CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

NOTA PARKEERNORMEN FIETS EN SCOOTER def 19 mrt 2018.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 30 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Evaluatie nota's parkeernormen (ZD2021-006253)14.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Datum van publicatie 19 maart 2018

Inhoudsopgave Voorwoord

4

Samenvatting

5

1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Wat willen we bereiken? Waarom verschil in normen voor fiets en scooter? Geen oplossing voor bestaand tekort Wat voegt deze nota toe aan de bestaande regelgeving? Leeswijzer

7 7 8 8 8 9

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Toepassing van de parkeernormen Juridische basis voor de parkeernormen Parkeren op eigen terrein Bepalen van de parkeereis Parkeerbalans en dubbelgebruik Afwijken van de fietsparkeernorm Uitvoering door advies- en toetspunt parkeren Monitoring en evaluatie Inwerkingtreding

10 10 10 11 11 12 15 15 15

3. Normen en voorschriften voor fietsparkeren 3.1 Drie zones voor toepassing van de normen fietsparkeren 3.2 Normen fietsparkeren voor niet-woonfuncties 3.3 Voorschriften fietsparkeren bij woningen 3.3.1 Berging voor fietsen verplicht bij nieuwbouw 3.3.2 Voorkeur voor gemeenschappelijke fietsenberging 3.3.3 Fietsenberging niet verplicht bij verbouw/herbestemming bestaande gebouwen. 3.3.4 Bestaande bouw en transformatieprojecten 3.3.5 Parkeerplekken voor bezoekers van woningen

22 23

4. 4.1 4.2

Normen scooterparkeren Normen scooterparkeren bij nieuwe woningen Normen scooterparkeren bij niet-woonfuncties

24 24 24

5. 5.1 5.2

Kwaliteitseisen stallingen Toegankelijkheid Inrichting en bruikbaarheid

29 29 30

Bijlage 1: Kaart 1: Zone-indeling voor niet-woonfuncties Bijlage 2: Vertaling CROW-kencijfers in normen voor Amsterdam Bijlage 3: Scooterbezit en aandeel modal split scooter/fiets Bijlage 4: Gemeentelijke Bouwbrief 2015-130 Bijlage 5: Definities van belangrijke begrippen Bijlage 6: Gebruikte literatuur

16 16 17 21 21 21 21

31 32 38 42 44 45

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

3

Voorwoord Amsterdammers maken gemiddeld per dag 665.000 fietsritten, samen goed voor maar liefst twee miljoen kilometer elke dag weer. Dat is mooi want fietsen is gezond en het draagt bij aan een bereikbare en aantrekkelijke stad. Het toenemende gebruik van de fiets betekent ook dat er meer fietsen op straat worden geparkeerd. Rond stations en in drukke uitgaansgebieden pakken we dit aan met regelgeving, handhaving én de bouw van nieuwe fietsparkeerplekken. Dat doen we samen met partners op de drukke stationslocaties. Als stad maken we een enorme groei door. Er wordt volop gebouwd om het toenemende aantal Amsterdammers te kunnen huisvesten. Amsterdammers die vaak meer dan één fiets hebben. In dat licht wordt het steeds belangrijker om te zorgen dat er bij nieuwbouw en transformatieprojecten ook voldoende parkeergelegenheid voor de fiets gebouwd wordt. En niet alleen voor de fiets. Het aantal scooters, en daarmee de parkeerbehoefte, is de afgelopen jaren ook sterk toegenomen. Om te voorkomen dat de gestalde fietsen en scooters steeds meer beslag leggen op de openbare ruimte is nu er de nota ‘Parkeernormen Fiets en Scooter’. De nota beschrijft het beleidskader waarin normen en richtlijnen zijn bepaald voor parkeervoorzieningen op eigen terrein, al dan niet inpandig.

Zo dragen de nieuwe Amsterdamse woon- en werkgebieden ook bij aan een bereikbare, aantrekkelijke en gezonde stad voor ons allemaal. En dat is nodig, want zo kunnen we samen blijven genieten van onze openbare ruimte. Pieter Litjens Wethouder Verkeer en Vervoer Gemeente Amsterdam 847.000 TOTAAL AANTAL AMSTERDAMSE FIETSEN

Bezit snorfietsen, 2015-2016

OVERIG LOPEN FIETS OV 180 AUTO

Zuidoost

Zuid

GEMIDDELD AANTAL FIETSEN PER HUISHOUDEN, 2015

Aantal fietsen per huishouden 2013-2015

AANTAL VERPLAATSINGEN (X 1.000) PER UUR VAN DE DAG DOOR AMSTERDAMMERS OP EEN GEMIDDELDE WERKDAG, 2015

160

6,1

TEVREDENHEID ONDER BEWONERS OVER AANBOD FIETSPARKEERVOORZIENINGEN PER STADSDEEL, 2015

1,91

+10%

5,6 5,7

West

Centrum

Aandeel Amsterdammers met een elektrische fiets 2013-2016

6,0 6,0 6,1

Oost

5,3

AANTAL HUISHOUDENS

Noord

+5%

Nieuw-West

442.693

24

+18%

6

37

140 5

120

72 5

100 80

4 11

5 21

60

41

10

4

6

35 65

29 51 34

33

42

52

52

33 33

35

42

18 16

12

15

23

24

31

37

13 32 16

7

8

9

10

24

11

33

12

31

13

31

14

31

15

16 13

25

14

15

5

36

30 4 21

9

20

37

37

23

40

39

52

43

40

16

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

8

27

29

12

30

17

18

19

11 18

25

42

Aantal fietsverplaatsingen, 08.00-09.00 uur 7

7 19 2

9

3 10

17

13

20

21

22

23

72.000

Gebruik fiets onder jongeren, 12-17 jaar 2015

55%

Samenvatting De sterke groei van het fietsverkeer en het toenemende scootergebruik hebben geleid tot grote aantallen geparkeerde fietsen en scooters in de openbare ruimte. Met als gevolg een steeds groter ruimtebeslag op de openbare ruimte. Met de ‘Nota Parkeer­ normen Fiets en Scooter’ kan bij nieuwe ontwikkelingen of herontwikkelingen worden voorkomen dat de parkeerbehoefte op de openbare ruimte wordt afgewenteld. In de nota zijn normen en richtlijnen uitgewerkt voor parkeervoorzieningen Voor niet-woonfunc­ ties wordt het verplicht om voldoende en goede fietsparkeervoorzieningen te realiseren op eigen terrein. Bij nieuw te bouwen woningen is die verplichting voor fietsen vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Voor niet-woonfuncties moet de verplichting vastgelegd worden langs de weg van bestemmingsplannen. Voor scooters zijn de normen niet verplicht. Beleid

Functies en parkeereis

De nota ’Parkeernormen Fiets en Scooter’ is het beleidskader op basis waarvan we bij ruimtelijke (her-)ontwikkelingen eisen stellen aan de parkeervoorzieningen bij niet-woonfuncties. Deze eisen zijn vertaald in bindende beleids­regels voor fietsen. Voor scooters zijn de normen voor parkeer­voorzieningen niet bindende richtlijnen. Uitgangspunt voor zowel fiets- als scooterparkeren is dat dit op eigen terrein wordt geregeld, al dan niet inpandig. De beleidsregels gelden alleen voor fietsparkeren bij niet-woonfuncties, zoals kantoren, horeca en bedrijven. Ze worden via een regel vastgelegd in bestemmingsplannen. De richtlijnen gelden voor parkeren van fietsen en scooters bij woon-functies en voor parkeren van scooters bij niet-woonfuncties. Ook gelden er richtlijnen voor (inpandige) parkeervoorzieningen voor fietsen en scooters. De richtlijnen zijn niet bindend.

Een gebouw of project heeft een of meer functies die bepalend zijn voor de parkeerbehoefte. We bepalen de minimum parkeereis voor de fiets door de parkeernorm te vermenigvuldigen met de omvang van de functies in een project. Veel voor­komende functies zijn: kantoren, horeca, onderwijs, winkels en uitgaansgelegenheden. De functie bepaalt mede of er kort of lang en of er juist veel of weinig wordt geparkeerd.

Voorkeur voor gezamenlijke stalling bij woning

Afwijken van de parkeereis

Het Bouwbesluit 2012 verplicht ontwikkelaars om bij nieuwe woningen een individuele (fietsen)berging te realiseren, maar biedt ook ruimte voor gelijkwaardige alternatieven. Wij hebben als gelijkwaardig alternatief een voorkeur voor een gezamenlijke fietsenstalling. Bewoners zullen die beter benutten voor het parkeren van hun fiets dan een individuele berging. Zo voor­ komen we dat geparkeerde fietsen van bewoners de openbare ruimte onnodig belasten.

In sommige situaties kunnen we afwijken van de parkeereis. In principe kan dit alleen bij bestaande bouw en/of bij functies die kort parkerende bezoekers aantrekken, mits de impact op de omliggende open­bare ruimte acceptabel is. Als de gemeente toestaat af te wijken van de fietsparkeereis, kan ze als voorwaarde stellen dat de initiatiefnemer bijdraagt in de kosten van extra fietsparkeervoorzieningen.

Parkeernormen voor fiets bij niet-woonfuncties

De parkeernormen voor scooters zijn afgeleid van de parkeernormen voor de fiets. Basis hiervoor is de modal split1. De parkeernorm bij woningen is gebaseerd op het ge­middelde scooterbezit per woning in Amsterdam (2015). Vanaf 1 januari 2018 geldt er een milieuzone voor scooters. Ook heeft de gemeente het voornemen om

Op basis van de kencijfers van het landelijke kennis­ instituut CROW zijn fietsparkeernormen ontwikkeld voor niet-woonfuncties. Het vaststellen van het minimaal vereiste aantal parkeerplekken noemen we de fietsparkeereis. Soms vraagt dit om maatwerk.

Dubbelgebruik In sommige gevallen is er sprake van dubbelgebruik. Dat betekent dat er op verschillende tijden en voor verschillende functies gebruik wordt gemaakt van dezelfde parkeerplekken. De parkeereis kan dan lager uitvallen. Als de initiatiefnemer zich op dubbelgebruik wil beroepen, moet hij dit onderbouwen.

Parkeernormen voor scooters

1

 e modal split is de verdeling van de verplaatsingen over de vervoerwijzen D (modaliteiten).

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

5

snorfietsen op veel locaties van het fietspad naar de rijbaan te verplaatsen in combinatie met een helmplicht. Het is onbekend welke effecten dit op de ontwikkeling van het scooterverkeer heeft. Daarom worden de normen voor scooterparkeren nu niet bindend. Na 2 jaar evalueren we of bindende normen nodig zijn.

Kwaliteitseisen stalling Het daadwerkelijke gebruik van een fietsenstalling hangt sterk af van de kwaliteit ervan. In deze nota hebben we kwaliteitseisen opgenomen om het realiseren van toegankelijke en bruikbare stallingen te bevorderen.

Beleidsregels Om bouwplannen te kunnen toetsen aan de nota ‘Parkeernormen Fiets en Scooter’ verwijzen we in bestemmingsplannen naar het geldende beleid. Er zijn vijf bindende beleidsregels waaraan de gemeente bouwplannen toetst. De beleidsregels gelden alleen voor fietsparkeren bij niet-woonfuncties. • Beleidsregel 1: Parkeervoorzieningen voor fietsen bij niet-woonfuncties komen altijd op eigen terrein, al dan niet inpandig, tenzij wordt voldaan aan tenminste één van de afwijkingscriteria. • Beleidsregel 2: Voor het bepalen van de parkeereis voor fietsen bij niet-woonfuncties hanteert de gemeente de toepassings­regels voor parkeernormen. Bij dubbelgebruik kunnen we de parkeereis naar beneden bijstellen, mits de initiatiefnemer dit onderbouwt met een parkeerbalans. Afwijken van de parkeernormen en het ‘eigen terrein’-principe kan, mits voldaan wordt aan de afwijkingscriteria. • Beleidsregel 3: Bij niet-woonfuncties kan de gemeente kan aan een initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling een financiële bijdrage vragen, als door het afwijken van de parkeernormen voor de fiets de gemeente extra parkeervoorzieningen moet maken. •B  eleidsregel 4: Voor het toepassen van de fietsparkeernormen bij niet-woonfuncties verdelen we Amsterdam in drie zones met een hoge, gemiddelde of lage fietsparkeerdruk. Deze zijn in zone 1 het hoogst (zie kaart 1 in paragraaf 3.1).

• Beleidsregel 5: Bij niet-woonfuncties bepaalt de gemeente bepaalt de minimum fietsparkeereis aan de hand van de normen voor fietsparkeren.

Richtlijnen Er zijn richtlijnen voor het parkeren van scooters bij woningen en niet-woonfuncties, voor fietsparkeervoorzieningen bij woningen en voor de toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid van de parkeervoorzieningen voor fiets en scooter. De richtlijnen zijn niet bindend. • Richtlijn 1: Parkeervoorzieningen voor scooters bij niet-woonfuncties komen altijd op eigen terrein, al dan niet inpandig, tenzij voldaan wordt aan tenminste één van de afwijkingscriteria. • Richtlijn 2: Voor het bepalen van de parkeereis voor scooters bij niet-woonfuncties hanteert de gemeente de toepassingsregels voor parkeernormen. • Richtlijn 3: Bij niet-woonfuncties kan de gemeente aan de initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling een financiële bijdrage vragen, als door het afwijken van de parkeernormen voor de scooter de gemeente extra parkeervoorzieningen moet maken. • Richtlijn 4: Bij woningen heeft een gezamenlijke fietsenstalling conform de gemeentelijke Bouwbrief 2015-130 de voorkeur boven individuele bergingen zoals voorgeschreven in het Bouwbesluit 2012. • Richtlijn 5: Bij woningen die ontstaan door transformatie van bestaande bouwwerken, realiseert de initiatiefnemer voldoende fietsparkeer­ voorzieningen voor bewoners en bezoekers. De gemeente heeft een voorkeur voor een gezamenlijke stalling voor bewoners.

• Richtlijn 6: De initiatiefnemer realiseert voor bezoekers van woningen minimaal 0,5 fietsparkeerplaats per woning. • Richtlijn 7: Bij nieuwe woningen is de minimum parkeernorm voor scooters 0,13 parkeerplek per woning. Bij het bepalen van de parkeereis wordt de uitkomst (norm x aantal woningen) naar boven afgerond op een heel getal. De parkeerplekken worden op eigen terrein gerealiseerd. • Richtlijn 8: De gemeente bepaalt de minimum parkeereis voor scooters bij niet-woonfuncties op basis van de normen scooterparkeren (zie de tabellen in hoofdstuk 4). • Richtlijn 9: Bij het realiseren van stallingen voldoen deze - naast de wettelijke minimumeisen - aan de in hoofdstuk 5 beschreven kwaliteitseisen.

Overzicht beleidsregels en richtlijnen

6

Niet-woonfuncties

Woonfuncties

Parkeren van fietsen

Beleidsregels 1 t/m 5

Richtlijn 4, 5 en 6 (en verplichte eis Bouwbesluit 2012)

Parkeren van scooters

Richtlijn 1, 2, 3 en 8

Richtlijn 7

Stallingen voor fietsen en scooters

Richtlijn 9

Richtlijn 9

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

1. Inleiding Het fietsgebruik is de afgelopen vijfentwintig jaar met ruim 50% gegroeid.2 Amsterdammers fietsen massaal en houden de stad daarmee leefbaar, bereikbaar en aantrekkelijk. Voor 36% van alle verplaatsingen pakken inwoners de fiets3. De keerzijde van de enorme populariteit van de fiets zien we op straat. Veel Amsterdammers parkeren hun fiets in de openbare ruimte. Op plekken waar de drukte toch al groot is en de openbare ruimte schaars. Ook het bezit en het gebruik van scooters4 zijn de laatste 10 jaar sterk gegroeid5. Daarom zijn in deze nota eveneens parkeernormen voor scooters opgenomen. 1.1 Wat willen we bereiken? We willen voorkomen dat Amsterdammers hun fiets of scooter bij nieuwe woningen of voorzieningen in de openbare ruimte moeten stallen en zo een groot beslag leggen op die ruimte. Daarom stellen we eisen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. We maken hierbij onderscheid tussen fiets en scooter. In deze nota stellen we bindende fietsparkeernormen voor niet-woonfuncties vast en niet bindende parkeernormen voor scooters. Daarmee willen we • zorgen dat er voldoende ruimte is en blijft voor groen, voetgangers, fietsers, spelende kinderen, terrassen, winkelend publiek, etc.; • zorgen voor een rustiger straatbeeld; • het parkeren van fietsen en scooters faciliteren; • het risico op diefstal, vandalisme en beschadigen van fietsen en scooters verkleinen.

Initiatiefnemers bij nieuwbouw en herontwikkeling moeten in hun plannen voldoende parkeervoorzieningen voor de fiets opnemen. Het vereiste aantal fietsparkeerplekken bepaalt de gemeente aan de hand van parkeernormen, die verschillen per functie. Door de beleidsregels uit deze nota te verankeren in bestemmingsplannen, wordt het verplicht om voldoende (inpandige) stallingsvoorzieningen te realiseren bij niet-woonfuncties, zoals kantoren, winkels, scholen, restaurants, etc. We vragen initiatiefnemers van publiekstrekkende bestemmingen ook parkeervoorzieningen voor scooters op eigen terrein te realiseren. Dat geldt ook voor bedrijven waar veel medewerkers op de scooter naar hun werk komen.

 ron: Amsterdamse Thermometer Bereikbaarheid 2016, B Gemeente Amsterdam. Verplaatsingen van toeristen en fietsritten van en naar het treinstation zijn in de genoemde cijfers niet meegenomen. 3 Bron: Amsterdamse Thermometer Bereikbaarheid 2016, Gemeente Amsterdam. 4 In deze nota gebruiken we ‘scooter’ als verzamelbegrip voor bromen snorfietsen. 5 Bron: Amsterdamse Thermometer Bereikbaarheid 2016, Gemeente Amsterdam. 2

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

7

1.2 Waarom verschil in normen voor fiets en scooter?

1.4 Wat voegt deze nota toe aan de bestaande regelgeving?

Voor fietsen zijn de parkeernormen bindend. Met bijna 850.000 fietsen in de stad en een fietsbezit van bijna 80% is het ruimtebeslag van gestalde fietsen groot. Het gevolg is dat er op veel plaatsen nauwelijks nog ruimte is voor andere gebruikers en functies. Tegelijkertijd willen we het fietsverkeer faciliteren door voldoende goede en veilige stallingsvoorzieningen te realiseren. Voor scooters zijn de normen niet bindend. Weliswaar neemt een scooter tenminste twee keer zoveel ruimte in beslag als een fiets, maar het aantal van zo’n 57.000 valt in het niet bij het aantal fietsen. In 2018 wordt een milieuzone voor scooters van kracht. De gemeente zal naar verwachting in de tweede helft van 2018 de snorfietsen/-scooters binnen de Ring A10 verplaatsen van het fietspad naar de rijbaan in combinatie met een helmplicht.

Regels voor fietsparkeren zijn niet nieuw. Voor nieuwe woningen schrijft het landelijk geldende Bouwbesluit 2012 een (fietsen-)berging voor. Voor niet-woonfuncties, zoals kantoren, horeca en winkels, zijn de voorschriften uit het Bouwbesluit 2003 nog van kracht. Het rijk heeft besloten deze landelijke voorschriften te laten vervallen met ingang van 2022. Gemeenten die deze eis willen handhaven, dienen daarvoor beleid op te stellen. In deze nota is dit beleid uitgewerkt.

Het is niet te voorzien welke effecten dit heeft op de ontwikkeling van het scooterverkeer. Daarom worden de normen voor scooterparkeren nu niet bindend. We adviseren ontwikkelaars van nieuwbouw om ze wel toe te passen, zeker als er veel bezoekers en/of werknemers op de scooter worden verwacht. We gaan monitoren hoe het scootergebruik zich ontwikkelt. Over 2 jaar evalueren we of bindende normen nodig zijn.

1.3 Geen oplossing voor bestaande tekort Met de normen in deze nota lossen we niet het huidige tekort op aan parkeerplekken voor fietsen en scooters. Dat tekort bestrijden we met de maatregelen uit het Kader Fietsparkeren, die zich vooral richten op het optimaal benutten van beschikbare parkeerplekken. We handhaven met de medio 2016 ingestelde regels, waarbij binnen de ring A10 (ten zuiden van het IJ) fietsen en scooters maximaal zes weken onafgebroken op dezelfde plek geparkeerd mogen staan, bij NS-stations en het Leidseplein is dit maximaal twee weken. Als er dan toch meer parkeerplekken nodig zijn, maken we extra voorzieningen. Voorbeelden zijn de ondergrondse stallingen die we onder andere bouwen onder het Leidseplein en Beursplein en bij het Centraal Station. Zo zorgen we dat fietsers een parkeerplek kunnen vinden en dat er in de openbare ruimte voldoende ruimte overblijft.

8

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

Sinds 2003 is het Amsterdamse fietsgebruik sterk gegroeid. De voorschriften uit het Bouwbesluit sluiten niet meer aan bij de sterk toegenomen fietsparkeerbehoefte. Daarom worden nu vaak te weinig fietsparkeerplekken gerealiseerd bij nieuwe kantoren en voorzieningen. Dankzij een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening kan elke gemeente regels toevoegen aan een bestemmingsplan, die verwijzen naar gemeentelijk beleid. Op deze manier kunnen wij via een bestemmingsplan zorgen voor voldoende parkeervoorzieningen voor fietsen bij niet-woonfuncties. Andere gemeenten hebben inmiddels fietsparkeernormen vastgesteld (Utrecht en Den Haag) of in voorbereiding (Rotterdam).

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 lichten we toe hoe we de normen voor fietsparkeren en scooterparkeren toepassen. Uitgangspunt is dat initiatiefnemers bij een ruimtelijke ontwikkeling voldoende parkeervoorzieningen realiseren op eigen terrein, al dan niet inpandig. Verder komen de juridische borging in bestemmingsplannen aan bod het bepalen van de parkeereis, de afwijkingscriteria, de monitoring en evaluatie en tenslotte de inwerking­ treding van de parkeernormen.

toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid. De bijlagen bevatten de CROW-kencijfers voor fietsparkeren met uitleg over de vertaling naar fietsparkeernormen en de gegevens over het bezit en gebruik van scooters. Ook de gemeentelijke Bouwbrief 2015-130 over de gezamenlijke fietsenstalling als alternatief voor de individuele berging is opgenomen als bijlage, evenals een begrippenlijst, de kaart met de zone-indeling voor de fietsparkeernormen en een literatuurlijst.

In hoofdstuk 3 en 4 beschrijven we de parkeernormen voor de fiets en de scooter. Op basis van deze normen bepalen we de parkeereis. Hoofdstuk 3 bevat de zone-indeling en tabellen met normen voor fietsparkeervoorzieningen voor niet-woonfuncties. Voor woningen worden de voorschriften uit het landelijke Bouwbesluit toegelicht. In hoofdstuk 4 beschrijven we de parkeernormen voor scooters. In hoofdstuk 5 geven we richtlijnen voor de kwaliteit van stallingen om optimaal gebruik van deze stallingen te bevorderen. Uitgangspunt is dat de gebruiker er makkelijk en snel zijn tweewieler kan stallen. Belangrijkste criteria voor de kwaliteit zijn

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

9

2. Toepassing van de parkeernormen Bij de planvorming van bouwinitiatieven is het voortaan verplicht om te zorgen voor voldoende en goede parkeervoorzieningen voor fietsen bij niet-woonfuncties. Bij nieuwbouw van woningen eist het landelijke Bouwbesluit een (fietsen)berging. De normen en het toepassingskader in deze nota bepalen wat de minimale eisen zijn, die we bij verschillende niet-woonfuncties stellen aan deze fietsparkeervoorzieningen. Deze normen zijn niet alleen van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook op herontwikkeling en bestemmingswijzigingen9. De initiatiefnemers daarvan moeten de benodigde fietsparkeervoorzieningen realiseren op eigen terrein, al dan niet inpan­ dig. Dit sluit aan bij onze Visie Openbare Ruimte10, waarin we streven naar zo min mo­ gelijk statische functies in de openbare ruimte om ruimte te kunnen bieden aan groen, verblijven en verkeer. Voor het realiseren van scooterparkeervoorzieningen geldt geen verplichting, maar we adviseren deze normen toe te passen. Dat is zeker nodig bij de plan­ vorming voor initiatieven die veel publiek trekken en waarbij veel scooters worden verwacht en voor bedrijven en organisaties waarvan veel werknemers met de scooter komen.

2.1 Juridische basis voor de normen De normen in deze nota zijn een hulpmiddel bij de planvorming. Ook waarborgen ze voldoende parkeervoorzieningen bij alle initiatieven waar een omgevingsvergunning voor nodig is. We regelen via bestemmings­­plannen dat initiatiefnemers ook daadwerkelijk voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor fietsen11. Naar de beleidsregels in deze nota wordt verwezen via een ‘voorwaardelijke verplichting’ in alle nieuwe bestemmingsplannen en bij de actualisatie van bestemmingsplannen. Met de vaststelling van bestemmingsplannen worden zodoende bij nieuwbouw voldoende parkeervoorzieningen gerealiseerd. Zo zijn de parkeernormen op termijn geborgd in alle bestemmingsplannen. Het voordeel daarvan is dat de normen voor fietsparkeren in de hele gemeente op dezelfde manier toegepast kunnen worden. Door het borgen van de normen via een bestemmingsplan, moet elke omgevingsvergunning getoetst worden aan de beleidsregels in deze nota. We toetsen ook aan deze normen als er voor een bouwplan een afwijking nodig is van het bestemmingsplan. Voor scooterparkeren gelden richtlijnen in plaats van beleidsregels. Deze worden niet verankerd in nieuwe en te actualiseren bestemmingsplannen, omdat ze niet bindend zijn.

10

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

2.2 Parkeren op eigen terrein De initiatiefnemers en ontwikkelaars van gebieds­ ontwikkelingen en bouwprojecten zijn verplicht voor het realiseren van voldoende parkeervoorzieningen voor fietsen: zij moeten ervoor zorgen dat de voorzieningen in hun plan voldoen aan de normen in deze nota. Bij nieuwbouw moeten zij deze parkeervoorzieningen realiseren op eigen terrein, al dan niet inpandig12. Bij transformatie, herontwikkeling en bestemmingswijziging krijgen bestaande panden een nieuwe invulling. Daarbij kan de behoefte aan parkeervoorzieningen voor fietsen veranderen. Ook bij deze projecten komen de parkeervoorzieningen in principe op eigen terrein, al dan niet inpandig. In de praktijk zal het niet altijd mogelijk zijn om parkeervoorzieningen te realiseren, conform de normen in deze nota. In deze gevallen bepalen we aan de hand van de afwijkingscriteria of de initiatiefnemers mogen afwijken van de normen. Ook bij functies die over­wegend kort parkerende bezoekers aantrekken, is het mogelijk om af te wijken van de parkeernormen. Het toepassen van de richtlijnen voor scooters is vooral van belang voor functies die veel bezoekers en/of, werknemers trekken die met de scooter komen.  ij herontwikkeling en bestemmingswijzigingen in bestaande situaties is het B niet altijd mogelijk om via het bestemmingsplan (extra) fiets- en scooterparkeervoorzieningen te realiseren.

In veel gevallen zal ‘gesaldeerd’ worden: we trekken dan de bestaande behoefte aan fietsparkeerplekken af van de parkeereis voor de nieuwe situatie, ervan uitgaande dat de bestaande situatie voorziet in de parkeerbehoefte. 10 De gemeenteraad heeft deze nota vastgesteld 8 juni 2017. 11 Het is mogelijk om voor de nadere invulling van de fietsparkeereis in bestemmingsplannen te verwijzen naar beleidsregels, zoals in deze nota. Dit is een ‘voorwaardelijke verplichting’, waarmee in het bestemmingsplan een koppeling gemaakt kan worden met beleidsregels. Dit kan sinds de wijziging in het Besluit ruimtelijke ordening per 1 november 2014. Hierdoor kan een bestemmingsplan voortaan regels bevatten ‘waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels’ (Bro, artikel 3.2.1, tweede lid onderdeel a). De gemeenteraad is bevoegd regels te stellen in een bestemmingsplan. 12 Als de gemeente bij basisscholen ervoor kiest alle buitenspeelruimte voor de leerlingen in de openbare ruimte te realiseren, staat de gemeente het toe om de fietsparkeerruimte in de openbare ruimte te realiseren. 9

Beleidsregel 1 Parkeervoorzieningen voor fietsen bij nietwoonfuncties komen altijd op eigen terrein, al dan niet inpandig, tenzij voldaan wordt aan tenminste één van de afwijkingscriteria.

Richtlijn 1 Parkeervoorzieningen voor scooters bij niet-woonfuncties komen altijd op eigen terrein, al dan niet inpandig, tenzij voldaan wordt aan tenminste één van de afwijkingscriteria.

2.3 Bepalen van de parkeereis We bepalen de parkeereis voor de fiets bij nieuwe ontwikkelingen, herontwikkelingen en bestemmings­ wijzigingen aan de hand van parkeernormen. Deze parkeereis geeft het minimaal vereiste aantal parkeerplaatsen aan, dat de initiatiefnemer moet realiseren en in stand houden. Voor scooters geldt de parkeereis als richtlijn voor het minimale aantal te realiseren en in stand te houden parkeerplaatsen. Het staat een initiatiefnemer of ontwikkelaar altijd vrij om méér parkeerplaatsen voor fietsen en scooters te realiseren dan dit minimum. We bepalen de parkeereis voor fietsen en scooters als volgt: Stap 1 Bepaal voor fietsen de zone waarin het project gerealiseerd wordt (zone 1, 2 of 3). De scooterparkeernormen zijn in de hele stad hetzelfde; daarvoor geldt geen zone-indeling (zie hoofdstuk 4). Stap 2 Bepaal per functie de bijbehorende norm (zie hoofdstuk 3 en 4). Stap 3 Bereken per functie de parkeereis door de norm te vermenigvuldigen met de eenheid die bij de functie hoort: oppervlakte, aantal kamers, etc. (zie hoofdstuk 3 en 4). Stap 4 Bepaal vervolgens de parkeereis voor fiets en scooter - eventueel uitgesplitst naar kort en lang parkeren - door de parkeereis van de verschillende functies bij elkaar op te tellen.

Bij dubbelgebruik kan de parkeereis lager zijn dan de cumulatieve parkeerbehoefte, maar dan moet het dubbelgebruik onderbouwd zijn met een parkeerbalans (zie paragraaf 2.4). Stap 5 De parkeereis en de gemaakte afspraken worden vastgelegd in een ontwikkelovereenkomst of in de omgevingsvergunning.

2.4 Parkeerbalans en dubbelgebruik Is er bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, herbestemming of bestemmingswijziging sprake van een combinatie van verschillende functies? Dan tellen we de parkeereis van alle functies bij elkaar op. Deze optelsom vormt de totale parkeereis voor fietsen en scooters in het project. Tenzij dubbelgebruik mogelijk is: dan kan de initiatiefnemer een parkeerbalans maken om aan te tonen dat de totale parkeerbehoefte lager is dan de optelsom van de parkeereis per functie. Hierbij moet hij rekening houden met de overlap in het gebruik van parkeerplaatsen voor verschillende functies. In de parkeerbalans mogen de maatgevende13 momenten voor verschillende functies elkaar niet overlappen. Ook is dubbelgebruik alleen mogelijk als de parkeervoorzieningen vrij toegankelijk zijn voor gebruikers van de verschillende functies. Met de parkeerbalans bepalen we het netto aantal parkeerplaatsen dat nodig is. Als de initiatiefnemer dubbel­gebruik voldoende kan onderbouwen, stelt de gemeente de parkeereis naar beneden bij.

Beleidsregel 2 Voor het bepalen van de parkeereis voor fietsen bij niet-woonfuncties hanteert de gemeente de toepassingsregels voor parkeernormen. Bij dubbelgebruik stelt de gemeente de parkeereis naar beneden bij, mits de initiatief­nemer dit onderbouwt met een parkeerbalans. Afwijken van de parkeernormen en het ‘eigen terrein’-principe kan, mits voldaan wordt aan de afwijkingscriteria.

Richtlijn 2 Voor het bepalen van de parkeereis voor scooters bij niet-woonfuncties hanteert de gemeente de toepassingsregels voor parkeernormen.

13

 aatgevende momenten zijn de tijdstippen van de dag waarop de M parkeerbehoefte het grootste is.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

11

2.5 Afwijken van de fietsparkeernorm I. Het is niet altijd mogelijk om de parkeernormen en het ‘eigen terrein’ principe strikt toe te passen. Initiatiefnemers en ontwikkelaars kunnen daarom onder voorwaarden afwijken van de normen. Zowel bij voorzieningen voor lang als kort parkeren kan worden afgeweken van de parkeernorm. Of en hoe er kan worden afgeweken, wordt bepaald door de mate van de impact op de openbare ruimte. Oftewel als de voorziening niet op eigen terrein kan worden gemaakt, hoe groot wordt dan de parkeerdruk op straat? Voor lang parkeren zijn fiets- en scooterparkeervoorzieningen op eigen terrein nodig. Op eigen terrein moet voldoende ruimte zijn voor fietsen en scooters van eigen medewerkers. Maar ook voor fietsers en scooterrijders die langere tijd willen parkeren (vanaf ca. > 1,5 uur) omdat zij een bedrijf, winkel of horecagelegenheid bezoeken, moet er voldoende parkeerruimte worden gemaakt. • Bij nieuwbouw mag de initiatiefnemer niet afwijken van de parkeernormen, tenzij de bezoekers voornamelijk kort parkeren (max. 1,5 uur) en de impact van de parkeerbehoefte op de openbare ruimte klein is. • Bij herontwikkeling en bestemmingswijziging is het toegestaan om af te wijken van de normen als voldaan wordt aan deze twee voorwaarden: 1. het is redelijkerwijs onmogelijk om parkeerplekken op eigen terrein te realiseren; 2.

de impact van de parkeerbehoefte op de openbare ruimte is klein. Als de impact op de openbare ruimte groot is, dan is afwijken alleen onder voorwaarden mogelijk. II. Er zijn ook functies die vooral kort parkerend bezoek (tot ca. 1,5 uur) trekken. Denk daarbij aan functies als supermarkten, kantoren met baliefunctie, fitnesscentra en sommige vormen van horeca. Voor deze functies is het toegestaan om af te wijken van de parkeernormen als de impact op de openbare ruimte klein is. III. We bepalen de impact die de parkeerbehoefte van een ruimtelijk initiatief heeft op de bestaande omgeving aan de hand van de bezettingsgraad van de parkeervoorzieningen voor fietsen en scooters. De bezettingsgraad is het percentage parkeerplaatsen dat op het drukste moment bezet is.

12

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

De impact op de omgeving is klein als binnen een loopafstand van ca. 100 meter van de hoofdentree van de nieuwe functie: • de bezettingsgraad lager is dan 85% en/of • de openbare ruimte de extra behoefte aan parkeerplekken op het drukste moment zonder problemen kan absorberen: de extra parkeerbehoefte leidt niet tot hinder of gevaar. De impact op de openbare ruimte is groot als: • de bezettingsgraad hoger is dan 85% en/of • de openbare ruimte de extra behoefte aan parkeerplekken op het drukste moment niet zonder problemen kan absorberen: de extra parkeerbehoefte leidt tot hinder of gevaar.

IV. Als de impact groot is, kan de gemeente besluiten om: • niet af te wijken. De gemeente werkt dan niet mee aan de ruimtelijke ontwikkeling omdat de impact van de parkeerbehoefte te groot is op de openbare ruimte. De ontwikkeling voldoet daardoor niet aan de vereisten van een goede ruimtelijke ordening. • af te wijken onder de voorwaarde dat er voldoende extra fiets- en scooterparkeerplaatsen beschikbaar zijn of komen op loopafstand van maximaal ca. 200 meter14 van de ruimtelijke ontwikkeling, al dan niet in de openbare ruimte. Als de gemeente (extra) kosten moet maken om voor deze ontwikkeling aanvullende parkeervoorzieningen te realiseren, dan kan de gemeente hiervoor een financiële bijdrage vragen aan de initiatiefnemer.

Beleidsregel 3 Bij niet-woonfuncties kan de gemeente aan de initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling een financiële bijdrage vragen, als door het afwijken van de parkeernormen voor de fiets de gemeente extra parkeervoorzieningen moet maken.

De gemeente kan ook voor de parkeervoorzieningen voor scooters een financiële bijdrage vragen.

Richtlijn 3 Bij niet-woonfuncties kan de gemeente aan de initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling een financiële bijdrage vragen, als door het afwijken van de parkeernormen voor de scooter de gemeente extra parkeervoorzieningen moet maken.

Binnen de ring A10 is de fiets veruit het populairste vervoermiddel.

45%

geen data

55%

38%

62% 17%

26%

19%

49%

16%

50%

23% 30%

32%

20% 20%

52% 28%

20% 34% 32% 34%

Auto Fiets OV

< Modal split per stadsdeel, 2015, % van alle verplaatsingen op werkdagen van bewoners

14

Bron: CBS, 2015

 eferentievoorbeelden van loopafstanden tussen 175 en 200 meter: Muntplein - Herengracht (via Vijzelstraat), Stadsschouwburg - Paradiso, Muntplein R - Rembrandtplein (via Reguliersbreestraat), entree Centraal Station-hoek Damrak/Prins Hendrikkade, Stadhouderskade - IAmsterdam op Museumplein.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

13

Schema: afwijken van de norm Afwijken?

lang parkeren > 1,5 uur

kort parkeren < 1,5 uur

nieuwbouw

afwijken niet mogelijk

mits parkeren op eigen terrein redelijkerwijs onmogelijk is

impact op openbare ruimte

impact klein: afwijken is mogelijk

14

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

impact groot: afwijken kan mogelijk zijn onder voorwaarden: • extra parkeerplekken op max. 200 m afstand • financiële bijdrage

2.6 Uitvoering door adviesen toetspunt parkeren Voor het realiseren van de doelen die we met dit beleid beogen, is een goede en eenduidige uitvoering nodig. Daarom heeft de gemeente een centraal advies- en toetspunt parkeren ingericht. Hier worden alle kennis en ervaring over parkeren met fiets, scooter en auto samengebracht en worden voorbeelden en referenties van goede stallingsoplossingen verzameld. Het adviesen toetspunt kan adviseren bij planontwikkeling en toetst of aanvragen voor omgevingsvergunningen voldoen aan de beleidsregels uit deze nota. Voor de richtlijnen geeft de gemeente adviezen aan de aanvrager.

2.7 Monitoring en evaluatie

2.8 Inwerkingtreding De gemeente stelt deze nota vast. Het beleid in deze nota treedt in werking vanaf het moment van publicatie van het besluit. Vanaf dat moment is dit beleid bij de (gemeentelijke) planvorming van toepassing. De beleidsregels zijn van toepassing op alle aanvragen voor omgevingsvergunningen die worden ingediend vanaf het moment waarop deze beleidsregels via een regel in het bestemmingsplan van kracht zijn geworden. Ook toetsen we alle aanvragen voor omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van de regels in het bestemmingsplan, aan de beleidsregels in deze nota. De nota is niet van toepassing op aanvragen voor een omgevingsvergunning die zijn ingediend voorafgaand aan het moment van publicatie van het besluit tot vaststelling van de nota.

Het is voor het eerst dat we als gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen eisen stellen aan de parkeervoor­ zieningen voor fietsen en richtlijnen hebben voor parkeervoorzieningen voor scooters. Het is belangrijk om de effectiviteit van deze parkeernormen te evalueren. Na vaststelling van dit beleid volgen we daarom de praktijk: welke bouwplannen zijn getoetst, hoe luidde het advies en wat is er in de praktijk gerealiseerd? Worden de gerealiseerde parkeervoorzieningen goed gebruikt en blijft daardoor het aantal fietsen en scooters in de openbare ruimte beperkt? Ook is het belangrijk om te inventariseren welke knelpunten men ervaart bij de toepassing van deze normen. Ook gaan we het gebruik van scooters monitoren. Op basis daarvan bepalen we of de richtlijnen moeten worden omgevormd tot bindende normen. De doorlooptijd van een groot project kan lang zijn, vanaf het eerste parkeeradvies tot de oplevering. Daarom is het op zijn vroegst twee jaar na de vaststelling van deze nota mogelijk om de beleidsregels te evalueren en waar nodig bij te stellen. Mochten nieuwe ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, dan kunnen we de parkeernormen ook eerder evalueren en zo nodig aanpassen. Te denken valt aan de introductie van deelfietsen en deelscooters in de stad.

Op het moment van schrijven is niet te voorzien welke gevolgen dit zal hebben voor de ontwikkeling van het gebruik en de parkeerdruk van fietsen en scooters.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

15

3. Normen en voorschriften voor fietsparkeren In dit hoofdstuk zijn Amsterdamse normen en voorschriften voor niet-woonfuncties uitgewerkt. Bij niet-woonfuncties gaat het onder meer om kantoren, horeca, winkels en onderwijsinstellingen. Welke norm er wordt toegepast, is mede afhankelijk van de loca­ tie waar gebouwd wordt. In het centrum is het fietsgebruik bijvoorbeeld veel hoger dan in de gebieden aan de rand van de stad. Voor fietsparkeren bij de nieuwbouw van woningen eist het Bouwbesluit 2012 een (fietsen)berging. Bij het realiseren van nieuwe woningen in bestaande gebouwen hoeft geen (fietsen)berging te worden gebouwd. 3.1 Drie zones voor toepassing van de normen voor niet-woonfuncties Voor het toepassen van de normen voor fietsparkeren is Amsterdam in drie zones verdeeld omdat deze gebieden verschillen in intensiteit van het fietsgebruik. De indeling is als volgt: • Zone 1 (hoog fietsgebruik): • Amsterdam binnen de Ring A10 exclusief de Zuidas. • Amsterdam-Noord: Overhoeks, Tolhuistuin, Sixhaven en omgeving, IJplein, Hamerkwartier en NDSM-werf en omgeving. • Zone 2 (gemiddeld fietsgebruik): • Zuidas en gebied tussen Zuidas en Gelderlandplein. • Ringzone West en omgeving station Sloterdijk

• Amsterdam-Noord: omgeving metrostation Noord en Oud-Noord. • Arenapoort-West. • Winkelcentra: Boven ‘t IJ/Buikslotermeerplein, Osdorpplein en omgeving, Gelderlandplein, Bijlmer Centrum en Arenagebied. • Zone 3 (laag fietsgebruik): • overig Amsterdam.

Beleidsregel 4 Voor het toepassen van de fietsparkeernormen bij niet-woonfuncties verdelen we Amsterdam in drie zones met een hoog, gemiddeld of laag fietsgebruik. Het fietsgebruik in zone 1 het hoogst (zie kaart 1).

Kaart 1*: Zone-indeling normen fietsparkeren voor niet-woonfuncties

Zone 1: hoog fietsgebruik Zone 2: gemiddeld fiets­ gebruik Zone 3: laag fietsgebruik

* Groter formaat kaart zie pagina 31

16

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

3.2 Normen fietsparkeren voor niet-woonfuncties We baseren ons voor de parkeernormen in deze nota op de CROW-kencijfers voor fietsparkeren15. Dit zijn algemeen geaccepteerde cijfers voor het bepalen van de fietsparkeerbehoefte. De CROW-kencijfers zijn bepaald op basis van de gemiddelde fietsparkeerbehoefte voor verschillende functies. Deze gemiddelden zijn met 20% opgehoogd om rekening te houden met groei van het fietsverkeer. Gemeenten gebruiken ze als basis voor het bepalen van hun fietsparkeernormen. De CROW-kencijfers beschrijven de gemiddelde fietsparkeerbehoefte per functie en geven bij elk

kencijfer de spreiding aan. We houden voor de Amsterdamse normen de bovengrens van deze spreiding aan vanwege het zeer hoge fietsgebruik (modal split 36%).16 & 17 De normen in onderstaande tabellen geven per functie het minimale aantal fietsparkeerplekken aan. Initiatief­ nemers en ontwikkelaars mogen altijd meer parkeerplekken realiseren. Onder maatgevend moment wordt verstaan het tijdstip van de dag waarop de parkeer­ behoefte het grootst is. Als in de tabel geen aparte normen voor medewerkers en bezoekers zijn vermeld dan zijn de medewerkers van de betreffende functie meegerekend in doelgroep / bezoekers kortparkeren.

Tabel 3.1: kantoorfunctie - fietsparkeren

kantoor medewerkers

kantoor met balie bezoekers

maatgevend moment

opmerkingen

locatie

norm aantal parkeerplekken

per

doelgroep18

zone 1

2,9

100 m2 bvo

zone 2

2

zone 3

1,45

medewerkers / ochtend lang werkdag parkeren

zone 1

5

balie

zone 2

3,5

bezoekers / kort parkeren

ochtend werkdag

zone 3

2.5

minimaal 10 fietsparkeerplekken per vestiging

opmerkingen

Tabel 3.2: detailhandel - fietsparkeren

Winkel

Supermarkt

Bouwmarkt

Tuincentrum

15 16

locatie

norm aantal parkeerplekken

per

doelgroep

maatgevend moment

zone 1

4

100 m2 bvo

zone 2

2,8

bezoekers / kort parkeren

dagelijks 16-19 uur

zone 3

2

zone 1

4,3

100 m2 bvo

zone 2

3

bezoekers / kort parkeren

dagelijks 16-19 uur

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

zaterdag en koopzondag

vaak voldoende ruimte voor fietsparkeerplekken op eigen terrein

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

zaterdag en koopzondag

vaak voldoende ruimte voor fietsparkeerplekken op eigen terrein

zone 3

2,2

zone 1

0,4

zone 2

0,3

zone 3

0,2

zone 1

0,6

zone 2

0,42

zone 3

0,3

L eidraad Fietsparkeren, CROW publicatie 291, 2010. Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid 2016, Gemeente Amsterdam

17

18

 e norm voor het basisonderwijs is gebaseerd op onderzoek bij Amsterdamse D basisscholen (bron: Onderzoek fietsparkeernormen basisscholen, sept 2017). kort parkeren = korter dan ca. 1,5 uur; lang parkeren = langer dan ca. 1,5 uur.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

17

Tabel 3.3: horeca19- fietsparkeren locatie

norm aantal parkeerplekken

per

doelgroep

zone 1 horeca I fastfood, zone 2 cafeteria, zone 3 snackbar, lunchroom, koffie/theehuis, ijssalon, etc.

10

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

norm 50% van horeca III

horeca II a en b zone 1 IIa zaalverhuur, zone 2 sociëteit IIb: dancing of zone 3 discotheek

20

100 m2 bvo

bezoekers / lang do-vr-za parkeren (avond / 22-4 uur nacht horeca)

norm gelijk aan horeca III

horeca III café of bar

zone 1

20

100 m2 bvo

zone 2

14

zone 3

10

vr-za-zo bezoekers / kort 18-22 uur parkeren; bezoekers / lang parkeren (avond / nacht horeca)

primair gericht op verstrekken van (alcoholische) dranken

horeca IV restaurant, eetcafé of bistro

zone 1

20

100 m2 bvo

zone 2

14

vr-za-zo 18-22 uur

zone 3

10

bezoekers / kort parkeren; bezoekers / lang parkeren

primair gericht op verstrekken van maal­tijden; exclusievere zaken lagere parkeer­behoefte

horeca V hotel of pension

zone 1

0,4

kamer

zone 2

0,28

medewerkers en gasten / lang parkeren

zone 3

0,2

7

maat­gevend opmerkingen moment

5

14 10

minimaal 4 fietsparkeerplekken per hotel

Tabel 3.4: gezondheidszorg en maatschappelijke voorzieningen - fietsparkeren locatie

norm aantal parkeerplekken

per

doelgroep

maat­gevend moment

(para)medische zone 1 praktijk/ zone 2 gezondheidszone 3 centrum bezoekers

2

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

werkdag 9-12 uur

(para-) medische praktijk/ gezondheidscentrum medewerkers

zone 1

2

100 m2 bvo

zone 2

1,4

medewerkers / lang parkeren

werkdag 9-12 uur

zone 3

1

ziekenhuis bezoekers

zone 1

0,7

100 m2 bvo

zone 2

0,5

bezoekers / kort parkeren

zone 3

0,35

werkdag 10-12, 14-16 en 19-20 uur

zone 1

0,7

100 m2 bvo

zone 2

0,5

medewerkers / lang parkeren

zone 3

0,35

ziekenhuis medewerkers

kerk/moskee, begraafplaats/ crematorium 18

1,4 1

maatwerk

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

bezoekers / kort parkeren

opmerkingen

Tabel 3.5: sport, cultuur en ontspanning - fietsparkeren

bibliotheek

bioscoop

fitness

museum

sporthal

locatie

norm aantal parkeerplekken

per

doelgroep

maatgevend moment

zone 1

5

zone 2

3,5

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

wo 13-16 uur

zone 3

2,5

zone 1

12

zone 2

8,4

100 m2 bvo

bezoekers / lang parkeren

za 19-22 uur

zone 3

6

zone 1

8

zone 2

5,6

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

ma-di-wo 19-22 uur

zone 3

4

zone 1

1,4 1

bezoekers / kort parkeren

buiten schooltijden

zone 2

100 m2 bvo

zone 3

0,7

zone 1

3,9

zone 2

2,7

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

za-zo 13-18 uur

zone 3

2 bezoekers / kort parkeren

speeldag ochtend evt. wedstrijden met veel publiek

bezoekers / kort parkeren

gebruikstijden

sportveld

sportzaal

maatwerk

zone 1

6,2

zone 2

4,8

zone 3

3,1

stadion theater

maatwerk zone 1

38

zone 2

27

zone 3

19

zwembad openlucht zwembad overdekt

100 m2 bvo

bezoekers / lang parkeren 100 zitplaatsen

maatwerk zone 1

32

zone 2

22

zone 3

16

opmerkingen

100 m2 bassin

bezoekers / lang parkeren

za 19-22 uur

bezoekers / lang parkeren

bij mooi weer buiten schooltijd

bezoekers / kort parkeren

vr 9-13 uur

Tabel 3.6: trein- en metrostations en andere OV-knooppunten - fietsparkeren stations, OV- knooppunten

19

norm

doelgroep

maatwerk

reizigers / lang parkeren

Deze indeling in horecacategorieën sluit aan bij de gebruikelijke indeling in bestemmingsplannen.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

19

Tabel 3.7: onderwijs - fietsparkeren norm aantal parkeerplekken

per

doelgroep

basisschool leerlingen

2-5

10 leerlingen

leerlingen / schooltijden lang parkeren

Toepassing norm ook afhankelijk van het fietsgebruik van leerlingen;

voortgezet onderwijs leerlingen

8 - 10

100 m2 bvo leerlingen schooltijden lang parkeren

Toepassing norm ook afhankelijk van het fietsgebruik van leerlingen;

voortgezet onderwijs

1

100 m2 bvo medewerkers schooltijden lang parkeren

ROC leerlingen

12

100 m2 bvo leerlingen schooltijden lang parkeren

ROC medewerkers

1

100 m2 bvo medewerkers schooltijden lang parkeren

hogeschool en maatwerk universiteit

20

medewerkers studenten

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

maatgevend moment

opmerkingen

lager op OV-locaties; ook maatwerk mogelijk aan de hand van mobiliteitsplan maatwerk aan de hand van mobiliteitsplan

Beleidsregel 5 De gemeente bepaalt de minimum fietsparkeereis aan de hand van de normen voor fietsparkeren (zie de tabellen in dit hoofdstuk 3).

Als we voor een specifieke functie geen norm hebben opgenomen in deze nota, dan geldt de norm van de functie die qua parkeergedrag het beste aansluit. Als deze normentabel geen vergelijkbare functie bevat, is alleen maatwerk mogelijk.

3.3 Voorschriften fietsparkeren bij woningen Bijna 80% van de Amsterdammers heeft ten minste één fiets. In oudere delen van de stad hebben woningen vaak geen geschikte berging voor de fiets en is ook het aantal buurtstallingen beperkt. Daardoor staan er per woning vaak meerdere fietsen in de openbare ruimte. Soms is daar voldoende ruimte voor, maar vaak ook niet. 3.3.1 Berging voor fietsen verplicht bij nieuwbouw Het Bouwbesluit 201220 schrijft een (fietsen)berging voor bij nieuwbouw van woningen. De (fietsen) berging moet voldoen aan de volgende eisen: • D  e (fietsen)berging moet bescherming bieden tegen weer en wind; • De (fietsen)berging mag niet gemeenschappelijk zijn en moet afsluitbaar zijn; • De (fietsen)berging heeft een oppervlakte van minimaal 5 m². • De (fietsen)berging moet rechtstreeks vanaf de openbare weg bereikbaar zijn via het aansluitende terrein of via een gemeenschappelijke verkeersruimte. Deze individuele (fietsen)berging is niet verplicht als de gebruiksoppervlakte van de woning niet groter is dan 50 m². In dat geval volstaat een gemeenschappelijke bergruimte voor fietsen, met een vloeroppervlakte van minimaal 1,5 m² per wooneenheid. Het Bouwbesluit maakt de volgende drie uitzonderingen op de voorschriften voor (fietsen)berging bij woningen:

• B  ij woonfuncties voor studenten en de zorg is een (fietsen)berging verplicht, maar is de eis van bescherming tegen weer en wind niet van toepassing. De (fietsen)berging mag dan in de open lucht zijn. • Bij een woonfunctie waar het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) opvang biedt aan asielzoekers, is geen (fietsen)berging voorgeschreven. • Voor woningen die gebouwd worden in particulier opdrachtgeverschap (zelfbouw) is geen (fietsen)berging voorgeschreven. 3.3.2 Voorkeur voor gemeenschappelijke fietsenberging Omdat het fietsparkeren bij woningen in het Bouwbesluit 2012 geregeld is, kunnen we als gemeente geen afwijkende of extra normen opleggen. Maar het Bouwbesluit 2012 biedt wel ruimte voor gelijkwaardige oplossingen. We hebben in de gemeentelijke Bouwbrief 2015-130 gekozen voor een gezamenlijke fietsenstalling als gelijkwaardig alternatief voor de voorgeschreven individuele fietsenberging. Wij geven hier de voorkeur aan, omdat we verwachten dat bewoners hun fiets er eerder parkeren dan in een individuele berging. Bovendien kan het voor ontwikkelende partijen aantrekkelijker (goedkoper) zijn om een gemeenschappelijke fietsenstalling te realiseren. Het Bouwbesluit staat gemeenten niet toe gelijkwaar­dige alternatieven af te dwingen. 3.3.3 (Fietsen)berging niet verplicht voor woningen bij verbouw/herbestemming bestaande gebouwen.

Het Bouwbesluit 2012 geeft geen voorschriften voor een (fietsen)berging bij verbouw of herbestemming van bestaande gebouwen, terwijl goede fietsparkeervoorzieningen ook bij deze woningen van belang zijn. Wij verwachten daarom dat initiatiefnemers bij transformatie- en herontwikkelingsprojecten hun verantwoordelijkheid nemen om te voorzien in voldoende en goede fietsparkeergelegenheid. De Bouwbrief 2015-130 is daarvoor de leidraad.

20

Bouwbesluit 2012, afdeling 4.5: Buitenberging, nieuwbouw

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

21

Tabel: Aantal fietsparkeerplekken bij gezamenlijke fietsenberging gebruiks­ oppervlakte woning

aantal fietsparkeerplekken per woning

benodigde interne berging

< 50 m2

2

n.v.t.

>50 m < 75 m2

3

2,7 m2

>75 m2 <100 m2

4

2,7 m2

>100 m2 <125 m2

5

2,7 m2

>125 m2

6

2,7 m2

2

Het aantal parkeerplekken per woning in een gezamenlijke fietsenberging moet volgens Bouwbrief 2015-130 voldoen aan bovenstaand schema. Dubbellaags parkeren is toegestaan, maar er moeten per woning altijd minimaal twee plekken in een laag rek beschikbaar zijn. Daarnaast is goede bereikbaarheid vanaf het maaiveld voorwaarde voor het toestaan van de gemeenschappelijke fietsenberging en stelt het Bouwbesluit eisen aan het beheer van de stalling. Volgens de toelichting op het Bouwbesluit is de individuele berging ook bedoeld voor andere zaken. Bij de keuze voor een gezamenlijke fietsenberging is het daarnaast verplicht om een individuele berging van minimaal 2,7 m2 in of bij de woning te realiseren.

21

22

Richtlijn 4 Bij woningen heeft een gezamenlijke fietsenstalling conform de gemeentelijke Bouwbrief 2015-130 de voorkeur boven individuele bergingen zoals voorgeschreven in het Bouwbesluit 2012.

3.3.4. Bestaande bouw en transformatieprojecten De gemeente heeft een grote ambitie voor het trans­ formeren van leegstaande gebouwen. In het Programma Transformaties van de gemeente Amsterdam21 zijn twee concrete doelen vastgesteld: • een kwart van de totale woningbouwopgave realiseren via transformatie van niet-woonfuncties: dat zijn 1.250 woningen per jaar; • jaarlijks minimaal 60.000 m2 transformeren. Bij de transformatie van een bestaand gebouw van een niet-woonfunctie naar een woonfunctie stelt het Bouwbesluit geen eisen aan de aanwezigheid van bergingen. Er wordt uitgegaan van het ‘rechtens verkregen niveau’ of ‘niveau bestaande bouw’. Dat betekent dat de initiatiefnemer (minimaal) moet voldoen aan de regels die golden bij realisatie van het bouwwerk. Als er geen (fietsen)berging was voorgeschreven dan kunnen we die niet alsnog afdwingen. Goede fietsparkeervoorzieningen zijn ook in deze projecten van belang, enerzijds voor een goede bereikbaarheid van de woningen, anderzijds voor een hoogwaardige kwaliteit van de openbare ruimte. De gemeente verwacht daarom dat initiatiefnemers hun verantwoordelijkheid nemen en deze projecten voorzien van voldoende en goede fietsparkeergelegenheid.

 rogramma Transformaties 2015 - 2018, 21 mei 2015 P https://www.amsterdam.nl/publish/pages/768187/programma_transformaties_2015-2018.pdf

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

Als de grond is uitgegeven in erfpacht, brengen we het belang van - het realiseren van- voldoende fiets en scooterparkeerplekken onder de aandacht van de erfpachtnemer.

Richtlijn 5 Bij woningen die ontstaan door transformatie van bestaande bouwwerken realiseren initiatiefnemers voldoende fietsparkeervoorzieningen voor bewoners en bezoekers. De gemeente heeft een voorkeur voor een gezamenlijke stalling voor bewoners.

3.3.5 Parkeerplekken voor bezoekers van woningen Bewoners hebben niet alleen zelf parkeervoorzieningen nodig, ook hun bezoek wil een fiets parkeren. Het CROW-kencijfer voor bezoekers is 0,5 tot 1 fiets­ parkeerplaats per woning. Uitgangspunt in de gemeentelijke planvorming is minimaal 0,5 fietsparkeerplaats per woning. Die realiseert de gemeente in de openbare ruimte of de ontwikkelaar in een voor bezoekers toegankelijke stalling.

Richtlijn 6 De initiatiefnemer realiseert voor bezoekers minimaal 0,5 fietsparkeerplaats per woning.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

23

4. Normen scooterparkeren Het gebruik van de scooter22 is sterk toegenomen. In Amsterdam groeide het bezit van scooters van 23.000 in 2007 naar ruim 57.000 in 201623. Met die groei is ook de behoefte aan parkeerplekken voor scooters sterk toegenomen, zowel bij woningen als andere functies. De impact van geparkeerde scooters is soms groot en erg zichtbaar. Denk aan de grote aantallen geparkeerde scooters op het Koningsplein, het Muntplein en bij station Amsterdam Zuid. Om bij nieuwbouw en herontwikkeling te zorgen voor voldoende parkeerruimte heb­ ben we ook voor de scooter parkeernormen ontwikkeld. Op basis van deze normen bepalen we de parkeereis voor scooters. We passen deze normen op dezelfde wijze toe als de normen voor fietsparkeren. De normen voor scooterparkeren zijn in tegenstelling tot die voor fietsparkeren niet bindend. We geven deze normen mee als advies in de vorm van richtlijnen. Voor het parkeren van scooters zijn geen CROW-kencijfers. We baseren de parkeer­ norm bij woningen op het gemiddelde scooterbezit per woning in Amsterdam. Aan de bestemmingskant bepalen we de parkeernorm op basis van de verhouding tussen fiets- en scootergebruik in de ‘modal split’24. 4.1 Normen scooterparkeren bij nieuwe woningen Het Bouwbesluit geeft bij nieuwbouw geen voorschriften voor het stallen van scooters.

Daarom gelden onderstaande normen voor scooterparkeren bij nieuwe woningen, inclusief woningen die gerealiseerd worden door de transformatie van niet-woongebouwen. Bij het bepalen van de norm voor scooterparkeren bij woningen is uitgegaan van het scooterbezit in relatie tot het aantal woningen. Gemiddeld zijn er in Amsterdam 12,8 scooters per 100 woningen. De scooterparkeernorm is voor de hele stad 0,13 scooterparkeerplaats per nieuw te realiseren woning. We bepalen de scooterparkeereis door het aantal woningen in een project met de norm te vermenig­ vuldigen. Het resultaat wordt naar boven afgerond op een heel getal. Voor projecten met minder dan twintig woningen geldt geen scooterparkeereis. De initiatiefnemer realiseert de scooterparkeerplaatsen bij woningen op eigen terrein, bij voorkeur in een parkeergarage of gezamenlijke fietsenstalling die bij het project hoort.  et ‘scooter’ worden snor- en bromfietsen bedoeld. M Amsterdamse Thermometer van de Bereikbaarheid 20156 24 Modal split is de verdeling tussen vervoerwijzen: auto, fiets, snor/ bromfiets, lopen, openbaar vervoer. 25 zie bijlage 3 22 23

24

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

Richtlijn 7 Bij nieuwe woningen is de minimum parkeernorm voor scooters 0,13 parkeerplek per woning. Bij het bepalen van de parkeereis wordt de uitkomst (= norm x aantal woningen) naar boven afgerond op een heel getal. De parkeerplekken worden op eigen terrein gerealiseerd.

4.2 Normen scooterparkeren bij niet-woonfuncties We baseren de parkeernormen voor scooters bij niet-woonfuncties op de verhouding tussen het gebruik van fietsen en scooters25. Omdat Amsterdammers met de scooter vaak wat langere afstanden afleggen, maken we in de scooterparkeernormen geen onderscheid in zones. De norm is afgeleid van de fietsparkeernorm voor zone 1. We passen de normen voor scooterparkeren op dezelfde wijze toe als de normen voor fietsparkeren. Voor lang parkeren geldt als richtlijn dat de initiatiefnemer parkeervoorzieningen op eigen terrein realiseert. Voor kort parkeren kan hij daar van afwijken, als het niet mogelijk of realistisch is om deze voorzieningen op eigen terrein te realiseren. Dan worden scooterparkeerplaatsen in de openbare ruimte beschouwd als alternatief.

Tabellen normen scooterparkeren

Richtlijn 8 De gemeente bepaalt de minimum parkeereis voor scooters bij niet-woonfuncties op basis van de normen scooterparkeren.

Voor het berekenen van de scooterparkeernorm is de fietsparkeernorm van een functie (zie hoofdstuk 3) vermenigvuldigd met de verhouding fiets-scooter in de modal split per motief (zie bijlage 3). Onder maatgevend moment wordt verstaan het tijdstip van de dag waarop de parkeerbehoefte het grootst is.

Tabel 4.1. kantoorfunctie - scooterparkeren norm aantal parkeerplekken

per

doelgroep26

maatgevend moment

kantoor medewerkers

0,25

100 m2 bvo

medewerkers / lang parkeren

ochtend werkdag

kantoor met balie bezoekers

0,6

balie werkplek

bezoekers / kort parkeren

ochtend werkdag

Tabel 4.2. detailhandel - scooterparkeren norm aantal parkeerplekken

per

doelgroep

maatgevend moment

winkel/ supermarkt

0,25

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

dagelijks 16-19 uur

bouwmarkt/ tuincentrum

0,025

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

zaterdag en koopzondag

Sterke toename van bezit snorfiets

Snorfietsbezit sterk toegenomen en bromfietsbezit redelijk gelijk gebleven

Groei

+223% 35

26

28

30

Groei

32

+19% 23

22

25

26

25

24

24

23

23

19

19 14 11

2008

2016

< Aantal snorfietsen in bezit van Amsterdammers 2008-2016, (x1.000)

2008

2016

< Aantal bromfietsen in bezit van Amsterdammers 2008-2016, (x1.000) Bron: CBS, 2016

26

 ort parkeren: normaal gesproken korter dan ca. 90 minuten; K lang parkeren: normaal gesproken langer dan 90 minuten.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

25

Tabel 4.3. horeca27 - scooterparkeren norm aantal per parkeerplekken

doelgoep

maatgevend moment

0,5 horeca I, fastfood, cafetaria, snackbar, lunch­room, koffie/ thee­huis, ijssalon, etc.

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

n.v.t.

horeca II a en b IIa zaalverhuur, sociëteit IIb: dancing of discotheek

1

100 m2 bvo

bezoekers / lang parkeren (avond/nacht horeca)

do-vr-za 22 - 4 uur

horeca III café of bar

1

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren; bezoekers / lang parkeren (avond/nacht horeca)

vr-za-zo 18-22 uur

horeca IV restaurant, eetcafé of bistro;

1

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren; bezoekers / lang parkeren

vr-za-zo 18-22 uur

horeca V hotel of pension

0,03

kamer

medewerkers en gasten / lang n.v.t. parkeren

Tabel 4.4. gezondheidszorg en maatschappelijke voorzieningen - scooterparkeren norm aantal parkeerplekken

per

doelgroep

maatgevend moment

(para-)medische praktijk/ gezondheidscentrum bezoekers

0,022

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

werkdag 9-12 uur

(para-) medische praktijk/ gezondheidscentrum medewerkers

0,16

100 m2 bvo

medewerkers / lang parkeren

werkdag 9-12 uur

ziekenhuis bezoekers

0,06

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

werkdag 10-12, 14-16 en 19-20 uur

ziekenhuis medewerkers

0,05

100 m2 bvo

medewerkers / lang parkeren

n.v.t.

begraafplaats/ crematorium/ kerk/ moskee

maatwerk

bezoekers / kort parkeren

n.v.t.

27

26

De indeling van de horecacategorieën sluit aan bij de gangbare indeling in bestemmingsplannen.

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter Amsterdam • maart 2018

Tabel 4.5. sport, cultuur en ontspanning - scooterparkeren norm aantal parkeerplekken

per

doelgroep

maatgevend moment

bibliotheek

0,26

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

woensdag 13-16 uur

bioscoop

0,62

100 m2 bvo

bezoekers / lang parkeren

zaterdag 19-22 uur

fitness

0,42

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

ma-di-wo 19-22 uur

museum

0,07

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

buiten schooltijden

sporthal

0,2

100 m2 bvo

bezoekers / kort parkeren

za-zo 13-18 uur

sportveld

maatwerk

bezoekers / kort parkeren

speeldag ochtend evt. wedstrijden met veel publiek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10552497/1