Notitie bediening bruggen en sluizen 2025-2050.pdf
Tekst van het document
Datum 22 november 2024 Versie 1.4
Notitie bediening bruggen en sluizen 2025 -2050 Aanbeveling voor projectopdracht
In samenwerking met: Naam Jean Paul Rocour
Functie Afdelingshoofd Stedelijk Beheer
Marise Ent
Ambtelijk opdrachtgever
Ruud Willersen
Strategisch Adviseur Bedrijfsvoering Beleidsadviseur Strategisch Assetmanagement Afdelingshoofd brug- en sluisbediening Assetmanager brug- en sluisbediening Adviseur brug- en sluisbediening
Linda Docters van Leeuwen Boaz Hardijzer Mark Meijer Erik Boontjes
Classifica e: Intern
Organisatie Verkeer en Openbare Ruimte, Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte, Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte, Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte, Gemeente Amsterdam Afdeling brug- en sluisbediening, Waternet Afdeling brug- en sluisbediening, Waternet Afdeling brug- en sluisbediening, Waternet
Inhoud Inhoud
3
Inleiding
1
1.
Scope en aanpak
2
2.
Omgevingsvisie Amsterdam 2050, koers en groei
4
3. Verkeersstromen 3.1 Vaarweggebruikers 3.2 Weggebruikers
5 5 5
4.
6
Varianten toekomstbestendige bediening van de Amsterdamse objecten
5. Uitwerking bedien varianten toekomstige bediening bruggen en sluizen 7 5.1 Variant 1: Bediening ter plaatse van alle bruggen en sluizen 7 5.2 variant 2A: Bediening op afstand van alle voormalige vanuit de bediencentrale bediende bruggen en sluizen 7 5.3 Variant 2B: Bediening op afstand van objecten op de 4 verbindingsroutes en 3 sluizen rond de Sloterplas 8 6. Kosten over periode van 25 jaar 6.1 Gevoeligheidsanalyse op kostenparameters
9 11
7.
12
Beoordeling van de drie opties
8. Kansen en risico’s 9.1 Cybersecurity 9.2 Overige bediencentrales 9.3 Bedienen lokaal vs centraal 9.5 Keten integratie
14 16 16 16 17
Bijlagen Bijlage 1 - Objectenlijst Bijlage 2 - RAMSSHEEP Bijlage 3 - Totaal aantal beweegbare objecten Bijlage 4 - Kosten sheet per variant
20 21 23 23 25
Classifica e: Intern
Inleiding Sinds medio 2022 worden de bruggen en sluizen van Amsterdam weer ter plaatse bediend, nadat de Amsterdamse bediencentrale (Centrale Object Bediening) buiten werking is gesteld. Op dat moment werden er 45 Amsterdamse bruggen en sluizen op afstand vanuit deze centrale bediend. Om de toekomst van de bediening van deze kunstwerken te verkennen, is er een projectteam opgericht bestaande uit vertegenwoordigers van Waternet (de beheerder van de centrale en bedienende partij) en de gemeente Amsterdam (de eigenaar). Deze notitie is het resultaat van hun samenwerking en richt zich op mogelijke toekomstscenario’s voor de bediening van bruggen en sluizen. Vervoer over water is van nationaal belang en zal naar verwachting toenemen. De manier waarop Amsterdam de bediening van zijn bruggen en sluizen aanpakt, is dan ook cruciaal. Deze notitie verkent de bedieningsopties voor de komende 25 jaar en biedt aanbevelingen aan de wethouders van Verkeer, Vervoer & Luchtkwaliteit en Water en Varen. Bij goedkeuring van het College van Burgemeester en Wethouders, zal deze aanbeveling worden verwerkt in een projectopdracht voor de Ambtelijke Opdrachtgever Verkeer & Openbare Ruimte.
In de Mobiliteitsvisie 20501 van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt benadrukt dat, gezien de bevolkingsgroei en de noodzaak van transities naar duurzame energie en circulariteit, een integrale bereikbaarheidsaanpak essentieel is. Ook in de Beleidsbrief Binnenvaart2 worden kansen voor de binnenvaart besproken, die kunnen bijdragen aan het ontlasten van het wegennet en een centrale rol in de toekomst van mobiliteit kunnen spelen. De Omgevingsvisie Amsterdam 20503 belicht de mogelijkheden van vervoer over water, wat een directe impact heeft op de bediening van bruggen en sluizen. Bruggen spelen een cruciale rol in de doorstroming van zowel vaar- als wegverkeer door waterwegen te overkluizen. Met de strategische keuze voor ‘Duurzaam en gezond bewegen’ bevordert Amsterdam lopen, fietsen en openbaar vervoer. Een geïntegreerd regionaal OV-systeem, nieuwe overstap- en overslaghubs, en goede fietsvoorzieningen zijn essentieel voor de bereikbaarheid van de stad. In de overgang naar een nieuw beleidskader voor verkeersnetten, blijven de Plus- en Hoofdnetten de komende tien jaar van groot belang voor openbaar vervoer en hulpdiensten, met als doel de bereikbaarheid tussen verschillende gebieden te waarborgen.
De bediening van de bruggen en sluizen is van groot belang voor de optimalisatie van verkeersmanagement, gezien de impact op de doorstroming van zowel vaar- als wegverkeer. Daarom is de wijze van bediening en het systeem waarmee dit gebeurt essentieel. Het doel van deze notitie is om een advies te formuleren over de bediening van de Amsterdamse bruggen en sluizen, met een vooruitblik van 25 jaar.
1: zie bijlage Mobiliteitsvisie 2050 I&W.pdf; 2: zie bijlage Beleidsbrief toekomst-
binnenvaart.pdf; 3: zie bijlage Omgevingsvisie Amsterdam 2050.pdf; 4: zie bijlage Beleidskader verkeersnetten
1
1. Scope en aanpak De gemeente Amsterdam telt in totaal 113 beweegbare Bruggen en 38 sluizen (bijlage 3), 84 daarvan worden regulier bediend door Waternet. De overige bruggen en sluizen gaan sporadisch open en vervullen daarmee geen directie functie voor het vaarwegbeheer. Amsterdam kent 4 belangrijke hoofdvaarroutes:
Kostverlorenvaart Noord Hollandsch Kanaal Amstelroute Weespertrekvaart
Afbeelding 1: 4 Hoofdvaarroutes scheepvaart (rood: Kostverlorenvaart, blauw: Noord Hollandsch kanaal, groen: Amstelroute, oranje: Weespertrekvaart).
Aantal objecten
Toelichting
eigendom Amsterdam én bediend door Waternet
113 beweegbare bruggen en 38 sluizen
84 van deze objecten worden regulier bediend
4 Belangrijkste vaarroutes Tot 2022 bedient vanuit COB
38 45
37 bruggen, 1 sluis Afbeelding 2
Huidige situatie
84
Regulier lokaal bediend
2
Afbeelding 2: de 46 objecten Bruggen (oranje) en sluizen (paars) van de gemeente Amsterdam die tot april 2022 op afstand bediend werden.
Uitgangspunten bij de nadere uitwerking van de varianten is de Omgevingsvisie Amsterdam 2050, koers en groei en de daarbij behorende verkeersstromen. Verder worden de varianten met elkaar vergeleken middels de RAMSSHEEP-methode, op de volgende punten: -
Reliability (betrouwbaarheid), Availability (beschikbaarheid), Maintainability (onderhoudbaarheid), Safety (veiligheid), Security (Beveiliging), Health (Gezondheid), Environment (Milieu), Economics (Economisch), Politics, (Politiek),
Verder is er middels een modelberekening een kosten vergelijking gemaakt per variant, op basis van investering- en exploitatiekosten. En zijn de kansen en risico’s per variant inzichtelijk gemaakt.
3
2. Omgevingsvisie Amsterdam 2050, koers en groei De Omgevingsvisie 2050 is door de gemeenteraad in 2021 vastgesteld. De visie beschrijft de gewenste ontwikkeling van de stad en vormt het kader voor de ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 beschrijft al het Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving. Met 5 strategische keuzes wordt er richting gegeven aan het bouwen aan een menselijke metropool. Om transport over water te stimuleren wordt de komende jaren het volgende gedaan: 1. 2. 3. 4.
Uitbreiding van laad- en loslocaties (logistieke hubs); invoeren van venster- en aanpassen van ligtijden; Inzet op uitstootvrij transport over water per 2025; Ontwikkeling van (juridische) kaders voor transport over water, zodat er duidelijke richtlijnen zijn voor gemeente en markt.
Met de strategische keuze voor ‘Duurzaam en gezond bewegen’ bevordert Amsterdam lopen, fietsen en openbaar vervoer. Een geïntegreerd regionaal OV-systeem, nieuwe overstap- en overslaghubs, en goede fietsvoorzieningen zijn essentieel voor de bereikbaarheid van de stad De groei van de stad is enorm. Naar verwachting komen er tot 2050 nog eens 250.000 inwoners en 200.000 werkenden bij, met als gevolg dat het (land) verkeer fors zal toenemen. Op grond van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat door toename van het verkeer ook alle bruggen en sluizen intensiever gebruikt zullen gaan worden. Doordat naast openbaar vervoer ook ingezet gaat worden op lopen en fietsen neemt ook het gebruik van de langzaam verkeerbruggen fors toe en wordt een optimale bediening van alle bruggen nog belangrijker. Een goede afstemming tussen het vaar en weg verkeer is dus essentieel.
4
3. Verkeersstromen 3.1 Vaarweggebruikers Op de vaarweg is sprake van 2 soorten gebruikers, de beroepsvaart en de recreatievaart (ook wel pleziervaart genoemd).
Beroepsvaart Beroepsvaart maakt gebruik van de vaarwegen om goederen van punt A naar punt B te vervoeren. Indien Amsterdam deel uitmaakt van de gekozen route maakt de beroepsvaart gebruik van een of meerdere van deze verbindingsroutes. Voor 2 verbindingsroutes (Kostverlorenvaart en Amstelroute) zijn als KPI doorvaartijden van 90 en 60 minuten afgesproken. Alle objecten op deze verbindingsroutes werden bediend vanuit de Centrale Object Bediening (COB).
Recreatievaart Recreatievaart maakt gebruik van alle daarvoor bestemde vaarwegen in Amsterdam om naar diverse recreatiepunten binnen en buiten de stad te gaan en maakt om deze reden gebruik van meer vaarroutes en daarmee ook andere bruggen en sluizen dan die op de verbindingsroutes. Dit geldt ook voor de rondvaartboten en charters die niet hoger zijn dan de vaste bruggen.
3.2 Weggebruikers Op de weg is sprake van meerdere soorten gebruikers die op te delen zijn in 2 groepen: Langzaam verkeer en Gemotoriseerd verkeer. Onder langzaam verkeer wordt verstaan niet-motorvoertuigen, fietsers, voetgangers en geleiders/ berijders van een dier. Ook motorvoertuigen met een snelheidsbeperking, zoals landbouwvoertuigen vallen hieronder. Deze groep maakt tijdens het verplaatsen over de weg gebruik van de bruggen en verplaatst zich over zowel de plus-, hoofd-, als basisnetten. De groep behorende tot het gemotoriseerde verkeer betreft personenauto’s, bedrijfsvoertuigen (bestelauto’s, vrachtauto’s, trekkers, speciale voertuigen, bussen), motorfietsen en voertuigen met een bromfietskenteken. Deze groep maakt vooralsnog tijdens het verplaatsen over de weg gebruik van de bruggen en verplaatst zich over zowel de plus-, hoofd-, als basisnetten. Belangrijke doelgroepen binnen het gemotoriseerde verkeer zijn de nood- en hulpdiensten en het Openbaar Vervoer.
5
4. Varianten toekomstbestendige bediening van de Amsterdamse objecten In de richtlijnen vaarwegen 2020 wordt een onderscheid gemaakt tussen vier bedienregimes voor brug- en sluisbediening, te weten: a) Bediening ter plaatse door een bedienaar; b) Bediening op afstand door een bedienaar vanuit een niet direct bij het object gelegen bedienruimte of -centrale; c) Zelfbediening, waarbij een handeling van een schipper het proces initieert en de verdere afhandeling automatisch verloopt; d) Automatische bediening, waarbij een automaat het gehele bedienproces zonder tussenkomst van de mens initieert en afhandelt. Voor de bediening van objecten van Amsterdam zijn er 2 varianten, die uit een combinatie van regime a) en b) bestaan. Bedien regime c) en d) worden niet toegepast in Amsterdam. Door het ontbreken van ervaring en voorziene risico’s zijn deze bedien regimes niet meegenomen als aparte variant. Het is denkbaar dat regime c en d op termijn toegepast zouden kunnen worden voor specifieke sluizen en bruggen. Dit maakt nu nog geen onderdeel uit van deze vergelijking. Bedienvarianten: 1. Bediening ter plaatse van de bruggen sluizen; 2A. Alle objecten op afstand van het object -> #54 (bijlage 1) 2B. Deels op afstand en deels ter plaatse -> #38 (bijlage 1)
6
5. Uitwerking bedien varianten toekomstige bediening bruggen en sluizen De 3 eerder beschreven varianten worden hieronder verder uitgewerkt en toegelicht.
5.1 Variant 1: Bediening ter plaatse van alle bruggen en sluizen Deze variant gaat uit van lokale bediening van 84 objecten (tabel in bijlage 1).
5.2 variant 2A: Bediening op afstand van alle voormalige vanuit de bediencentrale bediende bruggen en sluizen Vanuit een of meerdere bediencentrale(s) worden alle Amsterdamse objecten bediend die ingericht zijn voor bediening op afstand. Het betreft op dit moment in totaal 54 objecten (zie bijlage 1 voor overzicht in tabelvorm). De overige 30 objecten blijven, net als voor 2022 op afroep lokaal bediend.
Afbeelding 3: Bruggen (oranje) en sluizen (paars) die van afstand bediend worden bij variant 2A (54 objecten).
7
5.3 Variant 2B: Bediening op afstand van objecten op de 4 verbindingsroutes en 3 sluizen rond de Sloterplas Vanuit een of meerdere bediencentrale(s) worden 39 objecten bediend. De keuze voor deze objecten komt vanuit de afdeling brug- en sluisbediening en is op basis van ervaring tot op heden met zowel bediening op afstand als ter plekke gemaakt. (zie bijlage 1 voor overzicht in tabelvorm). Het betreft de 4 hoofdvaarroutes.
Afbeelding 4: Bruggen (oranje) en sluizen (paars) die van afstand bediend zullen worden bij variant 2B (38 objecten).
8
6. Kosten over periode van 25 jaar De te verwachten kosten van de 3 varianten voor een periode van 25 jaar zijn in figuur 1 weergegeven. De bedragen en hoeveelheden die gebruikt zijn voor dit overzicht zijn verkregen op basis van expert judgement; interviews met beheerders van bediencentrales, een leverancier en expertise van de afdeling brug- en sluisbediening met betrekking tot benodigde inzet van personeel en kosten voor beheer en onderhoud van de Centrale Object Bediening (COB). [Disclaimer: De bedragen zijn indicatief, in de vervolgopdracht zal dit nader worden uitgewerkt.] In het overzicht zijn de benodigde investerings- en vervangingskosten, personeelskosten en marktconforme huurkosten voor benodigde ruimte voor verblijf en indien van toepassing bediencentrale(s) (zie Bijlage 4 voor de kosten sheet per variant) meegenomen, maar exclusief facilitaire kosten (voor schoonmaak van de locaties, koffie en thee en dergelijke) en benodigde transportmiddelen. In variant 2A en 2B is uitgegaan van 16 bedienplekken (indicatief aantal) op één of meerdere centrales. Voor de berekening zijn onderstaande aantallen objecten gehanteerd. Varianten
bedienvorm
Variant 1 Variant 2A Variant 2B
Lokaal Centraal Hybride
Aantal Toelichting Lokaal centraal 84 30 54 Vanuit bediencentrale, lokaal + seizoensgebonden 46 38 Vanuit bediencentrale, lokaal + seizoensgebonden
Figuur 1: Cumulatieve kosten variant 1, 2A en 2B
9
Figuur 2: Kosten per jaar; variant 1, 2A en 2B
0 Variant 1 - Lokale bediening Operationele kosten-2 Investering-2 Investeringkosten per jaar Kosten per jaar Contante waarde
€ € € € €
8.819.506 375.000 375.000 9.194.506 9.194.506
Variant 2A - op afstand Operationele kosten -1 Investering -1 Investeringkosten per jaar Kosten per jaar Contante waarde
€ € € € €
2025 6.244.137 12.032.000 12.032.000 18.276.137 18.276.137
Variant 2B - Deels op afstand, deels lokale bediening Operationele kosten Investering Investeringkosten per jaar Kosten per jaar Contante waarde
€ € € € €
7.221.166 9.283.000 9.283.000 16.504.166 16.504.166
Figuur 3. Investering jr 1
Totale kosten Variant 1 € 312.751.138 Variant 2A € 293.993.194 Variant 2B € 311.429.707 Tabel 1: vergelijking per variant
NCW
Investering jr 1
€ 239.906.181 € 225.742.053 € 239.064.003
0,4 miljoen 12 miljoen 9,3 miljoen
10
6.1 Gevoeligheidsanalyse op kostenparameters Voor de Netto-Contante Waarde berekening is een discontovoet van 3% voor de eerste 5 jaar gerekend en daarna 20 jaar met 2% toegepast. De herinvesteringen (groot onderhoud) vinden elke 7 jaar plaats. Andere frequenties van herinvesteren hebben geen invloed op de volgorde. De grootste invloed op de uitkomsten van de verschillende varianten ten opzichte van elkaar zijn de loonkosten. Zowel de inzet van kantoorpersoneel als bedienaars. Voor de berekening zijn de huidige loonsommen (incl overhead) van Waternet gehanteerd op jaarbasis. Staf, 152.000 euro en bedienaar. 107.000 euro. In de Fte berekening is rekening gehouden met de bruto/netto verhouding. Voor de investering is uitgegaan van 100% nieuwbouw, indien er nog hergebruik mogelijk is zal dit een positief effect hebben bij variant 2A en 2B. In de berekening is geen rekening gehouden met mogelijke baten.
11
7. Beoordeling van de drie opties In dit hoofdstuk beoordelen wij de 3 varianten op 9 criteria. Deze criteria zijn afgeleid van de RAMSSHEEP-methode (zie bijlage 2). Hierbij beschouwen wij de Reliability (betrouwbaarheid), Availability (beschikbaarheid), Maintainability (onderhoudbaarheid), Safety (veiligheid), Security (Beveiliging), Health (Gezondheid), Environment (Milieu), Economics (Economisch), Politics, (Politiek). De beoordeling leidt tot een score in 3 categorieën, 1) beperkt geschikt, 2) geschikt en 3) zeer geschikt.
Variant 1 Lokale bediening
Variant 2A Bediening op afstand
3 Organisatie bestaat uit genoeg FTE voor bediening van alle objecten.
2 Organisatie is kleiner dan bij variant 1 en 2B. Techniek is betrouwbaar. Bij uitval van bediencentrale(s) tijdens vaarseizoen kunnen niet alle objecten bediend blijven. 3 Door aanwezigheid van extra techniek kan er eerder ingegrepen worden bij storing. Hiermee wordt een hogere kans op beschikbaarheid bij afroep/ bedienvraag gecreeërd. 3 Meest complexe systeem van de 3, maar desondanks goed onderhoudbaar.
Betrouwbaarheid (Reliability)
Beschikbaarheid (Availability)
Onderhoudbaarheid (Maintainability)
Veiligheid (Safety)
1 Storing object wordt pas ontdekt als object op locatie gedraaid wordt. Hierdoor zal stremming langer duren als bij variant 2A.
3 Minst complexe systeem. Goed onderhoudbaar.
2 Geen ondersteunend systeem voor bedienaar beschikbaar.
3 De aanwezigheid van extra hulpmiddelen voor bediening op afstand maakt dat er veiliger bediend kan worden.
Variant 2B Bediening deels op afstand en deels lokaal 2 Organisatiegrootte is iets groter dan bij variant 2A. In geval van uitval bediencentrale(s) tijdens het vaarseizoen zal de dienstverlening iets beter dan bij variant 2A, maar niet substantieel meer. 2 Voor de objecten op de 4 verbindingsroutes en de 3 sluisjes rond de Sloterplas wordt de beschikbaarheid naar verwachting groter, voor de overige objecten is de deze gelijk aan variant 1. 3 Combinatie van lokaal en kleiner systeem van bediening op afstand. Beide goed onderhoudbaar. 2 Geen extra ondersteuning bij een aanzienlijk deel van de objecten (omdat deze lokaal bediend worden).
12
Beveiliging (Security)
Gezondheid (Health)
Milieu (Environment)
1 Geen gecentraliseerde monitoring mogelijk zonder forse extra investeringskosten.
1 In de komende jaren als gevolg van gebruik fossiele brandstoffen nog ongezonde luchtkwaliteit. Tevens blootstelling aan extreem weer, gevaarlijke verkeerssituaties en toenemend aggresssief gedrag van weggebruikers. 1 Bij volledig lokale bediening zijn de meest afgelegde km's over de weg voor bediening nodig.
1 Geen optimaal verkeersmanagement Economisch mogelijk zonder (Economics) aanzienlijke extra investeringen. 3 Niet in conflict met Politiek (Politics) bestaand beleid. totaalscore 16
3 Door monitoring van de centrale en de aangesloten objecten zijn de beveiligingsrisico's kleiner dan bij de overige varianten. 3 Bediening op afstand biedt betere mogelijkheden voor aanhouden rusttijden, benodigde ontspanning en voorkomt dat de bedienaar persoonlijk verbaal en fysiek kan worden bedreigd.
2 Door centrale monitoring van het grootste deel van de objecten zijn de beveiligingsrisico's groter dab bij variant 2A, maar kleiner dan bij variant 1. 2 Zie variant 1, maar dan in mindere mate.
3 Bij deze variant is sprake van de minst afgelegde km's over de weg.
2 Naar verwachting 65% minder afgelegde km's over de weg voor bediening nodig als bij volledig lokale bediening. 2 Optimaal verkeersmanagement mogelijk op de 4 verbindingsroutes en het kruisende wegennet. 3 Niet in conflict met bestaand beleid. 20
3 Optimaal verkeersmanagement mogelijk op grootste deel van het wegennet en de vaarwegen. 3 Niet in conflict met bestaand beleid. 26
Scoremogelijkheden: 1 = beperkt geschikt, 2 = geschikt, 3 = zeer geschikt
Tabel 1: Trade off matrix RAMSSHEEP
13
8. Kansen en risico’s
Strategisch / Toekomst bestendig
Dit hoofdstuk bevat de beoordeling van de kansen en risico’s van de 3 varianten. Deze zijn opgedeeld in en uitgewerkt voor de volgende thema’s of perspectieven Strategisch/ Toekomstbestendig, Management/ Organisatie, Economisch/ Doorstroming), Commercieel/ Uitbreiding en Financieel. Variant 1 - Lokale bediening
Variant 2A - Bediening op afstand
Biedt de kans om het traditionele beroep van brugwachter in ere te herstellen. De communicatieafdeling van Waternet geeft aan dat een groot deel van de Amsterdammers de brugwachter waarderen.
De infrastructuur biedt brede mogelijkheden om in te springen op ontwikkelingen op bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, monitoring van installaties, innovatieve technologieën en de te verwachten groei van het vaarwegverkeer. Het voor handen hebben van een of meerdere bediencentrales biedt kansen om andersoortige objecten, zoals bijvoorbeeld noodkeringen te bedienen.
Variant 2B - Deels op afstand en deels lokale bediening De infrastructuur biedt brede mogelijkheden om in te springen op ontwikkelingen op bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, monitoring van installaties, innovatieve technologieën en de te verwachten groei van het vaarwegverkeer. Minder blootstelling aan schadelijke stoffen doordat bedient wordt vanuit een klimaaten luchtkwaliteitgecontroleerde omgeving.
Biedt de meeste mogelijkheden om onder meer op basis van beschikbaarheid personeel en behoefte vanuit de klant keuzes te maken en medewerkers op de meest efficiënte wijze in te zetten.
Biedt mogelijkheden om onder meer op basis van beschikbaarheid personeel en behoefte vanuit de klant keuzes te maken en medewerkers op de meest efficiënte wijze in te zetten.
Aansluiting bij landelijke trend/kennisplatforms. Minste blootstelling aan schadelijke stoffen doordat bedient wordt vanuit een klimaaten luchtkwaliteitgecontroleerde omgeving.
Aansluiting bij landelijke trend/kennisplatforms Inzet van systeemmonitoring zorgt een (deels) beter inzicht in het aantal draaibewegingen en aantal passerende voer- en vaartuigen. Dit maakt door de organisatie heen beter onderbouwde besluitvorming mogelijk. Toepassing van bedienvorm per gebied, afgestemd op wens vaarweggerbuiker van vaarroute.
Het niet voldoen aan de lopende overeenkomst met de Provincie Noord-Holland betreffende de Blauwe Golf, zal zonder extra investering blijven bestaan. Biedt in de basis meer stabiliteit/ zekerheid qua bezettingsbehoefte en -planning.
Management / Organisatie
Geen aansluiting bij landelijke trend/kennisplatforms. Blootstelling aan schadelijke stoffen op locaties met slechte luchtkwalilteit.
Meeste bedienaars nodig. Er is nu al schaarste om bedienend personeel te vinden. Dit wordt naar verwachting nog lastiger in de toekomst.
Veel aanpassingen in openbare ruimte nodig, mogelijk problemen te verwachten bij vergunningsplichtig deel. Doordat op veel verschillende locaties wordt bediend neemt de kans op het ervaren van persoonlijk verbaal en/ of fysiek geweld voor bedienaar toe. Blootstelling aan schadelijke stoffen op locaties met slechte luchtkwalilteit.
Inzet van systeemmonitoring zorgt voor beter inzicht in het aantal draaibewegingen en aantal passerende voer- en vaartuigen. Dit maakt door de organisatie heen beter onderbouwde besluitvorming mogelijk. Meer flexibiliteit in bedientijden objecten i.c.m. Inzet medewerkers. Meer controle voor management mogelijk doordat er op en vanuit een berperkt aantal locaties wordt gewerkt. Te veel focus op centralisering, waardoor back-upplan vertroebeld of wordt vergeten.
14
Economisch / Doorstroming Financieel
Commercieel / Uitbreiding
Door het grote aantal verkeersbewegingen die bedienaren moeten maken, wordt het risico op vertraging in bediening groter.
Door het grote aantal benodigde locaties is de kans op onvoldoende beschikbaarheid (huur)aanbod groter. Dit kan mogelijk tot aanzienlijke extra kosten leiden. Doorlopende kosten vanwege bestaande overeenkomst voor glasvezel, waar geen gebruik van wordt gemaakt.
Centrale bediening biedt de beste kansen om voor het grootste deel van het areaal een verkeersmanagementsysteem te implementeren en te gebruiken. Minder CO2 uitstoot door kortere wachttijden, zolang er nog gemotoriseerd verkeer met fossiele brandstoffen rijdt. Aanwezige techniek biedt de mogelijkheid om de dienstverlening van brug- en sluisbediening verder uit te breiden. Dit creëert kansen om samen met of voor andere relaties objecten te bedienen.
Biedt kansen om voor een deel van het areaal een verkeersmanagementsysteem te implementeren en te gebruiken.
Aanwezige techniek biedt de mogelijkheid om de dienstverlening van brug- en sluisbediening verder uit te breiden. Dit creëert kansen om samen met of voor andere relaties objecten te bedienen.
Kostenbesparing mogelijk door voor de bediencentrale(s) gebruik te maken van (bestaande) bouw/ locatie(s) die in eigendom zijn.
Kostenbesparing mogelijk door voor de bediencentrale(s) gebruik te maken van bestaande bouw/ locatie(s) die in eigendom zijn.
Verwachting is dat het bestaande glasvezelnetwerk geheel gebruikt zal worden.
Verwachting is dat het bestaande glasvezelnetwerk grotendeels gebruikt zal worden. Relatief veel kosten en organisatie om de ver gelegen locaties (van Noord Hollandsch kanaal tot Weesp) te bedienen zonder ingerichte voorzieningen.
Tabel 2: Kansen in het groen, risico’s in het rood
15
9 Geleerde lessen Medio 2022 is, na grondig onderzoek het besluit genomen de Centrale Object Bediening uit te schakelen. Dit hoofdstuk beschrijft de geleerde lessen op gebied van techniek en richtlijnen, ervaringen vanuit recentelijk opgeleverde bediencentrales, lokaal versus centraal bedienen, benodigde expertise, keten integratie (bediening, assetmanagement en onderhoud), human resourcemanagement en maatschappelijke impact.
9.1 Cybersecurity De gebruikte technologie voor de Centrale Object Bediening is meer dan 10 jaar oud. Ten tijde van het ontwerp stond Cybersecurity nog in de kinderschoenen en was het risico op een hack minimaal. In de ontwerpfase is indertijd wel gebruik gemaakt van security-bydesign1, maar door het ontbreken van eenduidige richtlijnen en normen is er op basis van best practice2 gehandeld. Door de jaren heen is de kans op een Cybersecurity gerelateerd incident aanzienlijk gegroeid. Met tot gevolg dat de ontwikkeling van richtlijnen en nieuwe standaarden in een stroomversnelling terecht zijn gekomen. zoals de CyberSecurity ImplementatieRichtlijn (CSIR) voor de (object)beveiliging en ISO/IEC 27001 voor de informatiebeveiliging. Door deze toe te passen wordt de kans op een (cyber gerelateerd) incident geminimaliseerd. 1: Bij security by design wordt er vanaf de ontwerpfase tot en met de realisatie van een dienst, systeem
of applicatie nagedacht over de beveiliging van gegevens; 2: Een methode of techniek waarvan door onderzoek en ervaring is bewezen dat het de meest effectieve of efficiënte benadering is in een bepaald gebied of een bepaalde context. Best practices volgt geen vaste of statische regels.
9.2 Overige bediencentrales Er zijn diverse overheidsorganisaties waar een (of meerdere) functionerende bediencentrale(s) voor bruggen en sluizen recentelijk in gebruik genomen. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
De Provincie Noord-Holland met een bediencentrale in Heerhugowaard; De Provincie Friesland heeft in Leeuwarden bediencentrale ‘It Swettehûs’; De gemeente Nieuwegein heeft de Bediencentrale Nieuwegein.
Met het COB liep Amsterdam voorop en heeft ze veel uit moeten proberen, met de keuze voor een nieuw te bouwen centralen kunnen we aansluiten op wat er al ontwikkeld is en gebruik maken van bewezen techniek.
9.3 Bedienen lokaal vs centraal De ervaring van zowel ter plaatse als op afstand bedienen heeft geleerd dat alleen centrale bediening voor elke object op elk moment van de dag niet direct de beste optie is. Onder bepaalde omstandigheden kan bediening ter plaatse van een specifieke object voor een korte of langere periode (bv de piekuren van de recreatievaart) de voorkeur genieten. In de afweging voor het aantal bedienplekken en het aantal aan te sluiten objecten dienen de volgende aspecten tegen elkaar moeten worden afgewogen:
Type vaarweg en vaarweggebruikers
16
Omgeving o waar ligt het object tov de bediencentrale o positie van het object in het verkeersnetwerk (relatie weg – water) In of buiten het vaarseizoen Weersomstandigheden (gladheid, mist e.d.) 24/7 bediening
In de afgelopen periode is gebleken dat het lokaal bedienen van een intensief gebruikte sluis in de zomerperiode ten behoeve van de recreatievaart, efficiënter is dan centraal bedienen. Door meerdere bediendesks op de centrale bezet te houden voor ‘pleziervaart-sluisjes’ is er minder capaciteit (desks) beschikbaar op de doorgaande routes voor de beroepsvaart. Het is kostenefficiënter om in die periode die objecten lokaal te bedienen in plaats van het bijplaatsen van bedien desks in de centrale aangezien deze in de wintermaanden niet gebruikt worden.
9.4 Maatschappelijk Belang In hoofdstukken 7 en 8 is het maatschappelijke belang van lokale bediening nog niet voldoende belicht. De bedienaar op locatie biedt meerwaarde voor zowel bewoners als gebruikers. Deze aanspreekbaarheid stelt mensen in staat om informatie op te vragen en draagt bij aan de sociale veiligheid. Daarnaast biedt de bedienaar belangrijke ondersteuning aan recreatieve gebruikers, die vaak niet bekend zijn met de procedures rondom het passeren van een brug of sluis. Ook kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan met zwemmers en jongeren die in het water springen vanaf nabijgelegen objecten. In zulke gevallen kan de lokale aanwezigheid helpen om de veiligheid te waarborgen. Bovendien kan een bedienaar ook ondersteuning bieden bij het dagelijkse onderhoud. Door ter plaatse te zijn, kunnen ze luisteren naar de geluiden van het object tijdens de bediening.
9.5 Keten integratie Bij de nadere uitwerking van bediening op afstand dient de expertise en de rol- en taakverdeling van de ‘keten’ in elk fase van de ontwikkeling geborgd te worden. Dus van ontwerp t/m overdracht aan de beheerorganisatie. Het creëren van een gemeenschappelijk draagvlak is essentieel (van bediening, onderhoud tot assetmanagement). Om te voorkomen dat de oplossing na oplevering niet voldoet. In geval van een keuze voor lokale bediening zal het te doorlopen proces minder complex zijn en heeft de huidige afdeling brug- en sluisbediening een belangrijke rol. Hierbij gaat het om het omzetten van de huidige noodvoorzieningen in een definitieve invulling.
17
Aanbeveling In deze ‘Notitie bediening bruggen en sluizen 2025-2050’ zijn feitelijk 2 varianten; lokaal op het object en centraal vanuit een of meerdere centrale beschreven. Voor de variant bedienen vanuit de centrale zijn er 2 sub varianten uitgewerkt namelijk, zo veel mogelijk centraal en hybride (meer lokaal dan centraal). In onderstaande tabel staan de aantallen opgenomen waar van uitgegaan is. Varianten
bedienvorm
Variant 1 Variant 2A Variant 2B
Lokaal Centraal Hybride
Aantal Toelichting Lokaal centraal 84 30 54 Vanuit bediencentrale, lokaal + seizoensgebonden 46 38 Vanuit bediencentrale, lokaal + seizoensgebonden
Deze varianten zijn op basis van verschillende criteria tegen elkaar afgewogen, verder is er een kostenberekening gemaakt op basis van kentallen over een periode van 25 jaar. En zijn de kansen en risico’s per variant in beeld gebracht. Variant 1, lokaal bedienen; blijven doen wat je deed en krijgen wat je kreeg. Doorgaan op huidige bedienwijze dus handmatig blijven bedienen van het hele areaal. Variant 2A komt bij vrijwel alle criteria van de RAMSSHEEP-methode (zie Tabel 1: Trade off matrix RAMSSHEEP) en bij de thema’s van de kansen en risico’s (zie Tabel 2), als meest geschikt naar voren. Deze optie biedt de meeste mogelijkheden voor een optimale invulling van zowel een vlotte als veilige bediening van de Amsterdamse bruggen en sluizen. Tevens biedt deze optie de beste kansen om invulling te geven aan de gestelde doelen in de Mobiliteitsvisie 2050 van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Variant 2B verschilt niet heel veel van 2A behalve de flexibiliteit van de exploitatie die wat lastiger in geld is uit te drukken, bij beide opties worden er nog steeds ook bruggen en sluizen lokaal bediend.
Er is in 2B onderzocht of met minder objecten standaard te bedienen op afstand en meer lokaal op sommige momenten in het jaar, denk aan bij drukte in de zomer lokaal vanwege veel aanbod maar op afstand in de winter omdat er dan vrijwel geen pleziervaart is, er een aantrekkelijk alternatief zou ontstaan. Variant 2B heeft in maatschappelijk opzicht wel degelijk pluspunten en ook uit het oogpunt van bedrijfsvoering. Als we vanuit het economisch aspect (RAMSSHEEP) en de strategische en toekomstbestendige kansen de scenario’s beschouwen zijn de varianten 2A&B het beste. Stel dat er vanuit de Mobiliteitsvisie in de komende 10 jaar de duur van bedientijden hoger wordt, of er worden in Amsterdam straks meer bruggen op afstand bediend, dan is dat te realiseren met een bediencentrale in combinatie met lokaal bedienen. De combinatie van objecten op afstand bedienen en een aantal lokaal biedt ook de mogelijkheden om gebiedsgericht te bepalen waar je lokaal gaat bedienen. Uit de bewoners en gebruikers horen wij terug, dat een fysieke aanwezigheid zeker in de zomermaanden, als positief wordt ervaren. De bedienaar is aanspreekpunt voor sociale veiligheid rondom een brug of sluis en kan ook de “onervaren” vaarweggebruiker assisteren (als steward).
18
Op basis van het huidige kostenmodel is variant 2A over een periode van 25 jaar financieel het meest aantrekkelijk. De investeringskosten zijn hoger dan bij 2B, maar de operationele jaarlijkse kosten (oa personeelslasten) zijn lager. Disclaimer: Het huidige model is gebaseerd op kentallen, expert judgement en inschattingen, in het vervolg onderzoek moet hier meer detail en onderbouwing aan toegevoegd worden. Bijvoorbeeld mbt, aantallen bediendesks, aansluitingen van objecten en het optimaliseren van de inzet van personeel.
Totale kosten
NCW
Variant 1 € 312.751.138 € 239.906.181 Variant 2A € 293.993.194 € 225.742.053 Variant 2B € 311.429.707 € 239.064.003 Tabel 1: vergelijking per variant (bedragen zijn indicatief)
Investering jr 1 0,4 miljoen 12 miljoen 9,3 miljoen
Variant 1, lokaal bedienen, heeft beperkte investeringskosten, het zijn met name de loonkosten die het totaal bepalen. Variant 2A en 2B vragen beide om een investering in jaar 1, tbv de centrale, de loonkosten zijn lager dan bij 1.
VOORKEURVARIANT 2B Het projectteam adviseert om verder te gaan met de ontwikkeling van variant 2B. Hoewel deze variant bij de RAMSSHEEP (iets) lager scoort, biedt ze op het gebied van kansen en toekomstperspectieven de meeste mogelijkheden. Variant 2B zorgt voor meer flexibiliteit voor vaarweggebruikers en stelt ons in staat om per gebied of vaarroute een passende bedieningsvorm te faciliteren. Dit houdt in dat we lokaal kunnen werken waar nodig en op afstand daar waar economische belangen belangrijk zijn. Bovendien biedt deze variant kansen om medewerkers de mogelijkheid te geven om hun voorkeur voor bedieningsvormen in te vullen. In een vervolgopdracht moet worden vastgesteld welke van de 84 objecten op de centrale aangesloten zullen worden en onder welke voorwaarden. De criteria hiervoor omvatten onder andere: -
vaarroute, intensiteit gebruik (openingen per jaar), Afstand tot de centrale of tot een Voorzieningenpost Lokale bediening, in relatie tot reistijden en maatschappelijke waarde.
Het vervolg onderzoek moet duidelijkheid geven over:
Aantal en welke bruggen en sluizen aangesloten worden. Aantal bedienlocaties Aantal bediendesks Benodigd personeel Koppeling met de verkeerscentrale Amsterdam Mogelijkheden voor het bedienen van objecten binnen de grenzen van Amsterdam (RWS, Prorail) kosten en opbrengsten
19
Bijlagen
20
Bijlage 1 - Objectenlijst Objectnaam Akersluis
Brugsluisnummer
Optie 1 Optie 2 Optie 3
SLU0102
Beltbrug
BRU0324
Berlagebrug
BRU0423
Betonsluis (objecten Groene Tunnel Noord-West)
SLU0124
Bongerdbrug
BRU1797
Buiksloterdraaibrug
BRU2205
Commandantsbrug (Marineterrein)
BRU2361
Duivendrechtsebrug
BRU1267
Gerben Wagenaarbrug
BRU0357
Han Lammersbrug
BRU2202
Hogesluisbrug
BRU0246
Hollandse Iepbrug
BRU2240
Hortusbrug
BRU0239
Ijdockbrug
BRU1927
Ijdoornlaanbrug Jip Golsteijnbrug
BRU0970 BRU0968
Kadoelenbrug
BRU1787
Kattenslootbrug
BRU0155
Kinkerbrug
BRU0266
Kortjewantsbrug
BRU0487
Latjesbrug
BRU0050
M. S. Vaz Diasbrug
BRU0238
Magere brug
BRU0242
Mariniersbrug Meeuwenpleinbrug
BRU0272 BRU0491
Mr. J. J. van der Veldebrug
BRU1939
Nieuwe Amstelbrug
BRU0101
Nieuwe Meerschutsluis
SLU0109
Nijlpaardsluis (objecten Groene Tunnel Zuid-West)
SLU0121
NSM-brug
BRU0356
Omvalbrug
BRU0429
Oosterdoksbrug
BRU0485
Oosterdoksdraaibrug
BRU2270
Overtoomsesluisbrug
BRU0199
Riekerhavenbrug
BRU0307
Scharrebiersluisbrug
BRU0278
Slotermeerschutsluis
SLU0111
Sluishuisbrug
BRU2023
Sluishuissluis
SLU0123
Solitudobrug Steigereiland brug
BRU2190
Steigereiland Sluis
SLU0122
Theo Fransmanbrug (Kadoelen)
BRU1788
Theophile de Bockbrug
BRU0360
BRU2038
Torontobrug
BRU0350
Uiverbrug
BRU2208
21
Van Hallbrug
BRU0171
Walter Suskindbrug
BRU0237
Westlandgrachtschutsluis
SLU0118
Westerdoksluisbrug
BRU0314
Westerkeersluisbrug
BRU0346
Wiegbrug
BRU0173
Willemsbrug
BRU0151
Zeilstraatbrug IJszeebrug (aka: vanNoordtbrug)
BRU0348 BRU0345
Cor Thesingbrug (aka: Le Mairebrug en Noordpoolbrug) BRU0349 Buysbrug
BRU1972
Jan van Galenbrug
BRU0382
Zoutkeetsbrug
BRU0318
Petemayenbrug
BRU0317
Zandhoeksbrug/Realengrachtbrug
BRU0316
Drieharingenbrug
BRU0320
Sloterdijkerbrug
BRU0321
Bullebakbrug
BRU0149
Binnen Dommerstraatbrug
BRU0148
Oranjebrug
BRU0146
Lijnbaangrachtbrug (aka: Willemsstraat / Ouwe Fransenbrug) BRU0142 Kikkerbilsluisbrug (aka: Kikkerbilbrug)
BRU0279
Peperbrug (aka: Peperstraatbrug)
BRU0281
Ezelsbrug
BRU1904
Nijlpaardenbrug
BRU1907
Werkspoorbrug (aka: Storkbrug)
BRU2103
Druivenbrug
BRU1796
Wasknijper brug
BRU0177
Haarlemmervaartbrug
BRU0193
Pelikaanbrug (aka: NIeuwe Vaart)
BRU0277
Kattenburgerbrug
BRU0274
Zorgvliedschutsluis
SLU0115
Amstelsluizen (aka: Amstelschutsluis)
SLU0101
Lange Vechtbrug Sluisbrug Weesp Zwaantjesbrug Weesp Roskambrug De Uitkomst (aka: de Uitkomstbrug)
Object kan op afstand bediend worden.
22
Bijlage 2 - RAMSSHEEP Betrouwbaarheid Betrouwbaarheid is de kans op niet-falen gedurende een bepaalde periode. De faalfrequentie is een maat voor betrouwbaarheid. Betrouwbaarheid geeft de kans weer dat een functie niet uitvalt bij gebruik over een bepaalde periode.
Beschikbaarheid De waarschijnlijkheid dat de vereiste functie op een willekeurig moment kan worden uitgevoerd onder gegeven omstandigheden.
Onderhoudbaarheid De waarschijnlijkheid dat de activiteiten voor onderhoud mogelijk zijn binnen de hiervoor vastgestelde tijden, onder gegeven omstandigheden om te vereiste functie te kunnen (blijven) vervullen.
Veiligheid Het vrij zijn van onaanvaardbare risico’s in termen van letselschade aan mensen.
Beveiliging Onder beveiliging wordt de veiligheid van een systeem met betrekking tot vandalisme en onredelijk menselijk gedrag verstaan. Hieronder vallen onder meer terroristische aanslagen en andere vormen van sabotage.
Gezondheid Onder gezondheid wordt een gevoel van welzijn verstaan, zowel in lichamelijk, geestelijk als maatschappelijk opzicht. Of iemand zich gezond voelt is een subjectief oordeel. Toch bestaat er in grove lijnen wel overeenstemming over wat gezond is en wat niet. In de arbeidsomstandighedenwet zijn de kaders voor gezond werken vastgelegd.
Milieu Hierbij wordt beoordeeld welke impact op het milieu te verwachten valt bij de uitvoering van elk van de scenario’s. Deze belasting in verband met benodigde bedrijfsmiddelen, verblijfruimtes, energiebehoefte en dergelijke wordt beoordeeld op CO2-uitstoot en circulariteit.
Economie Met economie wordt het verband bedoeld dat bestaat tussen kosten en waarde.
Politiek Dit aspect geeft aan dat niet alle besluitvorming is gebaseerd op de rationele afwegingen van voorgaande aspecten, maar dat er ook vaak politieke afwegingen worden gemaakt.
23
Bijlage 3 – totaal aantal beweegbare objecten Amsterdam
Aantallen d.d. september 2023 volgens V&OR
0
Bijlage 4 kosten sheet per variant Kosten variant 1 Investeringskosten
€ 375.000 Kosten per eenheid
Aantal
Investering kosten voorzieningen Verblijfruimtes
€
25.000
Vaste kosten
€ 8.819.506 Kosten per eenheid Opp
15 €
Aantal
Beheer en onderhoud Beheer en onderhoudskosten
€
2.000.000
Personeelskosten FTE Kantoor FTE Brug- en sluisbediening Kosten zomer personeel
€ € €
152.000 107.000 45
Kosten voorzieningen per jaar Huur centrale Huur verblijfsruimte
€ €
400 400
Totaal € 375.000
16 21
375.000
Totaal €
-
0 €
-
€
8.693.506
10,24 € 57,53 € 21810 €
1.556.480 6.155.591 981.435
€
126.000
0 € 15 €
126.000
1
Kosten variant 2A Investeringskosten
€ 12.032.000 Kosten per eenheid
Aantal
Investeringskosten centrale Ontwerp PA-apparatuur Bediencentrale Extra bedienplekken Inrichting bediencentrale
€
41.000
Investeringskosten objecten
Totaal € 9.822.000 € € € 9 € €
500.000 7.822.000 3.542.000 369.000 1.500.000
€
2.160.000
54 € 54 €
1.620.000 540.000
€
50.000
2 €
50.000
Nieuwe aansluiting Apparatuur per object Aansluiten en testen
€ €
30.000 10.000
Investering kosten voorzieningen Verblijfruimtes
€
25.000
Operationele kosten
€ 6.244.137 Kosten per eenheid Opp Aantal
Beheer en onderhoud Ontwerp
€
2.000.000
Personeelskosten FTE Kantoor personeel FTE Brug- en sluisbediening Kosten zomer personeel
€ € €
152.000 107.000 45
Kosten voorzieningen per jaar Huur centrale Huur verblijfsruimte
€ €
400 400
16 10
Totaal € 2.000.000 1 €
2.000.000
€
4.140.137
7,04 € 24,53 € 9889 €
1.070.080 2.625.067 444.990
€
104.000
15 € 2 €
96.000 8.000
2
Kosten variant 2B Investeringskosten
€ 9.283.000 Kosten per eenheid
Aantal
Investeringskosten centrale Ontwerp PA-apparatuur Bediencentrale Extra bedienplekken Inrichting bediencentrale
€
41.000
Investeringskosten objecten
Totaal € 7.588.000 € € € 4 € €
400.000 5.688.000 2.680.000 164.000 1.500.000
€
1.520.000
38 € 38 €
1.140.000 380.000
€
175.000
7 €
175.000
Nieuwe aansluiting Apparatuur per object Aansluiten en testen
€ €
30.000 10.000
Investering kosten voorzieningen Verblijfruimtes
€
25.000
Vaste kosten
€ 7.221.166 Kosten per eenheid Opp
Aantal
Beheer en onderhoud Ontwerp
€
2.000.000
Personeelskosten FTE Kantoor FTE Brug- en sluisbediening Kosten zomer personeel
€ € €
152.000 107.000 45
Kosten voorzieningen per jaar Huur centrale Huur verblijfsruimte
€ €
400 400
16 10
Totaal € 2.000.000 1 €
2.000.000
€
5.154.766
7,68 € 29,37 € 18776 €
1.167.360 3.142.471 844.935
€
66.400
6 € 7 €
38.400 28.000
3