CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor Rapportage_actielijn_3_def_nieuwe_stijl.docx

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 26 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over stand van zaken van de uitvoeringsagenda voedselstrategie en de voedselmonitor (VN2024-018256)4.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Monitor voedsel Amsterdam: gezonde voedselomgeving oktober 2024 De gemeente Amsterdam heeft als doel een gezonde voedselomgeving te bieden waarin gezond voedsel overal makkelijk beschikbaar, betaalbaar en aantrekkelijk is. Uit de O&S enquête blijkt dat drie op de tien respondenten (29%) voldoen aan de Schijf van Vijf groentenorm, ongeveer even vaak als landelijk. Amsterdammers voldoen vaker dan landelijk aan de fruitnorm van minimaal twee stuks fruit per dag (31% versus 19% landelijk). Bijna een kwart (24%) heeft weleens te weinig geld voor een gezonde maaltijd. Onder lage inkomens is dat 59 procent. Amsterdammers met een laag inkomen of weinig opleiding en eenoudergezinnen eten veelal minder gezond dan anderen en drinken meer suikerhoudende dranken. Twee derde van de respondenten (68%) vindt dat er in diens buurt veel ongezond voedsel te koop is, bewoners van stadsdeel Centrum het vaakst en bewoners van Zuid het minst vaak. In Amsterdam is het voedselaanbod voor een groot deel ongezond. Een ongezonde voedselomgeving hangt samen met ongezonde voedselconsumptie en verschillende negatieve gezondheidsuitkomsten, zoals overgewicht. Ook verschilt het aanbod gezonde en ongezonde voeding tussen wijken waar in verhouding veel of weinig mensen met een laag inkomen wonen. Tegelijkertijd is het niet voor elke Amsterdammer even vanzelfsprekend om gezonde voeding te kunnen betalen.

Dit draagt bij aan gezondheidsverschillen in de stad. De gemeente werkt aan een gezonde voedselomgeving waarin gezond voedsel overal makkelijk beschikbaar, betaalbaar en aantrekkelijk is, zodat Amsterdammers gezondere keuzes maken in hun voedselconsumptie om overgewicht en aan voedsel gerelateerde ziektes en gezondheidsverschillen terug te dringen. Dit is vastgelegd in de Uitvoeringsagenda Voedselstrategie 2023-2026 (Gemeente Amsterdam, 2023).

1 Hoofddoelen Het hoofddoel van de actielijn ‘gezonde voedselomgeving’ is: Amsterdam heeft een gezonde voedselomgeving waarin gezond voedsel overal makkelijk beschikbaar, betaalbaar en aantrekkelijk is. Hiermee willen we bereiken dat Amsterdammers gezondere keuzes maken in hun voedselconsumptie om overgewicht en aan voedsel gerelateerde ziektes en gezondheidsverschillen terug te dringen. Daarbij zijn de volgende subdoelen vastgesteld:  In 2040 is de voedselomgeving zo ingericht dat deze beschermt tegen ongezond voedselkeuzegedrag en gezond voedselkeuzegedrag stimuleert: ongezond voedselaanbod in het straatbeeld is in 2040 verminderd naar maximaal 55 procent (huidig is ongeveer 80 procent).  In 2028 voldoet 80-100 procent van het voedselaanbod vanuit gemeentelijk beleid in gezonde omgevingen (sportevenementen, kantines, sociale basis, gemeentelijke inkoop) aan de richtlijn gezonde en duurzame voedselomgeving van het Voedingscentrum.  In 2024 voldoet 100 procent van de voedselinkoop van de gemeente (evenementen, activiteiten, catering) aan de Richtlijnen duurzame en gezonde voedselomgeving.

2 Indicatoren Om een beeld te krijgen van de ontwikkelingen richting de hoofddoelen, brengen we de indicator ‘de mate waarin inwoners van Amsterdam gezond eten’ in beeld. Dit is namelijk de beoogde uitkomst van een gezonde voedselomgeving. De mate waarin men gezond eet wordt weergegeven in termen van aandeel Amsterdammers dat volgens de groenten en fruitnormen van de Schijf van Vijf eten. Ook 1

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Gezonde voedselomgeving

wordt de mate van toegang tot duurzaam, gezond en betaalbaar voedsel in beeld gebracht omdat dit een van de beoogde uitkomsten is. In aanvulling op onderzoek dat door de GGD wordt gedaan over het aanbod van gezond voedsel, brengt O&S het aandeel Amsterdammers in beeld dat vindt dat er veel ongezond voedsel te koop is in de buurt. De voedselgerelateerde initiatieven die veelal door de Amsterdammers zelf worden geïnitieerd zijn ook deels onderdeel van de voedselomgeving in de stad. Tegelijk bieden deze initiatieven juist ook toegang tot voedsel aan kwetsbare groepen in de stad. Daarom brengt O&S ook in beeld hoeveel van deze initiatieven gezond als doelstelling hebben. Het doel van de gemeentelijk organisatie wordt gevolgd door het aandeel gezond voedsel dat wordt ingekocht door de catering van de gemeente. Voedselaanbod in gezonde omgevingen (zoals sportevenementen, kantines, sociale basis, gemeentelijke inkoop) kan vooralsnog niet in beeld gebracht worden door gebrek aan data.

3 Resultaten De hieronder beschreven resultaten zijn afkomstig uit de door O&S enquête uitgevoerd in april 2024, tenzij anders wordt vermeld. In deze enquête zijn verschillende vragen over voedsel gesteld aan Amsterdammers. Een deel daarvan ging over gezonde en betaalbare voeding. De enquête telt 1.872 respondenten. In de bijlage is een beschrijving van de dataverzameling en bewerking over de enquête te vinden.

3.1 Percentage Amsterdammers die volgens de Schijf van Vijf eten Met de actielijn ‘gezonde voedselomgeving’ wil men bereiken dat Amsterdammers gezondere keuzes maken in hun voedselconsumptie om overgewicht en aan voedsel gerelateerde ziektes en gezondheidsverschillen terug te dringen. Wij hebben onderzocht in hoeverre Amsterdammers gezond eten volgens de normen van de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Inwoners van de gemeente Amsterdam is in de enquête gevraagd hoe vaak ze bepaalde voedingsmiddelen gebruiken, hoeveel dagen per week, en hoeveel ze daarvan per dag gebruiken. Het ging daarbij zowel om gezonde producten uit de Schijf van Vijf als om ongezonde producten waarvoor de Schijf van Vijf globale richtlijnen voor maximaal gebruik geeft. Voor zover mogelijk worden de resultaten vergeleken met opvolging van de richtlijnen foto: Ella Olson

door volwassenen 18-79 jaar in Nederland gemiddeld (RIVM/VWS, 2023). Deze landelijke gegevens gaan over het opvolgen van de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad en verschillen op sommige punten met die van de normen van de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum waardoor (precieze) vergelijking niet altijd mogelijk is. Ook is landelijk niet voor alle normen bekend hoeveel procent van de volwassenen eraan voldoet.

Drie op de tien respondenten (29%) voldoen aan de groentenorm van de Schijf van Vijf, namelijk dagelijks minimaal 250 gram groente eten. Dat is ongeveer evenveel als landelijk (27% eet dagelijks minimaal 200 gram groente). Drie op de tien Amsterdammers (31%) voldoen aan de fruitnorm van minimaal twee stuks of porties fruit, landelijk is dat 19 procent (2 porties (200 gram), zie figuur 1). 2

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Gezonde voedselomgeving

Respondenten met een laag inkomen (tot 1.350 euro per maand) voldoen minder vaak aan de groente- en fruitnorm dan hogere inkomens (zie figuur 2). De jongste leeftijdsgroep (16-35 jaar) voldoet vaker aan de groentenorm dan de oudere, terwijl deze groep juist minder aan de fruitnorm voldoet. Bewoners van de stadsdelen Centrum en Oost voldoen iets vaker dan gemiddeld aan de groentenorm (respectievelijk 35% en 37%) en die in Zuidoost juist minder (19%). Bewoners van stadsdeel Zuid, Oost en West voldoen vaker aan de fruitnorm (resp. 37%, 35% en 34%) dan die van Nieuw-West (28%), Noord en Zuidoost (beide 29%). Figuur 1 Percentage Amsterdammers dat voldoet aan een norm voor groenten* en fruit naar leeftijd en inkomen NL:27% 31 NL:19%

29

totaal

16-34 jaar

36

28

fruit

26

35-49

32

25

50-64

32

23

65-plus

laag inkomen (tot 1350)

23 24

gemiddeld inkomen (1351-3050)

24

37

28

hoog inkomen (3051 en hoger) 0%

35 10%

20%

groenten

30%

37 40%

*landelijk gaat dit cijfer over dagelijks minimaal 200 gram groenten, het Amsterdamse cijfer over 250 gram bronnen: O&S enquête; landelijk RIVM/VWS

Nog geen kwart van de respondenten (23%) eet dagelijks minimaal drie sneden/porties volkoren- of meergranenproducten (zie figuur 2). In de richtlijnen volgens de Schijf van Vijf worden aparte normen voor mannen en vrouwen tussen de 18 en 50 jaar gehanteerd voor bruine of volkoren boterhammen en apart voor volkoren graanproducten, maar wij zijn hier uitgegaan van een algemene norm voor volwassenen die lijkt op de landelijke norm van het Voedingscentrum maar hier niet precies vergelijkbaar mee is (dagelijks ten minste 90 gram bruin- en volkorenbrood en graanproducten waaraan 54 procent van de volwassen Nederlanders voldoet daaraan). Veertien procent eet dagelijks een (of meer) portie (gezouten of ongezouten) noten en zaden (van 20 gram), landelijk eet 10 procent van de volwassenen dagelijks ten minste 15 gram ongezouten noten en zaden. Het Voedingscentrum adviseert om elke dag een handje ongezouten noten of notenproducten zoals pindakaas of notenpasta te eten maar niet meer dan dat omdat er veel calorieën in noten zitten. Hanteren we dit maximum van 1 portie voor deze (ongezouten en gezouten) producten dan voldoet 6 procent van de respondenten daaraan. Amsterdammers eten vaker wekelijks vis dan landelijk gezien: 57 procent versus 30 procent. Er is in de enquête niet gevraagd naar het type vis die men eet, de Schijf van Vijf adviseert om vooral vette vis te eten.

Driekwart (76%) voldoet aan de norm van wekelijks minimaal 1 portie peulvruchten eten. Volgens de Schijf van Vijf is het advies om dagelijks meerdere porties zuivel (inclusief zuivelvervangers met voldoende vitamine B12, B1 en calcium) te gebruiken. 42 procent van de respondenten gebruikt dagelijks dierlijke vloeibare zuivel (melk, yoghurt, kwark, vla, pap) en 20 procent dagelijks plantaardige. Onder hen komt twee porties per dag het vaakst voor. Het Voedingscentrum maakt bij de zuivelnorm onderscheid tussen het aantal porties naar leeftijdsgroepen (16-18 jaar 3-4 porties, 18-50 jaar 2-3 porties en 50+ 3-4 porties). Wanneer we voor de respondenten een minimum van drie porties zuivel(vervangers) per dag aanhouden dan voldoet 16 procent aan deze norm. Kijken we alleen naar dierlijke zuivel dan geldt dat voor 12 procent en voor plantaardige zuivel voor 5 procent. Van diegenen die dagelijkse dierlijke zuivel gebruiken neemt 3

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Gezonde voedselomgeving

20% meer dan 3 porties per dag, bij de plantaardige zuivel geldt dat voor 12procent. De zuivelnorm is echter gericht op magere of halfvolle producten, maar daar is niet specifiek naar gevraagd. De percentages in figuur 2 geven dus een overschatting van het voldoen aan de zuivelnorm. Figuur 2 Percentage dat voldoet aan een norm van gezonde voeding volkoren-/meergranenproducten: dagelijks min. 3 snee/portie (ongeveer 90 gram)

23

noten: dagelijks (minimaal) 1 portie*

10

% enquete Amsterdam

14

vis: minimaal 1 portie per week

57

30

zuivel: dagelijks min.3 porties (plantaardig en/of dierlijk) zuivel

% landelijk

16 5

dagelijks minimaal 3 porties plantaardig zuivel

12

dagelijks minimaal 3 porties dierlijk zuivel

76

peulvruchten: minimaal 1 portie per week 29 27

groenten: dagelijks minimaal 250 gram** fruit: dagelijks minimaal 2 porties

31

19 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

*In de enquête is niet specifiek gevraagd naar ongezouten noten/nootproducten, terwijl de norm en het landelijke cijfer alleen op ongezouten van toepassing zijn. Het gaat hier om een portie van 20 gram, landelijk om 15 gram. **Het landelijke cijfer gaat over dagelijks minimaal 200 gram groente. bronnen: O&S enquête; landelijk RIVM/VWS

Respondenten met een laag inkomen voldoen minder vaak aan de normen voor fruit, groenten en meergranen-/volkorenproducten. Ouderen gebruiken vaker dierlijke zuivel dan jongeren. 50-minners, hbo-/wo-opgeleiden, respondenten met een hoger inkomen juist vaker plantaardige zuivel. Ouderen voldoen vaker aan de normen voor volkoren-/meergranenproducten en de jongste leeftijdsgroep voldoet minder vaak aan de norm voor vis eten. Verder voldoen vrouwen vaker aan de normen voor groenten en peulvruchten dan mannen, maar minder vaak aan de norm voor volkoren/meergranenproducten en vis. Mensen met een migratieachtergrond voldoen vaker aan de norm voor vis, maar minder vaak aan de norm voor meergranen-/volkorenproducten.

3.2 Consumptie buiten de Schijf van Vijf om Producten zoals snoep en snacks, frisdrank en ook vleeswaren, witbrood, sauzen en kant-en-klare maaltijden zoals pizza's, staan niet in de Schijf van Vijf. Ze bevatten te veel suiker, zout of verzadigd vet, of te weinig vezels. Er wordt geadviseerd om zo weinig mogelijk buiten de Schijf van Vijf te consumeren, namelijk maximaal drie tot vijf keer per dag iets kleins (bijvoorbeeld een klein koekje of snoepje) en maximaal drie keer per week iets groots (zoals een stuk taart, pizza of een snack, een glas frisdrank of andere drank met suiker). De Amsterdammers is gevraagd naar hun consumptie van zoete snacks of tussendoortjes (zoals chocola, koek, snoep of ijs), hartige snacks of tussendoortjes (zoals chips of borrelnootjes), fastfood (zoals patat of pizza) en andere snacks. Daarbij is niet gevraagd naar de grootte van de porties. In vergelijking met andere vragen in de enquête gaven de respondenten wat vaker geen antwoord op vragen over het aantal porties dat ze consumeren aan ongezonde producten. Door een dergelijke vorm van sociale wenselijkheid is de gerapporteerde mate waarin men deze producten gebruikt mogelijk een onderschatting. Een groot deel van de respondent (84%) eet wekelijks of vaker zoete snacks of tussendoortjes (zie figuur 3). Een tot drie dagen per week komt het vaakst voor (resp. 15, 16, 15%).

Dertien procent eet dat elke dag. De respondenten die het eten, eten daar gemiddeld 1,7 stuks per dag van. Ongeveer 4

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Gezonde voedselomgeving

driekwart (74%) eet wekelijks of vaker hartige snacks of tussendoortjes. Een of twee keer per week komt het vaakst voor (resp. 21% en 20%). Zij die het eten, eten daar gemiddeld 1,7 stuks per dag van. Ruim de helft van de respondenten (55%) eet wekelijks of vaker fastfood, een groot deel daarvan eet het 1 dag in de week (39%). Gemiddeld eet men daar 1,1 stuks per dag van. Dranken met suiker staan ook niet in de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Het advies is om er zo min mogelijk van te drinken en maximaal drie keer per week. Ongeveer de helft van de respondenten drinkt dat wekelijks of vaker (49%), waarvan 14 procent een dag per week en 12 procent drinkt het dagelijks. Zij die het drinken, drinken daar gemiddeld 2 glazen per dag van. Ruim driekwart (77%) voldoet aan de richtlijn voor suikerhoudende dranken van maximaal drie keer per week. Eenoudergezinnen voldoen minder vaak aan de norm voor suikerhoudende dranken, evenals respondenten met maximaal een mbo-1 opleiding. Ook wordt geadviseerd om geen of maximaal 1 glas alcohol per dag te drinken. Zes op de tien respondenten drinken wekelijks of vaker alcohol (58%), 17 procent een dag per week en 5 procent drinkt dagelijks alcohol. Zij die het drinken, drinken daar gemiddeld 2,6 glazen per dag van. Zes op de tien voldoen aan de norm voor alcoholgebruik van maximaal 1 glas alcohol per dag.

Dat is vaker dan landelijk wordt gerapporteerd (48%). Jongvolwassenen (tot 35 jaar) en mannen voldoen minder vaak aan de alcoholnorm, dat wil zeggen dat ze vaker meer dan 1 gas alcohol per dag drinken. Mensen met een laag inkomen (tot 1.350 euro per maand) of een migratieachtergrond voldoen juist vaker aan de alcoholnorm.

5

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Gezonde voedselomgeving

Figuur 3 Percentage Amsterdammers dat ongezonde producten gebruikt wekelijks of vaker

74 hartige tussendoortjes

dagelijks

3

voldoet aan norm 84

zoetige tussendoortjes

13

55 fastfood 0

49

suikerhoudende dranken (norm max 3 per week)

alcohol (norm max dagelijks 1 consumptie) 0%

12 77 58 5 60 20%

40%

60%

80%

100%

bron: O&S enquête

3.3 Betaalbaarheid gezond voedsel werkt door in gezond eten De betaalbaarheid van gezonde voeding voor alle inwoners maakt onderdeel uit van de doelstelling van een gezonde voedselomgeving. In de enquête is nagegaan in hoeverre gezonde voeding betaalbaar is voor Amsterdammers. Bijna een kwart van de respondenten (24%) gaf aan dat het wel eens voorkwam dat het gezin niet genoeg geld had om een gezonde maaltijd te eten (zie figuur 4). Voor 9 procent was dat vaak en voor 15 procent soms. Respondenten die aangaven vaak niet genoeg geld te hebben om een gezonde maaltijd te eten voldoen minder vaak aan de gezondheidsnormen van de Schijf van Vijf, zoals bijvoorbeeld voldoende groenten (10% versus 29% gemiddeld), fruit (12% versus 31%) en meergranen-/volkorenproducten eten (9% versus 23%). Het gezinsinkomen en de genoten opleiding doen er sterk toe. Zes op de tien respondenten met een laag inkomen (59%, tot 1.350 euro) had wel eens te weinig geld voor een gezonde maaltijd versus een op de tien onder de hoge inkomensgroep (hoger dan 3.050 euro, middengroep 27%). Van de respondenten met maximaal een mbo-1 opleiding geeft 43 procent aan dat dit wel eens voorkwam, tegenover 18 procent onder de hbo-/wo-opgeleiden (26% onder de middengroep).

Met het inkomen samenhangend zien we dat onder eenoudergezinnen een tekort aan geld voor gezond voedsel veel vaker voorkomt dan gemiddeld (45% vaak/soms) en onder volwassenen zonder kinderen juist minder (11%). Dergelijke verschillen naar inkomen zien we ook terug in eerder onderzoek van O&S naar betaalbaarheid van gezonde voeding (O&S, 2023). Verder komt het niet genoeg geld hebben voor een gezonde maaltijd onder inwoners van 65 jaar en ouder minder voor dan gemiddeld (15% versus 24% vaak/soms). Vrouwen gaven het wat vaker aan dan mannen (26% versus 21%) en respondenten die in het buitenland geboren zijn ervaren het ook vaker (27% versus 20% onder tweede generatie migranten en 23 procent onder hen zonder migratieachtergrond). Respondenten uit stadsdeel Zuidoost gaven vaker dan gemiddeld aan vaak of soms geen geld voor een gezonde maaltijd te hebben (31%) en respondenten uit stadsdeel Centrum juist minder vaak dan gemiddeld (18%). Figuur 4 Hoe vaak hadden u of uw andere gezinsleden niet genoeg geld om een gezonde maaltijd te eten? Denk bij gezond aan maaltijden die rijk zijn aan groenten en fruit, vezels (bijvoorbeeld bruinbrood) en

6

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Gezonde voedselomgeving

eiwitten. Ongezonde maaltijden zijn bijvoorbeeld fastfood. vaak gemiddeld

9

15

73

3

soms nooit weet niet/geen antwoord

laag inkomen (t/m 1350) midden (1351-3050) hoog inkomen 3 (meer dan 3050) 0%

25

10

34

35

18

71

8

6

2

89

20%

40%

60%

80%

100%

bron: O&S enquête

Drie procent maakt of maakte volgens eigen zeggen gebruik van voedselpakketten (bijvoorbeeld van de Voedselbank of Rode Kruis), onder hen met een laag inkomen is dat 10 procent en onder eenoudergezinnen 8 procent. Opvallend is dat de potentiële doelgroep van deze pakketten er relatief vaak niet mee bekend is: 30 procent van diegenen met een laag inkomen kent het niet versus 18 procent onder hen met een hoog inkomen (gemiddeld 24%). Ook zijn relatief veel respondenten die buiten Nederland geboren zijn er niet bekend mee (35%).

3.4 Aandeel voedselinitiatieven in lijn met Schijf van Vijf Op basis van een inventarisatie van lopende voedselinitiatieven in de gemeente Amsterdam is gekeken hoeveel van deze initiatieven specifiek gericht zijn op gezonde voeding. Van de 643 geïnventariseerde voedselinitiatieven geldt dat voor ruim een kwart van de initiatieven. Het gaat daarbij meestal om buurt(moes)tuinen, nutstuinen, stadslandbouw, voedselbossen/-parken en schooltuinen die gezonde voeding direct of indirect meenemen in hun activiteiten.

3.5 Aanbod van en reclame voor ongezond voedsel Een van de doelen van de lijn ‘een gezonde voedselomgeving’ is dat ongezond voedselaanbod in het straatbeeld in 2040 is verminderd naar maximaal 55 procent (huidig is ongeveer 80%). Maar hoe vaak komen Amsterdammers nu in hun buurt in aanraking met reclame voor ongezonde voeding en wat vinden zij daarvan? Twee derde van de respondenten (68%) vindt dat er in diens buurt veel ongezond voedsel te koop is (zie figuur 5). Een klein deel vindt van niet (11%) en de rest neemt een middenpositie in (18%) of gaf geen mening hierover (4%). Bewoners van stadsdeel Centrum vinden het vaakst dat er veel aanbod aan ongezond eten in de buurt is (77%) en daarna bewoners van Zuidoost (73%) en Oost (72%). Bewoners van stadsdeel Zuid en van stadsdeel Noord vinden dat juist minder vaak het geval dan gemiddeld (respectievelijk 59% en 61%). In de stadsdelen West en Nieuw-West is het beeld van de respondenten vrij gemiddeld (resp. 69% en 66%). Uit ander onderzoek komt naar voren dat het in Amsterdam relatief eenvoudig is om ongezond voedsel te kopen. Maar liefst 84 procent van de voedselaanbieders heeft een overwegend ongezond voedselaanbod (GGD Amsterdam, 2021). Vooral in stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost is het 7

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Gezonde voedselomgeving

aanbod ‘heel erg ongezond voedsel’ in verhouding tot het totale voedselaanbod veel groter dan in andere stadsdelen (GGD Amsterdam, 2019). Ruim de helft van de bevraagde Amsterdammers (56%) vindt dat reclame voor ongezond voedsel verboden zou moeten worden en 19 procent vindt van niet. Het overige deel neemt een middenpositie in (22%) of gaf geen mening (3%). Dit komt globaal overeen met resultaten uit landelijk onderzoek waaruit blijkt dat ongeveer de helft van de respondenten (48%) voor een algeheel verbod op reclame voor ongezond eten is (Ipsos I&O, 2024). Respondenten uit stadsdeel Zuidoost vinden veel minder vaak dan gemiddeld dat dergelijke reclame verboden zou moeten worden (49%) en zij uit West en Centrum juist relatief vaak (resp. 62% en 61%). Figuur 5 In hoeverre bent u het eens of oneens met de volgende stellingen? (procenten)

In mijn buurt is veel ongezond voedsel, zoals snacks, snoep, koek en frisdrank, te koop.

helemaal mee eens 36

Reclame voor ongezond voedsel, zoals snacks, snoep, koek en frisdrank, zou verboden moeten worden.

0%

31

8 3 4

18

mee eens niet mee eens/niet mee oneens mee oneens helemaal mee oneens weet niet/geen antwoord

31

20%

25

40%

22

60%

12

7

80%

3

100%

bron: O&S enquête

Respondenten met een hbo-/wo-opleiding zijn het veel vaker eens met deze stellingen dan respondenten met andere opleidingen. Ook uit het landelijk onderzoek van Ipsos I&O (2024) komt naar voren dat hbo-/wo-opgeleiden vaker voor overheidsbemoeienissen zijn met betrekking tot gezonde voeding dan anders opgeleiden. Verder zijn Amsterdamse respondenten die gezond eten, zoals voldoende groenten en fruit, het vaker eens met de voorgelegde stellingen dan zij die niet voldoen aan de gezondheidsnormen.

3.6 Gezonde catering binnen de gemeentelijke organisatie Een doel van de actielijn ‘een gezonde voedselomgeving’ is dat in 2024 100 procent van de voedselinkoop van de gemeente (evenementen, activiteiten, catering) aan de Richtlijnen duurzame en gezonde voedselomgeving voldoet. Voor de catering die de Gemeente Amsterdam inkoopt is bijgehouden om wat voor soort producten het gaat (Eurest, 2024). Van het totale geleverde volume in het vierde kwartaal van 2023 ging het bij 39 procent om gezonde voeding. Het aandeel gezonde voeding is gestegen: in het vierde kwartaal van 2022 ging het nog om 30 procent.

8

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Gezonde voedselomgeving

Figuur 6 Percentage gezonde catering onder rechtmatige/gecontracteerde catering voor gemeente Amsterdam, 2022 en 2023 (Q4)*

*2022 Q4: totale inkoopwaarde= 325.721 euro, gewicht = 55.528 kg, 2023 Q4: totale inkoopwaarde= 443.983 euro, gewicht = 67.765 kg bron: Eurest - Dashboard catering gemeente 2023 Q4

4 Samenvatting en conclusies Deze rapportage informeert over de stand van zaken rondom de doelen van de voedselstrategie lijn ‘Gezonde voedselomgeving’. Een van de doelen is de voedselomgeving zo in te richten dat deze beschermt tegen ongezonde voedselkeuzes en gezonde voedselkeuzes stimuleert. Daarbij wordt ernaar gestreefd om het ongezonde voedselaanbod in het straatbeeld te verminderen naar maximaal 55 procent in 2040. Ook moet iedereen toegang hebben tot betaalbare gezonde voeding. Met een aantal vastgestelde indicatoren voor deze actielijn is beschreven in hoeverre Amsterdam voldoet aan de doelstellingen voor een gezonde voedselomgeving. Lang niet iedereen eet volgens de Schijf van Vijf. Zo blijkt uit de enquête dat 3 op de 10 Amsterdammers voldoende groente eten en eveneens 3 op de 10 voldoende fruit. Ook aan andere richtlijnen voldoet maar een minderheid. Er zijn grote verschillen tussen groepen in gezond en ongezond eten en drinken die vaak samenhangen met de sociaaleconomische status. Bijvoorbeeld, respondenten met een laag inkomen voldoen minder vaak aan de normen voor fruit, groenten en meergranen-/volkorenproducten. Bijna een kwart van de respondenten (24%) geeft aan dat het in de afgelopen 12 maanden wel eens voorkwam dat het gezin te weinig geld had om een gezonde maaltijd te eten. Onder hen met een laag inkomen is dit aandeel ruim dubbel zo groot (59%).

Respondenten die aangeven vaak te weinig geld te hebben voor een gezonde maaltijd voldoen dan ook minder vaak aan de gezondheidsnormen van de Schijf van Vijf. Twee derde van de respondenten (68%) vindt dat er in diens buurt veel ongezond voedsel te koop is. Bewoners van stadsdeel Centrum (77%) vinden dat het vaakst en daarna die van stadsdeel Oost (72%) en Zuidoost (73%). Bewoners van stadsdeel Zuid en van stadsdeel Noord vinden dat juist minder vaak het geval dan gemiddeld (respectievelijk 59% en 61%). I Volgens de GGD heeft 84 procent van de voedselaanbieders een overwegend ongezond aanbod, vooral in de stadsdelen NieuwWest, Noord en Zuidoost. Ruim de helft van de bevraagde Amsterdammers (56%) vindt dat reclame voor ongezond voedsel verboden zou moeten worden. Bewoners van stadsdeel Zuidoost vinden dat het minst vaak (49%). Van de 643 voedselinitiatieven in de stad die wij hebben kunnen inventariseren, is ongeveer een kwart specifiek gericht op gezonde voeding. Mogelijk is dat aandeel groter, omdat niet alle voedselinitiatieven het gebruik van gezonde producten expliciet benoemen. Dergelijke informatie zou opgehaald kunnen worden door in een vervolgonderzoek de initiatiefnemers en/of deelnemers van de voedselinitiatieven daarnaar te vragen.

Ook zijn er doelstellingen opgesteld ten aanzien van het voedselaanbod vanuit de gemeente, namelijk dat in 2024 100 procent van de voedselinkoop van de gemeente (evenementen, activiteiten, catering) voldoet aan de richtlijnen duurzame en gezonde voedselomgeving van het Voedingscentrum. Bij de door de gemeente ingekochte catering zijn op dit moment nog geen 4 van de 10 producten gezond. Wel is er een stijgende lijn te zien in de inkoop van catering van gezonde producten. Verder neemt de 9

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Gezonde voedselomgeving

gemeente zich voor dat in 2028 minimaal 80 procent van het voedselaanbod vanuit gemeentelijk beleid in gezonde omgevingen (zoals sportevenementen, kantines, sociale basis, gemeentelijke inkoop) voldoet aan de richtlijn. Informatie over het voedselaanbod vanuit gemeentelijk beleid ontbreekt vooralsnog. Omdat dit een eerste meting betreft is er geen informatie over de voortgang op de gestelde doelen, alleen over de huidige stand van zaken. Ook is vergelijking met landelijke of eerdere onderzoeken lastig vanwege andere vraagstellingen en definities. Vervolgonderzoek zal zicht geven op de ontwikkelingen op de indicatoren van de doelstellingen.

10

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Gezonde voedselomgeving

Literatuurlijst Eurest. (2024). Dashboard catering gemeente 2023 Q4. Gemeente Amsterdam. (2023). Uitvoeringsagenda Voedselstrategie 2023-2026. Opgehaald van Volg het beleid: Voedselstrategie Amsterdam - Gemeente Amsterdam GGD Amsterdam. (2019). Heatmap Voedseldruk Amsterdam. Opgehaald van Heatmap voedseldruk Amsterdam - openresearch.amsterdam GGD Amsterdam. (2021). Amsterdamse nota gezondheidsbeleid 2021-2025. Ipsos I&O. (2024). Nederlander wil geen dwang tot gezonder leven. Opgehaald van Nederlander wil geen dwang tot gezonder leven (binnenlandsbestuur.nl). Onderzoek & Statistiek (O&S), Gemeente Amsterdam. (2023). Betaalbaarheid gezonde voeding; Verkenning naar de risico’s op financiële kwetsbaarheid en betaalbaarheid van gezonde voeding onder Amsterdammers. Opgehaald van Betaalbaarheid gezonde voeding | Website Onderzoek en Statistiek (amsterdam.nl) Voedingscentrum. (2024). Gezond en duurzaam eten met de Schijf van Vijf. Opgehaald van Gezond en duurzaam eten met de Schijf van Vijf | Voedingscentrum) RIVM/VWS. (2023). Voedselconsumptiepeiling 2019-2021. Wat eet en drinkt Nederland. Resultaten, opvolging van alle richtlijnen. Opgehaald van Opvolging van alle richtlijnen | Wat eet Nederland

11

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Gezonde voedselomgeving

Bijlage Beschrijving enquête O&S heeft in overleg met Ruimte en Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam een vragenlijst opgesteld die ingaat op de volgende onderwerpen:  voedingsgewoonten en houding ten opzichte van een plantaardig dieet;  voedselverspilling;  toegang tot (gezond) voedsel;  bekendheid met en deelname aan stadslandbouw en voedsel uit de regio;  bekendheid, deelname en waardering van voedselinitiatieven. De volledige vragenlijst is op te vragen bij O&S. De dataverzameling vond plaats tussen 10 april en 6 mei 2024. Er zijn verschillende manieren van dataverzameling aangewend. Daarbij is gelet op voldoende respons naar leeftijd, opleidingsniveau, inkomen en stadsdeel, om te zorgen voor een zo goed mogelijke weerspiegeling van de Amsterdamse bevolking. Er is een uitvraag gedaan onder 3.000 Amsterdamse stadspanelleden van O&S. In figuur B1 is te zien dat 1.274 van de panelleden hebben gerespondeerd. Ook is er een uitvraag gedaan onder 450 stadspaspanelleden om te zorgen voor voldoende respons binnen de groepen met lagere inkomens. Dit resulteerde in een respons van 160. Aanvullen zijn in elk stadsdeel straatinterviews uitgevoerd met een verkorte versie van de vragenlijst. Er werd met name geënquêteerd in gebieden met een bovengemiddeld aandeel inwoners met een migratieachtergrond. Met een respons van 244 hebben we de target van 250 bijna gehaald.

Ook is de vragenlijst via social media uitgezet met het doel om vooral jongere respondenten te bereiken. Via dit kanaal is de vragenlijst 155 maal ingevuld. In totaal hebben 1.833 Amsterdammers de vragenlijst ingevuld. Figuur B1 Respons op de enquête naar methode

De data vanuit deze totale respons is geïnspecteerd op bruikbaarheid. Er is een correctie uitgevoerd op hoeveelheden van geconsumeerd voedsel bij respondenten waarbij bleek dat er onrealistische waarden waren ingevuld. Om te zorgen voor zo representatief mogelijke resultaten is er een weging toegepast op basis van leeftijd en opleidingsniveau. Tabel B2 laat een overzicht zien van de verdeling van de respons naar achtergrondkenmerken, zonder en met weging. Daarnaast wordt in de ‘referentie’ kolom weergegeven hoe de werkelijke verdeling van Amsterdammers is op deze kenmerken. De weegfactor is op stadsniveau berekend, omdat het primaire doel is om een representatief beeld te geven op stadsniveau. Het weergeven van resultaten per stadsdeel is mogelijk omdat er tijdens de dataverzameling rekening gehouden is met voldoende respons per stadsdeel. Ten gevolge van de weging wijkt de uiteindelijke respons in omvang af van de ongewogen respons. In de analyses en rapportage van de resultaten wordt de gewogen respons van 1.872 aangehouden. Tabel B2 Overzicht ongewogen en gewogen samenstelling respondenten

Ongewogen #

Gewogen

Referentie procent procent

procent

#

Leeftijd 16-34 35-49 jaar 50-64 jaar 65 plus onbekend

346 379 474 627 7

19 21 26 34 0

710 448 374 333 7

38 24 20 18 0

39 25 21 16

Opleidingsniveau max. mbo-1

276

15

291

16

21 12

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek havo/vwo, mbo-2t/m4 hbo of wo onbekend Totaal

Gezonde voedselomgeving

679 832 46 1.833

37 45 3 100

498 1.031 52 1.872

27 55 3 100

29 50 100 bron: O&S enquête

Meer informatie… onderzoek.amsterdam.nl/dossier/naam-dossier

Auteur Ellen Lindeman: e.lindeman@amsterdam.nl

Colofon Opdrachtgever Ruimte en duurzaamheid

Onderzoek en Statistiek onderzoek.amsterdam.nl

Weesperplein 8 1018 XA Amsterdam Postbus 2758 1000 CT Amsterdam

President Kennedylaan 923 1079 MZ Amsterdam Postbus 658 1000 AR Amsterdam T 020 251 0333

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15661639/1