CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor Rapportage_actielijn_1_def_nieuwe_stijl.

RAAD 8 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de stand van zaken uitvoeringsagenda voedselstrategie en voedselmonitor (VN2025-012583)4.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Monitor voedsel in Amsterdam: Eerlijk en betaalbaar oktober 2024 Ruim 1 op 3 Amsterdamse minimahuishoudens heeft regelmatig te weinig geld voor een gezonde maaltijd. Ook is voor ruim 1 op 3 minima regionaal voedsel onbetaalbaar. Een belangrijk uitgangspunt van de voedselstrategie is om andere manieren van produceren, verwerken en distribueren van voedsel te verbinden met voedselinitiatieven in de stad en daarmee de voedselzekerheid op een duurzame en gezonde manier te vergroten. Van de Amsterdamse minima is 50 procent betrokken bij minstens 1 voedselinitiatief. 1 op 10 minima verkrijgt het grootste deel van wat zij wekelijks eten via voedselinitiatieven. In 2024 heeft de gemeente 150 sociale voedselinitiatieven in beeld die zich inzetten voor een eerlijk en betaalbaar voedselsysteem. Van initiatieven tegen voedselverspilling, zoals bedrijven die overgebleven voedsel voor een kleine prijs verkopen of er nieuwe producten van maken, wordt het meest gebruik gemaakt. Voor minima is de grootste motivatie om deel te nemen aan dit soort initiatieven om op deze manier betaalbaar eten te kunnen verkrijgen. Amsterdam kent voedselarmoede: bijna 1 op 10 inwoners (9%) geeft aan regelmatig te weinig geld te hebben voor een gezonde maaltijd. Onder de Amsterdamse minimahuishoudens (in 2021 waren dit er circa 73.400) is dit een zorg voor ruim 1 op 3 (35%).

Daarnaast maakte de GGD in mei 2024 bekend dat Amsterdamse kinderen, jongeren en volwassenen met lagere sociaaleconomische status minder groente en fruit eten dan gemiddeld. Van de Amsterdamse minima eet minder dan de helft van volwassenen (47%) elke dag groente, ten opzichte van 58 procent gemiddeld. Een deel van de Amsterdammers is hiervoor afhankelijk van voedselnoodhulp. Met de Voedselstrategie neemt de Gemeente Amsterdam zich voor om de voedselzekerheid in de stad te verhogen en gezond, eerlijk en duurzaam voedsel voor iedereen beschikbaar en betaalbaar te maken en houden.

foto: Edwin van Eis.

1

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Eerlijk en betaalbaar

1 Hoofddoelen Van voedselnoodhulp naar voedselzekerheid De sociale voedselinitiatieven in Amsterdam ontvangen op verschillende manieren voedsel. Ten tijde van crises start voedselnoodhulp op en zijn veel initiatieven daarvan afhankelijk. Dit is een onzekere manier om aan voedsel te komen, omdat dit ook kan worden stopgezet. Stappen van voedselnoodhulp richting voedselzekerheid worden gezet door de sociale voedselinitiatieven in de stad te verbinden aan stadslandbouw en gezond voedsel dat overblijft uit de keten. Door voedselinitiatieven op deze manier te steunen en faciliteren kunnen deze een grotere groep Amsterdammers bereiken en dienen. De ontwikkeling van gebiedsgerichte voedselhubs zal de voedselinitiatieven op een duurzame manier helpen aan voedsel. Zo worden de initiatieven minder afhankelijk van voedselnoodhulp en gaan ze mee in de voedseltransitie. Voedselinitiatieven hebben als voordeel dat ze niet alleen op een laagdrempelige en persoonlijke manier de toegang tot voedsel vergroten voor Amsterdammers die het minder breed hebben, ze dragen ook vaak bij aan een gezond, regionaal en duurzaam voedselsysteem. Secundaire voordelen zijn bovendien de educatieve, sociale en ondernemende sfeer die hen vaak kenmerkt. Een voorbeeld is bewoners die samen soep koken voor buurtgenoten van tomaten uit een gezamenlijke binnentuin.

Of een restaurant dat goedkope maaltijden aanbiedt, klaargemaakt van producten afkomstig van stadslandbouw door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Oftewel: voedselinitiatieven kunnen meerdere doelen hebben. De actieve voedselinitiatieven kunnen grofweg onderverdeeld worden in de volgende typen:  Uitgifte van voedselpakketten  Bedrijven of organisaties die zich inspannen tegen voedselverspilling  (Buurt)maaltijden, zoals een maaltijd in een buurthuis of in een wijkrestaurant  Schoolmaaltijden  Stadslandbouw  Sociale supermarkten of supermarktbonnen Een belangrijk doel van de Voedselstrategie is om de voedselzekerheid te vergroten door de groep Amsterdammers die afhankelijk is van voedselnoodhulp beter bekend te maken met sociale voedselinitiatieven en de deelname hieraan te stimuleren.

2 Indicatoren Eerst benaderen we de waaier aan voedselinitiatieven die momenteel actief zijn in de stad. Dit doen we aan de hand van een samengesteld initiatievenregister. Deze is opgemaakt uit informatie vanuit het subsidieregister (een registratielijst van alle subsidieaanvragen binnengekomen bij de Gemeente), gecombineerd met registraties van platform Van Amsterdamse Bodem en overig desk research. Met een enquête houden we bij welk aandeel van de Amsterdammers rapporteert gezond voedsel te kunnen betalen. Een andere statistiek is het bereik van actieve voedselinitiatieven in Amsterdam, met nadruk op de groep Amsterdammers met een laag inkomen en vermogen. We hebben meetbaar gemaakt in hoeverre (verschillende groepen) Amsterdammers bekend zijn met (verschillende typen) voedselinitiatieven in de stad, wie hier gebruik van maakt en wie hier actief een persoonlijke bijdrage aan levert (bijvoorbeeld als vrijwilliger). Daarnaast laten we zien met welke motieven Amsterdammers deelnemen aan voedselinitiatieven en wat zij denken dat deze initiatieven bijdragen aan de samenleving. Verder bekijken we welk deel van wat men eet afkomstig is van voedselinitiatieven.

Aan de hand van deze gegevens brengt de Monitor Voedsel in beeld in hoeverre gezond, eerlijk en duurzaam voedsel voor de Amsterdammers betaalbaar is en voor welke groepen dit in 2024 nog een uitdaging vormt en schetst het de impact van Amsterdamse voedselinitiatieven op de voedselzekerheid in de stad.

3 Methode De meeste data ter monitoring van deze actielijn is afkomstig uit de enquête die O&S in april 2024 uitvoerde. Voor een technische toelichting van deze databron, zie Bijlage 1. De doelgroep van deze 2

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Eerlijk en betaalbaar

actielijn is de (gedocumenteerde) groep die afhankelijk is van voedselnoodhulp: Amsterdammers met een laag inkomen en vermogen. Om de stand in deze actielijn weer te geven, zetten we de enquêteresultaten van deze groep af tegen die van de gemiddelde Amsterdamse populatie. Amsterdammers met een laag inkomen worden in dit hoofdstuk als volgt benaderd. Van de respondenten hebben we informatie over het netto maandelijks inkomen en de huishoudsamenstelling. Op basis van richtlijnen van het Nibud (2022) is een indeling gemaakt van gezinnen met een laag inkomen. Deze groep is gecombineerd met respondenten geworven uit het stadspaspanel. De kenmerken van stadspashouders komen namelijk in grote mate overeen met die van gebruikers van de Voedselbank. In de enquêtedata vallen 349 respondenten onder deze benadering van de doelgroep. Van hen hebben 149 (42%) een stadspas. In de rapportage refereren we naar de groep minima als ‘de doelgroep’.

4 Resultaten Veel initiatieven voor betaalbaar voedsel richten zich ook op korte ketens Sociale initiatieven en voedselnoodhulporganisaties vervullen een belangrijke rol in het bereik van mensen met een laag inkomen. Dit doen zij afzonderlijk, maar ook in samenwerking. Zo zetten sociale voedselinitiatieven zich bijvoorbeeld in om voedselpakketten van noodhulporganisaties uit te geven, maar kan het ook gaan om een circulair restaurant dat maaltijden aanbiedt voor kleine prijsjes. Of de Voedselbank die overgebleven voedsel weer doneert aan initiatieven. Sociale voedselinitiatieven variëren niet alleen in wat zij bijdragen en op welke manier zij bijdragen aan de voedselzekerheid, maar ze verschillen ook sterk in omvang. Van kleine sociale initiatieven in de wijk tot grotere bedrijven die de gemeentegrenzen overstijgen. Om een beeld te krijgen van de huidige impact van voedselinitiatieven in de stad, is het belangrijk om alle inzet in kaart te brengen. Daarom heeft O&S alle registraties van en kennis over voedselinitiatieven in de gemeente Amsterdam gebundeld. O&S heeft 642 sociale voedselinitiatieven in beeld gebracht die zich op dit moment inzetten om de Amsterdamse voedselomgeving te verbeteren. Dit betreft ook initiatieven die worden gesteund door voedselnoodhulporganisaties.

150 van 642 initiatieven bestrijden voedselarmoede

Andere initiatieven die de voedselomgeving verbeteren doen dat bijvoorbeeld door verspilling tegen te gaan, bij te dragen aan korte ketens, een gezond dieet te stimuleren, zich toe te wijden aan de eiwittransitie, of door ervoor te zorgen dat voedsel terechtkomt bij Amsterdammers die dit het hardst nodig hebben: bewoners met een (te) laag inkomen. In 2024 telt Amsterdam 150 unieke sociale voedselinitiatieven zonder winstoogmerk die zich inzetten op dit laatste doel.

Van alle 150 initiatieven die zich inzetten voor eerlijk en betaalbaar voedsel, zet een groot deel zich daarnaast ook in voor andere doelen die onderdeel uitmaken van de Voedselstrategie. Slechts 29 initiatieven richten zich er enkel en alleen op om de toegang tot voedsel te vergroten. Ruim de helft van de initiatieven voor eerlijk en betaalbaar voedsel, zet zich daarnaast ook in voor regionaal voedsel en korte ketens (bijvoorbeeld door middel van stadslandbouw, zie figuur 1). Ook zorgen 42 initiatieven er bewust voor dat het voedsel dat uitgegeven wordt gezond is, gaan 37 initiatieven daarnaast voedselverspilling tegen, zijn er 17 ook verbonden aan ondernemerschap in het kader van de Voedselstrategie (AmsterDoen) en stimuleren er 7 de eiwittransitie. Figuur 1 Inventarisatie van thema’s waarop bekende sociale voedselinitiatieven in het kader van ‘eerlijk en betaalbaar voedsel’ zich (ook) richten, 2024 (n = 150, aantallen)

3

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Eerlijk en betaalbaar

alleen eerlijk en betaalbaar

29

regionaal en korte ketens (stadslandbouw)

79

gezond

42

tegen verspilling

37

ondernemerschap (AmsterDoen)

17

eiwittransitie

7 0

20

40

60

80

100

bron: initiatievenlijst samengesteld door O&S

1 op 2 minima betrokken bij voedselinitiatieven Ruim 2 op de 5 (43%) Amsterdammers zijn op enige manier betrokken bij voedselinitiatieven in de stad, door van het initiatief gebruik te maken of door er zelf een actieve bijdrage aan te leveren. Van alle minima in Amsterdam is de helft (50%) betrokken bij een of meerdere initiatieven. Van de circa 73.400 minimahuishoudens die Amsterdam telt, zijn er dus naar schatting 36.700 betrokken bij voedselinitiatieven.

Helft van minima is betrokken bij voedselinitiatief

Figuur 2 toont de bekendheid met, het gebruik van en de actieve betrokkenheid bij voedselinitiatieven onder Amsterdammers, de minimadoelgroep en specifiek de minima met een stadspas. Hierin zien we dat de minima-doelgroep naar verhouding vaker gebruiker is van voedselinitiatieven dan de gemiddelde Amsterdamse populatie. Ook leveren ze er vaker dan gemiddeld zelf een actief bijdrage aan. Minima met een stadspas zijn nog iets vaker gebruiker van voedselinitiatieven dan de gemiddelde groep minima. Het verschil tussen minima met en zonder stadspas ligt waarschijnlijk in het gemak waarmee deze groepen hun weg weten te vinden naar sociale voorzieningen en hulp. Waar alle groepen ongeveer even bekend zijn met voedselinitiatieven (circa 9 op 10), is het aannemelijk dat het voor stadspashouders laagdrempeliger is om hier beroep op te doen. Figuur 2 Aandeel dat bekend is met, gebruik maakt van en actief betrokken is bij minstens 1 voedselinitiatief, naar minimadoelgroep, 2024 (procenten) 100 %

90

88

bekend

87

gebruik

80 %

actief

60 % 40 % 20 %

52

44

39 13

18

18

0%

bron: O&S enquête

Voedselinitiatieven onder Amsterdammers breed bekend In de enquête onder Amsterdammers rapporteert 90 procent van respondenten minstens 1 type voedselinitiatief te kennen. Een uitsplitsing naar achtergrondkenmerken toont aan dat de bekendheid onder alle groepen Amsterdammers hoog ligt. Groepen die iets minder vaak rapporteren dat zij een voedselinitiatief kennen, zijn max. mbo-1 geschoolden, Amsterdammers met een eerste generatie 4

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Eerlijk en betaalbaar

migratieachtergrond, mannen en 65-plussers. Minder dan de helft van de groep Amsterdammers die bekend zijn met voedselinitiatieven, maakt hier ook gebruik van (39%), bijvoorbeeld door er voedsel af te nemen. Dit gaat om circa 305.000 volwassen bewoners. De groepen die het minst deelnemen zijn Amsterdammers met maximaal een mbo-1 opleiding, mannen en 65-plussers. Jongvolwassenen tot 35 jaar maken het vaakst gebruik van 1 of meerdere voedselinitiatieven. De helft van deze populatie geeft aan er gebruik van te maken. Meer dan 1 op 10 Amsterdammers is actief betrokken bij 1 of meer voedselinitiatieven, bijvoorbeeld als vrijwilliger. Dit geldt wat vaker voor vrouwen en jongvolwassenen. Wat opvalt is de groep Amsterdammers met een eerste generatie migratieachtergrond. Hoewel zij minder vaak bekend zijn met en gebruik maken van voedselinitiatieven, zijn zij juist vaker dan gemiddeld zelf actief bij een voedselinitiatief. Figuur 3 Aandeel Amsterdammers dat bekend is met, gebruik maakt van en actief betrokken is bij minstens 1 voedselinitiatief, naar achtergrondkenmerken, 2024 (procenten) 100 %

90

94

93

87

85

93

93

41

44

93

86

83

90

88

86

bekend gebruik actief

80 % 60 % 40 % 20 %

39 13

44 31 11

35

31 12

14

16

38

12

50 39

31 12

15

11

16

12

32 14

23 7

0%

bron: O&S enquête

Gebruik en actieve betrokkenheid het grootst bij initiatieven tegen verspilling Het type voedselinitiatief met de grootste bekendheid zijn de initiatieven die zich bezighouden met de uitgifte van voedselpakketten (73%, zie figuur 4 op de volgende pagina). Gezien de selectieve doelgroep van dit type voedselhulp, ligt het gebruik ervan daarentegen laag. Een ander type voedselinitiatief waarmee relatief veel Amsterdammers bekend zijn, zijn de initiatieven tegen verspilling. Ook wordt hier relatief veel gebruik van gemaakt en ligt actieve betrokkenheid hoger dan bij andere typen initiatieven. Een verklaring voor dit verschil is dat initiatieven tegen verspilling vaker dan andere typen initiatieven bestaan uit grotere bedrijven, die soms ook aangesloten zijn bij supermarkten, zoals Oma’s Soep. Dit maakt dergelijke initiatieven zichtbaar en maakt deelname hieraan toegankelijk en makkelijk. Op basis van de enquêteresultaten schatten we het gebruik van en de actieve betrokkenheid bij initiatieven tegen verspilling op respectievelijk circa 250.000 en 61.500 Amsterdammers. Ook is de meerderheid van de respondenten bekend met buurtmaaltijden, zoals een maaltijd in een buurthuis, bij een buurttafel of in een wijkrestaurant. Iets minder dan de helft van respondenten is bekend met schoolmaaltijden en stadslandbouw.

Ook voor initiatieven met betrekking tot buurtmaaltijden en stadslandbouw is het aandeel gebruikers relatief groot. Zowel de bekendheid met als het gebruik van sociale supermarktinitiatieven ligt relatief laag. Ook dit type initiatief is gericht op lagere inkomensgroepen en vindt mogelijk minder vaak plaats dan andere typen. Figuur 4 Bekendheid met, gebruik van en actieve betrokkenheid bij verschillende typen voedselinitiatieven, meerdere antwoorden mogelijk, 2024 (n = 1.872, procenten)

5

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Eerlijk en betaalbaar

2 voedselpakketten 3 7

initiatieven tegen verspilling buurtmaaltijden

2 6

schoolmaaltijden

2 2

stadslandbouw

73

28 28 29

bekend niet bekend

58 49 52

7

45

1 sociale supermarkt 3 0%

gebruiker

71

43

3

actief

55

29 20%

71 40%

60%

80%

bron: O&S enquête

Stadslandbouw en buurtmaaltijden kennen vooral veel deelname in West, uitgifte van voedselpakketten en schoolmaaltijden vooral in Zuidoost Initiatieven die vaak op lokale schaal plaatsvinden, zoals buurtmaaltijden, de uitgifte van voedselpakketten en schoolmaaltijden, tellen relatief veel deelnemers in stadsdeel Zuidoost. Aan stadslandbouw, evenals buurtmaaltijden en schoolmaaltijden, wordt vaker dan gemiddeld deelgenomen door bewoners van West. Het aandeel gebruikers en betrokkenen bij de uitgifte van voedselpakketten is hier relatief erg klein. Dit geldt in zekere mate ook voor Oost, Nieuw-West en Zuid. Dit houdt aannemelijk verband met populatieverschillen tussen de stadsdelen. Verder wordt in Nieuw-West en Oost relatief weinig deelgenomen aan buurtmaaltijden. In Nieuw-West, Centrum, Zuid en Oost zien we weinig deelname aan schoolmaaltijden. In Zuid, Centrum en Zuidoost wordt relatief weinig aan stadslandbouw gedaan.

foto: Richard Mouw. Figuur 5 Deelname (gebruik en/of actieve betrokkenheid) aan verschillende typen voedselinitiatieven, naar stadsdeel, meerdere antwoorden mogelijk, 2024 (procenten)

6

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Eerlijk en betaalbaar

16 % 14 % 12 % 10 % 8% 6% 4% 2% 0%

stadslandbouw

buurtmaaltijden

voedselpakketten

schoolmaaltijden

bron: O&S enquête

Minima minder vaak bekend met voedselinitiatieven dan gemiddelde populatie We hebben de bekendheid met en de deelname aan de verschillende voedselinitiatieven vergeleken tussen de minimadoelgroep en de gemiddelde populatie (zie tabel 6). Hierin zien we dat minima met de meeste initiatieven minder vaak bekend zijn dan de gemiddelde Amsterdamse populatie. Dit vertaalt zich echter niet altijd naar de deelnamecijfers. Zo maakt de doelgroep niet (veel) minder dan gemiddeld gebruik van initiatieven tegen verspilling en stadslandbouw. Bovendien maken zij logischerwijs vaker dan gemiddeld gebruik van de op hen gerichte voedselpakketten, sociale supermarktinitiatieven, buurtmaaltijden en schoolmaaltijden. Tabel 6 Bekendheid met en deelname (gebruik en/of actieve betrokkenheid) aan verschillende typen voedselinitiatieven, meerdere antwoorden mogelijk, doelgroep (n = 349) en gemiddeld (n = 1.872), 2024 % bekend % deelname % bekend % deelname doelgroep doelgroep gemiddeld gemiddeld uitgifte voedselpakketten 64 11 73 4 initiatieven tegen verspilling 61 30 71 31 buurtmaaltijden 58 12 58 7 schoolmaaltijden 43 6 49 4 stadslandbouw 40 7 45 8 sociale supermarkt of -bonnen 29 8 29 4 bron: O&S enquête

Initiatieven zijn voor 1 op 10 minima voornaamste bron van voedsel Amsterdamse voedselinitiatieven hebben de potentie om veel minimahuishoudens van Ruim 7.000 betaalbaar voedsel te voorzien. Op dit moment geldt voor, bij elkaar opgeteld, 32 procent van minimade Amsterdamse minima dat zij eten verkrijgen via voedselinitiatieven (zie figuur 7). Van de huishouden circa 73.400 minimahuishoudens in Amsterdam, worden dus ongeveer 23.500 huishoudens s voorzien van grootste geholpen via voedselinitiatieven. Voor een tiende van de minima geldt dat de helft of meer deel van van wat zij wekelijks eten afkomstig is van voedselinitiatieven. Dit zijn naar schatting ruim wekelijks 7.000 minimahuishoudens die door voedselinitiatieven voorzien worden van het grootste voedsel deel van hun voedsel. Onder de gehele Amsterdamse populatie geldt dit voor 4 procent (naar schatting circa 38.000). Een vijfde van Amsterdammers haalt kleine beetjes van hun voeding bij initiatieven. Onder de minima geldt dit voor 18 procent. Voedselinitiatieven lijken op dit moment dus vooral voor Amsterdammers met een laag inkomen een belangrijke bron van voedsel te zijn. Aannemelijk is deelname aan voedselinitiatieven voor Amsterdammers met een hoger inkomen meer luxe dan noodzaak.

De grootste delen van zowel de minimadoelgroep als de gehele Amsterdamse populatie nemen op dit moment geen voedsel af bij voedselinitiatieven.

7

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Eerlijk en betaalbaar

Figuur 7 Indien u voedsel gebruikt van een van de voedselinitiatieven, hoeveel van wat u wekelijks eet komt hier vandaan?, voor de doelgroep en gemiddeld, 2024 (procenten)

doelgroep (n = 349)

48

totaal (n = 1.872)

50

0%

20%

18

20

40%

niets ongeveer een kwart ongeveer driekwart weet niet / geen antwoord

60%

5 3 3 4

20

4 21

22

80%

100%

minder dan een kwart ongeveer de helft (bijna) alles

bron: O&S enquête

Gebruikersprofielen van verschillende voedselinitiatieven Wanneer we de brede profielen bekijken van gebruikers van de verschillende voedselinitiatieven, zien we dat jongvolwassenen en vrouwen bovengemiddeld gebruik maken van initiatieven tegen verspilling. 65-plussers en alleenstaanden maken relatief vaak gebruik van buurtmaaltijden, eenoudergezinnen van schoolmaaltijden, sociale supermarktbonnen en voedselpakketten en stellen met kinderen van stadslandbouw. Verder maken hbo- en wo-opgeleiden vaker dan gemiddeld gebruik van stadslandbouw en initiatieven tegen verspilling. Vooral doelgroep gebruikt voedselinitiatieven om aan goedkoop en gezond eten te komen Aan de deelnemers van voedselinitiatieven is gevraagd wat voor hen redenen zijn om hier gebruik van te maken en/of aan bij te dragen. Figuur 8 laat de resultaten zien. De grootste motivatie om deel te nemen aan een voedselinitiatief is om op deze manier voedselverspilling tegen te gaan. Dit is niet verrassend, aangezien initiatieven tegen voedselverspilling door de grootste groep respondenten gebruikt worden. Een andere veelgenoemde reden is om aan de hand van voedselinitiatieven bij te dragen aan een beter milieu of klimaat. Een reden die vooral door de doelgroep veel genoemd wordt, is dat voedselinitiatieven hen helpen om goedkoop eten te verkrijgen.

Ook zien we dat zij vaker dan de algemene populatie via voedselinitiatieven aan gezond eten komen. Daarnaast geeft deze groep wat vaker aan dat voedselinitiatieven bijdragen aan een goede fysieke en mentale gezondheid, het zorgt voor meer kennis over gezonde voeding en dat men hierdoor zelf kan bepalen wat men eet. Respondenten noemen ook andere redenen om zich aan te sluiten bij een voedselinitiatief. Een argument dat vaker terugkomt is dat deelname aan voedselinitiatieven zorgt voor een gevarieerder dieet.

8

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Eerlijk en betaalbaar

Figuur 8 Redenen tot deelname aan voedselinitiatieven, meerdere antwoorden mogelijk, voor doelgroep en gemiddeld, 2024 (procenten) 46

zo kom ik aan goedkoop eten zo kom ik aan gezond eten het helpt voedselverspilling tegen te gaan zo draag ik bij aan een beter milieu/klimaat het geeft voldoening, een goed gevoel het is goed voor de sfeer in de buurt het is er gezellig, om contacten op te doen zo kom ik aan regionaal voedsel het is goed voor andere mensen het is goed voor mijn fysieke gezondheid nieuwe dingen leren (bv. waar voedsel vandaan komt) het zorgt voor meer kennis over gezond voedsel het is goed voor mijn mentale gezondheid zodat ik zelf kan bepalen wat ik eet anders weet niet/geen antwoord 0%

25 44 37 26 16 15 10 15 18 8 14 12 8 9 9

20%

40%

60%

doelgroep (n = 175) gemiddeld (n = 811) bron: O&S enquête

Initiatieven tegen verspilling voor betaalbaar voedsel, stadslandbouw voor gezond en regionaal voedsel Een belangrijk speerpunt van de Amsterdamse Voedselstrategie is om ervoor te zorgen dat alle Amsterdammers toegang hebben tot betaalbaar, gezond en regionaal voedsel. De respondenten die aangeven dat zij via voedselinitiatieven aan goedkoop eten komen, zijn vaker dan andere respondenten gebruiker van initiatieven tegen voedselverspilling. Respondenten die via voedselinitiatieven aan gezond eten komen, maken relatief vaak gebruik van met name stadslandbouw en daarnaast ook van voedselpakketten en sociale supermarktbonnen. Ook respondenten die aangeven dat zij via initiatieven regionaal voedsel verkrijgen, maken vaker dan andere respondenten gebruik van stadslandbouw. Regionaal voedsel voor 37% doelgroep te duur

Elders in de enquête is respondenten gevraagd wat redenen zijn om geen regionaal voedsel te kopen. Voor ruim een kwart (27%) geldt dat hoge(re) kosten hen hierin tegenhouden. Dit geldt bovengemiddeld vaak voor de minimadoelgroep (37%), respondenten tot 35 jaar (34%) en voor huishoudens met kinderen (33%).

Volgens Amsterdammers maken voedselinitiatieven de samenleving eerlijker, duurzamer en socialer In de enquête is respondenten gevraagd of zij denken dat de verschillende voedselinitiatieven in de stad volgens hen invloed hebben op de samenleving. De meesten (78%) antwoorden instemmend. Ongeveer de helft vindt dat initiatieven ervoor zorgen dat voedsel terechtkomt bij de mensen die dat nodig hebben (zie figuur 9). Ook vindt een relatief grote groep dat voedselinitiatieven zorgen voor een duurzamere stad (en wereld) en dat ze de stad leuker en socialer maken. Enkele andere genoemde toegevoegde waarden van voedselinitiatieven zijn dat ze de groep die in armoede leeft zichtbaarder maken en daarnaast dat initiatieven de kennis of het bewustzijn van voedsel vergroten.

9

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Eerlijk en betaalbaar

Figuur 9 Hebben deze verschillende initiatieven in de stad volgens u invloed op de samenleving? Meerdere antwoorden mogelijk, 2024 (n = 1.454, procenten) ze zorgen ervoor dat voedsel terechtkomt bij mensen die dat nodig hebben

48

ze zorgen voor een duurzamere stad (en wereld)

47

ze maken de stad leuker en socialer

46

ze veranderen (een beetje) hoe we denken over de wereld

40

ze maken dat mensen meer zelf ondernemen

18

anders 2 ze voegen weinig of niets toe weet niet/geen antwoord 0%

5 17 10%

20%

30%

40%

50%

60%

bron: O&S enquête

5 Conclusies en aanbevelingen Amsterdam kent voedselarmoede: bijna 1 op 10 inwoners (9%) geeft aan regelmatig te weinig geld te hebben voor een gezonde maaltijd. Onder de Amsterdamse minimahuishoudens is dit een zorg voor ruim 1 op 3 (35%). Daarnaast maakte de GGD in mei 2024 bekend dat Amsterdamse kinderen, jongeren en volwassenen met lagere sociaaleconomische status minder groente en fruit eten dan gemiddeld. Van de Amsterdamse minima eet minder dan de helft van volwassenen (47%) elke dag groente, ten opzichte van 58 procent gemiddeld. Een deel van de Amsterdammers is hiervoor afhankelijk van voedselnoodhulp. Ruim 1 op 3 Amsterdamse minimahuishoudens heeft regelmatig te weinig geld voor een gezonde maaltijd. Ook rapporteert ruim 1 op 3 minima dat regionaal voedsel voor hen onbetaalbaar is. De enquêteresultaten over de betaalbaarheid van gezonde maaltijden geven een globaal beeld van de omvang van de gemeentelijke ambitie om gezond voedsel voor iedereen toegankelijk te maken. Daarnaast wijst het gerapporteerde aandeel Amsterdammers waarvoor regionaal voedsel onbetaalbaar is aan hoe ver de gemeente afstaat van de ambitie om deelname aan een duurzaam voedselsysteem voor iedereen mogelijk te laten zijn. Een meer directe reflectie van de voortgang van de Voedselstrategie is de gerapporteerde bekendheid met en deelname aan de verschillende voedselinitiatieven in de stad.

In 2024 heeft de gemeente 150 sociale voedselinitiatieven in beeld die zich inzetten voor een eerlijk en betaalbaar voedselsysteem. Van de Amsterdamse minima is de helft betrokken bij minstens 1 initiatief. Een tiende van Amsterdamse minima verkrijgt op dit moment het grootste deel van het voedsel dat zij wekelijks eten via voedselinitiatieven. Van initiatieven tegen voedselverspilling, zoals bedrijven die overgebleven voedsel voor een kleine prijs verkopen of er nieuwe producten van maken, wordt het meest gebruik gemaakt. Voor minima is de grootste motivatie om deel te nemen aan dit soort initiatieven om op deze manier betaalbaar eten te kunnen verkrijgen. Vervolgmeting moeten uitwijzen of deelname aan de voedselinitiatieven toeneemt, met name onder Amsterdamse minima, en of het aandeel van hun totale voedselconsumptie verkregen via voedsel initiatieven groter wordt. Om de effectiviteit van de Voedselstrategie beter meetbaar te maken, is verdere inspanning nodig om zo veel mogelijk actieve sociale voedselinitiatieven in de stad in beeld te brengen en de impact van deze initiatieven op het voedselsysteem nader te bekijken. Dit schetst een beeld van de collectieve actie die ondernomen wordt om gezond en duurzaam voedsel voor alle bewoners toegankelijk te maken. Daarnaast maakt het voelbaar in hoeverre dit doel leeft onder Amsterdammers. Een idee is om 10

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Eerlijk en betaalbaar

een representatieve selectie initiatieven te benaderen en vanuit het perspectief van verschillende typen sociale voedselinitiatieven informatie te verzamelen over het bereik van de doelgroep. Niet alleen verkrijgt de Gemeente op deze manier een vollediger beeld van de impact van het stimuleren van sociale voedselinitiatieven, het biedt ook inzicht in de mate waarin gezondheid, duurzaamheid, educatie, sociale cohesie en culturele representatie hierin een rol spelen.

Literatuurlijst GGD Amsterdam (2023). Gezonde voeding en sociaaleconomische positie in Amsterdam. Opgehaald van: https://ggdgezondheidinbeeld.nl/document/Gezonde-voeding-en-sociaaleconomische-positie-in-Amsterdam-2023 Nibud (2022). Minima-effectrapportage gemeente Amsterdam 2022: De invloed van landelijke en gemeentelijke ondersteuning op de financiële positie van inwoners met een laag inkomen. Opgehaald van: https://openresearch.amsterdam/image/2023/1/30/minima_ effectrapportage_gemeente_ amsterdam_2022.pdf O&S (2022). Betaalbaarheid van gezonde voeding. Opgehaald van: https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/factsheet-betaalbaarheid-van-gezonde-voeding

Bijlage 1 Beschrijving enquête O&S heeft in overleg met Ruimte en Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam een vragenlijst opgesteld die ingaat op de volgende onderwerpen: voedingsgewoonten en houding ten opzichte van een plantaardig dieet;  voedselverspilling;  toegang tot (gezond) voedsel;  bekendheid met en deelname aan stadslandbouw en voedsel uit de regio;  bekendheid, deelname en waardering van voedselinitiatieven. De volledige vragenlijst is op te vragen bij O&S. De dataverzameling vond plaats tussen 10 april en 6 mei 2024. Er zijn verschillende manieren van dataverzameling aangewend. Daarbij is gelet op voldoende respons naar leeftijd, opleidingsniveau, inkomen en stadsdeel, om te zorgen voor een zo goed mogelijke weerspiegeling van de Amsterdamse bevolking. Er is een uitvraag gedaan onder 3.000 Amsterdamse stadspanelleden van O&S. In figuur B1 is te zien dat 1.274 van de panelleden hebben gerespondeerd. Ook is er een uitvraag gedaan onder 450 stadspaspanelleden om te zorgen voor voldoende respons binnen de groepen met lagere inkomens. Dit resulteerde in een respons van 160. Aanvullen zijn in elk stadsdeel straatinterviews uitgevoerd met een verkorte versie van de vragenlijst. Er werd met name geënquêteerd in gebieden met een bovengemiddeld aandeel inwoners met een migratieachtergrond. Met een respons van 244 hebben we de target van 250 bijna gehaald.

Ook is de vragenlijst via social media uitgezet met het doel om vooral jongere respondenten te bereiken. Via dit kanaal is de vragenlijst 155 maal ingevuld. In totaal hebben 1.833 Amsterdammers de vragenlijst ingevuld.

Tabel B2 Overzicht en gewogen samenstelling respondenten ongewogen aantallen 16-34 346 35-49 379 50-64 474 65 plus 627 onbekend 7 max. mbo-1 havo/vwo, mbo-2t/m4

276 679

ongewogen % 19 21 26 34 0

gewogen % 39 24 20 18

referentie % 39 25 21 16

15 37

16 27

21 29

11

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

hbo of wo onbekend totaal

Eerlijk en betaalbaar

832 46

45 3

1.833

100

57

50

Figuur B1 Respons op de enquête naar methode

De data vanuit deze totale respons is geïnspecteerd op bruikbaarheid. Er is een correctie uitgevoerd op hoeveelheden van geconsumeerd voedsel bij respondenten waarbij bleek dat er onrealistische waarden waren ingevuld. Om te zorgen voor zo representatief mogelijke resultaten is er een weging toegepast op basis van leeftijd en opleidingsniveau. Tabel B2 laat een overzicht zien van de verdeling van de respons naar achtergrondkenmerken, zonder en met weging. Daarnaast wordt in de ‘referentie’ kolom weergegeven hoe de werkelijke verdeling van Amsterdammers is op deze kenmerken. De weegfactor is op stadsniveau berekend, omdat het primaire doel is om een representatief beeld te geven op stadsniveau. Het weergeven van resultaten per stadsdeel is mogelijk omdat er tijdens de dataverzameling rekening gehouden is met voldoende respons per stadsdeel. Ten gevolge van de weging wijkt de uiteindelijke respons in omvang af van de ongewogen respons. In de analyses en rapportage van de resultaten wordt de gewogen respons van 1.872 aangehouden.

Meer informatie…

Colofon

onderzoek.amsterdam.nl/dossier/naam-dossier

Opdrachtgever Ruimte en Duurzaamheid

Onderzoek en Statistiek onderzoek.amsterdam.nl

Weesperplein 8 1018 ZA Amsterdam Postbus 2758 1000 CT Amsterdam

President Kennedylaan 923 1079 MZ Amsterdam Postbus 658 1000 AR Amsterdam T 020 251 0333

Auteurs Nina Vos: nina.vos@amsterdam.nl Mersiha Tepic: m.tepic@amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16032992/5