CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Nadere regels bij de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 5 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het inspraakvoorstel HVV 2024 en de raadsinformatiebrief ter afhandeling van motie 551 van 21 december 2022 van raadsleden Namane (PvdA) en Van Renssen (GroenLinks) over beperk ongebruikte quotum B&B. (VN2023-014407)18.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

stadsvernieuwingsurgentieverklaring. Burgemeester en wethouders geven voorafgaand aan het verlenen van de urgentieverklaring een peildatumbesluit af. Met behulp van de stadsvernieuwingsurgentieverklaring kunnen de huurders vervolgens vanaf de peildatum met voorrang andere woonruimte vinden. Bij woningcorporaties gaat het hier om een regulier proces. Voorafgaand aan het peildatumbesluit is een traject geweest waarbij de woningcorporatie de mogelijkheden en draagvlak voor haar plannen heeft verkend en afspraken heeft gemaakt met belanghebbenden (onder andere de huurders van de woonruimten en de omwonenden). De woningcorporatie volgt bij dit traject de Kaderafspraken. Bij particuliere sociale huur gaat het om uitzonderlijke gevallen waar de regeling wordt toegepast. Particuliere of private verhuurders zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor het aanbieden van vervangende woonruimte aan de huurders. Ook als zij een aanschrijving van burgemeester en wethouders of een ander verzoek ontvangen tot herstel op basis van de gebrekenlijst en het onderhoud of herstel moet in onbewoonde staat plaatsvinden. Alleen in uitzonderlijke gevallen en onder de voorwaarden in deze regeling kan een beroep worden gedaan op stadsvernieuwingsurgentie. Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Begrippen a.

Bouwbesluit: de algemene maatregel van bestuur waarin de minimale eisen en technische voorschriften voor zowel het bouwen van nieuwe bouwwerken als voor de staat van bestaande bouwwerken zijn vastgelegd. b. Kaderafspraken: stedelijk geldende afspraken van de gemeente, woningcorporaties en de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels over hoe corporaties en huurders het participatieproces dienen in te richten bij sloop of renovatie van woonruimten. c. Noodzakelijk bouwkundig onderhoud of herstel: hiervan is sprake als een gebouw met woonruimten in een zodanige staat verkeerd dat burgemeester en wethouders handhavend kunnen optreden op grond van het minimale niveau voor bestaande bouw uit het Bouwbesluit. d. Onuitvoerbaar in bewoonde staat: indien werkzaamheden ten behoeve van noodzakelijk bouwkundig onderhoud of herstel een verhuurde woonruimte voor een periode van tenminste 6 maanden onbewoonbaar maakt. e. Peildatum: de datum die door burgemeester en wethouders in een besluit wordt aangemerkt als aanvangsdatum van de herhuisvesting van huurders vanwege stadsvernieuwing. f. Oriëntatiefase: het verkennen van verschillende mogelijkheden van de vernieuwing of verbetering van een bepaald complex en het opzetten van de bewonersparticipatie zoals voorgeschreven in de Kaderafspraken. g.

Renovatie: gedeeltelijke vernieuwing van een woonruimte door veranderingen van of toevoegingen aan de woonruimte. h. Semi-stadsvernieuwingsurgentie: een specifieke vorm van stadsvernieuwingsurgentie voor gezinsleden, zijnde eigen kinderen ouder dan 23 jaar, en hoofdbewoners van onzelfstandige woningen met een regulier huurcontract. i. Stadsvernieuwingsurgentie: een huurder met stadsvernieuwingsurgentie kan met voorrang zoeken naar een woonruimte in WoningNet binnen de aangewezen categorie woonruimten. j. Verhuiskostenvergoeding: vergoeding als bedoeld in artikel 220, zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk wetboek. k. Wisselwoning: een (al ingerichte) woning waar de huurder tijdelijk verblijft totdat de werkzaamheden in de eigen woning zijn afgerond.

Paragraaf 2 Corporatiewoningen Artikel 2.1. Aanvragen peildatum 1. De woningcorporatie vraagt de peildatum aan voor het complex waar sloop- of renovatiewerkzaamheden zullen plaatsvinden nadat de oriëntatiefase overeenkomstig de Kaderafspraken is afgerond. 2. De volgende stukken dienen bij de aanvraag te worden aangeleverd: a. het renovatieplan; b. het sociaal plan; c. het advies van de bewonerscommissie op het renovatieplan en sociaal plan; d. de reactie van de corporatie op het advies van de bewonerscommissie; en e. (indien aanwezig) het verslag van de laatste vergadering met de bewonerscommissie. Artikel 2.2. Beoordeling peildatumaanvraag corporatiebezit 1. Burgemeester en wethouders stellen de peildatum vast indien: a. de werkzaamheden van het sloop- of renovatieproject binnen anderhalf jaar starten vanaf de peildatum aanvraag; b. de bewonersparticipatie volgens de Kaderafspraken is afgerond. 2. Burgemeester en wethouders geven de peildatum als bedoeld in het eerste lid slechts af indien het complex waar de sloop- of renovatiewerkzaamheden gaan plaatsvinden geen tijdelijk wooncomplex betreft. 3. Na afgifte van het peildatumbesluit kunnen burgemeester en wethouders een stadsvernieuwingsurgentie verlenen aan huurders die voldoen aan de voorwaarden in artikel 2.3 lid 1. Artikel 2.3. Voorwaarden stadsvernieuwingsurgentie corporatiebezit 1.

Huurders van een woonruimte in corporatiebezit met een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, die de betreffende woonruimte als hoofdverblijf en rechtmatig bewonen, komen in aanmerking voor de stadsvernieuwingsurgentie na afgifte van het peildatumbesluit. 2. In afwijking van het eerste lid komen de volgende huurders niet in aanmerking voor stadsvernieuwingsurgentie: a. huurders die een woonruimte betrekken waar reeds een peildatumbesluit voor is afgegeven die in het verleden ligt; b. huurders met een tijdelijk huurcontract op basis van de Leegstandwet; c. huurders met een gebruiksovereenkomst; d. huurders met een campuscontract als bedoeld in artikel 274, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (zij worden direct begeleid naar een andere woonruimte met een campuscontract); e. huurders jonger dan 18 jaar; f. huurders met een belastbaar huishoudeninkomen van € 55.113,- of meer (prijspeil 2020, jaarlijkse indexatie CPI) deze bewoners worden wel begeleid door de woningcorporatie bij het zoeken naar vervangende woonruimte in de vrije sector; g. inwonenden (zij kunnen blijven inwonen in de nieuwe woonruimte van het huishouden dat in aanmerking komt voor stadsvernieuwingsurgentie). Artikel 2.4. Jongerencontracten

1.

2.

3.

In afwijking van artikel 2.3 komen huurders met een jongerencontract als bedoeld in artikel 274c, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alleen in aanmerking voor stadsvernieuwingsurgentie als zij ten tijde van het sluiten van het nieuwe huurcontract een leeftijd hebben van ten minste 28 jaar. Huurders met een jongerencontract als bedoeld in artikel 274c, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek die ten tijde van het sluiten van het nieuwe huurcontract een leeftijd hebben onder 28 jaar komen niet in aanmerking voor stadsvernieuwingsurgentie maar worden wel bemiddeld naar een andere jongerenwoning. Er worden in dit geval maximaal drie passende woonruimten aangeboden. In afwijking van het eerste lid komen huurders met een jongerencontract dat afloopt tussen de peildatum en de datum van de aanvang van de werkzaamheden en huurders waarvan het huurcontract niet wordt opgezegd, omdat tijdelijk verbleven kan worden in een wisselwoning, niet in aanmerking voor stadsvernieuwingsurgentie.

Artikel 2.5. Voorwaarden semi-stadsvernieuwingsurgentie corporatiebezit 1. De volgende personen komen in aanmerking voor een semistadsvernieuwingsurgentieverklaring: a. Inwonende kinderen bij een huishouden dat in aanmerking komt voor een stadsvernieuwingsurgentieverklaring die op de peildatum 23 jaar of ouder zijn en langer dan vijf jaar onafgebroken met dit huishouden wonen (aantoonbaar met een uittreksel uit de Basisregistratie Personen en vastgesteld door de corporatie tijdens het huisbezoek). Met inwonende kinderen wordt gelijk gesteld kinderen die tot aan hun 18de als pleegkind onderdeel vormden van het huishouden dat in aanmerking komt voor een stadsvernieuwingsurgentieverklaring en aan de overige voorwaarden voor semistadsvernieuwingsurgentie voldoen. b. Huurders van een onzelfstandige woonruimte: als de huurder op de peildatum een leeftijd heeft van ten minste 18 jaar en op de peildatum meer dan twee jaar in de woonruimte woonde (aantoonbaar met een uittreksel uit de Basisregistratie Personen en vastgesteld door de corporatie tijdens het huisbezoek). 2. Bewoners zonder individueel huurcontract of bewoners die bedrijfs- of andere gebouwen zonder woonbestemming in gebruik nemen waar burgemeesters en wethouders of corporatie woningbouwplannen ontwikkelt, komen niet in aanmerking voor een semistadsvernieuwingsurgentieverklaring. Artikel 2.6.

Geldigheid stadsvernieuwingsurgentieverklaring corporatiebezit 1. Een stadsvernieuwingsurgentieverklaring voor huurders van corporatiewoningen is anderhalf jaar geldig vanaf de datum van afgifte. 2. Personen met een stadsvernieuwingsurgentieverklaring zoeken zelf op WoningNet naar een andere woonruimte. Paragraaf 3 Sociale huurwoningen in particulier of privaat bezit Artikel 3.1. Aanvragen peildatum en stadsvernieuwingsurgentie particulier of privaat bezit 1. De eigenaar van de woonruimte vraagt de peildatum en de stadsvernieuwingsurgentieverklaring aan door een schriftelijk verzoek in te dienen bij burgemeester en wethouders. 2. Bij de aanvraag worden in ieder geval bescheiden overlegd waaruit blijkt dat:

a. de eigenaar al contact heeft gehad met burgemeester en wethouders over de werkzaamheden in de woonruimte, de noodzakelijkheid en de uitvoering van de werkzaamheden en de noodzaak tot het uitplaatsen van de huurders; b. de eigenaar niet zelf in andere huisvesting van de huurder kan voorzien en inspanningen heeft verricht om de huurder uit te plaatsen; c. de huurder op het adres is ingeschreven en de rechtmatige huurder is; d. de huurder schriftelijk heeft verklaard in te stemmen met de uitplaatsing; e. de huurder is ingeschreven bij WoningNet, de eigenaar de inschrijfkosten heeft vergoed en de huurder heeft uitgelegd dat de huurder met de stadsvernieuwingsurgentie zelf op WoningNet dient te zoeken naar een andere woonruimte en indien nodig hulp kan vragen aan stichting !Woon; f. de huurder een inkomen heeft onder de inkomensgrens van € 55.113,- (prijspeil 2020, jaarlijkse indexatie CPI); g. de huurder desgewenst kan terugkeren na de bouwkundige ingreep onder de eerder overeengekomen (huur)voorwaarden tussen eigenaar en huurder; h. de eigenaar een juridische procedure zal starten als de huurder niet binnen een jaar met stadsvernieuwingsurgentie andere (tijdelijke) woonruimte heeft gevonden. i.

de wettelijke verhuiskostenvergoeding wordt betaald aan de huurder (€6253 voor het verhuizen naar een andere zelfstandige woonruimte, prijspeil 2020) als een andere woonruimte is gevonden. Artikel 3.2. Beoordelen peildatumaanvraag particulier of privaat bezit Burgemeester en wethouders stellen de peildatum vast en verlenen de stadsvernieuwingsurgentieverklaring aan de huurder indien is voldaan aan de voorwaarden in artikel 3.3. Artikel 3.3. Voorwaarden stadsvernieuwingsurgentie particulier of privaat bezit 1. Huurders van een woonruimte met een aanvangshuur onder de liberalisatiegrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, a, van de Wet op de huurtoeslag in particulier of privaat eigendom komen onder de volgende voorwaarden in aanmerking voor stadsvernieuwingsurgentie: a. het betreft een woonruimte of wooncomplex met maximaal vier woonruimten; b. de bouwkundige ingreep is noodzakelijk; c. de bouwkundige ingreep kan niet in bewoonde staat plaatsvinden; d. de eigenaar kan niet zelf in vervangende huisvesting voor de huurder voorzien en heeft aantoonbaar inspanning verricht om de huurder zelf (tijdelijk) alternatieve woonruimte aan te bieden; e. de huurder kan na de bouwkundige ingreep terugkeren tegen de (huur)voorwaarden die de eigenaar met de huurder voor de uitplaatsing is overeengekomen; f. de huurder is ingeschreven bij Woningnet; g. de huurder stemt in met de uitplaatsing.

2. In afwijking van het eerste lid komen de volgende huurders niet in aanmerking voor een stadsvernieuwingsurgentieverklaring: a. huurders die jonger zijn dan 18 jaar; b. huurders met een campuscontract als bedoeld in artikel 274, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; c. huurders met een jongerencontract als bedoeld in artikel 274c, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek die jonger zijn dan 28 jaar op de peildatum;

d. huurders die zonder toestemming van de eigenaar de woonruimte in gebruik hebben genomen; e. huurders die een woonruimte betrekken na een op die woonruimte betrekking hebbende peildatum; f. huurders met een tijdelijk huurcontract op basis van de Leegstandwet; g. huurders met een gebruiksovereenkomst; h. huurders met een belastbaar jaarinkomen boven de inkomensgrens voor sociale huurwoningen € 55.113,- of meer (prijspeil 2020, jaarlijkse indexatie CPI). Artikel 3.4. Geldigheid stadsvernieuwingsurgentieverklaring particulier of privaat bezit 1. De stadsvernieuwingsurgentieverklaring voor huurders van particuliere sociale huurwoningen is een jaar geldig vanaf datum afgifte. 2. Personen met een stadsvernieuwingsurgentieverklaring zoeken zelf op WoningNet naar een andere woonruimte.

Hoofdstuk 3 Toewijzing standplaatsen voor woonwagens 1. Voor de toewijzing van een standplaats door burgemeester en wethouders komt achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: a. de woningzoekende die een standplaats huurt op een locatie in Amsterdam en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op dezelfde locatie, mits de eigen standplaats vrijkomt; b. de woningzoekende die op de peildatum een standplaats huurt op een locatie in Amsterdam en deze moet ontruimen vanwege opheffing of verkleining van die locatie; c. de woningzoekende die behoort tot de traditionele doelgroep en wiens sociale omstandigheden van zodanig ernstige aard zijn, dat verhuizing van de huidige standplaats/woning in Amsterdam naar een (andere) standplaats geboden is; d. een kind, inwonend bij familie in de eerste graad op de locatie in Amsterdam waar een standplaats vrijkomt; e. de woningzoekende die in Amsterdam een standplaats huurt en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op een andere locatie, mits de woningzoekende de eigen standplaats leeg achterlaat; f. een kind, inwonend bij familie in de eerste graad op een andere locatie in Amsterdam; g. spijtoptant: de woningzoekende die in Amsterdam in een woonwagen heeft gewoond niet langer dan 3 jaar geleden; h. overige woningzoekenden. 2.

De rangorde bedoeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op woonwerklocaties, met dien verstande dat de onder a tot en met g genoemde woningzoekende een bedrijf of beroep moet uitoefenen dat verband houdt met de exploitatie van het circus- of kermisbedrijf en minimaal 70 % van zijn/haar gemiddeld jaarinkomen over de afgelopen drie kalenderjaren binnen het voornoemde bedrijf of beroep heeft vergaard. 3. Binnen de categorieën genoemd in het eerste lid, onder a en e, geldt dat de woningzoekende die het langst op de locatie woont, voorgaat op andere woningzoekenden uit de desbetreffende categorie, en dat bij gelijke woonduur de oudste in leeftijd voorgaat.

4. Binnen de categorie genoemd in het eerste lid, onder b en c, geldt dat de woningzoekende met de oudste urgentiedatum voorgaat op andere woningzoekenden uit deze categorie, en dat bij gelijke urgentiedatum degene met de langste woonduur voorgaat. 5. Binnen de categorieën genoemd in het eerste lid, onder d, f, g en h, geldt dat de woningzoekende met de oudste inschrijfdatum voorgaat op andere woningzoekenden uit de desbetreffende categorie. 6. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de leefbaarheid op een locatie afwijken van de in het eerste lid genoemde rangorde.

Hoofdstuk 4 Voorraadvergunningen Artikel 1. Oppervlakte-eisen vergunning voor Bed & Breakfast (B&B) 1. Maximaal 40 % van de gebruiksoppervlakte van de woning mag gebruikt worden voor de B&B tot een maximum van 61 vierkante meter. 2. Voor de gebruiksoppervlakte uit het eerste lid geldt dat de ruimten die exclusief aan de toerist(en) ter beschikking worden gesteld volledig meetellen en de gemeenschappelijke ruimten, die worden gedeeld door de bewoner met de toerist(en), voor de helft meetellen. Artikel 2. Geluidseisen voor de omzettingsvergunning en vergunning woningvorming 1. De geluidsoverdracht tussen de woning waar de aanvraag betrekking op heeft en de omliggende woningen heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke luchtgeluidniveauverschil niet kleiner dan 47 dB en een volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contactgeluidniveau niet groter 59 dB. Daarnaast mag de vloerbedekking de geluidsisolatie niet verslechteren. 2. De geluidseisen als bedoeld in het eerste lid gelden ook ten aanzien van de geluidsoverdracht tussen de nieuw te vormen woningen. Artikel 3. Uitgesloten stadsdelen woningvorming 1. Het verbouwen van een woonruimte tot één of meer woonruimten kleiner dan 40m2 is niet toegestaan als het aandeel woningen dat kleiner is dan 40m2 in het desbetreffende stadsdeel hoger is dan het aandeel in de gemeente Amsterdam; 2.

De stadsdelen als bedoeld in het eerste lid zijn op basis van de laatst beschikbare cijfers 2023: Oost, Centrum en Zuidoost. Artikel 4. Kwaliteitseisen 1 Het kwaliteitsniveau van de gevormde woonruimten dient te voldoen aan hetgeen is bepaald in het Bouwbesluit 2012 voor bestaande bouw. 2 In aanvulling op 4.1 dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Asbest: i. Voor de woonruimte(n) in bouwwerken die voor 1 januari 1994 zijn gebouwd wordt een asbestinventarisatie als bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit uitgevoerd; en, ii. Onveilige asbesthoudende materialen inclusief beschadigde hechtgebonden asbesthoudende materialen op kwetsbare (voor bewoner bereikbare) plaatsen worden

b.

c.

d. e. f.

verwijderd, behalve omkokerde leidingen voor ventilatie, rookgasafvoer of riolering mits het asbest in hechtgebonden staat is. Elektriciteitsvoorziening: De aanwezige voorziening voor elektriciteit dient veilig in gebruik te zijn. De elektrische installatie dient door middel van een keuringsrapport te zijn goedgekeurd door een erkend installatiebedrijf, dat is aangesloten bij een vakorganisatie. In het keuringsrapport dient te staan dat de installatie voldoet aan de eisen van NEN 1010:2015+C2:2016. De adressen die zijn gekeurd, moeten duidelijk staan vermeld met de huisnummers en keuringsdatum. Het keuringsrapport moet gewaarmerkt en ondertekend zijn. Gasvoorziening: De aanwezige voorziening voor gas dient, tenzij de woonruimte volledig gasloos is, veilig in gebruik te zijn. De installatie dient door middel van een keuringsrapport te zijn goedgekeurd door een erkend installatiebedrijf, dat is aangesloten bij een vakorganisatie. In het keuringsrapport dient te staan dat de installatie voldoet aan de eisen van NEN 1078. De adressen die zijn gekeurd, moeten duidelijk staan vermeld met de huisnummers en keuringsdatum. Het keuringsrapport moet gewaarmerkt en ondertekend zijn. Eigen meterkast: Iedere gevormde woonruimte dient te beschikken over een eigen meterkast. Loden waterleidingen: Loden waterleidingen worden buiten gebruik gesteld.

Sterkte bij brand: Bouwbesluit paragraaf 2.2.2 (bestaande bouw) is van toepassing met dien verstande dat de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken van de bouwconstructie, indien de vloer van het verblijfsgebied hoger ligt dan 7 meter en niet hoger dan 13 meter boven meetniveau, ook 60 minuten moet zijn.

Artikel 5. Vaststelling wijkquota voor de vergunning voor Bed & Breakfast (B&B) en de omzettingsvergunning voor kamerverhuur Voor de omzettingsvergunning voor kamerverhuur en de vergunning voor B&B gelden de in de hieronder opgenomen tabel vastgelegde quota per wijk. Quotum Quotum Stadsdeel/ omzettingsvergunning onttrekkingsvergunning stadsgebied Wijk voor kamerverhuur voor bed & breakfast 84 Centrum Haarlemmerbuurt 166 170 Centrum Jordaan 274 103 Centrum Grachtengordel-West 144 80 Centrum Burgwallen-Nieuwe Zijde 69 64 Centrum Burgwallen-Oude Zijde 72 102 Centrum Nieuwmarkt/Lastage 175 78 Centrum Grachtengordel-Zuid 116 93 Centrum De Weteringschans 125 52 Centrum Weesperbuurt/Plantage 122 34 Centrum Oostelijke Eilanden/Kadijken 232 6 West Havens-West 1 5 West Coenhaven/Minervahaven 0 10 West Sloterdijk-West 10 16 West Spaarndammerbuurt/Zeeheldenbuurt 132 13 West Houthavens 22 11 West De Kolenkit 121

West West West West West West West West West West West West West West West West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Nieuw West Zuid Zuid Zuid

Landlust Erasmuspark Centrale Markt Staatsliedenbuurt Frederik Hendrikbuurt Van Galenbuurt Geuzenbuurt Hoofdweg e.o. Chassébuurt Bellamybuurt Da Costabuurt Westindische Buurt Van Lennepbuurt Overtoomse Sluis Helmersbuurt Vondelbuurt

161 46 48 157 99 29 71 62 100 77 88 71 86 109 124 34

Sloterdijk Nieuw-West

2

Geuzenveld

304

Slotermeer-West

148

Slotermeer-Noordoost

92

Slotermeer-Zuidoost

87

Lutkemeer/Ookmeer

14

Middelveldsche Akerpolder

266

De Punt

85

Osdorp-Midden

278

Osdorp-Oost

296

25 13 11 28 18 14 13 13 14 18 24 11 19 29 36 15 9 21 13 11 13 10 19 10 10 11 11

Slotervaart-Noord

132

Overtoomse Veld

197

16 11

Slotervaart-Zuid

170

Westlandgracht

152

11 20 Sloter/Riekerpolder Hoofddorppleinbuurt Schinkelbuurt Willemspark

277 105 45 121

26 10 15

Zuid Zuid Zuid Zuid Zuid Zuid Zuid Zuid Zuid Zuid Zuid Zuid Zuid Oost Oost Oost Oost Oost Oost Oost Oost Oost Oost Oost Oost Oost Oost Oost Noord Noord Noord Noord Noord Noord Noord Noord Noord Noord Noord Noord Noord Noord Noord Weesp

Museumkwartier Oude Pijp Nieuwe Pijp Zuid Pijp Stadionbuurt Apollobuurt Scheldebuurt IJselbuurt Rijnbuurt Prinses Irenebuurt e.o. Zuidas Buitenveldert-West Buitenveldert-Oost Oostelijk Havengebied Weesperzijde Oosterparkbuurt Transvaalbuurt Dapperbuurt Indische Buurt-West Indische Buurt-Oost Zeeburgereiland/Bovendiep Ijburg-West Ijburg-Oost Ijburg-Zuid Frankendael Middenmeer Betondorp Omval/Overamstel Oostzanerwerf Noordelijke IJ-oevers-West Tuindorp Oostzaan Kadoelen Banne Buiksloot Nieuwendammerdijk/Buiksloterdijk Elzenhagen Buikslotermeer Waterlandpleinbuurt Volewijck Ijplein/Vogelbuurt Tuindorp Buiksloot Tuindorp Nieuwendam Noordelijke IJ-oevers-Oost Waterland Driemond

279 208 152 101 184 187 320 99 91 32 41 307 183 411 81 162 133 160 159 153 48 272 0 138 142 295 57 44 164 49 163 56 247 28 49 220 229 116 117 23 31 3 37 30

40 83 30 15 17 14 20 10 19 10 10 14 10 65 29 19 14 11 20 11 15 56 10 12 11 22 10 11 17 29 24 12 11 30 11 10 11 10 30 10 10 10 29 14

Weesp Weesp Weesp Weesp Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Zuidoost Totaal

Bloemendalerpolder Weesp-Noordwest Weesp Binnenstad/Zuid Aetsveld/Oostelijke Vechtoever Amstel III/Bullewijk Venserpolder Amsterdamse Poort e.o. H-buurt Ganzenhoef e.o. Geerdinkhof/Kantershof Bijlmermuseum K-buurt Holendrecht Nellestein Reigersbos Gein

50 175 113 82 1 131 98 142 122 145 151 123 183 76 161 212 13.880

15 15 15 15 10 6 8 5 5 9 5 6 6 10 5 11 2.476

Artikel 6. Procedure vergunningverlening vergunning ten behoeve van een B&B 1. Aanmelden voor een vergunning ten behoeve van een B&B 1.1 Voorafgaand aan de indiening van de aanvraag van een vergunning moet de aanvrager zich melden bij burgemeester en wethouders. Na 15 februari 2020 vervalt deze aanmeldingsplicht. 1.2 Een aanmelding als bedoeld in 1.1 kan uiterlijk op 15 februari 2020 worden gedaan bij burgermeester en wethouders. 1.3 Bij de aanmelding, bedoeld in 1.1, worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam van de aanmelder; b. contactgegevens van de aanmelder; en c. het adres van de woonruimte waar de aanmelding betrekking op heeft. 1.4 Aanmeldingen als bedoeld in 1.1 kunnen worden gecontroleerd aan de hand van het kadaster en de basisregistratie personen. 1.5 Voor de aanmeldingen, geldt dat ieder adres éénmaal kan meedoen aan de loting. Wanneer er meerdere aanmeldingen zijn voor één adres, worden alle meldingen gecontroleerd als bedoeld in 1.4. Alle aanmeldingen na de eerste aanmelding op dit adres worden afgewezen. 1.6 Indien na controle als bedoeld in 1.4 blijkt dat de gegevens, bedoeld in 1.3, niet overeenkomen met het kadaster en de basisregistratie personen, wordt die aanmeldingen afgewezen. 2. Inventarisatie aanmeldingen 2.1 Aan de hand van de wijkquota, zoals opgenomen in 4, wordt per wijk bepaald of voor de vergunningverlening moet worden geloot.

2.2 Indien niet wordt geloot, wordt de aanmelder hiervan per brief in kennis gesteld. In de brief wordt tevens vermeld dat de aanmelder in aanmerking komt voor het aanvragen van een vergunning. 3. Loting 3.1 De loting, bedoeld in artikel 3.3.5, tweede lid, van de Huisvestingsverordening, wordt openbaar uitgevoerd door een notaris.

3.2 Alle aangemelde adressen binnen de wijken, genoemd in 4, worden willekeurig genummerd en gerangschikt. De adressen die op dezelfde positie of lager dan het voor die wijk geldende quotum staan, kunnen een vergunning aanvragen. De rangschikking loopt door voor de adressen boven dat quotum. 3.3 Of de aanvrager is ingeloot wordt per brief bekendgemaakt aan de aanvrager. In de brief wordt tevens vermeld of de aanvrager in aanmerking komt voor het aanvragen van een vergunning. 3.4 Als de aanvrager is uitgeloot en in aanmerking komt voor het overgangsrecht, bedoeld in artikel 3.3.8 van de Huisvestingsverordening, wordt dat medegedeeld in de brief, bedoeld in 3.3. 4. Vergunningaanvraag 4.1 Degene die in aanmerking komt voor het aanvragen van een vergunning moet binnen een termijn van vier weken een vergunning aanvragen. 4.2 De termijn, bedoeld in 4.1, vangt aan met ingang van de dag na verzending van de brief, bedoeld in 3.3. 4.3 Wanneer twee weken van de aanvraagtermijn zijn verstreken en nog geen aanvraag is ingediend, wordt een digitale herinnering aan de ingelote aanmelders gestuurd. 4.4 Wanneer er binnen de termijn van vier weken geen aanvraag is ingediend, vervalt de mogelijkheid tot het aanvragen van een vergunning. 5. Wachtlijst en doorschuifregeling 5.1 De gerangschikte adressen boven het quotum, bedoeld in 3.2, vormen de wachtlijst.

5.2 De wachtlijst voor het aanvragen van een vergunning wordt bij de loting opgesteld door de notaris. 5.3 Indien er plaats vrijkomt voor het aanvragen van een vergunning binnen het quotum, dan komt de eerstvolgende op de wachtlijst in aanmerking voor het aanvragen van een vergunning. 5.4 Indien degene die op basis van de wachtlijst in aanmerking komt voor het aanvragen van een vergunning aangeeft daarvan geen gebruik te willen maken dan wel binnen vier weken geen vergunning heeft aangevraagd, komt de eerstvolgende op de wachtlijst in aanmerking voor het aanvragen van een vergunning. Dit herhaalt zich totdat iemand de vergunning aanvraagt. 5.5 Degene die op basis van de wachtlijst in aanmerking komt voor het aanvragen van een vergunning wordt hiervan per brief op de hoogte gesteld. Het bepaalde in 4.2 is hierop van overeenkomstige toepassing. 5.6 Indien niemand van de wachtlijst een vergunning heeft aangevraagd, komt de vergunning vrij en wordt deze niet meer actief aangeboden. Deze vergunning kan dan door een ieder worden aangevraagd. Artikel 7. Procedure vergunningverlening omzettingsvergunning 1. Aanmelding loting voor een omzettingsvergunning 1.1 Voorafgaand aan de indiening van de aanvraag van een omzettingsvergunning moet de aanvrager zich melden bij burgemeester en wethouders.

Na 11 mei 2020 vervalt deze voorwaarde 1.2 Een aanmelding als bedoeld in 1.1 kan uiterlijk tot 11 mei 2020 worden gedaan bij burgemeester en wethouders. 1.3 Bij de aanmelding worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam van de aanmelder; b. contactgegevens van de aanmelder; en c. het adres van de woonruimte waar de aanmelding betrekking op heeft. 1.4 Aanmeldingen als bedoeld in 1.1 kunnen worden gecontroleerd aan de hand van het kadaster en de basisregistratie personen.

1.5 Voor de aanmeldingen, bedoeld in 1.1, geldt dat ieder adres éénmaal kan meedoen aan de loting. Wanneer er meerdere aanmeldingen zijn voor één adres, worden alle aanmelding gecontroleerd als bedoeld in 1.4. Alle aanmeldingen na de eerste aanmelding op dit adres worden afgewezen. 1.6 Indien na controle als bedoeld in 1.4 blijkt dat de gegevens, bedoeld in 1.3, niet overeenkomen met het kadaster en de basisregistratie personen, worden die aanmeldingen afgewezen. 2. Inventarisatie aanmeldingen 2.1 Aan de hand van de wijkquota, zoals opgenomen in 4, wordt per wijk bepaald of voor de vergunningverlening moet worden geloot. 2.2 Indien niet wordt geloot, wordt de aanmelder hiervan per brief in kennis gesteld. In de brief wordt tevens vermeld dat de aanmelder in aanmerking komt voor het aanvragen van een omzettingsvergunning. 3. Loting 3.1 De loting, bedoeld in artikel 3.3.11, vierde lid, van de Huisvestingsverordening, wordt openbaar uitgevoerd door een notaris. 3.2 Alle aangemelde adressen binnen de wijken, genoemd in 4, worden willekeurig genummerd en gerangschikt. De adressen die op dezelfde positie of lager dan het voor die wijk geldende quotum staan, kunnen een omzettingsvergunning aanvragen, met dien verstande dat het pandquotum nog niet vol is. De rangschikking loopt door voor de adressen boven dat quotum.

3.3 Of de aanvrager is ingeloot wordt per brief bekendgemaakt aan de aanvrager. In de brief wordt tevens vermeld of de aanvrager in aanmerking komt voor het aanvragen van een omzettingsvergunning. 3.4 Als de aanvrager is uitgeloot en in aanmerking komt voor het overgangsrecht, bedoeld in artikel 3.3.14 van de Huisvestingsverordening, wordt dat medegedeeld in de brief, bedoeld in 3.3. 4. Vergunningaanvraag 4.1 Degene die in aanmerking komt voor het aanvragen van een omzettingsvergunning moet binnen een termijn van vier weken een omzettingsvergunning aanvragen. 4.2 De termijn, bedoeld in 4.1, vangt aan met ingang van de dag na verzending van de brief, bedoeld in 3.3. 4.3 Wanneer twee weken van de aanvraagtermijn zijn verstreken en nog geen aanvraag is ingediend, wordt een digitale herinnering aan de ingelote aanmelders gestuurd. 4.4 Wanneer er binnen de termijn van vier weken geen aanvraag is ingediend, vervalt de mogelijkheid tot het aanvragen van een omzettingsvergunning. 5. Wachtlijst en doorschuifregeling 5.1 De gerangschikte adressen boven het quotum, bedoeld in 3.2, vormen de wachtlijst. 5.2 De wachtlijst voor het aanvragen van een omzettingsvergunning wordt bij de loting opgesteld door de notaris.

5.3 Indien er plaats vrijkomt voor het aanvragen van een omzettingsvergunning binnen het quotum, dan komt de eerstvolgende op de wachtlijst in aanmerking voor het aanvragen van een omzettingsvergunning. 5.4 Indien degene die op basis van de wachtlijst in aanmerking komt voor het aanvragen van een omzettingsvergunning aangeeft daarvan geen gebruik te willen maken dan wel binnen vier weken geen omzettingsvergunning heeft aangevraagd, komt de eerstvolgende op de wachtlijst in aanmerking voor het aanvragen van een omzettingsvergunning. Dit herhaalt zich totdat iemand de omzettingsvergunning aanvraagt.

5.5 Degene die op basis van de wachtlijst in aanmerking komt voor het aanvragen van een omzettingsvergunning wordt hiervan per brief op de hoogte gesteld. Het bepaalde in 4.2 is hierop van overeenkomstige toepassing. 5.6 Indien niemand van de wachtlijst een omzettingsvergunning heeft aangevraagd, komt de omzettingsvergunning vrij en wordt deze niet meer actief aangeboden. Deze omzettingsvergunning kan dan door een ieder worden aangevraagd. 6. Procedure na loting 6.1 Een verzoeker die niet heeft meegedaan aan de in 3.1 bedoelde loting kan voor het aanvragen van een omzettingsvergunning zich vanaf 12 mei 2020 melden bij burgermeester en wethouders. 6.2 Bij de melding worden de gegevens, bedoeld in 1.3, verstrekt. 6.3 De verzoeker krijgt binnen tien werkdagen digitaal bericht of hij in aanmerking komt voor het aanvragen van een omzettingsvergunning en moet binnen een termijn van vier weken een omzettingsvergunning aanvragen. 6.4 De verzoeker, bedoeld in 6.1, komt in aanmerking voor een vergunning als het pand- en wijkquotum nog niet vol is en er geen wachtlijst voor de desbetreffende wijk bestaat. 6.5 Wanneer twee weken van de aanvraagtermijn zijn verstreken en nog geen aanvraag is ingediend, wordt er een digitale herinnering aan de aanvrager gestuurd.

Hoofdstuk 5 Splitsen in appartementsrechten Artikel 1. Differentiatie binnen het werkingsgebied; verdeling quota particuliere huurwoningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens Burgemeester en wethouders kunnen het vermelde maximum aantal te splitsen huurwoningen in een verdeelbesluit verdelen in vier categorieën. Voor een verdeelbesluit gelden de volgende bepalingen: Burgemeester en Wethouders kunnen bij een verdeelbesluit bepalen dat zij bepaalde gebieden aanwijzen waar quotum ingezet kan worden, mits dit beleidsmatig onderbouwd wordt. Daarnaast kunnen voor de bestaande quota dan wel voor een deel van dat quotum uitsluitend splitsingsvergunningen worden verleend voor gebouwen in de volgende categorieën: a. complexgewijze aanpak: gebouwen met een bouwplan dat deel uitmaakt van een stedelijk vernieuwingsplan of een complexgewijze of buurtgerichte aanpak; b. samenvoegen: gebouwen waarin ten minste één woning door het doen van een bouwkundige ingreep met ten minste 30 m² gebruiksoppervlakte wordt vergroot; c. splitsen gewenst: gebouwen die zijn gelegen in een gebied waarvan Burgemeester en Wethouders hebben bepaald dat splitsen in dat gebied wenselijk is. d. Tot slot kan nog een restcategorie worden onderscheiden.

Deze categorie is van toepassing als Burgemeester en Wethouders geen verdeelbesluit nemen of zover in het verdeelbesluit niet het geheel beschikbare contingent wordt verdeeld over de overige drie categorieën. Artikel 2. Omgang eigenaar-verhuurder met de huurwoningen en zittende huurders In verband met de woonruimtevoorraad en de waarborgen dat huurwoningen na de voorgenomen splitsing bestemd blijven voor verhuur ter bewoning (artikel 3.6.1 eerste lid onder d. Huisvestingsverordening) nemen burgemeester en wethouders mee in haar beoordeling mee of: a. de aanvrager, die deelnemer is aan de Gedragscode splitsen Amsterdam, zich in overeenstemming met deze gedragscode ten opzichte van huurder(s) gedraagt; b. het verschoonbaar is dat verhuurder zich niet conform de Gedragscode ten opzichte van de huurder(s) gedraagt; en c. de aanvrager daarmee voldoende zekerheid biedt dat huurder(s) na splitsing van het gebouw de door hen gehuurde woning ten tijde van de aanvraag van de splitsingsvergunning ook kunnen blijven bewonen.

d. In deze beoordeling wordt het gehele traject van de splitsingsvergunning door de verhuurder meegenomen. Burgemeester en wethouders beoordelen bovenstaande vier elementen aan de hand van de volgende aspecten. Is er een Werkovereenkomst, gesloten tussen verhuurder en huurder, is er een klacht is ingediend bij de geschillencommissie gedragscode splitsen en zo ja, wat is de uitspraak van de geschillencommissie en voorts andere relevante aspecten zoals bejegening van de huurders en uitvoering van de werkzaamheden ter verbetering van het gebouw. Al deze aspecten worden meegenomen in de beoordeling van de aanvraag en de daarvoor vereiste belangenafweging voor het al dan niet verlenen van de splitsingsvergunning. Artikel 3. Ingrijpende vernieuwbouw Er is sprake van ingrijpende vernieuwbouw, als het gebouw met woningen, na het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen van dat gebouw, in overeenstemming is met de voorschriften in de nieuwbouwparagrafen van het Bouwbesluit, met dien verstande dat: 1. met betrekking tot de constructieve veiligheid, casco en fundering van kwaliteitsklasse/niveau I moeten zijn. Bij de toepassing van paragraaf 2.1.1 Bouwbesluit moet een referentieperiode van ten minste 40 jaar zijn aangehouden; 2.

gemotiveerd vrijstelling mag zijn verleend van de voorschriften als gebouwen met woningen naar het oordeel van burgemeester en wethouders door ingrijpende vernieuwbouw afdoende voldoen aan nieuwbouweisen, zoals bedoeld in artikel 3.4.2 vierde lid onder a van de Huisvestingsverordening, indien het gebouw voldoet aan de paragrafen voor nieuwbouw in het Bouwbesluit, met dien verstande dat in de volgende hoofdstukken, afdelingen, paragrafen of artikelen, een specifiek omschreven niveau, dat niet lager mag zijn dan het rechtens verkregen niveau en niet lager mag zijn dan niveau bestaande bouw, voldoende is. a. In afwijking van paragraaf 2.1.1 (algemene sterkte van een bouwconstructie) dient het casco en fundering van het gebouw van kwaliteitsklasse I te zijn, dan wel anderszins is aangetoond dat binnen een termijn van 40 jaren casco en fundering geen voorziening behoeven; b. In afwijking van paragraaf 2.5.1 (trap), is, als bij behoud van de oude vloerconstructies de vereiste vrije hoogte boven een trap niet toestaat, een lagere vrije hoogte toegestaan; c. In afwijking van afdeling 3.1 (bescherming tegen geluid van buiten) geldt als binnen oude gevelmuren van de tweede architectuurorde wordt gebouwd, een maximaal binnen niveau van 40 dB(A); d. In afwijking van paragraaf 3.11.1 (daglicht) geldt, als binnen oude gevelmuren wordt gebouwd, een lager niveau; e.

In afwijking van de paragrafen 4.1.1, 4.2.1 en 4.3.1 (verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte) is, als bij behoud van oude gevelmuren en/of oude vloerconstructies de vereiste hoogte niet toestaat, een lagere vrije hoogte toegestaan; f. In afwijking van afdeling 4.4, artikel 4.24 (aanwezigheid toegankelijkheidssector), heeft een gebouw bij maximaal vijf bouwlagen geheel boven het straatniveau gelegen, geen gemeenschappelijke toegankelijkheidssector en dan behoeft bijvoorbeeld geen lift te worden aangebracht; g. De voorschriften uit hoofdstuk 4, paragrafen nieuwbouw (technische voorschriften uit het oogpunt van bruikbaarheid) gelden niet, als de stedenbouwkundige randvoorwaarden het voldoen aan deze voorschriften in de weg staan en geen gelijkwaardige alternatieve oplossing beschikbaar is. Dit geldt onder andere voor de voorgeschreven buitenruimte en in mindere mate voor de buitenberging; h. Aan de nieuwbouweisen van het Bouwbesluit behoeft niet te worden voldaan als de monumentale waarde het niet mogelijk maakt dat een monument aan deze nieuwbouweisen voldoet. De aanvrager dient bij een splitsingsaanvraag specifiek aan te geven, voor welke artikelen van het Bouwbesluit, het gebouw niet aan nieuwbouweisen kan gaan voldoen.

Artikel 4. Indexnummers van bergingen, zolders of andere additionele ruimten Zolderruimten, bergruimten en dergelijke, welke in een splitsing worden betrokken moeten het hetzelfde indexnummer hebben als de woning, waartoe de bijbehorende ruimte behoort. Deze eis wordt gesteld om te voorkomen dat de geschiktheid van de woning zou kunnen worden verminderd door afzonderlijke vervreemding van de zolderruimte of andere ruimte. Ook anderszins mag het gebruik van de zolder- of bergruimte ten behoeve van de bijbehorende woning niet in de akte van splitsing (of een aanvullende akte) worden ingeperkt. Slechts in uitzonderlijke gevallen, ter beoordeling van burgemeester en wethouders, kan van het hiervoor bedoelde voorschrift van hetzelfde indexnummer worden afgeweken. Artikel 5. Kwaliteitseisen aan de toestand van het gebouw Het minimale kwaliteitsniveau waaraan woningen en gebouwen met woningen van vóór 1940 na splitsing in appartementsrechten moeten voldoen, komt overeen met hetgeen is bepaald in het Bouwbesluit 2012 voor bestaande bouw. Op enkele onderdelen zijn kwaliteitseisen overeengekomen, die boven het niveau Bouwbesluit bestaande bouw 2012 uitgaan. Dit betreft hierna genoemde leden 1 tot en met 7. In lid 8 is verwezen naar bepaalde kwaliteitseisen voor geluidswering die al vanuit het Bouwbesluit op nieuwbouwniveau zijn vereist. 5.1 Asbesthoudende materialen Algemeen a.

De aanvrager van de splitsingsvergunning ontwikkelt een voorstel voor asbestsanering of laat dit ontwikkelen. b. Gevaar opleverende asbesthoudende materialen in de woning of het complex worden verwijderd. c. Hechtgebonden asbesthoudende materialen die niet beschadigd zijn of zijn opgenomen in het casco (bijvoorbeeld ingemetseld of in de constructie opgenomen zoals geschilderde sandwichpanelen in de borstwering) en geen gebrek opleveren, hoeven niet worden verwijderd. d. Via het asbestinventarisatierapport worden (potentiële) kopers en de VVE op de hoogte gesteld van eventuele aanwezigheid van asbest in de woning. Complex a. Voor het complex wordt voor splitsing een asbestinventarisatierapport opgesteld door een erkend gecertificeerd asbestinventarisatiebureau op basis van een visuele inspectie. b. Onveilige asbesthoudende materialen inclusief beschadigde hechtgebonden asbesthoudende materialen op kwetsbare (voor bewoner bereikbare) plaatsen worden verwijderd, behalve omkokerde leidingen voor ventilatie, rookgasafvoer of riolering mits het asbest in hechtgebonden staat is. Woning a. Voor iedere te splitsen woning wordt een asbestinventarisatie als bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit uitgevoerd door een erkend gecertificeerd asbestinventarisatiebureau. b.

Onveilige asbesthoudende materialen inclusief beschadigde hechtgebonden asbesthoudende materialen op kwetsbare (voor bewoner bereikbare) plaatsen worden verwijderd, behalve omkokerde leidingen voor ventilatie, rookgasafvoer of riolering. 5.2 Elektriciteitsvoorziening De aanwezige voorziening voor elektriciteit dient veilig in gebruik te zijn. De elektrische installatie dient door middel van een keuringsrapport te zijn goedgekeurd door een erkend installatiebedrijf, dat is aangesloten bij een vakorganisatie. In het keuringsrapport dient te staan dat de installatie voldoet aan de eisen van NEN 1010. De adressen die zijn gekeurd, moeten duidelijk staan vermeld met de huisnummers en keuringsdatum. Het keuringsrapport moet gewaarmerkt en ondertekend zijn. 5.3

Gasvoorziening

De aanwezige voorziening voor gas dient veilig in gebruik te zijn. De installatie dient door middel van een keuringsrapport te zijn goedgekeurd door een erkend installatiebedrijf, dat is aangesloten bij een vakorganisatie. In het keuringsrapport dient te staan dat de installatie voldoet aan de eisen van NEN 1078. De adressen die zijn gekeurd, moeten duidelijk staan vermeld met de huisnummers en keuringsdatum. Het keuringsrapport moet gewaarmerkt en ondertekend zijn. 5.4 Fundering Voor de fundering is kwaliteitsklasse II vereist, dat wil zeggen dat aannemelijk is dat de fundering binnen 25 jaar geen voorzieningen behoeft. 5.5 Loden waterleidingen Loden waterleidingen worden buiten gebruik gesteld. 5.6 Bescherming tegen muizen en ratten Een bestaand bouwwerk is zodanig dat het binnendringen van ratten en muizen wordt tegengegaan. 5.7 Sterkte bij brand Bouwbesluit paragraaf 2.2.2 (bestaande bouw) is van toepassing met dien verstande dat de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken van de bouwconstructie, indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 meter en niet hoger dan 13 meter boven meetniveau, ook 60 minuten moet zijn. 5.8 Geluidswering (zie afdeling 3.4 Bouwbesluit Geluidwering tussen ruimten nieuwbouw), bij onderhoud versus vernieuwen a.

Bij het doen van onderhoud of het wegwerken van achterstallig onderhoud mag wat betreft de geluidswering tussen ruimten geldt het rechtens verkregen niveau niet mag worden onderschreden. b. Indien in een te splitsen woning een nieuw plafond wordt aangebracht (bijvoorbeeld uit het oogpunt van brandveiligheid) mag het karakteristieke luchtdruk-geluidniveauverschil niet kleiner zijn dan 47 dB en het gewogen contact-geluidniveau niet groter dan 59 dB. 5.9 Aanvullende eisen Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende eisen stellen, op de in eerste tot en met het achtste lid genoemde eisen, indien de aanvraag betrekking heeft op een gebouw met woningen in de categorie ‘complexgewijze aanpak’.

Hoofdstuk 6 Huisbewaring I. Inleiding Het in gebruik geven en nemen van vergunningplichtige woonruimte zonder in bezit te zijn van een huisvestingsvergunning is verboden. Toch kunnen zich situaties voordoen waarbij een hoofdbewoner tijdelijk geen gebruik kan maken van de woonruimte en het uit doelmatigheidsoverwegingen niet zinvol is te eisen dat de woonruimte gedurende de afwezigheid niet in gebruik gegeven wordt. Door toe te staan dat woonruimte bij tijdelijke maar betrekkelijk langdurige afwezigheid van de hoofdbewoner door een huisbewaarder wordt bewoond, wordt onnodige leegstand voorkomen. Onder huisbewaring wordt verstaan het in gebruik geven en nemen van een woning bij tijdelijke afwezigheid van de hoofdbewoner, niet zijnde een vorm van toeristische verhuur. Indien een hoofdbewoner om hieronder vermelde redenen gedurende 2 jaar of korter geen gebruik maakt van de woning, kan de hoofdbewoner bij de woningcorporatie, of in het geval van particuliere verhuurders bij de Directie Wonen, een verzoek indienen tot huisbewaring.

Huisbewaring hoeft niet te worden aangevraagd voor niet-vergunningplichtige woonruimte. Huisbewaring wordt alleen toegestaan indien de hoofdbewoner aantoonbaar of aannemelijk:  tijdelijk voor arbeidsdoeleinden buiten de regio woonachtig moet zijn;  tijdelijk in verband met studie buiten de regio of woonachtig moet zijn;  tijdelijk in verband met mantelzorg afwezig is;  tijdelijk vanwege detentie afwezig is;  vanwege een langdurige vakantie (wereldreis) afwezig is;   het voornemen heeft samen te gaan wonen met een partner met wie geen huwelijk  of geregistreerd partnerschap bestaat;  in verband met remigratie naar het land van herkomst vertrekt en de mogelijkheid wil hebben om binnen een jaar terug te keren indien de remigratie mislukt. Artikel 1. Aanvragen huisbewaring Huisbewaring wordt door middel van een formulier bij de directie Wonen of bij de woningcorporaties aangevraagd. Het formulier moet door de aanvrager en de verhuurder worden ondertekend, waaruit tevens blijkt dat de verhuurder geen bezwaar heeft.

Bijgevoegd moet zijn (een kopie van):  de arbeid- of studieovereenkomst, waaruit de duur van de afwezigheid blijkt; óf   een verklaring waaruit de medische noodzaak blijkt tot langdurige opname of waaruit  de detentie blijkt; óf  reisbescheiden waaruit de langdurige afwezigheid kan worden vastgesteld óf   een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie van de partner waarmee hij/zij  de samenwoning mee aangaat; of  bescheiden waaruit de remigratie aannemelijk wordt gemaakt. Een aanvraag voor huisbewaring wordt niet in behandeling genomen als:  de hoofdbewoner al vertrokken is én de woning al in bewaring heeft gegeven. In dat geval  is sprake van clandestiene bewoning;  het aanvraagformulier onvolledig is ingevuld;  de gevraagde bescheiden niet zijn bijgevoegd;  de verhuurder het aanvraagformulier niet heeft ondertekend. Artikel 2. Verlenen van toestemming Aanvragen voor huisbewaring voor woningen van de woningcorporaties worden door de corporatie zelf afgehandeld. Een aanvraag voor een woning van een particuliere eigenaar waarvoor een huisvestingsvergunning is vereist wordt afgehandeld door de directie Wonen. De directie Wonen verwerkt de aanvraag en geeft binnen veertien dagen nadat de aanvraag is ontvangen uitsluitsel over het verlenen van toestemming aan de eigenaar/verhuurder en aan de in bewaring gever. Artikel 3.

Onthouden van toestemming Met huisbewaring wordt niet ingestemd als:   het gaat om niet noodzakelijke of niet aantoonbare afwezigheid;  de voorgedragen huisbewaarder de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;   de huisbewaarder beschikt over zelfstandige woonruimte in Amsterdam, die als gevolg van de huisbewaring leeg komt te staan;   er bij proefsamenwonen sprake is van een tweede huur-of koopcontract;   de aanvraag voor de tweede keer in vijf jaar wordt gedaan. Artikel 4. Eindigen huisbewaring Huisbewaring eindigt op het moment dat de periode van huisbewaring is verlopen, dan wel eerder als gebleken is dat de inbewaringgever definitief niet meer terugkeert op de woning

door definitieve vestiging elders in Nederland, definitieve vestiging in het buitenland, definitieve beëindiging van de mantelzorg of door overlijden. Huisbewaring eindigt in geval van (proef-)samenwonen ook door in het huwelijk treden of het aangaan van een geregistreerd partnerschap. Artikel 5. Aanvullende bepalingen Voor de huisbewaarder zijn geen normen voor woningbezetting of inkomenseisen van toepassing. Gedurende de periode van huisbewaring blijft de eventuele inschrijfduur bij WoningNet van de inbewaringgever en van de huisbewaarder gehandhaafd. De eigenaar/verhuurder kan bij het toestaan van huisbewaring, van de hoofdbewoner een gedateerde schriftelijke huuropzegging verlangen. Hierdoor is het voor de verhuurder mogelijk tot ontruiming over te gaan indien de oorspronkelijke hoofdbewoner niet terugkeert. Zolang de totale periode van 2 jaar niet wordt overschreden, kan verlenging van huisbewaring worden aangevraagd, maar in geval samenwoning en remigratie wordt huisbewaring slechts toegestaan voor een periode van maximaal één jaar.

Hoofdstuk 7 Beroepsgroepenregeling Artikel 1. Zorgfuncties waarop de voorrang van toepassing is 1. Als uitwerking van artikel 2.9.3 stellen burgemeester en wethouders op basis van de tekorten in werknemers de volgende functies in de zorg vast waar de voorrangsregeling op van toepassing is: a. Verpleegkundige; b. Verzorgende IG; c. Gezinscoach jeugd; d. Gezinsmanager jeugd; e. Begeleider gehandicaptenzorg; f. Doktersassistent; g. Apothekersassistent; h. Operatieassistent; i. Praktijkondersteuner; of, j. Anesthesiemedewerker. De functies worden nader uitgewerkt in artikel 2. 2. In aanvulling op het eerste lid moet uit het arbeidscontract en functieomschrijving blijken dat de woningzoekende een functie vervult genoemd in het eerste lid. Artikel 2. Nadere uitwerking zorgfuncties a. Verpleegkundige: Kern van de functie: a. Het verplegen, verzorgen en begeleiden van patiënten in een ziekenhuis of zorginstelling; b. het voeren van opname-en ontslaggesprekken; c. het opstellen van het verpleegplan; d. het begeleiden van patiënten en verwanten gedurende de opname; e. het geven van informatie en instructies over het onderzoek, de behandeling en zelfzorg in de thuissituatie; f. het verrichten van handelingen zoals subcutane intramusculair injecteren en het inbrengen van maagsondes; g. het verrichten van handelingen zoals intraveneus injecteren en het inbrengen van infusen; en h.

het begeleiden van collega’s ten aanzien van verpleegkundige handelingen.

Referentiefuncties: Ambulanceverpleegkundige, Dialyseverpleegkundige, intakeverpleegkundige, gespecialiseerd verpleegkundige, kinderverpleegkundige, maag darm leververpleegkundige, obstetrie/gynaecologieverpleegkundige, regieverpleegkundige, senior verpleegkundige, verpleegkundige, verpleegkundige dagbehandeling/kort verblijf. Opleidingsniveau : minimaal mbo 4

b. Verzorgende Individuele Gezondheidszorg (IG): Verzorgende IG kan binnen Verpleeg-, en verzorgingshuizen en thuiszorg. b.1 Verzorgende verpleeg- en verzorgingshuizen Kern van de functie: a. Het verzorgen, begeleiden en verplegen van cliënten met somatische en/of psychische problematiek zoals psychogeriatrische cliënten; b. het verrichten van verpleegtechnische handelingen zoals tracheacanule verzorging en katheteriseren; c. het opstellen van een zorgplan in overleg met de cliënt en verwanten; d. het coördineren en bewaken van de zorgverlening; en, e. het geven van meer intensieve begeleiding aan cliënten, zoals psychosociale begeleiding in een terminaal stadium. Opleidingsniveau : mbo 3 b. 2 Verzorgende thuiszorg Kern van de functie: a. Het verzorgen, begeleiden en verplegen van cliënten thuis in situaties waarbij meer intensieve zorg en/of begeleiding nodig is; b. het opstellen van een zorgplan in overleg met de cliënt en mantelzorgers; c. het coördineren van de zorgverlening; d. het begeleiden van de cliënt bij het zelfstandig verrichten van ADL-activiteiten en huishoudelijke werkzaamheden; e. het verrichten van verpleegtechnische handelingen; en, f. het geven van meer intensieve begeleiding aan cliënten, zoals begeleiding in een terminaalstadium. Opleidingsniveau : mbo 3

c. Gezinscoach jeugd: Kern van de functie: a. Het geven van huishoudelijke ondersteuning; b. het helpen bij financieel beheer; c. het bieden van ondersteuning bij kind- en zelfzorg; d. het geven van opvoedingsondersteuning; e. het geven van educatie; f. het geven van hulp bij het vinden van goede daginvulling; g. (eventuele) orthopedagogische interventie; h. aandacht voor psychische en/of verslavingsproblematiek;

i. j.

het versterken van het netwerk; en, het geven van begeleiding gericht op gedragsverandering.

Opleidingsniveau hbo (Social Work, MWD, SPH, CMV, Psychologie, Pedagogiek)

d. Gezinsmanager jeugd: Kern van de functie: a. Het coördineren en geven van hulpverlening voor gezinnen waarin onveiligheid speelt; b. Het, samen met het gezin/netwerk, opstellen en realiseren van een multidisciplinair plan van aanpak; c. Het afleggen van huisbezoeken, contact opnemen met andere hulpverlenende instanties, wijkagenten, scholen en het sociale netwerk van het gezin; d. Het optreden als wettelijke vertegenwoordiger van het kind; e. Het adviseren van de rechter en of andere instellingen over de gezin en de situatie van het kind; en, f. Het afleggen van verantwoording in de rechtbank. Referentiefuncties: Jeugdzorgwerker A, Jeugdzorgwerker 2, jeugdbeschermer of gezinsvoogd. De functienaam gezinsmanager wordt gebruikt door Jeugdbescherming, andere instellingen gebruiken de overige functienamen. Opleidingsniveau hbo (Social Work, MWD, SPH, CMV, Psychologie, Pedagogiek) e. Begeleider gehandicaptenzorg: Kern van de functie: Het begeleiden van cliënten met een verstandelijke beperking binnen een afdeling beschermd wonen. Opleidingsniveau: mbo 3, 4 en HBO

f. Doktersassistent: Kern van de functie: a. Het plannen van afspraken en het daarbij inschatten van de urgentie van de hulpvraag; b. het assisteren en ondersteunen van artsen bij onderzoeken en behandelingen; en, c. het verrichten van administratieve en huishoudelijke werkzaamheden. Opleidingsniveau : mbo 4

g. Apothekersassistent Kern van de functie: a. Het bewaken van de medicatie van patiënten; b. het distribueren van geneesmiddelen; en, c. het beheren van apotheek- en afdelingsvoorraden. Opleidingsniveau : mbo 4

h. Operatieassistent Kern van de functie: a. Het voorbereiden van operatieve patiëntenzorg; b. het instrumenteren tijdens operaties; c. het assisteren tijdens operaties; d. het omlopen tijdens operaties; en, e. het verrichten van postoperatieve en overige werkzaamheden. Opleidingsniveau : CZO opleiding

i. Praktijkondersteuner: Onder de functie van praktijkondersteuner valt praktijkondersteuner somatiek en praktijkondersteuner GGZ. i.1 Praktijkondersteuner somatiek Kern van de functie: a. Het inventariseren en analyseren van de medische-, verpleegkundige- of sociale problemen van de patiënt, waarbij sprake is van chronische- en / of complexe patiëntsituaties; b. het op basis van anamnese en bevindingen doorverwijzen van de patiënt naar andere zorgverleners in de 1e lijn en, i.o.m. huisarts, naar de 2e lijn; c. het in overleg met de patiënt opstellen van een zorgplan; d. het uitvoeren van verpleegtechnische handelingen; e. het geven van psychosociale begeleiding; f. het zorgen voor afstemming en terugkoppeling aan de huisarts; en, g. het adviseren over de best passende toedieningsvorm van door de huisarts voorgeschreven geneesmiddelen. Opleidingsniveau : hbo verpleegkunde of post hbo

i. 2 Praktijkondersteuner GGZ Kern van de functie: a. Het behandelen van klachten, problemen en vragen op het gebied van psychische, psychosomatische en psychosociale problematiek; b. het differentiëren van de klacht naar aard en ernst; c. het beoordelen van de noodzaak tot interventie of verwijzing; d. het in overleg met de huisarts - vanuit een werkhypothese- genereren van een behandel-/ zorgplan en het definiëren van resultaten; e. het uitvoeren van het behandelplan uit en het bewaken van het effect; f. het onderhouden van contact met patiënten, familie, mantelzorgers, sleutelfiguren en andere professionals; g. het verwerken van verkregen informatie o.a. bij het geven van voorlichting en advies en het gezamenlijk opstellen en uitvoeren van een zorgplan; en, h. het initiëren en onderhouden van een constructief dialoog met de patiënt en het zorgdragen voor een verantwoorde besluitvorming.

Opleidingsniveau : hbo verpleegkunde of post hbo j. Anesthesiemedewerker: Kern van de functie: a. Het voorbereiden van anesthesie en behandelingen; b. het verrichten van anesthesiewerkzaamheden en medisch-technische handelingen; c. het verlenen van medische ondersteuning op andere afdelingen; en, d. het verrichten van overige werkzaamheden. Opleidingsniveau: HBO Artikel 3. Toewijzingsquotum Voor het aanbieden van een woonruimte aan een kandidaat van de bemiddelingslijst als bedoeld in artikel 2.9.4, zesde tot en met het negende lid van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020, gelden de in de hieronder opgenomen toewijzingsquotum per beroepsgroep. Beroepsgroep Zorg Onderwijs Politie

Quotum 49% van de woonruimten 32% van de woonruimten 19% van de woonruimten

Artikel 4. Maximum aantal kandidaten bemiddelingslijst Burgemeester en wethouder stellen het maximaal aantal kandidaten om doelmatig en passend woonruimten te bemiddelen als bedoeld in artikel 2.9.4, tiende lid op 500.

Hoofdstuk 8 Woonruimteverdeling I. Inleiding Per 16 januari 2023 is de nieuwe woonruimteverdeling van start gegaan. Woningen die via WoningNet en Woonmatch in de woningmarktregio worden aangeboden worden nu toegewezen op basis van het aantal punten dat een woningzoekende heeft opgebouwd. Bij deze wijziging zijn verschillende categorieën punten geïntroduceerd. In deze Nadere regels wordt beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam uitvoering geeft aan de bevoegdheid tot het beslissen op een aanvraag om een verklaring opbouw situatiepunten, een verklaring opbouw situatiepunten voor jongeren en een verklaring startpunten voor jongeren. Deze Nadere regels zijn opgesteld volgens de opbouw van de Huisvestingsverordening (verder: HVV). De paragrafen bevatten tussen haakjes het onderliggende artikel in de HVV. II. Nadere regels woonruimteverdeling Artikel 1. Werkwijze aanbodinstrumenten en opbouw en afname van zoekpunten (paragraaf 2.4 HVV) Ter uitvoering van artikel 2.4.8 HVV hanteren burgemeester en wethouders de volgende werkwijze. 1. In de aanbodinstrumenten van WoningNet en Woonmatch wordt aan woningzoekende alle woningen getoond waarop woningzoekende kan reageren. Dit aanbod omvat zowel de woningen die passen bij het door de woningzoekende zelf opgegeven zoekprofiel, als

2.

3.

4.

5.

6.

7.

ook de woningen die voor woningzoekende passend zijn, uitgaande van de door woningzoekende verstrekte gegevens. Een woning die wordt aangeboden bevat in ieder geval: a. een opgave van het aantal vierkante meters en een plattegrond van de woning; b. opgave van de bijzondere kenmerken waaronder in ieder geval: aanwezigheid centrale verwarming, buitenruimten, lift, berging en bekende gebreken. De woningzoekende kan zijn belangstelling kenbaar maken door zich aan te melden. De advertentie vermeldt de sluitingsdatum voor aanmelding, en zo mogelijk de datum dat de woning kan worden bezichtigd. De woningzoekende die wordt uitgenodigd voor een bezichtiging ontvangt een emailbericht waarin staat vermeld: a. de datum en tijdstip waarop de woning bezichtigd kan worden. Dit tijdstip ligt ten minste 3 dagen, waarvan ten minste één volle werkdag, na het tijdstip van de uitnodiging; b. informatie betreffende de wijze en termijnen van reactie op de uitnodiging. Een afmelding voor een afgesproken bezichtiging moet ontvangen zijn op het e-mailadres dat in de uitnodigingsbrief vermeldt staat, vóór het tijdstip dat de bezichtiging een aanvang neemt. De woningzoekende die na bezichtiging een woning krijgt aangeboden ontvangt een emailbericht waarin staat vermeld: a. informatie betreffende de wijze en termijnen van reactie op de aangeboden woning; b.

informatie over de stukken die moeten worden aangeleverd. Het niet of niet tijdig en correct reageren op een van de genoemde termijnen geldt als niet reageren, weigering van een uitnodiging voor bezichtiging of weigering van een aangeboden woning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12913888/1