Nota van beantwoording evenenementendecember 2020.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording Reactie op de inspraak in het kader van het evenementenbeleid aangaande: - De locatieprofielen voor evenementenlocaties; - De handhavingsstrategie; - De APV-wijziging inzake verhogen bezoekersdrempel vergunningsplicht van 100 naar 250 personen.
1
Inhoud 1. Inleiding..................................................................................................................... 3 1.1 Introductie en totstandkoming conceptwijzigingen evenementenbeleid ................................. 3 1.2 Corona situatie en perspectief op volgend jaar ....................................................................... 4 1.3 Leeswijzer ............................................................................................................................ 4 2. Locatieprofielen voor evenementenlocaties ................................................................ 5 2.1 Inleiding ............................................................................................................................... 5 2.3 Beleid gericht op de bescherming van bodem, ecologie en groen ............................................ 7 2.4 Weerstand tegen geluidsoverlast van muziekevenementen.................................................... 9 2.5.1 Amstelveld ...................................................................................................................... 13 2.5.2 Vondelpark...................................................................................................................... 13 2.5.3 Olympisch Stadionterrein ................................................................................................
14 2.5.5 Amstelpark...................................................................................................................... 15 2.5.6 Beatrixpark ..................................................................................................................... 16 2.5.7 Nelson Mandelapark ........................................................................................................ 17 2.5.8 Gaasperpark .................................................................................................................... 17 2.5.9 Flevopark ........................................................................................................................ 19 2.5.10 Oosterpark .................................................................................................................... 19 2.5.11 NDSM terrein................................................................................................................. 20 2.5.12 Westerpark .................................................................................................................... 20 2.5.13 Sloterpark...................................................................................................................... 22 2.5.14 Rembrandtpark .............................................................................................................
22 2.5.15Tuinen van West ............................................................................................................. 23 2.5.16 Ruigoord ....................................................................................................................... 25 3. Handhavingsstrategie .............................................................................................. 28 3.1 Inspraakreactie van de Evenementen Vereniging Amsterdam ............................................... 28 3.2 Reactie vanuit stadsdelen ................................................................................................... 31 4. APV-Wijziging verhoging drempel vergunningplicht.................................................. 33 4.1 Reacties op de wijziging van de drempel voor vergunningplicht ............................................ 33 4.2 Reactie college ................................................................................................................... 33 5. Overige algemene punten......................................................................................... 35
2
1. Inleiding
1.1 Introductie en totstandkoming conceptwijzigingen evenementenbeleid Op 30 juni 2020 heeft het college van B&W ingestemd met het vrijgeven voor inspraak van de APV-wijziging meldingsplicht, handhavingsstrategie en de locatieprofielen voor evenementlocaties. De reacties daarop van Amsterdammers en van de stadsdelen zijn inmiddels ontvangen. De inspraakperiode heeft veel reacties opgeleverd, ruim 350 stuks, van bewoners, belangenverenigingen en organisatoren van evenementen. Parallel aan de inspraakperiode is de dagelijkse besturen van stadsdelen gevraag te reageren op de voorgenomen beleidswijzigingen. Ook deze zijn meegenomen in de nota van beantwoording. Bij elkaar ging het om drie onderdelen. 1. Locatieprofielen voor evenementenlocaties Een van de onderdelen die ter inspraak is gelegd zijn de locatieprofielen voor evenementlocaties. Bij de evaluatie van de locatieprofielen is gekeken in hoeverre de locaties ‘in balans’ zijn, gelet op de programmering in relatie tot consequenties voor het gebruik van de locatie en de druk op de leefbaarheid. Uit de evaluatie, en op initiatief van de stadsdelen, bleek dat een aantal locatieprofielen aangepast moesten worden. In totaal werden 62 locatieprofielen ingebracht, waarvan bij het overgrote merendeel van de profielen het ging om geen of slechts marginale wijzigingen.
Bij een beperkt aantal profielen ligt dit anders; daar zijn significante veranderingen in doorgevoerd. In een enkel geval is er een compleet nieuw locatieprofiel voor een evenementlocatie opgesteld. 2. Handhavingstrategie evenementen Een ander onderwerp waar inspraak op kon worden gegeven is de handhavingsstrategie, een uniform en stedelijk kader om beter navolging te kunnen geven aan het handhaven van het evenementenbeleid en de voorwaarden van de evenementenvergunning. Tot op heden ontbrak een dergelijk kader. De handhavingsstrategie biedt mogelijkheden om beter en efficiënter te handhaven en direct op te treden, met als doel verbetering van de naleving en een daling in het aantal klachten van bewoners. 3. APV wijziging op het verhogen van de drempel voor vergunningsplicht Tot slot is ook het wijzigen van artikel 2.41 van de APV onderwerp van inspraak geweest. Dit artikel ziet toe op de meldingsplicht voor evenementen. Om de hoge drempels voor kleine evenementen en buurtgerichte initiatieven te verlagen is het maximum aantal bezoekers voor een melding plichtig evenement verhoogd van 100 naar 250 bezoekers. Met deze verhoging wordt het wegnemen van financiële lasten voor kleine evenementen beoogd en scheelt het bovendien aan administratieve lasten voor de gemeente.
3
1.2 Corona situatie en perspectief op volgend jaar Hoe het evenementenjaar 2021 er uit ziet is op dit moment nog onzeker. Om die reden is de ingangsdatum van het nieuwe (selectie)beleid, dat aanvankelijk zou ingaan op 1 januari 2021, met tenminste een jaar uitgesteld. Juist ook vanwege die grote mate van onzekerheid zijn organisatoren van grote evenementen gevraagd zich dit jaar al voor 1 oktober te melden met de evenementen die ze voornemens zijn te organiseren. Voor volgend jaar richt het college zich op datgene wat wél kan. Zodra daartoe mogelijkheden ontstaan zal de gemeente haar uiterste best doen dit mogelijk te maken. Voor met name grote evenementen lijkt het niet waarschijnlijk dat zij in de eerste helft van het jaar kunnen plaatsvinden. Om die reden zal de gemeente met de organisatoren die tot 1 juni gepland hadden een evenement te organiseren in gesprek gaan om te zoeken naar een alternatieve datum in het najaar. Het besluit over wat er kan bij de viering van Koningsdag en 4 en5 mei zal rond 1 februari worden genomen. Voor het herstel van de branche is het van het groot belang dat, zodra de coronacrisis ruimte biedt voor evenementen, deze ook weer kunnen gaan plaatsvinden.
Het organiseren van evenementen – met de noodzakelijke maatregelen zoals 1,5 meter afstand, mondkapje of andere voorzieningen – zorgt ervoor dat de omvangrijke economie die zich rondom evenementen afspeelt weer in beweging komt. Niet alleen organisatoren en artiesten zijn daarvan afhankelijk, maar ook de vele honderden medewerkers bij creatieve ondernemers, dienstverlenende partijen en toeleveranciers van licht, geluid, podia en decors. Het zorgt voor opdrachten en werkgelegenheid en het geeft perspectief. Voorkomen moet worden dat veel mensen met veel kennis en kunde in deze branche zich laten omscholen met als gevolg dat er straks geen mensen, bedrijven en spullen meer beschikbaar zijn. Daarnaast is het voor de stad, en met name voor jongeren, goed als er weer evenementen kunnen plaatsvinden. Het stedelijk evenementen bureau staat in nauw contact met de branche en de branchevereniging en voert gesprekken over evenementenjaar 2021 en over wat er nodig is voor herstel. Het nieuwe evenementenbeleid zal dus niet in 2021 ingaan. Maar het bestaande beleid is op onderdelen wel aangepast. Deze aanpassingen volgen deels uit de bevindingen uit de evaluatie van het bestaande beleid, maar ook uit de praktische ervaringen met de locatieprofielen en het bestaande beleid.
Op de voorgestelde aanpassingen in de APV, op de locatieprofielen en op de handhavingsstrategie zijn een aanzienlijk aantal inspraakreacties binnengekomen.
1.3 Leeswijzer De nota van beantwoording is als volgt opgebouwd: Per hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de inspraakreacties. Daarna wordt het advies van het stadsdeel uiteen gezet. Tot slot volgt aan het eind van het hoofdstuk de reactie vanuit het college van B&W. Volgens deze opzet wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de locatieprofielen voor evenementlocaties. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de handhavingsstrategie. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de APVwijziging. In het vijfde en laatste hoofdstuk wordt nog een aantal algemene punten behandeld.
4
2. Locatieprofielen voor evenementenlocaties
2.1 Inleiding Voor 62 plekken in de stad zijn locatieprofielen voor evenementen in de inspraak gebracht. Daar zat één nieuwe locatie bij, namelijk Ruigoord. Zeven profielen komen te vervallen omdat daar eigenlijk geen noemenswaardige evenementen plaatsvinden of omdat samenvoeging met een ander profiel voor de hand lag. Het initiatief voor het aanbrengen van veranderen in de locatieprofielen lag, net zoals in 2018, bij de stadsdelen. Daartoe is gebruik gemaakt van evaluaties van evenementen, het onderzoek naar de gesteldheid van de bodem en het groen (raadsbrief 24 maart 2020) en verschillende vormen van overleg met stakeholders. In een beperkt aantal gevallen is door het stedelijk evenementenbureau gewezen op strijdigheid met vigerende vergunningenbeleid en heeft dit geleid tot een aanpassing in het profiel zoals dat ter inspraak is gebracht. Stadsdeelbesturen is vervolgens, parallel aan de inspraakperiode, gelegenheid geboden advies uit te brengen op de profielen. Bij het merendeel van de profielen ging het om geen of kleine veranderingen. Bij deze profielen blijkt uit de inspraak en de adviezen van de stadsdelen dat hier geen issues spelen. Voor een aantal andere profielen ligt dit anders. Daar komt naar voren dat omwonenden overlast ervaren en van mening zijn dat met name muziekevenementen niet op die plek thuishoren. Geluidoverlast is meestal de belangrijkste grief.
Om die reden wordt vooruitlopend op de inspraakreacties per profiel (paragraaf 2.5) ingegaan op hoe het college wenst om te gaan met die aanhoudende weerstand tegen muziekevenementen in de openbare ruimte (paragraaf 2.4). Daaraan vooraf wordt in paragraaf 2.3 aandacht besteed het beleid ter bescherming van de bodem, de ecologie en het groen. Eerst wordt gestart met twee algemene zaken rondom de profielen: de wens tot periodieke bijstelling én de wens tot strikte hantering van de profielen.
2.2 Twee algemene punten over de profielen Wens tot jaarlijkse bijstelling Vooral vanuit de stadsdelen is in de inspraakreacties de behoefte kenbaar gemaakt om de locatieprofielen geregeld, bij voorkeur jaarlijks, te kunnen bijstellen. De stadsdelen en insprekers denken zo beter invulling te kunnen geven aan het vinden van de juiste balans tussen evenementen en leefbaarheid. Het Stedelijk Evenementenbureau stelt vast dat locatieprofielen niet in beton gegoten zijn. Dat blijkt al uit het simpele feit dat de locatieprofielen nog geen twee jaar nadat ze van kracht zijn
5
geworden (als onderdeel van het nieuw ingevoerde locatiebeleid) al zijn geëvalueerd en – in een aantal gevallen – bijgesteld. Op zich is het goed dat snel wordt geëvalueerd: het locatiebeleid is een nieuw onderdeel in het bouwwerk van maatregelen om te streven naar een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid. En het is goed om de doelmatigheid ervan vast te stellen, en aanpassingen door te voeren waar dat nodig is. Daarnaast geldt dat de snelle ontwikkeling van de stad maakt dat locatieprofielen periodiek moeten worden herzien: rond sommige evenementenlocaties zorgt oprukkende bebouwing van de omgeving of een intensiever gebruik van de openbare ruimte voor een verminderde geschiktheid van een locatie of tot meer conflicten in het gebruik van terreinen. Daar staat tegenover dat het voortdurend aanpassen van locatieprofielen zorgt voor problemen, vooral voor organisatoren van evenementen. De onzekerheid over een locatieprofiel maakt het lastig om evenementen te organiseren. Gezien de kosten voor het ontwikkelen en opstarten van evenementen is het voor organisatoren alleen mogelijk om de kosten terug te verdienen als ze meerjarig een evenement kunnen organiseren, bij voorkeur op dezelfde locatie, zodat er een goede relatie ontstaat tussen de organisator, de plek en de omwonenden.
Een vurige wens van de branche, een meerjarige vergunning (of meerjarig een plek op de kalender), is in de praktijk niet uitvoerbaar als locatieprofielen elk jaar zouden worden herzien. Het is ook in het belang van de stad en de Amsterdammers die evenementen bezoeken dat evenementen de zekerheid – en daarmee de ruimte – krijgen om zich te ontwikkelen. En voor omwonenden geldt dat een evenement dat meerdere jaren terugkeert er belang bij heeft een goede verstandhouding en relatie te ontwikkelen met de locatie en de omgeving. Om te komen tot een werkbaar compromis, waarin wordt voorzien in een goede balans tussen de verschillende belangen, zullen de locatieprofielen voortaan elke drie jaar worden herzien. Het stadsdeel inventariseert eens in de drie jaar welke profielen voor een herijking in aanmerking komen, als gevolg van ontwikkelingen of omdat er een balansvraagstuk speelt. Bij het vaststellen van de profielen moet dan niet alleen worden gekeken naar de actuele situatie, maar moet ook worden geanticipeerd op toekomstige ontwikkelingen, zoals bouwplannen, herinrichtingsplannen en onderhoudswerkzaamheden. Het vaststellen van de profielen zal dan ook meer in een constructief gesprek moeten plaatsvinden, waar alle partijen (onder regie van het stadsdeel) bij aanschuiven: organisatoren, omwonenden én bezoekers (of hun vertegenwoordigers).
Vanuit het stadsdeel moet het gesprek worden voorbereid door de plannen voor de locatie en het perspectief voor de komende jaren in beeld te brengen. Indien nodig kan in voorbereiding op het gesprek een onafhankelijk onderzoek worden gedaan naar het gebruik van de locatie onder (een aselecte steekproef van) omwonenden en bezoekers. Wens de profielen strikt te hanteren Een aantal insprekers komt terug op het debat dat eerder dit jaar in de raad is gevoerd naar aanleiding van het volksinitiatief van Mokum Reclaimed. Zij (onder hen opnieuw Mokum Reclaimed) zijn van mening dat de locatieprofielen veel meer kaderstellend zouden moeten zijn en dat de burgemeester eigenlijk niet van de bepalingen zou mogen afwijken.
6
De bevoegdheid om af te wijken van de profielen lag als zodanig niet ter inspraak en is begin van dit jaar reeds uitgebreid aan de orde geweest in de raad naar aanleiding van het volksinitiatief van Mokum Reclaimed. Het college ziet geen aanleiding om hier nu aanpassingen in aan te brengen. Daarbij geldt een principieel argument, de burgemeester moet vanuit haar verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid altijd die bevoegdheid hebben, en een argument gebaseerd op de uitvoeringspraktijk, namelijk: het aantal keer dat wordt afgeweken is heel beperkt en elke keer ook goed onderbouwd. Sommige stadsdeelbesturen, waaronder die vanuit stadsdeel zuid, onderschrijven nadrukkelijk de mogelijkheid om in voorkomende gevallen bij uitzondering af te mogen wijken. Voor verdere inhoudelijke afwegingen wordt verwezen naar de raadsbrief van 21 januari 2020.
2.3 Beleid gericht op de bescherming van bodem, ecologie en groen Het is van groot belang dat organisatoren zorgvuldig omgaan met het terrein waarop zij het evenement organiseren en daarmee voorkomen dat zij (onherstelbare) schade aanrichten aan de bodem, het groen of de ecologie. Hoewel in de inspraakreacties en ook in de adviezen van de stadsdelen hier weinig specifieke aandacht voor is gevraagd, hecht het college er aan in deze nota van beantwoording nog eens kort uiteen te zetten wat het beleid is. In elk van de (groene) locatieprofielen zijn maatregelen opgenomen ter bescherming van de bodem, de ecol0gie en het groen. Deze zijn algemeen van aard. Meer gedetailleerd en gebaseerd op de actuele gesteldheid van de terreinen is er voor de vergunningverlening een aantal aanvullende instrumenten beschikbaar, namelijk een bodem- en groenadvies, een maatregelenkaart en een wettelijke verplichte quick scan Flora en fauna. Deze nadere uitwerkingen zijn leidend in de maatwerkvergunningen die worden verstrekt. Hoe een en ander in z’n werk gaat wordt hieronder uiteengezet. Voorafgaand aan het evenementenseizoen stelt de Gemeente Amsterdam, volgens het vigerend evenementenbeleid 2018, een bodem- en groenadvies ter beschikking aan de organisatoren van evenementen. Hierin staan de randvoorwaarden voor het gebruik en de maatregelen om het groen te beschermen.
Bodem- en groenadviezen zijn opgesteld voor alle 22 evenementenlocaties in een ‘groene, parkachtige’ setting met een onverhard terrein en gaan in op de kwaliteit van de bodem en het groen van het evenemententerrein inclusief de aan- en afvoerroutes. Deze adviezen zijn gebaseerd op ervaringen van schouwen uit voorgaande jaren, onderzoeksresultaten (2019), visuele inspecties en kennis van beheermaatregelen. Het gehele evenementenbeleid met alle locaties en voorwaarden is te vinden op: https://www.amsterdam.nl/ondernemen/vergunningen/evenement/. Ecologie is geen onderdeel van het bodem- en groenadvies, maar wordt in een actuele Quick Scan opgenomen. Om aan de Wet Natuurbescherming te voldoen zijn de organisatoren van een groot evenement (>2000 bezoekers) verantwoordelijk om tijdig (bij voorkeur twee maanden voor aanvang) kennis te nemen van een actuele Quick Scan flora & fauna (jaar van evenement) dan wel deze op te laten stellen door een erkend stadsadviseur/ecoloog op hun kosten. Als in deze Quick Scan beschermde soorten worden aangetroffen moeten de organisatoren mitigerende
7
maatregelen treffen en bekostigen. De organisatoren leveren de actuele Quick Scan (en indien van toepassing de eraan verbonden mitigerende maatregelen) aan als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing bij de vergunningsaanvraag. Een bodem- en groenadvies wordt verstrekt bij de vergunning aanvraag. Deze bevat ook een overzichtskaart met een indeling van het kwetsbare groen en de beschermingsmaatregelen. Voorafgaand aan en na afloop van een evenement wordt via een gezamenlijke schouw (door de beheerder en de organisator van het evenement) bekeken in welke conditie het terrein is en worden de maatregelen om de bodem en het groen optimaal te beschermen afgesproken. De voorgestelde beschermingsmaatregelen zijn een richtlijn, de werkelijke situatie in het veld bepalen uiteindelijk de mate waarin de beschermingsmaatregelen uitgevoerd worden. Zo kan een boom recentelijk aangeplant zijn en daardoor kwetsbaar of kan een veld door wateroverlast niet meer bruikbaar zijn; het groenareaal is continu aan verandering onderhevig. Het kan voorkomen dat een voorkeurslocatie voor een podium of iets dergelijks om aanvullend onderzoek vraagt. Bijvoorbeeld rondom bomen, nabij of binnen de boomkroon.
In een dergelijke situatie is aanvullend onderzoek mogelijk (op kosten van de organisator) door een onafhankelijke partij die nauwkeurig de bodemgesteldheid en kwetsbaarheid van het wortelstelsel in kaart brengt. In samenwerking met de parkbeheerder wordt naar een oplossing gezocht (de bomenexpert van de gemeente, het externe bureau en de evenementenorganisator). Echter, het kan zijn dat op basis van de bevindingen toch een alternatieve locatie wordt geadviseerd. De actuele afspraken worden door beide partijen (organisator en beheerder) vastgelegd en geaccordeerd. Eventuele schade via de naschouw opgenomen, komen ten laste van de organisator. Voorts zijn er nog twee algemene richtlijnen van belang in dit verband. Dat betreft de richtlijn voor het maximum aantal op- en afbouwdagen. Voor evenementen met meer dan 2000 bezoekers gelijktijdig is dit maximaal 10 dagen en voor evenementen met minder dan 2000 bezoekers betreft dit 3 dagen. Gebaseerd op jarenlange ervaring en op verzoek van zowel het stadsdeel en beheerder van het park wordt in locatieprofiel Gaasperpark Noordoever een specifieke uitzondering toegestaan, dit juist vanuit het belang van behoud van bodem, groen en ecologie en de mogelijkheden in gefaseerde op- en afbouw (zie ook beschrijving in paragraaf 2.5).
Een tweede uitzondering geldt voor de op- en afbouw van het Kwaku zomerfestival, dat is al jaren gemaximeerd op 13 dagen, vanwege de bewerkelijkheid daarvan met zoveel verschillende standhouders. Een tweede relevante richtlijn betreft de verplichte rusttijd van 6 weken tussen grote evenementen op ‘groene locaties’ met een kwetsbare ondergrond (brief aan de raadcommissie van 11 oktober 2019). Hier wordt onder regie van het stedelijk evenementenbureau uitvoering aan gegeven bij de jaarlijkse samenstelling van de evenementenkalender waar alle grote evenementen een plek op krijgen en die kader stellend is voor de vergunningverlening.
8
2.4 Weerstand tegen geluidsoverlast van muziekevenementen Met de komst van een geheel nieuw geluidbeleid voor muziekevenementen in 2018 en de spreiding en begrenzing van het aantal geluiddagen per profiel, lijkt de weerstand tegen de geluidoverlast van de muziekevenementen onveranderd gebleven. Althans, dit is het beeld wat uit de inspraak op een aantal van de profielen naar voren komt. Echter, uit representatief draagvlakonderzoek in opdracht van de gemeente, dat is uitgevoerd in 2019 blijkt dat de meeste Amsterdammers geen overlast ervaren van evenementen. Van alle Amsterdammers zegt 19% wel eens overlast te ervaren van evenementen. Uit datzelfde onderzoek bleek tegelijkertijd dat er een groot draagvlak is voor het huidige evenementenaanbod (zie voortgangsbrief 17 december 2019). Uit de evaluatie van het evenementenbeleid is ook gebleken dat het aantal overtredingen van de geluidsnorm zeer beperkt is. Het debat over hinder als gevolg van evenementen wordt voor een groot deel gevoerd door een relatief beperkt aantal Amsterdammers dat zegt ernstige overlast te ervaren. Dit neemt echter niet weg dat legitieme zorgen en vragen over hinder en geluidsoverlast serieus moeten worden besproken. Daarom wordt ook in deze nota nog eens kort ingegaan op de bestaande klachten, hoe de geldende regels hierin voorzien en de te volgen koers.
Maximaal 85dB(C) Voor het college blijft het uitgangspunt gelden dat enige overlast van evenementen hoort bij wonen in een stad als Amsterdam. Voor het college is er op dit moment dan ook geen aanleiding om de maximale gevelnorm van 85 dB(C) ter discussie te stellen, ondanks dat daar in een aantal inspraakreacties toe wordt opgeroepen. Met dat maximale geluidsniveau, zo is bij de inwerkingtreding ervan vastgesteld, is een goede beleving van een muziekevenement mogelijk, zonder dat de spraakverstaanbaarheid in huis hier onder lijdt. Belangrijk uitgangspunt in het geluidbeleid blijft dat organisatoren wordt gevraagd zich maximaal in te spannen om de geluidoverlast te beperken. Zij zijn verplicht de door ons gedefinieerde Best Beschikbare Techniek in te zetten, vooraf (door ons gecontroleerd) te berekenen wat de belasting wordt en het geluid in de omgeving continue te meten. Aan de raad is eind vorig jaar gerapporteerd (brief 17 december 2019) dat het spectrum tot 85 dB(C) gelukkig lang niet altijd wordt opgevuld en dat er niet of nauwelijks overschrijdingen van de norm zijn, hoewel er ook locaties zijn en bepaalde weersomstandigheden kunnen zijn waarbij dit maar net lukt. Naleving van de norm lag in 2019 op 98% van de tijd en daar waar er overschrijdingen waren was dit altijd kortstondig.
Wel overweegt het college een geluidsnorm toe te voegen op de dansvloer ter voorkoming van te veel basgeluid. Daartoe zal in 2021 een traject gaan lopen, met het oog op invoering vanaf 2022. In aanvulling op de bestaande geluidsnormen voor muziekevenementen (maximaal 85 dB(C) op de gevel), kan een maximale geluidswaarde worden opgenomen in het geluidsbeleid van 115 dB(C) Front of House (op de dansvloer). Met deze maximumwaarde wordt toegezien op het gebruik van teveel bastonen. Indien een evenement dan tegen de vergunde waarde aankomt, kan op grond van deze generieke norm demping van het geluid worden afgedwongen. Deze nieuwe, aanvullende FOH-norm zou dan (net als de bestaande FOH-norm voor gehoorschade) over een periode van 15 minuten worden gemeten.
9
Een ander punt van aandacht is voor sommige plekken in de stad in de inspraakreacties naar voren wordt gebracht dat muziekgeluid vanuit verschillende locaties (en soms ook gelijktijdig) hoorbaar is. Bij de toedeling in 2018 van het maximaal aantal dagen met muziekbelasting aan de verschillende locaties is hier ook rekening mee gehouden (vergelijk Geluidburo 2017, onderzoek evenementenlocaties). Ook wordt bij de samenstelling van de evenementenkalender gekeken naar de spreiding van evenementen in de tijd. Om de hoorbaarheid van muziekevenementen vanuit verschillende locaties op bepaalde plekken in de stad nader te kunnen beoordelen zal in opdracht van het college in 2021 (mits er weer muziekevenementen kunnen plaatsvinden) onderzoek worden gedaan naar de feitelijke geluidwaarden. Plekken waar naar gekeken zal worden zijn de Houthavens/ Spaarndammerbuurt (muziek mogelijk hoorbaar vanuit NDSM, Westerpark en Thuishaven) en Zijkanaal F (muziek mogelijk hoorbaar vanuit Spaarnwoude, Ruigoord, Tuinen van West). Maximaal spreiden Een ander belangrijk uitgangspunt van het geluidbeleid blijft zorgen voor maximale spreiding van de overlast. Om overlast van muziekevenementen te spreiden over de stad en in de tijd is per locatieprofiel het aantal dagen met een muziekevenement begrensd. Daarbij maken we geen onderscheid in het soort muziek of de aard van het evenement (concert of festival).
Uitgangspunt was en blijft: drie keer per jaar een muziekevenement is aanvaardbaar voor iedereen, ongeacht de plek. Omdat in 2018 bleek dat op een aantal locaties al vaker dan drie keer per jaar een muziekevenement plaatsvond, is de relatieve geschiktheid van evenementenlocaties (ten opzichte van elkaar) onderzocht (vergelijk Geluidburo 2017, onderzoek evenementenlocaties). Daarbij is meegenomen dat op sommige plekken in Amsterdam geluid van verschillende locaties (ook van locaties buiten de stad) hoorbaar is. Gebaseerd op dit onderzoek is op een aantal locaties enkele dagen extra toegestaan. Het college ziet geen reden het aantal van drie dagen als basis los te laten en denkt dat op sommige relatief geschikte plekken een aantal dagen meer te verdedigen is en blijft. Wél blijft het enorm belangrijk zo maximaal mogelijk te spreiden over de stad. Spreiding van evenementen over de stad is belangrijk uitgangspunt van het evenementenbeleid. Dit vanuit het oogpunt van het bereik van doelgroepen maar ook de spreiding van overlast.
In verlengde van de wens tot optimale spreiding én gelet op de ruimte die de evenementensector de komende jaren hard nodig heeft om uit de crisis te komen, geeft het college opdracht aan het Stedelijk evenementenbureau samen met Grond en Ontwikkeling, de Stadsloods, Vastgoed (tijdelijke locaties) en R&D (vrije ruimte) geschikte (tijdelijke) locaties te zoeken in de stad voor evenementen en die meerjarig specifiek voor dit doel te bestemmen. Mogelijk zou dat in publiekprivate samenwerking kunnen en in samenwerking met Kunst en Cultuur, door ook kunstinitiatieven op deze plekken mogelijk te maken. Dit zou bij uitstek een manier kunnen zijn om te investeren in de creatieve sector, waarmee gelijktijdig kan worden bijgedragen aan het terugdringen van overlast. Deze opdracht zal ook onderdeel gaan maken van het Herstelplan voor de culturele sector zoals dat wordt opgesteld naar aanleiding van de Coronacrisis. Voorts zal voor het komende jaar (jaren) spreiding kunnen worden gerealiseerd door: De N1 locatie weer te benutten voor muziekevenementen zolang deze niet is uitgegeven, net zoals in 2020 gemaximeerd op 4 dagen, want relatief geschikt, maar afhankelijk van de vraag zou overwogen zou kunnen worden hier 1 of 2 extra dagen beschikbaar te stellen;
10
De locatie Riekerhaven opnieuw te gebruiken. Een aantal jaar geleden is deze locatie van de lijst gegaan als evenementenlocatie vanwege bouwwerkzaamheden, maar voor de komende jaren is deze weer beschikbaar. Daartoe is een verkenning in gang gezet, met het oog op benutting in 2021 en de jaren daarna; Het Arenapark, zolang er nog niet wordt gebouwd (ook uitgesteld), kan worden gebruikt voor evenementen.
Verder blijven we actief doorgaan met het stimuleren van MRA gemeenten ruimte te bieden voor muziekevenementen (bijvoorbeeld Almere strand, kavel bij vliegveld Lelystad, kavel in Hoofddorp, kavel bij de PI in Almere) en zal ook bij het samenstellen van de evenementenkalender steeds worden gekeken naar het spreiden van (muziek)evenementen in de tijd en naar omliggende locaties (ook buiten de stad). Daarmee wordt gestreefd naar een redelijke verdeling door te voorkomen dat er ofwel meerdere weekenden achter elkaar overlast is, ofwel dat bewoners in één weekend vanuit meerdere locaties ernstige overlast ervaren. Meer invloed op de inhoudelijke programmering Een aantal stadsdelen en een aantal bewoners hebben in een inspraakreactie gevraagd om de mogelijkheid om (meer) invloed te hebben op de programmering van evenementen op verschillende locaties in de stad. Op dit moment is die advisering op de programmering van evenementen in de stadsdelen zeer verschillend ingericht: op sommige plekken is een programmaraad (Westerpark) opgericht of een buurtcomité (bijvoorbeeld Museumplein) betrokken bij de gesprekken over welke evenementen kunnen plaatsvinden. Op andere plekken worden dit soort afwegingen gemaakt door beheerders, vaak op basis van gesprekken met omwonenden, ondernemers en organisatoren (NDSM-werf).
En op weer andere plekken vindt helemaal geen gesprek plaats aan de voorkant, maar leidt het verlenen van een vergunning steevast tot beroep- en bezwaarprocedures of juridische stappen. Op dit moment zijn er in het evenementenbeleid nog geen handvatten om evenementen te selecteren op inhoud. Een afweging of een evenement past op een bepaalde locatie gemaakt op basis van de criteria die zijn vastgelegd in het vergunningenbeleid of ingekaderd in de locatieprofielen, bijvoorbeeld over het beschikbare aantal geluidsdagen, de maximale geluidsbelasting, het toegestane aantal bezoekers etc. Daarnaast kunnen stichtingen die een locatie beheren wel een afweging maken omdat zij – naast de evenementenvergunning – een overeenkomst sluiten met de organisator. Het toewijzen van een plek aan een evenement gebeurt nu vooral op basis van beschikbaarheid. Het is al langer het voornemen van het college om gelet op de schaarste aan locaties voor evenementen meer te kunnen sturen op de inhoudelijke programmering. In de brief aan de raad van 1 juli 2020 is dit opnieuw benoemd, echter gelet op de Coronacrisis is de realisatie van dit beleid met jaar uitgesteld. In 2021 zal dit verder vorm krijgen, onder andere door de opdrachtverlening aan een onafhankelijke muziekcommissie die het college zal adviseren over de verdeling van de schaarse plekken voor muziekevenementen.
11
Het college onderschrijft de waarde van een constructieve dialoog op het niveau van de locaties en zal dit ook altijd ondersteunen. Een onderzoek naar de beleving van evenementen door bewoners én bezoekers op de betreffende locatie kan de basis vormen van zo’n dialoog, samen met de evaluaties van de evenement met daarin opgenomen eventuele beschikbare data over geluid, meldingen en rapportages van toezichthouders. De muziekcommissie zal de resultaten van deze dialogen betrekken bij het advies voor het verdelen van evenementen over de stad (voor één jaar, of mogelijk meerjarig). Vervolgonderzoek naar mogelijkheden voor meer balans Tot slot geven de reacties uit de inspraak voor het college aanleiding om verder te kijken naar de mogelijkheden om tot een betere balans te komen. Twee denkrichtingen bieden mogelijk aanknopingspunten voor de vormgeving van het nieuwe beleid. Voor elk van hen geldt dat bezien wordt of deze in 2021 uitgewerkt kunnen worden, mogelijk in pilotvorm, getoetst op draagvlak en waar nodig daarna ook vertaald in locatieprofielen. 1. Een andere balans tussen festival (lang) en concert (kort). In huidige geluidbeleid wordt geen onderscheid gemaakt tussen festivals en concerten.
De vraag is of daarmee voldoende recht wordt gedaan aan overlastbeleving van omwonenden, maar ook of hiermee niet een drempel wordt opgeworpen om tot een aanbod te komen wat op meer draagvlak kan rekenen. Ongeacht het muziekgenre geven festivals vanwege de duur (dikwijls van 12 tot 23 uur) beduidend meer overlast dan concerten (< 4 uur). We weten dat exploitanten van terreinen dit goed beseffen en hierin ook de oplossing zoeken om het draagvlak voor evenementen bij omwonenden te behouden. Dit zorgt bovendien voor een meer divers aanbod. Ook de muziekcommissie zal op dit punt gevraagd worden het college te adviseren 2. Een andere balans tussen een paar dagen groot en dan meer dagen een stuk kleiner. Op dit moment worden in de locatieprofielen de aantallen bezoekers vooral gemaximeerd op basis van de omvang van het terrein en de belasting die daarmee uit gaat op de omgeving. Er zou echter nog eens scherp gekeken kunnen worden naar de verhouding tussen grote en kleinere evenementen en deze in het voordeel van meer kleinschaligheid kunnen aanpassen. Iets kleinere evenementen geven minder overlast voor de omgeving (het geluid hoeft minder hard te staan). Om tegelijk ruimte te creëren voor nieuwe initiatieven en met het oog op een haalbaar verdienmodel van organisatoren, zou dan kunnen worden gekozen voor het vergroten van het aantal evenementendagen.
In het verlengde van de inspraak en de adviezen van stadsdelen op een aantal van de profielen zullen beide denkrichtingen in 2021 nader worden bekeken. Het gaat hier om de profielen Gaasperplas, het NDSM terrein, het Westerpark en de Tuinen van West. Dit betekent dat de profielen zoals nu voorliggen voor in 2021 kaderstellend zijn voor de vergunningverlening, maar dat mede naar aanleiding van een constructieve dialoog tussen alle stakeholders, en waarin in ieder geval beide zoekrichtingen worden meegenomen, de profielen mogelijk aangepast kunnen worden. Ook het advies van de externe muziekcommissie zal hier input voor zijn.
12
2.5 Reacties op individuele profielen 2.5.1 Amstelveld Op het locatieprofiel van het Amstelveld is een zienswijze gegeven door de Vereniging Amstelveldbuurt mede namens de BIZ Utrechtsestraat, N8W8, VVAB en WIJ Amsterdam. Het profiel biedt ruimte voor 1 groot (>2000) tweedaags evenement met een maximaal een geluidbelasting van 95 dB(C). Dit betreft de pleinfeesten op vrijdag en zaterdag ter afsluiting van de Pride-week voor maximaal 6.000 bezoekers gemeten op het drukste moment. Daarnaast is er ruimte voor 3 middelgrote (<2000) tweedaagse evenementen waarvan 1 dag met een maximale geluidbelasting van 75-85 dB(C) is toegestaan. Deze dag is de afgelopen jaren ingevuld met ‘Klassiek op het Amstelveld”. Ten opzichte van het locatieprofiel 2018 zijn er geen wijzigingen in aantal evenementen of grootte. In haar inspraakreactie bepleit de vereniging verplaatsing van het straatfeest op het Amstelveld naar een andere plek omdat het als veel te overlastgevend wordt ervaren en teveel druk geeft op de directe en omliggende straten. Een kleinschaliger thematisch evenement tot maximaal 2500 bezoekers en met een aantrekkingskracht voor met name de kwetsbare LHBTI gemeenschap zou daarvoor in plaats kunnen komen. Reactie college: Deze opvatting is zeker niet nieuw.
Het college erkend dat is de vorm zoals de straatfeesten in de afgelopen jaren plaatsvinden er sprake is van veel druk op het plein en de omliggende straten. Daar staat tegenover dat met alle beheersmaatregelen die worden genomen de situatie aldaar – ook door de veiligheidspartijen - wel als beheersbaar wordt gezien. De aantrekkingskracht van de straatfeesten is zo groot dat het vanuit het oogpunt van crowdmanagement wenselijk is de ruimte op het Amstelveld met maximaal 6000 bezoekers te benutten. Belangrijke randvoorwaarde is dat er voldoende toezicht en handhaving moet worden georganiseerd om de situatie beheersbaar te houden. Niettemin vindt het college het wenselijk om in het kader van de evaluatie van het Pridebeleid in 2021 te bekijken of de huidige opzet van de straatfeesten nog passend is bij de Pride en of er ook alternatieven daarvoor bedacht kunnen worden. Bij de aanpassing van het Pride beleid worden allereerst diverse mensen binnen de lhbtiq+ gemeenschap betrokken, indien er vervolgens nog concrete discussiepunten met betrekking tot een of meerdere locaties overblijven worden deze besproken met andere stakeholders. Het nieuwe Pridebeleid zal vanaf 2022 gaan gelden. Eventuele aanpassing van het Pridebeleid kan leiden tot andere invulling van het locatieprofiel. Op dit moment is er geen aanleiding het locatieprofiel aan te passen.
2.5.2 Vondelpark Over het locatieprofiel voor het Vondelpark is één zienswijze ontvangen.
13
De indiener van de zienswijze verzoekt niet vier evenementen toe te staan met minder dan 2.000 bezoekers en om in aanvulling op het locatieprofiel de kaders voor de gebruikersovereenkomst met VOLT duidelijk te formuleren en ter inspraak voor te leggen. Reactie college De evenementen met minder dan 2.000 bezoekers leveren over het algemeen weinig overlast of klachten op en er is voor het college om die reden op dit moment geen reden om dit aantal te wijzigen. De gebruikersovereenkomst met VOLT valt buiten de inspraak omdat het een privaatrechtelijke overeenkomst betreft.
2.5.3 Olympisch Stadionterrein De zorgen van de indieners van de zienswijzen zien met name op het feit dat het onderhavige locatieprofiel in strijd zou zijn met het vigerende bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is namelijk een zone van 5 meter rondom de voormalige Citroëngebouwen opgenomen welke vrijgehouden moet worden in verband met de veiligheid en de bedrijfsvoering, deze zone is onduidelijk en tegenstrijdig beschreven in het locatieprofiel en ook in de daarbij tekening niet opgenomen. De indieners willen daarnaast graag in het locatieprofiel opgenomen zien dat dat de kermis niet op het voorplein plaatsvindt, dit vanwege de overlast voor de omliggende bedrijven. Reactie college: Het college volgt de strekking van de beide zienswijzen ten aanzien van het bestemmingsplan en corrigeert het (concept)locatieprofiel Olympisch Stadion in lijn met het vigerende bestemmingsplan en de formulering in het huidige locatieprofiel dusdanig dat een zone van 5 meter rondom de beide voormalige Citroën-gebouwen, niet wordt gebruikt ten behoeve van evenementen, in verband met de veiligheid en de bedrijfsvoering. Zowel de tekening als de beschrijving onder ‘specificaties evenementen’ en ‘bijzonderheden’ in het locatieprofiel zijn hiertoe inhoudelijk aangepast aan het bestemmingsplan.
Elke vergunningaanvraag wordt op zijn merites beoordeeld waarbij de evaluatiepunten uit voorgaande edities worden meegewogen. Het verzoek om afspraken over de placering van de kermis op te nemen in het locatieprofiel honoreert het college om die reden niet.
2.5.4 Martin Luther King Park Het locatieprofiel voor het Martin Luther King Park is ongewijzigd de inspraak in gebracht. Hier zijn verder geen inspraakreacties op binnengekomen. Naar aanleiding van het onderzoek naar de effecten van evenementen op de bodem en de ecologie in parken (brief aan de raad van 24 maart 2020), loopt er voor deze locatie wel een traject waar in afstemming met de organisator van de Parade wordt gekeken naar manieren om de belasting op de bodem terug te dringen. Uit het
14
onderzoek bleek namelijk dat de lange duur van dit evenement tot schade leidt die niet met regulier onderhoud te herstellen is. Gezocht zal worden naar oplossingen in lay-out van het festival, het toepassen van aanvullende beschermingsmaatregelen tijdens de op- en afbouw, eventuele aanpassingen in de programmering en in het herstel direct na het festival. Dit zal resulteren in een aanpak die al bij de editie 2021 tot verbeteringen moet leiden en waarin, mede op basis hiervan, ook voor de middellange termijn naar oplossingen wordt gezocht (in het groot onderhoud of in het uiterste geval tot het zoeken naar een alternatieve locatie). De maatregelen die in dit traject worden gevonden zullen mogelijk in 2021 aanleiding geven tot aanpassingen in het locatieprofiel.
2.5.5 Amstelpark Er zijn drie inspraak reacties ontvangen op het profiel voor het Amstelpark. Waarvan één zienswijze indiener aangaf helemaal geen evenementen in het Amstelpark te willen. De vrienden van het Amstelpark en de organisaties Amstelpark vragen zich de volgende punten af; 1. Waarom wordt in de inleidende tekst niet de realistische situatie van het aantal bezoekers van het park weergegeven? 2. Waarom zijn de toiletten in de horecagelegenheden in het park als openbare toiletten opgenomen in het profiel? 3. In het locatie profiel staat aangegeven dat er een kadernota geschreven wordt. Er wordt verzocht dit aan te passen. 4. Waarom MEER op- en afbouwdagen MINDER schade zouden brengen aan het Amstelpark, in welk onderzoek komt dit naar voren en waarom er specifiek voor culinaire evenementen meer op- en afbouw dagen nodig zijn en niet voor andere zoals kunst? 5. Gevraagd wordt wat het verschil is tussen het groen- en bodem advies op het park en een Quickscan. Wat is de reden dat een quickscan twee maanden van tevoren opgesteld dient te worden en bij alle grote evenementen nodig is en hoe wordt de kwaliteit gewaarborgd? 6. Voor welke locaties is er een dergelijk advies opgesteld in 2019 en/of 2020 voor aanvang van het evenementenseizoen? 7.
Hoe kan het zijn dat als het aantal op- en afbouwdagen wordt verhoogd, de schade en overlast aan ons, de ondernemers en reguliere bezoekers minder wordt? 8. Kan - als jaarlijks de locatieprofielen worden geëvalueerd - in de locatieprofielen het groen- en bodemadvies worden opgenomen en kan een plattegrond worden gemaakt waarin de effectieve ruimte aangegeven wordt die door een evenement gebruikt kan worden. 9. Waarom wordt een wijziging voorgesteld om enkel met culinaire evenementen wél een latere sluitingstijd van het park toe te staan? 10. Hoe moeten organisatoren rekening houden met de toegankelijkheid van het park, vrijhouden van in- en uitgangen, bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten en rekening houden met de aanwezige dieren? Als laatste wordt er verzocht een wijziging door te voeren, namelijk dat evenementen, en het afzetten van een stuk park, inclusief de op- en afbouw, niet plaatsvinden op feestdagen. Reactie college
15
Ten eerste zijn er vragen gesteld die betrekking hebben op het beleid ter bescherming van de bodem, de ecologie en het groen. Een uitgebreide beschrijving van het beleid gericht op de bescherming van de bodem, de ecologie en het groen is opgenomen in paragraaf 2.3. In het kort: Het groen- en bodemadvies wordt door de gemeente opgesteld en geeft een meer gedetailleerde beschrijving van alle relevante kenmerken van het park. Het locatieprofiel is op dit onderdeel globaler. Voorts bestaat er een wettelijk verplichting voor organisatoren om een quickscan flora en fauna op te stellen. Dikwijls wordt dit gedaan door een onafhankelijke specialistische partij. De gemeente controleert de kwaliteit hiervan. Bij de quickscan wordt ook de actuele situatie m.b.t. de flora en fauna in beeld gebracht. In het verlengde hiervan worden, toesneden op de actuele gesteldheid, van het park maatregelen voorgeschreven. Voorts zijn er vragen gesteld over de op- en afbouw en het gebruik van het park. Tijdens een evenement is het park gedeeltelijk afgesloten voor reguliere parkbezoekers. Reguliere bezoekers kunnen een bezoek brengen aan het vrij beschikbare deel van het park. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de organisaties in het Amstelpark, omringende bedrijven en bezoekers van het park, het stadsdeel heeft nauw contact om alles zo soepel mogelijk te laten verlopen.
Het verzoek niet op feestdagen op en af te bouwen honoreert het college niet, omdat dit zou resulteren in het langer niet beschikbaar zijn van het park voor andere (recreatieve) doeleinden. In de afgelopen jaren is voor het culinaire evenement ‘Taste of Amsterdam’ het aantal op- en afbouwdagen enkele dagen uitgebreid ten opzichte van de stedelijke richtlijn. Dat had te maken met aard van het evenement met veel deelnemende partijen en relatief veel logistieke bewegingen. Nader overleg met het stadsdeel en de organisator maakt dat voor een volgende editie het maximum van 10 dagen wordt gehanteerd. De uitzondering op de stedelijke richtlijn is uit het locatieprofiel gehaald. Tenslotte zijn vragen gesteld over zaken niet die niet zozeer in het locatieprofiel thuishoren maar in het kader van de vergunningverlening op maat worden vastgelegd. Een vergunning bestaat uit meerdere verschillende voorschriften. De onderdelen zoals toegankelijkheid van het park, vrijhouden van uitgangen, sanitair voor bezoekers van het evenement, bereikbaarheid voor nooden hulpdiensten, rekening houden met de aanwezige dieren, maximaal geluidniveau staan omschreven in vergunningvoorschriften en/of bijbehorende stukken. Op elke vergunning is gelegenheid een zienswijze in te dienen en/of bezwaar aan te tekenen.
2.5.6 Beatrixpark Over het locatieprofiel voor het Beatrixpark is één zienswijze ontvangen van de Vereniging vrienden van het Beatrixpark. Samengevat staat in deze zienswijze dat de indiener het niet eens is met het oprekken van het maximaal aantal bezoekers bij een vergunningsvrij evenement naar 250 bezoekers (tenzij voor een groen gerelateerd evenement) en dat groengebieden/parken sowieso ongeschikt zijn voor het houden van evenementen. Daarnaast staan in de zienswijze allerlei aspecten die buiten de scope van het evenementenbeleid vallen, zoals o.a. zaken over mobiliteit en de onderhoudstoestand van het park.
16
Stadsdeel Zuid adviseert om in het Beatrixpark de grens voor vergunningsvrije evenementen niet op te rekken naar 250 personen.
Reactie college: Een reactie op het wijzigen van de APV wordt verderop in deze Nota van beantwoording gegeven. Groengebieden en parken zijn bedoeld voor recreatief gebruik. Ook evenementen vallen hieronder, met inachtneming van de kaders zoals gesteld in de locatieprofielen. De zaken die buiten de scope van deze inspraakronde vallen, zijn onder de aandacht gebracht van de gemeentelijke afdelingen die hierover gaan.
2.5.7 Nelson Mandelapark In het locatieprofiel voor het Nelson Mandela park, waar al jaren lang het Kwaku zomerfestival plaatsvindt, is door het stadsdeel (qua contouren en afbakening van het terrein) in overstemming gebracht met het werkelijke gebruik van de afgelopen edities. Op deze wijziging zijn geen inspraakreacties binnengekomen. In het onderzoek naar de effecten van evenementen op de bodem en de ecologie in parken (brief aan de raad van 24 maart 2020), is geconstateerd dat de actuele gesteldheid van het park niet goed is en dat daarin de lange duur van Kwaku zomer festival een belangrijke factor is. Direct rondom het park zal over een aantal jaar woningbouw worden gerealiseerd. De planvorming daarvoor loopt. Parallel aan deze planvorming zal (vergelijkbaar met in het Martin Luther King Park) een traject gaan lopen waarin wordt gezocht naar maatregelen om in de toekomst er voor te zorgen dat de gesteldheid van het park minder schade oploopt als gevolg van het festival.
2.5.8 Gaasperpark Op het locatieprofiel Gaasperpark (Noordoever) zijn 3 inspraakreacties binnengekomen van onder meer de stichting Natuurbescherming Zuid Oost en de stichting Zuid Oost groen. Daarnaast heeft het stadsdeel Zuid Oost een advies gegeven dat op een belangrijk punt afwijkt van het locatieprofiel zoals dat ter inspraak lag. Op dit laatste advies is door het Groengebied Amstelland gereageerd. Op de Noordoever van het Gaasperpark maakt het locatieprofiel zoals dit ter inspraak lag 4 evenementendagen mogelijk voor grote muziekevenementen (tot maximaal 20.000 bezoekers). In de inspraakreacties wordt bezwaar gemaakt tegen de grootschalige muziekevenementen vanwege de geluidoverlast die dit met zich meebrengt in het park zelf en de omgeving en de overlast die het gevolg is van de in- en uitstroom bezoekers. Verder wordt gewezen op de status van het gebied als onderdeel Natuurnetwerk Nederland (NNN) en dat de daarmee samenhangende natuurwaarden zich niet verhoudt tot de grote evenementen. Ook wordt gewezen op de toch al grote recreatieve druk op het park het structurele gebrek aan toezicht op allerlei (illegale) privéfeestjes waarbij mensen luide muziek laten horen en de rommel nadien niet opruimen.
17
Het dagelijks Bestuur van stadsdeel ZO geeft in haar advies aan dat zij de huidige belasting van de grote evenementen te groot acht, dat de belasting op de recreatieve en natuurwaarden groot is, net als de belasting op de omgeving. Voorts wijst zij op het belang van de investeringen in de recreatieve en natuurwaarden in het gebied die in de nabije toekomst worden gedaan (Toekomstplan Gaasperplas). Daarnaast acht zij de toegevoegde waarde van deze grote evenementen op deze plek beperkt en geeft zij aan dat deze evenementen ook buiten de stad kunnen plaatsvinden. Reactie college Parralel aan deze inspraak op het profiel Gaasperplas loopt het traject van het Toekomstplan Gaasperplas. De ambitie is om van de Gaasperplas een aantrekkelijk groengebied te maken voor omwonenden, maar ook voor alle bewoners van Amsterdam en omgeving. Een groen omzoomde, goed bereikbare recreatieplas voor iedereen, met ruimte voor spel, recreatie en sport en uitnodigend om te bewegen, maar ook om van de natuur te genieten. Er wordt ingezet op het realiseren van meer biodiversiteit, natuurontwikkeling, een duidelijke zonering van natuurzones en van recreatiezones, een betere oriëntatie in het gebied voor fietsers en wandelaars en meer sport-, speel- en recreatievoorzieningen. In het Toekomstplan is uitdrukkelijk toegewerkt naar invulling voor veel verschillende doelgroepen.
Iedere Amsterdammer doet ertoe. Het college is van mening dat er ruimte moet blijven voor een beperkt aantal grote muziekevenementen in het Gaasperpark, zo optimaal mogelijk gesitueerd in de recreatiezones van het park. Dit past ook binnen de Toekomstvisie zoals deze is verwoord. Het college gaat niet een-twee-drie mee in het standpunt van insprekers en het dagelijks bestuur van het stadsdeel dat sprake is van een té grote belasting van evenementen op de omgeving of de natuurwaarden. De druk op de omgeving is vergelijkbaar met die op andere locaties in de stad. Bovendien is in de afgelopen jaren gebleken dat de organisatoren zorgvuldig om gaan met het terrein en allerhande maatregelen nemen om schade te voorkomen. Mede ook door het onderzoek naar de gesteldheid van de bodem en ecologie, en in het verlengde daarvan de recent vernieuwde maatregelenkaart Gaasperpark heeft het college er vertrouwen in dat evenementen in het park in de toekomst samen kunnen gaan met het behoud van de natuurwaarden. De stellingname van het dagelijks bestuur van het stadsdeel dat de evenementen op deze plek weinig toegevoegde waarde hebben, deelt het college niet.
Feitelijk is het zo dat beide evenementen (Reggae Lake en Amsterdam Open Air) verhoudingsgewijs veel (jonge) bezoekers trekken uit Zuid Oost en daarmee ook een belangrijk podium zijn voor jong talent en een toekomst in de creatieve industrie. 2021 wordt gelet op de Corona crisis een zeer onzeker jaar voor evenementen. Voor 2021 zal het profiel zoals het in de inspraak is gebracht het kader bieden voor de vergunningverlening (vanzelfsprekend alleen als Corona dit toelaat). Wel wil het college het signaal vanuit de insprekers en het stadsdeel serieus nemen. Dat betekent dat 2021 verder benut moet worden om met stakeholders een constructieve dialoog aan te gaan over hoe de grote evenementen in het Gaasperpark qua uitvoering verder geoptimaliseerd kunnen worden, zodanig dat de druk op het gebruik van het park en de omgeving verder kan worden teruggebracht. In het kader van het Toekomstplan zijn daartoe al opties benoemd:
18
Als gevolg van op- en afbouw van de evenementen zijn recreatieve functies, zoals de ligweides bij het water, tijdelijk niet bereikbaar. In het Toekomstplan wordt voorgesteld om de grens van het noordelijke evenemententerrein deels te verschuiven en te leggen bij de natuurlijke grens van het water. Ook wordt de ecologie in het park verstoord door de lange aanrijroute door het park naar het festivalterrein, die dwars door de ecologische verbindingszone loopt. Daarom wordt in het Toekomstplan ondermeer een alternatieve kortere aanrij route voorgesteld voor de op- en afbouw van evenementen. Hiermee wordt voor het Gaasperpark een betere balans gevonden tussen de belangen natuur en intensieve recreatie. Deze en andere optimalisatiemogelijkheden worden zodra deze uitgevoerd (kunnen) worden ook opgenomen in het locatieprofiel. Tenslotte is er in een van de inspraakreacties gewezen op een fout in het profiel en dat betrof de kaderstelling ten aanzien van het aantal op- en afbouw dagen. In het profiel wordt gesproken over evenementen groter dan 20.000 bezoekers, terwijl dit aantal juist het maximum is. Dit moet 2000 bezoekers zijn en zal als zodanig worden aangepast.
Nota bene: de redeneerlijn om onder condities 2 dagen extra op en af te bouwen toe staan juist ten bate van het terugdringen van de overlast en het terugdringen van de risico’s op schade, kan het college in dit geval volgen, maar blijft ook nadrukkelijk een uitzondering op de stedelijke richtlijn.
2.5.9 Flevopark Over het locatieprofiel voor het Flevopark is één zienswijze ontvangen. De indiener vraagt te onderzoeken of er verruiming mogelijk is op deze locatie naar 4 dagen voor grote festivals. Nu is 1 dag beschikbaar voor grote evenementen met een muziekbelasting tussen de 75-85 dB(C). Op vergelijkbare locaties in de stad is meer mogelijk. Gezien de geschiktheid van de locatie Flevopark, de tendens van afname van locaties voor grote festivals de afgelopen jaren en de huidige moeilijke omstandigheden waar de evenementen branche door corona in verkeert, vraagt de indiener om te onderzoeken of de huidige ruimte van 1 dag op deze locatie wel klopt en een verruiming te overwegen. Reactie college Het college ziet de tendens van een afname van geschikte evenementenlocaties voor muziekevenementen en is bereid, ook vanuit het oogpunt van spreiding van overlast, en gegeven de enorme impact die de coronacrisis voor de sector heeft, te onderzoeken welke verruimingsmogelijkheden er voor de locatie Flevopark wellicht zijn. Hiertoe geeft het college opdracht aan het stadsdeel Oost in afstemming met het Stedelijk Evenementenbureau en andere belanghebbenden dit in 2021 te onderzoeken.
2.5.10 Oosterpark Over het locatieprofiel voor het Oosterpark is één zienswijze ontvangen van de Stichting Herstel Oosterpark. Samengevat staat in deze zienswijze dat er onvoldoende participatie is geweest, het
19
gebied rondom de muziekkoepel zich niet leent voor vergunningvrije evenementen met maximaal 250 bezoekers (tenzij voor en door de buurt), de grasvelden in het park niet geschikt zijn voor grote evenementen en dat het park er primair is voor de Amsterdammers en niet voor de hotels die grenzen aan het park. Reactie college: Het profiel voor het Oosterpark wijzigt niet. Er was daarom voor het stadsdeel geen aanleiding om een uitgebreid participatietraject te houden. Er is alleen een extra passage opgenomen over het waarborgen van het reguliere gebruik van het kinderbad. Verderop in deze Nota van beantwoording wordt een reactie gegeven op het wijzigen van de APV. Dat de grasvelden niet geschikt zouden zijn voor grotere evenementen, deelt het college niet. Zo lang dat niet te vaak en niet langdurig gebeurt, levert dit geen onherstelbare schade op. De huidige problematische onderhoudstoestand van het park is niet veroorzaakt door evenementen. Op korte termijn zal de bodemgesteldheid van het park worden verbeterd door renovatie van het evenemententerrein en diverse maatregelen, zoals acties t.b.v. voorkomen wateroverlast, grondverbetering en vervangen van groen. Dat in het profiel staat dat ook de bezoekers van de hotels gebruik maken van het park is een constatering. Het park is bedoeld voor iedereen die daar gebruik van wil maken.
2.5.11 NDSM terrein Het NDSM terrein is een voorbeeld van een terrein waar de evenementen in het gedrang komen als gevolg van oprukkende woonbebouwing. Het wordt eigenlijk steeds ongeschikter voor muziekevenementen. Dit terwijl het een rijke traditie heeft als evenementenlocatie. Het stadsdeel adviseert om het aantal dagen met een muziekbelasting (tot max 85dB(C)) gelijk te houden, maar wel onder de (zolang er geen nieuw evenementenbeleid is) niet juridisch afdwingbare afspraak met de exploitant te zoeken naar meer variëteit in de programmering; minder festivals, meer concerten. Er zijn verder geen specifiek op het NDSM terrein binnengekomen inspraakreacties. Reactie college: Het college gaat mee in het advies van het stadsdeel om dit profiel voor één jaar vast te stellen en het NDSM-terrein te beschouwen als locatie waarbij de beheerder in de programmering een oplossing zal zoeken om de belasting voor de omgeving aanvaardbaar te houden. Het stedelijk evenementenbureau zal in nauw overleg met het stadsdeel en de Stichting NDSM daarop aansturen. Verder zal 2021 benut worden om in overleg met alle belanghebbenden te kijken naar aanpassingen in het profiel waarmee een goede balans wordt gevonden tussen de mogelijkheden voor een diverse evenementenprogrammering op het NDSM terrein en een aanvaardbare druk op de omgeving. Het aangepaste profiel kan dan vanaf 2022 gaan gelden.
2.5.12 Westerpark Over het locatieprofiel voor het Westerpark zijn twee zienswijzen ontvangen (Vrienden van het Westerpark en Westergasmanagement BV). In de ene zienswijze wordt gesteld dat de belasting op het Westerpark te hoog is met het aantal evenementendagen en opbouwdagen. Ook is de
20
belasting op de omliggende wijken te groot met geluid, parkeerdruk en afval. Er wordt verzocht om bruikbare knoppen waarmee kan worden gewerkt aan een diverse programmering in het Westerpark. In de andere zienswijze maakt de indiener zich zorgen over het meetellen van geplaatste tenten in de openbare ruimte in het aantal evenementdagen omdat het gaat betekenen dat er per saldo minder evenementdagen beschikbaar zijn in het Westerpark. Dit heeft gevolgen voor de ondernemers die hierdoor minder kunnen organiseren. De indiener stelt dat het invoeren van dit locatieprofiel per 2021 niet wenselijk is en verzoekt om gezamenlijk met het DB nogmaals kritisch naar het aantal evenementdagen en de belasting op het park te kijken, voordat deze wijziging wordt doorgevoerd. Het dagelijks bestuur van stadsdeel West adviseert om het locatieprofiel pas in 2022 in te laten gaan, waarbij 2021 kan worden gebruikt om in de geest van het locatieprofiel zoveel mogelijk evenementen op een verantwoorde manier mogelijk te maken. De leden van de Stadsdeelcommissie adviseren op dit punt anders: zij zien omwille van een actueel toetsingskader graag wel invoering ervan op 1 januari 2021. Daarnaast werkt het dagelijks bestuur graag samen met de stedelijke diensten om in 2021 een uitwerking van de knoppen te ontwikkelen die overlast beperken en een gevarieerde programmering bevorderen.