Nota van beantwoording deff.pdf
Tekst van het document
JA: we werken dit uit onder de paragraaf over het sociaal weefsel
90
A.W.
Vrouwen Vooruit
3.2
de vorm wordt vrijgelaten: wat wordt hier precies mee bedoeld? Dit hoeft dus niet in de vorm van een alliantie? Maar hoe dan wel? Graag duidelijker uitwerken wat er hier wordt verwacht van partners en hoe dit zich verhoudt tot andere onderdelen.
JA: wordt uitgewerkt in de verschillende onderdelen van hoofdstuk 3.
23 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
91
P.J J.v.H
Resto van Harte Permens
3.2
geldt meerjarige subsidie ook voor gebiedsspecifiek? Ook daar lange adem nodig.
JA: ook gebiedsspecifieke partners zullen meerjarig gesubsidieerd worden. Dit wordt opgenomen in hoofdstuk 3.
92
J.V
Regenboog groep
3.2
werk de rol van de alliantie duidelijker uit en wees duidelijk dat deze geen beslissende rol richting andere partners krijgt mbt subsidie etc. Dus: faciliteren en ondersteunen en niet uit sturen en regievoeren.
JA: deze constatering klopt en zal worden toegevoegd aan hoofdstuk 3.
93
J.B
SB020
3.2
1. Beschrijf expliciet dat er per stadsdeel slechts één alliantie komt die alle kernfuncties omvat. 2. Beschrijf duidelijker wat de rol is van alliantiepartners is ten opzichte van de samenwerkingspartners in de gebiedsspecifieke opgaven, en voorkom daarbij dat deze rol neigt naar opdrachtgeverschap. 3. Verduidelijk de rol van BTO en Sport buurtwerk binnen de kernfuncties dan wel ten opzichte van de kernfuncties. 4. Verduidelijk de kernfunctie ‘beweegnetwerken’
JA: 1. voegen we toe in hoofdstuk 3 2. idem. 3. Er is altijd ergens een afbakening. Niet alle activiteiten kunnen in de kernfuncties worden uitgevoerd; je krijgt dan een onwerkbaar grote alliantie van partners. Door de coördinatie op de beweegnetwerken wel in de kernfunctie te beleggen, wordt voldoende verbinding aangebracht. Voor de uitvoering van BTO geldt dat dit in elk stadsdeel anders is georganiseerd. Als we dit in de kernfuncties zouden onderbrengen ontstaat een onwerkbare situatie. 4. we verduidelijken dit in het beleidskader in hoofdstuk 3 onder de kernfuncties.
94
I.Z
ANMEC
3.2
Cruciale groene gebiedspartners, vertegenwoordigt door NEE: een groenpunt is geen kernfunctie in de sociale basis. ANMEC en het Stedelijk Groenpunt, te erkennen als professionele kernfuncties met gekwalificeerd personeel zodat door samenwerking een vernieuwde integrale aanpak ontwikkeld kan worden op basis van gelijkheid. En de huidige cruciale gebiedspartners als voorbeeld te gebruiken om in andere stadsdelen soortgelijke kernfuncties op te zetten ( gezondheid, gelijke kansen voor Amsterdamse jeugd en prettige groene leefomgeving)
24 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
95
P.v.D.
Wikistad
3.2
suggestie toevoeging bij inzet ervaringskennis: Een brug slaan tussen de informele netwerken en de infrastructuur van de sociale basis. We verbinden het toenemende belang van de koppeling van ervaringskennis, praktijkkennis en de sleutelrol van bewoner met de kernfuncties van de sociale basis. We geven daartoe stimulans en ruimte aan initiatieven uit ‘het veld´ van formele en informele organisaties. Zo stellen informele en formele partijen betrokken bij de Buurtbaan voor, in een gezamenlijk initiatief de wisselwerking tussen informele en formele organisaties te verbeteren. De bedoeling is om tot gezamenlijke ontwerpen te komen met een goede wisselwerking tussen informeel en formeel. Aandachtpunten zijn de gelijkwaardigheid en rolverdeling tussen informeel en formeel, de verbinding tussen sturing vanuit beleid en bestuur en sturing vanuit bewonersbehoeften en de financiële erkenning en inhoudelijke ontwikkeling van ervaringskennis naast diplomakennis
Deels: dit is niet het abstractieniveau van een beleidskader, eerder een uitwerkingsvraagstuk. Het toenemend belang van ervaringskennis, praktijkkennis en de sleutelrol van bewoner met de kernfuncties van de sociale basis onderschrijven wij. We zullen dit bij de rol van het Buurt(opbouw)werk in de paragraaf veerkrachtige en zorgzame buurten nog explicieter beschrijven.
96
R.M
Stichting SCIANDRI
3.2
1. sportbuurtwerk als kernfunctie en daarmee onderdeel van de alliantie: sport en bewegen als belangrijke pijler benoemd, over in stadsdeel nodig, ongeacht de opgave, jongerenwerk wel kernfunctie en zet sport als middel in: gelijkwaardigheid en kruisbestuiving/onderlinge versterking met inzet sportbuurtwerk. 2. coördinatie, faciliteren en versterken beweegnetwerken nu wel als kernfunctie benoemd, maar uitvoering van activiteiten niet; bij andere kernfuncties wel. Maakt inzet sport/bewegen binnen kernfunctie klein, met risico op weinig focus/belang. Balans met andere grote kernfuncties zoek.
NEE: 1. het is niet zo dat als je niet in de alliantie op kernfuncties zit, je minder belangrijk bent als partner. Ook dan is meerjarige subsidie mogelijk. Ongeacht het onderdeel kan worden uitgewisseld en samengewerkt. 2. Er is altijd ergens een afbakening. Niet alle activiteiten kunnen in de kernfuncties worden uitgevoerd; je krijgt dan een onwerkbaar grote alliantie van partners. Door de coördinatie op de beweegnetwerken wel in de kernfunctie te beleggen, wordt voldoende verbinding aangebracht.
97
K.H
Vrijwilligers academie
3.2
coördineren van vrijwilligers genoemd. Het stimuleren, ondersteunen en toerusten van vrijwilligers is niet als kernfunctie opgenomen.
JA: we voegen onder de kernfuncties toe dat het ook gaat om ondersteunen en stimuleren van vrijwillige inzet. Aan de passage mbt vrijwillige inzet in hoofdstuk 2 is ook nog een verduidelijking toegevoegd.
25 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
98
G.J.
Stichting Wijsneus:
3.2
Door BTO niet als kernfunctie aan te wijzen: 1. Zal samenhang met hetgeen op de scholen gebeurt, niet langer geborgd zal zijn. 2. Daarnaast niet handig om subsidie technisch onderscheid te maken in kinderwerk (is straks een kernfunctie) en Brede Talentontwikkeling (niet). 3. Een scheiding tussen Kinderwerk en BTO is in alle redelijkheid ook niet te geven. Zij zijn complementair en opvolgend aan elkaar. 4. knip coördinatie van en uitvoering van is niet logisch
NEE: Hier lopen momenteel een aantal pilots op, waarbij nog niet duidelijk is wat het resultaat en vervolg is. De situatie per stadsdeel is bovendien erg verschillend. Er is altijd ergens een afbakening. Niet alle activiteiten kunnen in de kernfuncties worden uitgevoerd; je krijgt dan een onwerkbaar grote alliantie van partners. Kernfuncties zijn niet belangrijker dan gebiedsspecifieke functies; we willen dat de onderdelen goed samenwerken. Ze worden ook beiden meerjarig gesubsidieerd.
99
M.K.
Open School gemeenschap Bijlmer
3.2
ik mis hier de allianties met/tussen scholen
NEE: er komen allianties op de kernfuncties van de sociale basis. Daar hoort onderwijs niet bij. Onderwijs is geen sociale basis.
100
J.v.H.
Permens (namens meerdere partners sociale basis Oost)
3.2
1. wat is gekwalificeerd personeel? 2. wat is een overzichtelijk aantal partners? 3. gaan partners in kernfuncties alleen sociaal weefsel faciliteren of ook cruciaal gebiedsspecifieke partners? 4. gaan partners in kernfuncties ook aanvragen sociaal weefsel beoordelen? Of alleen ondersteunen bij het doen van?
NEE: 1. Dit wordt uitgewerkt in de subsidieregeling. 2. we stellen hier expliciet geen grens aan. Er moet maatwerk per stadsdeel mogelijk zijn en een werkbare situatie met betrekking tot het periodiek voeren van overleg tussen alliantiepartners en gemeente en in de uitvoering tussen partners in de alliantie. 3. Beiden. Hierbij wordt wel onderscheid gemaakt tussen partners met een eigen locatie en zonder eigen locatie en wordt meegewogen hoe groot en professioneel georganiseerd organisaties zijn. 4. Nee; beoordeling van aanvragen ligt bij de gemeente. Helpen bij het doen van een aanvraag wel.
Hoofdstuk 4 101
J.B
Combiwel Buurtwerk 4
maak de rol van de gemeente expliciet als het gaat om het veld informeren over ontwikkelingen die van belang zijn, zoals nationaal programma, aanpalend beleid etc.
Deels: we zullen hier een zinssnede over opnemen. Het uitwerken van een leerlijn, deels samen met partners, is een uitwerkingsvraagstuk dat wordt opgepakt nadat het beleidskader is vastgesteld en we weten met welke partners we vanaf 2025 gaan samenwerken.
102
S.W.
Sexmatters
gemeentelijke afstemming/samenwerking onderwijs & sociale basis: afdelingen sluiten ons inziens soms slecht op elkaar aan en de financieringen lijken elkaar niet altijd te versterken: graag transparanter en duidelijker!
NEE: dit wordt niet in het kader uitgewerkt. In het kader is beschreven wat bij de sociale basis hoort en afbakening ten opzichte van onderwijs aangebracht. We gaan graag in gesprek als u concrete voorbeelden hebt waar u tegenaan loopt.
4
26 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
Hoofdstuk 5 103
P.J.
Resto van Harte
5
van een professionele partij mag verwacht worden dat men werkt met een theory-of-change, dat er eigen impactonderzoek plaatsvindt en/of men bijvoorbeeld in de databank van Movisie is opgenomen. Op onze beurt dagen wij dus de gemeente uit om te vertrouwen op de kennis en zelfkritische houding die profes sionele organisaties mee (horen te) brengen.
NEE: we delen uw observatie. Toch is dit nog geen gemeengoed. Daarom is in dit beleidskader opgenomen dat we dit belangrijk vinden en graag van organisaties horen hoe ze hier invulling aan geven.
104
K.v.E
Buurtcentrum 369
5
Ik mis de stem van de bewoners in dit stuk. Neem de beleving/ ervaringen van de bewoners op, of en zo ja hoe ze baat hebben bij die kernfuncties. Hoe meet je dat? Hoe betrek je ze erbij? Het voorliggende stuk gaat vooral over professionalisering en beheersbaarheid.
NEE: Er is zowel meespraak als inspraak georganiseerd op de totstandkoming van dit beleidskader. Daarnaast worden bewoners betrokken bij het definiëren van de opgave in gebieden en periodiek betrokken bij hoe het gaat met de sociale basis. Dat kernfuncties noodzakelijk zijn is wat ons betreft geen vraagstuk. Hier wordt in het hier en nu heel veel gebruik van gemaakt door Amsterdammers.
105
E. de R.
Elaa
5
1. hebben bewoners een rol in beoordelen subsidieaanvragen? 2. worden onderzoeken over de preventiestrategieën (NieuwWest, Noord Zuidoost) die in 2022 en 2023 zijn gedaan door Amsterdam UMC meegenomen? Vanuit AvG co-creatie: chronisch zieken/gehandicapten: focus op bestaanszekerheid gewenst.
1. NEE: wel meedenken over de opgave en in aangeven of aanbod aansluit op wat ze nodig hebben 2. NEE: we nemen dit wel mee in de uitwerking maar nemen dit niet op in het beleidskader. Collega’s vanuit Amsterdam Vitaal en gezond en collega’s van de GGD zijn hierbij betrokken.
106
K.H
Vrijwilligers Academie Amsterdam
5
als we het hebben over doen wat werkt: wat heeft de Gemeente nodig om te kunnen uitvragen en beoordelen? Beschikt ze daar ook over? En hoe is dat zichtbaar voor de Amsterdammers?
NEE: Dit leidt niet tot een aanpassing is het kader. Dit is onderdeel van de leerlijn/leeromgeving die we samen met partners verder vorm gaan geven de komende jaren. Voor dit kader is gebruik gemaakt van bestaand onderzoek. In hoofdstuk 5 is uitgewerkt onder sturing en monitoring hoe hier de komende jaren vorm aan gegeven wordt.
27 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
107
S.B.
Burennetwerk
5
1. bespreken' ipv afrekenen/aanspreken als het partnerschap centraal staat. Partnerschap draagt een zekere gelijkwaardigheid in zich, kan en wil de gemeente dit waarmaken? Wat houdt het partnerschap daadwerkelijk in? 2. sommige partners krijgen maar een klein deel van hun financiering vanuit de gemeente; hoe gaat de gemeente daar mee om? De gemeente is niet enige “opdrachtgever”.
NEE: 1. De intentie en beweging die de gemeente wil maken aangaande partnerschap staat in dit beleidskader beschreven. Dit krijgt vorm in de praktijk. Hierin is de gemeente nog steeds opdrachtgever, maar wil zij wel een gelijkwaardiger relatie vormgeven met partners. 2. Alle partners kunnen subsidie aanvragen, voor activiteiten die subsidiabel zijn vanuit de regeling sociale basis. Er worden in de subsidieverlening afspraken gemaakt over wat gerealiseerd wordt voor het verleende subsidiebedrag. Voor dat deel is de gemeente opdrachtgever. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van individuele organisaties.
108
S.U.
Eigenwijks
5
Eigenwijks is van mening dat de rol van bewoners in de sturing, monitoring en evaluatie momenteel ondervertegenwoordigd is.
JA: hierop is een aanvulling opgenomen in verschillende paragrafen van hoofdstuk 5.
109
L.V.
Hogeschool van Amsterdam
5.1
1. Bewezen effectief altijd vertalen naar de context: toepasbaar maken op context. Interventies vertalen naar wijken en buurten; wat is er aan de hand, data gebruiken: armoede, diversiteit, verloop (verhuizen). Social organization theory. 2. Meer op basis van recente kennis werken: ala Buurtteamacademie. Leeromgeving/ kennisomgeving scheppen: kennis-infrastructuur. 3. Samen leren en ontwikkelen met partners: zij moeten het ook echt anders gaan doen, niet alleen op papier, maar in de praktijk. Dat vraagt al iets aan de voorkant: rolopvatting bijvoorbeeld Buurt(opbouw)werk: begint bij opleiden.
JA: 1. We nemen hierover een nuancering op. Ook als methodieken bewezen effectief zijn, moet worden gekeken naar toepasbaarheid in de context. 2 & 3: dit wordt versterkte aangezet in hoofdstuk 5 van het beleidskader
110
H.S H.K
St. de Brug Samen Wonen Samen Leven
5.1
Ik wil pleiten voor een verkenning van een gezamenlijke leerlijn voor het partnerschap en alliantievorming. Ik ben benieuwd wat de ambtenaren gaan leren en welke competenties ze moeten verwerven om hun nieuwe rol optimaal te kunnen vervullen. En in de sociale basis in de uitvoering hebben we ook nog wat te leren. Ik pleit om dat samen te brengen. Dat betekent ook vroegtijdig signaleren en kunnen escaleren.
JA:, zie ook hierboven, er gaat in gezamenlijkheid gewerkt worden aan een leerlijn.
111
M.R J.B
IJburg doe je mee 5.1 Combiwel Buurtwerk
samen leren en ontwikkelen ambtenaren en partners: vanaf start samen optrekken: transparant
Ja, zie boven: er gaat in gezamenlijkheid gewerkt worden aan een leerlijn.
28 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
112
J.B
SB020
5.1
Formuleer duidelijker dat er vrijheid en ruimte wordt gegeven aan organisaties in de Sociale Basis om zelf keuzes te maken in methodieken en interventies. Gezamenlijk met de gemeente bepalen we het WAT; de uitvoerende organisaties bepalen het HOE
NEE, we delen de opmerking, dit is ook hoe we willen samenwerken. Maar dit staat al in het kader genoemd vanuit de sturingsfilosofie.
113
J.B
Combiwel Buurtwerk 5.2
duidelijker verwijzing naar hoofdstuk 3: je hebt het hier over 1 van JA: gaan we aanpassen de onderdelen van de nieuwe structuur.
114
J.B.
SB020
5
1. Beschrijf duidelijker de verschuiving van de rol van de gemeente van opdrachtgever naar partner. De rol is om als partner gezamenlijk met de alliantiepartners de signalen van verandering van de opgaven te inventariseren, zodat wanneer sprake is van verzwaring van de opgaven, de afgesproken resultaten gezamenlijk kunnen worden bijgesteld. 2. Beschrijf duidelijker de vorm en frequentie van de monitoringsen bijsturingscyclus. 3. Beschrijf de rol van de gemeente wanneer samenwerkingspartners (in een alliantie of in een gebiedsspecifieke samenwerking) onderling niet meer in staat zijn om de opdracht gezamenlijk te vervullen. 4. Verduidelijk de wijze van verantwoording van de partners op de gebiedsspecifieke opgaven.
115
R.H.
School’s cool Amsterdam
5.3
1. geef duidelijker aan wanneer en hoe je Amsterdammers betrekt 1. JA: in hoofdstuk 5 is de rol van bewoners nadrukkelijker in het in beeld brengen van hoe het gaat met de sociale basis: benoemd. waar komt de stem van de Amsterdammer terug en op welke 2. NEE: dit is in paragraaf 3.1 al opgenomen. manier? 2. Betrek niet alleen partners binnen de sociale basis bij het definiëren van de opgave en het “meten” van hoe het gaat met de sociale basis.
116
C.L
Medusa
5.3
betrek de bewoner als gesprekspartner in plaats als onderwerp van gesprek.
29 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
NEE, 1. Deels is dit een uitwerkingsvraag die in de subsidieverordening past. Deels is dit juist het gesprek tussen gemeente en partner – alliantie wat benoemd is in het kader. 2. Dit komt in de subsidieverordening – subsidieafspraken 3. Als deze situatie zich voordoet, gaan we in gesprek. We kijken dan welk maatwerk er nodig is om tot een oplossing te komen. We gaan er ook vanuit dat partners in een alliantie hierover afspraken maken in de samenwerking die ze aangaan. 4. Dit is uitwerking in de subsidieverordening.
JA: in hoofdstuk 5 is op verschillende plekken toegevoegd hoe we bewoners hierin betrekken. Zij spelen een belangrijke rol in het definiëren van de opgave en het evalueren van die opgave en de benodigde inzet.
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
117
P.J
Resto van Harte
5.3
Voor een partnership is wederzijds vertrouwen en een zekere mate van gelijkwaardigheid nodig. Wij hopen dat we dit duidelijk mogen terugzien in de te maken keuzes die gaan over de voorwaarden en processen van verantwoording die in deze subsidieregeling zullen worden opgenomen
NEE: partnerschap en wederzijds vertrouwen is al onderdeel van dit beleidskader.
118
J.B.
SB020
5.3
Beschrijf dat het ontwikkelen van nieuwe indicatoren in samenspraak met de alliantiepartners in de Sociale Basis gebeurt
Ja, we zullen dit in de zin toevoegen dat dit in samenspraak gaat.
119
H.L
St. Kringwijs
5.3
Betrek bewoners actief bij beoordelen van hoe het gaat: past inzet JA: in hoofdstuk 5 is op verschillende plekken toegevoegd hoe op opgave: idee voor actief betrekken van bewonersberaden. we bewoners hierin betrekken. Zij spelen een belangrijke rol in het definiëren van de opgave en het evalueren van die opgave en de benodigde inzet.
120
E.W
Venzo & Swazoom Welzijn (namens social pact)
5.3
1. Hoe meet je preventie? 2. Hoe kan ik meetbaar maken wat ik doe? Doet de gemeente dat of moet ik dat zelf doen? Wat is een monitor die daarvoor eventueel gebruikt wordt? 3. Hoe worden de informele organisaties vergoed wanneer van hen wordt gevraagd om mee te doen aan de monitoring of evaluaties?
NEE: 1. Zoals al beschreven is het meten van preventie niet één op één op mogelijk. We werken de komende tijd aan een combinatie van cijfers en verhalen om impact inzichtelijk te maken. 2. de gemeente neemt hierin het voortouw en zal hier met partners in optrekken. De stadsbrede monitor is voor een deel van de interventies, met name in de kernfuncties geschikt om een beter beeld te krijgen. Voor andere activiteiten zal gelden dat die niet via deze monitor in beeld worden gebracht. 3. afhankelijk van de gevraagde inzet kan hierover het gesprek gevoerd worden.
121
M.K
Open Schoolgemeenschap Bijlmer
5.3
1. Uurtarief ligt hoger dan gesubsidieerd uurtarief inzet docenten 2. Aandacht voor accountantscontrole: steeds minder accountants beschikbaar, duur, veel werk.
NEE: 1. we nemen in het beleidskader geen uurtarieven op. 2. We zijn hiermee aan de slag: de grens voor het leveren van een accountantscontrole is recent flink verhoogd. Deze voorwaarden worden vastgelegd in de Algemene Subsidieverordening, niet in de subsidieverordening sociale basis.
30 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
5
5 Totaaloverzicht adviezen en aanpassingen Inbrenger
Advies
Dagelijks Bestuur Stadsdeel Centrum
1.
Reactie
Aanpassing JA/NEE
De focus op (preventieve) gezondheid mét aandacht voor alcohol- en middelengebruik
1a. Houd ondanks het belang van (preventieve) gezondheid ook oog voor de andere functies van de sociale basis, in het bijzonder ontmoeting, die wij zien als voorwaarde voor veel andere doelstellingen.
Wij onderschrijven het belang van ontmoeting. Daar waar bewoners elkaar ontmoeten ontstaat de verbinding die essentieel is voor om van wijken en buurten plekken te maken waar mensen elkaar kennen en naar elkaar omzien.
JA: er wordt een vierde lijn op bouwen aan kansengelijkheid uitgewerkt: gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt Hierin wordt de functie van ontmoeting versterkt aangezet
1b. Voeg het verminderen van alcohol- en middelengebruik toe als vierde determinant voor een goede gezondheid, waarmee we zichtbaar maken dat we mensen willen ondersteunen hun alcohol- en middelengebruik omlaag te brengen.
Wij onderschrijven dat het verminderen van alcohol- en middelengebruik belangrijk is voor het realiseren van een goede gezondheid. Als college hebben wij echter gekozen voor een scherpe focus op een beperkt aantal gezondheidsdeterminanten omdat daar op basis van wetenschappelijke inzichten op korte termijn de meeste gezondheidswinst te behalen valt. Deze scherpe focus zorgt ervoor dat we hierop krachtig kunnen inzetten in nauwe samenwerking tussen de sociale basis, buurtteams, OKT’s en zorgprofessionals. We zullen in het beleidskader wel aangeven dat naast deze belangrijkste determinanten ook het verminderen van alcohol- en middelengebruik belangrijk zijn voor een goede gezondheid.
JA: er wordt in het beleidskader opgenomen dat naast de belangrijkste determinanten ook het verminderen van alcohol- en middelengebruik belangrijk zijn voor een goede gezondheid.
Het staat bestaande samenwerkingsverbanden vrij om het totaal van hun inspanningen als alliantie mee te geven bij het doen van een subsidieaanvraag voor de kernfuncties van de sociale basis. De bredere samenwerking wordt echter niet beoordeeld. Er wordt subsidie verleend op basis van dat deel van een gezamenlijk plan dat gaat over het uitvoeren van de kernfuncties voor de sociale basis. Een gezamenlijk plan moet dus minstens die kernfuncties omvatten. Immers; het staat ook andere partners dan de bestaande vrij om een aanvraag in te dienen op deze functies. De aanvraag moet duidelijk maken wie welk deel van de kernfuncties voor rekening wil nemen en welke financiering daarvoor nodig is. Een gezamenlijk plan, maar wel elke organisatie een eigen aanvraag met een eigen begroting.
NEE
2.
Alliantie op de kernfuncties
2a. Laat reeds bestaande samenwerkingsverbanden als Inclusief Centrum (ook als ze breder zijn dan de sociale basis) als geheel een aanvraag doen voor het vormen van een alliantie op de kernfuncties. Zorg dat partijen die niet gefinancierd worden vanuit de sociale basis – in het bijzonder zorgpartijen – ook kunnen deelnemen aan allianties op de kernfuncties, waardoor bestaande samenwerkingsverbanden niet opgebroken hoeven te worden.
31 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Inbrenger
Advies
Reactie
Aanpassing JA/NEE
2b. Organiseer de samenwerking tussen formele- en informele partijen steviger en maak hier duidelijk wat je als gemeente van partijen verwacht. De kracht van informele partijen moet in de nieuwe werkwijze zorgvuldig geborgd worden. Juist omdat dit vaak kleine partijen zijn, die relatief kleine subsidievragen indienen, vallen zij straks binnen een simpeler subsidieregime. Maar het is belangrijk dat zij stevig verankerd zijn in de nieuw te vormen allianties. Ons advies is binnen iedere alliantie tenminste één vertegenwoordigende partij namens de informele organisaties binnen dat stadsdeel aan tafel te hebben en ook financiële middelen voor hen te reserveren om hun rol waar te maken.
Wij onderschrijven het belang van kleine informele partijen en verwachten van de partners die de alliantie vormen dat zij kleinere en informele partijen ondersteunen. De wijze waarop zij dit willen vormgeven laten wij aan de partijen zelf vanuit het vertrouwen dat deze partijen het beste weten wat hiervoor de meest effectieve aanpak is in de betreffende gebieden. Wat betreft de financiële middelen wordt vooraf een verdeling gemaakt tussen de verschillende ‘lagen’ zoals die omschreven staan in het beleidskader zodat een evenwichtige verdeling van de middelen wordt geborgd.
NEE: we schrijven dit niet voor in het kader omdat dit in elk stadsdeel anders is georganiseerd.
3.
Laat de nieuwe inrichting niet leiden tot meer administratieve lasten
3a. Advies Dagelijks Bestuur Centrum: als er nu één stadsdeeloverstijgende subsidieopdracht (we bedoelen hier een beschikking, subsidiebesluit) is voor een organisatie, dan moet dat (zo veel mogelijk) zo blijven. Ook als delen van deze opdracht tot verschillende ‘lagen’ binnen de nieuwe inrichting (stadsdeel overstijgend, alliantie, gebiedsspecifiek) behoren. Het moet kortom wel mogelijk blijven de opdracht in de hele sociale basis (in de stad) in één subsidieopdracht vast te leggen.
Deze manier van werken is door partners als één van de belangrijkste pluspunten in de uitvoering van de afgelopen jaren ervaren. We zetten er op in om dit met een nieuwe subsidie regeling opnieuw mogelijk te maken.
JA: dit wordt meegenomen in de Subsidieregeling en wordt als voornemen in hoofdstuk 3 van het kader opgenomen.
3b. Laat de stadsdeelcommissie adviseren over de Gebiedsopgave Sociaal en organiseer dit proces eenduidig in heel de stad.
Aan de stadsdeelcommissies is in een eerder stadium toegezegd dat hun rol in de totstandkoming van nieuw beleid aangaande de sociale basis vooral zit op het meedenken en adviseren over de opgave in gebieden. Dit maakt dan ook in alle stadsdelen onderdeel uit van de totstandkoming van de gebiedsopgaven sociaal. Hiervoor wordt geen uniform proces voorgeschreven zodat de Dagelijks Besturen van stadsdelen en stadsgebied hiervoor de vorm kunnen aanwenden die past bij de eigenheid van het betreffende stadsdeel/stadsgebied.
NEE: de werkwijze met betrekking tot de totstandkoming van de gebiedsopgaven sociaal maken geen onderdeel uit van het beleidskader
3c. Borg in de nieuwe inrichting het gesprek over de voortgang, met zowel de subsidiepartners gedurende het jaar als met de stadsdeelcommissie, eens per jaar.
Dit advies onderschrijven we. Het verwachtingsmanagement naar de stadsdeelcommissies toe is hierin wel belangrijk. We willen naar minder regeldruk. Een jaarlijks gesprek betekent daarmee niet dat we daarvoor heel veel extra administratie en of rapportages van partners vragen. Het gaat dan om een gesprek op hoofdlijnen.
JA: we nemen dit op in het beleidskader als toevoeging bij de bestuurlijke samenwerking.
32 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Inbrenger
Advies
Dagelijks Bestuur Stadsdeel Zuidoost
1.
Aanpassing JA/NEE
Gebiedsgerichte samenwerking partners sociale basis, Buurtteams en Ouder- en Kindteams
Wij onderschrijven de lijn om in te zetten op preventie, en de herinrichting van de sociale basis gelijk te laten aansluiten op wat de buurtteams/de ouder-kindteams doen. Daarbij dient aandacht uit te gaan naar de aansturing tussen deze beide segmenten van het sociale domein en vooral een meer gebiedsgerichte benadering van met name de buurtteams/ouder kindteams te bewerkstelligen.
2.
Reactie
Wij onderschrijven de wenselijkheid van gebiedsgerichte samenwerking tussen partners in de sociale basis, de Buurtteams en Ouder-en Kindteams. De aansturing van deze teams maakt echter geen onderdeel uit van de sociale basis en is daarmee niet uitgewerkt in dit beleidskader. De herinrichting van de sociale basis is mede ingegeven vanuit de wens om deze samenwerking te verstevigen. Daarnaast zijn recent de gebiedsdialogen van start gegaan juist om met partners in gesprek te zijn over de gebiedsgerichte samenwerking en deze te verstevigen.
NEE: het belang van deze samenwerking staat op verschillende plekken in het beleidskader benoemd. Hier wordt in de uitvoering op verschillende manieren aan gewerkt.
Balans en verhouding formeel (kernfuncties) en informeel (sociaal weefsel)
a. Geef extra aandacht in het beleidskader aan de verhouding tussen het institutionele deel van de sociale basis en het sociaal weefsel: er kan spanning ontstaan tussen wat in de ogen van het institutionele deel van de sociale basis vanuit de geformuleerde meerjarige opgave aan de orde is en wat in de beleving en ervaring van de bewoners en de gemeenschap in de wijk en buurt voor maar ook door bewoners en organisaties zou kunnen gebeuren.
a. Wij onderschrijven het belang van kleine informele initiatieven. De faciliterende rol van partners in kernfuncties naar dit soort initiatieven en bewoners kan alleen worden waargemaakt door steeds in verbinding met hen te staan.
a. JA: de verschillende onderdelen van de structuur voor de sociale basis zoals beschreven in hoofdstuk 3 van het beleidskader worden verder uitgewerkt. Daarnaast zal hier in de uitvoering ook voortdurend aandacht voor moeten blijven. De faciliterende rol van partners in kernfuncties kan alleen worden waargemaakt door steeds in verbinding te staan met bewoners en kleinere initiatieven.
b. Zorg voor voldoende financiële ruimte voor het ondersteunen van bewonersinitiatieven en wijkorganisaties ten opzichte van met name de alliantie waarin de kernfuncties worden ondergebracht.
b. er worden door de Dagelijks Besturen subsidieplafonds vastgesteld op de verschillende onderdelen van de nieuwe structuur voor de sociale basis. Hiermee maken zij kenbaar hoeveel geld er in totaal op elk onderdeel beschikbaar is.
b. NEE: het is aan de Dagelijks Besturen zelf om de subsidieplafonds voor de verschillende onderdelen vast te stellen. Dit maakt geen onderdeel uit van het beleidskader.
33 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Inbrenger
Advies
Reactie
Aanpassing JA/NEE
Op pagina 17 van het beleidskader sociale basis staat onder meer: Inzet op gelijke kansen voor de Amsterdamse jeugd is een belangrijk onderdeel binnen de sociale basis. Hiermee is bijna de helft van het totaalbudget dat jaarlijks wordt besteed aan de sociale basis gemoeid. Onderwijs maakt geen deel uit van de sociale basis, maar een groot deel van de activiteiten wordt wel uitgevoerd in samenhang met wat er op scholen gebeurt. Daarbij geldt dat samenhang slechts kan ontstaan als sprake is van samenwerking tussen deze twee onderdelen.
NEE: in het beleidskader staat deze samenhang uitdrukkelijk benoemd. Het is, zeker in de context van stadsdeel Zuidoost, van evident belang dat dit in de uitvoering een belangrijk punt van aandacht blijft.
a. Het buurtniveau kan in de tekst beter naar voren komen, bijvoorbeeld door op pagina 5, regel 26 en pagina 23, regel 35 niet alleen gebieden, maar ook buurten op te nemen.
We nemen de voorgestelde aanpassing op voorgestelde plekken over om te benadrukken dat het ook om inzet op buurtniveau kan gaan. Als sprake is van specifieke opgaven in specifieke buurten kan dit overigens ook in de gebiedsopgaven sociaal worden aangegeven zonder daarbij teveel in detail te treden.
JA: buurten wordt toegevoegd op voorgestelde plekken.
b. Op veel plekken in het kader komt het richten van inzet en middelen naar de gebieden / stadsdelen waar deze het hardst nodig zijn terug. De meest kwetsbare Amsterdammers wonen niet enkel in de stadsdelen en gebieden waar hun aandeel het hoogst is. In stadsdeel Zuid wonen naast veel krachtige Amsterdammers veel kwetsbare bewoners, met name in onze kwetsbare buurten, zoals hierboven aangegeven.
Wij onderschrijven uw constatering. In het beleidskader is het richten van middelen zo opgenomen dat het recht doet aan deze constatering. De tekst op pagina 11 luidt als volgt: “De problematiek is het grootst in Zuidoost, Nieuw-West en Noord, maar ook de andere stadsdelen kennen gebieden of buurten waar sprake is van stapeling van problemen. Daarom richten we ons ook vanuit de sociale basis vooral op die gebieden en buurten waar de opgave het grootst is.”
NEE: de opgenomen tekst is in lijn met het genoemde.
3.
Verbinding onderwijs en sociale basis jeugd
Voor zover dit jeugd en jongeren betreft – blijft de verbinding van de sociale basis ten opzichte van het onderwijs in zijn geheel onderbelicht. De samenwerking tussen het onderwijs en de sociale basis - over en weer en niet alleen vanuit de sociale basis met het onderwijs – is van eminent belang om die gezamenlijke uitdaging ten aanzien van het voor de jeugd van nu dichterbij brengen van gelijke kansen en bestaanszekerheid in de toekomst. Wij zouden graag zien dat deze opmerkingen alsnog worden meegenomen in het definitieve beleidskader dan wel dat er rekening mee wordt gehouden bij de verdere uitwerking
Dagelijks Bestuur Stadsdeel Zuid
1.
Buurtniveau
34 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Inbrenger
Advies 2.
Aanpassing JA/NEE
Wij onderschrijven uw constatering en onderschrijven uw oproep. We geven u mee dat dit als aandachtspunt kan worden opgenomen in de gebiedsopgaven sociaal voor stadsdeel Zuid.
NEE: de genoemde punten zijn al onderdeel van hetgeen in het beleidskader is opgenomen. Specifieke aandachtspunten voor stadsdeel Zuid kunnen worden meegenomen in het beschrijven van de gebiedsopgaven sociaal.
Wij onderkennen uw signaal en verwachten van de partners die de alliantie op de kernfuncties vormen dat zij kleinere en informele partijen ondersteunen. Daar waar kleinere organisaties onderdeel zijn van een alliantie op de kernfuncties kunnen zij naar rato bijdragen aan overlegstructuren en zal sprake moeten zijn van werken in vertegenwoordiging.
JA: dit wordt toegevoegd bij de uitwerking van de verschillende onderdelen van de nieuwe structuur van de sociale basis in hoofdstuk 3 van het beleidskader.
Kinderen en jongeren
Ook de ondersteuning van kinderen en jongeren in ons stadsdeel vraagt extra aandacht. In onze kwetsbare buurten zien we dat ondersteuning van gezinnen nodig is en ligt de prioriteit in het aansluiten bij de leefwereld van deze bewoners, waarmee de kansengelijkheid op meerdere gebieden wordt bevorderd. Daarnaast gaat in stadsdeel Zuid dagelijks 40% van de Amsterdamse jongeren naar het voortgezet onderwijs. Er is daarom veel inzet nodig op het gebied van mentale gezondheid, weerbaarheid en tegengaan van middelengebruik voor jongeren binnen en buiten ons stadsdeel. 3.
Reactie
Kleine organisaties
Stadsdeel Zuid kent naast een aantal grote partijen ook kleinere organisaties die van zeer groot belang zijn in de uitvoer van kernfuncties. Wij onderschrijven de noodzaak dat al deze partijen, groot en klein, deze kernfuncties meerjarig en in samenhang uitvoeren. Wel vragen wij aandacht voor het verschil in inzet en overlegcapaciteit die er tussen deze verschillende organisaties is. Wij verwachten dat hier binnen de allianties door alle partijen oog voor is en dat gevraagde inzet binnen de alliantie aan zowel de opgave als de organisatie passend is bij de capaciteit van elk van deze organisaties.
35 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Inbrenger
Advies 4.
Wij onderschrijven het belang van wat u met dit aandachtspunt benoemd. Er wordt een paragraaf toegevoegd met betrekking tot gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt . Het verband tussen fysieke leefomgeving en sociale leefomgeving zal in deze paragraaf nadrukkelijker worden benoemd.
JA: uw aandachtspunt landt in een toe te voegen paragraaf met betrekking tot gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt.
Zoals ook in het kader sociale basis aangegeven herkennen wij dat er grenzen zijn aan wat van een vrijwilliger gevraagd mag worden. Wij onderschrijven dat het een gezamenlijk opgave is die grenzen te bewaken. Ook zijn we het met u eens dat verder gewerkt moet worden aan gebiedsgerichte samenwerking tussen verschillende partners in het stelsel en dat de gebiedsdialogen er een bijdrage aan kunnen leveren om daarover het goed gesprek te voeren met partners die het betreft.
NEE: het genoemde vraagt niet om een aanpassing in het kader, maar onderschrijft hetgeen al is beschreven.
Wij zijn het met u eens dat het benutten van ervaringskennis onderdeel moet zijn van de uitvoering van kernfuncties. Dit zal in de subsidieregeling als subsidievoorwaarde voor partners in deze functies worden opgenomen.
NEE: dit wordt als subsidievoorwaarde in de subsidieregeling vastgelegd.
Samenwerking
Wij herkennen de opgave om samen met onze partners binnen en buiten de sociale basis de belastbaarheid van bewoners die zich vrijwillig inzetten voor anderen goed in de gaten te houden. De verbinding tussen informele en formele zorg kan nog beter en het benoemen van voorwaarden en grenzen aan informele inzet dienen we met elkaar te beantwoorden. Daarnaast zijn er ook in stadsdeel Zuid nog stappen te zetten als het gaat om het samen in een gebied aan de opgave werken. Wij herkennen het beeld dat buurtteams en OKT nog moeite hebben de weg in de sociale basis te vinden. Onder andere door het voeren van gebiedsdialogen ondersteunen we het proces van gebiedsgerichte samenwerking. 6.
Aanpassing JA/NEE
Senioren
Wij zijn blij met de aandacht voor oudere bewoners, waarvan er veel in stadsdeel Zuid wonen. De aandacht voor zelfregie, betekenisvolle contacten en het leveren van een zinvolle bijdrage aan de samenleving doet recht aan de grote diversiteit binnen deze groep en benadrukt hun grote waarde in de samenleving en in de buurten. Als stadsdeel Zuid hebben wij met de focusopgave Fijn Ouder worden in Zuid al lange tijd aandacht voor de integrale benadering die noodzakelijk is om ook voor deze groep inwoners een fijne leefomgeving te bieden. Om fijn oud te worden zijn voldoende geschikte woningen, aangepaste en goed onderhouden openbare ruimte, met bijvoorbeeld voldoende rustpunten, fijnmazig openbaar vervoer en voldoende voorzieningen die aansluiten bij de behoefte van ouderen noodzakelijk. Stadsdeel Zuid blijft de integrale benadering en samenwerking binnen de Gemeente Amsterdam agenderen. 5.
Reactie
Ervaringskennis
Het beleidskader vormt een goede en robuuste opmaat voor nadere invulling en inkleuring van de opgaven en plannen per gebied en buurt. Voor deze invulling is nadrukkelijk ook ervaringskennis nodig. Het DB van Stadsdeel Zuid zal er op toezien dat deze kennis duidelijk geborgd wordt in de plannen van de allianties.
36 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Inbrenger
Advies
Reactie
Aanpassing JA/NEE
Dagelijks Bestuur Stadsdeel West
1.
a. Toenemende druk op de sociale basis vraagt om structurele financiële versterking van de sociale basis. Daarbij moet er naast kwetsbare stadsdelen ook aandacht zijn voor andere kwetsbare buurten en wijken waar veel gestapelde problematiek voorkomt. De sociale basis is daarbij meer dan het voorkomen van zwaarder zorg en leveren fijnmazige netwerken van bewoners , informele netwerken en kleinere initiatieven ook preventieve waarde waarvan de winst niet altijd direct aanwijsbaar is. Als DB zien wij graag dat zij als zodanig gewaardeerd en ondersteund worden.
Wij zijn ons bewust van deze aandachtspunten. De komende periode zal worden bekeken hoe financiële versteviging verder vorm kan krijgen. Dit is mede afhankelijk van Rijksbeleid. In het beleidskader is expliciet opgenomen dat alle stadsdelen gebieden of buurten kennen waar sprake is van stapeling van problemen en dat aandacht zich ook op die buurten of gebieden richt. Met dit beleidskader ondersteunen wij uw constatering dat de sociale basis een belangrijke rol heeft in het vormen van netwerken en dat kleinere initiatieven hierin een belangrijke rol hebben. Dagelijks Besturen hebben een belangrijke rol in de ondersteuning en waardering van dit initiatief. Het opschrijven daarvan in een beleidskader is slechts een eerste stap.
NEE: het beleidskader omvat al deze aandachtspunten.
b. Wij onderschrijven de meerwaarde van het meerjarig vastleggen van de opgaven. De opgaven in het sociaal domein veranderen immers niet elk jaar en vragen om meerjarige inzet en commitment, zowel vanuit de gemeente als van partners. Wij hopen dat we nu al de eerste stappen maken naar de opgaven die worden geformuleerd op basis van cijfers en in samenspraak met alle betrokken, inclusief bewoners. We zien de voorstellen voor de monitoring hierop graag tegemoet en de rol van lokale bestuurders en stadsdeelcommissies om de opgaven op basis hiervan bij te kunnen stellen. We ondersteunen daarbij het onderscheid dat wordt gemaakt tussen de verschillende typen partners.
Wij danken u voor uw steun aan deze uitgangspunten. De voorstellen voor monitoring worden uiteraard in samenspraak met de stadsdelen ontwikkeld omdat dit juist voor de stadsdelen een belangrijk sturingsinstrument wordt.
NEE: dit betreft uitwerking van de beschreven lijnen uit het beleidskader
a. Dit advies is al in uitvoering. Op dit moment werkt een werkgroep met daarin een vertegenwoordiging van de stadsdelen en stadsgebied aan de uitwerking van de nieuwe regeling. Als de regeling in concept gereed is wordt deze besproken met verlengd bestuurders sociaal alvorens deze ter vaststelling aan het college wordt voorgelegd.
a. NEE: dit advies is geborgd in de werkwijze met betrekking tot de totstandkoming van de subsidieverordening.
2.
Algemeen
Aandachtspunten voor uitwerking
a. Het beleidskader moet nog uitgewerkt worden in een subsidieregeling. Daarin worden de kaders voor de inrichting bepaald en omdat dit bepalend is voor de werkbaarheid, ziet het DB graag dat ook dit zorgvuldig en in samenspraak met de stadsdelen gebeurt.
37 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Inbrenger
Advies
Reactie
Aanpassing JA/NEE
b. Inzet van de nieuwe structuur is ook om te komen tot een overzichtelijker, minder versnipperd, veld. Dit kan leiden tot minder partijen, maar is nu nog onvoldoende duidelijk. Het DB benadrukt het belang van zorgvuldigheid en vroegtijdig en transparant communiceren naar partners, zodat voor hen geen onnodige onrust ontstaat.
b. Wij onderschrijven dit advies. Bij elk beslismoment, of de in aanloop daarnaartoe, worden informatiebijeenkomsten voor partners georganiseerd. Daarmee kan echter niet altijd voorkomen worden dat enige onrust ontstaat aangezien het over een verandering gaat die veel partijen raakt.
b. NEE: dit advies is geborgd in de manier waarop partners tussentijds worden betrokken en geïnformeerd
c. In het beleidskader staat dat de coördinatie op beweegnetwerken in de alliantie wordt opgenomen. Zoals bestuurlijk besproken geldt dit niet voor stadsdeel West, omdat wij deze functie anders hebben georganiseerd binnen West Beweegt.
c. Wij onderschrijven uw constatering. Wij vragen wel van de interne organisatie die West Beweegt uitvoert dat zij in nauwe samenwerking met de partners in de kernalliantie opereert om deze coördinatie uit te voeren.
NEE: dit wordt in de toelichting bij de subsidieverordening opgenomen.
d. Het DB van stadsdeel West is blij dat er in dit nieuwe beleidskader expliciet aandacht is voor sturing en monitoring. Voor de uitwerking willen we vragen om de rol van de lokale bestuurders en stadsdeelcommissies goed mee te nemen. Dat vraagt om afspraken en een goed instrument waarmee stadsdeelcommissies op vergelijkbare wijze en momenten geïnformeerd kunnen worden. Een instrument helpt om het goede gesprek te voeren, om lokale keuzes te maken en om een goed beeld naar de gemeenteraad te brengen.
d. Wij nemen uw advies mee in de uitwerking
NEE: dit wordt meegenomen in de uitwerking
We nemen uw suggestie voor aanpassing over.
JA: jonge mantelzorgers wordt als specifieke aandachtsgroep toegevoegd aan de paragraaf over mantelzorgers
We nemen uw suggestie in een minimale variant over. We doen een aanvulling op de passage zoals al opgenomen in het beleidskader zodat duidelijker wordt wat er vanuit de sociale basis wordt gedaan in het kader van inclusie en anti-discriminatie. De subsidiabele activiteiten en subsidieverplichtingen worden in de subsidieregeling uitgewerkt.
JA: er wordt een aanvulling opgenomen in de paragraaf over inclusie.
3.
Jonge mantelzorgers
Op pagina 13 wordt gesproken over mantelzorgers. Het DB ziet graag dat aanvullend hierop ‘jonge mantelzorgers’ uitgelicht worden.
4.
Sociale cohesie en inclusie
De Sociale Basis is een krachtig instrument om sociale cohesie en verbondenheid te stimuleren in wijken en buurten. Goed dat dit prominenter in het beleidskader is opgenomen. Graag ziet het DB nog een duidelijke toelichting toegevoegd op de rol en taken van de Sociale Basis binnen diversiteit (pagina 8).
38 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Inbrenger
Advies 5.
Aanpassing JA/NEE
De functie van het Buurtwerk staat nu beschreven onder het kopje verstevigen infrastructuur op pagina 10. We zijn het met u eens dat dit prominenter uitgewerkt kan worden. Dit krijgt vorm in de toe te voegen paragraaf gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt
JA: we nemen het Buurt(opbouw) werk prominenter op in de toe te voegen paragraaf “gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt ”.
In de handleiding bij taak 12 en 13 van de verordening op de stadsdelen is letterlijk opgenomen: “Het is de taak van de stadsdeelbesturen om als verbinder de inhoud en integrale samenwerking in gebieden bij elkaar te brengen. Stadsdeelbesturen zijn het aanspreekpunt voor samenwerkende partners in de gebieden en nemen het initiatief om periodiek overleg te organiseren met deze partners om ervoor te zorgen dat integrale samenwerking op gebiedsniveau goed verloopt.” Voor nu zijn de gebiedsdialogen het instrument om dit tot uitvoering te brengen. Wij zijn dan ook van mening dat gebiedsdialogen een passende term is voor hetgeen wordt bedoeld.
NEE: het college is van mening dat de term gebiedsdialoog op deze plek in het beleidskader passend is bij hetgeen wordt bedoeld.
Buurtwerk
Het buurtwerk speelt een cruciale rol binnen de sociale basis en is één van de kernfuncties in de allianties. Echter wordt de rol van het buurtwerk in de beleidskader niet nader uitgewerkt, terwijl dit wel gebeurt voor bijvoorbeeld het jongerenwerk, veldwerk en kinderwerk. Het DB stelt voor om onder sociale cohesie en/of onderaan hoofdstuk 2.3.2 (pagina 16) op vergelijkbare wijze een apart kopje buurtwerk toe te voegen. Het Buurtwerk versterkt de sociale cohesie en zelfredzaamheid van mensen, in het bijzonder van mensen in een kwetsbare positie en verbindt bewoners onderling en met partners, zorgt voor toeleiding en is cruciaal voor het aanjagen en ondersteunen van het niet institutionele deel van de sociale basis. 6.
Reactie
Gebiedsdialoog
Op pagina 24 wordt de gebiedsdialoog genoemd. Deze lijkt qua context niet te passen bij dit deel van het beleidskader. Deze paragraaf gaat namelijk over het mandaat stad/stadsdelen, terwijl de gebiedsdialoog over de samenwerking tussen Buurtteam, OKT en Sociale Basis gaat. Omdat de gebiedsdialoog één van de vele instrumenten is en nog niet in alle stadsdelen heeft plaatsgevonden, noch is geëvalueerd, is ons advies om deze uit het beleidskader te laten.
39 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Inbrenger
Advies
BestuursCommissie Weesp
1.
Aanpassing JA/NEE
Uw reactie is in lijn met hetgeen in het beleidskader wordt beschreven. De tekst op pagina 11 luidt als volgt: “De problematiek is het grootst in Zuidoost, Nieuw-West en Noord, maar ook de andere stadsdelen kennen gebieden of buurten waar sprake is van stapeling van problemen. Daarom richten we ons ook vanuit de sociale basis vooral op die gebieden en buurten waar de opgave het grootst is.” We raden u dan ook aan de gebiedsopgaven sociaal te benutten om de specifieke opgaven in gebieden nadere invulling te geven en waarderen dat u dit in nauwe samenspraak met bewoners vorm geeft.
NEE: het gestelde is in lijn met hetgeen in het beleidskader is opgenomen.
Kansengelijkheid en preventieve gezondheid
Kansengelijkheid en preventieve gezondheid zijn ook nodig in stadsgebied Weesp. Ook in stadsgebied Weesp zijn er buurten (Noord en Hogewey Zuid, Weesp- Zuid) met kwetsbare bewoners die extra aandacht nodig hebben. In de gebiedsopgaven van de laatste jaren hebben we dat benoemd en zullen we ook in de nieuwe, meerjarige, sociale gebiedsopgaven meenemen (GOS gebiedsopgaven sociaal). Deze opgaven vergen een langere adem. Hierbij vragen we momenteel ook aan onze bewoners (via een enquête) en onze partners in stadsgebied Weesp wat zij als opgaven zien in deze wijken. Wij willen dan ook beter samenwerken met het OKT, het buurtteam, welzijn, WPI (werk, participatie en inkomen) en andere partners in deze buurten. Maatwerk is daarbij belangrijk. 2.
Reactie
Continuïteit in de uitvoering door meerjarige relaties
Acht jaar is een lange periode en gaat over onze bestuurspeWij danken u voor uw steun aan deze uitgangspunten. riode heen. Maar wij begrijpen dat dit de mogelijkheid geeft om vertrouwen en duurzame relaties op te bouwen met onze partners in de sociale infrastructuur van Driemond en Weesp zodat er voor de bewoners meer continuïteit is in de ondersteuning en activiteiten. Het versterken van de sociale infrastructuur via allianties met welzijn partners die meerjarig worden gesubsidieerd omarmen wij. Dat zal in stadsgebied Weesp door de schaal niet om veel partners gaan. Het geeft hen de mogelijkheid om in de diverse wijken en buurten langduriger in te zetten op preventieve activiteiten, de nodige interventies te ontwikkelen en maatwerk te leveren. 3.
NEE: het gestelde is in lijn met hetgeen in het beleidskader is opgenomen.
Voorzieningenniveau en accommodaties
Aandachtspunt: Deze voorzieningen in Weesp moeten nog wel op hetzelfde niveau worden gebracht als in de stadsdelen. Dit geldt ook voor de maatschappelijke accommodaties. Het is momenteel een urgente opgave om de huidige maatschappelijke organisaties in het schoolgebouw Papelaan op korte termijn elders onder te brengen vanwege het hergebruik van dit schoolgebouw voor onderwijs.
40 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Het realiseren van voldoende maatschappelijke accommodaties valt buiten het kader sociale basis maar het college onderschrijft dat de beschikbaarheid van voldoende en kwalitatief toereikende accommodaties een belangrijke randvoorwaarde is voor de uitvoering van de sociale basis door partners. Het op niveau brengen van de maatschappelijke accommodaties in het stadsgebied Weesp is opgenomen in het strategisch huisvestingsplan voor basisvoorzieningen.
JA: dit aandachtspunt wordt in algemene zin benoemd in de toe te voegen paragraaf over gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt .
Inbrenger
Advies 4.
Aanpassing JA/NEE
Wij onderschrijven de door u gegeven reactie volledig. Wij verwachten dan ook van de partners die de alliantie op de kernfuncties vormen dat zij de kleinere en informele partijen ondersteunen.
NEE: het gestelde is in lijn met hetgeen in het beleidskader is opgenomen.
Vrijwilligers zijn de kracht van stadsgebied Weesp
De kracht van stadsgebied Weesp zijn de bewoners en ondernemers die in staat zijn veel te bereiken en zelf op te lossen. Het verenigingsleven is belangrijk en de sociale cohesie is groot. Het zijn bijzondere eigenschappen, die Weesp en Driemond kenmerken. Wij willen dit dan ook goed kunnen blijven ondersteunen en faciliteren middels de voorzieningen in de sociale basis. Vrijwilligers zijn belangrijk voor de sociale cohesie en plezieriger wonen van onze bewoners. De huidige vrijwilligerscentrale bij Versa onderhoudt in stadsgebied Weesp een netwerk van vrijwilligersorganisaties. Daarnaast is er een groot Netwerk Vrijwillige Hulp Weesp. Ook in Driemond zie je dat met een actieve Dorpsraad voorzieningen door vrijwilligers worden opgepakt en beheerd. Wij zijn het eens met de gedachte dat je van vrijwilligers niet alles kunt verwachten, dat ze met plezier hun bijdrage kunnen blijven leveren en dat zij geen professionele inzet kunnen vervangen. Wij willen er dan ook voor waken, samen met de partners, dat vrijwilligers niet worden overvraagd. Daar kunnen we extra aandacht aan besteden met elkaar. Wij vinden het belangrijk dat deze informele hulpverlening wordt meegenomen in het netwerk en uitvoering van de professionele hulpverlening. Een intensieve samenwerking is hierbij van belang. Informele hulp vormt een meerwaarde bij het bereiken en ondersteunen van de bewoners. 5.
Reactie
Aandacht voor ouderen
Ook in stadsgebied Weesp is vergrijzing. Veelal ook kwetsbare Zie onze reactie op uw eerdere aandachtspunt rond de beschikouderen (Hogewey-Zuid en Weesp-Zuid). We hebben gelukkig baarheid van maatschappelijke accommodaties. de dagbesteding kunnen behouden voor Weesp, zodat ouderen uit Weesp en Driemond niet naar andere stadsdelen moeten reizen. De dagbesteding zal door de vergrijzing gaan groeien. Daar is echter wel meer ruimte/accommodaties voor nodig. 6.
JA: dit aandachtspunt wordt in algemene zin benoemd in de toe te voegen paragraaf over gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt.
Aandacht voor mantelzorg
De extra aandacht voor mantelzorgers die wordt genoemd is van groot belang. Zij zorgen er immers voor dat bijvoorbeeld ouderen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Daar zullen wij meer aandacht aan besteden in ondersteuning.
41 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Wij onderschrijven het belang van mantelzorg. Als Dagelijks Bestuur kunt u zowel in de gebiedsopgaven sociaal hier extra aandacht aan besteden als in het richten van financiële middelen.
NEE: het gestelde is in lijn met hetgeen in het beleidskader is opgenomen.
Inbrenger
Advies 7.
Aanpassing JA/NEE
Wij waarderen uw inzet en onderschrijven het belang van een dementievriendelijke inrichting, zeker met het oog op de toenemende vergrijzing
NEE: het gestelde is in lijn met hetgeen in het beleidskader is opgenomen.
Wij danken u voor uw inzet hierbij. Wij beseffen als college dat samenwerken en het versterken van de samenredzaamheid niet vanzelf gaan. Als u hiervoor een geschikte vorm heeft gevonden, en de inzet van formele en informele partners elkaar versterkt, juichen wij deze van harte toe.
NEE: het gestelde is in lijn met hetgeen in het beleidskader is opgenomen.
Dementievriendelijke gemeente
Weesp was eerder een dementievriendelijke gemeente. Dat streven willen we behouden. Zo hebben we onder meer een Alzheimer café, wordt er bij sportverenigingen aandacht besteed aan dementie (tennis voor dementen) en andere activiteiten voor ouderen. We zullen dan ook het netwerk dementie verder uitbreiden en aansluiten op de hulpverlening. 8.
Reactie
Bestaanszekerheid
Vanuit de sociale basis wordt in het kader van bestaanszekerheid ingezet op thema’s armoede en schulden, participatie en het versterken van basisvaardigheden. Zoals goede samenwerking met de voedselbank en schuldhulpmaatje. We trekken hierin samen op met het OKT, Buurtteam en WPI. Wij willen individuele ondersteuning in de uitvoering blijven verbinden met ons gezamenlijke spreekuur van diverse (informele) partners in Weesp bij de wekelijkse Weesper MOP (Maatschappelijke ondersteuningspunt). Dit vangnet van sociale cohesie en individuele begeleiding zorgt niet alleen voor zelfredzaamheid van bewoners, maar ook voor samenredzaamheid.
42 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Inbrenger
Advies 9.
Reactie
Aanpassing JA/NEE
De inzet op gelijke kansen voor de jeugd is een belangrijke focus vanuit de sociale basis. Deze raakt direct aan andere inzet op jeugd, bijvoorbeeld vanuit onderwijs en jeugdzorg. Wij zijn ons bewust van de Weesper-context. We vragen u deze ook in de gebiedsopgaven sociaal mee te nemen. Daarnaast vragen we u om signalen over knelpunten in de uitvoering zowel ambtelijk als bestuurlijk duidelijk onder de aandacht te brengen.
JA: in het beleidskader zal aandacht voor de balans en ondersteuning in groeigebieden nadrukkelijker worden benoemd.
Toename jeugdigen
Sinds we bij Amsterdam horen intensiveren wij de inzet op de jeugd van stadsgebied Weesp. Met spelinloop (nieuw), voorschool, talentontwikkeling (nieuw), kinderwerk, jongerenwerk (activiteiten en individuele ondersteuning), meidenwerk, veldwerk (nieuw), het onderwijs en het jongerenpunt (WPI) geven wij jongeren meer kansen bij het goed opgroeien in ons stadsgebied. Maar we zijn nog niet helemaal op het niveau van het gemiddelde aanbod van een stadsdeel. Ook vanaf 2024 willen wij dit jeugdstelsel sterker maken samen met het Ouder Kind team en alle professionele hulp rondom. Met de groei van woningbouw in Weespersluis zal het aandeel van de jeugd enorm groeien (tot 2030 zo’n +218% 10-14 jaar; +344% 15-19 jaar). Dit vraagt meer activiteiten voor de komende jaren en accommodaties (kinderopvang, scholen (primair en voortgezet), jongerenruimte). Daarbij wordt aandacht gevraagd voor de context van Weesp. Aan de overkant van de A1 ligt Muiden (gemeente Gooische meren) dat evenals Weespersluis een enorme nieuwbouwwijk heeft met vele gezinnen. Deze zullen ook met tien jaar behoefte hebben aan voortgezet onderwijs in de buurt.
43 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Inbrenger
Advies
Reactie
Aanpassing JA/NEE
10. Bestuurlijke en ambtelijke samenwerking Bestuurlijke en ambtelijke samenwerking is belangrijk in de uitvoering. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden rondom beleid en uitvoering van de sociale basis worden duidelijk benoemd. In de gebieden willen we beter samenwerken met de diverse partners die deels onder verantwoordelijkheid van de wethouders en deels onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur vallen. Het geeft de dagelijkse bestuurder in het stadsgebied de mogelijkheid meer te sturen op samenhang en afspraken te maken voor verbetering. Denk hierbij aan sturen op een sluitende keten Jeugd waarbij er afspraken kunnen worden gemaakt met het OKT, specialistischere hulp, jongerenwerk, meidenwerk, veldwerk en scholen. De ambtelijke samenwerking met de directies zou beter kunnen. Wij hebben als stadsgebied Weesp het afgelopen jaar veel aandacht moeten vragen voor onze vraagstukken. De gebiedsgerichte blik en weten wat er gaande is in stadsgebied Weesp kan bijdragen tot een betere samenwerking in de uitvoering. Het gemeenschappelijke doel is immers samen te werken voor de bewoners van stadsgebied Weesp qua leven en leefomgeving.
Wij zijn het met u eens dat een goede samenwerking met NEE: het gaat hier om een punt de directies essentieel is voor het goed functioneren van het van aandacht in de uitvoering. sociale stelsel voor onze bewoners en daarom aandacht vraagt. Van directies wordt verwacht dat gebiedsgericht wordt gewerkt. Hierin zou Weesp inmiddels goed op een ieders netvlies moeten staan. Op het moment dat u hier knelpunten in ervaart vragen wij u om hier eerst langs de ambtelijke lijnen aandacht voor te vragen. Op het moment dat u zich onvoldoende gehoord voelt, is dit ook bestuurlijk onderwerp van gesprek.
11. Sturen en monitoring met aandacht voor maatwerk Wij omarmen de voorstellen die worden gedaan om meer inzicht te krijgen op de sociale basis en de effecten van de sociale basis beter te laten zien. Wij zouden dan ook graag periodiek volgen hoe dit vorm wordt gegeven. Wij vragen aandacht voor het gegeven dat de demografische groei van stadsgebied Weesp wellicht qua omvang weinig effect zal hebben op de referentienorm maar dat in de context van het gebied (de afstand van de andere stadsdelen) zelfstandige voorzieningen sociale basis van belang zijn voor stadsgebied Weesp. Wij vragen om gebiedsgericht maatwerk.
44 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Zie ook de reactie bij punt 3 en 5. Wij zijn ons bewust van de Weesper context.
JA: in het beleidskader zal aandacht voor de balans en ondersteuning in groeigebieden nadrukkelijker worden benoemd.
Inbrenger
Advies
Dagelijks Bestuur Stadsdeel Oost
1.
Reactie
Langjarige opgave en commitment geven rust
Het kader schetst de noodzaak om met de maatschappelijke Het verheugt ons te horen dat u de beweging van meerjarig ontwikkelingen in zorg- welzijn en bestaanszekerheid laagdrem- subsidiëren van een groot deel van de sociale basis die met dit pelig en gebiedsgericht te kunnen inzetten op dat wat buurtbeleidskader wordt ingezet omarmt. bewoners in ons stadsdeel nodig hebben. Een opgave die niet elk jaar verandert, maar juist goed om die langjarig met elkaar vast te leggen, gebiedsgericht. En onze bewoners en partners uit het veld zijn bij uitstek diegenen die ons heel goed kunnen aangeven wat nodig is. De belangrijkste verandering in het kader ten opzichte van het huidige kader is de langjarige subsidierelatie die we met onze partners willen opbouwen. Een band die uitgaat van vertrouwen, een vast gezicht in de buurt en vanuit continuïteit voor de inwoners van Oost. In Oost hebben we ervaring met jongerenwerkers die al 10-15 jaar aan ons stadsdeel verbonden zijn en al meerdere generaties jongeren hebben begeleid en min of meer zijn meegegroeid met de doelgroep. Daar zijn we trots op. Langjarige subsidiering gaat ons helpen dit nog vaker te realiseren. 2.