een integrale benadering van de effecten op de ondergrond nagestreefd. Een goede afstemming met andere ruimtelijke en infrastructurele ingrepen in dezelfde periode is cruciaal om de overlast zoveel mogelijk te beperken.
4
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
1.3 Globale planning/prioritering De stadsdelen verzoeken om een realistische planning die inzage geeft in fasering en prioritering van de uit te breiden en nieuw te realiseren onderstations met bijbehorende kabelverbindingen. Inmiddels heeft Liander een geactualiseerde planning. De planning van TenneT volgt later als het zijn investeringsplan heeft vastgesteld. Per locatie is een nader uitgewerkte planning van de netbeheerders beschikbaar. Voor de aangewezen Taskforce EVA heeft een gedeelde, gedragen en complete planning op hoofdlijnen topprioriteit. In hoofdstuk 6 ‘Vervolg en aanbevelingen’ van het Ontwikkelingskader is dit dan ook als extra speerpunt voor het vervolgtraject toegevoegd. In hoofdstuk 4 ‘Ontwikkelingskader op hoofdlijnen’, paragraaf 4.5 ‘Planning op hoofdlijnen’ wordt een planning van Liander opgenomen en een verwijzing naar de aanstaande planning van TenneT als onderdeel van zijn investeringsplan. Aanvulling / wijziging tekst in het Ontwikkelingskader, hoofdstuk 6 ‘Vervolg en aanbevelingen’ bij punt 2: Planning, prioritering en uitvoeringsagenda De betrokken partijen werken in 2022 aan een overall integrale planning en prioritering voor alle uit te breiden bestaande onderstations en te realiseren nieuwe onderstations met bijbehorende kabelverbindingen. Voor efficiëntere sturing van deze opgave wordt een (ambtelijke) uitvoeringsagenda uitgewerkt.
Deze uitvoeringsagenda is een instrument/hulpmiddel om tot specifiekere vervolgafspraken en gestroomlijnde processen van besluitvorming en acties te komen voor elk uit te breiden en nieuw onderstation (inclusief kabelverbindingen en eventuele definitieve locatiekeuze). Dit is een integrale planning waarin uitvoerbaarheid, grondverwerving, bestuurlijke besluitvorming van een locatie en planologische procedures worden bijgehouden en knelpunten kunnen worden gesignaleerd en geadresseerd aan de verantwoordelijke partijen. De tekst in hoofdstuk 4 ‘Ontwikkelingskader op hoofdlijnen’, paragraaf 4.5 ‘Planning op hoofdlijnen’ in het Ontwikkelingskader is vervangen door onderstaande tekst: 4.5
Planning op hoofdlijnen
Algemene doorlooptijden Gemiddeld genomen kost het bouwen van een nieuw 150/50kV-onderstation en/of aanleg van een 150kV-verbinding 7 jaar. Hierbij geldt dat een groot deel van deze tijd nodig is om de juiste rechten te verkrijgen om te mogen bouwen en aanleggen. Zie hiervoor ook de uitgangspunten van realisatie doorlooptijden van Netbeheer Nederland in basisdocument energie-infrastructuur. Tijdslijn TSA Op basis van de TSA is bekend wanneer het vermogen in Amsterdam nodig is op basis van de ambities en ontwikkelingen welke de gemeente Amsterdam heeft gesteld. Deze tijdslijn kan worden gelezen als het moment dat het onderstation ‘klaar’ moet zijn, zodat aan de verwachte vermogensvraag kan
5
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
worden voldaan. Wanneer bijvoorbeeld in 2026 nog geen onderstation Watergraafsmeer gerealiseerd is, loopt dit gebied een groter risico op congestie. Met de realisatie van het onderstation alleen is het vermogenstekort nog niet opgelost; het onderstation moet ook gevoed worden en moet vervolgens met kabels in de wijk worden gelust om naar de vermogensvragers te gaan. Klaar betekent dat het onderstation is gebouwd en wordt gevoed, de installaties zijn aangesloten op het 150kV- dan wel 50kV-net en op het distributienet. Dit startmoment van functioneren wordt ook wel IBN genoemd: in bedrijf name. In deze tijdslijn wordt duidelijk dat er twee pieken zijn in vermogensvraag: 1. Vanaf 2022 tot 2024 2. Vanaf 2030
Wanneer is er sprake van een knelpunt conform planning TSA 2.0 (hoog-scenario)? Partijen hebben besloten voor de opgave vanuit de vermogensvraag uit te gaan van de TSA 2.0. Daarbij is ook besloten voor de opgave van de noodzakelijke ruimte per station en verbindingen uit te gaan van het hoog-scenario. Dat betekent dat er wat reserveruimte zit in de planvorming (gelet op huidige inzichten TSA 2.0) en dat ingeval de uitgangspunten zoals opgenomen en doorgerekend in de TSA wijzigen, dat dit dan ook consequenties heeft voor de planning. Belangrijkste aandachtspunten vanuit TenneT beschouwd Het werkgebied van TenneT beslaat heel Nederland (on- en offshore) en een deel van Duitsland. Op dit moment zijn er veel knelpunten in het net. Dat betekent dat een prioritering dient plaats te vinden. Hierover vindt afstemming plaats met diverse partijen, zie ook hoofdstuk 5. Afhankelijkheden in de integrale planning De TSA heeft in kaart gebracht wanneer het vermogen in de stad nodig is. Door de vele afhankelijkheden is het zeer complex om een inschatting te geven van wanneer het vermogen daadwerkelijk beschikbaar is. Belangrijke factoren zijn de koppeling/voeding van de TenneT aan Liander-stations, grondposities, doorlooptijden van planologische procedures en de maakbaarheid (denk aan voldoende materialen en bemensing).
Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen IBN-datum zoals eerder toegelicht en bedrijfsvaardigheiddatum (BV). Bij de aangegeven BV-datum is het zo dat Liander inschat dat het onderstation bijvoorbeeld in 2025 gebouwd kan zijn. Echter kan de IBN-datum nog niet worden afgegeven, omdat het onderstation afhankelijk is van de voeding van TenneT en dus nog niet functioneert maar alleen bedrijfsklaar staat. Denk aan een auto zonder brandstof. Het kan ook zo zijn dat Liander een BV-datum afgeeft door de afhankelijkheid van ruimte en recht, bijvoorbeeld wanneer de locatie nog bestuurlijk moet worden vastgesteld, grond nog moet worden verworven en/of er planologische procedures moeten worden doorlopen. Denk aan een auto zonder parkeerplek of parkeervergunning.
6
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
Bovendien moet worden opgemerkt dat wanneer de piek van de uitvoer in hetzelfde jaartal of tijdsvlak valt, er een maakbaarheidsprobleem in de vorm van tekort aan technici en materialen kan worden verwacht. Met de tabel hiernaast wordt dit geduid: op basis van het TSA midden-scenario is een inschatting gegeven van uitvoerbaarheid in de Amsterdamse Liander-projecten. In het blauw wordt aangegeven wanneer het vermogen nodig is, deze wordt afgezet tegen de oranje as. Die staat voor wanneer het vermogen vanuit de projecten beschikbaar is, oftewel wanneer de onderstations gebouwd kunnen worden (Liander). Hierbij is een inschatting gemaakt van de materialen (benodigde kabels, verbindingen, gebouwen) en bemensing (technici en aannemerij). Vanuit deze inschatting is de schaarste in Amsterdam gezien de huidige stand van zaken op zijn vroegst 2028 verholpen. Voorwaarde is wel dat de regionale afhankelijkheden buiten de gemeentegrenzen; essentiële knooppunten zoals uitbreidingen in Spaarndam (150/380kV), Oostzaan en een nieuw 150/380kV-punt op de lijn Diemen – Breukelen, gerealiseerd zijn. Ook is een integrale en gecommitteerde planning van netbeheerders en gemeente Amsterdam van belang. In onderstaande tijdslijn wordt een inschatting gegeven van de Liander-uitvoerbaarheid, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen BV en IBN.
Zo is bijvoorbeeld voor project Buikslotermeer vanuit Liander een 2026 BV-datum; Liander zou dit onderstation in 2026 bedrijfsklaar kunnen hebben. Voor het afgeven van een IBN-datum is duidelijkheid nodig over de locatie, de planologische procedure en voeding vanuit TenneT. Deze tijdslijn staat dus niet op zichzelf; de data zijn pas realistisch in te schatten wanneer de locatie bestuurlijk is vastgelegd. Indien er geen IBN kan worden afgegeven door één van bovenstaande oorzaken, wordt alleen de Liander-BV weergegeven in de tijdslijn. Deze BVdatum staat dan voor een auto zonder brandstof; hij staat stil en kan je pas van A naar B brengen wanneer de afhankelijkheden van de IBN worden vastgesteld of opgelost.
Belangrijkste knooppunten Hemweg is een zeer belangrijk knooppunt voor de voeding in de gemeente Amsterdam, voornamelijk voor het westelijke deel. Dit knooppunt is afhankelijk van de uitbreiding Oostzaan; pas wanneer dat onderstation in bedrijf is en Hemweg kan voeden, kan Hemweg de gekoppelde onderstations zoals Basisweg, Slotermeer, Sextantweg, Petroleumhaven, etc. aansluiten. Naast de eerdergenoemde
7
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
afhankelijkheden in de planning, is het daarom zeer belangrijk dat het netwerk als geheel wordt beschouwd. Zo is voor het Centrum onderstation Uilenburg een belangrijk knooppunt, en voor ZuidOost de Gaasperdam/Zuid Oost 1. De komende jaren wordt de integrale overall planning door de netbeheerders en de gemeente Amsterdam nader uitgewerkt.
1.4 Participatie & communicatie Elk stadsdeel wijst op het belang van vroegtijdige, heldere, volledige communicatie én participatie. De intentie is om, op basis van de planning per locatie, door de netbeheerder in samenspraak met de gemeente en in afstemming met het betreffende stadsdeel, te communiceren naar de directe omgeving. Het heeft de voorkeur om hiermee te starten vóór het juridisch-, planologisch- en vergunningentraject. Het streven is om tijdige participatie te laten plaatsvinden over de ruimtelijke inpassing van de onderstations en de kabeltracés. Voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, is er aandacht voor het uiterlijk van de onderstations en wordt er rekening gehouden met de omgeving waarin deze worden geplaatst. In hoofdstuk 6 ‘Vervolg en aanbevelingen’ van het Ontwikkelingskader is communicatie en participatie als extra speerpunt voor het vervolgtraject toegevoegd. De toegevoegde tekst - punt 8 - is als volgt: De betrokken partijen, TenneT, Liander, Port of Amsterdam en gemeente Amsterdam, ontwikkelen een communicatie- en participatiestrategie, gericht op de Amsterdammers. Deze strategie vormt het fundament voor de communicatie met de directe omgeving waar ruimtelijke en infrastructurele werkzaamheden staan gepland. Waar nodig zal maatwerk ontwikkeld worden, uiteraard in goed overleg met de betrokken stadsdelen.
In deze strategieën wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan gezondheid.
1.5 Milieuaspecten Naar aanleiding van de interne consultatie binnen TenneT wordt in het kader van de milieuaspecten van onderstations en kabelverbindingen in hoofdstuk 2 ‘Opgave, netstructuurvisie, verantwoordelijkheden en uitgangspunten’ in paragraaf 3.6 ‘Wet- en regelgeving en overige relevante kaders’ verwezen naar de Staalkaart Netbeheer Nederland ‘Elektriciteit en Gas in het Omgevingsplan’ (januari 2022). Daarnaast is op verzoek van de netbeheerders TenneT en Liander de rolverdeling tussen de Omgevingsdienst en de gemeente Amsterdam expliciet duidelijk gemaakt. Ook is ter verduidelijking een tabel opgenomen waarin per bestaand en nieuw te realiseren onderstation is
8
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
aangegeven welk type inrichting (A, B of C) het betreft en of het vergunningstechnisch in grootstedelijk gebied ligt.
1.6 Gezondheid / Elektromagnetische velden De elektromagnetische velden in de buurt van onderstations kunnen van invloed zijn op de gezondheid. Dit is een gedeelde bron van zorg: zowel het dagelijkse bestuur van verschillende stadsdelen als de netbeheerders Tennet en Liander vragen in de advies- en consultatieronden om een aanscherping van het vigerend voorzorgsbeleid ten aanzien van elektromagnetische velden en gezondheid.
De tekst in hoofdstuk 3 ‘Opgave, netstructuuurvisie, verantwoordelijkheden en uitgangspunten’ bij paragraaf 3.6 ‘Wet- en regelgeving en overige relevante kaders’ in het Ontwikkelingskader zijn als volgt aangescherpt: Vigerend landelijke voorzorgbeleid magneetvelden bovengrondse hoogspanningslijnen Uit internationaal wetenschappelijk onderzoek komen aanwijzingen dat kinderen die dicht bij bovengrondse hoogspanningslijnen wonen mogelijk een hogere kans hebben om leukemie te krijgen. Dit onderzoek en de bezorgdheid bij burgers daarover, vormden voor de Nederlandse rijksoverheid aanleiding in 2005 voorzorgbeleid te ontwikkelen bij bovengrondse hoogspanningslijnen (Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen, Ministerie van VROM, 3 oktober 2005 / Verduidelijking van het advies met betrekking tot hoogspanningslijnen, Ministerie van VROM, 4 november 2008). Dat beleid is uitgewerkt in een beleidsadvies van het toenmalige Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en is gericht aan gemeenten, provincies en netbeheerders.
Er wordt geadviseerd om bij de vaststelling van streek- en bestemmingsplannen en van de tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, dan wel bij wijzigingen in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone). Het beleidsadvies van de rijksoverheid ziet op langdurige blootstelling en is van toepassing op nieuwe situaties en bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Voor alle bovengrondse hoogspanningsverbindingen, ondergrondse hoogspanningskabels, stations en opstijgpunten geldt daarnaast te allen tijde de momentane blootstellingslimiet van 100 microtesla conform de aanbeveling van de EU (Europese Richtlijn 1999/519/EC). Deze waarde wordt ook in Nederland gehanteerd. Op voor publiek toegankelijke plaatsen nabij hoogspanningsinfrastructuur in Nederland wordt deze limiet nergens overschreden. Nieuwe hoogspanningsinfrastructuur moet ook te allen tijde voldoen aan deze blootstellingslimiet. Herijking voorzorgbeleid en aanleiding onderzoek In 2018 gaf de Gezondheidsraad het kabinet in overweging het voorzorgbeleid uit 2005 te verbreden naar alle netcomponenten vanaf 1 kV.
Hierop is het bestaande voorzorgbeleid geëvalueerd en heeft de commissie Verdaas (2019) voorstellen gedaan. In 2021 publiceerde het ministerie van EZK de uitkomsten van het onderzoek van Lysias waarin wordt gekomen tot de introductie van vaste
9
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
afstanden en een set proportionele maatregelen volgens het ALARA-principe. Het toepassen van vaste afstanden is in de loop van 2021 getoetst met gemeenten en netbeheerders in zogenaamde botsproeven. Het is de verwachting dat in de loop van 2022 meer duidelijkheid komt over de aanpassing van het voorzorgbeleid uit 2005. Gemeentelijk voorzorgsbeleid magneetvelden Met betrekking tot de elektromagnetische velden van nieuwe onderstations of uitbreidingen van onderstations past de gemeente Amsterdam sinds 2006 het voorzorgsbeginsel toe (dat ook van toepassing is op hoogspanningslijnen). Het uitgangspunt daarbij is dat de gemeente zoveel als redelijkerwijs mogelijk wil voorkomen dat kinderen tot en met 15 jaar langdurig (minimaal een jaar, gemiddeld vele uren per dag) in een magneetveld hoger dan 0,4 microtesla verblijven. Amsterdam volgt in beginsel het nieuwe rijksbeleid, zeker als dat aansluit bij de huidige Amsterdamse werkwijze. Gemeente en netbeheerders zijn in overleg hoe dit exact wordt uitgewerkt.
1.7 Afstand windturbines De netbeheerders Liander en TenneT vragen aandacht voor het onderwerp windturbines en hiervoor meer concreet op te schrijven hoe daarmee wordt omgegaan in het zoekproces voor een locaties voor een station of het vinden van een tracé voor een nieuwe verbinding. De reden hiervoor is dat windturbines die in de nabijheid van e-infra worden geplaatst en andersom de leveringszekerheid in gevaar kunnen brengen. Er bestaat namelijk een kans dat een falende windturbine (of onderdelen daarvan) de hoogspanningsinfrastructuur van TenneT (deels) beschadigt. Een onderbreking van de leveringszekerheid doordat een falende windturbine of onderdeel hiervan onze hoogspanningsverbinding of station zou treffen is niet wenselijk en zou inhouden dat een groot gedeelte van de stad in haar dagelijks functioneren wordt belemmerd of dat zelf sprake kan zijn van grote maatschappelijke ontwrichting. Wanneer windturbines in de nabijheid van een asset van TenneT of Liander mogelijk worden gemaakt, dan verzoekt TenneT en Liander om te handelen conform de richtlijn zoals opgenomen in het Handboek Risicozonering Windturbines (laatste update mei 2020, zie site RVO). Beantwoording: Bij de huidige zoeklocaties voor nieuwe onderstations is een nabije ligging van toekomstige onderstations bij bestaande windmolens vooralsnog niet aan de orde.
De gemeente Amsterdam brengt dit aandachtpunt nadrukkelijk onder de aandacht bij het projectteam dat onderzoek doet naar locaties voor nieuwe windturbines in Amsterdam.
1.8 Ruimtelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit Het dagelijks bestuur van de Amsterdamse stadsdelen vragen extra aandacht voor een goede ruimtelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit van de uit te breiden en nieuwe onderstations. Ook omdat dit een rol speelt bij het maatschappelijk draagvlak voor de onderstations.
10
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
In paragraaf 3.4 ‘Ruimtelijk beleid en ruimtelijke kwaliteit’ van de conceptrapportage wordt al gewezen op de Amsterdamse welstandsnota en eventuele aanvullende ruimtelijke eisen uit bestemmingsplan, gebiedsvisie, stedenbouwkundig plan, beeldkwaliteitsplan en/of bouwenvelop. Voor de volledigheid is onderstaande tekst toegevoegd aan hoofdstuk 6 ‘Vervolg en aanbevelingen’ punt 4 van het Ontwikkelingskader: Om de welstandsbeoordeling en vergunningsverlening van de ontwerpen van de nieuwe onderstations te bespoedigen, verdient het aanbeveling om al in een vroeg stadium met de Commissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit (de CIRK) in gesprek te gaan over hoe de standaardmodules van de onderstations zich verhouden tot de welstandscriteria uit de Welstandsnota De schoonheid van Amsterdam.
1.9 Overzicht wijzigingen kaart De adviezen en opmerkingen van het dagelijks bestuur van de Amsterdamse stadsdelen, TenneT en Liander hebben tot een aantal wijzigingen in de kaart ‘Ontwikkelingskader EVA 2035’ (in hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 per stadsdeel) geleid. Het betreft de volgende wijzigingen: Naamgeving onderstations • De naamgeving van het onderstation Havenstraat in stadsdeel Zuid is onjuist: dit moet Karperweg zijn; • De naamgeving de onderstations Havengebied (L+T) wordt - voor de duidelijkheid - gewijzigd in Westpoort; Noord • De nieuwe 150kV-verbinding van Oostzaan naar de onderstations en Cornelis Douwes en Klaprozenweg vervalt. Er wordt ingezet op een nieuwe 150kV-verbinding van Oostzaan naar het nieuwe TenneT-onderstation Buikslotermeer. Daarom is de nieuwe 150kV-verbinding Oostzaan-Cornelis Douwes-Klaprozenweg op de kaart verwijderd (paarse stippellijn weg); • De mogelijk alternatieve zoeklocatie voor onderstation Cornelis Douwes ten oosten van ingang Coentunnel is iets dichter tegen Coentunnelingang aan geplaatst; • De mogelijk alternatieve zoeklocatie voor onderstation Cornelis Douwes bij de Meteorenweg is iets meer naar zuidoostzijde Meteorenweg geplaatst. Nieuw West • De 50kV-kabelverbinding tussen Schipluidenlaan en Slotermeer vervalt wanneer deze onderstations met nieuwe 150kV-TenneT-kabelverbindingen worden gevoed.
Daarom is deze 50kV-verbinding verwijderd. Ook de bestaande 50kV-verbinding tussen Slotermeer en Hemweg vervalt dan, en is daarom uit de kaart gehaald; • Het nieuwe onderstation Sextantweg ligt iets noordelijker en is daarom iets verplaatst op de kaart.
11
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
Havengebied • Er is een nieuwe 150KV-verbinding tussen onderstation Hemweg en onderstation Petroleumhavenweg toegevoegd (deze ontbrak); • De beide 50 KV-verbindingen van het onderstation Hemweg naar Zaanstad komen te vervallen als de onderstations in Zaanstad met 150kV-verbindingen worden gevoed vanuit onderstation Oostzaan. Daarom zijn de 2 bestaande 50kV-verbindingen vanaf de Hemweg onder het Noordzeekanaal door naar Zaanstad uit de kaart gehaald; • De 50kV-verbinding (rode doorgetrokken lijn) tussen onderstation Hemweg en Lianderonderstation Havenstad Zuid en Liander-onderstation Westzaanstraat wordt vervangen door een nieuwe 150kV-verbindding. Daarom is deze bestaande 50kV-verbinding verwijderd. Oost: • De bestaande 150kV-verbinding tussen Hoogte Kadijk en Zeeburgereiland is verwijderd, omdat dit niet klopt. In plaats daarvan is de bestaande 150kV-verbinding tussen Hoogte Kadijk en Watergraafsmeer aan de kaart toegevoegd; • De bestaande 150kV-verbinding tussen Nieuwe Meer en Venserweg klopt niet en is daarom uit de kaart gehaald; • De nieuwe (korte) 150kV-verbinding vanaf de bestaande 150kV-verbinding op de Oostpunt van het Zeeburgereiland naar het nieuwe 150kV-station Zeeburgereiland in de bedrijvenstrook, is aan de kaart toegevoegd (paarse korte stippellijn).
1.10 Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied De reactie van de Port of Amsterdam richt zich uitsluitend op de afstemming tussen de Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied (CES NZKG) en de opgave zoals geschetst in het Ontwikkelingskader EVA 2035. Het voorstel is om daarom de volgende paragraaf in hoofdstuk 2 toe te voegen: Toevoeging tekst / extra paragraaf in hoofdstuk 3 ‘Opgave, netstructuurvisie, verantwoordelijkheden en uitgangspunten’, paragraaf 3.4 ‘Ruimtelijk beleid, ruimtelijke kwaliteit en energiebeleid’ van het Ontwikkelingskader: Cluster Energie Strategie Noordzeekanaalgebied (CES NZKG) In het Noordzeekanaalgebied werken overheden, waaronder de gemeente Amsterdam, energiepartijen en bedrijfsleven samen aan het realiseren van de regionale verduurzamingsambities. Het Cluster Energie Strategie (CES) NZKG, zoals vastgesteld in september 2021, geeft een overzicht van de gezamenlijke koers waar de regio op inzet en welke energie-infrastructuur hiervoor nodig is. Het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk wordt benoemd als benodigde energie-infrastructuur van nationaal belang. In het CES zijn acht projecten genoemd van 150 KV of hoger die ook in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) zijn opgenomen: 1.Nieuw 380/150kV-station (Beverwijk-Vijfhuizen, op een nader te bepalen locatie ten zuiden van het Noordzeekanaal); 2.
Twee nieuwe 150kV-stations in het Westelijk havengebied (incl. 150kV-verbindingen) 3. Vervanging en uitbreiding huidig 150kV-station Hemweg;
12
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
4. Uitbreiden 380kV-station Oostzaan met een vierde 380/150kV-transformator (inclusief verzwaren 150kV-verbinding Hemweg - Oostzaan); 5. Nieuw 150 kV-landstation voor aansluiting Wind op Zee in Velsen (na 2030); 6. Netuitbreiding (380kV) kop van Noord-Holland; 7. Nieuw 150kV-station Oostzaan; 8. Nieuw 150kV-station Beverwijk (incluslief nieuwe 150kV-kabelverbinding Beverwijk - Oterleek en nieuwe 380/150kV-transformator in Beverwijk); Het nieuwe 380kV/150kV-station Beverwijk - Vijfhuizen (nr. 1) en de uitbreiding van het 380/150kVstation Oostzaan (nr. 4) zijn randvoorwaardelijk voor de verzwaring van het elektriciteitsnet van Amsterdam. Verder zijn de voor Amsterdam genoemde projecten - twee nieuwe stations in het Westelijk havengebied (nr. 2) en vervanging en uitbreiding van huidig station Hemweg (nr. 3) - ook onderdeel van het ontwikkelingskader EVA 2035.
2 Gebieds-/locatiegericht commentaar, beantwoording en wijzigingen
In dit hoofdstuk vindt u de meer gebieds- en locatiegerichte adviezen en reacties en/of opmerkingen van de DB’s van de stadsdelen, Liander en TenneT.
2.1 Stadsdeel Noord Het DB van stadsdeel Noord adviseert om op de locatie van het voormalig waterzuiveringsterrein en de slibvelden naast een nieuw TenneT onderstation Buikslotermeer, en eventueel ook een Liander-onderstation Buikslotermeer, rekening te houden met de andere ruimteclaims die er zijn voor dit gebied, te weten met groen, recreatieve- en sportfuncties. Er wordt geadviseerd om naar een zo optimaal mogelijk ruimtegebruik van de onderstations te streven en - waar mogelijk dubbel gebruik van de niet bebouwde terreinen, en dit op te nemen in het Ontwikkelingskader. Voor het Liander-station Buikslotermeer is in eerste instantie het P+R terrein van de oostelijke aansluiting Nieuwe Leeuwarderweg - IJdoornlaan als zoeklocatie in beeld. Het terrein in de westelijk aansluiting is bestemd voor een 4-laagse P+R-garage. De gemeente (V&OR) onderzoekt of de oostelijke aansluiting ook gereserveerd moet worden voor een P+R-garage of een mobiliteitshub.
13
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
Dit heeft geleid tot een tekstwijziging in het Ontwikkelingskader in hoofdstuk 5 ‘Ontwikkelingskader stadsdeel & havengebied’ paragraaf 5.1 ‘Stadsdeel Noord’: Voorkeurslocatie voor het geambieerde nieuwe TenneT-onderstation Buikslotermeer is het terrein van de voormalige rioolwaterzuivering en de slibvelden aan de noordzijde van de A10-Noord. Voor het Liander-onderstation onderzoekt de gemeente het P+R-terrein in de oostelijke aansluiting van de Nieuwe Leeuwarderweg op de IJdoornlaan. Het voormalig RWZI-terrein is een mogelijk alternatieve zoeklocatie (terugvaloptie) voor het nieuwe Liander-onderstation. De gemeente ambieert voor de voormalige rioolwaterzuivering en de slibvelden naar een TenneT-(en mogelijk ook een Liander-) onderstation een ontwikkeling met sport- en recreatieve voorzieningen en groen. Er wordt daarom gestreefd naar een zo optimaal mogelijk ruimtegebruik van de onderstations en -waar mogelijk- dubbel gebruik van de niet bebouwde terreinen. In het advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord wordt gevraagd om het indicatieve tracé van de nieuwe 150 kV-verbinding van Oostzaan naar TenneT-onderstation Buikslotermeer op voormalig RWZI-terrein te verplaatsen naar een indicatief tracé buiten de Ring Noord (door de weilanden), omdat dit meer voor de hand ligt.
De lijkt inderdaad voor de hand te liggen, maar de kabeltracés worden überhaupt in het vervolgtraject nog uitgewerkt per onderstation en per kabelverbinding. Daarom is dit nu niet aangepast in de kaart. Alle 150 kV kabeltracés zijn immers schematisch en indicatief.
2.2 Stadsdeel Zuidoost In het advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid wordt benoemd dat de mogelijke zoeklocaties van het Liander-onderstation Zuidoost 1 (Gaasperdam) onzeker zijn en dat de voorbereiding meer dan 5 jaar gaat duren. Daarom wordt voorgesteld om het Lianderonderstation 2 (in Amstel 3) voorrang te geven. Dit heeft geleid tot een tekstwijziging/toevoeging in het Ontwikkelingskader in hoofdstuk 5 ‘Ontwikkelingskader stadsdeel & havengebied’ paragraaf 5.2 ‘Stadsdeel Zuidoost’: De ontwikkeling van de nieuwe onderstations Zuidoost 1 (in Gaasperdam) en Zuidoost 2 (in bedrijvenstrook Amstel III) en de uitbreiding van het Liander-onderstation Venserweg (in gemeente Diemen) zijn zeer urgent. Het locatieonderzoek voor de onderstations Zuidoost 1 en 2 heeft dus zeer hoge prioriteit. De exacte planning en prioritering van de onderstations vraagt om een nadere uitwerking. De ontwikkeling van de nieuwe onderstations Zuidoost 3 (D-buurt, Gooiseweg) en Zuidoost 4 zijn iets minder urgent: de ingebruikname staat in de TSA 2.0 (bij hoog-scenario) in 2030 gepland. Wel is het belangrijk dat de locaties voor deze onderstations op korte termijn worden gevonden en als reservering vastgelegd.
14
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
2.3 Stadsdeel Nieuw West Geen locatiespecifieke opmerkingen.
2.4 Stadsdeel Centrum Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum geeft aan dat de onderstations op een goede manier ruimtelijk dienen te worden ingepast. Voor de locatie Uilenburg en (wellicht) Hoogte Kadijk geldt dat dit (mogelijk) consequenties heeft voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waar we zo vroeg mogelijk zicht op willen hebben. Het dagelijks bestuur vraagt daarom aandacht voor de mogelijke spanning die kan ontstaan tussen de noodzakelijke uitbreidingsopgave en de gewenste en potentiële stedelijke ontwikkelingen in stadsdeel Centrum. Dit heeft geleid tot een tekstwijziging in het Ontwikkelingskader hoofdstuk 5 ‘Ontwikkelingskader stadsdeel & havengebied’ paragraaf 5.5 ‘Stadsdeel Centrum’: Vanwege de sterke groeiende vraag naar elektriciteit dient in het oostelijk deel van de historische binnenstad het bestaande Liander-onderstation Uilenburg te worden uitgebreid van 40MVA naar 80MVA. Het bestaande TenneT 150kV-station Hoogte Kadijk moet worden vervangen en daarbij wordt rekening gehouden met een (beperkte) toekomstige uitbreiding in verband met beperkt beschikbare ruimte. Zowel bij de uitbreiding van onderstation Uilenburg als de vervanging en uitbreiding/verplaatsing van het TenneT-onderstation vraagt de complexe ruimtelijke inpassing in relatie tot stedelijke ontwikkelingen in de directe omgeving extra aandacht.
Rond 2030 zal het bestaande Liander-onderstation Marnixstraat aan de westzijde van de binnenstad moeten worden vernieuwd. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum geeft aan dat in het Ontwikkelingskader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam wordt gesproken over het mogelijk uitbreiden van het onderstation in de Nieuwe Looiersstraat (PM: nog toevoegen uitbreiding onderstation Frederiksplein van 60 naar 80MVA - hierbij gaat het feitelijk om de Nieuwe Looiersstraat), terwijl dit niet op de bijbehorende kaart wordt aangegeven. Het onderstation in de Nieuwe Looiersstraat staat in een heel dichtbevolkte woonbuurt, dus zouden we graag duidelijkheid willen over of dit onderstation (op langere of kortere termijn) wel of niet moet worden uitgebreid en welke mogelijke invloed dit zou kunnen hebben. Beantwoording: Het bestaande Liander-onderstation Frederiksplein in de Nieuwe Looierstraat dient naar verwachting pas na 2040 te worden uitgebreid van 60 naar 80MVA en valt daarmee buiten de scope/tijdsperiode van dit ontwikkelingskader. Mocht tezijnertijd blijken dat deze uitbreiding daar niet haalbaar is, dan dient mogelijk voor de periode na 2040 in de omgeving van het onderstation Frederiksplein nog een locatie voor een nieuw onderstation te worden gezocht. Dit valt buiten de scope van dit Ontwikkelingskader EVA 2035.
15
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
Dit heeft geleid tot de volgende tekstwijziging in het Ontwikkelingskader hoofdstuk 5 ‘Ontwikkelingskader per stadsdeel & havengebied’ in paragraaf 5.5 ‘Stadsdeel Centrum’: De tekst “PM: nog toevoegen uitbreiding onderstation Frederiksplein van 60 naar 80MVA“ wordt verwijderd.
2.5 Stadsdeel Oost Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost geeft aan dat een uitbreiding van het station bij Science Park blijkt niet mogelijk omdat er geen ruimte meer is in de ondergrond. Omdat de elektriciteitsvoorziening in dit deel van de stad wel vraagt om nieuwe onderstations, wordt er in ieder geval een nieuw station geplaatst in Overamstel. Met het zoekgebied bij de afslag S112 (Gooiseweg) kan het dagelijks bestuur instemmen. Het toevoegen van een nieuw station in de Watergraafsmeer (Watergraafsmeer 2), zal echter een behoorlijke impact hebben op de omgeving, waar dit ook gesitueerd wordt. De ruimte in dit gebied is beperkt waardoor het realiseren van een dergelijk station ten koste dreigt te gaan van sportvelden of groen. Dit is dan ook niet bespreekbaar. Het dagelijks bestuur vraagt dan ook te onderzoeken of het mogelijk is om de capaciteit van het station Overamstel te maximaliseren of dat er wellicht kansen zijn bij herontwikkeling/transformatie van Amstelkwartier, Amsteldorp of de Weespertrekvaart. Op deze manier is een station in de Watergraafsmeer niet nodig en kan deze op een goede manier worden ingepast in de omgeving zonder dat dit ten koste gaat van de leefkwaliteit.
In paragraaf 6.6 ‘Stadsdeel Oost’ staat het volgende: Tenslotte is de uitbreiding van het bestaande onderstation Watergraafsmeer in het Amsterdam Science Park technisch-ruimtelijk niet haalbaar gebleken. Dat vraagt om een extra nieuw Liander53 MVA-onderstation Watergraafsmeer 2 elders in of nabij de Watergraafsmeer. Daarom wordt de tekst niet gewijzigd. In eerste instantie dient een locatie gezocht te worden in de Watergraafsmeer (incl. de optie als onderdeel van een herontwikkeling van een deel van Amsteldorp). Als dat niets oplevert kan eventueel in overleg met Liander gezocht worden in een bredere omgeving.
2.6 Stadsdeel Zuid Het dagelijkse bestuur van stadsdeel Zuid vraagt of er nog plannen zijn voor uitbreiding van het Liander-onderstation Karperweg in het transformatiegebied/projectgebied Havenstraatterrein? Beantwoording: Onderstation Karperweg wordt op dit moment uitgebreid; de uitbreiding wordt in 2022 afgerond.
16
Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid
9 februari 2022
Notitie van Beantwoording en Wijzigingen
Omdat de uitbreiding al zo goed als afgerond is staat dit onderstation niet meer als uit te breiden in ontwikkelingskader. In het Ontwikkelingskader hoofdstuk 5 ‘Ontwikkelingskader per stadsdeel & havengebied’ in paragraaf 5.7 ‘Stadsdeel Zuid’ is de volgende tekstwijziging/ toevoeging opgenomen: Begin 2022 wordt de vermogensuitbreiding van het bestaande onderstation Karperweg in het Havenstraatterrein afgerond. Daarmee is deze uitbreiding voltooid. Daarom staat dit bestaande onderstation niet alsnog uit te breiden in dit ontwikkelingskader.
2.7 Stadsdeel West Geen locatiespecifieke opmerkingen.
17