CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor Rapportage_actielijn_2_def_nieuwe_stijl.docx

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 4 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief over stand van zaken van de uitvoeringsagenda voedselstrategie en de voedselmonitor (VN2025-010321)13.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voedselverspilling en organische reststromen in de stad oktober 2024 Gemeente Amsterdam wil voedselverspilling sterk terugbrengen en organische reststromen zo hoogwaardig mogelijk verwaarden. Zo gaan waardevolle nutriënten niet verloren en wordt de ecologische voetafdruk van voedselconsumptie in de stad verlaagd. Het voedsel dat de stad wordt ingevoerd heeft een grote ecologische voetafdruk, na fossiel is dit de grootste veroorzaker van CO2 en andere broeikasgassen. Uit dit onderzoek van Onderzoek en Statistiek blijkt dat er op jaarbasis zo’n 166 kiloton voedsel wordt verspild in de stad. Dat is ruim 5 procent van wat er in Nederland op jaarbasis wordt verspild. Minder dan een kwart hiervan wordt verwaard, meestal door te vergisten en/of te composteren. Gemeente Amsterdam heeft een uitvoeringsagenda Voedselstrategie (2023-2026) opgesteld om een actieve bijdrage te leveren aan de voedseltransitie naar een gezond, eerlijk en duurzaam voedselsysteem. Deze strategie omvat zes actielijnen, waaronder voedselverspilling en organische reststromen (Actielijn 2). In opdracht van het team Voedselstrategie en het team Circulaire Economie heeft Onderzoek en Statistiek de huidige stand van zaken rondom voedselverspilling en organische reststromen in de stad onderzocht, met als doel beleidsmakers te informeren en kansen te signaleren.

Het verminderen van voedselverspilling en het verwaarden van organische reststromen zijn belangrijke onderdelen van de visie van de circulaire stad (Gemeente Amsterdam, z.d). Deze visie richt zich op het voorkomen van verspilling en het hergebruiken of anders inzetten van organische reststromen, bij voorkeur in het voedselsysteem (bijv. als compost) zodat de kringloop gesloten wordt. Een van de doelen is om voedselverspilling in 2030 met 50% te verminderen ten opzichte van 2015, in lijn met het landelijke beleid (Gemeente Amsterdam, 2023). De focus ligt hierbij op het tegengaan van verspilling bij consumenten en bedrijven, en het inzetten van gered voedsel voor sociale initiatieven.

Naast het tegengaan van verspilling is het belangrijk dat al het organisch materiaal (zoals voedselresten, oliën en vetten, en groenafval) dat wordt afgedankt, schoon wordt ingezameld en op de juiste manier wordt verwaard. Voorbeelden hiervan zijn het vergisten van etensresten om biogas te produceren als energiebron, of het composteren van organisch materiaal zodat dit kan worden gebruikt als bodemverbeteraar in de landbouw. 1

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

Tot nu toe was het niet bekend hoeveel voedsel er jaarlijks de stad inkomt, hoeveel daarvan wordt verspild en hoe groot de organische reststroom in Amsterdam is. In dit onderzoeksrapport presenteren we de eerste resultaten van het onderzoek naar deze thema's. We bespreken hoe groot de organische reststroom wordt ingeschat, welk deel daarvan wordt verwaard, hoeveel voedselverspilling er jaarlijks wordt veroorzaakt door verschillende spelers in de voedselketen in de stad, en wat de ecologische impact daarvan is.

1 Hoofddoelen Dit onderzoek had als doel een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de jaarlijkse voedselstromen en andere organische reststromen in de stad. Het voorkomen van voedselverspilling heeft, naast meer plantaardig eten, de grootste invloed op het verminderen van negatieve impact van de voedselvoorziening van de stad. We brengen dit in kaart om actie en beleid effectief te richten. Daarnaast ook andere reststromen zoals tuinafval en olie en vetten in kaart om kansen voor het zo goed mogelijk verwaarden hiervan te ontsluiten. De resultaten van dit onderzoek helpen beleidsmakers in het opstellen van beleid en kansen te signaleren op sectorniveau en per reststroom. Deze eerste resultaten geven inzicht en vormen een basis waarmee in de toekomst het effect van beleidsinterventies gemonitord kunnen worden. De hoofddoelen die tot nu toe zijn opgesteld zijn als volgt: 1. 2.

Voedselverspilling in 2030 met 50 procent en in 2026 met 25 procent terugdringen ten opzichte van 2015 Het hoofddoel op thema organische reststromen is dat huishoudelijk groente, fruit, groenafval en etensresten (GF(T)E) worden ingezameld en zo hoogwaardig mogelijk verwaard

De visie op de organische kringloop In een natuurlijk ecosysteem komt alles wat groeit, bloeit en gegeten wordt weer terug in de bodem. Voedsel eindigt als GF(T)E of urine en uitwerpselen, deze kunnen worden omgezet tot compost, waar weer nieuwe planten op groeien. In Amsterdam gebeurt dit nog bijna niet: gft gaat meestal bij het restafval en het rioolwater wordt ingedikt tot slib dat wordt verbrand. En dat terwijl de bodem deze voedingsstoffen nodig heeft om weer nieuwe gewassen op te laten groeien. Nu voorziet kunstmest meestal in de voedingsbehoefte van de (landbouw) bodems, terwijl deze niet duurzaam zijn (kunstmest wordt meestal geïmporteerd, het kost veel energie om kunstmest te maken, er worden eindige grondstoffen (fosfaat, kalium) voor gedolven en via kunstmest wordt extra stikstof in het systeem gepompt – terwijl er al een stikstofoverschot is). Om de nutriëntenkringloop te sluiten Amsterdam organisch materiaal gescheiden gaan inzamelen en daarvan goede bodemverbeteraars maken. Daarmee kunnen (landbouw)bodems op een gezonde, natuurlijke manier gevoed worden zodat hierop nieuwe gewassen kunnen groeien. Zo ontstaat een kringloop tussen stad en bodem, burger en boer.

2 Indicatoren Om de voortgang richting de hoofddoelen te volgen, worden in dit rapport verschillende indicatoren in beeld gebracht. Organische restromen Ten eerste wordt het volume van de organische reststroom in beeld gebracht. We zoomen daarbij in op hoe groot deze stroom is per ontdoener. Dat is de partij die het organisch materiaal afdankt. Vervolgens gaan we in op welke wijze deze stroom wordt verwerkt. Namelijk of deze stroom gescheiden wordt ingezameld en verwaard, tot bijvoorbeeld compost, of gemengd wordt ingezameld en terecht komt bij de rest van het afval. In lijn met de doelstelling, besteden we extra aandacht aan het inzamelen en verwaarden van de huishoudelijks GF(T)E stromen. 2

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

Definitie van organische reststromen Organische reststromen is al het biotische materiaal. Belangrijke groepen zijn groenafval, voedselresten, en oliën en vetten. Voedselverspilling De andere indicator die in dit rapport wordt weergegeven is de hoeveelheid voedselverspilling. Dat wordt in gewicht (kilotonnen of miljoenen kilo’s) en percentage berekend voor de verschillende stappen in de voedselketen in Amsterdam. Dat is van voedselproductie tot aan de consument. Voor de berekening van de indicatoren is het van belang om duidelijk te stellen welke definities worden aangehouden. Definitie van voedselverspilling We definiëren voedselverspilling als ‘voedsel dat geproduceerd is voor menselijke consumptie, maar hiervoor niet wordt gebruikt’. Hierbij nemen we zowel vermijdbare als onvermijdbare voedselverspilling mee, maar geven we waar mogelijk het deel aan wat onvermijdbaar is. Denk bij onvermijdbaar aan schillen, stronken, kaaskorsten, eierschalen, koffiedik en vlees- en visresten (botten, graten). De focus ligt op vast voedsel. Dranken en vloeibaar voedsel nemen we voor deze rapportage niet mee. Daarnaast, kijken we vooral naar het vaste voedsel dat in de afvalbak beland. Voedsel dat via andere routes, zoals het riool of huisdieren wordt afgedankt valt buiten de scope.

Als verspild voedsel wordt gebruikt als veevoer, voor vergisting of voor andere bestemmingen rekenen we dit wel als verspilling. Echter valt dit buiten de scope van dit onderzoek, vanwege een gebrek aan beschikbare informatie. Als we het hebben over voedselverspilling als organische reststroom, dan houden we de definitie van de EU aan. Dat is dan de totaalsom van de vermijdbare en onvermijdbare voedselverspilling. In de definitie van voedselverspilling volgens de Europese richtlijn worden eetbare (merendeels vermijdbaar) en oneetbare (onvermijdbaar) delen van het voedsel meegerekend tot voedselverspilling. Reststromen die worden ingezet als veevoer of voor de voedselbank, worden niet beschouwd als voedselverspilling (Soethoudt & Vollebregt, 2023; EU, 2019). Voor de voedselverspillingsreductie-doelstellingen van Gemeente Amsterdam wordt de definitie van het Voedingscentrum gehanteerd. Dat betekent dat we kijken naar een reductie in de hoeveelheid vermijdbare voedselverspilling per persoon. Het Voedingscentrum hanteert de volgende definitie voor voedselverspilling: “We definiëren voedselverspilling als ‘voedsel dat is geproduceerd voor menselijke consumptie, maar hiervoor niet wordt gebruikt’. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen voedsel dat voor of na de houdbaarheidsdatum wordt weggegooid, of tussen voedsel dat wel of niet bedorven is.

Dranken en vloeibaar voedsel vallen wel buiten deze definitie en zijn bovendien niet opgenomen in SDG 12.3. Onvermijdbare voedselverliezen door de consument thuis worden niet gerekend als voedselverspilling, maar zijn wel gemeten. Denk hierbij aan schillen, stronken, kaaskorsten, eierschalen, koffiedik en vlees- en visresten (botten, graten)” (het Voedingscentrum, 2023). De scope in dit rapport is enkel het vaste voedsel dat wordt afgedankt via de afvalbak, omdat dit in de toekomst gemonitord kan worden via afvalsorteeranalyses. Voedingscentrum neemt in hun scope ook overige routes (zoals via het riool, huisdieren of de composthoop) op. Definitie van ketenstappen Bij het in kaart brengen van organische reststromen en voedselverspilling, hebben we gefocust op actoren die verschillende functies uitoefenen in de ketenstappen van het voedselsysteem.  

Primaire productie: Deze eerste ketenstap omvat de productie van voedsel door landbouwsector en veeteelt. Voedselverwerking: Voedsel en voedselverliezen in deze fase treden op wanneer het wordt gesneden, verpakt, gebakken of bereid tot een product. Bedrijven in deze stap zijn bijvoorbeeld grote bakkerijen. 3

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

 

Organische reststromen en voedselverspilling

Distributie & retail: In dit onderzoek behoren supermarkten, dagmarkten, speciaalzaken en online supermarkten tot deze ketenstap. De distributie van voedsel wordt meegenomen in verspillingspercentages van retailers, omdat retailers vaak hun eigen distributiecentra hebben. Horeca: In dit onderzoek behoren de hotels, restaurants, hotels en bedrijfskeukens tot ketenstap horeca. Huishoudens: Inwoners van Amsterdam behoren tot deze categorie, in 2023 had Amsterdam 918.194 inwoners.

In de methode bijlage van dit onderzoek wordt toegelicht welke SBI-codes binnen welke ketenstap vallen en mee zijn genomen in dit onderzoek.

3 Methode Dit onderzoek focust zich op organische reststromen in de stad, waar voedselverspilling een onderdeel van is. Onderzoekers Viva et al. (2020) hebben eerder verkend hoe groot de organische reststromen zijn in Amsterdam. De data van dit onderzoek is echter verouderd, deze komt namelijk uit 2015. Ook mist de classificatie naar type organisch materiaal, terwijl dit wel belangrijk is om te bepalen welke verwaardingsmethode gebruikt zou kunnen worden. Verder is voedselverspilling in dit onderzoek niet meegenomen. Daarom heeft Onderzoek en Statistiek nogmaals een onderzoek uitgevoerd naar organische reststromen in de stad om een vollediger en recenter beeld te krijgen. Daarbij worden nieuwe bronnen gebruikt die bij eerder onderzoek niet beschikbaar waren, zoals data uit het Landelijk Meldpunt Afval (LMA). Er is slechts zeer beperkt data beschikbaar over organische reststromen binnen Amsterdam. Om toch tot een redelijke schatting te komen, is gebruik gemaakt van een combinatie van technieken. Er is een top-down analyse uitgevoerd op afvalmeldingen in het Landelijk Meldpunt Afval (LMA), om de grootte van organische reststromen en hun herkomst in te schatten. Voor huishoudelijk en ander gemengd stedelijk afval, is gebruik gemaakt van een afvalsorteeranalyse om het aandeel en type organisch materiaal in het afval vast te stellen.

De resultaten van deze top-down analyse hebben een grote onzekerheidsmarge en zijn weinig specifiek over de verdeling van afval over de ketenstappen. Daarom is er ook een bottom-up analyse uitgevoerd, waarbij op basis van beschikbare data voor elke ketenstap de grootte van de voedselstroom en de daarbij optredende voedselverspilling wordt ingeschat. Voor deze bottom-up analyse is een groot aantal bronnen gebruikt, zoals dieetinformatie van het Voedingscentrum (2022, 2019), informatie over bedrijven uit het LISA vestigingenregister, materiaalstromenanalyses van het CBS en surveyresultaten uit een onderzoek onder een representatieve groep Amsterdammers (n = 1872) dat heeft plaatsgevonden tussen 18 maart en 13 mei 2024. Voor de validatie van de resultaten is er samengewerkt met onderzoekers van de Wageningen University en Research en afvalverwerkers in Amsterdam. Meer informatie over de methode is te vinden in bijlage 1.

4

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

4 Resultaten Voedsel en andere organisch materiaal dat word ingevoerd in Amsterdam In figuur 1 is een conceptuele weergave te zien van hoe voedsel en ander inkomend organisch materiaal zich verhoud tot voedselverspilling en andere organische reststromen. Jaarlijks wordt bijna 7 miljard kilo voedsel en ander organisch materiaal ingevoerd (O&S, 2024). Dat zijn bij elkaar bijna 270 duizend vol beladen vrachtwagens, die kunnen samen een file van Amsterdam tot Madrid vormen. Naar schatting, is ongeveer de helft daarvan, 3.500 kiloton, bestemd voor inwoners en bezoekers. Blijkt uit een materiaalstromenanalyse met op maat gemaakte data vanuit het CBS. Dat is grotendeels voedsel, maar deze stroom bestaat ook uit ander organisch materiaal zoals bloemen en planten of diervoer. Dit is een belangrijke materialen stroom. Voedsel en ander organisch materiaal is, na fossiel, niet alleen de grootste materiaalstroom maar ook de stroom met de grootste verborgen kosten, in termen van impact op het klimaat, de mens en natuur (O&S, 2024; O&S, 2023). Het voedsel en ander organisch materiaal dat wordt ingevoerd in Amsterdam zorgt, als je kijkt naar de gehele voedselketen van land tot bord, voor de uitstoot van 6.000 kton CO2. Dat is ongeveer een kwart van de CO2 ketenuitstoot veroorzaakt door consumptie van grondstoffen en goederen in Amsterdam.

Naast invoer voor consumptie door inwoners en bezoekers, wordt er nog een deel ingevoerd dat vervolgens wordt doorgevoerd en uitgevoerd. Ook er is een deel dat is bestemd voor de voedselverwerkende industrie, waarvan een (klein) deel na verwerking terecht komt bij inwoners en bezoekers maar er ook veel weer wordt uitgevoerd. Voor voedselverspilling en het in kaart brengen van organische reststromen is het vooral relevant om te kijken naar de stroom die is bestemd voor consumptie door huishoudens en bezoekers, omdat dit organisch materiaal is dat wordt gebruikt binnen de stadsgrenzen. Dit eindigt na consumptie als voedselverspilling of ander organisch materiaal in de organische restroom. Waarna het kan worden ingezameld en verwaard. Figuur 1 Conceptuele weergave van de organische reststroom en verhouding hiervan tot het organisch materiaal dat aanwezig is of wordt ingevoerd in de stad

5

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

Voedselverspilling in Amsterdam Voedsel is een belangrijke materiaalstroom in het kader van het verminderen van ecologische impact van consumptie in Amsterdam. Voedsel dat wordt ingevoerd voor consumptie heeft impact op de (wereldwijde) drinkwatervoorziening, klimaatverandering, landgebruik, uitputting van grondstoffen, luchtkwaliteit maar ook sociale aspecten zoals kinder- en gedwongen arbeid en onderbetaling. Uit onderzoek blijkt dat onze voedselvoorziening de grootste ecologische en sociale impact heeft op de rest van de wereld (O&S, 2023). Voedselverspilling is meer dan driekwart van de organische reststroom in Amsterdam, ook de samenstelling van huishoudelijk GF(T)E is voornamelijk voedselverspilling (meer daarover in hoofdstuk 4.7 en 4.8). De hoofddoelstelling is om voedselverspilling sterk terug te dringen. Het gaat om voedselverspilling in de stad, daar horen dus zowel huishoudens als de voedselverwerkende bedrijven, horeca, retail en deel klein deel productie bij. In totaal wordt 166 kiloton voedsel verspild door alle ketenactoren Naast verspilling die plaatsvindt bij consumptie door inwoners en bezoekers (retail, horeca en thuis bij huishoudens), is er verspilling bij primaire productie in de stad en verwerking en fabricage. In tabel 1 is te zien dat er afgerond 166 kiloton voedsel verspild is in Amsterdam.

Deze voedselverspilling wordt een organische reststroom, die wordt afgedankt via gescheiden GF(T)E inzameling of het restafval (meer daarover in hoofdstuk 4.7 en 4.8). Voedselverspilling die een nieuwe bestemming krijgt als diervoer of lokaal wordt verwerkt (zoals dat wel eens in in de landbouw gebeurd), zit hier niet bij in. Volgens de Europese definitie van voedselverspilling, valt alles wat een nieuwe bestemming krijgt als diervoer niet onder verspilling en worden daarom nog niet gedocumenteerd (Soethoudt & Vollebregt, 2022; EU, 2019). Vrijwel al het voedsel (99%) voor lokale consumptie door inwoners en bezoekers wordt geproduceerd buiten Amsterdam, en ongeveer 85% komt uit het buitenland. Er is ook verspilling in de keten, buiten Amsterdam, maar die tellen we niet mee in dit overzicht. Tabel 1 Omvang verspild voedsel (in kiloton) in Amsterdam 2023 Ketenstap

%

verspilling

Primaire productie

0%

1

Verwerking en fabricage

44%

76

Detailhandel en distributie

5%

8

Horeca

20%

32

Huishoudens

30%

49

6

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Totaal

Organische reststromen en voedselverspilling

100%

166 Bron: O&S

Verwerking en fabricage zijn de grootste bron van voedselverspilling De voedsel en genotsmiddelen industrie, ofwel verwerking en fabricage, zijn de grootste bron van voedselverspilling. Blijkt uit de afvalstroom. Ondanks de grote hoeveelheid, is het verspillingspercentage relatief laag. Naar schatting 2% van het geproduceerde voedsel wordt verspild. Dit is exclusief het voedsel via andere wegen wordt afgedankt (bijvoorbeeld als diervoer), dit is niet bekend. Ondanks dat voedsel dat uit de verwerkende industrie dat eindigt als veevoer volgens de Europese definitie niet wordt gezien als verspilling, zijn er goede voorbeelden van hoe reststromen worden ingezet in de landbouw. Zo eten de kippen van Kipster voedsel dat anders zou eindigen als voedselverspillings-reststroom (Kipster, z.d.). Daardoor is de klimaatvoetafdruk lager dan regulier kippenvoedsel. Zie ook Samen Tegen Voedselverspilling voor meer van deze voorbeelden. De absolute stroom verspilling is groot, omdat er ook ten opzichte van andere ketenstappen. Dat komt doordat deze industrie in Amsterdam relatief groot is en er jaarlijks zo’n 3.000 kiloton voedsel en ander organisch materiaal door bedrijven in deze ketenstap wordt gebruikt. In 2023 waren er in Amsterdam 936 bedrijven actief in de voedsel en genotsmiddelen industrie (dat is 10% van de totale sector in Nederland; CBS, 2023).

Denk bij deze categorie aan banketbakkers, bierbrouwerijen of bedrijven die kant-en-klaar maaltijden maken. Er is weinig bekend over voedselverspilling per sector in deze ketenstap; bedrijven hoeven dit namelijk niet bij te houden of publiek te rapporteren. Op dit moment wordt hier wel onderzoek naar gedaan, zoals door de WUR. Zo bleek onlangs dat de aardappelverwerkende industrie gemiddeld 3,4% van het voedsel verspild (WUR, 2024). De tweede grootste bron van voedselverspilling zijn de huishoudens met 49 kton per jaar. Horeca is met 32 kiloton de derde grootste bron van voedselverspilling. Een zesde van het vaste voedsel dat wordt geconsumeerd door inwoners en bezoekers in de stad wordt verspild Op basis van een bottom-up inschatting met informatie uit een survey onder inwoners (n = 1872) en de Voedselconsumptie Peiling (RIVM, 2024), wordt ingeschat dat huishoudens, dagjesmensen en toeristen ongeveer 895 kiloton voedsel en dranken consumeerden in Amsterdam in het afgelopen jaar. Dit zijn zowel de maaltijden als dranken zoals bier of frisdrank, maar exclusief kraanwater. In de scope van voedselverspilling zit alleen het vaste voedsel. Zonder dranken, wordt er naar schatting 505 kiloton vast voedsel geconsumeerd. Daarvan belandt naar schatting 89 kiloton, ongeveer een zesde (18%), via retail, horeca en bij mensen thuis in de afvalbak en wordt dus verspild.

Vermijdbare en onvermijdbare voedselverspilling In figuur 2 is de absolute geschatte hoeveelheid voedselverspilling te zien in kiloton in Amsterdam, als gevolg van productie en consumptie. Daarbij is er onderscheid te maken tussen vermijdbare en onvermijdbare voedselverspilling. Vermijdbare voedselverspilling is de verspilling die, zoals de term al doet vermoeden, niet nodig is. Het gaat hier om bijvoorbeeld bereidde producten die over datum gaan en niet meer geschikt zijn voor consumptie maar ook etensresten. Deze treedt vaak op bij het bewaren van voedsel of na consumptie. Onvermijdbare verspilling zijn de resten van voedsel die niet gegeten kunnen worden door mensen, denk bijvoorbeeld aan de schillen van een aardappel, eierschalen of koffiedik. Deze treedt vaak op bij de bereiding van voedsel.

7

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

Figuur 2 Omvang voedselresten in Amsterdam per verbruikersgroep en uitgesplitst naar vermijdbare en onvermijdbare voedselverspilling (kiloton, 2023) Bestemming inen buiten Amsterdam

80 70 60 50 40

22

76

30 20 10

2 2

14

4

1 2

ts

s nt

és

f ca en

a ur ta es fsr

ls te

ij dr

Be

Ho

an ur

kt

kt

ns de ou

e

sta Re

lin

ish

Hu

On

els

ink

W

ar

gm

Da

ing

ar rm

pe Su

rk

ie ct

e rw Ve

u od Pr

0

12

27

Onvermijdbare voedselverspilling Vermijdbare voedselverspilling Voedselverspilling (onvermijdbaar en vermijdbaar) Bron: Onderzoek en Statistiek

In de productie, verwerking en retail is het onderscheid tussen vermijdbaar en onvermijdbaar niet goed te maken. Dit komt door een gebrek aan cijfers over de verspilling die plaatsvindt in de productie en verwerking. In de retail gaat het vermoedelijk vaker om vermijdbare verspilling als gevolg van de onverkochte voorraad. Al zijn hier geen goede cijfers van. In figuur 2 wordt daarom de totale verspilling getoond. Iets meer dan de helft van de voedselverspilling van huishoudens is vermijdbaar, vermijdbare voedselverspilling is zo’n 34 kilogram per persoon per jaar Huishoudens verspillen zo’n 49 kiloton vast voedsel via, nu nog grotendeels, het restafval. Waarvan 27 kiloton vermijdbare voedselverspilling en 22 onvermijdbare voedselverspilling. Dat is exclusief vloeibaar en nat voedsel (zoals melk, koffiedrap, dranken, soep en sauzen) dat via overige routes wordt afgedankt, zoals de gootsteen. Als dat ook zou worden meegenomen, zou het totaal nog hoger uitkomen. De inschatting is dat inwoners van Amsterdam gemiddeld 34 kilogram vast voedsel verspillen, per persoon per jaar. Waarvan 29 kilogram per persoon via de afvalbak wordt afgedankt. Ongeveer 5 kilo wordt afgedankt via overige routes zoals het riool of huisdieren. Gemiddeld wordt één op de elf producten die worden ingekocht door huishoudens niet opgegeten en eindigt in het afval.

Bij deze vermijdbare verspilling is er potentie voor vermindering van verspilling en daarmee gft(e) afval. Daarnaast is er ook nog onvermijdbare voedselverspilling (bijv. snijresten). Uit metingen van het Voedingscentrum blijkt dat het onvermijdbare deel van de voedselverspilling zo’n 38% tot 8

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

40% is van de totale voedselverspilling (2019,2023). Voor de reststroom onvermijdbare voedselverspilling (zo’n 24 kilogram p.p.p.j.) is het van belang dat dit gescheiden wordt ingezameld en op een zo hoogwaardig mogelijke manier wordt verwaard, zodat bruikbare voedingsstoffen niet verloren gaan. Denk aan verwerking tot compost. Nationaal werd door mensen thuis in 2015 43,3 kilogram voedsel verspild per persoon per jaar (Voedingscentrum, 2023). Volgens de meest recente meting in 2022, is dit gezakt naar 33,4 kilogram per persoon per jaar. Dit is ook ongeveer wat inwoners van Amsterdam naar schatting verspillen thuis (34 kilogram). Het doel is dat dit zakt naar 21,6 kilogram in 2030. Voedsel met bestemming in- en buiten Amsterdam De absolute hoeveelheid voedselverspilling hangt af van de relatieve verspilling ten opzichte van de totale hoeveelheid geconsumeerd voedsel . In ketenstappen productie en verwerking gaat het voornamelijk om voedsel bestemd voor elders in Nederland of zelfs bestemd voor export. Als de vraag of industrie als geheel groeit, neemt ook de voedselreststroom toe. Verspilling in ketenstappen retail (supermarkten, dagmarkten, winkels en online) en horeca (restaurants en cafés, hotels en bedrijfsrestaurants) hangt echter vooral af van de lokale vraag naar voedsel. Dat zijn de huishoudens en bezoekers.

Hoe meer voedsel in omloop, hoe groter de absolute hoeveelheid voedselverspilling zal zijn. Tenzij de voedselverspilling bij bereiding of verwerking afneemt (percentuele hoeveelheid voedselverspilling). Hier kan in het opstellen van doelstellingen rekening mee gehouden worden.

Oorzaken van voedselverspilling bij huishoudens Bijna alle Amsterdammers herinneren zich dat ze wel eens eten weggooien (90%). De belangrijkste redenen die ze geven zijn dat het eten beschimmeld was geraakt of niet goed meer rook (zie figuur 3). Het komt echter ook voor dat producten over de datum zijn en worden weggegooid, terwijl deze misschien nog wel gegeten hadden kunnen worden. Andere genoemde redenen voor verspilling zijn een verkeerde inschatting van de portie of inkoop, dat het voedsel niet smaakte, het vergeten van producten in de koelkast of kieskeurige kinderen die het voedsel niet eten. Deze resultaten zijn vergelijkbaar met de resultaten die het Voedingscentrum (2022) geeft vonden in een peiling onder Nederlanders. Figuur 3 Redenen voor Amsterdammers om voedsel weg te gooien (n = 1872, 2024)

beschimmeld rook niet meer goed 31% over datum (niet bedorven) 20% te veel gemaakt te veel ingekocht 14% ik gooi nooit voedsel weg 10% luste ik niet 7% anders, namelijk weet niet / geen antwoord 0%

20%

73% 46%

40%

60%

80%

100%

Bron: Onderzoek en Statistiek

Als we kijken naar hoe vaak de eerder genoemde redenen om voedsel weg te gooien voor komen, dan zien we dat een overschatting van de benodigde portie of inkopen de meest terugkerende redenen zijn (zie figuur 4). Ongeveer een tiende (9%) van de Amsterdammers zegt wekelijks of meerdere keren per week eten weg te gooien omdat zij te veel maken (20% herkent dit als reden, 44% geeft aan dat dit eens per week of vaker voorkomt). Het te veel inkopen van voedsel is ook een van de vaker terugkerende redenen en komt onder 5% van de Amsterdammers wekelijks of vaker voor. Het over datum raken van voedsel (maar niet bedorven) en het beschimmeld raken van voedsel komt op wekelijkse basis voor onder 9% van de Amsterdammers. Minder goed ruiken van eten onder 7% wekelijks. Het niet 9

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

lusten van eten wordt door relatief weinig Amsterdammers herkend, in totaal noemt minder dan 1% van de gevallen dit als wekelijkse reden om eten weg te gooien. Figuur 4 Redenen voor Amsterdammers om voedsel weg te gooien en aantal keer dat dit voor komt (n = 1684, 2024)

te veel gemaakt (n = 318) te veel ingekocht (n = 223) over datum (niet bedorven) (n = 485) beschimmeld (n = 1156) rook niet meer goed (n = 726) luste ik niet (n = 114) 0%

20%

40%

(vrijwel) dagelijks eens per week eens per maand

60%

80%

100%

2 tot 3 keer per week 2 tot 3 keer per maand minder dan eens per maand Bron: Onderzoek en Statistiek

Amsterdammers is ook gevraagd wat zou helpen om verspilling te verminderen. Kleinere porties of verpakkingen werd door ongeveer een derde gekozen (zie figuur 5). Ook zou ongeveer een op de acht graag tips ontvangen om verspilling tegen te gaan. 5% wil graag in restaurants dat er kleinere porties worden geserveerd. In de open toelichting worden nog diverse andere acties voorgesteld die helpen voedselverspilling te voorkomen. Zo wordt genoemd dat de indeling van de koelkast, op basis van houdbaarheidsdatum, helpt prioritering aan te brengen in voedselkeuzes. Verder wordt genoemd dat voedsel soms vergeten wordt, o.a. als gevolg van een onregelmatig leven. Bewuster plannen van inkopen en maaltijden zou een oplossing kunnen zijn. Tot slot, noemen respondenten dat kwaliteit van voedsel, minder onnodige aankopen (door reclame) en een grote vriezer helpen minder te verspillen. De helft van de Amsterdammers heeft geen behoefte aan tips of hulp om minder te hoeven verspilling. Figuur 5 Wat zou u helpen om minder voedsel weg te gooien? (n = 1684, 2024)

kleinere porties of verpakkingen in de supermarkt

32%

tips om verspilling tegen te gaan

13%

kleinere porties in restaurants

5%

anders, namelijk

7%

ik hoef geen tips of hulp om minder voedsel weg te hoeven gooien 0%

49% 20%

40%

60%

80%

100%

Bron: Onderzoek en Statistiek

Ecologische impact van voedselverspilling De CO2-uitstoot als gevolg van het consumptiepatroon van huishoudens is berekend en vermeld in Voedselstrategie monitor rapportage Meer plantaardig. Hier gaan we enkel in op de CO2uitstoot die wordt veroorzaakt door voedsel te verspillen.

10

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

Op basis van wat er wordt geconsumeerd, de hoeveelheid verspilling en de milieu impact per productcategorie hebben we kunnen berekenen wat de impact is van voedsel- en drankenverspilling in Amsterdam (zie figuur 6). De totale CO2-footprint van alle voedselverspilling, zowel vermijdbaar als onvermijdbaar, is ingeschat op 259 kiloton CO2 per jaar. Dit komt overeen met de jaarlijkse uitstoot van de energievoorziening van ongeveer 75.000 huishoudens in Nederland, uitgaande van een gemiddeld energieverbruik dat resulteert in ongeveer 3 ton CO2 per huishouden per jaar (Milieucentraal, 2023). Er is echter nog wel veel onbekendheid over exacte impact van verspilling in de verwerkende industrie, retail en horeca. Het is namelijk niet bekend of bepaalde productie in meerdere of mindere mate worden verspild ten opzichte van huishoudens. Deze huidige inschatting is gebaseerd over wat bekend is over de CO2 impact per kilogram verspilling bij huishoudens. Er is meer onderzoek nodig om tot een exacte berekening van de CO2 voetafdruk per kilogram verspilling in de verwerkende industrie, retail en horeca te komen. Voor de productiestap is bekend dat het met name om melk gaat. Hier is dus een betere inschatting van te maken. Figuur 6. Jaarlijkse CO2-eq uitstoot door voedselverspilling ketenactoren in Amsterdam (kiloton, 2023)

120 100 80 60

100 *

40

102 43 *

20 0

3 Productie

Verwerkende industrie

11 * Retail

Horeca

Huishoudens

*Inschatting met relatief grote onzekerheidsmarge Bron: Onderzoek en Statistiek

In figuur 7 is de milieu-impact te zien van (vermijdbare) voedselverspilling van huishoudens in Amsterdam. De impact van vaste vermijdbare voedselverspilling is 75 kiloton CO2 equivalenten (broeikasgassen). Per persoon is de voetafdruk van voedselverspilling ongeveer 79 kilogram CO2 equivalenten (per jaar). Naast de impact van broeikasgassen, is er ook landgebruik, waterverbruik, verzuring en vermesting. Zo zorgt (vaste vermijdbare) voedselverspilling voor 4.500.000 kubieke meter aan onnodig watergebruik. Dit is genoeg drinkwater om een stad als Amsterdam ongeveer een maand van water te voorzien, uitgaande van een gemiddeld verbruik van 150 liter per persoon per dag. Verder is er 1.950 hectare land nodig om het voedsel te verbouwen, wat overeenkomt met de oppervlakte van ongeveer 2.800 voetbalvelden. Ook zorgt het voor 1 kiloton onnodige 11

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

stikstof (verzuring). Deze hoeveelheid stikstof is vergelijkbaar met de jaarlijkse uitstoot van een veehouderij met ongeveer 6.000 melkkoeien. De impact op gemeenschappen en sociale impact van voedselproductie is ook groot, maar out of scope voor dit onderzoek. De absolute en relatieve impact van vlees, vleesproducten en vleesvervangers is het grootst. Ongeveer 79% van de vleesproducten die zijn geconsumeerd zijn van dierlijke oorsprong en 21% was een plantaardige vervanger, blijkt uit de vragenlijst uitgezet door Onderzoek en Statistiek. Ook al wordt er op jaarbasis ‘slechts’ 2 kiloton vlees, vleesproducten en vervangers verspild, zorgt dit voor 23 kiloton CO2 (equivalenten). Om de klimaatimpact van voedselverspilling te verminderen, is hier dus met een kleine vermindering van verspilling veel winst te behalen. Deze impact kan verminderd worden door minder vlees en vleesproducten te consumeren of het verspillingspercentage terug te brengen. Op de tweede plaats staan granen en graanproducten. Het gaat hier voornamelijk om brood. Gemiddeld wordt bijna 7,3 kilogram brood en deegproducten verspild per persoon per jaar (Voedingscentrum, 2022). In Amsterdam zorgt dat voor zo’n 8 kiloton verspilling op jaarbasis met een milieu-impact van 9 kiloton CO2. Op de derde plaats staan zuivelproducten en vervangers.

Zo’n 30% van de geconsumeerde producten in deze categorie zijn van plantaardige oorsprong en hebben een lagere impact dan de dierlijke variant, die tot 70% van de gegeten hoeveelheid behoort. Er wordt iets meer dan 3 kiloton verspild, maar dit zorgt voor 7 kiloton CO2. Dit is wel enkel de dikke zuivel die via de afvalbak wordt afgedankt, ongeveer de helft wordt via het riool afgedankt. Als deze verspilling zou worden meegenomen, is de impact nog hoger. Nederlanders verspillen op jaarbasis gemiddeld 5,14 kg per persoon zuivel (Voedingscentrum, 2022).

Figuur 7. Jaarlijkse CO2-eq uitstoot door vermijdbare voedselverspilling huishoudens (kiloton, 2023)

12

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

vlees, vleesproducten en vleesvervangers granen en graanproducten zuivelproducten en vervangers fruit hartige snacks taarten en zoete koekjes groenten aardappelen en andere knolgewassen peulvruchten eieren en eiproducten niet-alcoholische dranken vetten en oliën vis, schelpdieren en amfibieën sauzen en kruiden noten, zaden suiker en snoepgoed bouillons alcoholische dranken diverse melk, (gefermenteerde) melkdranken

kiloton C02 verspilling

0

10

20

30

Bron: Onderzoek en Statistiek, op basis van cijfers van het Voedingscentrum (2022) en de milieudatabase van Min. I&W (2021)

Initiatieven tegen voedselverspilling Voedsel kan soms gered worden van verspilling als het een andere bestemming krijgt. In Amsterdam zijn er diverse initiatieven die reststromen een nieuwe bestemming proberen te geven. Dit gebeurt door bijvoorbeeld met overgebleven voedsel maaltijden te koken of door restproducten weg te geven. Er zijn in Amsterdam ongeveer 100 initiatieven die zich bezighouden met het tegengaan van voedselverspilling, blijkt uit onderzoek van Onderzoek en Statistiek (hierover is meer terug te lezen in het rapport over ondernemerschap en AmsterDoen) . Daarvan heeft ongeveer de helft een commercieel doel, de andere helft is een stichting of vereniging zonder winstoogmerk met de nadruk op het sociale aspect. Het is niet bekend wat de totale impact is van deze initiatieven, maar na een rondvraag zijn er wel enkele voorbeelden die een beeld schetsen bij de (potentiële) impact die al deze initiatieven kunnen hebben op het tegengaan van voedselverspilling. Het meeste voedsel wordt door de Voedselbank gedoneerd, ongeveer 500.000 kg per jaar. Verder zijn er aantal initiatieven zoals Buurtbuik, Boeren voor Buren, Instock en Helen’s Free Food Market, die jaarlijks wel 10 tot 40 duizend kilo voedsel redden van verspilling.

Van de 166 kton voedsel die per jaar verspild wordt, verwachten we dat door de Voedselbank en initiatieven 0.3 kton tot 3 kton per jaar (0.2%-2%) aan voedsel wordt gered van verspilling. Voorbeelden van voedselinitiatieven tegen verspilling zijn te vinden op Van Amsterdamse Bodem.

Conclusies over voedselverspilling in Amsterdam Er wordt in Amsterdam zo’n 166 kiloton voedsel verspild 13

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

De grootste bron van voedselverspilling zijn bedrijven in de verwerking en fabricage. Daarna volgen de huishouden en horeca. De uitstoot gerelateerd aan het verspilde voedsel is ingeschat op 259 kton CO2. Al is er nog wel onzekerheid over de exacte impact van verspilling in ketenstappen verwerking en fabricage, retail en horeca. De verspilling van enkel de huishoudens voor 75 kiloton onnodige CO2 uitstoot. Dat is 4% van de totale impact van de voedselconsumptie door huishoudens in Amsterdam. Daarnaast zorgt het voor onnodige ecologische impact zoals landgebruik, watergebruik, vermesting en verzuring. Het overschatten van porties bij bereiding of de inkoop meest terugkomende reden voor verspilling bij huishoudens De meeste inwoners herkennen de situatie dat voedsel wordt afgedankt omdat het beschimmeld is geraakt of niet meer goed rook. Maar de meest terugkomende reden is het overschatten van de portie of hoeveel moet worden ingekocht in de supermarkt. Dit overkomt bijna de helft van de inwoners die de situatie herkent minimaal wekelijks. In totaal gooit een tiende van de inwoners wekelijks eten weg omdat zij een te grote portie serveren. Als oplossing om minder voedsel te verspillen worden vooral kleinere porties of verpakkingen in de supermarkt genoemd (32%).

Granen en graanproducten het meest verspild, maar dierlijke producten hebben de grootste ecologische impact per kilo verspilling Vlees, vleesproducten en vervangers hebben het grootste aandeel in de CO2-impact van voedselverspilling. De 2 kiloton verspilling zorgt op jaarbasis voor 23 kiloton CO2-uitstoot. Ook zuivelproducten en vervangers hebben een grote impact, 7 kiloton CO2 op jaarbasis (rekening houdend met het deel dierlijk en plantaardig). Elke kilo verspilling die kan worden bespaard in de categorie vlees of zuivel, maakt al een groot verschil in de totale impact van voedselverspilling. Een succesvolle eiwittransitie verlaagt mogelijk dus ook de impact van verspilling. Granen en graanproducten (8 kiloton), fruit (5 kiloton), zuivel en vervangers (3,4 kiloton) en groenten (3 kton) worden het meest verspild. 120 initiatieven tegen voedselverspilling Voedsel kan soms gered worden van verspilling als het een andere bestemming krijgt. In Amsterdam zijn er diverse initiatieven die reststromen een nieuwe bestemming proberen te geven. Dit doen we door bijvoorbeeld met overgebleven voedsel maaltijden te koken of door restproducten weg te geven. Er zijn in Amsterdam ongeveer 120 initiatieven die zich bezighouden met het tegengaan van voedselverspilling, blijkt uit onderzoek van Onderzoek en Statistiek.

Van slechts een aantal grotere initiatieven is bekend hoeveel voedsel zij redden van verspilling, maar van de meeste initiatieven zijn hierover geen gegevens beschikbaar. Het wordt ingeschat dat initiatieven in de stad jaarlijks 0.2% tot 2% van het verspilde voedsel redden van verspilling.

Organische reststromen in Amsterdam Het doel op gebied van organische reststromen in de stad is om, voornamelijk huishoudelijk, GF(T)E zo schoon mogelijk in te zamelen en zo hoog mogelijk te verwaarden. Vorige hoofdstukken gingen over voedselverspilling. Voedselverspilling is de grootste organische reststroom in de stad. Dat bestaat uit voedselresten, maar ook oliën en vetten (met name uit de horeca en industrie). Naast voedselverspilling is er in de stad ook groen dat een organische reststroom wordt. In de volgende alinea’s gaan we verder in op de grootte, samenstelling, inzamelings- en verwaardingsmethode van organische reststromen in de stad. In Amsterdam is de organische reststroom 194 kiloton Naar schatting is de organische reststroom van alles dat wordt afgedankt via het (rest)afval, de daarvoor bestemde GF(T)E bakken en route-inzameling of inzamelingsregeling bij bedrijven 194 kiloton (zie figuur 8). Dat is het organisch materiaal dat wordt afgedankt door de verwerkende industrie, dienstverlening (voornamelijk groenbeheer), distributie en retail, horeca en huishoudens. Deze hoeveelheid organisch materiaal is genoeg om ongeveer 12.500 vuilniswagens te vullen. Binnen organisch materiaal maken wij onderscheid tussen groenafval, 14

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

oliën en vetten en voedselverspilling. De totale organische reststroom is ongeveer 5% van de 3.500 kiloton aan organisch materiaal die wordt ingevoerd voor de consumptie van inwoners en bezoekers. Andere plekken waar organisch materiaal na verspilling of consumptie weer vrijkomt als reststroom zijn het riool (feces en urine maar ook nutriënten die door gootsteen gaan) of bijvoorbeeld op een landbouwbedrijf waar het vaak op het land wordt uitgereden (CircleEconomy, 2018). Verder zijn er reststromen die worden ingezet als diervoer. Deze drie vallen buiten de scope van dit onderzoek, net zoals eerder al vernoemd in het hoofdstuk over voedselverspilling. Huishoudens zorgen voor een grote organische reststroom In figuur 8 is een overzicht te zien van organische reststromen in de stad. Deze figuur heeft verschillende niveaus; het toont (1) wie de ontdoener is, (2) wat voor type materiaal het is en of dit gescheiden of gemengd wordt ingezameld en (3) wat de eerste verwerkingsstap is van deze reststroom (over vervolgstappen is te weinig informatie). In de figuur is te zien dat huishoudens, na verwerking en fabricage, een grote stroom organisch materiaal veroorzaken (naar schatting 58 tot 62 kiloton in 2023). Huishoudens zijn dus een belangrijke doelgroep als het gaat om het volgen en verwaarden van de organische reststroom.

In het volgende hoofdstuk zullen we dieper ingaan op de samenstelling en hoeveelheid van de organische restroom afkomstig van huishoudens. Vanuit ketenstap verwerking en fabricage komt de grootste organische reststroom (ongeveer 76 kiloton). Er is echter nog veel onzekerheid over becijfering van deze reststroom, omdat er weinig onderzoek is gedaan en bekend is over reststromen in deze ketenstap. Binnen deze ketenstap bevinden zich een aantal grote voedselverwerkers, maar vooral ook middelgrote- en kleine bedrijven. De reststroom van middelgrote en kleine bedrijven komt voornamelijk terecht in het gemengd bedrijfsafval. De verwachting is dan ook dat een groot deel van de reststroom afkomstig van deze bedrijven niet hoogwaardig wordt verwaard, omdat het niet gescheiden wordt ingezameld. Verder zijn er nog de horeca, groenbeheer en detailhandel en distributie (respectievelijk). Deze organische reststroom wordt grotendeels via een inzamelingsroute opgehaald. Dit houdt in dat afval wordt opgehaald door een afvalverwerker in bulk, hij gaat langs verschillende adressen waardoor het afval op een hoop terecht komt. Daardoor zijn er geen exacte registraties bekend van de hoeveelheid (organisch) afval per bedrijf of ketenstap. We hebben alleen een inschatting kunnen maken. Daarover meer toelichting in bijlage 1.

Het is echter de verwachting dat de horeca een groot deel van de olie en vet reststroom en voedselverspilling voor hun rekening nemen. De groen stroom kan aan groenbeheer worden toegeschreven en vanuit de detailhandel en distributie is het de verwachting dat er voornamelijk voedsel(verspilling) wordt ingezameld. Naast de inzameling van afval via de inzamelingsroute, komt er ook organisch materiaal terecht in het huishoudelijk restafval. Volgens het reinigingsrecht, mogen sommige kleine (horeca)bedrijven 9 vuilniszakken per week in het huishoudelijk restafval gooien. Maar in de praktijk lijkt het om meer dit aantal te gaan. Bijna driekwart van de organische reststroom wordt niet hoogwaardig verwaard In totaal wordt er zo’n 140 kiloton organisch materiaal gemengd ingezameld, dat betekent dat het in het restafval terecht komt. Dat is 72% van de totale organische reststroom. De rest wordt gescheiden ingezameld. Het materiaal dat gescheiden wordt ingezameld, kan wordt verwaard op de wijze die het meest geschikt is voor dat type. Maar het deel dat gemengd wordt ingezameld, kan in de meeste gevallen niet meer worden verwaard. In dat proces gaan waardevolle nutriënten verloren. Een groot deel van de organische reststroom in het restafval komt terecht bij het AEB (45% van de totale organische reststroom), waarna het verbrand wordt.

Ongeveer een tiende (10%) van de organische reststroom wordt gecomposteerd en iets minder dan een tiende (9%) wordt vergist. Dit is de eerste stap in het verwaardingsproces, na vergisting blijft er vaak organisch materiaal over wat ook nog wordt gecomposteerd. Deze stap wordt echter niet geregistreerd, dus hier zijn geen cijfers van beschikbaar. 15

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

Andere verwaardingsroutes zijn overslag/opbulken, shredderen/knippen, scheiden of reinigen. Vaak zijn deze laatstgenoemde verwerkingsmethoden een eerste stap voor het verder verwerkingsproces, deze zijn alleen niet geregistreerd en bekend. De organische reststroom van huishoudens en horeca wordt vaak niet verwaard Het is vooral de reststroom van huishoudens die terecht komt in het restafval en het AEB. In totaal komt zo’n 49 kiloton van de voedselresten en 9 tot 10 kiloton van het groen terecht in het restafval (en vervolgens bij het AEB). Daarnaast is er ook een groot deel van de reststroom van de horeca die niet wordt verwaard. Horeca zorgen voor een organische restroom die voornamelijk bestaat uit voedselresten en oliën en vetten. Hiervan wordt het grootste deel niet gescheiden, maar komt terecht in het gemengd huishoudelijk, stedelijk- of bedrijfsafval. Organisch materiaal, onder de noemer Swill, wordt vaak via de inzamelingsregeling door afvalverwerkers opgehaald. Volgens een medewerker van een grote Amsterdamse afvalverwerker komt naar schatting 90% van de organische restroom vanuit horeca in Amsterdam terecht in het gemengd bedrijfs- of huishoudelijk afval en wordt 10% gescheiden opgehaald. Het exacte percentage is echter niet bekend, omdat hier onvoldoende informatie over beschikbaar is.

De inschatting is dat ongeveer 20 kiloton van de 32 kiloton terecht komt in het gemengd stedelijk- of bedrijfsafval als restafval. De swill die wel gescheiden wordt opgehaald wordt door afvalverwerkers onder andere vergist tot biogas. Als het organisch materiaal bij al het andere bedrijfsafval komt, dan wordt het grotendeels verbrand. In bijlage 1 wordt er dieper ingegaan op hoe de reststromen per ketenstap zijn afgeleid. Lokale compostinitiatieven In Amsterdam zijn verschillende initiatieven actief die zelf GF(T)E inzamelen en zo helpen de organische kringloop te sluiten. Afval naar Oogst is zo’n initiatief. Op moment van schrijven zijn er 23 locaties aangesloten bij Afval naar Oost, op deze locaties verspreid door de stad kunnen inwoners hun GF(T)E inleveren, waarvan compost gemaakt wordt. Alle locaties bevinden zich nabij moestuinen, zodat de compost meteen gebruikt kan worden als bodemverbeteraar. Er zijn zo’n 750 deelnemers aangesloten en naar schatting wordt er jaarlijks 41 duizend kilo GF(T)E ingezameld en verwaard. Daarnaast zijn er meer dan 300 wormenhotels in de stad, waar aangesloten buurtbewoners hun GF(T)E naartoe brengen en waar zo vermicompost gemaakt wordt. Ook zijn er initiatieven waar Amsterdammers met de Bokashi-methode composteren, zoals bij de Kaskantine. Ook wordt op meerdere plekken de mogelijkheid van microvergisters verkend.

Deelnemers aan dit soort initiatieven zijn veelal betrokken buurtbewoners die graag zien dat hun GF(T)E verwaard wordt tot compost. Echter, de waarde van dit type initiatieven gaat verder dan de 'ingezamelde kilo's' - vaak is er een link met stadslandbouw en het creëert bewustwording rond voedsel en circulariteit en sociale betrokkenheid. Import en export van organische reststromen Niet alle organische reststromen uit Amsterdam worden binnen de gemeentegrenzen verwerkt. Ongeveer 53% (104 van de 194 kton) van de organische reststroom gaat naar verwerkers buiten Amsterdam. Anderzijds importeren Amsterdamse afvalverwerkers ook organische reststromen uit andere plekken in Nederland. Zo’n 71% van het organisch materiaal dat in Amsterdam verwerkt wordt is import (zie bijlage 2 voor een weergave en meer detail van de stromen).

16

Figuur 8 Organische reststromen in Amsterdam (kiloton, 2023)

166 kiloton voedselverspilling

Bron: Onderzoek en Statistiek

*Door afronding van de stromen kunnen er kleine verschillen zijn ontstaan bij optelling. **De cijfers in dit figuur zijn berekend op basis van gegevens uit het Landelijk Meldpunt Afval en de bottom-up voor inschattingen van de hoeveelheid voedselverspilling. De cijfers van het LMA wijken echter af van de interne gegevens van Afval en Grondstoffen. Dit heeft te maken met administratieve verschillen, waardoor er een mate van onzekerheid ontstaat over de exacte hoeveelheid organische reststroom ingezameld in het gemengd stedelijk en bedrijfsafval.

17

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

De organische restroom van huishoudens en het huishoudelijk afval Een belangrijk onderdeel van de doelstelling op de verwaardig van organische reststromen, is dat deze is gefocust op het GF(T)E afkomstig van huishoudens. Zoals in het vorige hoofdstuk is besproken, zijn huishoudens een grote bron van GFE. In totaal kwam er in 2023 afgerond 87 kiloton organisch materiaal terecht bij het (huishoudelijk) restafval en in de GF(T)E - of speciale broodcontainers, volgens gegevens van de afvaldienst van Gemeente Amsterdam (Afval en Grondstoffen). Naar schatting is de organische reststroom afkomstig van huishoudens 59 kiloton en is de rest afkomstig van horeca en bedrijven die GF(T)E afdanken in het huishoudelijk restafval. 3 kiloton van de in totaal 59 kiloton organisch afgedankte reststroom van huishoudens wordt gescheiden ingezameld Het grootste deel van de organische reststroom die afkomstig is van huishoudens komt terecht in het restafval. In 2023 belande 84 kiloton organisch materiaal in het restafval (zie figuur 9). Daarvan was een relatief klein deel groenafval (planten e.d.), namelijk 10 kiloton (12%). De rest was voedselverspilling (zie figuur 10). 3 kiloton organisch materiaal werd in 2023 gescheiden ingezameld (zie figuur 9). Niet alleen huishoudens gooien hun GF(T) E bij het restafval, een deel van de reststroom is afkomstig van horeca en kleine bedrijven.

Er zijn geen exacte cijfers van hoeveel dit is, maar naar schatting is ongeveer een derde van het organisch materiaal dat in het restafval belandt niet afkomstig van huishoudens. Om exact te weten hoeveel organisch materiaal enkel huishoudens weggooien is meer onderzoek nodig. Figuur 9 Ingezamelde organische reststroom (huishoudelijk) restafval, GF(T)E en broodcontainer (kiloton, 2023)

restafval

84 3

GFT swill

brood 0.1 0

10

20

30

40

50

60

70

80

Bron: Afval en Grondstoffen, bewerking door Onderzoek en Statistiek Figuur 10 Jaarlijks ingezameld organisch materiaal via huishoudelijk restafval uitgesplitst naar type (kiloton, 2023)

voedselresten van horeca en bedrijven

28

vermijdbare voedselverspilling (o.a. maaltijdresten, bedorven voedsel) onvermijdbare voedselverspilling (o.a. snij- en schilresten)

25 21

groen (planten e.d.)

10 0

5

10

15

20

25

30

Bron: Afval en Grondstoffen, bewerking door Onderzoek en Statistiek

Het aantal GF(T)E inzamelbakken is sterk toegenomen in het afgelopen jaar Weinig Amsterdammers hadden in 2023 toegang tot GF(T)E bakken waar organisch materiaal gescheiden kan worden ingeleverd. In 2023 waren er zo ongeveer 19 duizend GFT containers in 18

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

de stad, op het moment van schrijven is dat toegenomen naar 28 duizend. De containers bevinden zich in Zuidoost, Nieuw-West, Oost, Weesp en Noord. Waarvan zo’n 6.800 rolcontainers zijn en behoren tot huishoudens, de overige GF(T) E bakken zijn verzamelpunten voor de reststroom van meerdere huishoudens. In andere stadsdelen zijn op moment van schrijven nog geen GFT containers. De toename van het aantal GF(T)E bakken in de stad in de afgelopen jaren heeft ook voor een lichte toename geleid in de hoeveelheid ingezamelde GF(T)E. In 2023 nam de hoeveelheid ingezameld GF(T)E toe van 0,4 kiloton in 2020 naar 1,1 kiloton in 2023. Wel gaat het nog steeds om een kleine fractie van de totale organische reststroom afkomstig van huishoudens. Het door de gemeente opgehaalde gescheiden GF(T)E wordt op moment van schrijven door Meerlanden (ze zijn via een aanbesteding gecontracteerd) vergist. Daarbij wordt biogas gemaakt en CO2 afgevangen. Het materiaal dat overblijft na vergisting (digestaat) wordt gecomposteerd en verkocht als keurcompost door de firma Otte Lisse. Conclusie Er is in kaart gebracht hoeveel organisch materiaal wordt ingezameld door afvalverwerkers via een inzamelingsroute, een speciale inzamelingsregeling of via de gemeentelijke afvaldienst.

Daardoor ontstaat er een beeld van de organische reststroom die gescheiden of gemengd wordt ingezameld, en welk deel er wordt verwaard of waar nog potentie is voor meer hoogwaardige verwerking. In een jaar wordt er in Amsterdam naar schatting 194 kiloton organisch materiaal afgedankt, daarvan is afgerond 166 kiloton (vermijdbare en onvermijdbare) voedselverspilling. Dit is afkomstig van producenten, de verwerkende industrie, retailers, huishoudens en horeca. Bijna driekwart van de organische reststroom wordt op dit moment gemengd ingezameld en niet optimaal verwaard. Het gaat hier vooral om de reststroom afkomstig van de verwerkende industrie, huishoudens en horeca. In totaal zou 133 kiloton organisch materiaal hoogwaardiger verwerkt kunnen worden als dit gescheiden zou worden ingezameld. Dit is de eerste keer dat een dergelijke inschatting is gemaakt op dit niveau. Zoals genoemd, zijn sommige van deze cijfers ingeschat omdat exacte registraties niet bekend zijn. In de toekomst zal verdere optimalisatie van data-uitwisseling en de methode de foutmarge kunnen verkleinen.

5 Limitaties en vervolgonderzoek Dit onderzoek is de eerste poging naar het in kaart brengen van organische reststromen en voedselverspilling in Amsterdam. Het is echter belangrijk te vermelden dat deze resultaten tot stand zijn gekomen op basis van inschattingen op basis van landelijk onderzoek en landelijke statistieken. In de toekomst kan de betrouwbaarheid van de resultaten en foutmarge verkleind worden door meer onderzoek te doen. Hier volgen onze aanbevelingen: Voedselverspilling bij huishoudens De voedselverspilling bij huishoudens is in dit eerste onderzoek ingeschat op basis van verspillingspercentages per voedingscategorie volgens nationaal onderzoek (Voedingscentrum, 2022).Onderzoek en Statistiek heeft een studie uitgevoerd naar het dieet van Amsterdammers in 19

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

het afgelopen jaar, waar de verspillingspercentages op zijn toegepast. Op die manier liggen de inschattingen dichter bij de werkelijke verspilling in Amsterdam, omdat bij verschillende voedingscategorieën verschillende verspillingspercentages horen. Het is echter mogelijk dat Amsterdammers meer of minder geneigd zijn voedsel te verspillen dan de gemiddelde Nederlander. Bijvoorbeeld als gevolg van campagnes. Om dit uit te wijzen is onderzoek onder inwoners nodig. Organische reststromen Er is vaak nog weinig bekend over waar afvalverwerkers precies het afval ophalen. Daarom zijn we afhankelijk van inschattingen om te bepalen welke vracht bij welk type ontdoener wordt opgehaald. Samenwerking met afvalverwerkers zou ons in de toekomst kunnen helpen om inschattingen te valideren of belangrijke informatie over organische reststromen en afvalstromen in het algemeen uit te wisselen. Ook hoeveel bedrijven niet te melden hoeveel afval er wordt afgedankt en wat de samenstelling hiervan is. Een registratie van het aantal containers ingezameld per ontdoener zou de datakwaliteit en inschattingen verbeteren en foutmarges verkleinen. Vervolgonderzoek Dit onderzoek heeft gediend als eerste nulmeting. Om de voortgang op de eerder genoemde hoofddoelen op organische reststromen en voedselverspilling te volgen, zal in de toekomst een vervolgmeting worden uitgevoerd.

Voor thema voedselverspilling zal een monitor worden gestart, zodat jaarlijks de verspillingsdoelen kunnen worden bijgehouden.

20

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

Literatuurlijst

Alix Dodu, Mersiha Tepic, Jorren Bosga, Onderzoek en Statistiek, & Gemeente Amsterdam. (2023). De milieu-effecten van materiaalgebruik in Amsterdam 2023. CBS. (2023). Bedrijven; bedrijfstak. Https://Opendata.Cbs.Nl/#/CBS/Nl/Dataset/81589NED/Table?SearchKeywords=voedi ng. Charlotte Mooij, J. A. E. S. M. van der K. (2023). Uitvoeringsagenda Voedselstrategie. dr.ir. Corné van Dooren, & het Voedingscentrum. (2019). Voedselverspilling bij huishoudens in Nederland in 2019. European Union. (2019). supplementing Directive 2008/98/EC of the European Parliament and of the Council as regards a common methodology and minimum quality requirements for the uniform measurement of levels of food waste. https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/EN/TXT/?uri=CELEX%3A32019D1597. Gemeente Amsterdam. (n.d.). Charlotte Mooij, Jaëla Arian, Elliot Susan, Mara van der Kleij. Https://Www.Amsterdam.Nl/Bestuur-Organisatie/VolgBeleid/Duurzaamheid/Circulaire-Economie/. Jelmer Hoogzaad, J. de W. A. D. N. R., & Circle Economy. (2018). Noord-Holland Noord Biomassa Circulair. Jorren Bosga en Mersiha Tepić, Onderzoek en Statistiek, & Gemeente Amsterdam. (2024). Monitor Circulaire Economie 2022. Kipster. (n.d.). Kippen houden is geen eitje. Https://Kipster.Nl/about-Us/. Lilou van Lieshout en Joost Knüppe, & het Voedingscentrum. (2023a). Voedselverspilling bij consumenten thuis in Nederland in 2022.

Lilou van Lieshout en Joost Knüppe, & het Voedingscentrum. (2023b). Voedselverspilling bij consumenten thuis in Nederland in 2022 - Annex. Milieu Centraal. (2023). Factsheet CO2-voetafdruk huishoudens. Onderzoek en Statistiek, & Gemeente Amsterdam. (n.d.). Dashboard Kerncijfers. Https://Onderzoek.Amsterdam.Nl/Interactief/DashboardKerncijfers?Tab=tabel&filters=true&kleuren=false&kolommen=areaname&indicatoren= BHVEST_HO+BHVEST_RE+BHVEST_CA+BHVEST_OVHRC+BHVEST_HORECA&gebieden= STAD&jaren=2023&taal=nl. RIVM. (2024). Voedselconsumptiepeiling. Https://Www.Rivm.Nl/Voedselconsumptiepeiling. Rogier van der Groep, I. de J., Onderzoek en Statistiek, & Gemeente Amsterdam. (2024). Monitor Detailhandel 2024. Samen Tegen Voedselverspilling. (n.d.). Diervoederindustrie: goede voorbeelden. Https://Samentegenvoedselverspilling.Nl/Kennisbank/Diervoederindustrie-GoedeVoorbeelden. Soethoudt, J. M., & Vollebregt, H. M. (2023). Monitor Voedselverspilling : Update 2009 - 2020. https://doi.org/10.18174/590306 van Amsterdamse Bodem. (n.d.). Home. Https://Vanamsterdamsebodem.Nl/. Viva, L., Ciulli, F., Kolk, A., & Rothenberg, G. (2020). Designing Circular Waste Management Strategies: The Case of Organic Waste in Amsterdam. Advanced Sustainable Systems, 4(9). https://doi.org/10.1002/adsu.202000023 21

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Organische reststromen en voedselverspilling

Wageningen University & Research. (2024). Aardappelverwerkende industrie verspilt 5,5% minder voedsel tov 2020. Https://Www.Wur.Nl/Nl/OnderzoekResultaten/Onderzoeksinstituten/Food-Biobased-Research/ShowFbr/Aardappelverwerkende-Industrie-Verspilt-55-Minder-Voedsel-Tov-2020.Htm.

Bijlage 1 Methode voor het berekenen van voedselverspilling, de organische restromen en verantwoording voor resultaten per type ontdoener in ketenstappen van het voedselsysteem Er is slechts zeer beperkt data beschikbaar over organische reststromen binnen Amsterdam. Om toch tot een redelijke schatting te komen, is gebruik gemaakt van een combinatie van een topdown en een bottom-up analyse. De resultaten van de top-down analyse hebben een grote onzekerheidsmarge en zijn weinig specifiek over de verdeling van afval over de verschillende ketenstappen. Daarom is er ook een bottom-up analyse uitgevoerd, waarbij op basis van beschikbare en verzamelde data voor elke ketenstap de grootte van de voedselstroom en de daarbij optredende voedselverspilling wordt ingeschat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15876821/1