CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor Samenwerkingsafspraken 2020-2023 resultaten 2021 DEF.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 11 oktober 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Monitor Samenwerkingsafspraken over 2021 (VN2022-023370)6.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Monitor Samenwerkingsafspraken 2020-2023 Meting 2- resultaten 2021

Amsterdamse prestatieafspraken tussen de woningcorporaties, de huurderskoepels en de gemeente.

2022

0

Monitor Samenwerkingsafspraken over 2021 ________________________________________________________________________________

Voorwoord Voor u ligt de tweede monitor van de Samenwerkingsafspraken 2020-2023. Deze laat de resultaten zien over het jaar 2021. We zijn nu over de helft van deze afsprakenperiode en inmiddels is een nieuwe gemeenteraad gekozen en een nieuw college aangetreden. Komende periode gaat het college samen met de partners werken aan de woonvisie, waarna in 2023 nieuwe Samenwerkingsafspraken zullen worden gemaakt. Deze monitor geeft zicht op de voortgang in de eerste twee jaar van de lopende afspraken. De lopende Samenwerkingsafspraken hebben de woningcorporaties, de huurderskoepels en de gemeente eind 2019 gemaakt, met als uitgangspunt dat iedereen in Amsterdam een betaalbaar, goed en duurzaam huis verdient om in te wonen. De beschikbaarheid van betaalbare woningen in Amsterdam staat onder grote druk. Mensen met een laag en gemiddeld inkomen kunnen ontzettend moeilijk aan een huis komen. De drie partijen hebben daarom afgesproken dat er meer huizen bij moeten komen voor juist die groepen die het op de vrije woningmarkt niet redden. De afspraak gaat om een aanzienlijke toename van de voorraad sociale huurwoningen met in totaal 3.000 woningen in de vier jaar van de afspraken. Daarnaast spraken we ook een groei van 1.100 middeldure corporatiewoningen af voor de periode tot en met eind 2023.

Trendbreuk In 2021 is het aantal sociale huurwoningen van corporaties in Amsterdam met 619 woningen toegenomen. Daarmee is sprake van een belangrijke trendbreuk: na 20 jaar afname van de sociale voorraad en de laatste jaren een stabilisatie, is nu echt de beoogde groei ingezet. Door een kleine daling in 2020 is de groei van de sociale voorraad van Amsterdamse corporaties voor de eerste helft van de afsprakenperiode beperkt tot 609 woningen. De beoogde groei van 3.000 woningen zal niet worden gerealiseerd. De gezamenlijke inspanning is er op gericht om hier zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen. In het bod van de corporaties, bij de start van de gesprekken over de nieuwe prestatieafspraken in 2019, werd een groei van 500 woningen per jaar voorzien. Uiteindelijk hebben de drie partijen besloten de lat voor de gezamenlijke inspanningen hoog te leggen. Daarbij was destijds al duidelijk dat dit veel zou vergen, vooral van planning van de nieuwbouwprojecten. Zo gaan de afspraken voor de beoogde groei van de sociale huurvoorraad uit van gemiddeld 2.500 opgeleverde nieuwbouwwoningen per jaar, veel meer dan in de voorgaande jaren. De trendbreuk die nu zichtbaar is, was waarschijnlijk niet mogelijk geweest zonder de ambitieuze plannen.

Huisvesting kwetsbare groepen In de Samenwerkingsafspraken hebben de drie partijen afgesproken om bij eventuele gewijzigde omstandigheden met elkaar in gesprek te gaan. In het voorjaar van 2021 is een gesprek gestart tussen de partijen naar aanleiding van de grotere behoefte aan woningen voor kwetsbare groepen. De in 2019 afgesproken 1.800 woningen per jaar bleken niet toereikend te zijn. De

1

gesprekken en de extra inspanningen hebben er toe geleid dat er in 2021 ruim 2.100 woningen zijn toegewezen aan kwetsbare groepen. Dat is ruim meer dan in eerdere jaren. Duurzaamheid De resultaten op duurzaamheid lopen achter bij de gemaakte afspraken. Dat geldt met name op de totale CO2-reductie en het gerealiseerde vermogen aan zonne-energie. Op basis van voortschrijdend inzicht is de doelstelling voor CO2-reductie voor de hele periode 2020-2023 in het najaar van 2021 beperkt opgehoogd van 8 naar 9%. Door verbetering van de CO2-monitor, waardoor nu meer gegevens beschikbaar zijn over meer woningen, blijkt er echter minder CO2 te worden gereduceerd. Met terugwerkende kracht is het resultaat over 2020 naar beneden bijgesteld. Op de afspraken over het aantal labelstappen en het aantal woningen aardgasvrij is bij elk een beperkte achterstand zichtbaar. In 2021 is er een terugval in de prestaties ten opzichte van 2020. De partijen werken juist intensiever samen dan voorheen en investeren extra in duurzaamheidsmaatregelen. De uitvoering van deze projecten start veelal in 2022 en 2023 en zou moeten leiden tot extra resultaten. Daarnaast zijn de corporaties bezig hun portefeuille strategie zo in te richten dat de landelijke afspraak over het wegwerken van alle E, F en G-labels in de sociale voorraad binnen bereik komt.

Monitor 2021 Hieronder vindt u per hoofdstuk van de gemaakte Samenwerkingsafspraken de resultaten in het jaar 2021. In de linkerkantlijn vindt u steeds kort de gemaakte afspraak voor de gehele periode 2020 tot en met 2023.

Inhoudsopgave 1. Ontwikkeling woningvoorraad 2. Betaalbaarheid 3. Woningzoekenden en doelgroepen 4. Kwetsbare groepen en wonen met zorg 5. Kwaliteit en duurzaamheid 6. Leefbaarheid en ontwikkelbuurten 7. Financiën

pagina 3 9 12 15 16 20 21

2

1. Ontwikkeling woningvoorraad

Betaalbare woningen zijn een schaars goed. De vraag naar woningen is veel groter dan het aanbod. Daarom moeten we flink investeren in groei van de sociale woningvoorraad en in de uitbreiding van het aantal middeldure huurwoningen. Ook willen we stevig blijven bouwen om in de nieuwe uitbreidingsgebieden en transformatiegebieden gemengde wijken te realiseren. De gemeente, corporaties en huurders zetten zich gezamenlijk in om de groei te realiseren.

Netto toename sociale huur: 3.000 in 4 jaar Beoogde oplevering nieuwbouw sociale huur: jaarlijks 2.500

Groei van het aantal sociale huurwoningen Corporaties zorgen ervoor dat de voorraad sociale huurwoningen in de periode 2020-2023 met 3.000 woningen toeneemt, dit komt overeen met een meerjarig gemiddelde groei van gemiddeld 750 woningen per jaar. Deze groei is het saldo van de opgeleverde (en aangekochte) nieuwbouw en de sociale huurwoningen die zijn geliberaliseerd, verkocht of gesloopt. De beoogde groei is gebaseerd op oplevering van gemiddeld 2.500 nieuwbouwwoningen per jaar en lukt alleen als we er gezamenlijk in slagen om een aantal projecten binnen de afsprakenperiode tot oplevering te laten komen. In 2021 zijn door de corporaties 1.930 sociale huurwoningen opgeleverd. De corporaties verkopen niet meer woningen dan nodig is om de benodigde investeringen te kunnen doen: in 2021 zijn 868 sociale huurwoningen verkocht. Over 2021 is het aantal zelfstandige sociale huurwoningen per saldo met 619 woningen toegenomen. De ambitie is om een grotere groei dan 750 woningen jaarlijks te realiseren door het toevoegen van extra tijdelijke woningen. In 2021 zijn geen tijdelijke woningen opgeleverd. Tabel 1

Voorraadontwikkeling sociale huurwoningen corporaties 2020

2021

1.372

1.930

Nieuwbouw onzelfstandige sociale huurwoningen

0

0

Nieuwbouw tijdelijke woningen

0

0

Totaal nieuwbouwopleveringen

1.372

1.930

Aankoop sociale huurwoningen

1

0

Verkoop sociale huur particulieren

627

868

Verkoop sociale huur overig (o.a. collega-corporatie /belegger)

5*

0

Sloop sociale huurwoningen

435

156

Nieuwbouw zelfstandige sociale huurwoningen

3

Aantal liberalisaties sociale huurwoningen bij mutatie (incl'ontliberalisatie')

316

287

Saldo zelfstandige sociale huurwoningen

-10

619

*Dit betreft de complexmatige verkoop van 5 woningen aan een woongroep.

Netto toename middenhuur: 1.100 in 4 jaar

Groei van het aantal middeldure huurwoningen Corporaties zorgen ervoor dat de voorraad middeldure huurwoningen in de periode 20202023 per saldo met 1.100 woningen toeneemt. In 2020 en 2021 is het aantal middeldure woningen verhuurd door corporaties met (netto) 1.132 woningen gegroeid. Tabel 2

Saldo aantal middensegment huurwoningen van corporaties

Saldo aantal middensegment huurwoningen

2020

2021

452

680

Nieuwbouw van sociale huurwoningen In de periode 2018-2025 willen we 17.500 zelfstandige sociale huurwoningen realiseren, zoals opgenomen in het Woningbouwplan 2018-2025. Dat doen we door nieuwbouw op door de gemeente uit te geven grond; door sloop/nieuwbouw van corporatiewoningen; door verdichting en door transformatie van gebouwen. Om de bouwproductie te versnellen zijn processen, zoals het adviesstelsel van het Plaberum, bij de gemeente gestroomlijnd en zijn corporaties en gemeente voortdurend met elkaar in gesprek om projecten snel tot uitvoering te brengen. De financiële regels die gelden bij sloop/nieuwbouw van corporatiewoningen op in erfpacht uitgegeven grond zijn geactualiseerd in het herziene Aanvullend Convenant Erfpact (ACE). Het herziene ACE is per 19 november 2021 van kracht. Er is zorg over de invloed die stijgende bouwkosten kunnen hebben op de productie. In 2021 is een onderzoek naar bouwkostenontwikkeling gestart dat in 2022 zal worden afgerond. Hierin ligt de nadruk op de eisen voor duurzaamheid die verder gaan dan het bouwbesluit (hemelwaterverordening, aansluitplicht warmtesystemen) en worden ook stedenbouwkundige- en welstandseisen betrokken. Start bouw: jaarlijks 2.500 sociale huurwoningen

We hebben afgesproken dat er de komende jaren jaarlijks gestart wordt met de bouw van gemiddeld 2.500 sociale huurwoningen in de gemeente Amsterdam. In 2021 is de bouw van 1.449 zelfstandige sociale huurwoningen gestart. Naast de realisatie van permanente sociale huurwoningen, is gezocht naar ruimte voor tijdelijke oplossingen en locaties. In 2020 zijn hiertoe een aantal locaties aangewezen om verder te onderzoeken op haalbaarheid voor tijdelijke woningbouw (10 of 15 jaar). Aanleiding voor de inventarisatie waren onder andere; de verkenning van locaties voor tijdelijke woningbouw zoals opgenomen in de Samenwerkingsafspraken 2020-2023 met corporaties, stimuleringsmaatregelingen ten aanzien van Flexwonen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, de opgave om woningen voor doelgroepen als statushouders, jongeren en diverse kwetsbare groepen, mede als gevolg van te beperkte doorstromingsmogelijkheden vanuit de maatschappelijke opvang, te realiseren 4

Van de geïnventariseerde locaties is er een aantal enigszins kansrijk voor de ontwikkeling van tijdelijke woningbouw. Zij worden door de gemeente op haalbaarheid voor tijdelijke huisvesting onderzocht. De gemeente neemt de corporaties en AFWC mee in dit proces. Partijen hebben het gezamenlijke doel om de voorraad sociale huurwoningen te vergroten. In 2021 is de locatie Appelweg aan de AFWC aangeboden voor de realisatie van 70 tijdelijke woningen. Daarnaast zijn 250 tijdelijke sociale huurwoningen in aanbouw genomen op Zeeburgereiland. Tabel 3

In aanbouw genomen nieuwbouw sociale huur 2020

2021

2.270

1.449

Aantal zelfstandig verhuurd als onzelfstandige sociale huurwoningen

104

0

Aantal onzelfstandige sociale huurwoningen

263

0

0

250

Gemiddelde oppervlakte reguliere sociale huurwoning

57 m²

50 m2

Aandeel aanpasbaar reguliere sociale huur

96%

89%

Aantal zelfstandige sociale huurwoningen

Aantal sociale huurwoningen tijdelijk

Gemiddeld 60 m2 gbo reguliere sociale huur nieuwbouw

≥ 90% nieuwbouw sociaal aanpasbaar

Belangrijk is dat het woningaanbod divers is en dat zowel één- als meerpersoonshuishoudens, jongeren als ouderen, mensen met en zonder beperkingen, nieuwkomers als doorstromers overal betaalbaar kunnen wonen in de stad. In nieuwe uitbreidingsgebieden betekent dit dat de nieuwbouw een mix is van woningen van diverse omvang in m². In bestaande gebieden betekent dit dat de gewenste nieuwbouw afhangt van de (wijzigingen in de) bestaande woningvoorraad. In 2021 is van de 621 reguliere sociale huurwoningen, dit is exclusief jongeren- en studentenwoningen, het gemiddelde oppervlakte 50 m2. Ook is afgesproken dat tenminste negentig procent van de in aanbouw genomen woningen in de sociale huur aanpasbaar gebouwd wordt. Tussen augustus 2020 tot en met juli 2021 is 89% van de in aanbouw genomen sociale huurwoningen aanpasbaar. In 2021 is de Aanpak Rolstoelwoningen opgesteld. Hiermee wordt ingezet op 1) Het actualiseren van de wachtlijst en het toewijzen van rolstoelwoningen 2) Een betere inzet van de huidige voorraad rolstoelwoningen en 3) Het vergroten van de voorraad rolstoelwoningen.

Zie: https://www.huisvestingkwetsbaregroepen.nl/wpcontent/uploads/2022/02/Aanpak-Rolstoelwoningen-15-03-2021-def-gecomprimeerd.pdf We hebben afgesproken om – met een aanlooptijd van twee jaar en op voorwaarde dat er locaties zijn - plannen te maken om jaarlijks 250 zelfstandige geclusterde ouderenwoningen in aanbouw te nemen. De intentieverklaring zelfstandig geclusterd wonen voor ouderen in Amsterdam is op 1 juli 2020 ondertekend door de wethouder Bouwen en Wonen met 22 andere partijen. Hierin staat een gezamenlijke opgave om binnen vijf jaar 2.000 geclusterde ouderenwoningen in aanbouw te hebben genomen, waarvan 1.000 in de sociale huur; 500 in de middeldure huur en 500 in de vrije sector. Het 5

resultaat is een startbouw van 149 seniorenwoningen in het jaar 2021 – het startjaar van de Intentieverklaring geclusterd wonen voor ouderen. Hierbij moet worden opgemerkt dat het tijd kost om projecten met geclusterde ouderenwoningen in de planvoorraad op te nemen. Daarom is het tempo niet gelijkmatig over de jaren verdeeld. In de Samenwerkingsafspraken 2020-2023 is afgesproken dat de corporaties en gemeente in 2021 om tafel gaan om aanvullende afspraken in het verlengde van het handboek ‘Natuurinclusief bouwen en ontwerpen’ te maken. Er zijn nog geen concrete aanvullende afspraken gemaakt met de corporaties. Dit wordt in 2022 opgepakt. Ontwikkelende partijen moeten bij de woningbouwtenders voldoen aan een drempelwaarde van 30 punten uit het puntensysteem Natuurinclusief bouwen. Dit geldt ook voor corporaties.

Verkoopafspraken in gebieden met (potentieel) beperkte (< 45%) voorraad sociale huur

Gemengde stad, gemengde wijken Amsterdam heeft een gemengde woningvoorraad met in alle wijken aanbod in de sociale huur, middeldure huur en dure huur en koop. De corporaties spelen van oudsher een grote rol in het behoud van deze gemengdheid. Het doel is om dit gemengde woningaanbod in stand te houden, zodat er geen gebieden ontstaan die niet toegankelijk zijn voor bewoners met een laag-of middeninkomen en er evenmin gebieden ontstaan waar geen bewoners zijn met een hoger inkomen. Bij het maken van de afspraken is onderscheid gemaakt tussen de gebieden op basis van het aandeel sociale huur (van corporaties en particuliere verhuurders tezamen). Waar dit aandeel onder 45% lag, zijn corporaties terughoudend met verkoop of is dit uitgesloten. Dit geldt eveneens voor gebieden waar dit percentage boven 45% lag, maar waar veel woningen door particulieren worden verhuurd. In deze gebieden kan immers het aandeel sociale verhuur als gevolg van liberalisatie door particuliere verhuurders snel onder 45% zakken. In 2021 zijn 868 sociale huurwoningen verkocht. 183 van deze woningen liggen in één van de gebieden waarvoor verkoopafspraken zijn gemaakt. Tabel 4

Verkoop sociale huurwoningen corporaties

Gebied

2020

2021

DX01 Centrum-West

10

4

DX02 Centrum-Oost

18

30

DX05 Oud-West/De Baarsjes

35

44

DX08 De Aker, Sloten en Nieuw Sloten

6

7

DX10 Oud-Zuid

27

25

DX11 Buitenveldert/Zuidas

14

15

DX12 De Pijp/Rivierenbuurt

47

58

DX16 IJburg/Zeeburgereiland

0

0

Overige gebieden

475

685

Totaal

632

868

Voor vier gebieden hebben we de afspraak gemaakt dat de absolute voorraad sociale en 6

middeldure huurwoningen van corporaties in de periode 2020-2023 minimaal gelijk blijft. De tabel hieronder geeft aan wat de ontwikkeling in 2021 is van deze voorraad. Tabel 5

Aantal sociale en middeldure huurwoningen corporaties

Gebied

1-1-2020

1-1-2021

1-1-2022

DX02 Centrum-Oost

6.439

7.049

7.053

DX10 Oud-Zuid

5.021

5.008

4.992

DX11 Buitenveldert/Zuidas

3.123

3.106

3.133

DX16 IJburg/Zeeburgereiland

3.767

3.824

3.831

Voor het gebied Centrum-West is afgesproken dat verkoop van sociale huurwoningen niet is toegestaan, tenzij deze verkoop vanuit een van onderstaande redenen is gemotiveerd. Er is ook afgesproken dat we de verkopen in dit gebied monitoren en beschouwen welke afwegingen daarbij gemaakt zijn. In 2021 zijn in Centrum-West 4 sociale huurwoningen verkocht. Tabel 6

Aantal verkochte sociale huurwoningen Centrum-West

Reden

2020

2021

1. Sluit niet aan bij taak (monument/renovatie)

4

1

2. Verkoop aan wooncoöperatie

0

0

3. Gemengde vve <= 6 woningen in bezit

6

3

4. Complexgewijze verkoop

0

0

Totaal

10

4

In de samenwerkingafspraken hebben de afspraak uit de vorige periode om minimaal 47.000 corporatiewoningen te handhaven in voormalig marktgebied 1 verlengd. Tabel 7

Corporatiewoningen in Marktgebied 11

Aantal corporatiewoningen

1-1-2020

1-1-2021

1-1-2022

48.468

48.642

48.485

Divers: atelierwoningen, wooncoöperaties, woonwagens Het is voor de stad van belang dat kunstenaars een woon- en werkplek hebben. De corporaties dragen daarin bij door atelierwoningen te verhuren en de afspraak is dat de ijzeren voorraad van atelierwoningen wordt verhoogd van 259 naar 293 atelierwoningen en dat deze voorraad de komende jaren behouden blijft. Eind 2021 verhuren de corporaties in totaal 324 atelierwoningen.

1 Stadsdelen Centrum en Zuid en de gebieden Oud West, Oostelijk Havengebied, Overhoeks en Houthavens.

7

Tabel 8 Tenminste 293 atelierwoningen

Atelierwoningen corporaties

Aantal atelierwoningen

2020

2021

328

324

De gemeente Amsterdam heeft locaties voor woonwagens en woonwagen in eigendom en beheer voor verhuur aan woonwagenbewoners. De gemeentelijke organisatie is niet bij uitstek geschikt om deze rol te vervullen. Tevens heeft de gemeente door deze situatie meerdere, niet goed verenigbare, rollen en taken op dit terrein. De afgelopen twee jaar is gewerkt aan het beleidskader Woonwagens en standplaatsen 2022-2026. Hierin staan onder andere de afspraken die moeten worden gemaakt tussen gemeente en corporaties om te onderzoeken of, hoe en onder welke voorwaarden de verhuur en het beheer van woonwagens en woonwagenlocaties op termijn over zouden kunnen gaan naar de corporaties. De inspraak op het beleidskader wordt op dit moment – 3e kwartaal 2022 – verwerkt en zal naar verwachting in het 4e kwartaal door B&W en gemeenteraad worden vastgesteld.

8

2. Betaalbaarheid

Betaalbaarheid van wonen in Amsterdam is een zorg van ons allemaal. Het Rijk draagt bij aan de betaalbaarheid via de huurtoeslag. Maar ook dan zijn in een aantal gevallen de woonlasten in verhouding tot het inkomen te hoog. In Amsterdam kunnen gemeente en corporaties niet alle oorzaken van betaalbaarheid en betalingsproblemen oplossen. We concentreren ons op wat we wél kunnen doen om te voorkomen dat huishoudens in financiële problemen komen door de stijging van de woonlasten of daling van het inkomen.

≥ 70% sociale huurwoningen onder aftoppingsgrenzen

Aanbiedingsafspraken sociale huurwoningen We streven naar een gelijkmatige spreiding van aangeboden sociale huurwoningen: 1) Tenminste 70% van de sociale huurwoningen wordt onder de aftoppingsgrenzen (€633,25 en €678,66 prijspeil 2021) aangeboden. 2) Per stadsdeel wordt tenminste 70% onder de aftoppingsgrenzen (€633,25 en €678,66 prijspeil 2021) aangeboden 3) Het aanbod onder de aftoppingsgrenzen staat in redelijke verhouding tot het deel woningzoekenden dat gezien het inkomen in aanmerking komt voor dit prijssegment. In 2021 is 79% van de woningen aangeboden onder de aftoppingsgrenzen, op stadsdeelniveau varieert dit van 67% tot 84%. Tabel 8

Percentage verhuringen onder de aftoppingsgrenzen per stadsdeel

Stadsdeel

2020

2021

Centrum

71%

67%

West

79%

74%

Nieuw West

88%

84%

Zuid

76%

77%

Oost

77%

77%

Noord

81%

82%

Zuidoost

83%

84%

Amsterdam totaal

80%

79%

9

Figuur 1

Gemiddelde aanvangshuur middensegment: €921,43

≥ 50% middensegment met voorrang aan regionale doorstromers uit sociale huur

Percentage toewijzingen en percentage woningzoekenden naar doelgroep

Aanbiedingsafspraken middensegment huurwoningen Alle woningen van de corporaties die in het middensegment worden aangeboden, zijn woningen met een huurprijs tussen de € 752,33 en € 1053,26 (prijspeil 2021). Afgesproken is dat deze een gemiddelde aanvangshuur van €940,41 hebben (prijspeil 2021). Huishoudens met een middeninkomen, een huishoudinkomen tot € 63.237,- zijn de primaire doelgroep voor deze woningen en hebben voorrang. Om de doorstroming in de sociale huur te stimuleren, hebben woningzoekenden met een middeninkomen die een sociale huurwoning in de regio Amsterdam achterlaten voorrang: tenminste 50% van het aanbod wordt met voorrang aan deze groep aangeboden. In 2021 lag de gemiddelde aanvangshuur van door corporaties in het middensegment verhuurde woningen op €940. Driekwart van deze woningen is met voorrang aangeboden aan kandidaten die een sociale huurwoning in de regio achterlaten. 80% van de middenhuur woningen zijn met voorrang aangeboden aan kandidaten met een middeninkomen.

10

Tabel 10

Maximaal 1,0% huursomstijging boven inflatie

Huurverlaging voor huishoudens langdurig in armoede

Gemiddelde prijs en verdeling aanbod middenhuur 2020

2021

Gemiddelde aanvangshuur

€ 917

€ 940

Aandeel met voorrang aangeboden (sociale huurwoning in MRA)

69%

76%

Aandeel voorrang middeninkomens

74%

80%

Huursomontwikkeling en maatwerk voor huurders in de knel De corporaties pasten een beperkte huursomstijging boven de inflatie toe om vooral te kunnen investeren in de kwaliteit en duurzaamheid van het eigen bezit en in mindere mate in nieuwbouw. Afgesproken is dat de corporaties in 2021 een huursomstijging mogen toepassen van maximaal 1,0% boven inflatie. In 2021 is er echter door een landelijke maatregel sprake van huurbevriezing. Dat betekent dat de corporaties de huren niet konden verhogen en ook niet mochten aanpassen aan de inflatie (1,4%). De huursom van corporaties is daardoor gelijkgebleven. Rekening houdend met de inflatie zijn de huurinkomsten van corporaties als gevolg van de huurbevriezing gedaald. In 2021 is de Regeling passende huur van de gemeente vervangen door de wet eenmalige huurverlaging. Met deze landelijke regeling blijft het mogelijk voor huishoudens met een laag inkomen die huurder zijn van een sociale huurwoning van een corporatie om huurverlaging aan te vragen. Vroegsignalering en aanpak huurschulden Corporaties en gemeente voorkomen zoveel mogelijk dat huurders hun woning verliezen door huurschuld. Dit wordt gedaan door vroeg te signaleren als er financiële problemen spelen; door te ondersteunen bij het voorkomen van verdere financiële problematiek; en door het bieden van hulp als er omvangrijke problemen zijn.

Gemeente en corporaties blijven de uitvoering van verschillende interventies zoals Vroeg Eropaf, Geregelde Betaling en Eropaf mogelijk maken. Bij escalatie van de problematiek waarbij gezinnen met kinderen worden uitgezet, biedt de gemeente een vangnet. Corporaties en het ministerie hebben afgesproken om gedurende de coronacrisis huishoudens niet uit te zetten als ze als gevolg van deze crisis betalingsprobelemen hebben: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/03/26/geen-huisuitzettingen-enverlenging-tijdelijke-huurcontracten

11

3. Woningzoekenden en doelgroepen

≥ 50% aanbod sociale huur voor ‘regulier’ woningzoekenden

Regulier woningzoekenden Er zijn veel woningzoekenden die met voorrang een sociale huurwoning zoeken of krijgen toegewezen. Een nog grotere groep heeft geen voorrang. Deze zogenoemde reguliere woningzoekende moet ook toegang hebben en houden tot de sociale huurvoorraad. Daarom wordt minimaal 50% van het vrijkomende aanbod, zowel bestaande als nieuwbouwwoningen, toegewezen aan regulier woningzoekenden. In 2021 is 61% van het aanbod toegewezen aan de groep regulier woningzoekenden. Tabel 11

2020

2020

2021

2021

Regulier

4.392

66%

4.463

61%

Kwetsbare huishoudens (PHKG)

1.785

27%

2.117

29%

Sv-kandidaat

335

5%

523

7%

Maatwerk

135

2%

242

3%

6.667

100%

7.345

100%

Totaal

Verhuisregelingen om doorstroming te stimuleren

Toewijzingen sociale huur

Verhuisregelingen We willen oudere bewoners de mogelijkheid bieden om door te stromen naar een voor hen mogelijk meer geschikte woning. Daarnaast willen we doorstroming bevorderen, onder meer om grotere woningen beschikbaar te krijgen voor gezinnen. Hiertoe hebben we regelingen ontworpen: ‘Van Groot naar Beter’ (VGNB) en ‘Van Hoog naar Laag’ (VHNL). Op basis van gegevens in WoningNet zijn er 111 verhuizingen gerealiseerd met VGNB in 2021. Dat betekent dat deze regeling gezorgd heeft voor de doorstroming van 111 kleine huishoudens uit grote sociale woningen (70 m2 of meer en 4 kamers of meer) die beschikbaar kwamen voor gezinnen met drie of meer kinderen. Vanaf 1 juli 2021 is een aanpassing bij Van Hoog Naar Laag van kracht, namelijk dat ouderen zich bij hun corporatie moeten aanmelden voor VHNL. Er zijn 106 ouderen met Van Hoog naar Laag verhuisd in 2021. Dit is een stijging ten opzichte van 2020. Over de verhuisregelingen is gerapporteerd in de Voortgangsrapportage Ouderenhuisvesting 2021: https://www.amsterdam.nl/bestuurorganisatie/organisatie/ruimte-economie/wonen/ouderenhuisvesting/?reload=true.

12

Tabel 12

Verhuizingen met verhuisregeling 2020

2021

Van Groot naar Beter

102

111

Van Hoog naar Laag

92

106

Jongerenhuisvesting We willen jongeren een kans bieden op een betaalbare zelfstandige sociale huurwoning. Jongeren onder de 28 jaar hebben vanwege hun leeftijd een kortere inschrijfduur dan andere woningzoekenden en daardoor een lagere slaagkans dan gemiddeld. Door het aanbieden van betaalbare woningen met een jongerencontract, vergroten we de slaagkans voor deze jongeren én zorgen we voor doorstroming binnen dit deel van de voorraad. ≤ 33% reguliere aanbod toegewezen met jongerencontract

De afspraak is dat maximaal 33% van het reguliere aanbod met een jongerencontract mag worden aangeboden aan jongeren en starters (tot 28 jaar). In 2021 is 25% van het totale aantal verhuringen (7.345) via WoningNet aangeboden met een jongerencontract. Tabel 13

≤ 5% grotere woningen toegewezen met jongerencontract

Aandeel toewijzingen met een jongerencontract

Contractvorm

2020

2021

Jongerencontract

27%

25%

Overige contractvormen

73%

75%

Totaal

100%

100%

Grote(re) woningen zijn hard nodig voor de huisvesting van grotere huishoudens, daarom hebben we afgesproken dat met name kleinere woningen met een jongerencontract mogen worden verhuurd en maximaal 5% van de vrijkomende grotere woningen met een jongerencontract mag worden aangeboden. In 2021 is 8% van de grotere woningen met een jongerencontract verhuurd. Tabel 14

Aandeel grote(re) woningen verhuurd met jongerencontract 2020

2021

Aandeel van grote woningen binnen de ring (> 40 m²)

13%

11%

Aandeel van grote woningen buiten de ring (> 50m²)

4%

4%

Aandeel van grote woningen totaal

9%

8%

Om voor de toekomst te bepalen hoe groot de voorraad woningen met een jongerencontract moet worden en hoe de spreiding van jongerenwoningen over de stad is, is een onderzoek naar de werking en de effecten van het jongerencontract in Amsterdam uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn in april 2022 opgeleverd. Op basis van de resultaten zijn gemeente, corporaties en huurders in gesprek over eventuele wijzigingen van de afspraken over jongerenhuisvesting. 13

Beroepsgroepen Docenten, zorgverleners en agenten zijn van groot belang voor de stad. De schaarste op de woningmarkt raakt deze beroepsgroepen zeer, om deze reden is er een voorrangsregeling van kracht. De beroepen die in aanmerking komen voor voorrang op de huurwoningenmarkt zijn in 2021 nog de werknemers in de onderwijs- en zorgsector, per 1 januari 2022 is ook de politie als beroepsgroep toegevoegd. De regeling is ingericht voor de spoedzoekers, namelijk leraren, agenten en zorgmedewerkers die vanwege een tijdelijk huurcontract hun woning moeten verlaten, ver moeten reizen of inwonen bij anderen. Voorstel in de nieuwe huisvestingsverordening per 1 jan 2023 is om te werken met een toewijzingsquotum per doelgroep sector.

Minimaal 50 sociale en 50 middeldure woningen aangeboden aan beroepsgroepen

De gemeente zorgt voor de voordracht van potentiele huurders uit de beroepsgroepen. De corporaties bieden jaarlijks minimaal 50 sociale en 50 middeldure huurwoningen aan de potentiele kandidaten. De regeling blijft onverminderd populair: in 2021 zijn 706 kandidaten aangemeld door werkgevers. 508 van deze kandidaten voldeden aan de voorwaarden. De corporaties hebben 350 woningen aangeboden aan de beroepsgroepen, waarna er 210 woningen zijn toegewezen. Tabel 15

Aantal verhuringen aan beroepsgroepen door corporaties 2020 en 2021 2020

2021

Sociale huurwoningen

94

188

Middeldure huurwoningen

31

22

Totaal

125

210

14

4. Kwetsbare groepen en wonen met zorg

Jaarlijks 1.800 woningen naar kwetsbare groepen

Huisvesting kwetsbare groepen In het programma huisvesting kwetsbare groepen (PHKG) werken de gemeente, de woningcorporaties en de zorgaanbieders samen om kwetsbare Amsterdammers te ondersteunen. De hoofddoelstelling van het programma is het realiseren van woonoplossingen in combinatie met het bieden van ondersteuning. De ondersteuning in de vorm van begeleiding wordt gefinancierd en de uitvoering ervan gevolgd door de gemeente. De corporaties wijzen jaarlijks 1.800 reguliere woningen toe aan de kwetsbare doelgroepen uit het programma en aan WLZ-geïndiceerde huishoudens. In 2021 hebben de corporaties 2.117 woningen geleverd voor de huisvesting van kwetsbare mensen. In het bestuurlijk overleg Samenwerkingsafspraken van 23 juni 2022 is besloten dat de rolstoelwoningen buiten de aantallen woningen voor PHKG (1.800) vallen. In 2021 zijn 65 huishoudens geholpen met een rolstoelwoningen of een verbouwd rolstoelgeschikte woning. Voor meer informatie verwijzen we naar de voortgangsrapportage van het Programma Huisvesting Kwetsbare groepen over 2021: https://www.huisvestingkwetsbaregroepen.nl/wp-content/uploads/2022/05/220513voortgangsrapport_PHKG_2021_TG.pdf. Tabel 16

Toewijzingen kwetsbare huishoudens

Toewijzing aan kwetsbare huishoudens (PHKG)

2020

2021

1.785

2.117

Ouderenhuisvesting Ouderen die kwetsbaarder worden en langer zelfstandig thuis wonen, hebben belang bij de juiste ondersteuning van gemeente, corporaties en zorgaanbieders. Daarom is in februari 2019 het Programma Ouderenhuisvesting 2019-2022 vastgesteld door de gemeenteraad. Het programma richt zich op de groeiende groep 65-plussers en voert onder meer de regie over de verbouw en transformatie van intramurale verpleeg- en verzorgingshuizen in de gemeente Amsterdam. Het doel is om deze locaties te behouden voor (nieuwe vormen van) ouderenhuisvesting. Het Programmateam Ouderenhuisvesting voert hiervoor regulier overleg met het Zorgkantoor, de AFWC en betrokken zorgaanbieders in de werkgroep Zorghuisvesting. Het Programmateam Ouderenhuisvesting is betrokken bij lopende ontwikkelingen op diverse locaties in de stad, waaronder Nellestein, de Riekerhof, de Venser en de Driehoven. Over de voortgang van het programma wordt jaarlijks gerapporteerd: https://www.amsterdam.nl/bestuurorganisatie/organisatie/ruimte-economie/wonen/ouderenhuisvesting/

15

5. Kwaliteit en duurzaamheid

Woningkwaliteit Een goede woning is een basisbehoefte van de bewoners van de stad. Gemeente, corporaties en huurderskoepels willen dat de basiskwaliteit van de woningen in Amsterdam op orde is. Alle woningen dienen minimaal veilig en gezond te zijn. En daar waar dit vanwege de woningkwaliteit niet het geval is, moet dat worden verbeterd. De gemeente voert sinds 2017 het Programma Woningkwaliteit uit. Hiermee besteedt de gemeente extra aandacht aan kwaliteit, veiligheid, gezondheid en comfort van de bestaande woningvoorraad. De corporaties zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun woningen. Dit geldt uiteraard ook voor die woningen die onderdeel zijn van een VvE. Door corporaties is er in 2021 hard gewerkt aan het wegwerken van loden leidingen in hun bezit. Hiernaast is de samenwerking op kwaliteit geïntensiveerd aan de hand van het kwaliteitsoverleg. In 2021 is voor het eerst een gezamenlijk beeld gevormd over de kwaliteit van de totale corporatie voorraad. De corporaties hebben data verzameld over de kwaliteit en onderhoud van hun bezit en deze verwerkt tot kwaliteitskaarten op buurtniveau. Aan de hand van de data is er in het kwaliteitsoverleg gesproken over de complexen met slechte scores op onderhoud en/of kwaliteit en welke plannen hiervoor zijn. Tevens is in 2021 gesproken over het verbeteren van de dataverzameling en de kaarten in het vervolg.

Dit kan door objectievere gegevens (NEN 2767) toe te voegen en naast gemiddelden op buurtniveau ook inzicht te geven over het aantal slechte complexen in die buurt en de plannen tot verbetering. Figuur 1

Gemiddelde onderhoudsscore corporatiewoningen per buurt

16

Duurzaamheid Gemeente en corporaties hebben gezamenlijk de ambitie om in 2050 een CO2-neutrale woningvoorraad te hebben. De belangrijkste paden om CO2-reductie te realiseren zijn: 1) het aardgasvrij maken van de woningen, 2) het opwekken van hernieuwbare energie, 3) het terugdringen van de warmtevraag (isoleren) en 4) Het terugdringen van de energievraag (gedragsverandering). Om de ambities te bereiken is in 2020 en 2021 de samenwerking tussen corporaties, gemeente en huurders gecontinueerd en geïntensiveerd. Huurders zijn betrokken bij de City Deal aardgasvrij. De corporaties, gemeente en huurders trekken samen op in de Warmtemotor. Onder aansturing van de AFWC en de gemeente wordt samengewerkt om meer zon te realiseren (programma Zon en de Zonmotor). Corporaties en gemeente werken samen in een leerprogramma Circulaire corporaties en er zijn bijeenkomsten georganiseerd waarbij goede voorbeelden en leren van elkaar centraal stonden. Tenslotte bespreken gemeente en corporaties minimaal vier keer per jaar de samenwerking en actuele zaken in het duurzaamheidsoverleg. In 2020 heeft het college besloten een (extra) financiële impuls te geven aan zowel het behalen van duurzaamheidsdoelstellingen als aan werkgelegenheid.

64 miljoen is gereserveerd voor investeringen in versnelling van aansluiten op warmtenet (Warmtemotor); het isoleren van woningen (Renovatie- en isolatiemotor) en voor zonnepanelen op de daken (Zonmotor).

9% CO2-reductie in vier jaar

CO2-reductie en CO2-monitor De CO2-reductie ten opzichte van peiljaar 2019 is 3,0%. Op basis van nieuwe cijfers over het energiegebruik was de reductie in 2020 1,7% 1 en in 2021 1,3%. Najaar 2021 is in het bestuurlijk overleg Samenwerkingsafspraken de afspraak over het reductiepercentage voor de hele periode van de Samenwerkingsafspraken aangepast van 8% naar 9%. Tabel 17

Reductie CO2

CO2-reductie vanaf 2020 ten opzichte van peiljaar 2019 2020

2021

1,7% 1

1,3%

Aardgasvrij Gemeente en corporaties werken samen met andere stakeholders (netbeheerders, warmtebedrijf en andere eigenaren) in de City Deal Aardgasvrij. In 2020 is ook de huurdersvertegenwoordiging hierbij aangeschoven. De wijk-voor-wijkaanpak van de City Dealpartners is actief in 32 wijken (50 CBS-buurten). Voor de Gentiaanbuurt, Molenwijk en Banne Noord zijn buurtuitvoeringsplannen opgesteld. _________________________ 1 Op basis van een verbeterslag door Liander in de CO2-monitor is het percentage van 2020 bijgesteld.

In 2021 is de mantelovereenkomst Amsterdamse Warmtemotor met corporaties, Vattenfall/Westpoort Warmte en gemeente ondertekend. Naar verwachting zullen 17

hiermee in 10 tot 15 buurten in totaal 10.000 woningen voor eind 2026 van het aardgas af gaan, met een gemeentelijke subsidie van €5.000 per woning. Huurders gaan hierbij kostenneutraal over op warmte. De gemeente heeft in totaal 50 miljoen gereserveerd voor investering in het aanleggen en aansluiten van 10.000 woningen op het warmtenet. Dit is aanvullend op de bestaande afspraken. Afgesproken is dat de corporaties in de periode 2020-2023 2.000 woningen van het aardgas afhalen. In 2020 en 2021 zijn in totaal 969 bestaande corporatiewoningen van het aardgas afgehaald. Via de subsidieregeling Gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam is in totaal € 2.148.000 subsidie aan corporaties verleend (stand april 2022). De regeling loopt in ieder geval tot en met 2022. Tabel 18 2.000 woningen aardgasvrij in 4 jaar

Aantal corporatiewoningen aardgasvrij gemaakt vanaf 2020

Aantal woningen aardgasvrij gemaakt

2020

2021

580

389

Zonne-energie Gemeente en corporaties werken samen aan het realiseren van zoveel mogelijk zonprojecten op corporatiedaken. In 2020 is daartoe het Programma Zon opgericht onder gezamenlijke aansturing van AFWC en de gemeente. In 2021 heeft de gemeente aanvullend besloten €4 miljoen te investeren voor extra zonnepalen op corporatiedaken (Zonmotor), bovenop de bestaande afspraken. Samenwerking in programma Zon heeft onder andere het volgende opgeleverd:  Uitwerking van de subsidieregeling Zonmotor. De subsidieregeling is specifiek gericht op het wegnemen van barrières voor het aanleggen van panelen op daken waar anders geen zonnepanelen gelegd zouden worden. Lieven de Key, Ymere, Stadgenoot, Eigen Haard en Rochdale hebben in totaal €2,3 miljoen aangevraagd en toegekend gekregen. Hiermee worden tot en met oktober 2022 zo’n 19.000 tot 20.000 zonnepanelen gelegd, dat is circa 6.555 kWp. In 2022 is nog een subsidieronde voor de resterende €1.7 miljoen.  Een beslisboom voor zon op VvE’s. Deze wordt nu in de praktijk getest.  Een handreiking voor zon op erfgoed/monumentale daken. Tevens is er één aanspreekpunt bij de gemeente voor de corporaties: het loket Duurzaam Erfgoed.  Verbeterde en intensievere samenwerking, onder andere door gezamenlijke themasessies (zonmotor, VvE’s, Erfgoed), verbeterde communicatie (nieuwsbrief, gezamenlijk persbericht, gezamenlijke bewonersbrieven).

In de Samenwerkingsafspraken is opgenomen dat de corporaties in de periode 2020-2023 15 MW aan zonne-energie installeren. In 2020 en 2021 is in totaal 5,2 megawatt extra vermogen aan zonne-energie is opgesteld.

18

15 mW zonneenergie geinstaleerd in 4 jaar

Tabel 19

Zonne-energie op daken corporatiewoningen vanaf 2020

Bijgeplaatst vermogen zonnepanelen

2020

2021

2,9 MW

2,3 MW

Energiebesparing De corporaties verduurzamen de woningvoorraad door bij renovatie en verbetering isolatie- en andere maatregelen te treffen. Deze ingrepen zorgen ervoor dat het energielabel van de woning verbetert. Afgesproken is dat de corporaties 50.000 labelstappen realiseren in de periode 2020-2023. In 2020 en 2021 zijn er in totaal 23.239 labelstappen gerealiseerd in de bestaande woningvoorraad van woningcorporaties. Tabel 20 50.000 labelstappen in 4 jaar

Labelstappen

Aantal verbeterde labelsstappen corporatiewoningen vanaf 2020 2020

2021

15.174

8.065

Bovenop de afgesproken inzet op energiebesparing aan de hand van labelstappen zetten corporaties, huurders en de gemeente zich gezamenlijk in om bewoners energie te laten besparen. Met de Renovatie- en isolatiemotor is € 5 miljoen gereserveerd voor kierdichting en eenvoudige energiebesparende maatregelen. Hiermee wordt beoogd om in de buurten waar woningen versneld worden aangesloten op het warmtenet via Warm Amsterdam, versneld de energievraag van de woningen wordt beperkt. Het doel is voor 2026 10.000 woningen (corporatiewonignen én particuliere woningbezitters) aan te pakken. In 2021 is een intensief samenwerkingsproces met de woningcorporaties gestart om te komen tot een regeling. Dit heeft in 2021 geleid tot een menukaart met mogelijke kleine energiebesparende maatregelen waarbij de gemeente maximaal € 500 per woning beschikbaar stelt. In 2022 worden er uitvoerders gezocht die de besparing bij de bewoners kunnen realiseren. Naast isolatie is het gedrag van bewoners een belangrijke factor in de warmtevraag en hiermee de CO2-uitstoot, het energieverbruik en woonlasten. In 2021 zijn 990 adviezen van energiecoaches en buurtteams gegeven aan bewoners met focus op wijken met relatief hoge percentage energiearmoede. !WOON heeft in 2021 83 bewonersinitiatieven gericht op energiebesparende woningverbetering (huurcomplexen en gemengde VvE's) ondersteund en begeleid.

Tenslotte hebben 29.375 huurders een cadeaubonnen à 70 euro aangevraagd om te besteden aan energiebesparende producten. Gemiddeld 56% van de cadeaubonnen wordt daadwerkelijk verzilverd.

19

6. Leefbaarheid en ontwikkelbuurten

Corporaties en gemeente werken vanuit hun eigen verantwoordelijkheid continu aan een leefbare wijk waarin de wooncomplexen van de corporaties en de openbare ruimte schoon, heel en veilig is. Het behouden en verbeteren van de leefbaarheid vraagt om maatwerk met een op de wijk, buurt en het complex gerichte aanpak. De gemeente en de corporaties stemmen hun bijdrage aan het verbeteren van de leefbaarheid per gebied met elkaar af. De resultaten van de inzet op leefbaarheid worden gemonitord via het gebiedsgerichte werken onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Jaarlijks wordt per gebied een plan opgesteld waarin wordt beschreven hoe leefbaarheid wordt bestendigd of verbeterd: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/stadsdelen/gebiedsgerichtwerken/ Ontwikkelbuurten In 2021 is wederom extra geïnvesteerd in de ontwikkelbuurten in Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Het vierjarige programma ontwikkelbuurten richt zich naast de verbetering van de fysieke leefbaarheid door middel van woningen, voorzieningen en openbare ruimte ook op de sociaaleconomische positie van bewoners. De kern van de ontwikkelbuurtenaanpak is dat we investeren in de buurten die dat het hardst nodig hebben, zodat bewoners er prettiger en beter kunnen wonen, leven en spelen.

Dat doen we met behulp van (grote en kleine) projecten, plannen voor de lange termijn en het focussen van beleid in nauwe samenwerking met bewoners. De plannen zijn terug te vinden via: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/coalitieakkoorduitvoeringsagenda/fijne-buurten/ontwikkelbuurten/. Het budget voor het programma ontwikkelbuurten loopt tot eind 2022. Masterplan Ondertussen wordt samen met partners waaronder de woningcorporaties gewerkt aan verschillende integrale plannen voor de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost om structureel de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren. Het Masterplan Zuidoost is in februari 2021 vastgesteld en wordt momenteel samen met allerlei partners uitgevoerd: https://zoiszuidoost.nl/. In Nieuw-West is een Masterplan in ontwikkeling (https://www.samennieuw-west.nl/) en voor Noord is gestart met een aanpak Noord.

20

7. Financiën

Financieel IJkpunt Het algemene beeld dat uit het financieel IJkpunt 2021 naar voren komt is dat de begrotingen een forse stijging laten zien in de nieuwbouwinvesteringen en kleinere toename aan verkoopinkomsten. Het investeringsprogramma is en blijft ambitieus. Binnen de financiële kaders waarmee deze begrotingen zijn opgesteld is verdere intensivering niet mogelijk. Het verlagen en afschaffen van de verhuurderheffing verruimd de financiële mogelijkheden. De hiermee vrijvallende middelen worden in de volgende begroting gealloceerd. In het financieel ijkpunt is het effect van het afschaffen van de verhuurderheffing nog niet meegenomen. De meeste corporaties hebben de verlaging voor het jaar 2022 evenmin ingerekend. Omdat het Rijk en de corporaties (Aedes) bindende afspraken gaan maken over de vrijkomende financiële middelen is het nog onzeker wat de financiële gevolgen zijn van de afschaffing van de verhuurderheffing voor de Amsterdamse corporaties. Er zijn meer actuele ontwikkelingen waar geen of beperkt rekening mee is gehouden in het Financieel IJkpunt, zoals de stijgende rente en daarmee de stijgende kosten op leningen (wat weer een negatief effect heeft op de ICR) en de snel stijgende (bouw)kosten voor nieuwbouw, renovatie en verduurzaming.

En dit terwijl in het financieel ijkpunt al wordt gewezen op een forse stijging van de bouwinvesteringen en een kleinere toename aan verkoopinkomsten. Daarnaast heeft het nieuwe kabinet voor 2024 een huurbevriezing aangekondigd die gedekt moet worden door de af te schaffen verhuurderheffing en het is nog onduidelijk of de corporaties moeten gaan meebetalen aan de aanpassingen in de huurtoeslag en de plannen voor inkomenshuren. Achtervang In juni 2021 heeft het college van B&W ingestemd met de nieuwe achtervangovereenkomst met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Deze verving de reeds bestaande achtervangovereenkomst tussen de gemeente en het WSW. De nieuwe achtervangovereenkomst geldt alleen voor nieuwe leningen en herfinanciering van bestaande leningen. Belangrijkste wijziging is een aangepaste verdeelsleutel voor de gemeentelijke achtervang, gebaseerd op de marktwaarde per gemeente van het bezit van elke corporatie voor nieuwe financieringen en de herfinanciering van reeds geborgde leningen. Hierdoor wordt scheefheid tussen de waarde van het vastgoed en de waarde van de leningen in de gemeente vermeden. Daarnaast zijn de financiële risico’s voor de gemeente iets afgenomen door extra financiële zekerheden.

Daar staat tegenover dat er geen mogelijkheid meer is voor de gemeente om een financieel plafond in te stellen voor de achtervang en kent de nieuwe overeenkomst geen einddatum.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11892385/1