CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Beantwoording voor wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 1 januari 2026.pdf

RAAD 10 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de stukken ter wijziging van de Huisvestingsverordening, de legesverordening en leegstandverordening per 1 januari 2026 (VN2025-011930)28.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam 2026 Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2026

Inhoudsopgave 1 Inleiding

6

2 Woonruimteverdeling in de Huisvestings­verordening

8

2.1 Toewijzen betaalbare koop 2.1.1 Aandachtspunten van organisaties 2.1.2 Doelgroep van de pilot 2.1.3 Zorgen over betaalbaarheid 2.1.4 Leeftijdslimiet 2.1.5 Suggesties voor andere vorm van betaalbare koop

9 9 9 10 10 10

2.2 Herziening toewijzingsregels woonwagens 2.2.1 Belang van wonen in familieverband 2.2.2 Niet eens met de voorgestelde wijzigingen 2.2.3 Meer woonwagenstandplaatsen nodig

10 11 11 11

2.3 Aanpassing beroepsgroepenregeling  2.3.1 Aandachtspunten organisaties 2.3.2 Doelgroep van de regeling 2.3.3 Minder regels rondom nieuwbouw 2.3.4 Clustering doelgroepen 2.3.5 Wisselen van beroep  2.3.6 Willekeur  2.3.7 Bredere toegang betaalbaar wonen 2.3.8 Parkeervergunningen 2.3.9 Passendheid 2.3.10 Woonplaats doelgroep

12 12 13 13 13 13 13 13 13 14 14

2.4 Directe bemiddeling bij verhuisregelingen 2.4.1 Positieve reacties over het voorstel  2.4.2 Voorwaarden inzetten directe bemiddeling 2.4.3 Gelijke huurprijs 2.4.4 Kosten huur 2.4.5 Kritische blik op vierkante meters 2.4.6 Verhuisregeling voor huurders van particuliere huurwoningen 2.4.7 Hulp bij verhuizing 2.4.8 Bouwen 2.4.9 Verhuizing vanuit een andere stad 2.4.10 Woningen in de buurt 2.4.11 Verhuizing naar omliggende gemeenten 2.4.12 Platform voor woningruil

14 14 15 15 15 15 16 16 16 16 16 16 16

2.5 Uitbreiden voorrang voor gezinnen met doelgroepencontract 2.5.1 Positief over voorgestelde wijziging 2.5.2 Alleen steun voor deze groep  2.5.3 Geen hulp bieden aan grote gezinnen 2.5.4 Volwassen kinderen in huis 2.5.5 Ook aandacht voor andere doelgroepen 2.5.6 Stop met 40-40-20 2.5.7 Nadruk op bouwen

17 17 18 18 18 19 19 19

Nota van beantwoording

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

2

2.6 Herziening voorrangsregels rolstoelwoningen 2.6.1 Ongewenste effecten tegengaan en slagingskansen vergroten 2.6.2 Dringende status voor gezinnen met meerdere kinderen in een rolstoel 2.6.3 Schrappen voorrangsregel  2.6.4 Voorstel verschuift probleem 2.6.5 Behoud autonomie privaat eigendom en rechten 2.6.6 Rolstoelwoningen alleen voor rolstoelgebruikers 2.6.7 Bouw meer woningen 2.6.8 Rolstoelwoningen vaak te klein 2.6.9 Rolstoellabel niet duidelijk op WoningNet 2.6.10 Toewijzing op basis van behoeften 2.6.11 Positief over voorgestelde wijzigingen

19 19 20 20 20 20 20 21 21 21 21 21

2.7 Aanpassen weigeringsgrond urgentie aantal wachtpunten 2.7.1 Positieve inspraakreacties 2.7.2 Bepalen puntenaantal 2.7.3 Evaluatie van de nieuwe woonruimteverdeling 2.7.4 Kritiek op puntensysteem 2.7.5 Oplossen scheefwonen 2.7.6 Nadruk op bouwen 2.7.7 Kritiek op urgentie(voorwaarden) 2.7.8 25% vrij toewijzen 2.7.9 Meer urgenties toewijzen 2.7.10 Voorrang voor Amsterdammers 2.7.11 Kritiek op bepalen punten 2.7.12 Voorstel om het systeem te bespreken 2.7.13 Tegen het voorstel 

22 22 22 22 22 23 23 23 23 24 24 24 24 24

3 Woonruimtevoorraad in de Huisvestings­verordening 3.1 Beperken groei aantal tweede woningen 3.1.1 Reacties van organisaties  3.1.2 Negatieve reacties van particulieren 3.1.2.1 In strijd met het eigendomsrecht 3.1.2.1 Het gaat om heel weinig woningen 3.1.2.2 Woningtekort op een andere manier oplossen 3.1.2.3 Fiscale maatregelen  3.1.2.4 Beperken van tweede woningen remt de economie  3.1.2.5 Inschrijving in Amsterdam  3.1.2.6 Discriminatie  3.1.2.7 Minder regeldruk 3.1.2.8 Beperk alleen het lagere segment tweede woningen 3.1.3 Positieve reacties van particulieren 3.1.3.1 Groot deel van de insprekers is het eens met het voorstel  3.1.3.2 Het voorstel gaat niet ver genoeg  3.1.4 Overige reacties van particulieren 3.1.4.1 Recreatiewoning elders in Nederland 3.1.4.2 Vakantieverhuur 3.1.4.3 Bewoningsplicht  3.1.4.4 Vergunning koppelen aan persoon in plaats van woning  3.1.4.5 Ruimte te kort in woning Amsterdam  3.1.4.6 Overgangsrecht voor nog op te leveren nieuwbouw 3.1.4.7 Criterium voor mantelzorg uitbreiden  3.1.4.8 Gepensioneerden 3.1.4.9 Woonspeculatie tegengaan 3.1.4.10 Voordeurdelers worden gestraft 

Nota van beantwoording

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

25 25 26 27 27 27 27 27 28 28 28 28 28 28 28 29 29 29 29 29 29 29 30 30 30 30 30

3

3.2 Escalatieladder en strengere maatregelen vakantieverhuur  3.2.1 Reactie Amsterdam Gastvrij 3.2.1.1 Mate van vakantieverhuur is laag 3.2.1.2 Onderbouwing maatregelen 3.2.1.3 80% regel ongegrond 3.2.1.4 Wacht op betere informatie van verhuurplatforms vanaf mei 2026 3.2.1.5 Overgangstermijn en vergunningsperiode 3.2.1.6 Vergunningtermijn naar twee jaar 3.2.1.7 Doelgerichte aanpak bij overlast 3.2.1.8 De-escaleren: regels verruimen 3.2.1.9 Onderzoek naar alternatieve maatregelen 3.2.1.10 Risico op onbedoelde overtredingen 3.2.1.11 Geen belangenafweging 3.2.2 Reactie Airbnb 3.2.2.1 Geen oplossing voor overtoerisme 3.2.2.2 Vakantieverhuur niet de oorzaak woningcrisis 3.2.2.3 Vakantieverhuur geen oorzaak overlast 3.2.2.4 Onvoldoende onderbouwing voor maatregelen 3.2.2.5 Beperking vakantieverhuur nadelig voor gezinnen 3.2.2.6 Negatieve gevolgen voor verhuurders 3.2.2.7 Verlaging zorgt niet voor spreiding 3.2.3 Reactie Koninklijke Horeca Nederland 3.2.3.1 Handhaving schiet tekort 3.2.3.2 Oneerlijke concurrentie 3.2.3.3 Vakantieverhuur legt druk op de woningmarkt 3.2.3.4 Effectievere en centraal beheerde registratie 3.2.3.5 Algeheel verbod op vakantieverhuur 3.2.4 Reactie Home Exchange 3.2.4.1 Vakantie-woningruil via Home Exchange is fundamenteel anders dan vakantieverhuur 3.2.4.2 Vakantie-woningruil is een sociaal

initiatief niet gebaseerd op winst 3.2.4.3 Vakantie-woningruil is een duurzame alternatief voor toerisme 3.2.4.4 Vakantie-woningruil is niet bron van overlast 3.2.5 Individuele reacties over vakantie-woningruil 3.2.5.1 Vakantie-woningruil maakt vakantie voor mensen met kleine beurs mogelijk 3.2.6 Individuele reacties over vakantieverhuur 3.2.6.1 Positief over tijdelijk beperken van vakantieverhuur in de wijken met overlast 3.2.6.2 Nog strengere maatregelen wenselijk 3.2.6.3 Er worden te veel vakantieverhuurvergunningen afgegeven per jaar 3.2.6.4 Hoe hoger de hypotheeklast, hoe meer dagen vakantieverhuur toestaan

30 31 31 32 33 33 34 34 34 34 34 35 35 35 35 36 36 36 36 37 37 37 37 37 38 38 38 39

3.3 Herziening splitsingsbeleid 3.3.1 Makelaars Vereniging Amsterdam 3.3.2 Stichting !WOON 3.3.3 Erfpacht 3.3.4 Houdbaarheidstermijn van rapporten 3.3.5 Maak de gehele VVE in plaats van één VVE lid verantwoordelijk voor het casco van het gebouw bij ondersplitsing 3.3.6 Opschorting vastleggen in Huisvestings­verordening en rapporten later inleveren 3.3.7 Verschillen in uitvoering per stadsdeel 3.3.8 Bouwkundig rapport 3.3.9 Gedragscode splitsen met huurders 3.3.10 Splitsen sociale huurwoningen 3.3.11 Woningvormen 3.3.12 Maak het simpeler

41 42 42 42 42

Nota van beantwoording

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

39 39 40 40 40 40 40 40 41 41 41

43 43 43 43 43 44 44 44

4

3.4 Overige zienswijze woonruimtevoorraad 3.4.1 AOW’ers die om financiële redenen apart blijven wonen 3.4.2 Inwoning, hospitaverhuur en leefbaarheid

Bijlage 1 – Overzicht inspraakreacties

Nota van beantwoording

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

44 44 45

46

5

1

Inleiding

Het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) heeft op 23 mei 2025 het wijzigingsvoorstel voor de Huisvestings­verordening Amsterdam 2024 (hierna: Huisvestings­verordening) vrijgegeven voor inspraak. De Huisvestings­ verordening bevat regels over alle Amsterdamse woningen. Deze verordening beschermt de woning­ voorraad en de leefbaarheid in de Amsterdamse buurten. Daarnaast zorgt deze verordening voor een eerlijke verdeling en toewijzing van sociale- en middeldure huurwoningen. Een Huisvestings­ verordening heeft een geldigheidstermijn van ten hoogste vier jaar en wordt elk jaar gewijzigd op bepaalde onderdelen. De Huisvestings­verordening is op 1 januari 2024 vastgesteld en is voor het laatst op 1 januari 2025 gewijzigd. De voorgestelde wijzigingen in de Huisvestings­ verordening per 1 januari 2026 betreffen onder andere: • Beperken van de groei van tweede woningen (pied-à-terres) door invoering van een vergunning­ plicht, zodat meer woningen daadwerkelijk bewoond worden. Op dit voorstel zijn 225 inspraakreacties binnengekomen. • Invoering van een escalatieladder bij vakantie­ verhuur, met strengere maatregelen in wijken met veel overlast, waaronder het terugbrengen van het aantal nachten van 30 naar 15 en, indien nodig, een tijdelijk verbod. Op dit voorstel zijn 253 inspraakreacties binnengekomen.

• Pilot betaalbare koop (Koopstart), waarbij koopstarters tegen een lagere prijs kunnen instappen, met een terugbetaalregeling en specifieke toewijzing aan maatschappelijke beroepsgroepen zoals zorg, onderwijs en politie. Op dit voorstel zijn 127 inspraakreacties binnengekomen. • Herziening van de toewijzingsregels voor woonwagens, waarbij de begrippen ‘spijtoptant’ en ‘repatriant’ worden gehanteerd en de plaatsing in categorie ‘overig’ wordt beperkt. Op dit voorstel zijn 19 inspraakreacties binnengekomen. • Aanpassing van de beroepsgroepenregeling, zodat woningen die door of voor specifieke beroepsgroepen worden ontwikkeld, ook daadwerkelijk aan die beroepsgroepen kunnen

Nota van beantwoording

worden toegewezen. Op dit voorstel zijn 85 inspraakreacties binnengekomen. • Directe bemiddeling bij verhuisregelingen zodat corporaties deelnemers actief een woning kunnen aanbieden (onderdeel van het Doorstroom­ offensief).Op dit voorstel zijn 90 inspraakreacties binnengekomen. • Uitbreiden voorrang voor gezinnen met doel­ groepencontract, door uitbreiding van voorrang voor gezinnen met acht of meer personen en ondersteuning bij verhuizing en verhuiskosten­ vergoeding (eveneens onderdeel van het Doorstroomoffensief). Op dit voorstel zijn 45 inspraakreacties binnengekomen. • Herziening van de voorrangsregels voor rolstoel­ woningen, door het schrappen van de voorrang voor gezinnen met drie kinderen en het creëren van extra kansen voor gezinnen met meerdere rolstoelgebruikers. Op dit voorstel zijn 49 inspraak­ reacties binnengekomen. • Herziening van het splitsingsbeleid, waarbij regels voor kadastrale splitsing worden verduidelijkt, gewijzigd of geschrapt, zodat de kwaliteitseisen voor woningen beter aansluiten op de heden­ daagse praktijk. Op dit voorstel zijn 52 inspraak­ reacties binnengekomen. • Aanpassing van de weigeringsgrond urgentie ten aanzien van wachtpunten, waarmee de toepassing van urgentie- en wachtrijregels wordt herzien. Op dit voorstel zijn 35 inspraakreacties binnengekomen.

Conform de Participatieverordening en het participatieplan zijn de voorstellen tot wijziging van de Huisvestings­verordening per 1 januari 2026, van 23 mei tot 4 juli 2025, in inspraak gebracht. Dit inspraaktraject is een vorm van burgerparticipatie, waarbij inwoners en andere belanghebbenden actief deel kunnen nemen aan de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Alle Amsterdammers en organisaties konden schriftelijk hun reactie geven. In totaal heeft het college 980 inspraakreacties ontvangen, afkomstig van zowel individuele inwoners als maatschappelijke organisaties. Negen belangen­ groepen en organisaties hebben op de plannen gereageerd en de rest van de binnen­gekomen reacties zijn van individuen. De organisaties die

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

6

gereageerd hebben zijn: Airbnb, HomeExchange, Amsterdam Gastvrij, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC), de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH), Stichting !WOON, Koninklijke Horeca Nederland (KHN), Makelaars Vereniging Amsterdam (MVA) en Betaalbare Woonstad Amsterdam (BWA). Sommige reacties zien op meerdere onderwerpen en kunnen daarom dubbel worden geteld. Deze inspraakreacties zijn zorgvuldig geanalyseerd, thematisch gebundeld en in deze Nota van beantwoording voorzien van een reactie van het college. Het doel van het participatietraject is het uitwisselen van informatie, perspectieven en expertise geweest, zodat beleid tot stand komt met een breed draag­vlak en van hoge kwaliteit is. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de Participatieverordening: de inbreng van belanghebbenden wordt zichtbaar meegewogen in de besluitvorming, op een zorgvuldige, transparante en navolgbare wijze. Naast de inspraakreacties over de voorstellen zijn er ook inspraakreacties binnengekomen die niet direct betrekking hebben op de wijzigings­ voorstellen in de verordening, maar wel op de onderwerpen woonruimteverdeling en woonruimte­voorraad. Het betreft een inspraak­ reactie over hospitaverhuur en inwoning en een inspraakreactie over AOW’ers die om financiële redenen niet samenwonen en daardoor ieder een betaalbare woning bewonen.

Bijlage 1 bevat een overzicht van de binnengekomen inspraakreacties. Het college dankt alle insprekers voor hun inbreng en betrokkenheid en geeft in deze Nota van beantwoording aan hoe de inspraakreacties zijn betrokken bij het definitieve voorstel zoals het college dat ter besluitvorming aan de gemeente­ raad voorlegt. Op niet-inhoudelijke reacties gaat het college niet in.

Nota van beantwoording

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

7

2

Woonruimteverdeling in de Huisvestings­verordening

Het college heeft verschillende voorstellen voor de Huisvestings­verordening per 1 januari 2026 gepresenteerd wat betreft woonruimteverdeling. In totaal zijn er zeven voorstellen ingediend die variëren van een pilot betaalbare koop tot het aanpassen van de beroepsgroepenregeling en het uitbreiden van voorrang voor gezinnen met een doelgroepencontract. Op de voorstellen zijn in totaal 450 inspraakreacties binnengekomen van zowel organisaties als individuele burgers. De reacties zijn als volgt verdeeld: • Pilot betaalbare koop (Koopstart): 127 reacties. • Herziening van de toewijzingsregels voor woonwagens: 19 reacties. • Aanpassing van de beroepsgroepenregeling: 85 reacties. • Directe bemiddeling bij verhuisregelingen: 90 reacties. • Uitbreiden voorrang voor gezinnen met doelgroepencontract: 45 reacties. • Herziening van de voorrangsregels voor rolstoelwoningen: 49 reacties. • Aanpassing van de weigeringsgrond urgentie ten aanzien van wachtpunten: 35 reacties. De reacties op de zeven voorstellen wat betreft woonruimteverdeling zijn overwegend positief. Bij het voorstel inzake betaalbare koop zijn veel insprekers positief: een ruime meerderheid steunt de pilot en waardeert dat de gemeente starters en mensen in maatschappelijke beroepen meer kans wil geven op een betaalbare koopwoning. Van de 127 reacties zijn er 87 expliciet voorstander.

Daarnaast is er een groep die het voorstel steunt, maar daarbij aandachtspunten en suggesties aandraagt, zoals zorgen over betaalbaarheid, leeftijdsgrenzen of de wens om de doelgroep te verbreden. Slechts acht insprekers spreken zich expliciet tegen de pilot uit. Voor de herziening van de toewijzingsregels voor woonwagens kwamen 19 reacties binnen, allemaal van burgers. Daarvan waren er 12 positief en 3 positief met aandachtspunten. Vier insprekers waren tegen. Het voorstel is daarmee overwegend positief ontvangen.

positief en 17 negatief. Voorstanders vinden het goed dat maatschappelijke beroepen meer kans krijgen, terwijl tegenstanders onder andere wijzen op vermeende discriminatie, clustering en het belang van meer bouwen. Op het voorstel voor directe bemiddeling bij verhuis­ regelingen kwamen 90 reacties binnen. De meerder­ heid is positief, en 58 insprekers gaven expliciet steun. Er zijn geen negatieve reacties, wel suggesties om de doelgroep of segmenten uit te breiden. Het voorstel rond doelgroepencontracten voor grote gezinnen kreeg 45 reacties. Dit voorstel werd relatief gezien het meest kritisch ontvangen. Van de insprekers waren 20 voor, waaronder de AFCW, de FAH en Stichting !WOON, en 20 tegen. Tegenstanders benadrukten vooral dat het krijgen van kinderen een eigen keuze is en dat de gemeente daarom geen beleid zou moeten maken dat gezinnen voorrang geeft. Een aantal insprekers zegt dat zulke gezinnen zich beter buiten de stad moeten vestigen. Sommigen vonden het ook oneerlijk dat grote gezinnen boven andere doelgroepen zouden worden gesteld. Daarnaast vroegen andere insprekers aandacht voor bredere woonproblemen, zoals het bouwen van andere woningtypen of het langdurig thuis wonen van volwassen kinderen. De herziening van de regels voor rolstoelwoningen leverde 49 reacties op. De overgrote meerderheid is positief.

Slechts één inspreker was tegen en zes insprekers noemden kanttekeningen, zoals dat de woningen te klein zijn of dat er meer rolstoel­ woningen gebouwd moeten worden. Tot slot kwamen er 35 reacties binnen op het voorstel om de weigeringsgrond voor wachtpunten in het urgentiebeleid aan te passen. Tien reacties waren positief, één was tegen en de rest kritisch. Die kritiek richtte zich vaak niet direct op de wijziging, maar op het puntensysteem, de omvang van urgentie en bredere woonvraagstukken. De inspraakreacties hebben niet geleid tot wijziging van de voorgestelde wijzigingen.

De aanpassing van de beroepsgroepenregeling leverde 85 reacties op. In totaal waren 58 insprekers

Nota van beantwoording

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

8

2.1 Toewijzen betaalbare koop Het college wil onderzoeken of Betaalbare Koop in de stad mogelijk is met het product Koopstart. Dit product biedt huishoudens die voor het eerst een woning kopen een korting van de ontwikkelaar, waardoor de woning betaalbaarder wordt. Deze huishoudens worden in deze nota aangeduid als koopstarters. Als de koopstarter de woning weer verkoopt dan wordt de korting aan de ontwikkelaar terugbetaald en deelt de ontwikkelaar in de winst of verlies. Zo worden koopwoningen iets bereik­ baarder in de stad. Het college wil daarbij ook maatschappelijke beroepsgroepen (zorg, onderwijs en politie) meer kans geven en stelt 50% van de woningen met voorrang beschikbaar aan mensen werkzaam in deze beroepsgroepen. Er zijn in totaal 127 reacties binnengekomen op de wijziging in de HVV voor de pilot Betaalbare Koop. Twee van deze reacties zijn afkomstig van een organisatie. Het gaat om de Amsterdamse federatie van Woningcorporaties (AFWC) en de Federatie Amsterdamse Huurderkoepels (FAH). De overige binnengekomen reacties zijn van individuele burgers. Het college bedankt alle insprekers voor hun reactie. De overgrote meerderheid (87) van de insprekers is voorstander van de pilot en vindt het goed dat de gemeente starters en mensen werkzaam in een maatschappelijke beroepsgroep meer kans geeft op een betaalbare koopwoning.

Acht insprekers zijn tegen de pilot om verschillende redenen, zes insprekers pleiten voor andere doelgroepen, acht insprekers hebben zorgen over de betaalbaarheid, drie insprekers over leeftijdslimieten en vijf insprekers hebben een ander voorstel voor betaalbare koop en spreken zorgen uit over de winstdeling. De overige reacties geven suggesties over uiteenlopende zaken die geen relatie hebben met de pilot. Om te beginnen zijn de reacties van de organisaties samengevat gevolgd door de reactie van het college. Daarna zijn de reacties van individuele insprekers gebundeld per onderwerp, met na elk onderwerp de reactie van het college. De reacties van individuele insprekers wijken grotendeels af van de reacties van de AFWC en FAH. Het grootste deel van de individuele insprekers is overwegend positief over de pilot. De inspraakreacties zijn voor het college geen reden om het voorstel voor de pilot Betaalbare Koop te wijzigen.

2.1.1 Aandachtspunten van organisaties De AFWC en de FAH zijn beide voorstander van de pilot, maar vragen aandacht voor een suggestie. De

Nota van beantwoording

AFWC vraagt zich af of er voorrang is voor mensen die een sociale huurwoning achterlaten binnen de pilot. De FAH wijst erop dat deze pilot wat haken en ogen bevat voor de woningcorporaties door het financiële risico dat ontstaat om korting te geven. Ze geven als suggestie dat de gemeente de korting op zich kan nemen.

Reactie college Het college bedankt de AFWC en FAH voor hun reacties. Het is goed om te lezen dat ze de meerwaarde van de pilot zien. In deze pilot zullen koopstarters met een middeninkomen in aanmerking komen voor een woning. Daarnaast zal 50% van de woningen met voorrang beschikbaar worden gesteld voor mensen werkzaam in een maatschappelijke beroepsgroep. Er wordt geen voorrang gegeven aan mensen die een sociale huurwoning achterlaten. Het college verwacht wel dat er een zekere mate van doorstroming zal ontstaan door deze pilot. De pilots met Koopstart worden in de markt gezet via een tender. Het inschrijven op de tender is een vrije keuze van partijen.

2.1.2 Doelgroep van de pilot Er worden door zes verschillende insprekers zorgen geuit over de doelgroep. Sommigen vragen zich af wie binnen de maatschappelijke beroepsgroep valt en waarom deze groep voorrang krijgt. Er wordt door vier insprekers de suggestie gedaan om geboren en getogen Amsterdammers toe te voegen als voorrangsgroep. Er wordt ook door twee insprekers aangedragen dat expats en andere niet in Nederland geboren burgers geen voorrang moeten krijgen.

Reactie college De lijst met welke maatschappelijke beroepsgroepen in aanmerking komen is hetzelfde als bij huurwoning­ en. De beroepen die binnen deze regeling vallen en ook voor deze pilot zullen gelden vindt u hier: https://www.amsterdam.nl/sociaaldomein/ servicecentrum-onderwijs/voorrang-huurwoningenonderwijs-zorg/#h5ca8f25d-897b-4c1b-bdc7cdcb49a419b6. De vraag om geboren en getogen Amsterdammers voorrang te geven op een woning is niet haalbaar. De gemeente Amsterdam kent voorrangsregelingen voor onder andere jongeren met een economische of maatschappelijke binding met de stad. Het college kiest er bij deze pilot echter niet voor om deze voorrangsregelingen ook voor deze pilot te laten gelden. Het college is van mening dat waar iemand geboren is niet bepalend is voor het recht op een koopwoning. Daarnaast kan en zal het college mensen

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

9

die niet geboren zijn in Nederland ook niet uitsluiten van deze pilot.

2.1.3 Zorgen over betaalbaarheid Acht insprekers geven aan zich zorgen te maken over de daadwerkelijke betaalbaarheid van de koopwoningen in deze pilot. Een paar vragen zich af of dit ten koste zal gaan van het aandeel sociale huur in de nieuwbouw en er wordt ook gesproken over verstoring van de marktwerking. Daarnaast vragen alle acht zich af of de woningen wel echt betaalbaar zijn. Woningen zijn zo in prijs gestegen en er is nog geen maximum op overbieden. De insprekers geven aan dat het college hiervoor moet waken.

Reactie college Het college houdt in deze pilot de betaalbaarheids­ grens van het Rijk aan: €405.000 (prijspeil 2025). Het college erkent dat dit nog steeds een relatief hoge prijs is voor veel huishoudens, maar hoopt hiermee een groep starters en mensen werkzaam in een maatschappelijke beroepsgroep de kans te geven een koopwoning in Amsterdam te kopen. Betaalbare koop valt programmatisch (waarbij de 40-40-20 regel van toepassing is) onder het midden­ segment. Dit betekent dat de bouw van deze woningen niet ten koste gaat van de bouw van sociale huurwoningen, maar past binnen de nieuwbouw­ programmering in de stad. Het college blijft zich inzetten voor de bouw van 80% betaalbare woningen in de stad: 40% sociale huur en 40% in het midden­ segment. Betaalbare koopwoningen vormen een klein onderdeel van het middensegment.

2.1.4 Leeftijdslimiet Drie insprekers geven aan dat er bij veel regelingen een leeftijdslimiet wordt gehanteerd en daardoor veel bewoners boven de 35 niet in aanmerking komen voor deze regelingen. Ze geven aan dat zij ook koopstarters zijn ondanks dat ze een hogere leeftijd hebben. Ze vragen het college geen leeftijdslimiet te hanteren voor de Koopstart regeling.

Reactie college Het college begrijpt de zorg van de insprekers en wil hen verzekeren dat het niet de bedoeling is om mensen uit te sluiten op basis van leeftijd. Iedereen, ongeacht leeftijd, die nog nooit een koopwoning heeft gekocht komt in aanmerking voor deze pilot.

2.1.5 Suggesties voor andere vorm van betaalbare koop Drie insprekers geven verschillende opties mee om betaalbare koop te stimuleren, zoals een premie-c

Nota van beantwoording

regeling die een tijd terug aangeboden werd. Daarnaast wijzen twee insprekers er ook op dat er transparantie moet zijn in de verkoop van de eerste koper. Ze maken zich zorgen dat de winstdeling voor onbepaalde tijd geldt.

Reactie college In juli 2023 is in opdracht van burgemeester en wethouders een onderzoek van RIGO uitgekomen waarin zij verkennen wat met ‘sociale koop nieuwbouw’ kan in Amsterdam. Om verwarring te voorkomen is door zowel de Rijksoverheid als door de gemeente de term ‘betaalbare koop’ in gebruik genomen. In het onderzoek van RIGO wordt het instrument Koopstart als een kansrijk instrument gezien in Amsterdam. Daarom is er voor dit instrument gekozen in deze pilot. Ook het Rijk ziet KoopStart als een kansrijk instrument en werkt aan het opzetten van een zogenaamd Koopstartfonds. Door in te zetten op KoopStart als instrument sluit de gemeente aan bij de landelijke ontwikkelingen. De zorgen over de doorverkoop van de eerste verkoop worden gehoord. De winstdeling op de woning tussen de ontwikkelaar en de eerste koper heeft geen limiet. De winstdeling en het toepassen van een korting op het huis geldt echter wel alleen bij de eerste koper. Als de tweede koper van het huis de woning weer verkoopt dan is hier geen sprake meer van winstdeling met de ontwikkelaar.

2.2 Herziening toewijzingsregels woonwagens De verdeling van woonwagenstandplaatsen gebeurt via toewijzingsregels die zijn opgenomen in de Nadere regels bij de Huisvestings­verordening. Omdat er meer mensen staan ingeschreven op de wachtlijst dan dat er standplaatsen beschikbaar zijn in Amsterdam wordt er met een toewijzingssystematiek gewerkt. Dit zorgt ervoor dat vrijkomende standplaatsen eerlijk en transparant worden verdeeld. De toewijzingsregels houden rekening met de cultuur van woonwagenbewoners door wonen in familie­ verband te faciliteren. De wachttijd telt ook mee bij toewijzing. Om te onderzoeken of wonen in familieverband beter kan worden mogelijk gemaakt door de toewijzings­ regels, doen we in 2025 een onderzoek naar de toewijzingssystematiek. We herzien de toewijzings­ regels daarom niet vanaf 2026 maar na het onderzoek en participatie. Uit eerdere signalen van de gemeenschap zijn twee punten naar voren gekomen die we wel in de Huisvestings­verordening van 2026 willen wijzigen. Deze wijzigingen hebben

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

10

slechts een beperkt effect op de volgorde van toewijzing en de wachttijd: 1. We wijzigen de term ‘spijtoptant’ naar ‘repatriant / spijtoptant’ Door een deel van de woonwagen­ gemeenschap wordt het gebruik ‘spijtoptant’ als onterecht ervaren. Niet alle woonwagenbewoners die niet meer in een woonwagen wonen, hebben dat uit vrije wil gedaan. In die gevallen is er ook geen sprake van spijt. Omdat we inzien dat de wachttijden voor een standplaats lang zijn en woonwagenbewoners daardoor, soms buiten hun schuld om, niet meer in een woonwagen kunnen wonen, gebruiken we in dat soort gevallen vanaf nu de term ‘repatriant’. In andere gevallen hebben woonwagenbewoners er wel zelf voor gekozen om niet meer in een woonwagen te wonen. In die gevallen gebruiken we wel nog de term ‘spijtoptant’. De definitie blijft wel gelijk, gebaseerd op de Wegwijzer gemeentelijk woonwagen en standplaatsenbeleid –VNG: Mensen die in het verleden vanuit een woonwagen zijn verhuisd naar een reguliere (stenen) woning maar graag opnieuw een woonwagen zouden willen betrekken. 2. We schrappen de regel dat repatrianten en spijtoptanten na drie jaar als zodanig te hebben staan ingeschreven in de categorie ‘overig’ worden geplaatst. Gezien de lange wachttijd voor een standplaats gingen alle spijtoptanten over naar de categorie ´overig´.

Het college vindt de impact hiervan op de kans op een standplaats voor Amsterdamse woonwagenfamilies onevenredig. Met het schrappen van deze regel wordt de categorie ´overig´ enkel bedoeld voor personen die geen relatie hebben met de woonwagencultuur en/of nooit in Amsterdam hebben gewoond, maar zich toch willen inschrijven voor een woonwagenstandplaats in Amsterdam. Er zijn in totaal 19 reacties binnengekomen op de wijziging in de HVV voor het herzien van de toewijzingsregels voor woonwagens. Twaalf insprekers zijn onverdeeld positief over de voorgestelde aanpassingen. Vier insprekers geven aan het niet eens te zijn met de wijzigingen. Drie insprekers, waaronder de FAH, geven niet aan of ze het eens of oneens zijn met de voorgestelde wijzigingen. In hun reacties geven insprekers onder andere het belang van wonen in familieverband aan en het realiseren van nieuwe standplaatsen vanwege de schaarste. De inspraakreacties zijn voor het college geen reden om het voorstel te wijzigen.

Nota van beantwoording

2.2.1 Belang van wonen in familieverband Zes insprekers stippen het belang aan voor de woonwagengemeenschap om in familieverband te wonen. Er moet prioriteit worden gegeven aan toewijzing aan familie zodat ze bij hun familie in Amsterdam kunnen blijven wonen, schrijven ze.

Reactie college Het college erkent dat wonen in familieverband een belangrijk onderdeel van de cultuur van de woonwagen­­gemeenschap is. Volgens (inter) nationale rechterlijke uitspraken moeten gemeenten deze cultuur en woonbehoefte faciliteren. Tegelijker­ tijd moet ook de wachttijd van ingeschrevenen op de wachtlijst worden meegewogen. Om dit op een eerlijke en transparante manier te doen, heeft het college toewijzingsregels vastgelegd.

2.2.2 Niet eens met de voorgestelde wijzigingen Vier insprekers zijn het niet eens met de voorgestelde wijzigingen. Eén inspreker geeft daarbij aan tegen overheidsingrijpen te zijn in het particulier en zakelijk eigendomsrecht. Twee insprekers geven aan niet in te zien waarom er in de stad woonwagens en standplaatsen zijn en vragen zich af hoe deze verschillen van een containerwoning of prefabwoning.

Reactie college Volgens wetgeving en rechtspraak zijn overheden, waaronder Nederlandse gemeenten, verplicht om de cultuur van de woonwagengemeenschap te faciliteren. Het college streeft ernaar hieraan te voldoen door in extra standplaatsen te voorzien en in de toewijzing rekening te houden met wonen in familieverband. Vrijwel alle standplaatsen in Amsterdam worden door de gemeente verhuurd en zijn dus geen particulier eigendom waar de overheid op ingrijpt. Het college heeft toewijzings­ regels opgesteld om de schaarse standplaatsen eerlijk te verdelen en beschermt daarmee ook het wonen in familieverband. Het college benadrukt dat het wonen in een woonwagen een belangrijk onderdeel is van de cultuur van de woonwagen­ gemeenschap. Andere woonvormen zoals container­ woningen of prefabwoningen zijn geen onderdeel van die cultuur en het college ziet het gelijktrekken van deze woonvormen als afbreuk daarvan.

2.2.3 Meer woonwagenstandplaatsen nodig Drie insprekers benadrukken dat er meer woonwagenstandplaatsen bij moeten komen in Amsterdam.

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

11

Reactie college Het college vindt het belangrijk om nieuwe standplaatsen te bouwen. Daarom werkt het college aan het uitbreiden van bestaande woonwagenlocaties waar dat mogelijk is, en wordt er gezocht naar ruimte voor nieuwe locaties.

2.3 Aanpassing beroepsgroepenregeling Mensen die in Amsterdam werken in specifieke beroepen binnen de zorg, onderwijs of politie, kunnen onder bepaalde voorwaarden voorrang krijgen op een sociale- of middeldure huurwoning: de beroepsgroepenregeling. Deze voorrangsregel is enkele jaren geleden in het leven geroepen vanwege de grote tekorten bij deze beroepen die cruciaal zijn voor onze stad. Het college wil het mogelijk maken om nieuwbouwwoningen die ontstaan zijn op initiatief van of gerelateerd aan één van deze beroepsgroepen toe te wijzen aan kandidaten uit die specifieke beroepsgroep. Zoals een ziekenhuisbestuur dat een woongebouw wil ontwikkelen voor hun zorgpersoneel of om een woongebouw voor leraren mogelijk te maken. Dit is dus anders dan hoe de beroepsgroepenregeling nu werkt, omdat er sprake is van een afgesproken verdeling tussen de drie beroepsgroepen en de beroepsgroepenregeling alleen voor specifieke beroepen binnen de beroepsgroepen zorg, onderwijs en politie geldt.

worden in plaats van de inzet van voorrangsregels. Twee insprekers vinden de aanpassing van de beroepsgroepenregeling niet goed omdat op deze manier bepaalde groepen geclusterd worden, wat kan bijdragen aan segregatie en één inspreker gaf aan tegen beroepsvoorrang te zijn, maar gaf hiervoor geen reden op. Drie insprekers gaven niet expliciet aan voor of tegen te zijn, maar zouden het goed vinden dat mensen die via beroepsvoorrang een woning toegewezen krijgen, deze woning weer zouden moeten verlaten wanneer zij van beroep veranderen. Zes insprekers doen suggesties ter verbetering van de aanpassing, of dragen diverse andere maatregelen aan die volgens hen beter zijn. Om te beginnen zijn de reacties van de organisaties samengevat gevolgd door de reactie van het college. Daarna zijn de reacties van individuele insprekers gebundeld per onderwerp met na elk onderwerp de reactie van het college. De reacties van individuele insprekers wijken grotendeels af van de reacties van de AFWC en FAH. Het grootste deel van de individuele insprekers is overwegend positief over de voorgenomen wijziging. De inspraakreacties zijn voor het college geen reden om het voorstel voor de aanpassing van de beroepsgroepenregeling te wijzigen.

2.3.1 Aandachtspunten organisaties Er zijn in totaal 85 reacties binnengekomen op de wijziging in de HVV wat betreft de aanpassing op de beroepsgroepenregeling. Twee van deze reacties zijn afkomstig van een organisatie. Het gaat om de Amsterdamse federatie van Woningcorporaties (AFWC) en de Federatie Amsterdamse Huurderkoepels (FAH). De overige binnengekomen reacties zijn van individuele burgers. Het college bedankt alle insprekers voor hun reacties. De overgrote meerderheid (58) van de insprekers is voorstander van de aanpassing en vindt het goed dat de gemeente mensen die werkzaam zijn in een maatschappelijke beroepsgroep meer kans geeft op een betaalbare huurwoning. Zeventien insprekers zijn tegen de aanpassing van de beroepsgroepenregeling of tegen de beroeps­ groepenregeling zelf om verschillende redenen. Hiervan geven negen insprekers aan dat zij vinden dat deze beroepen niet voor zouden moeten gaan op andere beroepen, of op Amsterdammers, of dat er sprake is van discriminatie. Vijf insprekers zijn tegen, omdat ze vinden dat er meer gebouwd moet

Nota van beantwoording

De AFWC en de FAH staan beide positief tegenover de aanpassing, maar beiden vragen aandacht voor een zorgpunt. De AFWC vraagt om te waken voor het creëren van extra doelgroepen en uitzonderingen. Ook de FAH staat sceptisch tegenover het uitbreiden van het aantal voorrangsregelingen. Aan de andere kant juicht de FAH de inzet van meer maatwerk toe. De AFWC geeft bovendien aan dat het belangrijk is om werkafspraken op te stellen om tot een goede uitvoering te komen.

Reactie college Het college is verheugd dat de AFWC en de FAH positief tegenover de aanpassing staan en begrijpt daarnaast ook de zorgen over het uitbreiden van voorrangsregelingen. Het college ziet de aanpassing van de beroepsgroepenregeling niet als een uitbreiding, maar inderdaad als een manier om maatwerk te kunnen leveren, zoals de FAH het ook benoemt. De beroepsgroepen waarop de regeling van toepassing is veranderen niet. In het geval dat (het aangepaste deel van) de regeling van toepassing is op het bezit van een corporatie zal zoals

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

12

gebruikelijk aandacht besteed worden aan een goede uitvoering.

2.3.2 Doelgroep van de regeling Er worden door negen verschillende insprekers zorgen geuit over de doelgroep. Sommigen vragen zich af waarom specifiek de huidige drie beroeps­ groepen (onderwijs, zorg en politie) onder de regeling vallen. Ook bestempelen sommige insprekers de regeling als discriminerend.

Reactie college De huidige beroepsgroepenregeling is in 2020 in het leven geroepen, waarbij het college beroeps­ groepen heeft geselecteerd die als essentieel beschouwd worden voor het draaiende houden van de stad en die bovendien kampen met tekorten. Het college staat nog steeds achter het voorrang geven aan deze beroepsgroepen op een aangewezen deel van de woningen in de stad. De voorgestelde aanpassing van de beroepsgroepenregeling heeft geen invloed op de samenstelling van de beroeps­ groepen die in aanmerking komen.

2.3.3 Minder regels rondom nieuwbouw Vijf insprekers geven aan dat het beter is om nieuw­ bouw te faciliteren of te stimuleren, bijvoorbeeld door grondprijzen te verlagen of zelf te gaan bouwen, in plaats van het opleggen van regels hieromtrent.

door een divers woningaanbod te creëren betreft woninggrootte en prijsklasse. De aanpassing van de beroepsgroepenregeling levert weliswaar naar verwachting een aantal complexen op met bewoners met eenzelfde beroepsgroep, maar deze bewoners kunnen op allerlei andere vlakken van elkaar verschillen.

2.3.5 Wisselen van beroep Drie insprekers hebben de suggestie gedaan om te werken met contracten voor bepaalde tijd, die aflopen binnen een bepaalde periode in het geval de huurder van baan wisselt naar een beroep dat niet onder de beroepsgroepenregeling valt.

Reactie college Het college begrijpt dat deze suggestie wordt gedaan, dit principe is dan ook al een keer onderzocht. Echter is het wettelijk niet mogelijk om dit te doen, omdat de groep ‘beroepsgroepen’ niet valt onder de wetgeving waarbij opzeggen van de huurovereenkomst mogelijk is als de huurder een bepaalde hoedanigheid verliest (in dit geval het beroep/de baan). Bij jongeren, studenten en promovendi is dit bijvoorbeeld wel mogelijk.

2.3.6 Willekeur Eén inspreker geeft aan dat de gekozen beroepen die in aanmerking komen voor de beroeps­groepen­ regeling kunnen wijzigen, waardoor het willekeurig wordt.

Reactie college Het college onderschrijft het belang van nieuwbouw en werkt hier ook aan, onder meer door de inzet op 80% betaalbare woningen (40-40-20). De regels in de Huisvestings­verordening betreffen regels voor de toewijzing van woningen. Dit betreft geen aanvullende eisen aan de nieuwbouw. De aanpassing van de beroepsgroepenregeling is daarnaast deels een versoepeling van de bestaande beroeps­ groepen­regeling en ook maar van toepassing op een klein deel van de nieuwbouw. Voor een deel is de aanpassing ook een reactie op wensen en initiatieven vanuit de markt zelf.

Reactie college Bij de invoering van de beroepsgroepenregeling in 2020 is gekeken naar in welke beroepen de tekorten het grootste zijn. Sindsdien blijft het college dit monitoren. Daarmee is de selectie van beroepen dus niet gebaseerd op willekeur.

2.3.7 Bredere toegang betaalbaar wonen Een andere inspreker geeft aan dat het goed zou zijn om de toewijzing van ‘goedkoop wonen’ uit te breiden naar iedereen die dit nodig heeft.

Reactie college 2.3.4 Clustering doelgroepen Twee insprekers uiten hun zorgen over segregatie. Zij geven aan dat door de beroepsgroepenregeling op deze manier aan te passen bepaalde doelgroepen te veel worden geclusterd.

Het college zou dit ook graag zien, maar de realiteit is dat we te maken hebben met een schaarste aan betaalbare woningen en dat we wat betreft de omvang van de betaalbare woningvoorraad ook voor een groot deel afhankelijk zijn van Rijksbeleid.

Reactie college

2.3.8 Parkeervergunningen

Het college begrijpt de zorgen van de insprekers en is het eens dat segregatie ongewenst is. Het college kijkt daarom bij het maken van nieuwbouwplannen wel degelijk naar het bouwen van een goede mix,

Daarnaast doet een inspreker de suggestie om ook meer aandacht te geven aan parkeervergunningen voor maatschappelijke beroepsgroepen.

Nota van beantwoording

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

13

Reactie college Het college heeft in het voorjaar aangekondigd vanaf september 2025 het aantal maatschappelijke parkeervergunningen te verdubbelen.

2.3.9 Passendheid Twee insprekers zetten hun vraagtekens bij de grootte van de woningen die worden aangeboden via de beroepsgroepenregeling.

Reactie college Huurwoningen worden aangeboden volgens passend­ heidscriteria, dat betekent dat alleenstaanden relatief kleinere woningen krijgen aangeboden, terwijl gezinnen kunnen rekenen op minimaal drie kamers. Daarnaast moet er ook sprake zijn van passendheid van het inkomen.

2.3.10 Woonplaats doelgroep Tot slot geeft een inspreker aan dat leraren die in Amsterdam wonen, maar in Utrecht werken ook voorrang zouden moeten krijgen op betaalbare woningen in Amsterdam.

Reactie college Het college wil de beroepsgroepenregeling zo doeltreffend mogelijk inzetten, om de woningen zo doeltreffend mogelijk toe te wijzen. Daarom is de regeling ingezet op werknemers die in Amsterdam werken, om zo de tekorten en bijbehorende nadelen in Amsterdam tegen te gaan. Daarnaast vallen werknemers die met een huurcontract voor onbepaalde tijd al in Amsterdam wonen ook niet onder de regeling omdat zij al voldoen aan het primaire doel van de regeling: het hebben van een woning in Amsterdam. Het feit dat het hier niet altijd om betaalbare woningen gaat betreurt het college, maar is met de krapte op de woningmarkt helaas niet volledig te voorkomen.

2.4 Directe bemiddeling bij verhuisregelingen Het college wil directe bemiddeling mogelijk maken voor deelnemers aan de verhuisregelingen binnen de Subsidieregeling stedelijke vernieuwing, verhuisregelingen en ouderenhuisvesting Amsterdam 2019, waaronder de verhuisregelingen ‘Van Groot Naar Beter’ en ‘Verhuizen uit Rolstoelwoningen’. De verhuisregelingen zijn een belangrijk middel om doorstroming te bevorderen: Amsterdammers die in een te grote sociale huurwoning wonen, worden gestimuleerd om naar een kleinere woning te verhuizen. Zij krijgen een verhuiskostenvergoeding, mogen de oude huurprijs meenemen en krijgen voorrang op kleinere woningen in WoningNet.

Nota van beantwoording

Gemeente en woningcorporaties zien dat het sommige woningzoekenden ondanks de voorrang in WoningNet soms niet lukt om zelf een vervangende woning te vinden. Door directe bemiddeling voor deze groep toe te staan, kunnen woningcorporaties deze woningzoekenden direct een passende woning aanbieden. Er zijn in totaal 90 reacties van individuele burgers binnengekomen op het voorstel om directe bemiddeling mogelijk te maken voor deelnemers aan de verhuisregelingen. Daarnaast zijn er reacties van de Amsterdamse federatie van Woningcorporaties (AFWC), de Federatie Amsterdamse Huurderkoepels (FAH) en Stichting !WOON. De reacties zijn samengevat en gebundeld per onderwerp. De meerderheid van de insprekers is positief over het voorstel om directe bemiddeling mogelijk te maken voor deelnemers aan de Amsterdamse verhuisregelingen. Een aantal inspraakreacties richt zich erop dat er meer of andere wijzigingen nodig zijn om verhuisbewegingen te bevorderen. Zo zijn er insprekers die het belang onderstrepen om ook voor verhuizingen binnen andere segmenten dan de sociale huur een verhuisregeling op te zetten en insprekers die willen dat er gekeken wordt naar het uitbreiden van de doelgroep die mee mag doen aan een verhuisregeling. De inspraakreacties zijn voor het college geen reden om het voorstel voor directe bemiddeling bij verhuisregelingen te wijzigen.

2.4.1 Positieve reacties over het voorstel In hun reacties op het voorstel geven 58 individuele insprekers aan dat zij zich kunnen vinden in het voorstel van het college om directe bemiddeling in te zetten voor de verhuisregelingen. De insprekers erkennen onder andere het belang van doorstroming en geven aan dat de verhuisregelingen bijdragen aan een gemengde stad voor jong en oud. Een van hen benoemt het belang van directe bemiddeling voor de groep die minder digitaal vaardig is. Naast de positieve reacties van individuele insprekers, zijn ook de AFWC, Stichting !WOON en de FAH enthousiast over het inzetten van directe bemiddeling bij de verhuisregelingen. Sommige insprekers die positief zijn over het voorstel, geven wel aandachtspunten mee. Zo wordt er benoemd dat ouderen niet willen verhuizen naar een te kleine woning en dat de voorzieningen in de nieuwe wijk op orde moeten zijn. Ook geeft een inspreker aan dat er uitgebreid zou kunnen worden naar intergenerationeel wonen. Een andere inspreker

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

14

geeft daarnaast aan dat de gemeente in algemene zin na moet denken over toekomstbestendig wonen voor ouderen. Een andere inspreker benadrukt het belang om rekening te houden met de individuele wensen van woningzoekenden die deelnemen aan de verhuisregelingen. Ook komt naar voren dat er voldoende publiciteit moet worden gegeven aan de verhuisregelingen.

de verhuisregeling ook hun oude huurprijs mogen behouden.

Reactie college Het college is het met deze insprekers eens dat het behouden van de oude huur een grote rol speelt in deelname aan verhuisregeling VGNB. Deelnemers aan de verhuisregeling mogen op dit moment al hun oude huurprijs behouden.

Reactie college Het college is waardeert dat er zo veel positieve reacties op dit voorstel zijn binnengekomen. Wat betreft de eisen aan de nieuwe woning, is het college het er mee eens dat er rekening moet worden gehouden met de wensen van deelnemers als het gaat over de grootte van de woning en de voorzieningen in de wijk.

2.4.4 Kosten huur

2.4.2 Voorwaarden inzetten directe bemiddeling

Reactie college

De AFWC is positief over het voorstel en hoopt met een meer persoonlijke benadering de doorstroming meer op gang te krijgen. Zij vindt hierbij wel belangrijk dat directe bemiddeling nog steeds alleen ingezet wordt wanneer het een kandidaat van deze regelingen echt niet zelf lukt om een andere woning te vinden. Op die manier wordt het gebruik van het woonruimteverdeelsysteem en de voorrangsregelingen transparant gehouden. De FAH benoemt in zijn inspraakreactie het belang van het vaststellen van voorwaarden wanneer directe bemiddeling wel of niet zou worden aangeboden. De corporaties zouden deze voorwaarden moeten vaststellen.

Reactie college Het college onderkent het belang van duidelijke criteria wanneer directe bemiddeling kan worden ingezet. De gemeente werkt op dit vlak nauw samen met de woningcorporaties. Er is een gezamenlijk kader opgesteld waarin voorbeelden worden gegeven van situaties waarin directe bemiddeling kan worden ingezet. Randvoorwaarde voor de inzet van directe bemiddeling is dat de woningzoekende eerst zelf heeft gezocht zonder resultaat, onvoldoende digitale vaardigheden heeft of er een ernstige situatie speelt. Corporaties streven ernaar om te werken met één aanbieding per kandidaat, maar als dat niet lukt, kan er meerdere keren een woning aangeboden worden.

2.4.3 Gelijke huurprijs Twee insprekers zijn positief over het voorstel, maar geven aan dat de huurprijs een reden kan zijn dat Amsterdammers toch niet verhuizen. Het zou daarom volgens de inspreker goed zijn als deelnemers aan

Nota van beantwoording

Een drietal insprekers geeft aan dat het behouden van de oude huurprijs voor deze groep misschien onvoldoende is, omdat zij verhuizen naar een passender en kleinere woning. De regelingen zouden nog beter werken als de nieuwe huur lager is dan de oude huur.

Het college begrijpt dat een nog lagere huurprijs Amsterdammers misschien nog meer zou stimuleren om te verhuizen met een verhuisregeling, maar het college vindt de handreiking van het meenemen van de oude huur op dit moment voldoende om bewoners te stimuleren om te verhuizen. Voornamelijk ook omdat een lagere huur betekent dat er minder geïnvesteerd kan worden in het realiseren van nieuwbouw en verduurzamen van woningen.

2.4.5 Kritische blik op vierkante meters Een van de insprekers kan zich niet vinden in één van de voorwaarden van de verhuisregeling Van Groot Naar Beter. Deze inspreker is het er niet mee eens dat alleen Amsterdammers die een woning van meer dan 70 vierkante meters en vier kamers of meer in aanmerking kunnen komen voor de verhuisregeling. Ook huishoudens die in een grote woning van drie kamers wonen, zouden volgens deze inspreker in aanmerking moeten kunnen komen voor de regeling.

Reactie college Het college is met deze inspreker eens dat er gekeken moet worden naar het aantal vierkante meters waarmee deelnemers in aanmerking komen voor een verhuisregeling. Op dit moment is het echter nog te lastig om te bepalen welke huishoudens er allemaal in aanmerking zouden moeten komen voor de verhuisregeling. Om die reden voeren corporaties en gemeente momenteel een gezamenlijke impactanalyse naar het aantal vierkante meters uit. Op basis van deze impactanalyse kan het college een geïnformeerde keuze maken over de reductie van het aantal vierkante meters.

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

15

2.4.6 Verhuisregeling voor huurders van particuliere huurwoningen Een aantal insprekers geeft aan dat er ook verhuisregelingen zouden moeten komen voor Amsterdammers die een woning huren van een particuliere verhuurder. Een andere inspreker geeft aan dat er misschien ook hulp geboden zou moeten worden voor mensen in koopwoningen.

Reactie college Het college begrijpt de wens om ook huurders van de particuliere verhuurders in aanmerking te laten komen voor de verhuisregelingen. Dit vraagt wel afstemming met zowel de woningcorporaties als particuliere verhuurders, want het heeft financiële impact voor de verhuurders. Het college verwacht dat het niet opportuun is dat op korte termijn huurders van de particuliere verhuurders worden toegevoegd aan de verhuisregelingen.

2.4.9 Verhuizing vanuit een andere stad Een van de insprekers heeft de wens om vanuit elders naar Amsterdam te verhuizen, maar geeft aan dat dit vanwege de Wmo-indicatie niet mogelijk is.

Reactie college Het klopt dat Amsterdammers met een Wmo-indicatie voor een laaggelegen woning in WoningNet voorrang krijgen op toegankelijke woningen. Hier is voor gekozen omdat dit Amsterdammers zijn die met spoed een schaarse laaggelegen woning in de stad nodig hebben. Na de groep met de Wmo-indicatie, komen senioren in aanmerking voor deze woningen. Ook senioren uit andere gemeenten kunnen dus in aanmerking komen voor een woning.

2.4.10 Woningen in de buurt Een van de insprekers geeft aan wel te willen verhuizen, maar krijgt de kans niet omdat er geen sociale huurwoningen in de buurt vrijkomen.

2.4.7 Hulp bij verhuizing Een van de insprekers is positief over het wijzigings­ voorstel, maar geeft aan dat het voor veel ouderen ook lastig is om een woning te vinden en te verhuizen. Het zou goed zijn als ouderen daar hulp bij krijgen.

Reactie college Het college erkent dat er ouderen zijn die het lastig vinden om zelf een woning te vinden en te verhuizen. Daarom is het college gestart met het doorstroomoffensief, waarin ook is opgenomen dat meer huishoudens gebruik kunnen maken van intensieve begeleiding en ondersteuning op maat. Dit wil het college bereiken door het inzetten van doorstroomcoaches.

2.4.8 Bouwen Een van de insprekers is kritisch over het voorstel en geeft aan dat de oplossing ergens anders moet worden gezocht. Het college zou volgens deze inspreker in moeten zetten op de bouw van meer woningen. Een van hen geeft aan dat het hiervoor zowel belangrijk is om in Den Haag te lobbyen voor meer flexibele regels, als om de grondprijzen te verlagen.

Reactie college Het college onderschrijft het belang van het realiseren van meer woningen. Daarom is het streven om jaarlijks 7.500 nieuwbouwwoningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Tegelijkertijd ziet het college ook de noodzaak om in te zetten op een betere benutting van de bestaande voorraad, onder meer door het bevorderen van doorstroming. Beide sporen zijn nodig om de woningnood aan te pakken.

Nota van beantwoording

Reactie college Het is erg jammer als er geen sociale huurwoningen vrijkomen in buurten waar deelnemers aan de VGNB-regeling graag willen wonen. Het is helaas niet mogelijk om hier iets aan te doen: corporaties zijn afhankelijk van mensen die hun huur opzeggen. Wel zetten gemeente en woningcorporaties met het doorstroomoffensief in op het stadsbreed stimuleren van doorstroming, zodat mensen in heel Amsterdam een meer passende woning kunnen betrekken.

2.4.11 Verhuizing naar omliggende gemeenten Eén van de insprekers pleit ervoor om de verhuis­ regelingen uit te breiden zodat deze ook in de omliggende gemeenten kan worden ingezet. In de reactie wordt benoemd dat mensen in omliggende gemeenten ook met kleinere woningen in aanmerking komen voor een verhuisregeling.

Reactie college Het college begrijpt de wens om met de verhuis­ regelingen naar andere gemeenten te verhuizen. Afgelopen juli heeft het college de subsidieregeling Passend Wonen in het leven geroepen. Met deze regeling krijgen kandidaten ook een verhuiskosten­ vergoeding als ze verhuizen naar een sociale huurwoning buiten Amsterdam.

2.4.12 Platform voor woningruil Een inspreker geeft aan dat er een platform moet komen voor woningruil, waar ook kandidaten die meedoen aan de verhuisregelingen gebruik van kunnen maken.

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

16

Reactie college Binnen het Doorstroomoffensief heeft ook woningruil de aandacht. Op dit moment zijn corporaties en de gemeente bezig met het uniformeren van het woningruilbeleid, zodat Amsterdammers die hun woning willen ruilen daar makkelijker gebruik van kunnen maken. De volgende stap is om te kijken hoe we mensen die interesse hebben in woningruil bij elkaar kunnen krijgen. Hiervoor zal een woningruil­beurs worden opgezet. Het opzetten van een platform voor woningruil heeft op dit moment niet de eerste prioriteit, maar corporaties en de gemeente zien het realiseren van een dergelijk platform zeker als kans voor de toekomst. Op dit moment komen mensen die gebruik maken van woningruil niet in aanmerking voor de verhuis­ regeling Van Groot Naar Beter. Reden daarvoor is dat er door woningruil geen verhuisketen op gang komt, maar dat er sprake is van een wisseling van woningen.

2.5 Uitbreiden voorrang voor gezinnen met doelgroepencontract Het college wil de bestaande voorrangen voor gezinnen uitbreiden. Op dit moment kent Amsterdam al een voorrang voor kleine gezinnen (met één of twee minderjarige kinderen) op kleinere gezins­ woningen en een voorrang voor grote gezinnen (met drie kinderen of meer) op grotere gezins­ woningen. Deze voorrang wordt nu uitgebreid met een voorrang voor heel grote gezinnen (van acht personen of meer) op woningen die met een speciaal doelgroepencontract verhuurd worden. Het Rijk maakt het voor woningcorporaties mogelijk om een speciaal doelgroepencontract in te zetten op de allergrootste woningen. Deze woningen worden toegewezen aan gezinnen van acht personen of meer. Wanneer het gezin te klein is geworden voor de woning, kan de woningcorporatie het huurcontract opzeggen en komt de woning weer vrij. Met deze aanpassing van de Huisvestings­verordening wordt ervoor gezorgd dat de woning bij vrijkomst weer aan een groot gezin kan worden verhuurd. Gezinnen met zes of zeven kinderen krijgen voorrang op dit type woning. Zo komen deze ultraschaarse woningen terecht bij de juiste doelgroep.

Er zijn in totaal 45 reacties binnengekomen op het voorstel om de bestaande voorrangen voor gezinnen uit te breiden en voorrang voor heel grote gezinnen (van acht personen of meer) op woningen die met een speciaal doelgroepencontract verhuurd worden

Nota van beantwoording

mogelijk te maken. Van deze groep zijn 42 reacties afkomstig van individuele burgers en drie reacties van organisaties. De Amsterdamse federatie van Woningcorporaties (AFWC), de Federatie Amsterdamse Huurderkoepels (FAH) en Stichting !WOON hebben ingesproken op dit onderwerp. De inspraakreacties op dit onderwerp zijn gelijk verdeeld: waar 20 insprekers, waaronder de AFWC, de FAH en Stichting !Woon, aangeven dat ze het eens zijn met de voorgenomen wijziging, zijn 20 mensen tegen het voorstel. De insprekers die zich niet in het voorstel kunnen vinden, benoemen onder meer dat het krijgen van kinderen een eigen keuze is. Zij vinden dat het college daarom geen beleid voor (grote) gezinnen zou moeten maken. Een aantal insprekers zegt dat zulke gezinnen zich beter buiten de stad moeten vestigen. Een aantal andere insprekers vraagt aandacht voor andere problemen. Zo zijn er twee insprekers die ingaan op het bouwen van andere woningen, zijn er insprekers die ingaan op volwassen kinderen die lang in huis blijven wonen en wordt er ook aandacht gevraagd voor andere doelgroepen. De FAH vraagt in haar reactie aandacht voor wat er gebeurt met de mensen die uit een woning verhuurd met doelgroepen­ contract moeten verhuizen.

Dit is voor het college ook een aandachtspunt: in juli 2025 zijn de verhuisregelingen in Amsterdam uitgebreid met deze groep zodat vertrekkende huurders met voorrang kunnen zoeken naar een andere woning en daarbij een verhuiskostenvergoeding krijgen. De inspraakreacties zijn samengevat en gebundeld per onderwerp. De negatieve inspraakreacties van insprekers die niet willen dat er beleid voor gezinnen wordt gemaakt, zijn voor het college geen reden om deze voorgestelde wijziging niet door te voeren. Ten eerste streeft het college naar een gemengde stad, waar verschillende huishoudens een plek moeten (kunnen) vinden. Ook voor gezinnen is er een plek in de stad. Ten tweede vindt het college dat de grotere woningen die er in Amsterdam al zijn ook naar een doelgroep moeten gaan die zo’n grote woning nodig heeft. Om die reden is ervoor gekozen om grotere woningen met voorrang toe te wijzen aan gezinnen.

2.5.1 Positief over voorgestelde wijziging Zeventien individuele insprekers zijn positief over de voorgestelde wijziging. Een inspreker van hen benoemt dat het toewijzen van woningen aan grote gezinnen een positieve wijziging is in een vergrij­ zende stad. Een ander geeft aan dat het tot overlast kan leiden als gezinnen in te kleine woningen zitten.

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

17

Daarnaast is er ook een aantal organisaties dat positief is over dit voorstel. De AFWC geeft aan dat ze voor deze voorgestelde wijziging is omdat schaarse grote woningen beschikbaar moeten blijven voor de juiste doelgroep. Ook Stichting !WOON kan zich vinden in het voorstel.

Reactie college Het college waardeert dat zo veel insprekers positief zijn over dit wijzigingsvoorstel en zal zich blijven inzetten om te zorgen dat er in Amsterdam ruimte is voor gezinnen.

gezinnen met één of twee kinderen en een voorrang voor gezinnen met drie kinderen of meer. Door deze voorrangen toe te passen, gaan grotere woningen naar gezinnen en kleinere woningen naar kleinere huishoudens. Met het voorstel voor een voorrang voor gezinnen in een doelgroepencontract, worden de bestaande voorrangen uitgebreid met een voorrang die ervoor zorgt dat heel grote woningen passend worden toegewezen. Juist als het gaat om deze heel schaarse woningen, moet gewaarborgd worden dat deze bij de juiste doelgroep terecht komen. Zo zorgen we er ook voor dat we gezinnen behouden in de stad.

2.5.2 Alleen steun voor deze groep De FAH geeft in zijn inspraakreactie aan dat de kern in het voorstel van de gemeente mist: wanneer woningen verhuurd worden met een speciaal doelgroepencontract voor heel grote gezinnen, kan de woningcorporatie het contract ook opzeg­ gen wanneer de woning te klein wordt. De FAH geeft aan dat ze zich kunnen vinden in het voorgestelde beleid omdat de groep huishoudens waarvoor het contract geldt duidelijk beschreven is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16313360/1