CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording Huisvestingsverordening 2024.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 6 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over maatregel om de B&B quota met 30% per wijk te verminderen (VN2023-025231)28.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 Nota van beantwoording inspraakreacties

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

Inhoudsopgave 1. Inleiding

5

2. Woonruimteverdeling in de Huisvestingsverordening 2.1 Aanpassingen van de beroepsgroepenregeling 2.1.1 Vraag over voorrang ondersteuners VSO 2.1.2 Onderzoek van de HvA 2.1.3 Sceptisch over werken in de sector na het verkrijgen van een woning 2.1.4 Kritiek op voorrangsgroepen 2.1.5 Zorgmedewerkers en leraren in opleiding 2.1.6 Voorstanders van beroepsgroepenregeling 2.1.7 Advies over tijdelijke contracten en voorrang op middenhuurwoningen 2.1.8 Evaluatie beroepsgroepenregeling 2.1.9 Tegen uitbreiding beroepsgroepenregeling 2.1.10 Zorgen om tekort aan betaalbare woonruimte 2.1.11 Verzoek om aandacht voor docenten in het voortgezet onderwijs

6 6 8 8 8 9 9 10 10 10 11 11 12

2.2 Voorrangsregeling voor Driemonders in Weesp 2.2.1 Instemming met voorrang voor Driemonders in stadsgebied Weesp 2.2.2 Geen voorrang voor Amsterdammers in stadsgebied Weesp 2.2.3 Voorrangsregelingen moeten voor alle Amsterdammers zijn

13 13 13 14

2.3 Economisch daklozen toevoegen als nieuwe urgentiecategorie 2.3.1 Urgentieverklaring na scheiding 2.3.2 Instabiele opvangsituatie 2.3.3 Te veel voorrangen en urgenties 2.3.4 Meer huisvesting voor daklozen 2.3.5 Oneens met toevoegen urgentiecategorie  2.3.6 Al te veel voorrangsregels en urgentiecategorieën 2.3.7 Informatiecampagne belang inschrijving bij WoningNet 2.3.8 Economisch daklozen toevoegen als nieuwe urgentiecategorie 2.3.9 Deel economisch daklozen voorrang (met lichte zorgvraag)

14 14 15 15 16 16 17 18 18 19

2.4 Regels over woning weigeren ook laten gelden voor urgenten MO/BW 2.4.1 Eens met toevoegen weigeringsgrond voor uitstroom MO/BW 2.4.2 Niet eens met toevoegen weigeringsgrond voor uitstroom MO/BW

20 20 20

2.5 Jongerenvoorrang alleen van toepassing op een deel van de vrijkomende woningen 2.5.1 Voorrang aan jongeren die hun hele leven in Amsterdam wonen 2.5.2 Werkingsgebied niet inperken 2.5.3 Evalueren voorrang voor jongeren 2.5.4 Projecten met motivatie als toewijzingscriterium 2.5.5 Administratieve last

21 21 22 22 22 23

2

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

2.6 Meetellen 18 tot 23 jarigen bij het huishouden in het kader van stadsvernieuwing

23

2.7 Overige zienswijzen woonruimteverdeling  2.7.1 Voorrang voor Amsterdammers 2.7.2 Meer ruimte voor ‘gewone’ Amsterdammers  2.7.3 Woningen naar mensen zonder voorrangsregeling 2.7.4 Weinig kansen voor thuiswonende Amsterdammers 2.7.5 Puntensysteem werkt niet 2.7.6 Toewijzing in WoningNet 2.7.7 Eigen vermogen 2.7.8 Financiële nadelen van thuiswonende kinderen 2.7.9 Creatieve oplossingen en Amsterdamse burgerraad 2.7.10 Ontbreken van ouderenwoningen 2.7.11 Onvoldoende mogelijkheden voor doorstroom 2.7.12 Verbod op de verkoop van sociale huurwoningen 2.7.13 Intermediaire verhuur  2.7.14 Atelierwoningen 2.7.15 Coöptatierecht van een woongroep 2.7.16 Definities en afbakening verduidelijken 2.7.17 Anti-kraak niet uitzonderen 2.7.18 Stadsvernieuwingsurgentie voor woonwerkwoningen 2.7.19 Jongeren meetellen met huishouden 2.7.20 Toewijzing woningen aan middeninkomens 2.7.21 Meer middeldure huurwoningen 2.7.22 Regulering middeldure huurwoningen  2.7.23 Regulering particuliere sector 2.7.24 Transparante toewijzing sociale en middeldure huurwoningen 2.7.25 Effecten nieuwe WWS punten systeem op ontwikkeling van sociale en middeldure huurwoningen  2.7.26 Koopwoningen 2.7.27 Betrokkenheid vooraf 2.7.28 Aandacht voor het gebrek aan betaalbare woonruimte

24 24 24 25 25 25 26 26 27 27 27 28 28 29 29 30 30 31 31 31 32 32 32 33 33 33 34 34 35

3. Woonruimtevoorraad in de Huisvestingsverordening 3.1 Definitie grondgebonden woningen bij woningvormen verduidelijken

36 36

3.2 Vermindering B&B quota met 30% per wijk 3.2.1 Procedure, participatie en recente ontwikkelingen 3.2.2 Geen inbedding in bestaande regelgeving 3.2.3 Geen motivering voor het vasthouden aan het quotastelsel 3.2.4 Geen willekeurige aanpassing 3.2.5 Beleidsmatige onderbouwing voor wijziging B&B-quota 3.2.6 Een B&B wordt geen woonruimte 3.2.7 Kwaliteitstoerisme 3.2.8 Integrale visie toerisme 3.2.9 Artikelsgewijze bezwaren 3.2.10 Financiële zorgen van B&B-eigenaren 3.2.11 Voorstanders beleid 3.2.12 Onvoldoende onderbouwing

37 38 38 39 39 40 41 41 41 42 46 47 47

3

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

3.3 Aanpassingen van de opkoopbeschermingsregeling

48

3.4 Samenloop van woningvoorraadvergunningen

49

3.5 Overige zienswijzen woonruimtevoorraad 3.5.1 Woningdelen 3.5.2 Misbruik particuliere sociale huur 3.5.3 Leefbaarheidstoets bij woningdelen/woningvormen

49 49 51 51

4. Bijlage 1: overzicht inspraakreacties

4

52

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

1. Inleiding Het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) heeft op 30 mei 2023 de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (hierna: Huisvestingsverordening) vrijgegeven voor inspraak. De Huisvestingsverordening bevat regels over alle Amsterdamse woningen. Deze verordening beschermt de woningvoorraad en de leefbaarheid in de Amsterdamse buurten. Daarnaast zorgt deze verordening voor een eerlijke verdeling en toewijzing van sociale en middeldure huurwoningen. Een huisvestingsverordening heeft een geldigheidstermijn van ten hoogste vier jaar en wordt elk jaar gewijzigd op bepaalde onderdelen. De huidige verordening is in 2020 vastgesteld, dit betekent dus dat per 1 januari 2024 de Huisvestingsverordening opnieuw moet worden vastgesteld.

De wijzigingen in de Huisvestingsverordening van dit jaar betreffen onder andere aanpassingen van de beroepsgroepenregeling, het meetellen van 18 tot 23-jarigen bij het huishouden in het kader van stadsvernieuwing, het toevoegen van economisch daklozen als nieuwe urgentiecategorie, aanpassing van de jongerenvoorrang, de invoering van regels over woning weigeren voor urgenten Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen (MO/BW), voorrangsregeling voor Driemonders in Weesp, vermindering van de B&B quota, het toestaan van B&B´s in een zolderruimte, aanpassingen van de opkoopbeschermingsregeling, de samenloop van voorraadvergunningen en het verduidelijken van de definitie grondgebonden woningen bij woningvormen. De inspraakperiode liep van 5 juni tot en met 16 juli 2023. Het college heeft 253 inspraakreacties ontvangen. Hiervan zijn 242 reacties afkomstig van individuen en 11 reacties van organisaties en belangengroepen. Dit zijn: de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC), Airbnb, de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH), de Huurderskoepel Arcade, Huurders Netwerk Amsterdam (HNA), de Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Progresso (SOVOP), de Stichting Betaalbare Woonstad Amsterdam (BWA), Vast. Advocaten, Wooncafé 020, Woongroep Weesp en Vereniging Amsterdam Gastvrij (AG).

Sommige reacties zien op meerdere onderwerpen en kunnen daarom hieronder dubbel worden geteld. De meeste zienswijzen zijn gegeven op de voorstellen voor de vermindering van de B&B quota en het toestaan van B&B´s in een zolderruimte. Hierop zijn 204 reacties ontvangen. De insprekers maken kritische kanttekeningen bij de vermindering van de B&B quota wegens het ontbreken van een integrale visie en recente ontwikkelingen die aanleiding zouden vormen voor nieuwe inperkingen of regelgeving voor toeristische verhuur. De insprekers zijn van mening dat de regels niet zijn onderbouwd, onevenredig zijn of strijdig met de wet. Op de voorstellen ten aanzien van de aanpassingen van de beroepsgroepenregeling zijn veertien reacties binnengekomen en op het meetellen van 18 tot 23-jarigen bij het huishouden in het kader van stadsvernieuwing vijf reacties. Daarnaast zijn op het voorstel op het toevoegen van economisch daklozen als nieuwe urgentiecategorie elf reacties binnengekomen, op het voorstel voor aanpassing van de jongerenvoorrang zeven reacties, op de invoering van regels over woning weigeren voor urgenten MO/BW vier reacties en op de voorrangsregeling voor Driemonders in Weesp vijf reacties.

Ook zijn op het voorstel ten aanzien van de aanpassingen van de opkoopbeschermingsregeling zes reacties binnengekomen, op de samenloop van voorraadvergunningen twee reacties en op het verduidelijken van de definitie grondgebonden woningen bij woningvormen vier reacties. Tot slot zijn er zeven niet-inhoudelijke reacties en 30 inhoudelijke reacties binnengekomen die niet direct zien op de voorstellen voor dit jaar, maar wel zien op onderwerpen uit de Huisvestingsverordening. Bijlage 1 bevat een overzicht van de binnengekomen inspraakreacties. Het college dankt alle insprekers voor hun inbreng en betrokkenheid en geeft in deze Nota van beantwoording aan hoe de inspraakreacties zijn betrokken bij het definitieve voorstel zoals het college dat ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorlegt. Op niet-inhoudelijke reacties gaat het college niet in.

5

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

2. Woonruimteverdeling in de Huisvestingsverordening In totaal zijn er 48 inspraakreacties binnengekomen over de voorstellen in de Huisvestingsverordening wat betreft woonruimteverdeling. Acht inspraakreacties zijn van de volgende organisaties afkomstig: de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC), de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH), de Huurderskoepel Arcade, Huurders Netwerk Amsterdam (HNA), de Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Progresso (SOVOP), Vast. Advocaten, Wooncafé 020 en Woongroep Weesp. De overige reacties zijn afkomstig van individuen. Sommige reacties gaan op meerdere onderwerpen in en kunnen daarom hieronder dubbel worden geteld. De reacties zijn als volgt verdeeld: • Aanpassingen van de beroepsgroepenregeling: in totaal veertien reacties; • Voorrangsregeling voor Driemonders in Weesp: in totaal vijf reacties; • Economisch daklozen toevoegen als nieuwe urgentiecategorie: in totaal elf reacties; • Regels over woning weigeren ook laten gelden voor urgenten MO/BW: in totaal vier reacties; • Jongerenvoorrang alleen van toepassing op een deel van de vrijkomende woningen: in totaal zeven reacties; • Meetellen 18 tot 23 jarigen bij het huishouden in het kader van stadsvernieuwing: in totaal vijf reacties; • Overige zienswijzen woonruimteverdeling: in totaal dertig reacties.

De insprekers zijn overwegend positief over de aanpassingen van de beroepsgroepenregeling, maar er zijn vragen gesteld waarom er geen andere sectoren of functies kunnen worden toegevoegd en er zijn twijfels over de effectiviteit van de regeling. Daarnaast zijn de insprekers positief over het meetellen van 18 tot 23 jarigen bij het huishouden in het kader van stadsvernieuwing. Een aantal organisaties zijn wel van mening dat de leeftijdsgrens moet worden opgetrokken naar 27 jaar. Verder zijn insprekers kritisch over het toevoegen van economisch daklozen als nieuwe urgentiecategorie omdat er al vele voorrangsregels en urgentiecategorieën bestaan. Ook zijn insprekers kritisch over de aanpassing van de jongerenvoorrang. Naar aanleiding van de kritische reacties licht het college in deze Nota van beantwoording het voorstel nogmaals toe. Tot slot zijn er inspraakreacties ingediend over onderwerpen waarover het college dit jaar geen voorstel heeft gedaan. Deze reacties gingen over uiteenlopende onderwerpen waaronder een voorrangsregeling voor Amsterdammers, het puntensysteem voor de woonruimteverdeling, toewijzing in WoningNet, invoeren van een vermogenstoets, verbod op de verkoop van sociale huurwoningen, onvoldoende doorstroommogelijkheden, atelierwoningen, anti-kraak en regulering van middeldure huurwoningen.

Het college reageert niet individueel op alle inspraakreacties, omdat dezelfde elementen in de reacties terugkomen. In dit hoofdstuk leest u de gebundelde reactie van het college op de inspraakreacties ten aanzien van woonruimteverdeling.

2.1 Aanpassingen van de beroepsgroepenregeling De structurele voorrangsregeling voor beroepsgroepen is op 1 januari 2020 ingegaan voor onderwijs- en zorgkandidaten. De politiesector is na 1 januari 2022 aan de regeling toegevoegd. De voorrangsregeling voor maatschappelijke beroepsgroepen houdt in dat onderwijs- en zorgmedewerkers en sinds 2022 ook politieagenten, onder bepaalde voorwaarden, voorrang kunnen krijgen bij de toewijzing van een huurwoning. De doelstelling van de voorrangsregeling is om bij te dragen aan het behouden van deze beroepsgroepen voor de stad. Voorwaarden om voor een woning in aanmerking te komen zijn onder

6

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

andere dat men buiten een straal van 20 kilometer woont van de locatie waar men werkt, geen zelfstandige woonruimte heeft of deze binnen een jaar moet verlaten. Nu de regeling drie jaar regulier loopt heeft Onderzoek en Statistiek (O&S) in het voorjaar van 2023 een onderzoek uitgevoerd naar de ervaringen met de beroepsgroepenregeling. Hiervoor zijn ruim 2.200 kandidaten benaderd, met een respons van 716. Daarnaast zijn kleinschalige groepsgesprekken gevoerd met werkgevers, woningaanbieders en enkele bemiddelde kandidaten. Over deze rapportage is de gemeenteraad dit najaar geïnformeerd in de raadsinformatiebrief ‘stand van zaken en rapportage beroepsgroepenregeling’. Een van de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek is dat een woning met voorrang sterk bijdraagt aan het blijven werken in het onderwijs of de zorg in Amsterdam. Van de bemiddelde kandidaten die aan het onderzoek hebben meegedaan is 90% van mening dat het hen zonder de voorrangsregeling (waarschijnlijk) niet gelukt zou zijn om een woning te vinden in Amsterdam. Om de regeling in 2024 nog effectiever in te zetten worden er nu in de Huisvestingsverordening een aantal wijzigingen voorgesteld, namelijk: • Actualiseren van het toewijzingsquotum: voor een evenredige verdeling tussen de doelgroepen wordt er per 1 januari 2023 gewerkt met een toewijzingsquotum.

Jaarlijks worden de quota herijkt op basis van de meest recent beschikbare data over de werkgelegenheid in de sectoren. Het quotum is gebaseerd op de omvang van de sector in fte. Er wordt alleen gekeken naar de functies die in aanmerking komen voor de regeling. Voorstel voor het herijkte toewijzingsquotum in 2024 is 19% politie, 32% onderwijs en 49% zorg. Het betreft een inspanningsverplichting waarbij vanwege het passend toewijzen op basis van huishoudgrootte en inkomen, de percentages net anders kunnen uitvallen. • Speciaal onderwijs ook voorrang geven binnen de groep leraren: momenteel krijgen leraren op basisscholen met relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand voorrang boven andere leraren. De lerarentekorten in het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs zijn ook heel hoog. Voorstel voor de Huisvestingsverordening is daarom om ook leraren van deze scholen onderdeel uit te laten maken van de groep met de meeste voorrang op een woning binnen de groep leraren. • Politieaspiranten in aanmerking laten komen voor de regeling: politieaspiranten zijn in dienst bij de politie maar vallen niet onder de voorrangsregeling omdat ze niet in de functiematrix van de politie staan. Ze kunnen ook geen aanspraak maken op studentenhuisvesting.

Voorstel is dat politieaspiranten na een positieve beoordeling over hun eerste jaar toch onder de regeling kunnen vallen. Er zijn veertien inspraakreacties binnengekomen over de aanpassingen van de beroepsgroepenregeling. Hiervan zijn negen reacties afkomstig van individuen en vijf reacties van organisaties en belangengroepen. Een aantal insprekers vraagt zich af waarom er geen andere sectoren of functies kunnen worden toegevoegd aan de regeling en hebben twijfels bij de effectiviteit van de regeling, zo kunnen mensen na het verkrijgen van een huurwoning weer verhuizen. Een inspreker wijst op een onderzoek waaruit zou blijken dat maar weinig van de aanmeldingen (22%) leiden tot een succesvolle bemiddeling. De meeste organisaties en belangengroepen kunnen zich grotendeels vinden in de aanpassingen van de beroepsgroepenregeling. HNA is kritisch op de informatievoorziening rond het onderzoek dat over de regeling heeft plaatsgevonden. Ook heeft men zorgen over de kansen voor de reguliere woningzoekende en geeft Wooncafé 020 een suggestie voor creatievere oplossingen door marktpartijen en werkgevers. Tot slot vraagt Progresso aandacht voor de positie van docenten in het voortgezet onderwijs. De inspraakreacties geven voor het college geen aanleiding om het voorstel aan te passen.

7

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

2.1.1 Vraag over voorrang ondersteuners VSO Een inspreker vraagt waarom er geen voorrang is voor ondersteuners in het voortgezet speciaal onderwijs (VSO).  Reactie college De beroepsgroepenregeling spitst zich toe op werknemers waarvan een tekort direct gevolgen heeft voor de stad Amsterdam en haar bewoners. Voor de sector onderwijs zijn dat primair de bevoegd docenten die voor de klas staan, voor de sector zorg vooral de functies met ‘handen aan het bed’ en voor de sector politie degene die in de uitvoering werkzaam zijn.  2.1.2 Onderzoek van de HvA Een inspreker geeft aan dat uit onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) blijkt dat minder dan een kwart (22%) van de mensen die zich aanmelden voor de beroepsgroepenregeling succesvol bemiddeld wordt naar woningaanbod. De inspreker vindt dat het essentieel is om eerst de huidige tekorten aan te pakken en daarna pas uit te breiden met doelgroepen.  Reactie college De gemeente is betrokken bij het onderzoek van de HvA. Daarnaast heeft de gemeente een eigen onderzoek gedaan met het rapport ‘Ervaringen met de beroepsgroepenregeling’ van O&S, dat op 5 september 2023 door college is vastgesteld. Dit rapport laat zien dat de beroepsgroepenregeling volgens de gebruikers bijdraagt aan het behouden van werknemers voor Amsterdam.

Daarmee voldoet de regeling aan de belangrijkste doelstelling: het behouden van werknemers uit de drie essentiële beroepen voor de stad. Toch leert de rapportage ook dat er nog winst valt te behalen in de communicatie over de regeling. In de loop van het najaar zal dit vertaald worden in acties voor verdere verbeteringen. Er zijn verschillende redenen waarom het kan gebeuren dat iemand die zich aanmeldt niet succesvol bemiddeld wordt naar een woning. Ten eerste voldoet niet iedereen die zich aanmeldt aan de criteria, bijvoorbeeld omdat ze niet over de juiste functie beschikken. Ook worden veel woningen geweigerd of vinden kandidaten tussentijds zelf een woning. Daarnaast gaat het ook om de matching op het beschikbare woningaanbod, een kandidaat moet passend worden gehuisvest gezien het inkomen en de huishoudsamenstelling. Uit de rapportage van O&S bleek dat het merendeel (75%) na de toekenning van de voorrangsregeling korter dan zes maanden gewacht heeft op het aanbod van hun huidige woning. Door het toevoegen van de politieaspiranten wordt een beperkte toename van het aantal aanmeldingen verwacht. De politieaspiranten die al werkzaam zijn voor de politie kunnen zich alleen aanmelden na een goede beoordeling van de werkgever in het tweede jaar. Binnen de gemeente Amsterdam zijn op dit moment circa 250-275 politieagenten in het tweede jaar van de (interne) opleiding.

 2.1.3 Sceptisch over werken in de sector na het verkrijgen van een woning Een inspreker is geen voorstander van de beroepsgroepenregeling en sceptisch of mensen wel in de sector blijven werken na het verkrijgen van een woning.  Reactie college Bij het opstellen van de voorrangsregeling zijn een aantal criteria opgesteld waaraan kandidaten moeten voldoen. Een van de voorwaarden is het hebben van een vast contract (of uitzicht daarop), die moet worden aangetoond met een werkgeversverklaring. Hiermee wordt de kans verkleind dat iemand snel nieuw werk zoekt in een andere sector.

8

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

In het voorjaar van 2023 is door O&S het onderzoek ‘Ervaringen met de beroepsgroepenregeling’ uitgevoerd. Hierin is aan deelnemers van de regeling onder andere gevraagd in hoeverre het krijgen van een woning met voorrang ervoor gezorgd heeft dat zij in het Amsterdamse onderwijs of de zorg zijn komen of blijven werken. Volgens driekwart heeft de voorrangsregeling hieraan sterk bijgedragen. Slechts 4% geeft aan dat de regeling hier nauwelijks aan heeft bijgedragen en voor 7% heeft het helemaal niet bijgedragen. Daarnaast geeft 11% aan niet meer in dezelfde sector werkzaam te zijn of werk te zoeken. Uiteraard is het jammer dat niet iedere voorrang leidt tot een langdurig dienstverband in Amsterdam. Toch is een percentage van 75% dat door de beroepsgroepenregeling in Amsterdam is komen of blijven werken een succes te noemen.  2.1.4 Kritiek op voorrangsgroepen Een inspreker vraagt zich af waar de voorrangsregeling voor medewerkers in de kinderopvang blijft, een sector die voor een van de meest kwetsbare groep van de maatschappij zorgt. Twee andere insprekers zijn geen voorstander van de beroepsgroepenregeling. Zij vragen zich af waarom voor bepaalde beroepen wel een voorrangsregeling bestaat, maar voor bijvoorbeeld vuilophalers en loodgieters niet. Ook is men geen voorstander van het voorrang verlenen aan politieaspiranten die nog een opleiding volgen.

 Reactie college Het college onderschrijft dat de aanhoudende woningnood ook effect kan hebben op andere sectoren waar tekorten in zijn. De keuze voor de drie sectoren is echter weloverwogen en heeft verschillende redenen. Het gaat hier om beroepen met een maatschappelijke betekenis. Tekorten van deze drie beroepsgroepen leveren spanning op in relatie tot de fundamentele rechten van Amsterdammers op onderwijs, zorg en veiligheid. Personeelstekorten in deze sectoren hebben een directe impact op de burgers van de stad. De sectoren politie en zorg hebben daarnaast ook vaker onregelmatige diensten. Het verkorten van de woon-werk afstand is daarmee extra van belang. Bij de invoering van de regeling is specifiek voor deze drie groepen aangetoond dat het niet hebben van woonruimte een reden is om niet te gaan werken in een stad. Ook was de voorwaarde voor deelname aan de regeling dat de sectoren een integraal plan moesten aanleveren om de tekorten aan te pakken. Voor de politieaspiranten geldt dat zij alleen in aanmerking komen na een jaar volbrengen van het opleidingstraject, als ze een goede beoordeling hebben en door hun werkgever worden voorgedragen. Bovendien zijn zij tijdens hun aspirant-schap al in dienst. Dit verkleint de kans dat ze na het accepteren van een woning stoppen met het opleidingstraject.

 2.1.5 Zorgmedewerkers en leraren in opleiding Het wordt door een inspreker vreemd gevonden dat enkel politieagenten in opleiding worden meegenomen in de beroepsgroepenregeling, terwijl voor zorg en onderwijs dit ook hard nodig is.  Reactie college Politieaspiranten hebben geen DUO-status, zij komen namelijk gelijk in dienst bij de politie met een voorwaardelijke aanstelling, zij komen dus niet voor studentenwoningen in aanmerking. Studenten in de onderwijs en zorgsector krijgen deze DUO-status vaak wel. Sinds 1 januari 2022 doet de politie mee aan de voorrangsregeling voor beroepsgroepen voor woningen. De eisen aan potentiële kandidaten die zich voor de regeling opgeven zijn o.a. dat zij een jaar in vaste dienst zijn, in de gemeente Amsterdam werkzaam zijn, in een operationele functie zitten en geen woning hebben binnen een straal van 20 km of deze woning binnen een jaar moeten verlaten. Agenten tot 28 jaar zullen dan vaak bemiddeld worden op een (tijdelijke) jongerenwoning. Voor politie aspiranten in opleiding was het inschrijven voor deze voorrangsregeling niet mogelijk omdat zij sinds de nieuwe

9

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

politieopleiding (PO21) pas een vaste aanstelling krijgen als zij de opleiding na twee jaar hebben voltooid. Zowel de gemeente als de politie wil dat het beperkte aanbod aan (jongeren) woningen vooral gaat naar aspiranten die kansrijk zijn dat zij de opleiding halen. Na een jaar opleiding krijgen aspiranten echter een ‘intentieverklaring tot vaste aanstelling’. Het voorstel is om aspiranten die zover zijn wel te kunnen aanmelden.  2.1.6 Voorstanders van beroepsgroepenregeling Twee insprekers geven aan het eens te zijn met de beroepsgroepenregeling. Een inspreker geeft aan dat leraren, zorgmedewerkers en politiemedewerkers voorrang moeten krijgen om dichtbij hun werk te wonen zodat hun belangrijke en impactvolle bijdrage leveren aan de maatschappij hiermee kan worden gefaciliteerd. De andere inspreker geeft aan dat het goed is voor de diversiteit, inclusiviteit en ziel van de stad.  Reactie college Het college onderschrijft de reactie van deze insprekers waarin het fundament van de beroepsgroepenregeling wordt beschreven. Het college waardeert de steun van de insprekers voor de beroepsgroepenregeling.  2.1.7 Advies over tijdelijke contracten en voorrang op middenhuurwoningen Huurderskoepelvereniging Arcade vindt het ongemakkelijk dat er een rangorde lijkt te zijn van beroepen die belangrijk zijn voor de stad, er zijn immers vele belangrijke beroepssectoren in een stad.

Toch wordt de keuze voor de drie beroepsgroepen onderschreven, omdat Arcade van mening is dat de aanwezigheid van deze beroepsgroepen nooit onder een bepaalde kritische ondergrens mag vallen. Uitbreiding naar speciaal onderwijs en politieaspiranten wordt onderschreven. Wel adviseert Arcade om in de regeling geen tijdelijke huurcontracten aan te bieden en ook voorrang te geven op middenhuurwoningen van corporaties.  Reactie college Het college dankt Arcade voor de reactie en voor het begrip voor de keuze van de drie beroepssectoren. In Amsterdam zijn er ook andere plannen om de personeelstekorten op te lossen. De raadsinformatiebrief ‘integrale aanpak van personeelstekorten’ van 20 juni 2023 geeft hier een uitgebreidere toelichting op. De in juli 2023 door de gemeenteraad vastgestelde Lerarenagenda 2023-2027 is een integraal plan waarin maatregelen zijn beschreven die door de gemeente Amsterdam, de Amsterdamse onderwijswerkgevers en de Amsterdamse lerarenopleidingen worden uitgevoerd om het lerarentekort in de stad te bestrijden. Tevens wil het college meegeven dat de voorrangsregeling uitgaat van vaste huurcontracten voor sociale huur en middeldure huurwoningen. Er wordt dus ook voorrang gegeven voor middenhuurwoningen van corporaties. Tijdelijke huurcontracten worden alleen gesloten met jongeren tot 28 jaar.

Daarmee zijn de jongere kandidaten voor de beroepsgroepenregeling gelijk aan andere jongere woningzoekenden in Amsterdam. Het college vindt het redelijk dat jongere zorgmedewerkers, leraren en politieagenten, die al voorrang krijgen, niet nog extra worden bevoordeeld.  2.1.8 Evaluatie beroepsgroepenregeling Het HNA geeft aan dat er in 2023 een evaluatie van de beroepsgroepenregeling heeft plaatsgevonden en dat deze meegenomen zou moeten worden bij de wijzigingen van de Huisvestingsverordening. Het HNA kan zich vinden in de beroepsgroepenregeling maar dringt aan op periodieke evaluatie van deze regeling aan de arbeidsmarktontwikkelingen. Ook constateert het HNA dat de toename van het aantal voorrangsregelingen bij een afnemende sociale (huur)woningvoorraad de positie van de reguliere woningzoekenden verder verslechtert.

10

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

 Reactie college Het klopt dat er in 2023 onderzoek is gedaan, namelijk naar de ervaringen van betrokkenen met de voorrangsregeling voor beroepsgroepen. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de rapportage ‘Ervaringen met de beroepsgroepenregeling’ en is op 5 september 2023 behandeld in het college. Het onderzoek was nog niet beschikbaar in de periode dat u kon reageren op de concept-huisvestingsverordening. Het klopt dus dat u dit onderzoek nog niet heeft gezien en ook niet heeft kunnen gebruiken voor uw reactie. De resultaten van het onderzoek geven echter vooralsnog geen aanleiding tot aanpassingen van de beroepsgroepenregeling. Een van de bevindingen is dat de regeling volgens de gebruikers bijdraagt aan het behouden van werknemers voor Amsterdam. Daarmee voldoet de regeling aan de belangrijkste doelstelling: het behouden van werknemers uit de drie essentiële beroepen voor de stad. De schaarste aan woningen is verder te groot om ook andere beroepsgroepen in aanmerking te laten komen. Het college ziet op basis van het onderzoek geen aanleiding voor een verruiming of aanpassing van de regeling. Wel is duidelijk dat er nog winst valt te behalen door de communicatie te verbeteren. In de loop van dit najaar worden hier verbeteringen in aangebracht.

Het college erkent dat voorrangsregelingen bij een afnemende (sociale) huurvoorraad effect heeft op de positie van de reguliere woningzoekende. Vandaar dat in de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting is opgenomen dat geen nieuwe voorrangsregelingen worden ingevoerd.  2.1.9 Tegen uitbreiding beroepsgroepenregeling De FAH wil geen uitbreiding van de beroepsgroepenregeling.  Reactie college Het college is het met de FAH eens dat de beroepsgroepenregeling niet moet worden uitgebreid met nieuwe beroepsgroepen. Het college ziet het geven van voorrang aan leraren in het speciaal onderwijs echter niet als een uitbreiding, maar als een specificering binnen de bestaande doelgroep. Deze leraren waren eerder ten onrechte niet meegenomen. Ook voor politieagenten is geen sprake van een uitbreiding, maar van een specificering. Voor politieaspiranten geldt dat deze groep tot nu toe tussen wal en schip valt. Zij kunnen zich niet inschrijven voor de voorrangsregeling omdat zij sinds de nieuwe politieopleiding (PO21) pas een vaste aanstelling krijgen als zij de opleiding na twee jaar hebben voltooid. Zij zijn echter wel al in dienst bij de politie met een voorwaardelijke aanstelling. Daardoor hebben zij geen DUO-status en komen dus ook niet in aanmerking voor studentenwoningen. Juist voor aspiranten is de behoefte aan woonruimte groot en urgent.

Zij wonen soms op (grote) afstand nog bij hun ouders en heen en weer reizen kost veel reiskosten en tijd. De politieaspiranten tot 28 jaar zullen vaak bemiddeld worden naar een (tijdelijke) jongerenwoning.  2.1.10 Zorgen om tekort aan betaalbare woonruimte Het Wooncafé 020 maakt zich zorgen om het tekort aan betaalbare woonruimte in Amsterdam. Oplossingen voor beroepsgroepen en andere urgente groepen zijn volgens het Wooncafé 020 dweilen met de kraan open als het tekort aan woningen niet wordt aangepakt. Bovendien moet de taakstelling om politie, onderwijzers en zorgpersoneel te huisvesten breed worden gedragen. Het is niet alleen een verantwoordelijkheid van de gemeente, ook werkgevers zijn aan zet. Ook pensioenfondsen van de betreffende beroepsgroepen kunnen investeren in de huisvesting van hun achterban. Daarnaast doet het Wooncafé 020 de suggestie aan de gemeente om extra belasting te heffen, bijvoorbeeld op de meerwaarde van onroerend goed, zodat ook eigenaren bijdragen aan de maatschappelijke taakstelling.

11

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

 Reactie college Het college dankt het Wooncafé 020 voor het zoeken naar oplossingen voor een zeer complex probleem. De suggestie dat ook marktpartijen en werkgevers aan zet zijn, wordt herkend. Als onderdeel van de Lerarenagenda 2023-2027 gaat de gemeente aanvullende maatregelen voor huisvesting van leraren verkennen. Doel hiervan is voor leraren meer woningen beschikbaar te krijgen die betaalbaar zijn en passen bij de woonbehoefte. Hierbij wordt ook verkend wat de rol van de werkgevers kan zijn. Onderwijswerkgevers in de stad beschikken echter vaak niet over de financiële middelen en mogelijkheden om zelf in huisvesting voor hun personeel te voorzien. Een vorm van financiële steun of belastingmaatregel is vaak verbonden aan (rijks)regelgeving en kost veel middelen in de uitvoeringscapaciteit. Daarnaast worden ook met particuliere verhuurders afspraken gemaakt over voorrang en toewijzing aan de drie beroepsgroepen. Er zijn geen signalen dat een financiële prikkel nodig is om tot deze afspraken te komen. We zien al dat ontwikkelaars de maatschappelijke rol oppakken en met initiatieven komen.  2.1.11 Verzoek om aandacht voor docenten in het voortgezet onderwijs Progresso vraagt aandacht voor docenten in het voortgezet onderwijs die met de aanpassing minder kansen krijgen. Personeelstekorten zijn het grootst in de wijken met veel kinderen met leer- en ontwikkelachterstanden.

Progresso wijst op het docententekort en de sociaal maatschappelijke ontwikkelingen in stadsdeel Nieuw-West en geven aan hierin in samenwerking te willen investeren. Ook stelt Progresso dat veel van hun docenten niet voldoen aan de (strenge) criteria van de regeling. Dit schooljaar hebben ruim 30 van hun docenten aangegeven dat zij, indien zij geen woning kunnen bemachtigen in de stad, zullen vertrekken van hun school en een baan buiten de stad zullen zoeken. Progresso roept daarom op om de voorgestelde wijziging niet op te nemen in de nieuwe verordening en juist te kiezen voor een evenwichtige voorrangsregeling waarbij ook docenten uit het voortgezet onderwijs perspectief wordt geboden.  Reactie college Allereerst dankt het college Progresso voor haar uitgebreide inspraakreactie. Het college erkent de hoge lerarentekorten in de stad en is zich ervan bewust dat deze ongelijk verdeeld zijn tussen de verschillende onderwijstypen en tussen de verschillende stadsdelen. Met de voorgestelde aangepaste prioritering spant het college zich in om meer evenwicht te brengen in deze ongelijke situatie. Omdat de lerarentekorten in het primair onderwijs (18,4%) groter zijn dan in het voortgezet onderwijs (6,9%), krijgen leraren in het primair onderwijs sinds 2022 al voorrang op leraren uit het voortgezet onderwijs.

Daarnaast krijgen binnen het primair onderwijs leraren van basisscholen met een schoolgewicht hoger dan 35 al prioriteit boven leraren van andere scholen. Zij krijgen prioriteit, omdat basisscholen met het hoogste schoolgewicht ook het hoogste lerarentekort kennen. Omdat deze scholen vaker in stadsdelen als Nieuw-West en Zuidoost staan, draagt dit ook bij aan het bestrijden van de lerarentekorten in deze stadsdelen en het verbeteren van de kansen van de kinderen die in de buurt van deze basisscholen wonen. Binnen het primair onderwijs zijn de tekorten in het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs respectievelijk 31% en 15,4%. Omdat hier de meest kwetsbare kinderen onderwijs krijgen, heeft het college besloten dat het bestrijden van het lerarentekort op deze scholen ook de hoogste prioriteit verdient. Dat leraren uit het voortgezet onderwijs de laagste prioriteit hebben binnen de voorrangsregeling wil niet zeggen dat er geen woningen aan deze leraren toegekend worden. De regeling staat ook voor hen open en als een woning het beste past bij een leraar uit het voortgezet onderwijs, dan zal deze aan die leraar aangeboden worden. In 2022 werd het merendeel van de 39 woningen die aan leraren toegekend werden, toegekend aan een leraar uit het voortgezet onderwijs.

Door binnen de groep leraren uit het primair onderwijs een groep leraren prioriteit te geven, worden de kansen van leraren uit het voortgezet onderwijs met dit voorstel niet kleiner.

12

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

Het college realiseert zich dat er voor elke leraar die voorrang en prioriteit krijgt ook een leraar of andere Amsterdammer met woonurgentie is die nog langer op een woning moet wachten. Dat is helaas het gevolg van de krapte op de Amsterdamse woningmarkt. Met het huidige voorstel meent het college dat een evenwichtige verdeling van woningen, gebaseerd op de lerarentekorten in de verschillende sectoren, gerealiseerd kan worden. De voorrangsregeling is één van de maatregelen van de gemeente om leraren voor het Amsterdamse onderwijs te behouden. Omdat het aantal beschikbare woningen kleiner is dan de vraag biedt de gemeente ook aanvullende parkeervergunningen aan scholen voor leraren die met de auto naar hun werk moeten komen en aanvullende reiskostenvergoeding voor leraren die niet dicht bij hun werk kunnen wonen. Omdat het aantal toe te wijzen woningen beperkt is, zijn er ook strikte toelatingscriteria. Zodat alleen bevoegde leraren met een vast contract die een substantieel aantal uren in Amsterdam lesgeven één van de schaarse woningen kunnen krijgen. Verruiming van deze criteria leidt er toe dat juist deze leraren nog langer op een woning moeten wachten. In de Lerarenagenda 2023-2027 zijn aanvullende maatregelen opgenomen die het aantal woningen dat met voorrang aan leraren toegekend kan worden nog verder vergroot.

Ook hier komen leraren uit het voortgezet onderwijs voor in aanmerking. 

2.2 Voorrangsregeling voor Driemonders in Weesp Per 1 januari 2023 is vanwege de fusie met Weesp een voorrangsregeling vastgesteld waarbij de bewoners van Weesp voorrang hebben op 60% van het vrijkomende aanbod van corporatiewoningen. Voor Driemond werd voorgesteld om de stadsdeelvoorrang te behouden in het stadsdeel Zuidoost. Dit was niet in lijn met het advies van de bestuurscommissie van Weesp. In de raadsvergadering van 30 november 2022 heeft de gemeenteraad motie 521.22 ‘Onderzoek voorrang Driemond bij stadsgebied Weesp’ aangenomen. Deze motie is in de raadsbrief ‘Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting vrijgegeven voor inspraak’ van 13 februari 2023 afgedaan, waarbij woningzoekenden uit Driemond stadsdeelvoorrang krijgen op aangewezen nieuwbouwcomplexen in het stadsgebied Weesp. Het college kiest er echter bij nader inzien voor om de voorrangsregeling voor Weesper woningzoekenden gelijk te trekken voor het hele stadsgebied Weesp, inclusief Driemond, gezien de sterke wens van de bestuurscommissie om alle bewoners binnen het stadsgebied Weesp gelijk te behandelen en omdat Driemonders veelal aangewezen zijn op voorzieningen in Weesp. Er zijn vijf inspraakreacties binnengekomen over het voorstel voor de wijzigingen ten aanzien van de voorrangsregeling voor Driemonders in Weesp. De FAH en de AFWC zijn positief over de voorrangsregeling.

Het HNA vindt dat Amsterdammers ook voor dergelijke voorrangsregelingen in aanmerking moeten kunnen komen en twee individuen zijn van mening dat de positie van Weesper woningzoekenden is verslechterd na de fusie tussen Amsterdam en Weesp. De inspraakreacties geven voor het college geen aanleiding om het voorstel aan te passen. 2.2.1 Instemming met voorrang voor Driemonders in stadsgebied Weesp De FAH geeft in haar inspraakreactie aan dat de voorrang voor Driemonders in stadsgebied Weesp haar instemming heeft. De AFWC stelt in haar reactie dat ze verwacht dat deze voorrang kan worden ingeregeld in WoningNet.  Reactie college Het college waardeert de instemming van de insprekers met voor Driemonders in stadsgebied Weesp.  2.2.2 Geen voorrang voor Amsterdammers in stadsgebied Weesp Een inspreker geeft aan het niet eens te zijn met de voorrang die Amsterdammers krijgen op de woningen in het stadsgebied Weesp. Een andere inspreker geeft aan helemaal niet meer in aanmerking te komen voor het woningaanbod in stadsgebied Weesp na de fusie tussen de gemeentes Weesp en Amsterdam.

13

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

 Reactie college In het akkoord over de fusie tussen Amsterdam en Weesp is afgesproken dat de Weesper woningzoekenden er in de jaren na de fusie niet te veel op achteruit mogen gaan. Dit is vertaald in een voorrang voor Weesper woningzoekenden op 60% van het aanbod sociale huurwoningen in Weesp. Dit betekent dat 60% van de woningen die op WoningNet worden geplaatst met voorrang naar Weespers gaan. Dit percentage komt overeen met het percentage van de woningen in Weesp dat voor de fusie naar Weespers ging. De positie van Weesper woningzoekenden is dus sinds de fusie niet verslechterd. Woningzoekenden uit de overige delen van Amsterdam komen alleen in aanmerking voor de 40% die niet voor Weespers is gelabeld of als er geen Weesper woningzoekenden op een woning hebben gereageerd. Voorheen ging 40% van het woningaanbod in Weesp naar inwoners van andere gemeentes van de Gooi & Vechtstreek.  2.2.3 Voorrangsregelingen moeten voor alle Amsterdammers zijn Het HNA geeft aan zich niet te kunnen vinden in de voorrang voor Driemonders in stadsgebied Weesp. Ze benadrukt dat zij de belangen behartigt van alle Amsterdamse huurders en vindt dat Amsterdammers ook voor dergelijke voorrangsregelingen in aanmerking moeten kunnen komen.

 Reactie college Hoewel het college begrijpt dat het HNA aan de belangen van alle Amsterdamse huurders moet denken, kan ze zich niet vinden in de inspraakreactie van het HNA. De voorrang voor inwoners van stadsgebied Weesp in stadsgebied Weesp vloeit voort uit het fusieakkoord dat is gesloten voordat de gemeentes Amsterdam en Weesp fuseerden. Hierin staat opgenomen dat de positie van de Weesper woningzoekenden er in de jaren na de fusie niet te veel op achteruit mag gaan. Als de voorrang binnen stadsgebied Weesp wordt uitgebreid naar alle Amsterdammers, wordt er niet meer aan die afspraak voldaan. Acht jaar na de fusie zal er geen speciale voorrang meer zijn voor de inwoners van het stadsgebied Weesp. 

2.3 Economisch daklozen toevoegen als nieuwe urgentiecategorie Met het toevoegen van economisch daklozen als nieuwe urgentiecategorie komt een groep economisch daklozen die geen toegang krijgt tot de Maatschappelijke Opvang (MO), maar ook na het aanbod in de keten van economisch daklozen van tijdelijk wonen en ondersteuning onvoldoende stappen zet en soms zelfs verslechtert, in aanmerking voor urgentie. Ze zijn kwetsbaar, maar kunnen wel op korte termijn zelfstandig wonen, als ze lichte maar op hun situatie toegesneden langdurige ondersteuning kunnen krijgen. Zorgaanbieders uit Amsterdam zullen woningzoekenden voordragen voor deze urgentie. Het college heeft elf inspraakreacties ontvangen over het toevoegen van economisch daklozen als nieuwe urgentiecategorie. Hiervan zijn zes reacties afkomstig van individuen en vijf reacties van organisaties en belangengroepen. Drie individuen staan positief tegenover het voorstel, twee anderen negatief en een individu geeft aan dat het moeilijk is om zonder stabiele woonplek te kunnen werken. De AFWC en FAH zijn geen voorstander van het toevoegen van nog een nieuwe urgentiecategorie omdat er al te veel uitzonderingen bestaan. De AFWC stelt daarbij tevens een aantal vragen en kanttekeningen.

Ook het HNA wenst minder voorrangsregelingen en het Wooncafé 020 stelt voor om een informatiecampagne te starten waar het belang van inschrijven bij WoningNet wordt benadrukt. De inspraakreacties geven voor het college geen aanleiding om het voorstel aan te passen. Het college gaat hieronder in op de inspraakreacties. 2.3.1 Urgentieverklaring na scheiding Een inspreker geeft aan dat het belangrijk is dat mensen die na hun scheiding dakloos worden een urgentieverklaring kunnen krijgen.

14

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

 Reactie college Het college vindt het belangrijk om mensen die dakloos raken, tijdig en passend te helpen. We kunnen helaas niet alle mensen die na een relatiebreuk hun huis moeten verlaten, met een urgentie in Amsterdam huisvesten. We maken voor een zeer beperkte groep economisch dakloze mensen wel een urgentie mogelijk als blijkt dat ze vanwege hun kwetsbaarheid geen stappen kunnen zetten om zelf huisvesting te vinden. Bijvoorbeeld omdat ze langdurige psychische hulp nodig hebben en vanwege een beperkt netwerk niet buiten Amsterdam kunnen wonen. Voor ouders met kinderen zijn de tijdelijk wonen projecten voor economisch daklozen meestal niet geschikt omdat we voor kinderen liever zien dat ze een duurzame en geen tijdelijke woonoplossing vinden. Als mensen met kinderen wegens een relatiebreuk dakloos (dreigen te) raken omdat geen van de ouders een woning heeft waar de kinderen kunnen verblijven, is er onder bepaalde voorwaarden wel een urgentie mogelijk. In Amsterdam zijn er vijf Parentshouses: twee op IJburg, twee in Nieuw-West enéén in Zuid. Daarnaast is er een Parentshouse in Amstelveen. Een Parentshouse biedt tijdelijke woonruimte voor maximaal een jaar in de buurt van de kinderen. Zo kunnen ouders hun zorgtaken blijven vervullen en het contact met de kinderen behouden. Dat jaar kan ruimte bieden om te zoeken naar een permanente woonruimte.

 2.3.2 Instabiele opvangsituatie Een inspreker geeft aan dat het als economisch dakloze moeilijk is om zonder stabiele woonplek te kunnen werken.  Reactie college Het college begrijpt dat het voor dak- en thuisloze mensen zonder stabiele woon- of opvangplek heel moeilijk is om een baan te krijgen en houden. We willen mensen zo kort mogelijk in onzekerheid laten en breiden het aantal opvangplekken en tijdelijk wonen projecten uit, zodat mensen niet op straat komen te staan, maar wel na zes tot acht maanden weten waar ze aan toe zijn. De huisvestingsmogelijkheden zullen echter ook buiten Amsterdam liggen. Het college wil waar dat kan ondersteuning bieden bij het vinden van een huis, maar het is niet mogelijk om voor iedereen een woonoplossing in Amsterdam te bieden.  2.3.3 Te veel voorrangen en urgenties Een inspreker geeft aan het een grof schandaal te vinden dat er in Amsterdam zo veel voorrangsregelingen zijn. Volgens deze inspreker gingen er vorig jaar slechts 22 woningen naar woningzoekenden die geen urgentie hebben.  Reactie college Het college is het met de inspreker eens dat het een aandachtspunt is dat er maar weinig woningen zonder voorrang worden aangeboden op WoningNet. Tegelijkertijd telt er binnen WoningNet ook veel als voorrang.

Volgens de AFWC ging het in 2021 over 23 woningen die werden geadverteerd én zonder voorrangsregelingen én niet aan urgenten werden aangeboden. Het gaat er hierbij om hoe de woningen in kwestie werden aangeboden en niet aan wie ze uiteindelijk werden toegewezen. Het gaat hier dus niet om het aantal woningen dat louter op grond van inschrijfduur is toegewezen. De AFWC geeft zelf aan dat inschrijfduur bij 39% van het aantal toegewezen woningen het doorslaggevende criterium is geweest. Het lage aantal woningen dat zonder voorrangsregeling wordt aangeboden, is op meerdere manieren te verklaren. Dat er maar zo weinig woningen zonder voorrang worden aangeboden, laat in de eerste plaats zien dat de krapte op de Amsterdamse woningmarkt erg groot is. Het aantal woningen dat louter op grond

15

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

van inschrijfduur is toegewezen zal wellicht iets groter dan 23 zijn, maar niet veel groter. Juist door deze krapte op de Amsterdamse woningmarkt heeft het college ervoor gekozen om een groot aantal voorrangsregelingen en urgenties in te voeren. Op die manier kunnen we er namelijk voor zorgen dat de urgent woningzoekenden als eerst aan de beurt komen en dat een woning passend is voor de omvang van het huishouden (passend toewijzen). De scope van bepaalde voorrangsregelingen is groter dan misschien op het eerste gezicht lijkt. Zo krijgen alle mensen van 65+ (of soms ook van 55+) voorrang op woningen met het label ‘seniorenwoning’ en krijgen alle jongeren tussen de 18 en 28 jaar voorrang op woningen met het label ‘jongerenwoning’. Ter illustratie: er zijn in 2021 1.066 jongerenwoningen aangeboden op WoningNet en deze tellen dus allemaal mee als ‘verhuurd met voorrang’. Daarnaast gaan alle geadverteerde woningen met drie kamers of meer van meer dan 61 vierkante meter met voorrang naar gezinnen. Hoewel hier formeel sprake is van voorrang, is dat voorrang op grond van passendheid. Met de voorrang voor gezinnen voorkomen we bijvoorbeeld dat grote woningen terecht komen bij alleenstaanden. Het is daarnaast een voorrang waar alle huishoudens met kinderen direct aan voldoen. Al deze regelingen tellen mee als ‘voorrang’.

Ook reguliere woningzoekenden (zoals gezinnen, ouderen en jongeren) komen dus voor bepaalde voorrangsregelingen in aanmerking. Daarnaast zijn er voorrangen waarvan het terecht is dat ze op veel woningen worden toegepast. Dit geldt bijvoorbeeld voor de voorrang voor ‘calamiteitenurgenten’ en de voorrang voor ‘stadsvernieuwingsurgenten’. Het is logisch dat deze voorrang bijna altijd wordt toegepast omdat het gaat om mensen die hun woning bijvoorbeeld door brand zijn kwijtgeraakt of mensen die vanwege sloop of renovatie hun woning uit moeten. Economisch daklozen kunnen niet zonder meer aanspraak maken op een urgentie of voorrangsregeling. Behalve als ze onder de voorrangsgroepen vallen zoals hierboven geschetst. We zien een zeer beperkte groep mensen die in staat is om zelfstandig te kunnen wonen, maar het door bijzondere omstandigheden (zoals bijvoorbeeld een traumabehandeling) niet lukt of het niet wenselijk is om buiten Amsterdam naar huisvesting te zoeken. Deze mensen ontwikkelen op den duur een dermate problematische zorgvraag zodat ze voor hele zware zorgtrajecten in aanmerking komen, samen met een urgentie. De gedachte van het college is geweest om vanuit preventief oogpunt deze zeer kleine groep met een urgentie te huisvesten. Deze groep heeft dan al trajecten voor economisch daklozen niet succesvol doorlopen.

 2.3.4 Meer huisvesting voor daklozen Een inspreker kan zich vinden in het toevoegen van de urgentiecategorie meest kwetsbare economisch daklozen. Het is volgens de inspreker belangrijk dat de gemeente Amsterdam genoeg aandacht heeft voor dakloosheid, zeker als er kinderen bij betrokken zijn.  Reactie college Dakloze gezinnen met minderjarige kinderen kunnen onder bepaalde voorwaarden een urgentie krijgen. Er wordt dan wel een criterium van gemeentebinding van vier jaar gehanteerd. We doen er als college alles aan om te allen tijde te voorkomen dat gezinnen met kinderen op straat komen te staan. Het aantal gezinnen met kinderen dat om financiële redenen uit huis is gezet is in 2022 nihil geweest. Helaas is binnen de wooncrisis het aandeel van gezinswoningen nog schaarser, zeker voor grotere gezinnen. We stimuleren om ook buiten de stadsgrenzen te zoeken naar passende woonruimte, omdat ook met een urgentie de wachttijd nog lang is.  2.3.5 Oneens met toevoegen urgentiecategorie Een inspreker is tegen het toevoegen van economisch daklozen als urgentiecategorie. De inspreker geeft daarbij aan dat economisch daklozen zouden moeten gaan werken.

16

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

 Reactie college Het college is het niet eens met de inspreker die stelt dat economisch daklozen werk moeten zoeken. De doelgroep economisch daklozen is zeer divers. De gemeenschappelijke factor is dat het mensen betreft die het niet lukt zelfstandig betaalbare huisvesting te vinden. Bij alle (lichte) problematiek van deze groep staat niet de zorgvraag maar de woonvraag voorop. Dit betekent dat als deze mensen geholpen zijn met een woonplek, zij goed in staat zijn om hun leven zelfstandig op te pakken. Voor de groep economisch daklozen, waarvan ongeveer 50% een betaalde baan heeft, hebben de projecten van Tijdelijk Wonen als doel om mensen van een tijdelijke woonplek naar een duurzame woonplek te begeleiden. Soms lukt dit omdat mensen meer uren kunnen gaan werken en daarmee hun kansen vergroten om huisvesting te vinden. Soms lukt het om mensen in staat te stellen om te gaan werken, juist omdat schulden zijn geregeld en iemand eindelijk een stabiele plek heeft om een baan te kunnen accepteren. Maar ook met een betaalde baan blijft het lastig om binnen deze wooncrisis een betaalbare woning te vinden. De nieuwe urgentiecategorie concentreert zich juist op de zeer beperkte groep zeer kwetsbare economisch daklozen, die het niet lukt om de hierboven genoemde stappen naar vervolghuisvesting te zetten. Ook niet buiten Amsterdam.

Zij lopen een verhoogd risico om zorgvragen te ontwikkelen die voorkomen kunnen worden door hen met urgentie een woning aan te bieden.  2.3.6 Al te veel voorrangsregels en urgentiecategorieën De FAH geeft aan dat zij het niet eens is met het toevoegen van de urgentiecategorie ‘meest kwetsbare economisch daklozen´. Zij geeft aan dat gemeente, corporaties en huurderskoepels het in de gesprekken over de prestatieafspraken eens waren dat er al te veel voorrangsregels en urgentiecategorieën zijn. Zij is daarom geen voorstander van het toevoegen van nog een urgentiecategorie. Ook de AFWC is het niet eens met het toevoegen van een nieuwe urgentiecategorie, vooral omdat in de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting wordt aangegeven dat er al zoveel uitzonderingen zijn dat deze lijst niet moet worden uitgebreid. Met het nieuwe woonruimteverdeelsysteem zou het niet nodig moeten zijn om nog een uitzondering te creëren. De AFWC stelt een aantal vragen en kanttekeningen bij de nieuwe urgentiecategorie.

Zij vraagt zich af of de knelpunten dat economisch daklozen vastzitten in het systeem en niet vooruitkomen met de geboden hulp niet eerst moeten worden opgelost, aan welke voorwaarden ze moeten voldoen om voorgedragen te worden door een zorgpartij, of de urgenten direct een huurcontract op eigen naam krijgen en of het niet beter is om de richtlijnen MO/BW aan te passen gezien de zelfredzaamheid van de groep. De AFWC pleit er verder voor om de groep via bestaande routes te laten deelnemen zoals Tijdelijk Onder Dak en gaat ervan uit dat de nieuwe urgentiecategorie bij de PHKG-urgenten wordt gerekend.  Reactie college Het college begrijpt de wens van de FAH en AFWC om geen nieuwe urgentiecategorieën en voorrangsregels meer toe te voegen. In de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting heeft zij ook opgenomen dat zij de bestaande voorrangsregels zal evalueren met het doel om de woonruimteverdeling in Amsterdam te versimpelen. Tegelijkertijd ziet het college ook de noodzaak om deze kleine groep daklozen die op eigen kracht niet verder komt voor zo ver dat mogelijk is hulp te bieden. Omdat het college zich realiseert dat er voldoende ruimte moet overblijven voor andere kwetsbare groepen, gaan er op jaarbasis maximaal 30 woningen naar deze nieuwe groep.

In de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting is deze groep urgenten aangekondigd als een uitzondering op het voornemen geen urgente groepen meer toe te voegen. Het college ziet het invoeren van deze urgentiecategorie juist als oplossing voor de knelpunten waar de AFWC in haar reactie aan refereert. De andere geboden hulp helpt deze groep aantoonbaar onvoldoende vooruit en een woning buiten Amsterdam is geen reële optie. De kwetsbaarheid van de groep openbaart zich pas tijdens deelname aan de projecten van Tijdelijk Wonen in de keten. Mensen vallen uit of beter

17

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

gezegd, stil. Belangrijk om te melden is dat deze mensen wel willen maar niet kunnen. We hebben de expertise nodig van de Regenboog Groep en HVO-Querido die deze mensen voordragen. Zij kennen deze mensen dan al minstens een half jaar en kunnen inschatten wat hun mogelijkheden zijn en wanneer een urgentie echt een positief verschil zal maken in hun kwetsbaarheid. Vaak is er sprake van één van de volgende profielen: • Laag IQ, maar niet laag genoeg voor Beschermd Wonen, of is licht verstandelijk beperkt. Er is aantoonbaar behoefte aan tijdelijke ondersteuning richting zelfredzaamheid en participatie. Verhuizen naar buiten de stad leidt hoogstwaarschijnlijk tot afglijden of extreem risico op vereenzaming. • Onbehandelde trauma’s en/of angststoornis. Psychologische behandeling is onmogelijk door instabiele woonsituatie en mensen kunnen vanwege trauma’s/angsten niet samenwonen met een onbekende, waardoor het aanbod Tijdelijk Wonen niet passend is of averechts uitpakt. Er is sprake van sterke afhankelijkheid van een klein steunend netwerk in Amsterdam. • Persoonlijkheidsproblematiek (officiële diagnose als vereiste) bijvoorbeeld op het autismespectrum. Hierdoor heeft iemand weinig sociale vaardigheden en is niet groepsgeschikt. Om dezelfde reden is het niet mogelijk om ergens buiten de stad een nieuwe start te maken.

Deze mensen blijven nodeloos lang in de caseload van de ondersteuners economisch daklozen omdat ze juist uitvallen bij de al bestaande routes. We zijn het met de FAH en AFWC eens dat we geen voorstander zijn van een nieuwe route of een nieuwe urgentiecategorie, maar voor deze zeer beperkte groep is er geen passend aanbod. We willen juist voorkomen dat ze uiteindelijk tot de MO/BW-doelgroep gaan behoren. Nu gaat het juist om een groep die het veel duurdere MO/BW-traject niet nodig heeft. Daar hebben ze ook een afwijzende beschikking van gekregen. De groep zal direct een contract op eigen naam krijgen. Omdat er al ingezet is op ondersteuning in de keten van economisch daklozen en hun zelfredzaamheid versus aandachtspunten bekend zijn, leunen we op de ervaring van de ondersteuners dat ze mensen voordragen die deze lichte vorm van begeleiding accepteren. Ze waren immers al een eind op weg en hebben zich al moeten bewijzen. Als blijkt dat dit niet gebeurt dan zal deze constructie niet geschikt zijn. Met het invoeren van deze nieuwe urgentiecategorie zal het totaal aantal urgenten gelijk blijven. Zij worden bij de PHKG-urgenties gerekend.  2.3.7 Informatiecampagne belang inschrijving bij WoningNet Het Wooncafé 020 geeft in zijn inspraakreactie aan dat het toevoegen van de urgentiecategorie ‘meest kwetsbare economisch daklozen’ volgens hen geen oplossing biedt voor het woonprobleem.

Het Wooncafé 020 stelt daarom voor om een campagne te starten waar het belang van inschrijven bij WoningNet wordt benadrukt. Zo kunnen mensen die vanwege een ‘life changing event’ op straat komen te staan zelf op zoek naar een woning.  Reactie college Het college is het niet met het Wooncafé 020 eens dat het starten van een informatiecampagne over inschrijven bij WoningNet het probleem wel oplost. Er zijn in Amsterdam nu eenmaal veel meer mensen die een woning nodig hebben dan er woningen beschikbaar zijn en dat lost het verschaffen van informatie niet op. Daarom kiest het college er ook voor om groepen waarvan we inmiddels weten dat hun positie in rap tempo zal verslechteren als zij niet geholpen worden met een urgentie, zoals de meest kwetsbare economisch daklozen, urgentie te geven.  2.3.8 Economisch daklozen toevoegen als nieuwe urgentiecategorie Het HNA zet vraagtekens bij economisch daklozen als nieuwe urgentiecategorie. Enerzijds omdat het HNA juist minder voorrangsregelingen wenst en anderzijds omdat dit een onduidelijk gedefinieerde en,

18

Nota van beantwoording inspraakreacties Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

naar het zich laat aanzien, kleine groep is. Het HNA stelt dat er bij de groep economisch daklozen vanzelf zorgvragen ontstaan wegens het gebrek aan adequate woonruimte en vraagt zich af waarop het college de aanname baseert dat projecten voor tijdelijk wonen geen perspectief bieden. Tevens vraagt het HNA wie bepaalt of er urgentiestatus wordt toegewezen en wat daarvoor de criteria zijn, of er een bezwaarprocedure is, de urgente daklozen zelf op zoek moeten naar een woning en dan de inschrijfduur bij WoningNet meespeelt. HNA vraagt zich ook af of de optie van een urgentie nu ook niet aanwezig is.  Reactie college Het college is het eens met HNA dat het om een zeer beperkte groep gaat. De groep meest kwetsbare economisch daklozen is naar voren gekomen toen er op ambtelijk niveau eind 2022 intensief en meerdere keren is gesproken met de Regenboog Groep, HVO-Querido, Werk, participatie en inkomen (WPI) en de Straatalliantie. Om het aanbod aan de doelgroep economisch daklozen zo breed mogelijk te bevragen, zijn voornamelijk mensen benaderd die veel en direct met de doelgroep werken. Zowel de Regenboog Groep als HVO-Querido kwam met plusminus 15 mensen per jaar die ze onmogelijk verder kunnen helpen om diverse redenen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13530333/1