CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

NOTA PARKEERNORMEN FIETS EN SCOOTER def 19 mrt 2018.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 29 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: evaluatie nota's parkeernormen (ZD2021-006253)14.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

sportzaal

0,3

bezoekers / kort parkeren

gebruikstijden

stadion

maatwerk

theater

2

100 bezoekers / lang zitplaat- parkeren sen

zaterdag 19-22 uur

zwembad openlucht

2

100 m2 bassin

bezoekers / lang parkeren

bij mooi weer (zomer) buiten schooltijd

zwembad overdekt

1,7

100 m2 bassin

bezoekers / kort parkeren

vrijdag 9-13

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

Tabel 4.6. trein- en metrostations en overige OV knooppunten - scooterparkeren stations, OVknooppunten

norm aantal parkeerplekken

Doelgroep

maatwerk

reizigers / lang parkeren

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

27

Tabel 4.7 onderwijs - scooterparkeren

28

norm scooterparkeren aantal parkeerplekken

Per

doelgroep

maatgevend moment

basisschool leerlingen

n.v.t.

10 leerlingen

leerlingen / lang parkeren

schooltijden

basisschool medewerkers

0,06

10 leerlingen

medewerkers /lang parkeren

schooltijden

voortgezet onderwijs leerlingen

0,48

100 m2 bvo

leerlingen / lang parkeren

schooltijden

voortgezet onderwijs medewerkers

0,08

100 m2 bvo

medewerkers / lang parkeren

schooltijden

ROC leerlingen

0,42

100 m2 bvo

leerlingen / lang parkeren

schooltijden

ROC medewerkers

0,08

100 m2 bvo

medewerkers / lang parkeren

schooltijden

hogeschool en universiteit

maatwerk

medewerkers / studenten

n.v.t.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

5. Kwaliteitseisen stallingen Het succes van een stalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort ervan. Er zijn voorbeelden van stallingen waar fietsers onvoldoende gebruik van maken, terwijl er in de omgeving toch grote behoefte aan fietsparkeerplekken is. De aanwezigheid van een fietsenstalling op zich is nog geen garantie dat hij goed wordt gebruikt. Er kunnen diverse redenen zijn voor tegenvallend gebruik van een stalling. Naast slech­ te vindbaarheid speelt slechte toegankelijkheid per fiets vaak een rol: bijvoorbeeld een moeizaam openende toegangsdeur, te steile hellingbaan of te steile trap met fietsgoot, lastig te nemen bochten, etc. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de parkeerplekken beïnvloeden het gebruik, evenals de mogelijk­ heid om fietsen met bijzondere afmetingen te stallen en hoe stabiel gebruikers hun fiets kunnen parkeren in de voorziening28. Om goed te kunnen functioneren moeten fiets- en scooterstallingen aan kwaliteitseisen voldoen. In de gemeentelijke Bouwbrief 2015-130 (zie bijlage 4) besteden we hier aandacht aan. Ook de Leidraad Fietsparkeren29 gaat uitgebreid in op de kwaliteitseisen voor fietsenstallingen. In de volgende paragrafen hebben we de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid.

5.1 Toegankelijkheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goed toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn: • Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar (‘s avonds en ’s nachts goed verlicht) en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en). • De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming, • De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de stalling tot de hoofd-/neven-/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd. • De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, bakfietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.).

• H  et hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22% ; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm • Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden (zie verder de ‘Leidraad Fietspar­ keren’)30. • Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een makkelijk te bedienen drukknop of chipkaartlezer. • Voor bestemmingen voor kinderen gelden andere of extra eisen, waarin rekening gehouden wordt met het feit dat ze kleiner en minder sterk zijn dan volwassenen. Denk bijvoorbeeld aan het hellingspercentage van de trap. • Om een goede toegankelijkheid voor mensen met een beperking te bevorderen wordt aanbevolen de richtlijnen van het Handboek Toegankelijkheid31 te gebruiken.

Leidraad Fietsparkeren, CROW publicatie 291, hoofdstuk 6 zie Leidraad Fietsparkeren, CROW publicatie 291, hoofdstuk 6 30 zie Leidraad Fietsparkeren, CROW publicatie 291, p. 77 31 Handboek voor toegankelijkheid, over de ergonomie van buitenruimten, gebouwen en woningen, M. Wijk, 2013. 28 29

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

29

5.2 Inrichting en bruikbaarheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsenstalling zijn: • De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld. • De route in en vanuit de stalling naar de bestemming is logisch, snel en eenvoudig. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling. • De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden. • Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren. • Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van ‘Fietsparkeur’32 of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm . • De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 2300 mm zijn, want dubbellaags rekken zijn ongeschikt voor kinderen.

• De hart-op-hart-afstand tussen twee fietsparkeerplekken bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed; • De hart-op-hart-afstand tussen twee fietsparkeerplekken bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 400 mm breed voor zowel onder- als bovenlaag; • De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgangpad is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter; • De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor fietsen die afwijken van de standaard maten: • m  inimaal 5% van de plekken is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 100 mm breed );

32 33

30

zie www.fietsparkeur.nl voor meer informatie Percentages ontleend aan ‘Buitenmodel fietsen in stationsstallingen’, p. 8 (CROW-Fietsberaad, juni 2016); Programma van eisen fietsenstalling Leidseplein gaat uit van 40 m2 voor fietsen die niet in standaard rekken passen op een totaal van 2.000 fietsparkeerplaatsen.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

•

• •

•

• m  inimaal 15% van de plekken is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm)33; Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gesteld. De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers. De netto-afmetingen van een scooterparkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 750 mm breed x 1800 mm lang. Stallingen waar scooters met verbrandingsmotoren mogen staan, moeten aan de geldende milieu- en bouwvoorschriften voldoen, waaronder eisen aan de veiligheid (brand), aan installaties (ventilatie van rookgassen) en aan de kwaliteit van de vloerafwerking (vloeistofdichtheid).

Richtlijn 9 Bij het realiseren van stallingen voldoen deze - naast de wettelijke minimumeisen - aan de in hoofdstuk 5 beschreven kwaliteitseisen.

Bijlage 1: Zone-indeling parkeernormen fiets voor niet-woonfuncties Kaart 1: Zone-indeling normen fietsparkeren voor niet-woonfuncties

Zone 1: hoog fietsgebruik Zone 2: gemiddeld fietsgebruik Zone 3: laag fietsgebruik

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

31

Bijlage 2: Vertaling CROW-kencijfers in normen voor Amsterdam De basis voor de Amsterdamse fietsparkeernormen zijn de kencijfers voor fietsparkeren34 van het kenniscentrum CROW Fietsberaad. Deze kencijfers zijn algemeen geaccepteerd en veel gemeenten gebruiken ze als basis voor hun eigen fietsparkeernormen. Nieuwe functies We hebben in deze nota de door CROW gebruikte functie-indeling vrijwel ongewijzigd overgenomen. De kencijfers zijn bepaald op basis van de gemiddelde fietsparkeerbehoefte voor de veschillende functies. Deze gemiddelden zijn met 20% opgehoogd om rekening te houden met groei van het fietsgebruik. De kencijfers zijn gebaseerd op solitair gevestigde functies en houden geen rekening met dubbelgebruik. Dit vormt geen bezwaar voor het vaststellen van de fietsparkeerbehoefte bij toevoeging van nieuwe functies door nieuwbouw of herontwikkeling. Elke nieuwe functie creëert een nieuwe autonome fietsparkeerbehoefte, waarin de initiatiefnemer van de ontwikkeling duurzaam moet voorzien, in principe op eigen terrein.

Bovengrens spreiding Bij de vertaling van de CROW-kencijfers naar fietsparkeernormen voor Amsterdam hebben we deze uitgangspunten gehanteerd: • Amsterdam is sterk verstedelijkt; • het fietsgebruik in Amsterdam is zeer hoog (modal split 36%), met name binnen de ring A10. De kencijfers geven een gemiddelde per functie en een spreiding, die op basis van onderzoek zijn vastgesteld. Vanwege het intensieve fietsgebruik hebben we voor de Amsterdamse normen bijna altijd de bovengrens van de spreiding aangehouden, met uitzondering van de horecafuncties. Want dat leidt voor deze functies tot een onrealistisch hoge norm35.

Functies weglaten en toevoegen We hebben sommige functies weggelaten omdat ze praktisch niet voorkomen of omdat we ze onder een andere functie kunnen scharen. Zo is de functie ‘apotheek’ niet opgenomen omdat een apotheek vergelijkbaar is met een winkel. Bij horeca is gekozen voor de indeling die gebruikelijk is in bestemmingsplannen. Wel hebben wij bij horeca de categorie ‘hotels’ toegevoegd. Van deze categorie heeft CROW geen kencijfers. Uit eigen indicatief onderzoek blijkt dat de helft van de Amsterdamse hotelwerknemers de fiets gebruikt voor woon-werkverkeer. Daarnaast bieden steeds meer hotels huurfietsen aan, die ze vaak in de openbare

32

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

ruimte stallen. Het is belangrijk dat er bij nieuwe hotelontwikkelingen en functiewijzigingen naar hotel voldoende en goed toegankelijke fietsparkeerplaatsen op eigen terrein komen, voor zowel medewerkers als de huurfietsen voor de gasten.

Hogescholen, universiteiten, stations en o.v.-haltes Er zijn geen CROW-kencijfers voor hogescholen en universiteiten. Daarom is het bepalen van de fietsparkeereis voor deze functies maatwerk. Datzelfde geldt voor NS-stations en andere haltes van het openbaar vervoer. Bij deze functies is het bepalen van de fietsparkeerbehoefte en de vertaling daarvan in een fietsparkeereis altijd maatwerk. Dit is afhankelijk van het reizigersaanbod, de modal split, het vervoersaanbod en andere functies in de directe nabijheid van deze knooppunten.

Dubbelgebruik Bij ruimtelijke ontwikkelingen met meerdere functies kunnen we rekening houden met dubbelgebruik. Denk bijvoorbeeld aan een kantoor in combinatie met horeca. Het maatgevende moment met de grootste parkeervraag voor kantoren is de werkdagochtend; bij horecafuncties is dat vrijdag, zaterdag en zondag vanaf 18:00 uur. Dubbelgebruik is dan mogelijk, mits de fietsparkeerplekken voor het kantoor ook publiek toegankelijk zijn voor bezoekers van de horeca. Als dubbelgebruik mogelijk is, wordt er een fietsparkeerbalans gemaakt om het netto aantal benodigde fietsparkeerplaatsen te bepalen.

Niet opgenomen functies Niet alle functies zijn opgenomen in de normtabellen van CROW. Bij functies die niet opgenomen zijn, kijken we naar de parkeereis van een zoveel mogelijk overeenkomende functie. Als dat niet kan, wordt het maatwerk.

34 35

L eidraad fietsparkeren, CROW- publicatie 291, 2010 Dit sluit aan bij de ervaringen van de gemeenten Utrecht en Den Haag. Zij hebben in de praktijk ervaren dat gebruik van de kencijfers voor horeca tot een te hoge norm leiden.

De initiatiefnemer moet dan de fietsparkeerbehoefte van deze specifieke functie onderbouwen en het bevoegd gezag oordeelt of deze onderbouwing realistisch is.

CROW-kencijfers Hieronder zijn de kencijfers van CROW opgenomen. De tabelnummers zijn gelijk aan die in de CROW-publicatie ‘Leidraad Fietsparkeren’ (publicatienummer 291, 2010).

Kantoren Tabel 10. Fietsparkeerkencijfers voor kantoren Kantoor

locatie

kencijfer

spreiding gemeenten (min-max)

per

opmerking

validatie (*****)

Kantoor (personeel)

Centrum

1,7

1 - 2,9

1,2

0,7 - 2

Rest beb. kom

1,2

0,7 - 2

Buitengebied

0,7

0,4 - 1,2

Hoe meer gespecialiseerde functies, hoe lager het fietsgebruik. Ook de cultuur van de branche heeft invloed

***

Schil centrum

100 m2 bvo

Op NS-station

0,9

0,5 - 1,5

5

3-7

balie

Minimaal 10

**

Kantoor met balie (bezoekers)

Scholen Tabel 11. Fietsparkeerkencijfers voor basisscholen Basisscholen

schoolgrootte

kencijfer

spreiding gemeenten (min-max)

per

opmerking

validatie (*****)

Basisschool (leerlingen)

< 250 leerlingen

4,3

3-5

5,0

3,5 - 5,8

> 500 leerlingen

6,2

4,3 - 7,2

Bij een groter verzorgingsgebied meer fietsen en auto’s

**

250 tot 500

10 leerlingen

0,4

0,2 - 0,7

Basisschool (mede­ werkers)

10 leerlingen

*

Scholen Tabel 12. Fietsparkeerkencijfers voor middelbare scholen en ROC’s Middelbare scholen en ROC’s

locatie

kencijfer spreiding gemeenten (min-max)

per

opmerking

validatie (*****)

14

10 - 16

100 m2 bvo

Grote aantallen

*

Centrum

0,6

0,4 - 1,1

Schil centrum

0,5

0,3 - 0,9

100 m2 bvo

Rest beb. kom

0,4

0,2 - 0,7

ROC (leerlingen)

12

8 - 14

100 m2 bvo

ROC (medewerkers)

0,9

0,6-1

100 m2 bvo

Middelbare school (leerlingen) Middelbare school (medewerkers)

*

Op ov-locaties lager

* *

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

33

Winkelen en boodschappen doen Tabel 13. Fietsparkeerkencijfers voor winkelen en boodschappen doen Winkelen en boodschappen

locatie

kencijfer

spreiding gemeenten (min-max)

per

opmerking

validatie (*****)

Winkelcentrum

Binnen de beb. kom

2,7

1,5 - 4

100 m2 bvo

*

Supermarkt

Binnen de beb. kom

2,9

1,6 - 4,3

100 m2 bvo

**

Bouwmarkt

Binnen de beb. kom

0,25

0,1 - 0,4

100 m2 bvo

Tuincentrum

Binnen de beb. kom

0,4

0,2 - 0,6

Buiten de beb. kom

0,1

0,1 - 0,1

100 m2 bvo (totaal)

Vaak voldoende ruimte ** voor fietsparkeerplekken en eventueel * uitbreidingen

Horeca Tabel 14. Fietsparkeerkencijfers voor horeca Horeca en verblijfsrecreatie

locatie

kencijfer

spreiding gemeenten (min-max)

per

opmerking

validatie (*****)

Fastfoodrestaurant

Centrum en schil

29

16 - 45

locatie

Terras meetellen

*

Rest beb. kom

10

5 - 15

Buitengebied

5

3-7

Binnen de beb. kom

18

10 - 28

100 m2 bvo

Bv pannenkoekenhuis. Terras meetellen

*

Buiten de beb. kom

15

8 - 23

4

2-7

Restaurant (eenvoudig)

Restaurant (luxe)

34

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

* 100 m2 bvo

*

Gezondheidszorg en maatschappelijke voorzieningen Tabel 15. Fietsparkeerkencijfers voor gezondheidszorg en maatschappelijke voorzieningen Gezondheidszorg en maatschappelijke voorzieningen

kencijfer

spreiding gemeenten (min-max)

per

opmerking

validatie (*****)

Apotheek (bezoekers)

7

4 - 10

locatie

Kleine aantallen

*

Apotheek (medewerkers)

4

2-7

locatie

Kleine aantallen

*

Begraafplaats/ crematorium

5

3-8

gelijktij­ dige plechtigheid

Kleine aantallen

*

Gezondheidscentrum (bezoekers)

1,3

1-2

100 m2

*

Gezondheidscentrum (medewerkers)

0,4

0,3 - 0,7

100 m2

*

Kerk/moskee

40

22 - 62

100 zitplaatsen

Protestanten meer dan katholieken; moslims het minst

*

Ziekenhuis (bezoekers)

0,5

0,3 - 0,7

100 m2 bvo

Grote aantallen

*

Centrum

0,4

0,2 - 0,7

Grote aantallen

*

Schil centrum

0,4

0,2 - 0,6

100 m2 bvo

Rest beb. kom

0,2

0,1 - 0,4

Ziekenhuis (medewerkers)

locatie

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

35

Sport, cultuur en ontspanning Tabel 16. Fietsparkeerkencijfers voor sport, cultuur en ontspanning Sport, cultuur en ontspanning

locatie

kencijfer spreiding gemeenten (min-max)

per

3

2-5

100 m2 bvo

Centrum

7,8

4 - 12

Schil centrum

4,3

2-7

100 m2 bvo

Rest beb. kom

1,4

0,8 - 2,2

Centrum

5,0

3-8

Schil centrum

3,7

2 - 5,8

Rest beb. kom

2,0

1,1 - 3,1

Museum

0,9

Sporthal

Bibliotheek Bioscoop

Fitness

validatie (*****) *

Grote aantallen

*

100 m2 bvo

*

0,5 - 1,4

100 m2 bvo

*

2,5

1,4 - 3,9

100 m2 bvo

*

Sportveld

61

33 - 95

ha netto terrein

**

Sportzaal

4,0

2,2 - 6,2

100 m2 bvo

*

Stadion

9

5 - 14

100 zitplaatsen

Grote aantallen

*

Stedelijk evenement

32

18 - 50

100 bezoekers

Grote aantallen

*

Centrum

24

13 - 38

Grote aantallen

*

Schil centrum

21

11 - 33

100 zitpaatsen

Rest beb. kom

18

10 - 28

Zwembad (openlucht)

28

15 - 43

100 m2 bassin

Grote aantallen

*

Zwembad (overdekt)

20

11 - 32

100 m2 bassin

Grote aantallen

*

Theater

36

opmerking

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

* *

Overstapplaatsen Tabel 17. Fietsparkeerkencijfers voor overstapplaatsen Overstappen

locatie

kencijfer

spreiding gemeenten (min-max)

per

opmerking

validatie (*****)

Busstation

Schil centrum

42

23 - 61

halterende buslijn

*

Carpoolplaats

Rand beb. kom

0,8

0,5 - 1,3

autoparkeerplaats

*

Woningen Tabel 18. Fietsparkeerkencijfers voor woningen Woning

kencijfer 1

per

opmerking

kencijfer 2

per

validatie (*****)

Rij- en vrijstaande woning

1

kamer

Bij voorkeur plus 1

5-6

woning

***

Appartement (met fietsenberging)

0,75

kamer

Minimaal 2 plekken

2-3

woning

*****

Appartement (zonder fietsenberging)

0,25

kamer

Tbv buurtstallingen en fietstrommels. Heeft niet de voorkeur

0,5 - 1

woning

**

Studentenhuis

1

kamer

*

Opmerking De tabel betreft alleen de fietsparkeervoorzieningen voor bewoners. In de openbare ruimte moet daarnaast rekening gehouden worden met fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers (0,5 – 1 per woning)

Tabel 19. Oppervlak fietsenschuur bij woningen voor het stallen van fietsen (exclusief bergruimte) aantal fietsen

oppervlak (m2)

opmerking

2

4,1

haaks

3

5,8

haaks

4

7,3

45°

5

8,4

45°

6

9,5

45°

7

10,6

45°

8

11,8

45°

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

37

Bijlage 3: Scooterbezit en aandeel modal split scooter/fiets Tabel gemiddeld scooterbezit in Amsterdam per woning en per huishouden Bron: Jaarboek Amsterdam in Cijfers 2015 , tabel 1.2.1 en tabel 4.1.7 stadsdeel

Snor- fietsen

Brom- fietsen

totaal

woningvoorraad aantal scooters per woning

Centrum

3226

2303

5529

53932

0,10

Westpoort

85

194

279

104

0,26

West

4656

3911

8567

76990

0,11

Nieuw-West

6443

4315

10758

63803

0,17

Zuid

4840

3748

8588

78238

0,11

Oost

4275

3404

7679

63834

0,12

Noord

4328

3473

7801

41557

0,19

Zuidoost

1869

2339

4208

38638

0,11

Amsterdam

29722

23687

53409

417096

0,13

Aandeel scooter en fiets in modal split per stadsdeel Modal split van verplaatsingen met modaliteiten auto/OV/fiets/lopen/scooter (brom-en snorfietsen) Bron: OVIN 2011-2014 Stadsdeel

Scooter

Fiets

aandeel modal split brom+snor t.o.v. fiets

Centrum

3%

41%

6,3%

Noord

3%

21%

12,5%

West

2%

36%

6,3%

Nieuw-West

3%

18%

16,5%

Zuid

1%

38%

3,2%

Oost

1%

38%

2,1%

Zuidoost

1%

13%

5,7%

Totaal

2%

31%

6,2%

Onder scooters worden zowel brom- als snorfietsen verstaan. Aandeel scooter en fiets in modal split per motief Modal split van verplaatsingen met modaliteiten auto/OV/fiets/lopen/brom- en snorfiets Bron: OVIN 2011-2014

38

Scooter

Fiets

% Scooter t.o.v. fiets in modal split

Van en naar het werk

3%

33%

7,9%

Zakelijk bezoek in werksfeer

1%

20%

7,1%

Diensten/persoonlijke verzorging

3%

29%

11,3%

Winkelen/boodschappen doen

2%

30%

5,9%

Onderwijs/cursus volgen

1%

36%

3,1%

Visite/logeren

2%

24%

8,6%

Sociaal recreatief overig

2%

36%

5,2%

Toeren/wandelen

2%

17%

11,0%

Ander motief

1%

26%

2,7%

Totaal

2%

31%

6,2%

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

Vervolg bijlage 3: Berekening scooterparkeernormen Tabellen normen scooterparkeren voor niet-woonfuncties Voor het berekenen van de scooterparkeernorm is de fietsparkeernorm van een niet-woonfunctie (zie hoofdstuk 3) vermenigvuldigd met de verhouding fiets-scooter in de modal split per motief (zie tabellen hierboven. Deze fietsparkeernorm en het percentage fiets-scooter in de modal split per motief staan steeds vermeld in de laatste kolom van de onderstaande tabellen. Onderstaande tabellen 1 t/m 7: Berekening scooterparkeernormen voor niet-woonfuncties.

Tabel 1. kantoor - scooterparkeren norm aantal scooterparkeerplekken

per

berekening scooterparkeernorm

kantoor medewerkers

0,25

100 m2 bvo

2,9 x 7,9% = 0,25 motief van en naar werk

kantoor met balie bezoekers

0,6

balie werkplek

minimaal 1 spp per vestiging; 5 x 11,3% = 0,6 motief diensten/persoonlijke verzorging

norm aantal scooterparkeerplekken

per

berekening scooterparkeernorm

winkel/ supermarkt

0,25

100 m2 bvo

4 resp. 4,3 x 5,9% = o,25 motief winkelen en boodschappen doen

bouwmarkt/ tuincentrum

0,025

100 m2 bvo

0,4 resp. 0,6 x 5,9% = 0,025 motief winkelen en boodschappen doen

norm aantal scooterparkeerplekken

per

berekening scooterparkeernorm

horeca I, fastfood, cafetaria, snackbar, lunchroom, koffie/ theehuis, ijssalon, etc.

0,5

100 m2 bvo

10 x 5,2% = 0,5 motief sociaal recreatief overig norm 50% van horeca III

horeca II a en b IIa zaalverhuur, sociëteit IIb: dancing of discotheek

1

100 m2 bvo

20 x 5,2% = 1 motief sociaal recreatief overig norm gelijk aan horeca III

horeca III café of bar

1

100 m2 bvo

20 x 5,2% = 1 motief sociaal recreatief overig primair gericht op verstrekken dranken

horeca IV restaurant, eetcafé of bistro;

1

100 m2 bvo

20 x 5,2% = 1 motief sociaal recreatief overig primair gericht op verstrekken maaltijden; exclusievere zaken met lagere scooter/fietsparkeerbehoefte

horeca V hotel of pension

0,03

kamer

0,4 x 7,9% = 0,03 motief van en naar het werk

Tabel 2. detailhandel - scooterparkeren

Tabel 3. horeca36 - scooterparkeren

36 De indeling van de horecacategorieën sluit aan bij de gangbare indeling in bestemmingsplannen.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

39

Vervolg bijlage 3: Berekening scooterparkeernormen Tabel 4. gezondheidszorg en maatschappelijke voorzieningen - scooterparkeren norm aantal scooterparkeerplekken

per

berekening scooterparkeernorm

(para-)medische praktijk/ gezondheids-centrum bezoekers

0,022

100 m2 bvo

2 x 11% = 0,022 motief diensten / persoonlijke verzorging

(para-) medische praktijk/ gezondheids-centrum medewerkers

0,16

100 m2 bvo

2 x 7,9%= 0,16 motief van en naar werk

ziekenhuis bezoekers

0,06

100 m2 bvo

0,7 x 8,6% = 0,06 motief visite/logeren

ziekenhuis medewerkers

0,05

100 m2 bvo

0,7 x 7,9% = 0,05 motief van en naar werk

begraafplaats / crematorium/ kerk/ moskee

maatwerk

n.v.t.

Tabel 5. sport, cultuur en ontspanning - scooterparkeren norm aantal scooterparkeerplekken

per

berekening scooterparkeernorm

bibliotheek

0,26

100 m bvo

5 x 5,2% = 0,26 motief sociaal recreatief overig

bioscoop

0,62

100 m2 bvo

12 x 5,2% = 0,62 motief sociaal recreatief overig

fitness

0,42

100 m2 bvo

8 x 5,2%= 0,42 motief sociaal recreatief overig

museum

0,07

100 m2 bvo

1,4 x 5,2% = 0,07 motief sociaal recreatief overig

sporthal

0,2

100 m2 bvo

3,9 x 5,2% = 0,2 motief sociaal recreatief overig

sportveld

maatwerk

sportzaal

0,3

stadion

maatwerk

theater

2

100 zitplaatsen

38 x 5,2% = 2 motief sociaal recreatief overig

zwembad openlucht

2

100 m2 bassin

43 x 5,2% = 2 motief sociaal recreatief overig

zwembad overdekt

1,7

100 m2 bassin

32 x 5,2% = 1,7 motief sociaal recreatief overig

2

n.v.t. 100 m bvo 2

6,2 x 5,2% = 0,3 motief sociaal recreatief overig n.v.t.

Tabel 6. trein- en metrostations en overige OV knooppunten - scooterparkeren norm aantal parkeerplekken Berekening scooterparkeernormen treinstations, OV-knoop-punten maatwerk

40

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

n.v.t.

Tabel 7. onderwijs - scooterparkeren norm aantal scooterparkeerplekken

Per

berekening scooterparkeernorm

basisschool leerlingen

n.v.t.

10 leerlingen

scooter v.a. 16 jaar

basisschool medewerkers

0,06

10 leerlingen

0,7 x 7,9% = 0,06 motief van en naar werk

voortgezet onderwijs leerlingen

0,48

100 m2 bvo

16 x 3% = 0,48 motief onderwijs/cursus volgen

voortgezet onderwijs medewerkers

0,08

100 m2 bvo

1 x 7,9% = 0,08 motief van en naar werk

ROC leerlingen

0,42

100 m2 bvo

14 x 3% = 0,42 motief onderwijs/cursus volgen lagere norm bij locaties dichtbij OV-locaties

ROC medewerkers

0,08

100 m2 bvo

1 x 7,9% = 0,08 motief van en naar werk

hogeschool en universiteit

maatwerk

n.v.t.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

41

Bijlage 4: Bouwbrief 2015-130

Bouwbrief Regels en afspraken bouwen en wonen Amsterdam

Gemeenschappelijke fietsenberging bij een woongebouw Het Bouwbesluit stelt in artikel 4.31, lid 1, voor woningen een individuele fietsenberging verplicht van 5 m². In deze Bouwbrief wordt toegelicht hoe een gemeenschappelijke fietsenberging in combinatie met een inpandige berging zodanig kan worden ingericht dat dit als gelijkwaardig aan een individuele fietsenberging conform het Bouwbesluit wordt beschouwd door de gemeente Amsterdam. Een aantal aspecten is hierbij van belang: het aantal fietsplekken per woning, de eisen aan de inpandige berging in de woning, de bereikbaarheid en het beheer van de gemeenschappelijke fietsenberging. Als aan de onderstaande eisen wordt voldaan wordt het plan op grond van artikel 1.3 van het Bouwbesluit door de gemeente Amsterdam als gelijkwaardig beschouwd. Dit sluit overigens niet uit dat ook andere oplossingen mogelijk zijn.

Nummer 2015-130 maart 2015

Informatie Susanne Ritsma

Technische beleidsadviseur Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied telefoon 020 5678808 susanne.ritsma@odnzkg.nl

Aantal fietsplekken Het aantal fietsplekken per woning moet voldoen aan het onderstaande schema. Het is toegestaan om dubbele fietsenrekken toe te passen. Er dienen echter wel altijd twee plekken per woning in een laag rek beschikbaar te zijn. Gebruiksoppervlakte woning (m²)

Aantal plekken in fietsrek

Benodigde interne berging (m²)

< 50

2

n.v.t.

>50 - < 75

3

2,7

>75 - <100

4

2,7

>100

5

2,7

>125

6

2,7

Berging in de woning Aangezien de toelichting van het Bouwbesluit stelt dat een fietsenberging ook bedoeld is voor het opbergen van spullen, moet er een berging van 2,7 m² in de woning te worden gerealiseerd. Voor deze ruimte geldt dat:  De berging in één ruimte moet worden gerealiseerd.  Binnen het oppervlak van 2,7 m² het oppervlak dat een warmwatertoestel, een ruimteverwarmingstoestel of een andere gebouwgebonden installatie inneemt niet mag worden meegerekend. Makkelijke bereikbaarheid Fietsenbergingen conform het Bouwbesluit worden in de stedelijke omgeving meestal gesitueerd onder het maaiveld, waarbij men lange gangen en meerdere deuren door moet om deze te bereiken. De slechte bereikbaarheid van deze bergingen is vaak reden voor bewoners om hun fietsen buiten te parkeren. Een makkelijker bereikbare gemeenschappelijke fietsenberging is dan een meerwaarde en een compensatie voor het feit dat bewoners geen privé fietsenberging hebben. De makkelijke bereikbaarheid is daarom een voorwaarde voor het toestaan van de gemeenschappelijke fietsenberging. De bereikbaarheid is een samenspel van een aantal factoren. Bij een bouwplan waarbij men aanspraak wil maken op deze gelijkwaardigheid dient er bij de aanvraag omgevingsvergunning een onderbouwing te worden gevoegd ten aanzien van de bereikbaarheid. Onderstaande aspecten dienen hierbij in ieder geval aan de orde te komen.

Per aspect is aangegeven of het de bereikbaarheid positief of negatief beïnvloedt.

Colofon De Bouwbrief is een uitgave van de Gemeente Amsterdam en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Redactieadres Margit Assenberg Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied telefoon 023-5678019 margit.assenberg@odnzkg.nl

Bouwbrief Voor aan- of afmeldingen van de bouwbrief en voor het bouwbriefarchief gaat u naar www.amsterdam.nl/bouwbrief

Disclaimer www.amsterdam.nl/bouwbrief

42

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

Bouwbrief Bereikbaarheidsaspect

Negatief of positief

+

Fietsenberging bereikbaar via 1 deur

-

Fietsenberging bereikbaar via meer dan 1 deur

+

Elektronische sloten op de deuren naar de fietsenberging

+

Fietsenberging gelegen op maaiveld niveau

-

Fietsenberging gelegen onder of boven maaiveld (laag -1 of laag +1)

+

Hoogteverschil wordt overbrugd door hellingbaan Hoogteverschil wordt overbrugd door een lift die geschikt is voor het meenemen van fietsen

+

Hoogteverschil wordt overbrugd door trap, maar met elektrische ondersteuning voor de fiets

+ -

Hoogteverschil wordt overbrugd door trap met fietsgoten Loopafstand van de toegangsdeur van het woongebouw, naar de fietsenstalling en daarna naar de entreehal of het stijgpunt onder deze entreehal < 25 meter

+

Loopafstand van de toegangsdeur van het woongebouw, naar de fietsenstalling en daarna naar de entreehal of het stijgpunt onder deze entreehal > 25

-

Ruimte voor/ tussen de fietsplaatsen > 2 m

+

Ruimte voor/tussen de fietsplaatsen < 2 m

-

Beheer Bij een gemeenschappelijke fietsenberging is een goed beheer van belang. Er worden de volgende eisen gesteld:  In overleg met een notaris moet worden gekeken hoe privaatrechtelijk wordt vastgelegd dat ieder appartement het aantal plekken krijgt toegewezen conform het eerste schema van deze Bouwbrief. Tevens moeten er afspraken over gebruik en beheer in het huishoudelijke reglement worden opgenomen.  De fietsplekken moeten worden genummerd met de huisnummers van de woningen waartoe ze behoren. De toegewezen plekken van een woning liggen bij elkaar en er zijn per woning ten minste 2 plekken in een laag rek. Bij de aanvraag omgevingsvergunning dient te worden aangegeven op welke wijze er aan bovenstaande wordt voldaan.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

43

Bijlage 5: Definities van belangrijke begrippen Bruto vloeroppervlak (bvo)

Maatgevend moment

De vloeroppervlakte van één of meerdere ruimten van een vastgoedobject, gemeten op vloerniveau volgens NEN 2580.

Het tijdstip van de dag waarop de parkeerbehoefte het grootste is.

CROW Onafhankelijk kennisinstituut op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer. CROW ontwikkelt onder andere kencijfers op het gebied van verkeersgeneratie en fietsparkeren.

Vervoerwijzekeuze, de mate waarin een bepaald vervoermiddel gebruikt wordt. Meestal geeft de modal split de verhouding aan van het aantal reizigerskilometers of verplaatsingen per auto, trein, bus/metro/tram, fiets, bromfiets/snorfiets en lopen.

Dubbelgebruik

Parkeerbalans

Bij dubbelgebruik wordt dezelfde parkeerplaats gebruikt voor verschillende functies. De parkeerplaats moet dan altijd vrij toegankelijk zijn voor de gebruikers van deze functies. Volledig dubbelgebruik is alleen mogelijk als het maatgevende moment waarop de parkeerbehoefte het hoogst is, niet samenvalt voor de verschillende functies. In de praktijk is er altijd overlap tussen de parkeerbehoeftes van de verschillende functies.

In een fietsparkeerbalans wordt onderbouwd of en in welke mate dubbelgebruik van parkeerplaatsen bij verschillende functies mogelijk is. Hierbij wordt niet alleen rekening gehouden met het maatgevende moment maar ook met overlap in het gebruik door de verschillende functies.

Fietsparkeerplaats De ruimte die nodig is om een gangbare fiets te kunnen stallen: lengte 2000 mm, hoogte 1200 mm, stuurbreedte 650 mm en banddikte tot 40 mm. De gangpaden hebben een minimale breedte van 2100 mm en de hoofdgangpaden een minimale breedte van 3000 mm.

Gebruiksvloeroppervlak (gvo) Het gebruiksvloeroppervlak wordt bepaald door conform NEN 2580 van het bvo af te trekken: het (grond)oppervlak van dragende wanden, vides en trapgaten indien groter dan 4 m2, ruimten met een vrije hoogte lager dan 1,5 meter, afzonderlijke constructies groter dan 0,5 m2 en leidingschachten indien groter dan 0,5 m2.

44

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

Modal split

Parkeereis De parkeereis is het vereiste aantal parkeerplekken dat de initiatiefnemer op basis van de parkeernormen moet realiseren en in stand houden.

Scooter In deze nota gebruiken we ‘scooter’ als verzamelbegrip voor bromfietsen en snorfietsen.

Scooterparkeerplaats De ruimte die nodig is om een gangbare tweewielige scooter te kunnen stallen: lengte 1800 mm x, breedte 750 mm. De gangpaden zijn minimaal 210 mm breed en de hoofdgangpaden minimaal 3000 mm breed.

Bijlage 6: Gebruikte literatuur • Leidraad Fietsparkeren, CROW-uitgave 291, december 2010 • A  msterdamse Thermometer van de bereikbaarheid, Gemeente Amsterdam, 2015 (https://issuu.com/ gemeenteamsterdam/docs/amsterdamse_thermometer_bereikbaarh/1?e=19262377/31717009) • Bouwbesluit 2012 http://wetten.overheid.nl/BWBR0030461/2015-11-24 • B  ouwbrief 2015-130, Gemeente Amsterdam 2015 (https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/bouwenverbouwen/bouwbrieven-0/bouwbrieven-0/bouwbrief-2015-130/) • P  arkeren in het omgevingsrecht, van technische onderbouwing tot juridisch breekpunt, mr. D.S.P. RoelandsFransen, mr. L. van der Meulen, ir. A.E.M. van de Reijt, drs. D. van Beusekom. Gst. 2016/53 (http://blogomgevingsrecht.nl/files/2016/05/Gst.-7437_53.pdf) • Buitenmodelfietsen in stationsstallingen, verkenning en oplossingen, CROW Fietsberaad, juni 2016 • P  rogramma van Eisen Fietsenstalling Leidseplein ten behoeve van referentieontwerp - concept 1.4, Gemeente Amsterdam, september 2013 • N  ormstellend document meerlaags fietsparkeren Versie 1.0, Stichting Fietsparkeur, oktober 2011 (http://www.fietsparkeur.nl/normtekst%20dubbellaags.pdf). • O  nderzoeksrapport Fietsparkeren rond locatie Leeuwenburg & Amstelcampus van de Hogeschool van Amsterdam, Minor Urban Logistics Praktijkopdracht. Hogeschool van Amsterdam 2016 • P  rogramma Transformaties 2015-2018.

Gemeente Amsterdam, 21 mei 2015. https://www.amsterdam.nl/publish/pages/768187/programma_transformaties_2015-2018.pdf

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

45

Kop

COLOFON Uitgave: Gemeente Amsterdam, Verkeer & Openbare Ruimte Amsterdam, maart 2018 Tekst en redactie: Gemeente Amsterdam, Verkeer & Openbare Ruimte Vormgeving: Atlantic Crossings b.v. Fotografie: Fotobank Amsterdam M. Woiski, R. Dronkers

Meer informatie: Gemeente Amsterdam, Verkeer & Openbare Ruimte, Postbus 95089 | 1090 HB Amsterdam | telefoon 14020 www.amsterdam.nl/parkeren-verkeer/fiets/fietsbeleid/ parkeernormen-fietsenscooter Copyright Verkeer & Openbare Ruimte (V&OR) Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. V&OR aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onjuistheden/onvolledigheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10546756/1