CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording Beleidskader Puccinimethode.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 8 februari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de actualisatie van het Beleidskader Puccinimethode (VN2024-000127)30.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Een extra voordeel van brede stoepbanden is dat er automatisch een veilige afstand gecreëerd wordt tussen de (rij)weg en de voorzieningenstrook met lichtmasten, verkeersborden, prullenbakken, enz. Met dit voorbeeld laten wij aan de gemeenteraad en de wethouder zien dat het beleidskader niet klaar is als er over de materialisatie van zo iets basaal als een stoepband nog geen overeenstemming is. Ons vierde voorstel is daarom om het beleidskader pas vast te stellen als er een oplossing is voor de type banden waarmee de voetgangersruimte moet worden afgebakend van de rijweg en het fietspad. Mochten er andere zaken zijn die niet kunnen wachten op uitstel, zaken die bijvoorbeeld met duurzaamheid en groen te maken hebben, dan is ons vijfde voorstel om de definitieve oplossingen van de afscheiding van voetgangers en rijweg in een later stadium apart voor te leggen aan de gemeenteraad.

71

van de rijweg en het fietspad. Mochten er andere zaken zijn die niet kunnen wachten op uitstel, zaken die bijvoorbeeld met duurzaamheid en groen te maken hebben, dan is ons alternatieve voorstel 5. Reactie: de Puccinimethode heeft een standaard voor scheidingsbanden tussen fietspaden en trottoirs en deze blijft behouden zolang er geen innovatie is van nieuwe banden die aantoonbaar een meer verkeersveilige afscherming vormen tussen de voetganger en de fietser, waarbij ook andere aspecten zoals maakbaarheid, herbruikbaarheid en toegankelijkheid voldoende geborgd zijn. Deze integrale belangenafweging is complex en geeft de moeilijkheid aan in het afwegen van belangen bij het doorontwikkelen van de standaard. Op het moment dat vanuit het beleidsveld Verkeersveiligheid het onderzoek is afgerond en hierover bestuurlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden, wordt een (eventuele) nieuwe opsluitband onderdeel van het Handboek Rood en wordt deze toegepast in de stad. Het Beleidskader Puccinimethode biedt daartoe de ruimte en er is dus geen reden de vaststelling van het beleidskader aan te houden. Voorstel 5: Leg de oplossingen van de afscheiding van voetgangers en rijweg apart voor aan de gemeenteraad. Reactie: de algemene beleidslijnen worden opgenomen in het Beleidskader Puccinimethode en de uitwerking daarvan in de Handboeken.

De handboeken zijn levende documenten en worden aangepast als er nieuwe ontwikkelingen zijn. Het Handboek wordt niet vastgesteld door de gemeenteraad omdat het een collegebevoegdheid betreft. Vooralsnog is het voornemen om de technische uitwerking van een eventuele nieuwe opsluitband langs de fietspaden op te nemen in Handboek Rood. Indien de gemeenteraad te zijner tijd behoefte heeft aan bespreking van deze wijziging kan het Handboek Rood uiteraard ter bespreking geagendeerd worden op initiatief van de raad.

Het thema raakt zozeer de veiligheid van verkeersdeelnemers dat het niet buiten de raad om geaccordeerd mag worden. Voorstellen uit voorwoord Voorstel 4: stel het beleidskader pas vast zodra er een oplossing is voor de type banden waarmee de voetgangersruimte moet worden afgebakend van de rijweg en het fietspad. Mochten er andere zaken zijn die niet kunnen wachten op uitstel, zaken die bijvoorbeeld met duurzaamheid en groen te maken hebben, dan is ons alternatieve voorste: Voorstel 5: Leg de oplossingen van de afscheiding van voetgangers en rijweg apart voor aan de gemeenteraad. 7.8

Paaltjes en trappen De gemeente streeft ernaar paaltjes een onopvallende kleur te geven volgens de Amsterdamse stijl. De gemeente vraagt andere organisaties zoals de Vervoerregio dat ook te doen. [begin citaat pagina 62] ‘We streven naar één herkenbare familie van straatmeubilair zonder de functionaliteit en gebruiksvriendelijkheid per object (bank, afvalbak, paaltje) te kort te doen. Het meubilair heeft steeds dezelfde Amsterdamse ‘stijl’ hoewel de objecten erg verschillend kunnen zijn. […]Ook bij objecten van andere partijen in de stad sluiten we zo veel mogelijk aan op de vormentaal en de kleurstelling van het gemeentelijk straatmeubilair, zoals hieronder te zien op de tramhaltes.’ [eind citaat]

Voorstel 6: breidt het beleidskader uit met aanwijzingen hoe paaltjes en trappen gematerialiseerd moeten worden. Reactie: dit detailniveau voert te ver voor het Beleidskader Puccinimethode. Voor zover deze aspecten binnen de scope van de Puccinimethode vallen is de uitwerking opgenomen in Handboek Rood. Een aantal aspecten omtrent trappen en paaltjes maakt al onderdeel uit van de bestaande, meer verkeerskundige Leidraad CVC (of de bijlagen daarbij), die gehanteerd wordt als toetsingskader door het Toetsteam Openbare Ruimte & Mobiliteit zo lang voor deze leidraad nog geen opvolger bestaat. Daarmee is er op dit moment geen noodzaak om deze aspecten uit te werken in Handboek Rood met dubbellingen tot gevolg. Waar nodig worden in het Handboek Rood verwijzingen naar andere documenten opgenomen.

Volgens ons is het verkeerd om paaltjes zonder enige overweging een onopvallende kleur te geven terwijl die paaltjes door hun plaatsing een gevaarlijk obstakel kunnen zijn voor voetgangers en fietsers. Dit beleidskader geeft niet aan hoe ‘gevaarlijke’ paaltjes dan wel gematerialiseerd moeten worden om botsingen ermee te voorkomen. Een goede suggestie is om palen in de looproute op ooghoogte te voorzien van een verticaal lijnenpatroon. Verticale lijnenpatronen geven een parallax effect als je erop afloopt en zijn daardoor makkelijke waar te nemen. Een bijkomend voordeel is dat verticale

Voorstel 7: de gemeente Amsterdam moet in overleg met andere organisaties die actief zijn in de openbare ruimte meewerken aan een ontwerpstijl die de organisaties herkenbaar maken voor de burgers. Gemeente Amsterdam richt de openbare ruimte herkenbaar en eenduidig in conform de Puccinimethode. Bij het doorontwikkelen van de Puccinimethode betrekt de gemeente verenigde vertegenwoordigers van diverse belangen. Met andere organisaties die actief zijn in de openbare ruimte maakt de gemeente afspraken over vormgeving van objecten om

72

B.IV

lijnen esthetischer ervaren worden dan horizontale lijnpatronen zoals op verkeerszuilen. Hoogteverschillen bij trappen worden helemaal niet besproken in dit beleidskader. Hoe moeten tredenranden gemarkeerd worden en aan welke minimale eigenschappen moeten leuningen voldoen?

de eenduidigheid in het straatbeeld te behouden, maar objecten van derden maken geen onderdeel uit van de Puccinimethode.

Voorstel 6: breidt het beleidskader uit met aanwijzingen hoe paaltjes en trappen (inclusief leuningen) gematerialiseerd moeten worden. Als laatste vragen we ons af waarom organisaties zoals de Vervoerregio zo strikt de ontwerpstijl van de Puccinimethode moet volgen. Weinig mensen weten dat de gemeente Amsterdam niet verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer in de stad. Amsterdammers weten dan ook niet bij wie ze in geval van problemen moeten aankloppen. Voorstel 7: De gemeente Amsterdam moet in overleg met andere organisaties die actief zijn in de openbare ruimte meewerken aan een ontwerpstijl die de organisaties herkenbaar maken voor de burgers. Voorstellen uit voorwoord Voorstel 6: breidt het beleidskader uit met aanwijzingen hoe paaltjes en trappen gematerialiseerd moeten worden. Voorstel 7: De gemeente Amsterdam moet in overleg met andere organisaties die actief zijn in de openbare ruimte meewerken aan een ontwerpstijl die de organisaties herkenbaar maken voor de burgers. 7.9

• We willen ingaan op het advies over de relatie tussen Puccini en Duurzaam Veilig. Verkeersveiligheid is een belangrijk onderwerp voor het DB. Duurzaam veilig gaat in ons beeld echter niet in op het detailniveau van de straatinrichting, het gestelde dat Puccini kader niet aan duurzaam veilig voldoet onderschrijft het DB niet. • We willen hier nu niet nader ingaan op de voorbeelden van de Fietsersbond die in het advies worden genoemd, we nemen aan dat deze ook door de fietsersbond worden ingebracht en daar door het college worden beantwoord.

73

Voor kennisgeving aangenomen.

SD Zuid

8. Toegankelijkheid Reactie 8.1

Antwoord

Voor toegankelijkheid zijn de handboeken van de Puccinimethode belangrijke documenten. De inrichtingsprincipes en de details zijn bepalend of mensen (met een beperking) gebruik kunnen maken van de openbare ruimte. Dit mag wat ons betreft explicieter in het beleidskader verwoord worden bij de eerste overtuiging. Het staat wel goed toegelicht in paragraaf 4.3. Daarom ter overweging: De gebruiker is gebaat bij eenvoud, toegankelijkheid en vanzelfsprekendheid. Het sluit dan meer aan op het Handboek Inrichting Openbare Ruimte dat begint met ‘De openbare ruimte is toegankelijk voor iedereen’.

In de overtuigingen van de Puccinimethode worden “eenvoud en vanzelfsprekendheid” gehanteerd als overkoepelende termen, waaronder een veelheid aan randvoorwaarden, beleidsdoelen en belangen geschaard kunnen worden. De uitwerking daarvan per thema vindt plaats in hoofdstuk 3. Paragraaf 3.6 geeft toelichting op het belang van toegankelijkheid. Het college ziet geen aanleiding om het woord toegankelijkheid in de eerste overtuiging van de Puccinimethode toe te voegen.

Inspraak B.III

Het belang van toegankelijkheid is ook geborgd in andere beleidsdocumenten, waaronder de Visie Openbare Ruimte (2017) en de opname daarvan in het digitale Handboek Inrichting Openbare Ruimte (https://hior.amsterdam.nl), waar in de zienswijze naar verwezen wordt. 8.2

Bijzondere plekken, de kleinere straten en parkjes kunnen worden ingericht met een afwijkende inrichting. Maar ook die plekken moeten toegankelijk worden ingericht. Een voorbeeld van ontoegankelijkheid zijn de graskeien op parkeerplaatsen aan de Buiksloterdijk.

Toegankelijkheid is een randvoorwaarde in alle ontwerpen. Grasbetontegels of graskeien worden om diverse redenen niet standaard toegepast in de openbare ruimte/in parkeervakken. De beperkte toegankelijkheid is één van de redenen om dit materiaal niet standaard toe te passen. Op de Buiksloterdijk betreft het een uitzondering, omdat sprake is van een materiaalsoort die van oudsher al op deze locatie aanwezig was.

B.III

8.3

Bij (groot) onderhoud wordt in principe niets aan de inrichting veranderd, maar is er zowel kans op verbetering als verslechtering van toegankelijkheid, bijvoorbeeld door hergebruik van materialen. We hebben klachten gekregen over de bestrating van het Sierplein.

Het uitvoeren van onderhoud kan bijdragen aan het verbeteren van toegankelijkheid, omdat oneffenheden in de bestrating verholpen kunnen worden en kleine verbeteringen kunnen worden meegenomen, zoals het aanleggen van verlaagde banden bij oversteken op hoeken. De situatie op het Sierplein betreft een bijzondere situatie, waar sprake is van hergebruikt materiaal. Om het belang van het borgen van voldoende toegankelijkheid in relatie tot hergebruik te benadrukken is dit als

B.III

74

aandachtspunt opgenomen in paragraaf 3.2.2 naar aanleiding van de ingediende zienswijze. 8.4

Een nieuw ontwerp of (her)inrichting valt of staat in de praktijk ook door toezicht en handhaving, zeker als het gaat om vrije voetgangersruimte en obstakels op de stoep.

Handhaving en toezicht zijn inderdaad van belang, maar de scope van het Beleidskader Puccinimethode beperkt zich tot het ontwerp van de inrichting van de openbare ruimte.

B.III

8.5

Hoe zorgt gemeente Amsterdam ervoor dat de goede ambities ten aanzien van toegankelijkheid die raken aan het beleidskader Puccini, ook in de praktijk worden geborgd en waargemaakt?

De Puccinimethode heeft betrekking op het ontwerp van de openbare ruimte, de fysieke inrichting. Ontwerpen voor de openbare ruimte worden getoetst in het Toetsteam OR&M. Hierin heeft een functionaris zitting die zich specifiek richt op het toetsen van de toegankelijkheid. Daarnaast wordt in het Toetsteam OR&M door een gemeentelijke hoofdontwerper de algehele toepassing van de Puccinimethode getoetst. Via de advisering vanuit dit Toetsteam wordt toegankelijkheid in nieuwe ontwerpen geborgd.

B.III

8.6

Toegankelijkheid

Het College onderschrijft het belang van (aandacht voor de toets op) Toegankelijkheid. We verwijzen hiervoor naar de in ontwikkeling zijnde afspraken die vanuit het Expertiseteam en Toetsteam Openbare Ruimte & Mobiliteit gemaakt worden met Cliëntenbelang. In Q1 2024 stuurt het college een raadsbrief over de stand van zaken. Overigens zijn ook bij het instellen van het Toetsteam al besluiten genomen die de toets op Toegankelijkheid waarborgen. Toegankelijkheid heeft een eigen vertegenwoordiger in het Toetsteam en inmiddels is er ook een werkwijze ingericht waarbij deze vertegenwoordiger gevoed wordt door Cliëntenbelang. Dit alles nog bovenop de insteek van het college om Toegankelijkheid in een vroeg stadium al mee te nemen door CB (en FB) te betrekken in het Expertiseteam.

SD Zuidoost

De toegankelijkheid van de openbare ruimte voor iedereen is naast de verkeersveiligheid een speerpunt voor het DB. We vragen meer aandacht voor de toets op de toegankelijkheid van de openbare ruimte en specifiek voor de rol van de, soms ook door de stad ondersteunde, externe belangengroepen zoals Cliëntenbelang en de Fietsersbond. Deze organisaties maken geen deel meer uit van de toets bij planvorming bij vervangings- en herinrichtingsopgaven en hun adviezen zijn voor het DB niet meer zichtbaar. We zien een belangrijke rol voor hun expertise en meerwaarde in hun advisering en vinden het van belang dat deze adviezen zichtbaar zijn in de besluitvormingsfase over plannen voor de openbare ruimte, zodat het DB goed geïnformeerde en afgewogen keuzes kan maken. Specifiek vragen we extra aandacht voor de toets op de toegankelijkheid, en pleiten ervoor om organisaties met relevante ervaringsdeskundigen, zoals Cliëntenbelang, al in een vroege fase bij inrichtingsplannen te betrekken.

75

8.7

Toegankelijkheid De toegankelijkheid van de openbare ruimte voor iedereen is naast de verkeersveiligheid een speerpunt voor het DB van Zuid. We vragen meer aandacht voor de toets op de toegankelijkheid van de openbare ruimte en specifiek voor de rol van de, soms ook door de stad ondersteunde, externe belangengroepen zoals Cliëntenbelang en de Fietsersbond. Deze organisaties maken geen deel meer uit van de toets bij planvorming bij vervangings- en herinrichtingsopgaven en hun adviezen zijn voor het DB niet meer zichtbaar.

Zelfde vraag en daarmee zelfde antwoord als 8.6.

SD Zuid

Zelfde vraag als 8.6 en daarmee zelfde antwoord als 8.6.

SD West

We zien een belangrijke rol voor hun expertise en meerwaarde in hun advisering en vinden het van belang dat deze adviezen zichtbaar zijn in de besluitvormingsfase over plannen voor de openbare ruimte, zodat het DB goed geïnformeerde en afgewogen keuzes kan maken. Specifiek vragen we extra aandacht voor de toets op de toegankelijkheid, en pleiten ervoor om organisaties met relevante ervaringsdeskundigen, zoals Cliëntenbelang, al in een vroege fase bij inrichtingsplannen te betrekken. 8.8

4. Toegankelijkheid van de openbare ruimte De toegankelijkheid van de openbare ruimte voor iedereen is naast de verkeersveiligheid een speerpunt voor het DB. We vragen meer aandacht voor de toets op de toegankelijkheid van de openbare ruimte en specifiek voor de rol van de, soms ook door de stad ondersteunde, externe belangengroepen zoals Cliëntenbelang en de Fietsersbond. Deze organisaties maken geen deel meer uit van de toets bij planvorming bij vervangings- en herinrichtingsopgaven en hun adviezen zijn voor het DB niet meer zichtbaar. We zien een belangrijke rol voor hun expertise en meerwaarde in hun advisering en vinden het van belang dat deze adviezen zichtbaar zijn in de besluitvormingsfase over plannen voor de openbare ruimte, zodat het DB goed geïnformeerde en afgewogen keuzes kan maken.

76

Specifiek vragen we extra aandacht voor de toets op de toegankelijkheid, en pleiten ervoor om organisaties met relevante ervaringsdeskundigen, zoals Cliëntenbelang, al in een vroege fase bij inrichtingsplannen te betrekken.

77

9. Tekstuele voorstellen Reactie 9.1

Antwoord

P40: Bij het indelen van het straatprofiel was het trottoir vaak 'het kind van de rekening'. Het introduceren van vrije trambanen en fietspaden * bij een herprofilering heeft op veel plekken gezorgd voor een substantiële afname van de voetgangersruimte. Tekstsuggestie: Op de plek van * toevoegen: ‘zonder de ruimte voor rijdende en parkerende auto’s substantieel te verminderen’

Inspraak

Door het verminderen van rijdende en parkeren auto’s kan er ruimte gemaakt worden voor het toevoegen van vrije trambanen en fietspaden zonder dat dit per se hoeft te leiden tot een substantiële afname van de voetgangersruimte. De voorgestelde toevoeging is overgenomen in het Beleidskader Puccinimethode.

B.II

9.2

P8: Het is niet ‘Meerjarenplan Fiets’, maar ‘Meerjarenprogramma Fiets’

De juiste naam van het document is het Meerjarenplan Fiets. Het programma dat binnen de gemeente werkt aan het thema fiets is het Programma Fiets.

B.II

9.3

P43: De onderste afbeelding is niet van de Willemsparkweg maar van de De Lairessestraat.

De tekst bij de afbeelding is aangepast.

B.II

78

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13737066/1