CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording deff.pdf

RAAD 24 januari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030 en de Subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025 (VN2023-027091)30.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Aanpassing JA/NEE

NEE: het gestelde ondersteunt hetgeen in het beleidskader is uitgewerkt.

Alliantievorming moet samenwerking stimuleren

Alliantievorming heeft bij het tot stand komen van dit kader tot Wij zijn ons ervan bewust dat dit een punt van voortdurende de meeste discussie en vragen geleid. Ook bij ons in Oost. Wat aandacht is. In alle communicatiemomenten met partners wordt ons betreft moet het leiden tot een betere samenwerking en dit meegenomen. niet tot het “wegdrukken“ van kleinere of informele organisaties. Die organisaties zijn immens belangrijk voor Oost. In geen enkel ander stadsdeel zijn zoveel van deze partijen actief en daar zijn we trots op. Voor het stadsdeel is dit de basis van de sociale basis. In het nieuwe kader het sociale weefsel genoemd. Voor al deze partijen die onderdeel van dit sociale weefsel zijn wordt subsidie aanvragen eenvoudiger en zorgt voor minder rompslomp. De insteek van alliantievorming van zogenaamde kernfuncties is dat dit de samenwerking tussen partijen gaat helpen. Deze kernfuncties gaan over grotere zaken als beheer en exploitatie van buurthuizen, het brede welzijnswerk en jongerenwerk en coördinatie van vrijwillige inzet, niet over de inzet van het sociale weefsel Oost. Belangrijk advies van Oost is om hier ook expliciet over te (blijven) communiceren naar alle partijen uit de sociale basis.

45 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

NEE: het gestelde is in lijn met hetgeen in het beleidskader is opgenomen.

Inbrenger

Advies 3.

Aanpassing JA/NEE

Wij onderschrijven uw oproep. Gebiedsgericht werken is het uitgangspunt: daar komt alle inzet van verschillende partners samen. Het is belangrijk om die inzet te bundelen om samen echt het verschil te kunnen maken op de opgaven in gebieden.

NEE: het gestelde is in lijn met hetgeen in het beleidskader is opgenomen.

Wij zijn blij om te horen dat u de focus zoals in het beleidskader verwoord herkent en onderschrijft.

NEE: het gestelde ondersteunt hetgeen in het beleidskader is uitgewerkt.

Stimuleren samenwerking door opgavegericht werken

Het zou voor een bewoner niet mogen uitmaken uit welk potje iets wordt gefinancierd of welke partij (formeel of informeel) hulp of ondersteuning biedt. De beste en meest passende hulp, daar gaat het om. Het kader spreekt zich heel mooi uit over samenwerking en het dagelijks bestuur onderschrijft de noodzaak om echt samen in het gebied te kijken wat nodig is. Wij vinden het sowieso erg van belang om de hokjes die om budgetten en uitvoering hebben gezet geen belemmering laten zijn voor bewoners. Ook hiervoor is het van belang dat alle partners goed samenwerken, van OKT en buurtteam tot kleinere informele organisaties met vrijwilligers die precies weten wat er in de haarvaten van onze verschillende buurten gebeurt. Het is belangrijk dat we dat als stad en stadsdelen mogelijk maken en stimuleren. Dat betekent dat we echt vanuit het gebied moeten redeneren en wat daar allemaal gebeurt, in plaats van thematische insteek vanuit slechts één beleidskoker. Wij zullen hier als stadsdeel ook aandacht voor blijven vragen. 4.

Reactie

Aandacht voor kwetsbare groepen

We zijn verheugd dat er aandacht in het kader uitgaat naar kwetsbare groepen en ontwikkelingen op dat vlak zoals der forse toename van het aantal zelfstandig wonende ouderen, ggz en mentale problematiek en preventie rondom thema’s van gezondheid. Onderwerpen die we in Oost ook zeer belangrijk vinden en blij zijn dat hier bij stil gestaan wordt in het kader.

46 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies 5.

Aanpassing JA/NEE

Wij ondersteunen uw oproep. Een groot deel van de partners in de sociale basis heeft eenzelfde oproep gedaan. We zullen dan ook met elkaar in de uitwerking van deze ambitie kijken hoe we hier op een goede manier invulling aan kunnen geven. Deels vragen we ook van partners om hier goede voorstellen voor te doen in subsidieaanvragen en om in subsidieaanvragen aan te geven hoe zij denken dit voor eigen vrijwilligers vorm te geven.

NEE: het betreft uitwerking van het gestelde in het beleidskader. De aanbeveling zal wel in de uitwerking worden meegenomen.

Wij onderschrijven uw opmerking dat kunst en cultuur een belangrijk effect kan hebben op het welzijn van Amsterdammers. Toch wordt het in het beleidskader niet expliciet benoemd omdat kunst en cultuur geen onderdeel uitmaakt van de sociale basis. In sommige stadsdelen is de grens met bijvoorbeeld community-art scherper dan in andere stadsdelen: juist door deze verschillen is dit niet iets wat op een eenduidige manier in het beleidskader kan landen. Voor het kunstarrangement van Welzijn op Recept geldt dat de toeleiding vanuit de sociale basis wordt gedaan, maar het aanbod waarnaar wordt verwezen vaak buiten de sociale basis is georganiseerd.

NEE: kunst en cultuur maakt geen onderdeel uit van de sociale basis.

Vrijwilligers ondersteunen en waarderen, wat gaan we doen

Voor ons is de positionering van vrijwilligers extreem belangrijk. De vrijwilliger is de kurk waar de sociale basis op drijft en waar we niet zonder kunnen. We moeten ze waarderen en faciliteren. En zoals het kader ook al aangeeft kan een vrijwilliger heel erg veel, maar niet alles van bijvoorbeeld een zorgprofessional overnemen. Het overvragen van vrijwilligers is een gevaar. Het begrenzen van wat je van bewoners kan vragen, zeker als het gaat om langdurige inzet in meer zorg gerelateerde ondersteuning, moeten we in acht nemen. Hier is in het kader zeker aandacht voor maar we moeten met elkaar onderzoeken hoe we dit echt concreet gaan doen met organisaties in de sociale basis. Denk hierbij aan trainingen voor vrijwilligers en bijeenkomsten waarbij we vrijwilligers waarderen. Daarnaast moeten we organisaties stimuleren na te denken over de positionering van vrijwilligers naast professionals in de organisatie. 6.

Reactie

Kunst en Cultuur opnemen in kader

Het valt ons op dat Kunst en Cultuur niet expliciet benoemd wordt in het kader. Sport en bewegen worden als middel wel meermaals aangehaald. Voor het stadsdeel is Kunst en Cultuur ook een zeer belangrijk middel om welzijn te vergroten. Ook de GGD heeft in positieve gezondheid expliciet de positieve effecten van Kunst en Cultuur genoemd als middel. Wat wij als Stadsdeel Oost vooral expliciet opgenomen zouden willen zien is dat we ontmoeting en samenwerking in de culturele sector willen stimuleren en dialoog en cohesie in de wijken bevorderen. Door samenwerking van domeinen zoals educatie, sociale basis en kunst en cultuur maken we buurten sterker en voorzieningen beter bereikbaar voor alle bewoners. We zetten Kunst en Cultuur als middel in binnen de sociale basis. In Oost hebben we tenslotte ook kunstarrangementen als onderdeel van “welzijn op recept” ontwikkeld die nu ook stedelijk ingezet gaan worden. Het betreft een ondersteuning waarbij mensen met zorgklachten die bij de huisarts komen doorverwezen worden naar welzijnsaanbod in de sociale basis, in dit geval met kunst en cultuuraanbod. Het lijkt ons dan ook logisch Kunst en Cultuur expliciet te benoemen in het kader.

47 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies 7.

Reactie

Aanpassing JA/NEE

Sport en beweegnetwerken wel of geen onderdeel kernfuncties

We zijn blij te lezen dat sport en bewegen zo’n essentieel onderdeel vormt van het kader. Als aandachtspunt geven we mee dat er in het kader genoemd wordt dat “versterken beweegnetwerken” onderdeel van de kernfuncties zou moeten zijn. In Oost hebben we dit op eigen wijze ingericht met eigen medewerkers en willen onderzoeken hoe we de inwoners van ons stadsdeel hiermee zo goed mogelijk kunnen bedienen. De vraag is of dit onderdeel van de alliantie zou moeten zijn. We willen de opgebouwde expertise en netwerken van medewerkers uit Oost op dit vlak behouden en zijn zoekende of dit onderdeel worden van een alliantie haalbaar of wenselijk is. We zijn in dat geval in Oost immers zelf onderdeel van deze alliantie en opdrachtgever ineen.

48 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Wij zijn ons ervan bewust dat in Oost en West de uitvoering van deze kernfunctie “inbesteed” is. Wij vragen van de interne organisatie in Oost, die deze kernfunctie uitvoert, dat zij in nauwe samenwerking met de partners in de kernalliantie opereert om deze coördinatie uit te voeren.

NEE: dit zal in de toelichting bij de subsidieregeling worden meegenomen.

Inbrenger

Advies 8.

Reactie

Aanpassing JA/NEE

Jeugd langjarig bouwen aan netwerken met alle ontwikkelingen essentieel

Voor jeugd betekent alliantievorming en langjarige commitment dat echt samen gebouwd kan worden naar een passend aanbod en versterken kansengelijkheid en positieve gezondheid jeugd. In de Raadsbrief visie op Jongerenwerk zijn wat dat betreft ook al ambities geformuleerd waar hier op voort wordt geborduurd. Voor Oost zal dit betekenen dat er nog meer samenwerking zal komen in het jeugddomein, heldere taakverdeling en gezamenlijk optrekken rondom geformuleerde opgaven. Rondom het programma Midzomer Mokum hebben we afgelopen jaren al een mooie samenwerking zien ontstaan in keten jeugd waar dit op voort zal borduren. • Nieuw qua jeugd is specifieke inzet op thema ouderschap en opvoeden. Mooi dat dit nu als expliciet thema benoemd is, voorheen werd dit meer centraal ingekocht via flexibel preventief aanbod jeugd (FPAJ). Nu het meer lokaal ingezet kan worden met overheveling van FPAJ en het stadsdeel hier een regierol in krijgt zal er ook meer verbinding met lokale (informele) partijen gelegd kunnen worden. Dit zal helpen het aanbod ook echt te krijgen bij gezinnen die het meest nodig hebben. • Verder bouwen aan een versterking van de samenwerking tussen OKT-Buurtteams-Jongerenwerk is belangrijke opdracht in het nieuwe kader. Dit is voor Oost ook een belangrijk punt.

De ingezette gebiedsgerichte inrichting Jeugdzorg helpt daarbij en versimpelen inzet vanuit Sociale Basis ook, dit zal in Oost zeker vruchten afwerpen. Overigens merken we in Oost dat er het afgelopen jaren al mooie stappen zijn gezet. Zo is het OKT gestart met een netwerkcoördinator die de verbinding legt tussen het OKT en lokale partijen, is er vanuit Dynamo een jongerenwerker in Watergraafsmeer gestart met een proef combifunctie van buurtteam medewerker en jongerenwerker en wordt er in de Indische Buurt al jaren goed samengewerkt tussen informele partij Dappere Dames en OKT. Structurele samenwerking en het nog meer outreachend werken vanuit OKT zal in Oost komende jaren aandachtspunt blijven.

49 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Wij zijn blij om te horen dat de beschreven doelstellingen uit het beleidskader in lijn zijn met de beweging die u als Dagelijks Bestuur in stadsdeel Oost al hebt ingezet. Wij willen u ook bedanken voor uw inspanningen om ervoor te zorgen dat de uitvoering in gebieden goed op elkaar wordt afgestemd.

NEE: het gestelde ondersteunt hetgeen in het beleidskader is uitgewerkt.

Inbrenger

Advies 9.

Reactie

Aanpassing JA/NEE

Uw oproep is in lijn met hetgeen wij hebben willen benadrukken in het beleidskader. Wij zijn verheugt om te lezen dat u de beweging zoals wordt voorgestaan met plezier en vertrouwen wil helpen maken. Wij horen ook uw oproep om goed te blijven kijken naar de rol van de sociale basis in het stelsel en de balans in de druk op de sociale basis. Wij blijven hierover graag met u in gesprek.

NEE: het gestelde ondersteunt hetgeen in het beleidskader is uitgewerkt. In de uitvoering blijven we graag in gesprek.

Wij onderschrijven uw oproep. De nieuwe structuur geeft de ruimte om alle bestaande activiteiten wederom een plek te geven in de sociale basis. Tegelijkertijd vindt er niet voor niets een herinrichting plaats: we willen de sociale basis duidelijker inrichten en meer focus aanbrengen. Daarmee is het niet gezegd dat alle bestaande activiteiten in de nieuwe situatie weer subsidie ontvangen. Het is aan de Dagelijks Besturen om deze afwegingen te maken.

JA: in de inleiding bij hoofdstuk 3 zal worden opgenomen dat de nieuwe structuur aan de voorkant geen van de bestaande activiteiten uitsluit voor subsidie.

Het staat Dagelijks Besturen vrij om een actueel overzicht te maken van bestaande partners en dit met partners te delen zodat zij zich goed kunnen voorbereiden op de nieuwe situatie. Dit is niet iets dat in het beleidskader met doelstellingen vanaf 2025 wordt opgenomen.

NEE: dit betreft een aanbeveling voor de uitvoering op dit moment en kan door Dagelijks Besturen met de eigen ambtelijke organisatie worden opgepakt.

Druk op de sociale basis: samen aan de lat

De druk op de sociale basis is groot. Denk naast de overheve­ lingen van budget vanuit jeugd naar het stadsdeel ook aan de bezuinigingen op de enkelvoudige specialistische jeugdhulp (ESJH). De sociale basis in Oost is sterk en bijzonder veerkrachtig, denk ook aan alle initiatieven die in Coronatijd zijn ontstaan. Maar deze veerkracht is niet oneindig of de oplossing voor alle problematiek. Als we preventie ter voorkoming van dure zorg zo belangrijk vinden moeten we hier met elkaar echt op investeren. Dat gaat om de opgave in kaart brengen, langjarig vastleggen en elkaar commitment geven. Zoals in het kader mooi verwoord staat waarbij de gemeente daarmee ook partner is in plaats van alleen opdrachtgever. Daarnaast willen wij als stadsdeel ook echt het stimuleren en ondersteunen van vrijwilligers benadrukken. Wij als dagelijks bestuur van Oost kijken er met vertrouwen en plezier naar uit om dit vorm te geven samen met onze partners en bewoners. 10. Gevolgen nieuwe structuur voor informele partijen In het nieuwe beleidskader wordt van formele organisaties verwacht dat zij het voortouw nemen en samenwerkingsverbanden aangaan met kleinere, informele organisaties. Informele organisaties zijn bang dat zij in sommige gevallen gepasseerd zullen worden door de formele organisaties.

Om deze zorgen weg te nemen, is het belangrijk dat in het nieuwe beleidskader expliciet wordt opgenomen dat in principe dezelfde organisaties kunnen worden gesubsidieerd als dat nu het geval is. 11. Actueel overzicht bestaande partijen per stadsdeel Organisaties worden aangemoedigd om intensiever samen te werken en velen zijn hier zeker toe bereid. Echter, organisaties zijn niet altijd op de hoogte van de aanwezigheid van (kleine) organisaties in de buurt die actief zijn op hetzelfde gebied. Daarom is het van belang om in het beleidskader op te nemen dat in de uitvoering een actueel overzicht wordt gecreëerd van alle relevante organisaties in het stadsdeel, inclusief degenen die geen subsidie ontvangen.

50 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies

Reactie

Aanpassing JA/NEE

Wij delen uw constatering en geven hier invulling aan door de verschillende onderdelen van de nieuwe structuur zoals beschreven in hoofdstuk 3 van het beleidskader verder uit te werken. Deze oproep is ook in de inspraak veelvuldig gedaan.

JA: de verschillende onderdelen van de nieuwe structuur zoals beschreven in hoofdstuk 3 van het beleidskader worden verder uitgewerkt.

In het beleidskader staan de functies die worden bedoeld opgesomd. Er is niet enkel een definitie/omschrijving gegeven van het begrip kernfuncties. In hoofdstuk 3 zullen we dit nog verder uitwerken. Een deel van de uitwerking krijgt ook vorm in de subsidieregeling die na vaststelling van het beleidskader wordt vastgesteld.

JA: de verschillende onderdelen van de nieuwe structuur zoals beschreven in hoofdstuk 3 van het beleidskader worden verder uitgewerkt.

De gevraagde alliantie betreft de kernfuncties. Daarnaast zien we graag goede afstemming tussen partijen in gebieden zodat aanbod goed op elkaar aansluit. We zullen dit in hoofdstuk 3 van het kader verduidelijken.

JA: zie reacties hierboven: onderdeel hoofdstuk 3.

12. Verduidelijking onderdelen herinrichting Het nieuwe Concept-Beleidskader Sociale Basis zorgt bij sommigen voor onrust omdat zij niet weten wat hen te wachten staat. Zorg daarom dat in het definitieve beleidskader scherper wordt geformuleerd wat er wordt verwacht van betrokkenen op het gebied van samenwerking, partner- en alliantievorming. Bijvoorbeeld: op pagina 22 (3.2.2. Partners met een cruciale rol op gebiedsspecifieke opgaven), wordt gesteld dat van partners die geworteld zijn in een specifieke buurt, wordt verwacht dat zij zich meerjarig en met elkaar committeren aan de opgaven in een gebied. Ter verduidelijking zou het goed zijn om verder te concretiseren wat die samenwerking inhoudt. 13. Verduidelijking begrip kernfuncties In het beleidskader wordt nadruk gelegd op alliantievorming op kernfuncties. Echter is het onduidelijk wat deze kernfuncties precies inhouden. Enerzijds staat in het beleidskader dat dit enkel de functies betreft die worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. Anderzijds wordt er ruimte overgelaten voor een nadere invulling van het begrip kernfunctie. Graag zien wij duidelijker verwoord wat kernfuncties precies inhouden en of deze functies al vast liggen. 14. Verhouding kleine organisaties en alliantievorming Sommige kleine organisaties voelen zich bij voorbaat al verplicht zich bij een alliantie aan te sluiten.

Uit de uitleg van het Beleidskader Sociale Basis volgt dat dit niet altijd nodig is. Dit zien wij graag duidelijker terug in het Beleidskader zodat er geen verwarring ontstaat.

51 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies

Reactie

Aanpassing JA/NEE

Het sociaal weefsel, maar ook het instrumentarium vanuit democratisering biedt mogelijkheden voor nieuw initiatief om zich te ontwikkelen. De consequentie van meerjarig subsidiëren is dat op dit deel weinig ruimte zal zijn om hier nieuw initiatief aan toe te voegen. Er is vooral binnen meerjarige relaties ruimte voor bijsturing. Als nieuw initiatief een cruciale rol gaat spelen, moet dus vooral naar ruimte binnen bestaande relaties worden gekeken.

NEE: op het moment dat een dergelijke situatie zich voordoet, moet worden bekeken of en waar er ruimte is om in te voegen.

Wij begrijpen uw reactie. Tegelijkertijd kiezen we één structuur voor de stad. Het staat partners in de alliantie van kernfuncties vrij om de uitvoering langs percelen te verdelen en op die manier toch het stadsdeel “af te dekken”. Uiteindelijk is het de bedoeling dat ook partners in kernfuncties gebiedsgericht werken en zich verhouden tot partners die in die gebieden actief zijn.

NEE: we houden vast aan de in het beleidskader beschreven structuur. Die structuur biedt voldoende mogelijkheden om ook op de kernfuncties gebiedsgericht te werken.

15. Ruimte voor nieuw initiatief In het Beleidskader Sociale Basis verdient het ontstaan van nieuwe informele organisaties die bijdragen aan de gebiedsopgaven bijzondere aandacht. Nieuwe activiteiten en initiatieven kunnen soms spontaan ontstaan. Het is wenselijk dat initiatieven en groepen die een eenmalige subsidie aanvragen en iets nieuws toevoegen aan een buurt dat bijdraagt aan de gebiedsopgave, de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen tot duurzame informele organisaties die in aanmerking kunnen komen voor meerjarige subsidies.

Dagelijks Bestuur Stadsdeel Nieuw West

1.

Schaalgrootte en kernfuncties

De schaalgrootte van stadsdeel Nieuw-West verhoudt zich moeilijk met het gegeven dat uitgegaan wordt van 1 stadsdeel-brede Alliantie op de kernfuncties met een beperkt aantal grote partijen. Naast de grote partijen heeft Nieuw-West ook een groot aantal middelgrootte partijen die kernfuncties uitvoeren op gebiedsniveau met de daarbij behorende expertise. We zien dat de schaal van het gebied steeds meer uitgangspunt is geworden voor het opzetten van samenwerkingsverbanden en het opgave gericht werken. Dit zien we ook terug in de Gebiedsgerichte Uitwerking en in de uitvoeringsplannen van de gebiedsteams. Advies zou zijn dat alliantievorming op de kernfuncties ook op gebiedsniveau vormgegeven kan worden.

52 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies 2.

Aanpassing JA/NEE

Wij onderschrijven uw reactie. Het is straks de uitdrukkelijke opdracht aan partners in kernfuncties om met name kleine informele organisaties in de sociale basis te faciliteren en ondersteunen. In de uitvoering hebben deze partners een belangrijke rol in de gebiedsgerichte samenwerking.

JA: het beleidskader wordt hierop verduidelijkt in de uitwerking van de verschillende onderdelen van de nieuwe structuur in hoofdstuk 3.

Vanaf december 2023 is er onafhankelijke ondersteuning in stadsdelen beschikbaar bij de verkenning op alliantievorming en het verstevigen van gebiedsgerichte samenwerking. In de inspraakbijeenkomsten is ook uitgebreid stilgestaan bij de vragen die er leven met betrekking tot alliantievorming. Het beleidskader wordt hierop ook verduidelijkt. Voor ambtenaren in stadsdelen wordt een maandelijks digitaal informatie-uur georganiseerd om hen toe te rusten om partners van de juiste informatie te kunnen voorzien. Ook worden er met regelmaat bijeenkomsten voor partners georganiseerd om hen mee te nemen op recente ontwikkelingen.

JA: het beleidskader wordt hierop verduidelijkt in de uitwerking van de verschillende onderdelen van de nieuwe structuur in hoofdstuk 3.

Rol partners in kernfuncties richting informele partijen

Samenwerkingspartners OKT en de Buurtteamorganisatie richten zich ook steeds meer naar de schaal van gebied en het lagere schaalniveau daaronder, de wijk en de buurt. Dit doen zij in samenwerking met de lokale kleinere informele partijen. Ook de komende jaren zal dit verder verstevigd moeten worden waarbij wel gekeken moet worden hoe het aanbod complementair is aan elkaar en niet overlappend of onoverzichtelijk. Het DB onderschrijft de kracht van informele organisaties. We zien graag dat deelname aan een stadsdeel brede Alliantie op kernfuncties niet vrijblijvend is. Van de grote partijen wordt verwacht dat zij een actieve rol spelen in de samenwerking met het OKT en het Buurtteam en dat zij kleinere organisaties ondersteuning bieden bijvoorbeeld ten aanzien van hun bedrijfsvoering. Maar ook dat zij een coördinerende rol op zich nemen om de samenwerking op gebiedsniveau meer vorm te geven. 3.

Reactie

Verduidelijking onderdelen nieuwe structuur

Het DB wijst het college erop dat het begrip Alliantievorming bij veel kleinere organisaties tot onrust leidt en zorgen geeft over hun voortbestaan. De indruk is ontstaan dat iedereen in een “Alliantie” moeten komen om aanspraak te kunnen maken op subsidie. Het DB vraagt het college om in de tekst van het nieuwe kader hierin meer verduidelijking op te nemen. Daarnaast vraagt het DB aan het college om kennis en begeleiding beschikbaar te stellen waar organisaties een beroep op kunnen doen als zij zich willen voorbereiden op deelname in een “Alliantie”. Zo zijn masterclasses of cursussen genoemd als mogelijkheid.

53 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies 4.

Vanuit de sociale basis wordt geen zorg verleend. De laagdrempeligheid van de sociale basis kan een rol spelen in de toeleiding van bewoners naar zorgaanbod. Onder andere via sleutelfiguren en informele organisaties kunnen bewoners worden bereikt, worden gewezen op mogelijkheden en worden doorgeleid. Vertrouwen en warme overdracht spelen hierin een belangrijke rol. Daarnaast kan de sociale basis een preventieve rol hebben waardoor in sommige gevallen laagdrempelige ondersteuning toereikend kan zijn bij de hulpvraag van bewoners. Ook het inzetten op het versterken van netwerken en vaardigheden van bewoners kan eraan bijdragen dat zij minder snel afhankelijk worden van zorg.

NEE: wij zijn van mening dat dit voldoende duidelijk in het beleidskader staat beschreven

Optimaliseren beheer en gebruik sociale accommodaties kernfuncties

Het DB adviseert het nieuwe kader te benutten om het beheer en het gebruik van de sociale accommodaties verder te optimaliseren binnen de kernfunctie. Belangrijk hierbij is dat gebouwen door meerdere partijen gebruikt moeten worden, dat ruime openingstijden gehanteerd worden en er een inclusief en divers aanbod is waar alle bewoners zich in herkennen.

6.

Aanpassing JA/NEE

Optimaliseren van het bereik van zorgvoorzieningen

De verschuiving (“afschaling”) van zorgaanbod naar meer preventieve zorg in de sociale basis vraagt om aandacht voor de situatie in Nieuw-West waar veel bewoners onvoldoende gebruik maken van zorgaanbod vanwege onbekendheid en/of een te hoge drempel. Het DB vindt het van belang dat bewoners eerst de zorg krijgen die zij nodig hebben.

5.

Reactie

Wij onderschrijven uw wens tot efficiënt ruimtegebruik en een divers aanbod. Niet alleen vanuit de sociale basis maar ook vanuit de portefeuille maatschappelijke voorzieningen wordt hierop gestuurd. Dagelijks Besturen kunnen hierover afspraken maken met partners die de kernfuncties gaan uitvoeren. Juist omdat gedeeld ruimtegebruik het uitgangspunt is, verwachten we van alle partners die een ruimte beheren dat zij hieraan bijdragen. Het vraagt van gebruikers ook een flexibele houding waarin rekening gehouden wordt met het feit dat ruimte gedeeld moet worden en daardoor niet aan alle wensen voldaan zal kunnen worden.

JA: in de toe te voegen paragraaf over gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt staan we stil bij gedeeld ruimtegebruik en wat we hierin voorstaan.

Laagdrempelige onafhankelijke ondersteuning bij subsidieaanvragen

Het DB vraagt het college te verkennen op welke wijze informatie en advies met betrekking tot het aanvragen van subsidies laagdrempelig kan worden aangeboden. Vaste partners kennen de wegen maar bij nieuwe organisaties of kleine organisaties is vaak behoefte aan onafhankelijke ondersteuning.

54 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Het ondersteunen van initiatieven die subsidie willen aanvragen maakt onderdeel uit van de rol van de alliantie op de kernfuncties. Dit betekent niet dat deze partners een subsidieaanvraag voor initiatieven indienen, en ook niet dat zij beoordelen of een initiatief daar recht op heeft, maar wel dat zij behulpzaam kunnen zijn in welke mogelijkheden er zijn en wat een initiatief moet doen om daar een aanvraag voor te kunnen doen.

NEE: dit is onderdeel van de faciliterende rol die wordt belegd bij partners in kernfuncties.

Inbrenger

Advies 7.

Aanpassing JA/NEE

Wij gaan er vanuit dat door herinrichting de uitvoering beter op elkaar is afgestemd en partners elkaar makkelijker vinden en aanspreken. Als hierin knelpunten ontstaan, tussen organisaties, maar ook als bewoners zich onvoldoende bediend, gediscrimineerd of buitengesloten voelen en bij organisaties niet de veiligheid ervaren om dit bespreekbaar te maken, is de stadsdeelorganisatie de partij die met deze signalen aan de slag gaat. Inclusie zal een belangrijk gespreksonderwerp zijn in de periodieke gesprekken met partners en is een voorwaarde bij subsidieverlening.

NEE: het voorgestelde vraagt niet om een aanpassing op het beleidskader.

Aanbod bij signalen van discriminatie en uitsluiting

Het DB wil het college meegeven de mogelijkheid te verkennen een aanbod in te richten dat toegankelijk, zichtbaar en inclusief is, waar benadeelden zich tot kunnen wenden wanneer zij zich gediscrimineerd of buitengesloten voelen door organisaties waar stadsdelen mee samenwerken. Dit naar aanleiding van signalen in Nieuw-West, die ook door andere stadsdelen worden herkend.

8.

Reactie

Rol stadsdeelcommissie monitoring

Het DB wil het college tot slot nog meegeven dat er bij de stads- Het Dagelijks Bestuur voert elk jaar een gesprek op hoofdlijnen deelcommissie behoefte is aan meer helderheid over hun rol in met de stadsdeelcommissie met betrekking tot hoe het het monitoringsproces. gaat met de sociale basis. Dit gesprek wordt gevoed vanuit gesprekken die met partners en bewoners worden gevoerd over de uitvoering. Dit is toegevoegd aan de paragraaf over bestuurlijke samenwerking waar ook de tweejaarlijkse cyclus richting raad staat beschreven.

55 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

JA: dit is toegevoegd aan de paragraaf over bestuurlijke samenwerking

Inbrenger

Advies

Dagelijks Bestuur Stadsdeel Noord

1.

Aanpassing JA/NEE

Kernfuncties worden uitgevoerd door daarvoor gekwalificeerd personeel. Jongerenwerk is daarmee niet hetzelfde als werken met jongeren. Dit staat expliciet benoemd in het beleidskader. Het is daarmee niet zo dat het uitvoeren van kernfuncties en initiatief van bewoners elkaar beconcurreert. Sterker nog: het kan en moet elkaar versterken. Onderzoek laat zien dat het niet of/of is, maar juist en/en. Vrijwillige inzet en informeel initiatief groeit als er voldoende professionele inzet voor handen is. Binnen de onderdelen gebiedsspecifieke inzet en het sociaal weefsel heeft het Dagelijks Bestuur voldoende ruimte om ook inzet van bewoners en informeel initiatief te subsidiëren: deels ook meerjarig. Partners in kernfuncties hebben een belangrijke rol in het faciliteren en ondersteunen van initiatief van bewoners. Zij hebben de opdracht om steeds met bewoners in gesprek te zijn op wat er nodig is. Tegelijkertijd komt partnerschap van twee kanten en verwachten we van bewoners dat ook zij een constructieve houding laten zien in samenwerking. Gelijkwaardigheid kan alleen bestaan als er over en weer wordt gewerkt aan vertrouwen, rollen en taken duidelijk zijn en men elkaar daarop niet beconcurreert.

NEE: het beleidskader maakt deze manier van samenwerken mogelijk. Het is aan de Dagelijks Besturen om een duidelijk geluid te laten horen naar zowel partners als bewoners als het gaat over hoe we samenwerking voor ons zien en wie daarin welke rol heeft.

Ruimte voor inbreng bewoners in kernfuncties

Een keerzijde van deze keuze is dat door kernfuncties als het jongerenwerk of het buurtwerk meerjarig aan een alliantie stadsdeelbreed te gunnen, er minder ruimte bestaat op buurtniveau voor nieuwe initiatieven van bewoners en/of informele partijen, die soortgelijke functies uitvoeren of hier een onmisbare schakel in zijn. En dat terwijl een initiatief of bewonersaanvraag een belangrijke impact kan hebben voor een bepaald gebied en of buurt. Daarom benadrukken wij dat er in het kader ook aandacht is voor het belang van bewoners en informele organisaties in de samenwerking met formele organisaties. Zij zijn een belangrijke schakel en hiervoor moet ruimte blijven bestaan. Vanuit Aanpak Noord zijn wij in stadsdeel al bezig met het vormgeven van buurtcoalities. Deze buurt­ coalities gaan door de verschillende lagen van het kader heen, hierin werken bewoners, informele organisaties en formele organisaties gezamenlijk aan de opgave, waarbij bewoners ook nadrukkelijk opdrachtnemer of gever kunnen zijn. In deze manier van werken wordt het initiatief van bewoners gelijkwaardig naast de formele partijen gezet.

2.

Reactie

Belasting en waardering informeel initiatief en bewoners in relatie tot inzet formele partijen

Wij attenderen er wel op dat formele en informele organisaties vaak met vrijwilligers werken en dat het meerjarig samenwerken aan een opgave voor hen een extra belasting kan betekenen. Een betaling/tegenprestatie voor bewoners die zich structureel inzetten is in sommige gevallen wenselijk. Wij zien nu dat deze bewoners die zich structureel inzetten kans lopen uit te vallen en er frustraties leven over het ongelijke speelveld. Aan de andere kant kunnen informele en formele organisaties ook voor een korte periode samenwerken aan meerjarige opgaven.

56 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Vanuit het sociaal weefsel zijn er voldoende mogelijkheden om NEE: het beleidskader biedt klein initiatief en daarmee inzet van bewoners te subsidiëren, voldoende ruimte om dit soort zeker als dit een structureel karakter heeft. Voor organisaties die uitvoeringskwesties te beslechten. met vrijwilligers werken geldt dat zij hierin zelf een verantwoordelijkheid hebben. Het is uiteindelijk aan een vrijwilliger om grenzen aan te geven als belasting als te zwaar wordt ervaren of er onvoldoende ondersteuning of waardering wordt gegeven.

Inbrenger

Advies 3.

De verschillende onderdelen binnen de nieuwe structuur maken juist dat het mogelijk is om onderscheid aan te brengen en initiatieven op hun waarde te beoordelen. De formele grotere organisaties in kernfuncties bepalen niet wie er subsidie kan aanvragen en/of wie er subsidie krijgt. Het is aan de Dagelijks Besturen om alle partners vooraf duidelijk te maken in welk onderdeel een aanvraag de meeste kans van slagen zou hebben en hier uiteindelijk keuzes op te maken. Onafhankelijke ondersteuning die vanaf december 2023 beschikbaar is om samenwerkingsmogelijkheden te verkennen moet er voor zorgen dat niemand wordt uitgesloten van mogelijke samenwerking. Bovendien onderhoudt u als Dagelijks Bestuur relaties met formele organisaties. Op het moment dat u signalen krijgt of zorgen heeft over hun rolinvulling gaan we er vanuit dat u dit bespreekbaar maakt.

NEE: ons inziens is dit niet iets wat in een beleidskader vastgelegd moet worden. De rol die we van partners in kernfuncties verwachten is hierop voldoende helder omschreven.

In de definitie van de sociale basis zijn ontmoeting en cohesie opgenomen. Wij zijn van mening dat dit voldoende in het beleidskader is benoemd. In de toe te voegen paragraaf over gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt zal dit versterkt worden aangezet. Voor onkostenvergoeding van vrijwilligers is maatwerk mogelijk.

JA: samenredzaamheid is toegevoegd aan de definitie. Cohesie en samenredzaamheid worden versterkte aangezet in de toe te voegen paragraaf over gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt.

Wij onderschrijven uw advies en zullen dit toevoegen aan het gedeelte van het beleidskader waarin gelijke kansen jeugd zijn uitgewerkt. Stadsdelen hebben daarnaast de mogelijkheid dit aandachtspunt mee te nemen in de gebiedsopgaven sociaal.

JA: aanpassing bij gelijke kansen jeugdigen

Samenredzaamheid in rol sociale basis

Het sociaal domein moet ervoor zorgen dat er meer verbinding en sociale cohesie ontstaat. Het aanbod zou daarom, naast zelfredzaamheid en talentontwikkeling, ook gericht moeten zijn op ‘ontmoeting’, ‘sociale verbinding’ en dus: samenredzaamheid. Dit kan gezondheidsproblemen door stress en eenzaamheid voorkomen. Zet bewoners in hun kracht en help ze andere burgers te helpen. We vinden het een goed idee dat daar voor vrijwilligers in een aantal gevallen ook een vorm van vergoeding tegenover staat. 5.

Aanpassing JA/NEE

Risico verdrukking klein initiatief

Heb oog voor de mogelijkheid dat grote (formele) organisaties kleinere organisaties en initiatieven kunnen verdrukken. Zij weten de procedures makkelijker te volgen en hebben meer mensen met ervaring in hun organisatie. Er wordt van formele organisaties verwacht dat zij verantwoordelijkheid nemen en kleine organisaties zullen betrekken in het beleidskader, maar er is een kans dat lokale initiatieven (die bijvoorbeeld niet stadsdeelbreed zijn) buiten de boot vallen. Ook maakt dit de kleine organisaties enigszins afhankelijk. We adviseren om partnerschapsprotocollen op te nemen in het beleidskader om dit te ondervangen. Want juist informele, kleine organisaties, sleutelfiguren en ervaringsdeskundigen spelen een grote rol in Noord. Zij zorgen vaak voor sociale cohesie en versterking van de buurt.

4.

Reactie

Verbinding kinderwerk/ jongerenwerk

Wij zijn van mening dat het positief is dat kinderwerk is opgenomen als kernfunctie (pagina 23). Wel adviseren wij een extra focus op verbinding kinderwerk en jongerenwerk op doelgroep 10-12 jaar.

57 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies 6.

Binnen de doelgroep minimahuishoudens zijn alleenstaanden oververtegenwoordigd. Als het gaat om alleenstaanden gaat het om een hele brede groep Amsterdammers. Bij het overgrote deel van deze groep is geen sprake van risico op stapeling van problemen. Daarom is deze doelgroep niet als risicogroep aangemerkt. We zullen bij bestaanszekerheid toevoegen dat alleenstaanden een hoger risico hebben om tot minimahuishoudens te behoren en dat in dit kader deze groep hier extra aandacht verdiend.

JA: onder de paragraaf bestaanszekerheid zal deze groep als aandachtsgroep worden benoemd.

Bewoners worden betrokken bij het definiëren van de gebiedsopgaven sociaal. Daarnaast vragen we van partners om voortdurend in gesprek te zijn oa. met bewoners over wat er nodig is aan inzet. Twee jaarlijks evalueren we hoe het gesteld is met de sociale basis. In het uitwerken van monitoring wordt het perspectief van bewoners meegenomen.

NEE: dit is voldoende verankerd. Bewoners worden betrokken bij het definiëren van de gebiedsopgaven sociaal. Daarnaast vragen we van partners om voortdurend in gesprek te zijn oa. met bewoners over wat er nodig is aan inzet. Twee jaarlijks evalueren we hoe het gesteld is met de sociale basis.

We onderschrijven het belang van cohesie en verbinding. Daarom is dit als randvoorwaarde opgenomen voor de hele sociale basis. We raden u aan om daar waar dit extra aandacht behoeft dit op te nemen in de gebiedsopgaven sociaal. We zullen dit thema versterkt aanzetten in de toe te voegen paragraaf gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt

NEE: het gestelde is voldoende verankerd in het beleidskader.

Toetsen beleid bij bewoners

Ook willen we dat het beleid blijvend getoetst wordt aan gewone burgers en hun behoeftes, zodat ze zich niet door de overheid in de steek gelaten voelen. De sociale basis moet op iedereen gericht en voor iedereen toegankelijk zijn.

8.

Aanpassing JA/NEE

Doelgroep alleenstaanden

In het kader wordt beschreven dat in de sociale basis het meest geïnvesteerd wordt in doelgroepen waar de stapeling van risico’s het hoogst is, waarbij er extra focus ligt op ouderen, chronisch zieken, Amsterdammers met klachten op het gebied van mentale gezondheid en jeugd en gezin. Dit onderschrijven wij, echter in de armoedemonitor is te zien dat het merendeel van de minimahuishoudens bestaat uit alleenstaanden. Deze doelgroep zien we niet terug in het beleidskader sociale basis. Advies om hier ook aandacht aan te geven. 7.

Reactie

Aandacht voor cohesie en verbinding

Gezien de snelle veranderingen in Noord en de instroom van nieuwe bewoners kunnen er spanningen ontstaan tussen verschillende bewonersgroepen. Hierom is er aandacht nodig voor verbinding en sociale cohesie om deze eventuele spanningen te voorkomen.

58 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies 9.

Reactie

Aanpassing JA/NEE

We onderschrijven het belang van sleutelfiguren. Dit is daarom ook nadrukkelijk opgenomen in het beleidskader.

NEE: het gestelde is voldoende verankerd in het beleidskader.

Zie ook onze reactie bij aandachtspunt 1. Wij onderschrijven het belang van een goede en gelijkwaardige samenwerking tussen formeel en informeel. Het één kan het ander versterken. Dagelijks Besturen hebben binnen de nieuwe inrichting voldoende mogelijkheden om ook inzet van sleutelfiguren te subsidiëren: deels ook meerjarig.

NEE: het beleidskader maakt deze manier van samenwerken mogelijk.

Het sociaal weefsel, maar ook het instrumentarium vanuit democratisering biedt mogelijkheden voor nieuw initiatief om zich te ontwikkelen. Partners in kernfunctie hebben de opdracht om kleine initiatieven te ondersteunen bij het wegwijs maken en helpen bij het doen van een subsidieaanvraag. De consequentie van meerjarig subsidiëren is dat op dit deel weinig ruimte zal zijn om hier nieuw initiatief aan toe te voegen. Er is vooral binnen meerjarige relaties ruimte voor bijsturing. Als nieuw initiatief een cruciale rol gaat spelen, moet dus vooral naar ruimte binnen bestaande relaties worden gekeken.

NEE: in het kader staat voldoende beschreven dat partners in kernfunties hierin een faciliterende rol hebben.

Inzet sleutelfiguren

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord wil het belang van inzet van ervaringsdeskundigen en sleutelfiguren extra benadrukken. Wij zijn van mening dat het belangrijk is om de kennis, kunde en ervaring van ervaringsdeskundigen en sleutelfiguren in te zetten en serieus te nemen. Sleutelfiguren zien wij als het hart van een buurt. Het op waarde schatten van de inzet van deze sleutelfiguren vraagt ook dat zij gelijkwaardig betaald worden. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de buurtbanen. Deze buurtbanen ondersteunen de beweging om ervaringskennis, praktijkkennis en de sleutelrol van bewoners in gebieden te verbinden aan de sociale opgaves in de buurten. In het kader wordt al gezegd dat deze beweging de komende jaren steeds belangrijk wordt (pagina 16). Het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord onderschrijft dit en is erg blij dit terug te lezen in het kader. 10. Verbinding sleutelfiguren met formele instellingen Wel attenderen wij erop dat er extra aandacht moet zijn voor de verbinding van deze sleutelfiguren met de welzijnspartijen en kinder-en jongerenwerk, zodat de bewoners/ervaringsdeskundigen ook een structurele plek krijgen in het werken aan de opgaven. Dit sluit ook aan bij ons eerste advies voor de ruimte van buurtcoalities en positioneren van bewoners en informele partijen ten opzichte van formele organisaties. 11.

Begeleiding kleine organisaties bij subsidieaanvragen Vooral de nieuwe, kleine organisaties moeten geholpen worden met de aanmeldprocedure en bureaucratie die nodig zijn voor het ontvangen van subsidie. Deze coaching/begeleiding van kleinere organisaties kan ervoor zorgen dat samenwerking beter van de grond komt, meer doelen kunnen worden behaald, geen verdrukking plaatsvindt en problemen snel aan het licht kunnen komen. Daarnaast moeten nieuwe organisaties niet de dupe worden van het op meerjarige basis aanvragen van subsidies, doordat ze slechter aan bod komen.

59 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies

Reactie

Aanpassing JA/NEE

We zijn het met u eens dat dit het gevoel is dat een deel van de Amsterdammers heeft. Deze punten worden daarom in de rest van hoofdstuk twee ook nadrukkelijk benoemd.

NEE: dit komt in voldoende mate terug op andere plekken in het beleidskader

12. Sociale veiligheid Op pagina 7 worden de maatschappelijke ontwikkelingen beschreven. Hierin mist het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord de ontwikkelingen in het gevoel van sociale veiligheid. Voorstel om het volgende toe te voegen: Mensen ervaren geen gelijke kansen, veel Amsterdammers hebben te maken met achterblijvende emancipatie en discriminatie. Mensen voelen zich niet overal veilig en voelen zich (te) vaak in de steek gelaten door de overheid. 13. Uitwerken een veerkrachtige zorgzame buurt Wij adviseren ook om het thema sociale cohesie mee te nemen We onderkennen uw aandachtspunt en werken gelijke kansen binnen het vierde hoofddoel: gelijke kansen op een prettige op een veerkrachtige zorgzame buurt uit in een aparte leefomgeving (pagina 9). Dit wordt binnen het kader nu paragraaf waar sociale cohesie in wordt meegenomen. ingevuld als fysieke leefomgeving, maar is volgens het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord ook sociaal in te kleuren. Elkaar ontmoeten, werken aan het vergroten van sociale cohesie en het tegengaan van discriminatie dragen ook bij aan een prettige leefomgeving. Dit is niet alleen een randvoorwaarde voor de sociale basis, maar ook een opgave waaraan we moeten werken.

JA: onder het bouwen aan kansengelijkheid wordt “gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt ” als aparte paragraaf uitgewerkt. Cohesie wordt hierin meegenomen.

14. Monitoring Monitoring. Wij zien het als positief dat de stadsbrede monitor op (in ieder geval) twee momenten wordt besproken Dat is namelijk een meerwaarde om ook de stadsdeelcommissie goed te kunnen meenemen. Daarnaast zijn wij van mening het er het positief is dat er meer focus is op evidence informed en evidence based werken (pagina 6). Dus doen wat werkt. Tegelijkertijd is het van belang hierbij ruimte te organiseren voor activiteiten van informele buurtpartijen die net zoveel impact maken, zonder volgens evidence bases methodieken te werken.

Fijn dat u een aantal elementen met betrekking tot de in te richten monitoring als positief ervaart. Uiteraard moet hierin sprake zijn van maatwerk. Dit is in het beleidskader ook als zodanig opgenomen.

NEE: het gestelde is voldoende verankerd in het beleidskader.

15. Vrijwilligerswerk en opstap betaald werk bij bestaanszekerheid De sociale basis wordt in het kader van bestaanszekerheid ingezet op de thema’s armoede en schulden, participatie naar werk en het versterken van basisvaardigheden (pagina 15). Wij missen dat de sociale basis ook zorgt voor toeleiding naar vrijwilligerswerk en zorg als opstap naar betaald werk.

60 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Onder gelijke kansen op bestaanszekerheid zijn in de paragraaf over participatie(naar werk) ook de opstap naar werk en meedoen beschreven. Ons inziens is daarmee voldaan aan uw oproep.

NEE: dit is al onderdeel van het beleidskader

Inbrenger

Advies

Reactie

Aanpassing JA/NEE

16. Armen Ineen Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Noord is positief dat de Wij onderschrijven het belang van het aansluiten van inzet op bewonersbehoefte gestuurde aanpak ook in het geheel een bewonersbehoeften en zijn blij dat u dit in het beleidskader plaats heeft in dit kader. Onder het kopje vertrouwen en herkent. toeleiding naar passende ondersteuning (pagina 15) zien wij dat de aanpak van Amsterdam Schulden Vrij – bekend in Noord onder de noemer Armen Ineen, terugkomen. Dit zien wij als een grote meerwaarde om een brug te kunnen slaan tussen bewoners, waaronder ook de vele zorgmijders die het stadsdeel kent en formele partijen.

NEE: het gestelde is voldoende verankerd in het beleidskader.

17. Informatievoorziening en communicatie Het sociale kader is heel omvangrijk. Er moet goed worden nagedacht hoe de publieks- en onderlinge communicatie tussen de organisaties vorm wordt gegeven. De gemeente grossiert in websites; actieve hulp vanuit de gemeente om organisaties en bewoners aan elkaar te koppelen zou ons devies zijn. De Stadsdeelcommissie wil eigenlijk dat er een actuele sociale kaart moeten komen met alle sociale organisaties per stadsdeel, waarbij het Dagelijks Bestuur aangeeft dat dit in de praktijk blijkt dat dit zeer lastig uitvoerbaar is, omdat organisaties en initiatieven actief in het sociale domein in Noord constant in verandering zijn.

Wmo Advies Raad

1.

We omarmen uw oproep. Er loopt op dit moment een haalbaarheidsonderzoek naar een sociale kaart. De uitkomsten hiervan worden voor de zomer van 2024 aan de gemeenteraad gepresenteerd. Of er een sociale kaart komt, is mede daarvan afhankelijk. Door de sociale basis anders in te richten is de verwachting dat er ambtelijk meer ruimte ontstaat voor een andere rolinvulling: meer buiten, in gesprek in gebieden met partners en bewoners.

NEE: het gestelde leidt niet tot aanpassingen aan het beleidskader. Tegelijkertijd is de verwachting wel dat hier in zeker mate aan tegemoet gekomen kan worden als de sociale basis anders is ingericht.

Wij zijn blij dat u de hoofdlijnen van het beleidskader omarmd.

NEE: in het gestelde wordt ook geen aanpassing gesuggereerd.

Hoofdlijnen beleidskader

Positief over de hoofdlijnen van het beleidskader: meerjarig subsidiëren van kernpartners en gebiedsspecifieke partners met een cruciale rol, alliantievorming met een overzichtelijk aantal partners, meer focus op evidence informed/based werken, monitoring, verantwoording en informatievoorziening gericht op de opgave en vereenvoudiging subsidiestelsel. De Wmo-Adviesraad kan deze hoofdlijnen van het beleidskader onderschrijven. Op het punt monitoring, verantwoording en informatievoorziening zal onder 3 nader worden ingegaan.

61 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies 2.

Aanpassing JA/NEE

Bedankt voor uw reactie, de tekst volledig herschrijven is niet aan de orde. Deze suggestie leggen we daarom naast ons neer. In het beleidskader worden de doelstellingen voor de hele stad beschreven, die worden uitgewerkt in opgaven per gebied (de gebiedsopgaven sociaal). Deze opgaven worden met partners en bewoners gedefinieerd en vastgesteld door de Dagelijks Besturen. Daarnaast wordt een subsidieverordening opgesteld die beschrijft waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, welke eisen aan aanvragers worden gesteld en welke verplichtingen worden opgelegd. Onderdeel van het kader is een samenvatting. Deze is zo geschreven dat deze voldoende toegankelijk zou moeten zijn voor een breder publiek. We in het beleidskader is de gemeente. Dat is niet alleen de centrale stad. Het beleidskader is van het bestuur van Amsterdam, daar hoort ook het verlengd bestuur toe. Het kader is expliciet met hun inbreng tot stand gekomen. De eisen die worden gesteld aan subsidiepartners worden vastgelegd in de subsidieverordening bij dit kader.

NEE: de richting voor voorgestelde aanpassingen worden niet in het beleidskader vastgelegd

We nemen uw advies ter harte. Er zijn in dit beleidskader vier lijnen beschreven waarlangs monitoring verder zal worden uitgewerkt. Deels geven we dit vorm samen met partners. Voor de zomer van 2024 is bekend wie die partners zijn. De verschillende lijnen volgen een eigen route en tempo, afhankelijk van wat kan en nodig is. Dit wordt niet per stadsdeel ingericht, maar wordt door de gezamenlijke stadsdelen opgepakt.

NEE: dit advies heeft betrekking op de uitwerking van de sporen op monitoring.

Suggestie voor herschrijven

Herschrijf de tekst volledig. De tekst is nu erg lang, vaak weinig concreet en daarmee niet doelgericht. Hierdoor is het zoeken wat de kaders voor de uitwerking in de praktijk zijn. De sociale basis is belangrijk voor veel Amsterdammers en voor een goede uitwerking in de praktijk moet het beleidskader helder zijn. Het beleidskader is een stuk van de centrale stad dat de gemeenteraad vaststelt en de dagelijks besturen van stadsdelen en stadsgebied uitwerken. Dit wordt naar het oordeel van de Wmo-Adviesraad niet voldoende duidelijk in de voorliggende versie. Het stuk spreekt bijvoorbeeld van “we”; wie wordt hier mee bedoeld? Ogenschijnlijk de Amsterdammer, maar daarvoor is het stuk niet bedoeld. Het zou mooi zijn als er te zijner tijd een publieksversie kwam, maar in het beleidskader van de centrale stad voor de stadsdelen moeten de rollen en verantwoordelijkheden duidelijk worden aangegeven. Geef bijvoorbeeld duidelijk aan wat de kaders zijn en aan welke voorwaarden de uitwerking moet voldoen. Een voorbeeld (p. 5): “De buurtteams hebben een belangrijke rol bij het gebieds- en opgavegericht werken, maar de samenwerking en afstemming tussen de sociale basis en de buurtteams vraagt nog aandacht.” Stel in plaats hiervan het kader en stel als eis dat in de uitwerking een goede samenwerking tussen de sociale basis en buurtteams concreet vormgegeven is. 3.

Reactie

Monitoring

Maak eenmalig een inventarisatie van criteria m.b.t. monitoring en effectmeting en start tijdig met de monitoring. De Wmo-Adviesraad sluit zich aan bij het ontwikkelen van kwantitatieve en kwalitatieve criteria met betrekking tot monitoring en effectmeting. Deze criteria dienen zo snel mogelijk (maximaal een jaar) na vaststelling van het beleidskader uitgewerkt te worden. Alleen dan kan het beleidskader nog in de periode dat het van kracht is ook gemonitord worden. In het beleidskader zou deze opdracht expliciet aan de stadsdelen moeten worden gegeven. Een eenmalige inventarisatie van de nu beschikbare criteria (en kijk daarbij ook naar wat andere gemeenten doen) door de centrale stad kan de keuze van de meest geschikte criteria ondersteunen. Zeker voor de organisaties die een meerjarige, omvangrijke subsidiëring krijgen is dit van belang.

62 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies 4.

Reactie

Aanpassing JA/NEE

De herinrichting van de sociale basis is mede ingegeven vanuit de noodzaak dat partners in de sociale basis en Buurtteams elkaar beter moeten vinden en dienstverlening beter op elkaar moet aansluiten. Daar wordt de komende jaren stevig op ingezet. De Buurtteams werken steeds vaker vanuit satelliet-locaties in de buurt; veelal gaat dit om plekken waar ook activiteiten in het kader van de sociale basis worden uitgevoerd. Het functioneren van de Buurtteams en de inzet die vanuit Buurtteams wordt gepleegd valt buiten de sociale basis en is daarmee geen onderdeel van dit kader. Buurtbanen zijn onderdeel van het pallet aan reïntegratie­ mogelijkheden vanuit WPI. Hierin komen inzet in de buurt en re-integratie samen. Aan de verbinding sociale basis en eerstelijn is de afgelopen jaren al hard gewerkt vanuit welzijn op recept. Vanuit Amsterdam Vitaal en Gezond, het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) zal deze inten­ sivering voort worden gezet.

NEE: het gestelde is voldoende verankerd in het beleidskader.

Samenwerking buurtteams en eerstelijn

Versterk de relatie tussen sociale basis en buurtteams en zet meer in op samenwerking met de eerstelijns zorg. In de opdrachtgeving van de gemeente aan de sociale basis, en dan met name met betrekking tot de buurtteams, zou expliciet moeten worden aangegeven dat een intensieve samenwerking noodzakelijk is om de mensen te bereiken die deze voorzieningen nodig hebben. Spreekuren van de buurtteams in de locaties van de sociale basis zijn een must. Medewerkers van de sociale basis moeten intensief worden getraind om het belang van deze spreekuren te onderkennen en te faciliteren. Het gaat dan om klantgericht werken, fysieke toegankelijkheid en continuïteit van dienstverlening. Een concreet initiatief vanuit de sociale basis, het instellen van buurtbanen, wordt door de Wmo-Adviesraad zeker ondersteund. Het uitgangspunt van dit initiatief biedt ons inziens veel perspectief. Het gaat om mensen die al jaren vrijwillig in de buurtcentra waardevol werk verrichten. Zij zouden een actieve rol kunnen spelen om de buurtteams te ondersteunen die spreekuur hebben in de buurtcentra. Als mystery guests hebben wij geconstateerd dat het in de huidige situatie nog wel eens misloopt wanneer mensen zich aanmelden voor een spreekuur van de buurtteams.

Tevens zal de sociale basis meer moeten inzetten (in aansluiting bij het Amsterdams zorgakkoord, Amsterdam vitaal en gezond en gezond actief leven Amsterdam) op samenwerking met de eerstelijns zorg.

63 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies 5.

Reactie

Aanpassing JA/NEE

Wij delen uw observatie dat toegankelijkheid heel belangrijk is voor inclusie. Bij de paragraaf over inclusie zullen we toegankelijkheid als zodanig daarom prominenter benoemen. Tegelijkertijd noemt een heel scala aan voorzieningen die niet tot de sociale basis behoren. Daar waar het locaties betreft van waaruit activiteiten in de sociale basis worden ontplooit, nodigt het college u vooral uit om aan te geven waar de fysieke toegankelijkheid verbetering behoeft. Hetzelfde geldt voor activiteiten waarin de sociale toegankelijkheid als onvoldoende wordt ervaren. Binnen de mogelijkheden die daar voor beschikbaar zijn, zal het college zich inspannen om deze locaties zo toegankelijk mogelijk te organiseren.

JA: onder de paragraaf over inclusie wordt tekst toegevoegd op het onderdeel toegankelijkheid.

Toegankelijkheid als onderdeel van inclusie

Besteed aandacht aan fysieke toegankelijkheid als onderdeel van inclusie. Inclusiviteit begint met toegankelijkheid. Toegankelijkheid vereist een structureel beleidsmatige, professionele aanpak, inclusief het tijdig raadplegen van ervaringsdeskundigen. Zolang deze aanpak niet consequent door de gemeente wordt uitgedragen, zal de stad niet werkelijk inclusief worden. Een stad wordt niet toegankelijk van een buurtinitiatief om een speeltuin toegankelijk te maken. Een stad wordt toegankelijk, wanneer het beleid van de gemeente er structureel op is gericht om toegankelijkheid te bevorderen. Dit raakt aan alle beleidsterreinen. Toegankelijkheid voor mensen met een beperkte mobiliteit begint bijvoorbeeld met voldoende parkeerplekken voor invaliden, en voldoende toegankelijke openbare toiletten. Verder is niet ieder Huis van de Wijk nu toegankelijk voor bijvoorbeeld scootmobielen. Ook bij zwembaden laat de toegankelijkheid voor mensen die minder mobiel zijn helaas vaak te wensen over. Toegankelijkheid vereist verder een vergunningenbeleid dat bij stadsvernieuwing toegankelijkheid als eis stelt. Dit geldt voor herinrichting van de stad zelf: een voorbeeld is de net opgeleverde nieuwe steiger voor rondvaartboten bij het Centraal Station, die niet toegankelijk is voor kinderwagens, rollators en rolstoelen.

Het geldt ook voor het afgeven van vergunningen bij (ver)bouw en opening van openbare en publieke gebouwen zoals musea en horeca. Toegankelijkheid – inclusief een toegankelijk toilet! – zou daarbij een vereiste moeten zijn. Neem als voorbeeld Engeland en Ierland, waar toegankelijkheid wordt geëist, ook in monumentale en historische gebouwen. Ten slotte wijst de raad er nog op dat informatie over de toegankelijkheid van een locatie standaard op websites te vinden zou moeten zijn.

64 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies 6.

Aanpassing JA/NEE

In het beleidskader zijn de doelstellingen verwoord. Inclusie zal een belangrijk gespreksonderwerp zijn in de periodieke gesprekken met partners en is een voorwaarde bij subsidieverlening.

JA: hierop is een toevoeging gedaan in de tekst.

Wij onderkennen dit aandachtspunt. In het kader is ook expliciet gemaakt dat de sociale basis niet de tekorten in de rest van het stelsel kan opvangen. Het tekort aan, en de druk op vrijwilligers is een probleem dat samenleving-breed speelt. Binnen de sociale basis is hier de komende jaren extra aandacht voor. We vragen u om signalen die u hierover ontvangt actief met ons te delen.

NEE: dit aandachtspunt staat voldoende duidelijk in het beleidskader beschreven.

Anti-discriminatie en inclusie bij partners

Maak de passage over anti-discriminatie en inclusie bij partners minder vrijblijvend. M.b.t. anti-discriminatie en inclusie ‘verwacht de gemeente van partners dat zij hieraan aandacht besteden in de interne organisatie”. Dit is naar het oordeel van de raad te vrijblijvend geformuleerd. Welke richtlijnen worden hieraan gegeven, hoe wordt dit getoetst? Welke doelen zijn er? Wat gebeurt er wanneer deze doelen niet worden gehaald? De gemeente heeft hierin echt een grotere rol; formuleer dus de kaders waarbinnen dit moet worden vormgegeven. 7.

Reactie

Grenzen aan vrijwillige inzet

Zet vrijwilligers aanvullend of ondersteunend in en zorg dat er niet teveel van ze wordt verwacht. Vrijwilligers leveren, zoals het stuk terecht opmerkt, een belangrijke bijdrage aan de sociale basis en er worden veel taken bij vrijwilligers belegd. Dit geldt ook voor andere onderwerpen, zoals het aanvullend openbaar vervoer (AOV). De Wmo-Adviesraad is uiteraard blij met de inzet van vrijwilligers, maar maakt zich zorgen over een trend die hij observeert: vrijwilligers lijken steeds vaker niet aanvullend of ondersteunend, maar eerder een goedkope manier om reguliere taken in te vullen. De adviesraad verzoekt u dan ook ervoor te waken dat het beroep dat op vrijwilligers wordt gedaan realistisch is en dat ze niet als onbetaalde beroepskrachten worden gebruikt. Iets vergelijkbaars geldt voor de omvang van het beroep dat op vrijwilligers (en ook mantelzorgers en het eigen netwerk van de Amsterdammer) gedaan wordt. Er wordt erg veel van vrijwilligers verwacht. De Wmo-Adviesraad ontvangt van meerdere kanten signalen dat er een groot tekort is aan vrijwilligers, o.a. van Buurtteams en Wijkteams. Vrijwilligers die er zijn haken soms af door het vele werk dat met (te) weinigen wordt gedaan. Ook komt de samenwerking tussen verschillende organisaties hierdoor onder druk te staan. De adviesraad adviseert u om hier goed op te letten.

65 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Inbrenger

Advies

Cliënten- belang

8.

Aanpassing JA/NEE

Met de herinrichting van de sociale basis wil het college juist recht doen aan de inzet van bewoners en initiatieven enerzijds en de inzet van professionals anderzijds. Juist voor bewoners en hun initiatieven verlagen we de regeldruk en van professionals verwachten we een faciliterende en ondersteunende houding. We streven als college naar een gelijkwaardige balans tussen formele en informele inzet. Onderzoek hiernaar laat zien dat allebei nodig zijn om tot een goed functionerende sociale basis te komen. Het college wil vooral dat partijen intensiever gaan samenwerken om vastgestelde opgaven te realiseren. Niet al deze functies hoeven in een alliantie of coalitie te worden aangeboden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13699196/1