Monitor Rapportage_actielijn_2_def_nieuwe_stijl.docx
Tekst van het document
Top-down analyse 22
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
De top-down analyse heeft geleid tot een grove schets van de grootte van de organische reststromen binnen Amsterdam. Deze schets is gebaseerd op data uit 2023 uit het Landelijk Meldpunt Afval (LMA) en een sorteeranalyse van huishoudelijk afval uit Amsterdam uit 2022. Het Landelijk Meldpunt Afval registreert meldingen van afvalstromen in Nederland. De ontvangers van afvalstromen zijn verplicht een melding te maken bij het LMA over (onder andere) de herkomst, de ontdoener, de hoeveelheid afval, het aantal vrachten, het type afval, en de verwerkingsmethode. Hoewel er uitzonderingen zijn op deze meldplicht, met name voor kleine verwerkers, biedt het LMA een zeer compleet overzicht van afvalstromen in Nederland. Voor het gebruik in dit rapport is het LMA in een aantal stappen verwerkt en verrijkt. 1. Identificatie primair afval Het komt voor dat dezelfde afvalstroom van verwerker naar verwerker wordt vervoerd, bijvoorbeeld omdat de eerste verwerking alleen de sorteerstap uitvoert. Omdat het LMA elke ‘ontvangstmelding’ van afval registreert, komen sommige afvalstromen daardoor vaker voor. Deze dubbele stromen zijn zoveel mogelijk uit het bestand gefilterd. Dit kan op basis van de kolom ‘Locatie van Herkomst Verwerkersnummer(s)’. In deze kolom staat een nummer als er op het adres van herkomst van de afvalstroom ook een verwerker geregistreerd staat.
Daarnaast kan ook EURAL-code ‘19’ als filter worden gebruikt. Deze code betekent: ‘afval van installaties voor afvalbeheer’. 2. Categorisatie van afvalstromen Afvalstroommeldingen in het LMA bevatten een toegekende code op basis van de Europese afvalstoffenlijst (EURAL). Deze lijst is deels gerangschikt naar herkomst en deels naar soort van afvalstof. Verder is bij elke melding een ‘gebruikelijke naam’ en een ‘omschrijving’ van de afvalstof beschikbaar. Voor dit rapport is gekozen om het afval als volgt in te delen:
Voedselverspilling Groen Olie / vet Gemengd stedelijk afval
Voor het categoriseren van de meldingen is eerst een grove selectie gemaakt op basis van de EURAL codes. Vervolgens zijn er twee lijsten opgesteld van tekstpatronen die wel en niet toehoren aan de categorie. Die lijsten zijn als filter gebruikt om de meldingen te categoriseren.
3. Toekenning afval van inzameling aan Amsterdam Van ongeveer de helft van het afval in het LMA is de locatie van herkomst bekend. Dit is het geval bij afval dat ‘direct’ wordt opgehaald. De verwerker registreert de locatie van herkomst, het gewicht en het type afval. Voor dit afval is dus makkelijk te herkennen of het afkomstig is uit Amsterdam. Daar tegenover staat afval dat via ‘route inzameling’ of de ‘inzamelingsregeling’ wordt opgehaald. In dat geval hoeft niet te worden gemeld waar het afval vandaan komt, of hoeveel gewicht per adres wordt opgehaald. Dit geldt voor inzamelroutes en voor bedrijven die als ‘inzamelaar’ functioneren, zoals bijvoorbeeld een hoveniersbedrijf. Inzameling is niet gebonden aan gemeentegrenzen, waardoor de totale inzameling alleen op nationaal niveau kan worden berekend. Voor afval dat via deze inzamelmethodes wordt verzameld, zal dus een inschatting gemaakt moeten worden om te kunnen bepalen hoeveel er kan worden toegewezen aan bedrijven en andere organisaties in de stad. Om in te schatten hoeveel afval via ‘route inzameling’ of de ‘inzamelingsregeling’ wordt opgehaald is een methode ontwikkeld. Voor elke combinatie van verwerker en afvalcategorie is 23
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
een schatting gemaakt van het percentage van het gewicht van het ingezamelde afval dat uit Amsterdam komt op basis van de volgende stappen: 1.
2.
3.
4.
Voor de combinatie van verwerker en afvalcategorie wordt gekeken naar het aantal meldingen van ‘direct’ opgehaald afval, waarvan de herkomst dus wel bekend is. Van die meldingen kan op basis van de postcode bepaald worden welke uit Amsterdam afkomstig zijn. Per melding wordt aangegeven om hoeveel vrachten / ritten het gaat voor het hele jaar. Het percentage ‘uit Amsterdam afkomstig’ is vervolgens berekend op basis van het aantal vrachten dat wel en niet uit Amsterdam komt. Indien het aantal meldingen voor die combinatie van verwerker en afvalcategorie te laag is, dus minder dan 100 meldingen en minder dan 1000 vrachten in totaal, dan wordt gekeken naar meerdere verwerkers op geaggregeerd niveau. Dat gebeurt eerst op het niveau van de gemeente van de verwerker. Alle meldingen van de afvalcategorie uit die gemeente worden bekeken, en op basis daarvan wordt het percentage ‘uit Amsterdam afkomstig’ berekend. Indien het percentage voor die combinatie van gemeente en afvalcategorie ook te laag is, wordt dezelfde methode gebruikt maar in plaats van gemeente wordt gekeken naar de gehele provincie. Indien ook voor dat niveau te weinig meldingen zijn, wordt gekeken naar meldingen op nationaal niveau.
Hoe hoger het aggregatieniveau, hoe minder precies de berekende waardes zijn. In figuur 11 is te zien welk aggregatieniveaus zijn gebruikt voor het berekenen van het percentage ‘uit Amsterdam afkomstig’. Zo is 16% van het gewicht van ingezamelde voedselverspilling in Amsterdam berekend op basis van de individuele verwerker, en 48% op basis van alle verwerkers van voedselverspilling op provinciaal niveau. Er is hier goed te zien dat de beschikbare data (dus het aantal meldingen en vrachten) sterk verschilt per afvalcategorie. Zo is voor olie en vet 80% van het ingezamelde afval toegekend op basis van een nationale verdeling, omdat deze afvalcategorie vaak via inzameling wordt opgehaald en er maar weinig afvalstroommeldingen met directe inzameling beschikbaar zijn.
24
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
Figuur 11 Basis voor toekenning ingezameld afval (% van gewicht, Amsterdam) 100%
80%
60%
nationaal provincie
40%
gemeente verwerker
20%
0%
voedselverspilling
groen
olie / vet
gemengd stedelijk
gemengd stedelijk (bedrijf)
Deze stap heeft een bepalende rol voor de berekende organische reststromen in dit rapport. De aanname dat het gewicht van de inzamelroute op dezelfde manier is verdeeld als het direct opgehaalde afval is niet gevalideerd. Ook is in figuur x. te zien dat voor een significant deel provinciale en nationale gemiddeldes gebruikt zijn. De cijfers uit deze methode hebben een grote onzekerheidsmarge die lastig kwantitatief uit te drukken is. Validatie met verwerkers, met andere lopende onderzoeken, en door bottom-up schattingen vormen een belangrijke vangrails. 4. Toekenning aan ketenstappen Om het afval van de verschillende stappen in de voedselketen te kunnen identificeren wordt in het LMA gekeken of afvalstroommeldingen aan specifieke ketenstappen toe te kennen zijn. Huishoudelijk afval wordt ingezameld door Afval & Grondstoffen. Afvalstroommeldingen van deze verwerker worden dus toegekend aan huishoudens. Deze toekenning vereist verdere verfijning, omdat veel afval van kleine bedrijven ook bij het huishoudelijk restafval terecht komen. Deze verfijning gebeurt aan de hand van de bottom-up analyse. Sommige EURAL codes geven specifiek informatie over het type bedrijf waar de afvalstroom vandaan komt. Zo zijn er specifieke codes voor afval van de ketenstappen primaire productie en verwerking en fabricage.
Dat betekent overigens niet dat al het afvalmeldingen van die ketenstappen die code hebben. Meldingen bevatten ook informatie over de ontdoener van het afval. Door een koppeling te maken met het LISA vestigingenregister kan er code van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) aan de ontdoener worden gekoppeld. Deze code zegt iets over de activiteiten van het bedrijf, en geeft dus aan tot welke ketenstap het bedrijf behoort. Deze koppeling is succesvol uitgevoerd voor 11% van de rijen. De toepassing van de EURAL codes en de koppeling met het vestigingenregister leidden met name tot het identificeren van stromen uit de ketenstap verwerking en fabricage. Voor het verdelen van de resterende stromen wordt gebruik gemaakt van de bottom-up analyse.
5. Analyse gemengd stedelijk afval Onder de categorie ‘gemengd stedelijk afval’ valt het huishoudelijk afval, dat wordt ingezameld door Afval & Grondstoffen, en afval dat door commerciële partijen wordt opgehaald. In sommige gevallen wordt expliciet genoemd dat het om afval van bedrijven gaat. In deze stap wordt het stedelijk afval in de data ‘gesplitst’ naar de individuele organische fracties. 25
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
Voor de splitsing van het gemengd stedelijk afval wordt gebruik gemaakt van de afvalsorteeranalyse die in 2022 door Eureco is uitgevoerd op huishoudelijk afval uit Amsterdam. Uit deze sorteeranalyse blijkt dat ongeveer 38% van het afval bestaat uit organisch materiaal. Daarvan is 11% groenafval, en de rest voedselverspilling. Bij gemengd stedelijk afval waarbij specifiek wordt gemeld dat het om bedrijfsafval gaat, wordt uitgegaan van eenzelfde 38% organisch materiaal, maar dat dat volledig om voedselverspilling gaat, omdat er van bedrijven geen tuinafval wordt verwacht.
Bottom-up analyse Om, met name, voedselverspilling in de stad in kaart te brengen is gebruik gemaakt van een bottom-up aanpak. Voor deze bottom-up analyse is een groot aantal bronnen gebruikt, zoals dieetinformatie van RIVM, bestaande studies over verspilling van het Voedingscentrum, informatie over bedrijven uit het LISA vestigingenregister en materiaalstromenanalyses van het CBS. Ook wordt er gebruik gemaakt van surveyresultaten uit een onderzoek onder een representatieve groep Amsterdammers (n=1.412) dat heeft plaatsgevonden tussen 18 maart en 13 mei 2024. In de volgende alinea’s laten we zien hoe we, per ketenstap, zijn gekomen tot de ingeschatte hoeveelheid verspilling in een jaar tijd. 1. Primaire productie Onder productie verstaan we primaire productie van voedsel, dat is de landbouw en visserij. In Amsterdam wordt er naar verhouding weinig voedsel verbouwd. De vele veengebieden rond Amsterdam worden met name gebruikt voor het laten grazen van melkvee. Op de kleigronden in de polders in West-Amsterdam en rondom Weesp is wel akkerbouw mogelijk (zie figuur 12 en 13). De organische stromen vanuit de landbouw bestaan met name uit mest, plantenresten, en voor een klein deel uit voedsel dat tijdens de oogst en transporthandelingen wordt verspild. Deze organische stromen worden vaak weer ingezet op de boerderij zelf of verwaard via een andere route.
Daarom zijn deze niet zichtbaar in afvalregistraties zoals het Landelijk Meldpunt Afval.
Figuur 12 Landgebruik naar toepassing in Amsterdam
26
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
Uit de verdeling van landbouwgrond vloeit voort dat de opbrengst van de landbouw binnen de gemeente voor het grootste deel uit zuivel bestaat. Uit literatuur is bekend dat bij de primaire productie van melk 0 tot 3% van de melk verloren gaat, waarbij een deel bestaat uit morsen bij overslag, en een deel van de melk wordt afgekeurd vanwege bederf, ziekte, of besmetting. Samen met de geschatte verspilling van andere types landbouw komt de bottom-up schatting uit op zo’n 1 kton. Ten opzichte van de totale voedselverspilling in Amsterdam is deze hoeveelheid verwaarloosbaar. Figuur 13 Geschatte opbrengst landbouw in Amsterdam in (ton, 2023)
Melk
26,912
Maïs, snij- (veevoer)
2,898
740 Vlees 524 Bieten, suiker399 Bieten, voeder- (veevoer) Gerst, zomer352 Tomaten 194 0
20,000
40,000
2. Verwerking en fabricage Voedselverspilling en andere organische reststromen De voedselverwerverkingssector is een zeer diverse sector en omvat grote industriële voedselverwerkers zoals producenten van oliën, sappen en maaltijden, mkb’ers zoals bakkerijen en brouwerijen en ZZP’ers die vanuit huis uit voedsel bereiden. Afval uit deze sector omvat onvermijdbare voedselverspilling zoals schillen en andere oneetbare delen van planten, maar ook vermijdbare verspilling door bijvoorbeeld het over de datum raken van ingrediënten of producten, door productiefouten of door het weggooien van eetbare maar minder gewaardeerde delen van voedsel. Naast voedselverspilling is gebruikte olie en vet een kleine maar significante reststroom. In tegenstelling tot de sectoren productie of horeca, kan eenzelfde voedselstroom meerdere malen een verwerkingsstap ondergaan. Daardoor is de grootte van de voedselstroom en bijbehorende verspilling in deze sector zeer lastig te kwantificeren. In het berekenen van voedselverspilling en andere organische reststromen in deze sector moeten rekening gehouden worden met een grotere onzekerheidsmarge dan bij de andere ketenstappen. 27
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek 1.
2.
3.
4.
5.
Organische reststromen en voedselverspilling
Op basis van vestigingendata en de materiaalmonitor van het CBS (2023) is het mogelijk om een ruwe inschatting te maken van de hoeveelheid verwerkt voedsel in Amsterdam, gesplitst naar voedselgroep. In totaal wordt er zo’n 3000 kiloton voedsel ingevoerd in de stad met als bestemming de verwerking en fabricage van voedsel. Deze materiaalstroom bestaat uit verschillende voedingscategorieën. Op basis van SBI codes kunnen bedrijven die met specifiekere voedselgroepen werken worden geïdentificeerd (zoals de zuivelindustrie). Op basis van het relatieve grootte van de bedrijven kan een deel van een minder-specifieke materiaalstroom (zoals veehouderijproducten) worden toegekend aan een specifiekere stroom (zoals melk). Dit leidt tot 10 stromen in totaal. Voor elk van de stromen is vanuit de academische literatuur een verspillingspercentage bepaald. Op basis hiervan kan een schatting worden gemaakt van de totale voedselverspilling. Hieruit kwam een verspilling van 30 tot 90 kiloton (1 á 3% gemiddeld). Uit het onderzoek naar afvalstromen blijkt dat in het Landelijk Meldpunt Afval 14 kiloton aan organisch materiaal is ingezameld via ‘directe inzameling’ bij een aantal voedselverwerkers in de stad. Het grootste deel wordt echter ingezameld via de ‘inzamelingsroute’ of ‘inzamelingsregeling’, dit is naar schatting 58 kiloton.
De waardes van het LMA zijn gecorrigeerd door de totalen te vergelijken met de afvalschattingen per sector vanuit het CBS.
Verwaardingsmethode Bij elke afvalstroommelding in het LMA is ook de eerste stap in het verwerkingsproces geregistreerd. Verdere verwerkingsstappen, indien deze plaatsvinden, zijn niet te achterhalen uit deze data. Wel kan er op basis van algemeen beschikbare informatie worden geschat hoe verschillende types afval worden verwerkt. Bij afgekeurde levensmiddelen is er vaak nog verpakking aanwezig en vindt er eerst een scheidingsstap plaats. Op basis van de eigenschappen van de reststroom kunnen organische materialen worden vergist of gecomposteerd. Omdat GFE over het algemeen erg nat is, is vergisting de meest gebruikte verwaardingsmethode. Na vergisting wordt een resterend deel vaak alsnog ook gecomposteerd. Dit wordt echter niet geregistreerd in het LMA. Het is daarom niet bekend om hoeveel organisch materiaal het gaat. Voor vetten en oliën geldt een andere verwaardingsroute. Gespecialiseerde verwerkers zamelen deze stromen in en bieden vaak een vergoeding aan ontdoeners. Gebruikte vetten en oliën zijn waardevol en kunnen worden ingezet voor de productie van brandstoffen of andere industriële toepassingen. De resterende afvalstroom wordt opgehaald via een inzamelroute of belandt gemengd in het huishoudelijk restafval. Bij inzamelroutes kan het zowel gescheiden als gemengd afval betreffen, waarbij alleen gescheiden afval goed kan worden verwaard.
Bij gemengd afval, net zoals bij gemeentelijk restafval, is verbranding de meest gekozen optie. 3. Huishoudens
Voedselconsumptie en verspilling huishoudens In het vragenlijstonderzoek, uitgevoerd door O&S, is inwoners gevraagd te noteren hoeveel dagen per week en hoeveel porties zij consumeren per voedingscategorie (zie tabel 3). Deze resultaten zijn gevalideerd tegen de resultaten van de Voedsel Consumptie Peiling (RIVM, 2023), die elke drie jaar wordt uitgevoerd. Vervolgens zijn de resultaten van het Voedingscentrum (2022) gebruikt om een inschatting te maken van de verspilling per voedingscategorie en via welke route dit voedsel wordt afgedankt. Een aantal categorieën zijn niet meegenomen in het onderzoek van het Voedingscentrum. Daar is in samenspraak 28
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
met onderzoekers van de WUR een inschatting voor gebruikt. In de scope van dit onderzoek wordt vloeibaar voedsel (dranken) uitgesloten. Ook wordt voedsel dat via andere routes, dan de afvalbak of GF(T)E bak, wordt afgedankt uitgesloten. Omdat alleen voedsel dat in het afval terecht komt, terug te zien is in de afvalstatistieken van de gemeente. De andere routes zijn niet in beeld en niet te monitoren. In het onderzoek van het Voedingscentrum (2019) is ook inzichtelijk gemaakt hoeveel onvermijdbaar voedsel inwoners gemiddeld verspillen. Dit is toegevoegd aan de inschatting van de totale hoeveelheid voedselverspilling. Uit de resultaten blijkt dat inwoners gemiddeld 1,2 kilogram vast voedsel per dag consumeren. Uit het vragenlijstonderzoek blijkt ook dat 81% van alle maaltijden thuis worden gegeten. Op basis van deze informatie kunnen we stellen dat circa 321 kiloton vast voedsel jaarlijks wordt geconsumeerd thuis. Inclusief het deel dat verspild wordt (zowel vermijdbaar als onvermijdbaar), komt dit neer op 393 kiloton voedsel (exclusief dranken en ander dun vloeibaar voedsel). CO2 impact verspilling huishoudens De geconsumeerde hoeveelheid voedsel en voedselverspilling per categorie is gekoppeld aan de database voor milieubelasting van het RIVM (2021). In tabel 4 zijn de gebruikte impactfactoren te zien.
Bij sommige categorieën is een gewogen gemiddelde gekozen, waarbij de plantaardige variant en de impact daarvan is gewogen ten opzichte van de impact van een dierlijk product in de categorie.
29
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
Tabel 3 Voedselconsumptie inwoners in Amsterdam en de verwachte verspilling op basis van het onderzoek van het Voedingscentrum (2022) Consumptie alle inwoners (kton/ p. jaar)
Verspillingspercentage
Route Afvalbak
Route Riool
Overige routes
Consumptie incl. verspilling (kton/ p. jaar)
Verspilling totaal (kton/ p. jaar)
Verspilling afvalbak (kton/ p. jaar)
Verspilling riool (kton/ p. jaar)
Overige routes (kton/ p. jaar)
g/dag
g/jaar
bezetting thuis (dagen)
aardappelen en andere knolgewassen
63
18639
295
17
12,3%
96%
0%
4%
20
2,4
2,3
0,00
0,10
groenten
155
45754
295
42
8,1%
95%
0%
5%
46
3,7
3,5
0,00
0,19
peulvruchten
41
11983
295
11
7,9%
100%
0%
0%
12
0,9
0,9
0,00
0,00
fruit
188
55559
295
51
8,9%
94%
0%
6%
56
5,0
4,7
0,00
0,30
noten, zaden
18
5185
295
5
6,8%
100%
0%
0%
5
0,3
0,3
0,00
0,00
zuivelproducten en vervangers
174
51364
295
47
6,7%
48%
45%
7%
51
3,4
1,6
1,52
0,24
melk, melkdranken
106
31291
295
29
6,2%
17%
79%
4%
31
1,9
0,3
1,50
0,08
granen en graanproducten
138
40737
295
37
17,5%
81%
0%
19%
45
7,9
6,4
0,00
1,51
95
28044
295
26
7,5%
95%
1%
5%
28
2,1
2,0
0,01
0,10
36
10593
295
10
3,5%
93%
1%
6%
10
0,4
0,3
0,00
0,02
eieren en eiproducten
37
10832
295
10
7,9%
99%
1%
0%
11
0,9
0,8
0,01
0,00
vetten en oliën
20,7
6111
295
6
8,7%
66%
25%
9%
6
0,5
0,4
0,13
0,05
suiker en snoepgoed
23,5
6937
295
6
4,9%
100%
0%
0%
7
0,3
0,3
0,00
0,00
taarten en zoete koekjes
36
10675
295
10
11,9%
97%
0%
3%
11
1,3
1,3
0,00
0,04
niet-alcoholische dranken
1046
30877 5
295
284
5,8%
11%
87%
2%
301
17,5
1,9
15,19
0,35
alcoholische dranken
163
47971
295
44
2,6%
8%
92%
0%
45
1,2
0,1
1,08
0,01
sauzen en kruiden
34
10155
295
9
8,7%
72%
12%
16%
10
0,9
0,6
0,11
0,14
bouillons
37
10952
295
10
0,9%
29%
72%
0%
10
0,1
0,0
0,07
0,00
categorieën
vlees, vleesproducten en vervangers vis, schelpdieren en amfibieën
diverse
2
590
295
1
3,9%
94%
2%
4%
1
0,0
0,0
0,00
0,00
hartige snacks
87
25682
295
24
4,9%
100%
0%
0%
25
1,2
1,2
0,00
0,00
30
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
Tabel 4 Impactfactoren gebruikt voor berekenen impact voedselverspilling. Bron: Database milieubelasting voedingsmiddelen Ministerie Volksgezondheid en Milieu (2021); scope tot en met distributie rijlabels gemiddelde van gemiddelde van gemiddelde van gemiddelde van gemiddelde van gemiddelde van kg co2 eq m3 kg so2 eq kg p eq m2a crop eq kg n eq aardappelen en knolgewassen 1,4 0,0 0,0 0,0 0,8 0,0 alcoholische dranken 1,7 0,1 0,0 0,0 0,8 0,0 brood 0,9 0,0 0,0 0,0 0,9 0,0 diversen 1,9 0,1 0,0 0,0 2,1 0,0 eieren 3,4 0,1 0,1 0,0 3,6 0,0 fruit 1,0 0,3 0,0 0,0 1,2 0,0 gebak en koek 2,8 0,1 0,0 0,0 2,2 0,0 graanproducten en bindmiddelen 1,4 0,1 0,0 0,0 1,7 0,0 groente 1,0 0,0 0,0 0,0 0,7 0,0 hartig broodbeleg 6,4 0,1 0,0 0,0 6,4 0,0 hartige sauzen 2,4 0,0 0,0 0,0 2,8 0,0 hartige snacks en zoutjes 3,4 0,0 0,0 0,0 3,3 0,0 kaas 10,0 0,1 0,1 0,0 4,5 0,0 kruiden en specerijen 2,0 0,0 0,0 0,0 0,8 0,0 zuivelproducten en vervangers 4,4 0,0 0,1 0,0 1,9 0,0 gemiddeld 30% van consumptie is plantaardig en niet dierlijk niet-alcoholische dranken 1,3 0,3 0,0 0,0 2,0 0,0 noten en zaden 3,2 2,0 0,0 0,0 7,1 0,0 peulvruchten 3,1 0,1 0,0 0,0 4,2 0,0 preparaten 6,4 0,1 0,1 0,0 3,5 0,0 suiker, snoep, zoet beleg en zoete sauzen 2,2 0,1 0,0 0,0 2,6 0,0 vetten en oliën 6,4 0,6 0,1 0,0 10,6 0,0 vis 6,8 0,0 0,0 0,0 1,2 0,0 vlees en vleesvervangers 11,4 0,1 0,2 0,0 7,0 0,0 gemiddeld 21% van consumptie is
plantaardig en niet dierlijk melk en melkvervangers 1,3 0,0 0,0 0,0 0,6 0,0 gemiddeld 40% van consumptie is plantaardig en niet dierlijk
31
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
Organische reststroom huishoudens Gemeente Amsterdam heeft een afvalsorteeranalyse uitgevoerd in 2023, op basis daarvan is te herleiden hoeveel organisch materiaal er in het restafval wordt afgedankt. De verhouding GF(T)E in het restafval was in 2023 38%. In tabel 5 is de verwachte verdeling te zien van verschillende soorten GF(T)E in het restafval in kilotonnen. In deze sorteeranalyse zijn echter andere definities gehanteerd dan in dit onderzoek. Ook is de stroom GF(T)E, in het restafval, groter dan wordt verwacht (25 kiloton meer dan verwacht). Dit kan verschillende oorzaken hebben, namelijk dat inwoners veel meer voedsel verspillen dan de gemiddelde Nederlander of dat er meer actoren GF(T)E afdanken in het restafval dan alleen huishoudens. Het meest waarschijnlijk is het laatste. Daarom is deze onverklaarbare stroom toegewezen aan retail en horeca. Naast de stroom organisch materiaal in het restafval, is er ook nog een deel dat via de bestaande GF(T)E containers wordt afgedankt (3 kiloton). Deze gegevens zijn verzameld via cijfers van afdeling Afval en Grondstoffen (Gemeente Amsterdam). Tabel 5 Voedselconsumptie inwoners in Amsterdam en de verwachte verspilling op basis van het onderzoek van het Voedingscentrum (2022)
voedselafval (verpakkingen en herkenbaar voedsel) vermijdbare voedselverspilling voedselafval (snijresten, koffiedik, etensresten, fruitrestanten) voedselafval zeef ( gecomposteerd materiaal (grond), fijn etenswaren, zoals los rijst, pasta, los kattenbakkorrels, kleine stukjes glas) onvermijdbare voedselverspilling groenafval (planten e.d.) totaal voedselverspilling totaal organisch
afvalsorteerbottom-up analyse 2023 inschatting (kton) (kton) 12 27 54 8
10 74 84
22 10 49 59
4. Distributie en retail
Om te komen tot een inschatting van de hoeveelheid voedselverspilling en andere organische reststromen in ketenstap distributie en retail is eerst ingeschat hoeveel voedsel er in omloop is en vervolgens berekend hoeveel hiervan ongeveer verspild wordt. Dit is berekend op het niveau van supermarkten, dagmarkten, speciaalzaken en online winkels. Voedselstromen in de distributie en retail De aanname is dat al het voedsel dat door huishoudens wordt geconsumeerd thuis, ook binnen de gemeentegrens wordt ingekocht. Inclusief het deel dat verspild wordt (zowel vermijdbaar als onvermijdbaar), komt dit neer op 393 kiloton voedsel (exclusief dranken en ander dun vloeibaar voedsel). Toewijzen van voedselstromen Er zijn in Amsterdam zo’n 1.895 winkels voor dagelijkse boodschappen (O&S, 2024). Dat zijn winkels voor levensmiddelen, waaronder veel supermarkten. Het grootste deel van de dagelijkse boodschappen worden door inwoners gedaan bij de supermarkt (76% volgens een peiling door van Amsterdamse Bodem (z.d.). Ongeveer een 5% van de totale boodschappen worden door inwoners gedaan op de markt (O&S, 2024). Het resterende deel wordt ingekocht bij speciaalzaken zoals kruideniers of online. Tabel 6 Toegepaste kengetallen voor de berekening van voedselverspilling Amsterdamse Retail type voedselstroom (kton) verspillingspercentage bron supermarkt 271 1,38% WUR (2023)
32
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
dagmarkten
18
5%
speciaalzaken
41
5%
online
30
5%
inschatting onderzoekers i.s.m. WUR inschatting onderzoekers i.s.m. WUR inschatting onderzoekers i.s.m. WUR
Organische reststromen De reststroom afkomstig vanuit retail bestaat voornamelijk uit verpakkingen en voedsel. Hoe groot deze reststroom exact is, is niet bekend. Maar een inschatting kan wel gemaakt worden. Op basis van de voedselstroom en het verspillingspercentage, is de verwachte organische reststroom afkomstig uit Amsterdamse retail afgerond 8 kiloton op jaarbasis. Dit is de reststroom die wordt opgehaald door afvalverwerkers. De werkelijke reststroom is groter, maar omdat voedsel dat wordt ingezet voor diervoer niet wordt gezien volgens Europese definities als verspilling wordt dit niet door supermarkten gerapporteerd (WUR, 2023). Deze 8 kiloton aan organisch materiaal gaat naar vergisting of verbranding. Het is niet bekend welke exacte hoeveelheid wordt vergist of verbrand. Hier is meer informatie en onderzoek voor nodig. 5. Horeca
Amsterdam had in 2023 bijna 8 duizend horecavestigingen (O&S, 2024), waarvan 754 hotels, 3.103 restaurants, 905 cafés en ruim 3 duizend overige horeca. In dat zelfde jaar bezochten 15 miljoen unieke dagbezoekers Amsterdam en verbleven er 9 miljoen mensen in de stad (O&S, 2024). Inwoners van Amsterdam aten gemiddeld 70 dagen per jaar een maaltijd buiten de deur, dat is 19% van de maaltijden, blijkt uit de vragenlijst die is uitgezet voor dit onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat men zo’n 1,2 kilogram vast voedsel consumeert per dag. Dit is verdeeld over een kilogram per maaltijd bij het ontbijt (0,35), lunch (0,40) en diner (0,45). Op basis van het gewicht per maaltijd, aantal mensdagen dat een maaltijd wordt genuttigd in de stad (zie tabel 7) en om welk type maaltijd dit dan gaat (zie tabel 8) is berekend hoeveel kiloton voedsel er wordt gegeten in horeca in de stad (zie tabel 9). In de berekening van het aantal consumptiedagen en bezetting per jaar, is rekening gehouden met het aantal overnachtingen per type accommodatie (op basis van het aantal sterren). Er wordt vanuit gegaan dat hoe hoger het aantal gasten, hoe vaker het ontbijt, lunch en/of diner wordt genuttigd in het hotel. Ook wordt er rekening mee gehouden met banquetting bij hotels (vanaf 3 sterren).
Er wordt rekening gehouden met een verspillingspercentage van 11% bij hotels en 20% bij restaurants en cafés, na consultatie van experts bij stichting Samen tegen Voedselverspilling. Deze percentages zijn toegepast en toegevoegd bovenop de ingeschatte hoeveelheid geconsumeerd voedsel in de horecasector in Amsterdam. Tabel 7 Aantal mens-dagen dat er maaltijden worden genuttigd in Amsterdam (#)
type totaal hotelgasten (slaapplaatsen) dagjesmensen inwoners
aantal slaapplaatsen of mensen 16009112 90918
geschatte bezetting (%) per jaar
aantal dagen open of aanwezig
totaal aantal mensdagen per jaar
84%
365
372958926,8 27772966,8
15000000 918194
100% 93%
2,2 365
33000000 312185960
Tabel 8 Mens-dagen waarop een maaltijd bij een restaurant of café wordt genuttigd (%) Amsterdamse restaurants en cafés
type
ontbijt
lunch
diner 33
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek totaal hotelgasten (slaapplaatsen) dagjesmensen inwoners
Organische reststromen en voedselverspilling
2% 23%
19% 91%
15% 61%
1% 0,7%
75% 6%
45% 8%
Tabel 9 Jaargewichten inclusief verspilling door inwoners en bezoekers in restaurants en cafés in Amsterdam
type totaal hotelgasten (slaapplaatsen) dagjesmensen inwoners
kg ontbijt 3923701 2839474
kg lunch 34901419 12606437
kg diner 31752703 9499213
totaal 70577893 24945148
144375 939852
12375000 9919982
8353125 13900365
20872521 24760224
Verspilling in bedrijfsrestaurants Naast hotels, restaurants en cafés is er nog een aparte categorie namelijk bedrijfsrestaurants of catering. Deze categorie valt onder horeca. Er is weinig informatie beschikbaar over deze categorie. Daarom is ook hier gekozen voor een bottom-up aanpak. Op basis van het LISA bedrijfsregister, is in kaart gebracht hoeveel kantoren er zijn met meer dan 200 werknemers en hoeveel werknemers in dienst zijn van deze grotere kantoren. In tabel 10 is de berekening te zien van het aantal dagen waarop werknemers een maaltijd zouden kunnen nuttigen in het bedrijfsrestaurant. Er wordt vanuit gegaan dat circa 70% van deze grotere kantoren een eigen bedrijfsrestaurant heeft en dat 50% van alle kantoordagen van werknemers er lunch wordt gegeten in het bedrijfsrestaurant en 1% van het diner. Het verspillingspercentage voor bedrijfsrestaurants is 25%. Dit is een inschatting die is gemaakt in samenspraak met de stichting Samen Tegen Voedselverspilling. Op basis van het aantal consumptiedagen, het gewicht en verspillingspercentage is de totale verspilde hoeveelheid voedsel tot stand gekomen. Tabel 10 Aantal mens-dagen dat er in bedrijfsrestaurants in Amsterdam kan worden gegeten (#)
aantal bedrijfsvestigingen met meer dan 200 werknemers
aantal werknemers bij bedrijven met een bedrijfsrestaurant
354
215126
percentage bedrijven met bedrijfsrestaurant 70%
gemiddeld aantal kantoordagen per persoon per jaar 171
totaal aantal kantoordagen waarop in bedrijfsrestaurant gegeten kan worden 25756857
Onvermijdbare voedselverspilling horeca Om te komen tot de totale voedselverspilling, naast het vermijdbare deel, hebben we dezelfde verhouding onvermijdbaar / vermijdbaar hergebruikt die we terugzagen bij huishoudens. Met de assumptie dat bij een soortgelijke bereiding de procentuele verhouding vermijdbaar/onvermijdbaar stand houdt. Dit is natuurlijk een manier om tot een schatting te komen, niet tot het exacte cijfer.
34
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
Bijlage 2 Import Export organische reststromen
35
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
36
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Organische reststromen en voedselverspilling
Meer informatie…
Colofon
onderzoek.amsterdam.nl/dossier/naam-dossier
Team Voedselstrategie Frank Bakkum
Auteurs Leander Wolters: leander.wolters@amsterdam.nl Geert Buis: g.buis@amsterdam.nl
Onderzoek en Statistiek onderzoek.amsterdam.nl
President Kennedylaan 923 1079 MZ Amsterdam Postbus 658 1000 AR Amsterdam T 020 251 0333