CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Beantwoording voor wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 1 januari 2026.pdf

RAAD 11 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de stukken ter wijziging van de Huisvestingsverordening, de legesverordening en leegstandverordening per 1 januari 2026 (VN2025-011930)28.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2.5.4 Volwassen kinderen in huis

Reactie college

Reactie college

Het college snapt dat de FAH benadrukt dat het hier gaat om een groep woningzoekenden van wie het huurcontract wordt opgezegd als het gezin te klein is geworden. Hierover zijn afspraken gemaakt met Eigen Haard en Stadgenoot, de twee corporaties die deze contracten op dit moment inzetten. Huurders die moeten vertrekken, krijgen een verhuiskostenvergoeding en voorrang op een kleinere woning. Als het niet lukt om op eigen kracht een geschikte woning te vinden, dan kan de woning­ corporatie daarbij helpen. Het is absoluut niet de bedoeling dat iemand op straat komt te staan vanwege het beleid. Dat de FAH zich in dit voorstel kan vinden omdat het gaat om een duidelijk afgebakende groep stemt het college tevreden.

Het college betreurt het dat kinderen in Amsterdam genoodzaakt zijn om lang thuis te blijven wonen vanwege het tekort aan sociale huurwoningen in de stad. Op verschillende manieren wordt gewerkt aan het oplossen van het woningtekort. Door bepaalde woningen te labelen als jongerenwoning, wordt ervoor gezorgd dat er ook woningen zijn voor de jongere doelgroep. Daarnaast zorgt het college ervoor dat er meer woningen worden gebouwd en wordt er met het doorstroomoffensief ingezet op het vrijspelen van woningen door verhuisbewegingen.

2.5.3 Geen hulp bieden aan grote gezinnen Veertien insprekers zijn het niet eens met de voorgestelde wijziging. Zij stellen dat het hebben van een groot gezin een individuele keuze is en vinden niet dat de gemeente Amsterdam specifiek beleid moet maken voor deze groep. Daarnaast benoemen sommige insprekers dat het beter zou zijn als grote gezinnen niet in de stad zouden wonen, maar verhuizen naar een andere gemeente.

Reactie college

Een inspreker vraagt aandacht voor de schaarste voor starters in Amsterdam. Vanwege het tekort aan sociale huurwoningen blijven kinderen lang thuis wonen en wordt de woning te krap. Een andere inspreker vraagt ook aandacht voor de meerderjarige kinderen en stelt dat kinderen van boven de achttien ook mee zouden moeten tellen met het huishouden.

Op dit moment tellen alleen minderjarige kinderen mee met het huishouden bij het toepassen van de voorrang voor kleine- en grote gezinnen. Dit betekent niet dat huishoudens met volwassen kinderen niet mogen reageren op deze woningen, maar wel dat er voor hen geen voorrang is. Hoewel het college snapt dat dit beleid ingewikkeld is voor gezinnen met oudere kinderen, gaat het er hierbij om wie er voorrang krijgt bij de toewijzing van een woning. Het is belangrijk dat een gezin dat de woning toegewezen krijgt langere tijd in de woning kan verblijven. Wanneer gezinnen met meerderjarige kinderen een woning krijgen, is de kans een stuk groter dat de woning al vrij snel niet meer passend is voor het huishouden.

Het college is het niet eens met de reacties van deze insprekers. Het is belangrijk om juist in een stad waar woningen zo schaars zijn passend toe te wijzen. Amsterdam kent al een voorrang voor

Nota van beantwoording

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

18

2.5.5 Ook aandacht voor andere doelgroepen Twee insprekers vragen ook aandacht voor andere doelgroepen. Eén inspreker geeft aan dat er in Amsterdam juist behoefte is aan woningen voor alleenstaanden. Een ander vindt dat het college geen beleid voor gezinnen moet maken, maar dat de grote gezinnen achteraan in de wachtrij moeten sluiten.

Reactie college Het college vindt het belangrijk dat Amsterdam een gemengde stad blijft waarin er ruimte is voor verschil­ lende groepen. Om die reden zal het college zorgdragen voor de woningen voor alleenstaanden, maar ook zorgen dat er in de stad ruimte is voor gezinnen. Binnen Amsterdam worden sociale huurwoningen passend toegewezen, wat betekent dat er een match moet zijn tussen de grootte van de woning en de grootte van het huishouden dat de woning betrekt.

2.5.6 Stop met 40-40-20 Een inspreker zegt dat er in Amsterdam te veel aandacht is voor de sociale sector. Deze inspreker vindt dat er in Amsterdam vooral koopwoningen moeten worden gebouwd: de markt doet dan de rest.

Reactie college Het college is het niet met deze inspreker eens. Amsterdam moet juist een stad zijn waar er ruimte is voor iedereen: ook mensen met minder inkomsten, moeten een plek kunnen vinden in de stad.

2.5.7 Nadruk op bouwen Een inspreker geeft aan dat het college de focus zou moeten leggen op het bouwen van nieuwe woningen.

Reactie college Het college ziet het volkshuisvestingsprobleem niet als een probleem dat alleen kan worden opgelost door nieuwe woningen te bouwen. Door te zorgen dat woningen die er al zijn op een betere manier verdeeld worden, wordt er passender toegewezen en zorgen we ervoor dat de bestaande voorraad op de juiste manier wordt verdeeld.

2.6 Herziening voorrangsregels rolstoelwoningen Het college wil geen voorrang meer voor gezinnen met drie kinderen op rolstoelwoningen met vier kamers. Deze voorrangsregel blijkt niet goed te werken. Gezinnen met twee kinderen die veel dringender moeten verhuizen, komen door deze voorrangsregel vaak achteraan. Daarom stelt het college voor om deze voorrang te schrappen.

Nota van beantwoording

Daarnaast wil het college meer kans voor gezinnen met meerdere rolstoelgebruikers. Door deze gezinnen een ‘dringende’ status te geven hebben ze meer kans op een geschikte woning. In totaal zijn 49 reacties binnengekomen op het voorstel voor herziening voorrangsregels rolstoel­ woningen. Drie van deze reacties zijn afkomstig van een organisatie. Het gaat om de Amsterdamse federatie van Woningcorporaties (AFWC), de Federatie Amsterdamse Huurderkoepels (FAH) en Stichting !WOON. De overige binnengekomen reacties zijn afkomstig van individuele burgers. De overgrote meerderheid van de insprekers vindt de voorgestelde regels positief en steunt het voorstel. In totaal noemen zes insprekers kanttekeningen of algemene opmerkingen over rolstoelwoningen. Zo noemt een inspreker dat het aanpassen van voorrangsregels het probleem verschuift. Eén inspreker is tegen het voorstel, een ander noemt dat rolstoelwoningen te klein zijn en een andere inspreker roept het college op om meer rolstoelwoningen te bouwen. Om te beginnen zijn de reacties van organisaties samengevat en gevolgd door een reactie van het college. De individuele reacties zijn per onderwerp gebundeld. Daarbij wordt begonnen met de kritische reacties en geëindigd met de positieve reacties. De inspraakreacties zijn voor het college geen reden om het voorstel voor herziening voorrangsregels rolstoelwoningen te wijzigen.

2.6.1 Ongewenste effecten tegengaan en slagingskansen vergroten De AFWC noemt dat goed gemotiveerde beleids­ wijzigingen niet altijd het gewenste effect hebben. Het voorstel om de voorrangregel uit 2022 nu te schrappen wordt ondersteund om ongewenste neveneffecten tegen te gaan. De AFWC onderschrijft de noodzaak om huishoudens met twee of meer kinderen in een rolstoel de indicatie ‘dringend’ te geven. Daarmee denkt het de slaagkans van deze huishoudens te vergroten.

Reactie college Het college dankt de AFWC voor de positieve reactie op het voorstel. Het college deelt de mening van de AFWC dat beleidswijzigingen soms kunnen leiden tot ongewenste neveneffecten. Het college verwacht dat met het schrappen van de bestaande voorrangsregel de positieve voor gezinnen met twee kinderen te verbeteren. Daarbij sluit de nieuwe

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

19

situatie beter aan bij de bestaande verdeling van rolstoelwoningen op basis van urgentie.

2.6.2 Dringende status voor gezinnen met meerdere kinderen in een rolstoel De FAH is voorstander om gezinnen met meerdere kinderen in een rolstoel een dringend status te geven. Het noemt dat de wijziging in overleg met de FAH tot stand is gekomen.

Reactie college Het college dankt de FAH voor haar reactie. Rolstoelwoningen zijn schaars in Amsterdam. Het is zeer onwenselijk wanneer rolstoelgebruikers niet passend wonen of onnodig in een revalidatiekliniek verblijven in afwachting van een passende rolstoel­ woning. Het is daarom belangrijk de beschikbare rolstoelwoningen zo eerlijk mogelijk te verdelen. Beleidsvoorstellen die de verdeling van rolstoel­ woningen wijzigen worden daarom vooraf in nauw overleg met huurders- en belangenorganisaties afgestemd.

2.6.3 Schrappen voorrangsregel Stichting !WOON steunt het voorstel en noemt dat door de voorrangsregel uit 2022 in de praktijk een probleem is ontstaan. Met het voorstel wordt het probleem “hopelijk (deels) opgelost”.

Reactie college Het college dankt Stichting !WOON voor de steun voor de voorgestelde wijziging. De afgelopen tijd is gebleken dat de wijziging uit 2022 niet het beoogde effect heeft. Gezinnen met twee kinderen maken door de bestaande voorrang amper kans op een rolstoelwoning met vier kamers omdat elk gezin met drie kinderen of meer voorgaat. Met de voorgestelde wijziging maken gezinnen met twee of drie kinderen evenveel kans op een vierkamer­ woning. De toewijzing wordt gedaan op basis van de mate van urgentie (acuut, dringend, noodzakelijk) en indicatiedatum. De verdeling van deze woningen wordt daarmee eerlijker.

2.6.4 Voorstel verschuift probleem Eén inspreker noemt dat met de voorgestelde wijziging het probleem verschuift. Genoemd wordt dat gezinnen met één kind het ook moeilijk hebben en dat deze regel zou moeten gelden voor iedereen in een rolstoel. Ook vraagt de inspreker of er een soort generieke gehandicaptenregeling bestaat.

Reactie college Met de voorgestelde wijziging verdwijnt de voorrang voor gezinnen met drie kinderen voor een vierkamer­ woning. Er wordt geen wijziging aangebracht in de

Nota van beantwoording

bestaande werkwijze voor passend toewijzen waarbij het aantal kamers van een rolstoelwoning bepaalt welk type huishouden passend is. Voor een rolstoelwoning met vier kamers worden gezinnen geselecteerd met twee of meer minderjarige kinderen. Binnen deze groepen wordt geselecteerd op mate van urgentie ‘acuut’, ‘dringend’ en ‘noodzakelijk’. Gezinnen met één kind vallen binnen de groep huishoudens van één tot drie personen. Deze huishoudens komen in aanmerking voor rolstoel­ woningen met drie kamers. Het kan voor komen dat een gezin met één kind toch in een vierkamerrolstoelwoning komt te wonen. Dit kan alleen wanneer er geen gezinnen met twee of meer kinderen reageren op een advertentie van een vierkamerwoning.

2.6.5 Behoud autonomie privaat eigendom en rechten Eén inspreker is tegen het voorstel en schrijft “geen overheidsingrijpen in het particulier en zakelijk eigendom en rechten”.

Reactie college De voorgestelde wijzigingen in de Huisvestings­ verordening per 1 januari 2026 regelt de verdeling van woningen in de sociale sector met het label rolstoelwoning. Een aantal woningen in de private sector zijn geschikt voor rolstoelgebruikers. De voorgestelde wijziging heeft geen effect op de verdeling van woningen in de private verhuur- of koopsector.

2.6.6 Rolstoelwoningen alleen voor rolstoelgebruikers Eén inspreker noemt dat rolstoelwoningen voor mensen moeten zijn in een rolstoel en niet voor mensen met grote gezinnen. Een andere inspreker noemt dat op betrouwbare en controleerbare wijze onderzoek moet worden gedaan en bewijzen moeten worden overlegd. Selectie op basis van het inkomen of aantal gezinsleden is volgens inspreker niet genoeg om de behoefte te rechtvaardigen.

Reactie college Het college deelt de mening van de insprekers dat rolstoelwoningen bewoond dienen te zijn door rolstoelgebruikers. Alleen huishoudens met een rolstoelindicatie komen in aanmerking voor een rolstoelwoning. Vervolgens wordt gekeken of de grootte van het huishouden past bij de vrijkomende woning. Alle huishoudens met een rolstoelindicatie komen in aanmerking voor een rolstoelwoning, ongeacht het inkomen. Zo komen deze woningen

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

20

terecht bij hen die deze woningen het meest nodig hebben.

2.6.7 Bouw meer woningen Eén inspreker noemt dat al 100 jaar te weinig gebouwd wordt en dat schaamteloos onzinregels en zware beperkingen worden opgelegd. Inspreker doet de oproep om te bouwen.

Reactie college Het college erkent het probleem dat de vraag naar rolstoelwoningen groter is dan het aantal rolstoel­ woningen. In de Amsterdamse Aanpak Volkshuis­ vesting is de ambitie vastgelegd om het tekort aan rolstoelwoningen te verkleinen. Met woning­ corporaties zijn afspraken gemaakt over het aantal nieuw te bouwen rolstoelwoningen en het college verstrekt subsidie voor elke opgeleverde woning. De voorgestelde wijzingen in de Huisvestings­ verordening 2026 hebben geen impact op de afspraken of de resultaten van de nieuwbouw rolstoelwoningen. De wijziging zorgt ervoor dat vrijkomende rolstoelwoningen, waaronder nieuwgebouwde woningen, terecht komen bij een passend huishouden. De verdeling vindt plaats op basis van urgentie (acuut, dringend, noodzakelijk) en indicatiedatum.

2.6.8 Rolstoelwoningen vaak te klein Eén inspreker vindt rolstoelwoningen vaak te klein en noemt dat een rolstoelgebruiker meer ruimte nodig heeft, bijvoorbeeld voor een til-lift.

Reactie college Een woning moet voldoen aan verschillende voorwaarden om te kwalificeren als rolstoelwoning. De eisen zijn vastgelegd in het programma van eisen (PvE) voor rolstoelwoningen. Een rolstoel­ woning start bij een gemiddelde oppervlakte van 95 vierkante meter. De gemeente is nauw betrokken bij rolstoelwoningen die worden gebouwd. De gemeente ziet erop toe dat alle ruimtes in een woning toegankelijk zijn voor een rolstoelgebruiker en dat ook de hulpmiddelen die nodig zijn, kunnen worden gebruikt.

2.6.9 Rolstoellabel niet duidelijk op WoningNet Eén inspreker noemt dat het op WoningNet niet duidelijk is of een woning geschikt is voor rolstoel­ gebruik. De inspreker noemt dat rolstoelen soms niet naar binnen kunnen bij sommige woningen op de begane grond.

Nota van beantwoording

Reactie college Alle woningen die geschikt zijn voor bewoning door rolstoelgebruikers zijn op DAK (voorheen WoningNet) te herkennen aan het label rolstoel­ woningen. Alleen huishoudens met een rolstoelindicatie komen in aanmerking voor deze woningen. Sommige van deze woningen zijn op de begane grond. Hoger gelegen woningen moeten via een lift, galerij en brede entree goed toegankelijk zijn. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in het programma van eisen (PvE) voor rolstoelwoningen.

2.6.10 Toewijzing op basis van behoeften Eén inspreker noemt dat diegene niet rolstoel gebonden is maar wel een handicap heeft waardoor meer ruimte in het toilet en bad nodig is. De inspreker doet de suggestie om naast het label rolstoelindicatie ook toe te wijzen op specifieke behoefte.

Reactie college Het college erkent dat sommige Amsterdammers specifieke behoeften hebben in hun woonsituatie. Via de Wmo helpt de gemeente Amsterdammers die ondersteuning, een hulpmiddel of woning­ aanpassing nodig hebben. Zo kunnen mensen langer zelfstandig blijven wonen. Het kan zijn dat het niet mogelijk is om woningaanpassingen te doen. De indeling van een badkamer kan soms niet worden veranderd of de badkamer zelf kan niet worden vergroot. Met een medische urgentie kan iemand dringend verhuizen indien dit nodig is uit medische redenen. Met een Wmo-indicatie is het mogelijk met voorrang in aanmerking te komen voor een woning op de begane grond, de eerste verdieping of met een lift. 55-plussers komen in aanmerking voor senioren­ woningen. Voor deze woningen zijn minimale maten van de oppervlakte van een toilet en badruimte opgenomen.

2.6.11 Positief over voorgestelde wijzigingen 38 insprekers zijn positief over het voorstel. Eén inspreker noemt dat alle mensen meetellen dus moeten rolstoelgebonden bewoners in goede woningen kunnen wonen. “Goed plan, akkoord, noodzakelijk,” zijn reacties die verschillende keren terugkomen. Een andere inspreker noemt het een eerlijker voorstel.

Reactie college Het college bedankt de insprekers die de voorgestelde wijzigingen steunen.

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

21

2.7 Aanpassen weigeringsgrond urgentie aantal wachtpunten

voorstel voornamelijk raakten aan andere onderwerpen, zoals het puntenstelsel.

Het college wil de regels aanpassen voor wie urgentie kan krijgen. Nu geldt nog dat kleine gezinnen met meer dan 13 wachtpunten en grote gezinnen met meer dan 15 wachtpunten geen urgentie krijgen. Maar deze regels kloppen niet meer goed. Tegenwoordig tellen namelijk ook andere punten mee, zoals zoekpunten. Het is ook lastig om precies te zien hoeveel punten iemand gemiddeld nodig heeft om een woning te krijgen, omdat mensen punten kunnen opbouwen en verliezen. Het college gaat daarom elk jaar kijken wat het gemiddelde aantal punten is dat nodig is voor een woning. Alleen mensen die onder dit gemiddelde zitten, kunnen urgentie krijgen. Zo sluiten de urgentieregels beter aan bij de woningmarkt.

2.7.1 Positieve inspraakreacties

Er zijn in totaal 35 inspraakreacties binnengekomen op het voorstel om de weigeringsgrond over het aantal wachtpunten in het urgentiebeleid aan te passen. Drie van deze reacties zijn afkomstig van een organisatie. Het gaat daarbij om reacties van de Amsterdamse federatie van Woningcorporaties (AFWC), de Federatie Amsterdamse Huurderkoepels (FAH) en Stichting !WOON. De overige binnen­ gekomen reacties zijn afkomstig van individuele burgers. De reacties van de insprekers op dit voorstel voor wijziging van de Huisvestings­verordening zijn wisselend. Acht individuele insprekers en twee organisaties spreken zich positief uit over het voorstel van het college om de urgentieregels aan te passen, één inspreker is tegen het voorstel. De overige insprekers zijn kritisch, maar refereren in hun inspraakreacties niet per se naar de beleids­ wijziging die hier wordt voorgesteld. Zo zijn er maar liefst zeven insprekers die zich in hun reactie kritisch uitlaten over het puntenstelsel waarmee de positie van woningzoekenden in WoningNet mede wordt bepaald. Daarnaast zijn er insprekers die vinden dat er geen urgentie meer mag worden toegekend, dat er juist meer urgenties moeten worden toegekend of dat de nadruk in Amsterdam meer moet worden gelegd op bouwen of scheefwonen.

De reacties van organisaties en individuele burgers zijn gebundeld per onderwerp samengevat en voorzien van een reactie door het college. De inspraakreacties zijn voor het college geen reden om het voorstel om de weigeringsgrond over het aantal wachtpunten aan te passen. Dit heeft er mee te maken dat de negatieve reacties op dit beleids­

Nota van beantwoording

Acht van de individuele insprekers zijn positief over het voorstel om de weigeringsgrond over het aantal wachtpunten aan te passen. Ook Stichting !WOON en de AFWC geven aan dat ze positief tegenover dit voorstel staan.

Reactie college Het college is tevreden met het feit dat deze insprekers zich kunnen vinden in het voorstel.

2.7.2 Bepalen puntenaantal Hoewel de AFWC positief is over het wijzigings­ voorstel, geeft zij in haar inspraakreactie aan dat ze wel benieuwd is op welke manier de gemeente het gemiddelde benodigde aantal woonpunten gaat onderbouwen en hoe zij dit transparant zal maken naar woningzoekenden.

Reactie college Bij het bepalen van het gemiddelde puntenaantal zal de gemeente gebruikmaken van de laatste rapportage Woonruimteverdeling waarin het gemiddeld aantal punten dat nodig is om kans te maken op een bepaald type woning benoemd wordt.

2.7.3 Evaluatie van de nieuwe woonruimteverdeling Een van de insprekers geeft aan dat het college de inzet van zoekpunten zou moeten evalueren. Zoekpunten zorgen volgens deze inspreker voor een dwangmatig reageren door woningzoekenden.

Reactie college Het college heeft samen met de corporaties afgesproken om de nieuwe woonruimteverdeling (die zorgde voor de introductie van woonpunten) na drie jaar te evalueren. De evaluatie van de nieuwe woonruimteverdeling staat daarom gepland voor 2026. Het college vindt echter niet dat beleid dat betrekking heeft op het puntenstelsel niet door moet gaan totdat de nieuwe woonruimteverdeling geëvalueerd is. Om die reden is het college wel voornemens om deze wijziging in het urgentiebeleid door te voeren.

2.7.4 Kritiek op puntensysteem Zes insprekers geven in hun inspraakreactie kritiek op het puntensysteem dat is geïntroduceerd met de nieuwe woonruimteverdeling. Zij geven daarbij onder andere de volgende kritiekpunten mee: • Twee insprekers geven aan dat het niet eerlijk is

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

22

dat er bij weigering van een woning na een bezichtiging een punt wordt afgetrokken als de foto’s van de woning op DAK en de daadwerkelijke situatie in de aangeboden woning niet overeenkomen. De informatie in de advertenties is soms summier. Een tweede inspreker is het hiermee eens en benoemt dat het niet mogelijk is om alleen op basis van foto’s van een woning te beoordelen of je de woning wil betrekken. • Een inspreker geeft aan het toekennen van benedenwoningen aan senioren te missen. • Een inspreker vindt dat de website van WoningNet toegankelijker moet worden gemaakt, ook voor woningzoekenden van buitenaf. • Een inspreker vindt het niet eerlijk dat wachtpunten en zoekpunten in de woonruimteverdeling evenveel waard zijn. • Een inspreker geeft aan dat het in algemene zin goed zou zijn als het systeem wordt herzien. • Tot slot is er een inspreker die stelt dat het puntensysteem moet worden afgeschaft. Als iemand een woning wil in Amsterdam, dan moet diegene zich inschrijven.

2.7.5 Oplossen scheefwonen Een van de insprekers is het niet eens met de voorgestelde wijziging, omdat de prioriteit zou moeten liggen op het oplossen van het tekort aan sociale huurwoningen. Volgens deze inspreker wordt dat tekort veroorzaakt door scheefwonen.

Reactie college Het college is met deze inspreker eens dat het oplossen van het tekort aan sociale huurwoningen een prioriteit moet zijn. Daarom zet het college zich in voor het realiseren van nieuwbouw en een betere verdeling van de bestaande woningvoorraad. Het aanpakken van scheefwonen is een belangrijk thema binnen het doorstroomoffensief, waar huishoudens onder andere door het inzetten van verhuisregelingen worden verleid om te verhuizen naar een passende woning.

2.7.6 Nadruk op bouwen Een inspreker geeft aan dat het college de focus zou moeten leggen op het bouwen van nieuwe woningen.

Reactie college Reactie college Het college begrijpt de kritiek die er is op het puntensysteem. Het puntensysteem is binnen de hele voormalige stadsregio Amsterdam geïntroduceerd in januari 2023. Het doel van de introductie van het nieuwe systeem was om niet langer enkel inschrijfduur doorslaggevend te laten zijn in het bepalen wie de woning krijgt, maar om ook een kans te geven aan starters. Het puntensysteem wordt in 2026 geëvalueerd. Bij de evaluatie zal er zeker gekeken worden naar de voorwaarden voor het afbouwen van punten, de kwaliteit van de woningadvertenties en de toegankelijkheid van DAK (WoningNet). De kans dat het systeem na de evaluatie in zijn geheel zal worden herzien of afgeschaft, is klein. Ook de kans dat wachtpunten naar verhouding meer waard zullen worden dan zoekpunten is klein. Met de invoer van het puntensysteem beoogden corporaties en gemeenten namelijk juist te zorgen voor een systeem waar niet langer wachttijd, maar ook zoekgedrag en de situatie waarin iemand verkeert de positie op de wachtlijst binnen WoningNet bepalen. Het is nog steeds zo dat toegankelijke beneden­ woningen met voorrang naar senioren gaan (zij komen aan de beurt na de Wmo-kandidaten).

Nota van beantwoording

Het college ziet het volkshuisvestingsprobleem niet als een probleem dat alleen kan worden opgelost door nieuwe woningen te bouwen. Door te zorgen dat woningen die er al zijn op een betere manier verdeeld worden, wordt er passender toegewezen en zorgen we ervoor dat de bestaande voorraad op de juiste manier wordt verdeeld.

2.7.7 Kritiek op urgentie(voorwaarden) Een viertal insprekers heeft kritiek op het toekennen van urgentie in het algemeen. Drie van hen pleiten voor een afschaffing van het urgentiesysteem en vinden dat er andere oplossingen moeten komen voor mensen die met spoed een woning zoeken. Een vierde inspreker is van mening dat de urgentie­ criteria op zijn minst heel erg aangescherpt moeten worden.

Reactie college Het college kan zich niet vinden in de reacties van deze insprekers. Amsterdam is een stad waarin iedereen welkom is en waar we hulp bieden aan mensen die dat nodig hebben. Het college staat daarom pal voor het toekennen van urgentie aan groepen met een kwetsbare achtergrond.

2.7.8 25% vrij toewijzen Een inspreker pleit ervoor om 25% van de sociale huurwoningen niet toe te wijzen aan een doelgroep.

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

23

Reactie college Dit voorstel is in lijn met het Volksinitiatief Eerlijke verdeling van sociale huurwoningen. De gemeente­ raad en initiatiefnemers van dit Volksinitiatief hebben gezamenlijk afgesproken dat er een pilot zal komen waarbij er 100 woningen zonder voorrangen en niet aan mensen met urgentie worden toegewezen. De uitkomsten van deze pilot zullen gebruikt worden om te bepalen of dit beleid breder in de stad zal worden toegepast.

2.7.9 Meer urgenties toewijzen Twee insprekers vragen het college om de urgentievoorwaarden uit te breiden. Een van hen meent dat urgentie gegeven moet worden zodra iemand dat nodig heeft. Een ander wijst op het belang van het oplossen van de woonproblemen van mensen met kinderen na een echtscheiding.

regels wil het college opnemen hoeveel punten een woningzoekende gemiddeld nodig heeft om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Hierbij moet dus gekeken worden naar de gemiddelde zoektijd van verschillende groepen wanneer hen een woning wordt toegewezen.

2.7.12 Voorstel om het systeem te bespreken De Federatie Amsterdamse Huurderskoepels geeft in de inspraakreactie aan dat ze het systeem dat het college hier voorstelt graag willen bespreken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties.

Reactie college Het college zal contact opnemen met de FAH om het systeem te bespreken.

2.7.13 Tegen het voorstel Reactie college Volgens de huidige Amsterdamse urgentiecriteria krijgen Amsterdammers die dakloos (dreigen te) raken met minderjarige kinderen urgentie.

Een inspreker is tegen het voorstel. Deze inspreker benoemt dat de overheid niet zou moeten ingrijpen in particulier en zakelijk eigendom en rechten.

Reactie college 2.7.10 Voorrang voor Amsterdammers Een inspreker geeft aan dat mensen die geboren zijn in Amsterdam voorrang zouden moeten krijgen op sociale huurwoningen in de stad omdat dat goed is voor de sociale cohesie.

Het college is het niet met deze insprekers eens en vindt dat zij er moet zijn voor mensen die dat nodig hebben. Het voorstel draagt bij aan een inclusieve stad en zorgt ervoor dat woningen passend beschikbaar blijven voor de doelgroepen die daar het meest bij gebaat zijn.

Reactie college Het college kan zich gedeeltelijk vinden in de reactie van deze inspreker. Met de voorrangsregeling voor Amsterdamse jongeren, de stadsdeelvoorrang en de voorrang voor beroepsgroepen wordt er voorrang gegeven aan woningzoekenden die binding hebben met de stad of die voor de stad werken. Hoewel er dus ook ruimte moet zijn voor Amsterdammers, heeft het college niet de intentie om Amsterdam dicht te gooien voor woningzoekenden van buitenaf.

2.7.11 Kritiek op bepalen punten Een inspreker is het er niet eens met de tekst in het wijzigingsvoorstel die stelt dat het moeilijk te bepalen is hoeveel woonpunten iemand heeft. Dit is namelijk zichtbaar in het WoningNetprofiel.

Reactie college Het college is zich ervan bewust dat in het WoningNet­profiel van een woningzoekende terug te vinden is hoeveel woonpunten deze woning­ zoekende heeft. Dit is echter niet wat er in het wijzigingsvoorstel bedoeld werd. In de urgentie­

Nota van beantwoording

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

24

3

Woonruimtevoorraad in de Huisvestings­verordening

Het college heeft verschillende voorstellen voor de Huisvestings­verordening per 1 januari 2026 gepresenteerd wat betreft woonruimte­ voorraad. In totaal zijn er drie voorstellen ingediend die variëren van een vergunningplicht voor tweede woningen, het invoeren van een escalatieladder bij vakantieverhuur en een herziening van het splitsingsbeleid. Op de voorstellen zijn in totaal 530 inspraakreacties binnengekomen van zowel organisaties als individuele burgers. De reacties zijn als volgt verdeeld: • Beperken van de groei van tweede woningen (pied-à-terres): 225 reacties. • Invoering van een escalatieladder bij vakantieverhuur: 253 reacties. • Herziening van het splitsingsbeleid: 52 reacties. De reacties op de drie voorstellen wat betreft woonruimteverdeling zijn overwegend positief. Voor het voorstel rond tweede woningen kwamen 225 reacties binnen. Een ruime meerderheid van 137 insprekers is positief en vindt dat woningen daadwerkelijk door inwoners van de stad moeten worden bewoond. Een deel van hen pleit zelfs voor een volledige afschaffing van tweede woningen, omdat zij het voorstel niet ver genoeg vinden gaan. Daartegenover staan 46 insprekers die wijzen op eigendomsrechten, het geringe aantal tweede woningen en alternatieve oplossingen voor de woningnood. Daarnaast zijn er 39 reacties met vragen en suggesties, waarvan sommige buiten de reikwijdte van het voorstel vallen.

Het voorstel voor de escalatieladder vakantieverhuur leverde 253 reacties op. De AFWC en de FAH hebben een korte reactie gegeven waarin ze het standpunt van het college onderschrijven dat woningen zoveel mogelijk beschikbaar moeten zijn om in te wonen, en zijn voorstander van maatregelen tegen vakantieverhuur. De reactie van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is van gelijke strekking, echter pleiten zij voor nog striktere maatregelen zoals een algeheel verbod op vakantieverhuur. Daartegenover staan Airbnb en Amsterdam Gastvrij. Zij spreken zich uit tegen het voorstel. Beide partijen bekritiseren de onderbouwing van de extra maatregelen en

Nota van beantwoording

vinden de maatregelen disproportioneel. Daarnaast betogen ze, net als Home Exchange, dat vakantie­ verhuur niet de voornaamste bron van overlast is. Van de individuele reacties zijn 132 insprekers positief, al willen sommigen dat de maatregelen verder gaan, terwijl 94 insprekers zich uitspreken tegen het voorstel. Er zijn daarnaast suggesties gedeeld, ook over bredere toeristische verhuur. Voor het voorstel over het splitsingsbeleid kwamen 54 reacties binnen. Er zijn 14 expliciet positieve reacties, negen inhoudelijke zonder duidelijke keuze en 23 reacties die vooral over woningvormen gaan. Er zijn geen expliciet negatieve inspraakreacties ontvangen. Een achttal reacties zijn neutraal en bevatten suggesties of opmerkingen die niet direct op het voorstel ingaan. De inspraakreacties hebben tot twee wijzigingen van de voorgestelde voorstellen geleid. Het college neemt inzake de escalatieladder de technische suggestie van Amsterdam Gastvrij over om voor het aantal overnachtingen per 100 woningen niet over een percentage te spreken. Tevens past het college mede naar aanleiding van de inspraakreactie van Amsterdam Gastvrij de 80% regel in escalatieladder aan, zodat deze alleen geldt voor wijken die volgens het Toeristische draagkracht onderzoek onder druk staan of kwetsbaar zijn.

Daarnaast gaat het college onderzoeken of het haalbaar is om het voorstel van Amsterdam Gastvrij om de geldigheidsduur van de vergunning voor vakantieverhuur te verlengen naar twee jaar (in plaats van een jaar) vanaf 2027 in te voeren.

3.1 Beperken groei aantal tweede woningen Het college wil het aantal tweede woningen (pied-à-terres) beperken. Dit zijn woningen waar de eigenaar of huurder niet woont, maar om diverse redenen, gebruikt om af te toe in Amsterdam te kunnen verblijven. Sinds 2010 zijn tweede woningen, zolang wordt voldaan aan een aantal algemene criteria, zonder vergunning toegestaan. Het college stelt voor dat er vanaf 2026 een vergunning nodig is om een tweede woning te hebben. Het doel is

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

25

om in ieder geval een toename van tweede woningen te beperken en dat meer woningen regulier bewoond worden.

Bestaande gevallen Alle personen die op 31 december 2025 een woning als tweede woning gebruiken overeenkomstig de criteria uit de Huisvestings­verordening voor tweede woningen, komen tenminste een jaar lang in aanmerking voor een vergunning op grond van de huidige voorwaarden. Zo behouden mensen die al een tweede woning hebben het recht om ook na 2026 gebruik te maken van hun tweede woning in Amsterdam. Voor nieuwe gevallen geldt vanaf 1 januari 2026 een vergunningstelsel waarbij alleen nog bij een zwaarwegend belang een vergunning wordt verleend.

Nieuwe gevallen Voor nieuwe tweede woningen komen er strengere voorwaarden. Er wordt alleen nog een vergunning verleend als wordt voldaan aan een van de volgende drie situaties: 1. Iemand werkt in Amsterdam voor minimaal twee dagen per week voor minimaal zes maanden; 2. Iemand verleent mantelzorg voor minimaal acht uur per week aan een ingezetene van Amsterdam; 3. Een persoon heeft minimaal drie jaar in Amsterdam gewoond en verhuist naar het buitenland. Er zijn in totaal 225 reacties binnengekomen op het voorstel om het aantal tweede woningen te beperken. Vier van deze reacties zijn afkomstig van een organisatie. Het gaat om de Amsterdamse federatie van Woningcorporaties (AFWC), de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH), Stichting !WOON en de Makelaars Vereniging Amsterdam (MVA). De meerderheid van de insprekers (137) is het eens met het voorstel en vindt dat de schaarse woningen in Amsterdam ook daadwerkelijk bewoond moeten worden door inwoners uit de stad. Hierbij wordt veel genoemd dat gezien het grote aantal woning­ zoekenden een tweede woning een verkeerd gebruik is van de beschikbare woningen. Een deel van deze groep pleit voor een volledige afschaffing van tweede woningen en vindt dat het voorstel daarom niet ver genoeg gaat. In totaal zijn 46 insprekers tegen het voorstel, waarbij verschil­ lende redenen worden genoemd.

Veelgenoemde argumenten zijn de inbreuk op het eigendoms­ recht, het geringe aantal tweede woningen en de opvatting dat de woningnood op een andere manier kan worden opgelost. De overige 39 reacties gaan veelal in op zaken die onduidelijk zijn voor de

Nota van beantwoording

insprekers en bevatten suggesties die wel en geen betrekking hebben op het voorstel. Om te beginnen zijn de reacties van de organisaties samengevat met een reactie van het college. Een deel van de individuele burgers brengt hetzelfde punt naar voren als de MVA over de inperking van het eigendomsrecht. Daarnaast zijn de individuele reacties onderverdeeld in categorieën reacties ‘voor’ en ‘tegen’ het voorstel en een overige categorie. Hierbinnen zijn de reacties gebundeld per onderwerp gevolgd door de reactie van het college. Tevens concludeert het college dat er bij enkele insprekers verwarring is over het gebruik van een tweede woning en onduidelijkheid bestaat over de huidige en nieuwe voorwaarden. Deze reacties zijn ondergebracht in de categorie ‘overige reacties van particulieren’, waarbij het college alleen op hoofdlijnen reageert. Tot slot zijn er enkele reacties binnengekomen die geen betrekking hebben op het voorstel. De inspraakreacties zijn voor het college geen reden om het voorstel te wijzigen.

3.1.1 Reacties van organisaties Er hebben vier organisaties een inspraakreactie ingediend over de vergunningsplicht voor tweede woningen, te weten de AFWC, de FAH, Stichting !WOON en de MVA. De AFWC steunt het voorstel. Het terugdringen van de groei van tweede woningen draagt bij aan het beter benutten van de bestaande woningen en aan het verminderen van de schaarste. De Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH) is voorstander van een dergelijke regel. De regeling geldt voor nieuwe gevallen en daardoor behouden mensen die al een tweede woning hebben het recht om ook na 2026 gebruik te maken van hun tweede woning in Amsterdam. Stichting !WOON is positief over het voorstel, maar vraagt of rechtspersonen ook een dergelijke vergunning kunnen aanvragen. MVA uit zich kritischer vanwege de inperking van het eigendomsrecht. De MVA denkt hierbij bijvoorbeeld aan directeuren groot aandeelhouders van Amsterdamse bedrijven die woonachtig zijn in het buitenland, maar wel degelijk economisch bijdragen aan de stad. De MVA pleit ervoor om eerst een vergunningstelsel in te voeren waarmee het gebruik als niet-hoofdverblijf op een transparante en gestructureerde wijze wordt geregistreerd. Op

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

26

basis van die gegevens kan de gemeente vervolgens onderbouwd en gefaseerd beleid ontwikkelen voor eventuele aanvullende eisen.

voldaan aan de criteria die nu gelden voor een tweede woning.

3.1.2.1 Het gaat om heel weinig woningen Reactie college Het college dankt de insprekers voor hun inspraak­ reacties. Op de vraag of ook rechtspersonen een vergunning aan kunnen vragen is het antwoord dat elke eigenaar of een vertegenwoordiger daarvan een vergunning kan aanvragen. Het college beoordeelt of de opgegeven gebruiker van de woning aan de voorwaarde voor een vergunning voldoet. In geval iemand bijvoorbeeld kan aantonen dat hij/zij minimaal twee dagen per week voor minimaal zes maanden in Amsterdam werkt, kan die persoon in aanmerking komen voor een vergunning voor een tweede woning. Het college is niet bereid om voor directeuren groot aandeelhouders een uitzondering te maken op dit criterium. Dat zou ook een ongewenste ongelijkheid geven.

3.1.2 Negatieve reacties van particulieren

Acht insprekers stellen dat het reguleren van tweede woningen een zeer beperkt effect heeft aangezien slecht 0,5% van de Amsterdamse woningvoorraad als tweede woning wordt gebruikt. Het beperken van tweede woningen is volgens deze insprekers hiermee vooral een symbolische maatregel die nauwelijks bijdraagt aan het oplossen van de woningnood, maar wel zorgt voor economische onzekerheid, economische schade en toename van de bureaucratie.

Reactie college Het klopt dat het om relatief weinig woningen gaat. Omdat de woningschaarste nog steeds toeneemt, is er genoeg reden om hier regelgeving op te maken. In deze tijden van schaarste telt iedere woning. Daar komt bij dat de regelgeving ook wordt ingesteld met de intentie om toekomstige groei tegen te gaan.

3.1.2.1 In strijd met het eigendomsrecht Een groep van 14 insprekers en de MVA stellen onder meer dat het inperken van tweede woningen in strijd is met het eigendomsrecht van particulieren. Er zou geen wettelijke regeling zijn die een tweede woning verbiedt. Huidige eigenaren, onder wie ook Nederlanders die in het buitenland verblijven maar een economische band met de stad hebben, zullen hierdoor op termijn in de knel komen.

Reactie college Om het woningtekort aan te pakken mag de gemeente regels stellen over het gebruik van woningen, en dus ook over het gebruik van een woning als tweede woning. Een tweede woning wordt slechts incidenteel gebruikt. Het college vindt het van groot belang dat, in deze tijden van woning­ schaarste, zoveel mogelijk woningen permanent worden bewoond. Hoewel het tekort aan woningen al jaren groot is, was een tweede woning onder voorwaarden wel toegestaan. In de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting heeft de gemeente de keuze gemaakt om zowel met nieuwbouw als met het inzetten op het beter benutten van de bestaande voorraad meer woonruimten te creëren. Daarom is nu het voorstel om het eigendomsrecht op dit punt te beperken waardoor in nieuwe situaties een woning alleen nog in een beperkt aantal situaties als tweede woning mag worden gebruikt. Voor bestaande gevallen komen er geen extra eisen aan de vergunning bij. Eigenaren van bestaande tweede woningen kunnen een vergunning krijgen als wordt

Nota van beantwoording

3.1.2.2 Woningtekort op een andere manier oplossen Negen insprekers geven aan dat er andere manieren zijn om het woningtekort op te lossen. Zo had er meer ingezet moeten worden op het bouwen van (betaalbare) woningen, moet de gemeente het aan toeristen verhuren van woningen verder beperken en moet er meer ingezet worden op het tegengaan van oneigenlijke onderhuur. Ook zijn er volgens insprekers andere manieren om leegstand tegen te gaan, bijvoorbeeld door een betere registratie van gebruik en stimulering van tijdelijk verhuur.

Reactie college De gemeente zet zich op verschillende manieren in om meer woningen in de stad te realiseren. Dit geldt voor nieuwbouw, transformatie van panden naar woningen en ook bijvoorbeeld het verruimen van de mogelijkheden voor kamerverhuur en huisbewaring. Het college wil daarbij alle mogelijk­ heden aangrijpen om meer mensen een kans te geven op woonruimte in Amsterdam.

3.1.2.3 Fiscale maatregelen Twee insprekers geven aan dat stengere regels niet nodig zijn, aangezien fiscale maatregelen het bezit van tweede woningen al minder aantrekkelijk maken en dat men al betaalt voor een tweede woning middels belastingen.

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

27

Reactie college De fiscale maatregelen die het bezit van een tweede woning minder aantrekkelijk moeten maken, worden vastgesteld op Rijksniveau. De gemeente heeft hierin geen zeggenschap. Tegelijkertijd is de druk op de Amsterdamse woningmarkt aanzienlijk groter dan landelijk gemiddeld. Juist vanwege het ontbreken van invloed op deze landelijke fiscale instrumenten, acht het college het van belang om aanvullende lokale maatregelen te treffen die aansluiten bij de specifieke situatie binnen de gemeente en ervoor zorgen dat zoveel mogelijk woningen regulier worden bewoond.

3.1.2.4 Beperken van tweede woningen remt de economie Twee insprekers stellen dat het beperken van tweede woningen kan leiden tot minder investeringen in de stad en dat dit schadelijk is voor de lokale economie.

Reactie college Reguliere bewoning stimuleert ook de economie en ook nog eens het hele jaar door. Dat is bij bewoning van een tweede woning vaak niet het geval, omdat is gebleken dat veel tweede woningen langdurig leegstaan.

woning die niet als hoofdverblijf wordt gebruikt en daardoor een groot deel van het jaar leegstaat. Juist in tijden van woningschaarste vindt het college het van belang dat zoveel mogelijk woningen regulier worden bewoond.

3.1.2.7 Minder regeldruk Zes insprekers geven aan dat een vergunningsplicht voor bestaande tweede woningen te ver gaat en dat huidige eigenaren ontzien moeten worden van de regeling. Daarbij geven twee insprekers aan dat dit ook het geval is voor nieuwe gevallen en vier insprekers geven aan dat het legitiem is om wel regels te stellen voor nieuwe gevallen.

Reactie college Het voorstel is om één vergunningsysteem te maken voor alle gebruikers van een tweede woning. Daarbij krijgen de gebruikers van bestaande tweede woningen de mogelijkheid om op grond van de huidige eenvoudige criteria een vergunning aan te vragen, zodat die gebruikers het gebruik van de woning als tweede woning kunnen voortzetten.

3.1.2.8 Beperk alleen het lagere segment tweede woningen

Een inspreker geeft aan dat de consequentie van dit voornemen is dat men zich inschrijft in hun tweede woning in Amsterdam waarmee dat het hoofdadres wordt.

Vijf insprekers vinden het alleen zinvol om tweede woningen in het lagere segment te beperken. Ze stellen hierbij dat bestaande en nieuwe tweede woningen vaak niet de woningen zijn in de prijsklasse van starters. Hierdoor zal het beperken weinig tot geen invloed hebben op het woningtekort.

Reactie college

Reactie college

Het college verwacht niet dat door dit beleid veel eigenaren ervoor zullen kiezen om hun hoofdverblijf te zullen verplaatsen naar Amsterdam. Als dat alleen voor de vorm zou zijn en de woning blijft toch voor het grootste deel leegstaan, dan is de kans groot dat zal worden gehandhaafd op grond van de Leegstandverordening.

In het midden- en hoge segment is ook sprake van woningschaarste. De huidige Amsterdamse woningmarkt staat onder druk in alle prijsklassen en de doorstroming stokt ook juist wanneer er onvoldoende aanbod is in het hogere segment. Tevens maakt de gemeente in de aanpak van leegstand geen onderscheid in woningwaarde.

3.1.2.6 Discriminatie

3.1.3 Positieve reacties van particulieren

3.1.2.5 Inschrijving in Amsterdam

Een inspreker stelt dat een vergunning voor een tweede woning ernstig discriminerend is vanwege gelijkwaardigheid en dat eigenaren net zoveel bijdragen aan de stad als personen die permanent wonen in Amsterdam.

Reactie college Het college is van mening dat met dit voorstel niet wordt gediscrimineerd. Het gaat er niet om of iemand wel of niet bijdraagt aan de stad, dat is bij dit voorstel niet relevant. Het gaat er om of een woning in deze tijden van woningschaarste grotendeels leegstaat. Een tweede woning is een

Nota van beantwoording

3.1.3.1 Groot deel van de insprekers is het eens met het voorstel Het over grote deel van de insprekers (125) beaamt dat het in een woningcrisis niet passend is om een woning in Amsterdam aan de markt te onttrekken als men elders in Nederland reeds in het bezit is van een woning. Daarnaast reageren de insprekers dat Amsterdam geen spookstad mag worden en dat de gemeente al veel eerder regels had moeten invoeren om tweede woningen te beperken. Tevens gaan veel reacties over situaties waarin men zelf ervaart dat woningen in complexen worden

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

28

gebuikt als tweede woningen en deze dus veelal leegstaan.

Reactie college Het college is verheugd met de overgrote meerderheid aan positieve reacties op dit beleidsvoorstel.

3.1.3.2 Het voorstel gaat niet ver genoeg Elf insprekers zijn positief over het voorstel, maar geven daarbij aan dat het voorstel niet ver genoeg gaat. Zo moet de focus niet alleen liggen op het beperken van de nieuwe gevallen, maar moeten ook bestaande gevallen niet meer toegestaan worden. Ook geef één inspreker de suggestie om een algeheel verbod te beperken tot risicogebieden.

Reactie college Voor vakantieverhuur is apart beleid opgesteld en dat heeft geen betrekking op beleid ten aanzien van tweede woningen.

3.1.4.3 Bewoningsplicht Een inspreker geeft als suggestie dat er bij een tweede woning ook een bewoningsplicht hoort net als bij een reguliere (eerste) woning. Door een registratieplicht en een woonvergunning zou dit goed te volgen moeten zijn.

Reactie college Het kenmerkende van een tweede woning is juist dat de eigenaar de woning niet als hoofdverblijf gebruikt en daardoor kan er ook geen bewonings­ plicht worden opgelegd.

Reactie college Gelet op het feit dat het in de afgelopen jaren relatief eenvoudig was om een tweede woning in Amsterdam aan te schaffen, acht het college het op dit moment niet proportioneel om alle voorgestelde uitzonderingen niet toe te staan. Het ligt meer in de rede om de effecten van het aangescherpte beleid de komende jaren te monitoren, waarna een eventueel besluit tot verdere beperkingen op basis van opgedane ervaringen en evaluaties kan worden overwogen.

3.1.4.4 Vergunning koppelen aan persoon in plaats van woning Een inspreker stelt dat een vergunning wordt gekoppeld aan een woning, maar dat dit eigenlijk aan een persoon gekoppeld moet worden. Hierbij benoemt de inspreker de situatie dat een persoon een andere tweede woning koopt en zijn oude tweede woning verkoopt.

Reactie college

Een inspreker heeft een huurwoning als hoofdverblijf in Amsterdam en heeft een recreatiewoning op een vakantiepark elders in Nederland. De inspreker stelt dat hij met het voorstel nu niet meer kan genieten van zijn recreatiewoning.

Het gaat bij tweede woningen juist om een woning die aan reguliere bewoning wordt onttrokken. Dat is een vorm van woningonttrekking. En een vergunning wordt dan ook aan iemand verstrekt voor die specifieke woning. Als een eigenaar zijn tweede woning verkoopt en een andere woning aankoopt om die als tweede woning te willen gebruiken dient die persoon een nieuwe vergunningaanvraag in te dienen.

Reactie college

3.1.4.5 Ruimte te kort in woning Amsterdam

Het hoofdverblijf bevindt zich in Amsterdam, waarmee er geen sprake is van een tweede woning in de gemeente Amsterdam. Dat de inspreker daarnaast nog een recreatiewoning heeft elders in Nederland heeft geen betrekking op het voorgestelde beleid.

Twee insprekers hebben een tweede woning in de directe nabijheid van de eerste woning gekocht omdat zij onvoldoende ruimte hebben in de eerste woning. Een inspreker legt uit dat ze in de buurt van hun woning nog een tweede woning gekocht hebben en nu als gezin in twee woningen tegelijk wonen. Ze vragen om deze vorm van bewoning ook toe te staan.

3.1.4 Overige reacties van particulieren 3.1.4.1 Recreatiewoning elders in Nederland

3.1.4.2 Vakantieverhuur Twee insprekers ervaren dat de gemeente zegt bezig te zijn met het aanpakken van de woningnood, maar dat er vervolgens op allerlei plekken vergunningen voor toeristisch verhuur worden verstrekt. Ze stellen dat de gemeente deze categorie moet aanpakken.

Nota van beantwoording

Reactie college In het geval de gezinsleden in beide woningen wonen en er dus ook gezinsleden in geschreven staan op de adressen, dan zien we dat niet als een pied-a-terre oftewel tweede woning. De vrijstelling voor tweede woningen die tot 2026 van kracht is, geldt alleen als de gebruiker zelf buiten Amsterdam woont. Het voorstel van het college om nieuwe

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

29

gevallen alleen in bijzondere situaties toe te staan heeft dus feitelijk geen invloed op de situatie dat een huishouden in twee woningen in Amsterdam woont.

3.1.4.6 Overgangsrecht voor nog op te leveren nieuwbouw Drie insprekers beschrijven de situatie van een nieuwbouwwoning gekocht in 2023, met het doel deze als tweede woning te gaan gebruiken, voor 1 januari 2026 nog niet is opgeleverd en die zou dan buiten het overgangsrecht komen te vallen, zoals dat nu is voorgesteld. Insprekers betogen dat dan ook dat deze woning als bestaand geval geldt en onder het overgangsrecht behoort te vallen.

Reactie college Voor bestaande gevallen heeft het college een overgangsrecht voorgesteld zodat mensen die al een tweede woning gebruikten voor 1 januari 2026 dat recht niet wordt afgenomen. Voor mensen die een woning al hebben gekocht maar die nog niet is geleverd, is de situatie anders. Deze mensen hebben nog geen gebruik gemaakt van de vrijstelling die tot 1 januari 2026 geldt voor tweede woningen. Kern bij deze inspraakreacties is dat mensen die in de afgelopen periode een woning hebben gekocht om deze te zijnertijd als tweede woning te gebruiken, maar dat door omstandigheden nog niet kunnen, zij de woning wel hebben gekocht met de verwachting dat dat geen probleem zou zijn. Ten tijde van de aankoop gold immers de huidige soepelere regeling. Het college zal dit respecteren mits aan de huidige criteria voor een tweede woning wordt voldaan.

3.1.4.7 Criterium voor mantelzorg uitbreiden Een inspreker stelt dat er niet verwacht kan worden dat men alleen in aanmerking komt voor een tweede woning als er mantelzorg wordt verleend aan een inwoner van Amsterdam. Volgens de inspreker zou de gemeentegrens niet leidend moeten zijn en zou men ook in aanmerking moeten komen als men mantelzorg verleent in een omliggende gemeente.

Reactie college Het voorgestelde beleid ziet alleen toe op woningen die liggen binnen de grenzen van de gemeente Amsterdam. Daarnaast is het college niet bereid om mensen die in de omliggende gemeente mantelzorg verlenen ook toestemming te geven om in Amsterdam een tweede woning te hebben. Dat zou juist mogelijk leiden tot meer tweede woningen, terwijl het doel is om de groei van het aantal tweede woningen te beperken.

Nota van beantwoording

3.1.4.8 Gepensioneerden Twee insprekers geven aan dat gepensioneerden die in het buitenland wonen maar dit ook deels in Amsterdam willen, uitgezonderd moeten worden van de regeling. Onder de insprekers is verwarring en onzekerheid als men na het pensioen uit Amsterdam is vertrokken en al langer een tweede woning heeft.

Reactie college Het beleidsvoorstel voorziet niet in een aparte regeling voor gepensioneerden. Het college acht dat ook niet noodzakelijk. Wel is het zo, maar dat geldt voor iedere eigenaar, dat als iemand meer dan drie jaar in Amsterdam heeft gewoond en naar het buitenland verhuist binnen een bepaalde tijd in de stad een tweede woning kan aanschaffen.

3.1.4.9 Woonspeculatie tegengaan Een inspreker is van mening dat Amsterdam zich moet richting op woonspeculatie, en niet op Amsterdammers die een extra kamer verhuren.

Reactie college Het beleidsvoorstel over tweede woningen heeft geen betrekking op Amsterdamse eigenaren die een extra kamer verhuren. Het gaat om mensen die in Amsterdam een woning kopen om diverse redenen maar niet om er hun hoofdverblijf te vestigen. Woningspeculatie wordt op andere manieren bestreden.

3.1.4.10 Voordeurdelers worden gestraft Twee insprekers geven aan dat voordeurdelers financieel worden gestraft als ze samenwonen. Ze stellen voor om dit af te schaffen, waardoor er meer woningen overblijven.

Reactie college Voordeurdelers zijn meerdere volwassenen die op hetzelfde adres wonen, maar geen gezamenlijk huishouden vormen. Het beleidsvoorstel over tweede woningen heeft geen betrekking hierop, aangezien het voorstel zich specifiek richt op het bezit en gebruik van meerdere woningen en niet op huishoudens die gezamenlijk één hoofdverblijf delen.

3.2 Escalatieladder en strengere maatregelen vakantieverhuur Het college stelt voor om vanaf april 2026 met een ‘escalatieladder vakantieverhuur’ te gaan werken. Met vakantieverhuur bedoelen we dat er toeristen in een woning verblijven als de bewoner zelf weg is. Met de escalatieladder wil het college begrijpelijk en helder laten zien welke stappen het wil nemen

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

30

om de overlast door en impact van vakantieverhuur wijkgericht aan te pakken en de leefbaarheid in wijken te verbeteren. Eerst wordt het maximumaantal verhuurnachten teruggebracht van 30 naar 15 in wijken waar vakantieverhuur veel negatieve impact heeft. Als dat niet genoeg helpt, kan de gemeente vakantieverhuur in bepaalde wijken tijdelijk, voor drie jaar, helemaal verbieden. Het college monitort de situatie en kan regels weer versoepelen als de balans in een wijk is hersteld. Uit onderzoek blijkt dat bewoners van Centrum en De Pijp veel overlast ervaren door toeristen die in hun buurt verblijven. Om de leefbaarheid te verbeteren, wil het college hier vanaf april 2026 de escalatie­ ladder toepassen en het aantal nachten voor vakantieverhuur halveren: van 30 naar 15 per jaar. Er zijn in totaal 253 reacties binnengekomen op het voorstel om tijdelijk regels voor vakantieverhuur in Stadsdeel Centrum en Oude en Nieuwe Pijp aan te scherpen. Zes van deze reacties zijn afkomstig van een organisatie. Het gaat om Home Exchange, Amsterdam Gastvrij, Airbnb, Koninklijke Horeca Nederland (KHN), de Amsterdamse federatie van Woningcorporaties (AFWC) en de Federatie Amsterdamse Huurderkoepels (FAH).

AFWC en de FAH hebben een korte reactie gegeven waarin ze het standpunt van het college onderschrijven dat woningen zoveel mogelijk beschikbaar moeten zijn om in te wonen, en zijn voorstander van maatregelen tegen vakantie­ verhuur. De reactie van KHN is van gelijke strekking, echter pleiten zij voor nog striktere maatregelen zoals een algeheel verbod op vakantieverhuur. Airbnb en Amsterdam Gastvrij spreken zich uit tegen het voorstel. Beide partijen bekritiseren de onderbouwing van de extra maatregelen en vinden de maatregelen disproportioneel. Daarnaast betogen ze, net als Home Exchange, dat vakantieverhuur niet de voornaamste bron van overlast is. De uitgebreidere reacties van organisaties zijn samengevat, gevolgd door de reactie van het college. De overige binnengekomen reacties zijn afkomstig van individuele burgers. Zij brengen veelal dezelfde punten naar voren als de organisaties die hebben ingesproken: 94 insprekers spreken zich uit tegen het voorstel, 132 insprekers zijn positief over het voorstel en een klein deel van de insprekers vindt dat de maatregelen nog niet ver genoeg gaan en pleit voor nog strengere maatregelen. Daarnaast hebben individuele insprekers andere punten en suggesties met het college gedeeld. Daar gaat het college ook per categorie op in. Ook zijn enkele

Nota van beantwoording

reacties binnengekomen over toeristische verhuur die niet direct over de escalatieladder vakantie­ verhuur gaan. De inspraakreacties zijn voor het college reden om de Escalatieladder op enkele punten aan te passen. Zo past het college mede naar aanleiding van de inspraakreactie van Amsterdam Gastvrij de 80%-regel in escalatieladder aan, zodat deze alleen geldt voor wijken die volgens het Toeristische draagkracht onderzoek ‘onder druk’ staan of ‘kwetsbaar’ zijn. Verder neemt het college de technische suggestie van Amsterdam Gastvrij over om voor het aantal overnachtingen per 100 woningen niet over een percentage te spreken. Daarnaast gaat het college onderzoeken of het haalbaar is om het voorstel van Amsterdam Gastvrij om de geldigheidsduur van de vergunning voor vakantieverhuur te verlengen naar twee jaar (in plaats van een jaar) vanaf 2027 in te voeren.

3.2.1 Reactie Amsterdam Gastvrij Amsterdam Gastvrij verwelkomt dat er een voorop­ gesteld, transparant beleidskader wordt voorgesteld voor toekomstige maatregelen over vakantieverhuur en vakantie-woningruil. Ook de intentie om hiervoor objectieve indicatoren op te stellen wordt toegejuicht. Desalniettemin vindt Amsterdam Gastvrij de voorgestelde inperkingen op grond van de huidige cijfers disproportioneel en onvoldoende onder­ bouwd. Hieronder volgt een samenvatting van de toelichting van Amsterdam Gastvrij en de reactie van het college. Veel insprekers hebben overeen­ komstige punten ingebracht. Deze worden niet apart behandeld.

3.2.1.1 Mate van vakantieverhuur is laag De mate van vakantieverhuur in Amsterdam is historisch laag. Het aantal vergunningen vakantie­ verhuur bedraagt slechts 1,1% van de woningen. Dit heeft geen invloed op de woningvoorraad omdat het alleen in hoofdverblijven, dus in huizen waar iemand woont, plaatsvindt. Het aantal persoons­overnachtingen door vakantieverhuur is sinds 2018 gehalveerd en maakt minder dan 1% uit van het totaal aantal gastovernachtingen in de stad. Dit aandeel is laag vergeleken met andere Europese steden. Het eerdere verbod op vakantieverhuur in drie wijken in Amsterdam werd door de Raad van State ongeldig verklaard vanwege onvoldoende onderzoek naar minder ingrijpende maatregelen. Gezien de stabilisatie van vakantieverhuur en het beperkte aandeel in de totale toeristische drukte, is het onwaarschijnlijk dat verdere inperkingen significant bijdragen aan verbeterde leefbaarheid. De voorgestelde maatregelen lijken eerder politiek-

Wijzigingsvoorstellen HVV per 1 januari 2026 | Oktober 2025

31

ideologisch dan beleidsmatig noodzakelijk, aldus Amsterdam Gastvrij.

Reactie college De aanzienlijke afname van het aantal overnachtingen van toeristen in woningen ziet het college als een positief effect van de eerder ingevoerde maatregelen zoals de vergunningplicht en het verlagen van het aantal nachten van 60 naar 30. Dat neemt niet weg dat de ervaren overlast van toeristen in woningen in een aantal wijken nog steeds te hoog is. Daarom wil het college voor de leefbaarheid in die wijken iets doen door minder vakantieverhuur toe te staan. Daarbij kijkt het college naar meerdere indicatoren. Dat meer dan 30 procent van respondenten in een wijk overlast ervaren van vakantieverhuur is niet genoeg om een maatregel te treffen. Het moet gaan om wijken waar ook bovengemiddeld veel vakantieverhuur voorkomt en wijken die de druk van het toerisme niet goed meer kunnen dragen. Daarom zijn deze indicatoren bij de beoordelings­ criteria voor een escalatiemoment meegenomen. Het gaat om de gemelde overnachtingen in combinatie met veel ervaren overlast en de totale druk op een wijk door toerisme.

3.2.1.2 Onderbouwing maatregelen Amsterdam Gastvrij gaat in op de drie indicatoren van de escalatieladder die bepalen of verdere beperkingen op toeristische verhuur nodig zijn: ervaren overlast, toeristische draagkracht van wijken en het aantal nachten vakantieverhuur per 100 woningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16373294/1