Meerjarig Regionaal plan Laaggeletterdheid Groot A'dam.pdf
Tekst van het document
Meerjarig Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2020-2024
Arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam
2 februari 2021
1
Inhoudsopgave
1. Inleiding 2. Samenvatting 3. Zicht op laaggeletterdheid in de arbeidsmarktregio Groot Amsterdam. (bron: www.geletterdheidinzicht.nl) 4. Wettelijk kader volwasseneneducatie 4.1 Financiën en aantallen 4.2 Doelgroep 5. Rol gemeenten en contactgemeenten 5.1 Regionaal waar het kan, lokaal waar het moet. 6. Toelichting op de uitwerking afspraken Regionaal Plan Laaggeletterdheid 2020-2024. 6.1 het vergroten van het bereik met extra aandacht voor de mensen die Nederlands als thuistaal hebben (NT1); 6.2 het versterken van de taalnetwerken, zoals die waar de taalhuizen in participeren 6.3 het sturen op kwaliteit van het educatief aanbod 6.4 het trainen van alle mensen die bij of voor de gemeente werken in het omgaan met laaggeletterdheid en het doorwijzen van laaggeletterden; 6.5 het samenwerken met bedrijven en instellingen om de bewustwording over laaggeletterdheid te bevorderen, zodat er rekening wordt gehouden met deze groep en zij worden geholpen. 6.6 het monitoren van bereik en effect van het aanbod. 7. Nadere invulling van de afspraken 2020-2024
Bijlagen 2: beleidskader Taaloffensief A’dam uitvoeringsplan Taaloffensief A’dam
2
1. Inleiding Om zelfstandig en actief deel te kunnen nemen aan de maatschappij moet je beschikken over taal, reken- en digitale vaardigheden. In Nederland zijn ongeveer 2.5 miljoen mensen die moeite hebben met deze vaardigheden. We noemen deze mensen laaggeletterd, maar weten dat dit ook vaak samengaat met beperkte reken- en digitale vaardigheid. Als je laaggeletterd bent heeft dat enorme gevolgen voor je leven. Zo blijkt dat laaggeletterden vaker gebruik maken van de bijstand en vaker kampen met armoede- en gezondheidsproblematiek. Laaggeletterdheid beïnvloedt ook het educatief thuismilieu en gaat mede daardoor vaak ook over van generatie op generatie. In dit regionaal programma Laaggeletterdheid 2020-2024 staat in hoofdlijnen beschreven hoe wij, de gemeenten van de arbeidsmarktregio Groot Amsterdam, de komende jaren de middelen volwasseneducatie willen inzetten voor de laaggeletterden in onze regio. Het is een programma op hoofdlijnen dat we met de regiogemeenten verder invulling gaan geven. En het is een programma in ontwikkeling omdat we met elkaar moeten ontdekken, wat in een tijd van afstand houden de verantwoorde en optimale leeromstandigheden zijn voor volwassen.
2. Samenvatting De afspraken laaggeletterdheid die op 9 september 2019 door de Minister en de VNG zijn ondertekend vormen de basis voor regionale overeenkomst. Deze komen in grote lijnen overeen met de actielijnen zoals die zijn uitgezet voor het Taaloffensief Amsterdam. De afspraken gaan over: 1. het vergroten van het bereik met extra aandacht voor de mensen die Nederlands als thuistaal hebben (NT1); 2. het versterken van de taalnetwerken, waarin toeleiders, taalaanbieders en bibliotheken participeren; 3. het sturen op kwaliteit van het educatief aanbod; 4. het trainen van alle mensen die bij of voor de gemeente werken in het omgaan met laaggeletterdheid en het doorwijzen van laaggeletterden; 5. het samenwerken met bedrijven en instellingen om de bewustwording over laaggeletterdheid te bevorderen, zodat er rekening wordt gehouden met deze groep en zij worden geholpen; 6. het monitoren van bereik en effect van het aanbod. Regiogemeenten hebben al in een vroeg stadium de actielijnen van het Taaloffensief onderschreven. In mei 2019, vlak voor de start van de aanbesteding, is dit commitment opnieuw bevestigd. Hierdoor kon het professionele educatieaanbod Taaloffensief voor de regio Groot Amsterdam in een keer worden aanbesteed. Ook is er gezamenlijk voor gekozen om de succesvolle aanpak rond de Taalhuizen in de regiogemeenten te continueren en te optimaliseren.
We sturen op een verbeterslag van werkwijzen in de Taalhuizen door: onderling samen te werken, kennis uit te wisselen en de afstemming tussen Taalhuizen en de professionele aanbieders Taaloffensief te intensiveren. De Amsterdamse variant van het Taalhuis, het programma Leef en Leer, is hier nauw bij betrokken. De bovenstaande uitgangspunten zijn in de maanden april en juni 2020 besproken met de betrokken wethouders van de regiogemeenten. Hun reactie en inbreng is meegenomen in de regionale afspraken die invulling geven aan de bovengenoemde uitgangspunten (zie paragraaf 6). Waar deze te specifiek was, is deze onder de afspraak als aandachtspunt vermeld. De intensiteit van de uitwerking van afspraken kan per regiogemeente verschillen. Dit komt doordat de lokale situatie anders is en het beschikbare budget per gemeente 3
verschilt. Zo wordt in Amsterdam fors ingezet op het Taaloffensief. Het WEB-budget van 5.4 miljoen is daarvoor, met gemeentelijke middelen, structureel verhoogd naar 12 miljoen. Het Amsterdams Taaloffensief 2019-2022 en het bijbehorende uitvoeringsplan zijn als bijlagen aan dit regionale plan toegevoegd. Hierin staan de aanvullende interventies volwasseneneducatie beschreven die Amsterdam met ‘eigen’ middelen organiseert. Waar deze de regionale afspraken raken hebben de regiogemeenten daar direct profijt van. Voorbeelden daarvan zijn: de centrale administratieve handelingen op het gebied van registratie, facturatie en verantwoording, het bewaken van de kwaliteit van het aanbod en de personele inzet om te komen tot een Taalakkoord voor de regio Groot A’dam. In dit programma laaggeletterdheid beperken we ons tot de volwasseneneducatie. De afzonderlijke gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het vormgeven en de bekostiging van de brede aanpak laaggeletterdheid. Daarbij is er natuurlijk een overlap met het onderwijsbeleid wat betreft de doelgroep jongvolwassenen van 18 jaar en ouder. Maar er wordt in Amsterdam ook onderzocht hoe in samenwerking met de afdeling onderwijs, het voorkomen van laaggeletterdheid onder jongeren meer invulling kunnen geven. Waar er een logisch verband is, zoals bij de MBO-agenda, zoeken we naar regionale oplossingen.
Andere acties binnen de brede aanpak laaggeletterdheid zijn: Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), Bibliotheek op School, Voorleesexpres en andere programma’s vanuit het onderwijsachterstandenbeleid of onderwijskansenbeleid. Uit internationaal onderzoek ‘Programme for the international Assessment of Adult Competencies’ (PIAAC) blijkt dat mensen die laaggeletterd zijn vaker geen of laagbetaald werk hebben, kampen met gezondheidsproblematiek en een laag zelfbeeld hebben. Dit pleit voor een integrale aanpak van laaggeletterdheid in het sociaal domein. De integrale aanpak laaggeletterdheid is onderdeel van de bestuurlijke afspraken en wordt daardoor gestimuleerd. Maar hoe deze vorm krijgt blijft een keuze van de gemeenteraden. Daarom worden goede aanpakken uitgewisseld met de verwachting dat aangetoond succes regio-brede navolging krijgt. Want als de praktijk uitwijst dat mensen na het volgen van een geïntegreerd taalaanbod, hun thuisadministratie beter op orde krijgen, beter zijn toegerust voor een baan, hun kinderen beter kunnen begeleiden tijdens hun schoolloopbaan of een betere levensstijl ontwikkelen, rendeert deze investering. Daarom onderzoeken we ook wat het effect van ons aanbod is op de sociale inclusie van de deelnemers. Tot slot Het effect van de Coronapandemie op volwasseneneducatie is groot.
Het lesgeven, campagnes voeren voor de werving en de inzet van vrijwilligers komen allemaal onder druk te staan door de huidige afstandsregels. Natuurlijk doet iedereen er alles aan om creatieve oplossingen te vinden. Maar het is de vraag of we in deze tijd de bestuurlijke afspraken laaggeletterdheid volledig invulling kunnen geven. Gezamenlijk blijven we het programma aanpassen op de nieuwe mogelijkheden en oplossingen die worden gevonden om mensen te bereiken en les te geven. Het regionale meerjarige programma laaggeletterdheid zal ook worden herijkt, als de gemeente Amsterdam het beleidskader volwasseneneducatie voor de nieuwe collegeperiode ontwikkelt. Uiteraard wordt dit zorgvuldig afgestemd met de regiogemeenten.
3. Zicht op laaggeletterdheid in de arbeidsmarktregio Groot Amsterdam. (bron: www.geletterdheidinzicht.nl)
4
Op 13 februari is de website www.geletterdheidinzicht.nl live gegaan. Deze website is in opdracht van OCW door CINOP, ECBO, ROA en Etil ontwikkeld. Op de site staat een dashboard waarmee per gemeente of arbeidsmarktregio het percentage laaggeletterden in beeld kan worden gebracht. Aanvullend kan de groep laaggeletterden worden opgesplitst in zeven groepen met specifieke kenmerken. Dit instrument is bedoeld om gemeenten te helpen bij het ontwikkelen van beleid voor deze doelgroepen. Een middel om richting te geven aan beleid, maar niet om het effect van het beleid in beeld te brengen. Daarvoor zijn er teveel factoren van invloed op de omvang van de problematiek van laaggeletterdheid. Verhuisbewegingen en de veranderende samenstelling van de bevolking door immigratie zijn hiervan voorbeelden. Hieronder staan de percentages laaggeletterdheid, zoals deze nu op de site zijn terug te vinden. Gemeente Amsterdam Aalsmeer Amstelveen Diemen Haarlemmermeer Uithoorn Ouder Amstel De Ronde Venen
Percentage Laaggeletterdheid 16% 7% 7% 7% 12% 7% 7% 8%
4 Wettelijk kader Volwasseneducatie De Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) onderscheidt formele, diploma gerichte, cursussen en non-formele cursussen die niet opleiden voor een diploma. Deze cursussen moeten voldoen aan de landelijke standaarden en eindtermen volwasseneducatie en de eindtermen digitale vaardigheden. Deze standaarden en eindtermen beschrijven de diverse niveaus voor de vaardigheden taal, rekenen en digitale vaardigheden. De kwaliteit van het formele aanbod wordt gecontroleerd door de Inspectie van het Onderwijs. De kwaliteit van het non-formele aanbod wordt gecontroleerd door de gemeenten. Gemeenten voeren de WEB uit voor wat betreft het onderdeel educatie en krijgen daarvoor jaarlijks een budget van het Rijk. Deze geoormerkte middelen moeten worden ingezet voor een divers aanbod educatie. Dit aanbod is alleen toegankelijk voor inwoners van de regio die 18 jaar of ouder zijn. Zij moeten aan hun inburgeringsplicht hebben voldaan of daarvan zijn ontheven. De cursussen volwasseneducatie zijn gericht op het leren of verbeteren van de taal- , reken en computervaardigheden. Dit alles met het doel om het geleerde in de praktijk te kunnen toepassen. Want alleen dan kunnen mensen zelfstandig meedoen, horen zij erbij en nemen hun kansen toe.
Het aanbod in regio Amsterdam is niet gericht op het behalen van een diploma, maar op het zo goed mogelijke toepassen van de taal in belangrijke situaties. Denk daarbij aan werk, opvoeding, gezondheid, financiële administratie of beroepsonderwijs. Het betreft dus non-formeel aanbod. Daarbij maken we onderscheid tussen professioneel aanbod dat via een aanbestedingstraject is ingekocht en informeel aanbod dat wordt gesubsidieerd. Het informele aanbod wordt verzorgd door vrijwilligers die meestal worden ondersteund door professionals.
4.1 Financiën en aantallen In de onderstaande tabel is per regiogemeente de jaarlijkse rijksbijdrage volwasseneducatie 2020 weergegeven. Gedurende de looptijd 2020- 2024 van het regionaal plan zal de rijksbijdrage Educatie naar verwachting niet veranderen. Het is niet op voorhand zeker dat het budget door OCW wordt geïndexeerd. 5
De verdeling van het budget over professionele en informele educatie is aan de regiogemeente. Het uitgangspunt is om niet te veel van deze verdeling af te wijken. Dit omdat de gegunde taalaanbieders op deze basis vooruitzicht is gegeven op hun mogelijke omzet. Uithoorn kiest ervoor alle middelen in te zetten voor taalkoppels en het Taalhuis. In 2021 hopen we landelijk meer duidelijkheid te verkrijgen over de bestedingsvoorwaarden van de WEB-middelen in relatie tot de subsidiering Taalhuizen.
Het spaarsaldo mag jaarlijks niet hoger zijn dan maximaal 25% van het dat jaar uitgekeerde web-budget. Dit spaarsaldo moet in het jaar 2021 door de betreffende gemeenten worden besteed aan trajecten / taalkoppels. In onderling overleg kan deze extra inspanning ook regionaal worden opgepakt. De ervaring leert dat het budget van de gemeente Amsterdam compleet wordt benut en dat de regiogemeenten er moeilijk in slagen voldoende deelnemers te werven. De afspraken die in dit programma zijn opgenomen moeten resulteren in een groter bereik en de volledige besteding van het spaarsaldo. Nu er beperkingen gelden door de Corona-pandemie is het de vraag of dit al in 2020/2021 lukt. We maken gezamenlijk afspraken om het bereik te vergroten en monitoren het aantal gerealiseerde trajecten per regiogemeente. Regio Groot Adam 2020 Aalsmeer
Budget Budget WEB taal 2020 met koppels indexering 82.319 13.611
Amstelveen
325.900
Amsterdam De Ronde Venen Diemen Haarlemmermeer Ouder Amstel
5.495.023 102.328 128.392 476.233 36.550
121.787 18.943
87.110
88.431#
Uithoorn
52.948
30.072
Totaal 6.733.855 325.792 *Verrekenen met het spaarsaldo 1.321)
Budget professioneel 2020
Budget WEB 2021
Spaar ** saldo 0-1-2020
68.708
85.073
272.952
330.925
5.495.023 72.256 128.392 354.446 17.607
5.493.144 100.240 9.983 136.988 253.058 487.148 282.487 37.887 28.883 88.431
6.409.384
216.017
13.904
6.759.836 804.332
**Gezien de effecten van Covid-19 is de verwachting dat er minder trajecten worden gerealiseerd en dat het spaarsaldo verder oploopt.
Gemeente Amsterdam
*Inzet gemeentelijke middelen t.b.v. Volwasseneneducatie Aanvulling professioneel Informeel /flankerend 7 miljoen €3.017.700 €3.982.300
Aanvullende decentrale uitkering
Vanaf 2020 ontvangt de contactgemeente een aanvullende decentrale uitkering. Deze uitkering kan worden ingezet voor werving, innovatie en regievoering. Landelijk stelt het Rijk € 5 miljoen beschikbaar, naar 2024 groeit dit budget uit tot €7 miljoen. Er zijn 32 regio’s. 6
Iedere regio krijgt een basisbedrag van €100.000 uitgekeerd opgehoogd met bedrag per regiogemeente dat is gerelateerd aan het WEB-budget per gemeente. De uitkering voor de regio Amsterdam bedraagt € 268.521. Deze bijdrage is aangesproken om een regionaal coördinator aan te stellen. Het resterende budget wordt aangewend voor een regionaal aanbod van trainingen en regionale activiteiten op het gebed van onderzoek, registratie, werving en communicatie.
Activiteit
Decentrale uitkering VE Kosten (jaarlijks)
Regionale coördinatie Onderzoek en registratie De Greef Capaciteit screening en invoer RAAK Trainingen Werving / Communicatie Totaal
€100.000 € 14.000 € 20.000 € 60.000 € 74.521 €268.521
4.2 Doelgroep
De doelgroep van de WEB is de laaggeletterde volwassene. Je bent laaggeletterd als je de Nederlandse taal nog niet op niveau 2F beheerst. Dit is vergelijkbaar met het eindniveau VMBO. Een lastige vergelijking omdat, zeker de volwassenen met een andere thuistaal, een ander traject van taalverwerving doorlopen, dan jongeren die in Nederland na het basisonderwijs het eindniveau VMBO hebben behaald. Daarom wordt voor deze groep ook een ander referentiekader gebruikt om het taalniveau aan te geven. Voor wie het Nederlands niet de thuistaal is, geldt het niveau B1 als geletterd. Onder deze mensen bevinden zich ook mensen die in hun eigen taal wel geletterd zijn. Tot slot zijn er ook mensen die analfabeet zijn. Dit is echt een minderheidsgroep onder de laaggeletterden. Onder hen bevindt zich natuurlijk ook weer mensen waar thuis al dan niet Nederlands wordt gesproken. De diversiteit van de groep laaggeletterden is dus groot en vraagt om een divers aanbod. Zowel in het professionele aanbod als in het informele aanbod wordt daarin voorzien. De variëteit in laaggeletterden per gemeente is terug te vinden op de eerder genoemde website www.geletterdheidinzicht.nl.
5 Rol gemeenten en contactgemeente Elke gemeente heeft bij wet (WEB) de opdracht om een divers educatieaanbod te verzorgen. Amsterdam is contactgemeente voor de arbeidsmarktregio Groot Amsterdam. In die rol ontvangt zij de regionale WEB-middelen van het Rijk. De contactgemeente heeft de volgende taken: - het in afstemming met de regiogemeenten opstellen van meerjarig regionaal programma laaggeletterdheid; - het toezien op - en verantwoorden van de rechtmatige besteding van het regionaal budget. Het regionaal programma moet door het college en raad van de contactgemeente worden vastgesteld. De raden van alle betrokken gemeenten moeten worden geïnformeerd over de resultaten van de inzet van middelen.
7
De regiogemeenten hebben de verantwoordelijkheid inzicht te geven in de vraag naar taal- en rekenonderwijs en aanbod in digitale vaardigheden onder hun inwoners. Verder zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor: - de contacten en subsidiering van de lokale aanbieders voor het gewenste aanbod; - het leveren van verantwoordingsinformatie die de centrumgemeente nodig heeft voor de verantwoording aan het ministerie.
5.1 Regionaal waar het kan en lokaal waar het moet!
In de afgelopen jaren hebben we als regiogemeenten Groot Amsterdam elkaar gevonden in de bovenstaande werkwijze. In praktische zin betekent dit dat we nu voor de periode 2019-2022 gezamenlijk het professionele aanbod hebben aanbesteed. In de periode daarvoor, tot 2019, heeft A’dam vanuit haar rol met de regio een separaat aanbestedingstraject georganiseerd. De gezamenlijke aanbesteding heeft als voordeel dat de regiogemeenten geen arbeidsintensief inkooptraject hoeven te organiseren, er makkelijker (gezamenlijk) groepen kunnen worden gevormd en er door de omvang van de opdracht meer perspectief is voor de gecontracteerde taalaanbieder(s). Het informele aanbod in de regiogemeenten heeft, vaak met ondersteuning door de Stichting Lezen en Schrijven, vorm gekregen in Taalhuisconstructies. In deze constructie werken bibliotheken samen met vrijwilligersorganisaties. Vanuit deze samenwerking worden mensen die de stap naar professioneel aanbod nog te groot vinden enthousiast gemaakt om aan de slag te gaan met hun basisvaardigheden. Mensen die wel de stap naar het professioneel aanbod kunnen maken, worden doorverwezen naar de gecontracteerde aanbieders. De Taalhuizen worden door de regiogemeenten, op basis van de lokale subsidieverordening, gesubsidieerd vanuit hun WEB-budget. De financiële en de inhoudelijke kaders voor de subsidie zijn regionaal vastgesteld.
De contactgemeente en heeft een controlerende rol bij het beschikken en vaststellen van de subsidies. Regiogemeenten geven ieder jaar opnieuw aan welk percentage van hun WEB-budget zij willen besteden aan het informele aanbod (zie 4.1).
6 Toelichting op de uitwerking afspraken Regionaal Plan Laaggeletterdheid 2020-2024. 6.1 het vergroten van het bereik met extra aandacht voor de mensen die Nederlands als thuistaal hebben (NT1); Het bereiken van de laaggeletterde NT1’r is niet makkelijk. Dit komt doordat zij zich ervoor schamen dat ze moeite hebben met lezen en schrijven. En omdat zij met hun laaggeletterdheid hebben leren omgaan. Er zijn drie manieren om deze mensen wel te bereiken: via toeleiders zoals de werkgever, de klantmanager, de consulent van het UWV en de schuldhulpverlener. Maar ook: de huisarts, de assistent van de specialist in het ziekenhuis, de medewerker van het consultatiebureau, de leerkracht van de basisschool, de verwijzers in bibliotheken of taalhuizen; met aanbod op maat, omdat mensen pas enthousiast worden als er een aanbod is wat bij hen past. Zoals een cursus digitale vaardigheden waar mensen ook de eerste stap maken met het leren lezen en schijven; Met ervaringsdeskundigen, die hen over de streep helpen door te vertellen, wat het leren hem/haar heeft opgeleverd. Taaloffensief: In het Taaloffensief worden instrumenten aangeboden voor toeleiders en aanbod op maat. Voor de toeleiders is voorzien in de training ‘Omgaan met laaggeletterdheid’. En voor de moeilijk bereikbare deelnemers, waaronder de NT1’rs, is voorzien in het aanbod Taal in de Buurt 8
en Taal op Maat. Maar ook het hierboven genoemde aanbod om digitale vaardigheden te leren. Dit aanbod fungeert voor de groep NT1’rs als camouflage-aanbod. Ervoor uitkomen dat je niet goed kunt omgaan met de computer is niet zo moeilijk en als je dan tegelijkertijd aan je taalvaardigheid werkt, snijdt het mes aan twee kanten. Voor de mensen die de stap naar professioneel aanbod nog niet aan kunnen wordt lokaal voorzien in taaloefentrajecten onder begeleiding van vrijwilligers. Ervaringsdeskundigen kunnen als geen ander uitleggen wat het betekent om laaggeletterd te zijn en wat je ermee wint als je de taal leert lezen en schrijven. Daarom worden ervaringsdeskundigen ingezet bij de werving van deelnemers en het enthousiasmeren van bedrijven en organisaties om mee te doen aan de bestrijding van laaggeletterdheid. Regionale afspraak: de gemeenten zetten zich in om zoveel mogelijk ambtenaren of opdrachtnemers van de gemeente die contact hebben met de inwoners, te trainen in het omgaan met laaggeletterheid en het doorverwijzen van laaggeletterden. De training wordt centraal gefaciliteerd vanuit de regiemiddelen en op de gewenste locatie aangeboden. Hiermee wordt overigens ook invulling gegeven aan afspraak 4 uit de samenvatting (zie paragraaf 2). We zorgen voor een vast team van ervaringsdeskundigen die kunnen ondersteunen bij voorlichtingen en wervingsacties over laaggeletterdheid.
Aandachtspunt: Een aantal bestuurders van regiogemeenten hebben aandacht gevraagd voor specifieke doelgroepen in hun gemeenten. Voorbeelden daarvan zijn expats en Oost-Europese arbeidsmigranten. Voor deze groepen ontwikkelen we met elkaar een passende aanpak. Dat kan ook een lokale aanpak zijn. 6.2 het versterken van de taalnetwerken, zoals die waar de taalhuizen in participeren In alle gemeenten zijn Taalhuizen actief aan de slag om laaggeletterden te bereiken en te bemiddelen naar het best passende aanbod. Daarbij is de samenwerking tussen lokale toeleiders, vrijwilligersorganisaties en professionele taalaanbieders Taaloffensief van het groot belang. Alleen dan komt de onderlinge doorverwijzing op gang en krijgen laaggeletterden een passende en doorlopende leerweg aanboden die leidt tot het voor hen best haalbare resultaat. Taaloffensief: De ontwikkeling en versteviging van taalnetwerken in de stad Amsterdam heeft een belangrijke plaats in het Taaloffensief. Aanvullend geeft de openbare bibliotheek in opdracht van de gemeente invulling aan het programma Leef en Leer. Dit programma heeft als doel de partners van de taalnetwerken te ondersteunen. Regionale afspraak: De werkwijze van de taalhuizen verschilt per regiogemeente.
Om tot een optimale en efficiënte uitvoeringpraktijk te komen, gaan we deze werkwijzen met elkaar uitwisselen en op elkaar afstemmen waar dat meerwaarde heeft. Daarbij is inbreng van de Stichting Lezen en Schrijven, die aan de wieg van de Taalhuizen heeft gestaan, van belang. We gaan gezamenlijk bepalen hoe we de Stichting hierbij betrekken. Het is overigens geen doel op zich om één werkwijze voor de Taalhuizen in de regio te realiseren. Waar een variant in de uitvoering aantoonbaar lokale meerwaarde heeft, is daar ruimte voor. Daarom is het belangrijk om het effect in termen van bereik, doorverwijzing tussen professionele en informele aanbieder te monitoren. 6.3 het sturen op kwaliteit van het educatief aanbod Zowel het professionele als het informele aanbod basisvaardigden moet van goede kwaliteit zijn. Daarom zijn er in de aanbesteding van het professionele educatieve aanbod kwalitatieve eisen 9
opgenomen, die ook kunnen worden gecontroleerd. De kwaliteit van het professionele, formele aanbod basisvaardigheden wordt gecontroleerd door de onderwijsinspectie. De bewaking van de kwaliteit van het non-formele aanbod, dat door professionals maar ook door vrijwilligers wordt uitgevoerd, ligt bij de gemeente. Voor het non-formele educatieve aanbod zijn geen vastgestelde kwaliteitseisen. De enige wettelijke eis is dat het aanbod moet voldoen aan de referentiekaders volwasseneducatie. Om die reden wordt er nu, in opdracht van OCW, gewerkt aan landelijke handreikingen voor het versterken van de kwaliteit van het non-formele educatieve aanbod. Taaloffensief: Amsterdam heeft taalcontroleurs in dienst die de gecontracteerde taanbieders bezoeken. Zij zien erop toe dat de eisen zoals die zijn opgenomen in de aanbesteding Taaloffensief worden nagekomen. Deze hebben betrekking op de professionaliteit van docenten, de gebruikte leermiddelen en de rapportage-eisen. Daarmee voldoet de regio Amsterdam ruimschoots aan de criteria die worden opgenomen in de landelijke handreikingen. De kwaliteit van het gesubsidieerde non-formele aanbod wordt bevorderd door het aanbieden van: gratis professioneel advies, trainingen en oefenmateriaal. In Amsterdam wordt deze ondersteuning geboden via het programma Leef en Leer. Dit programma wordt door de Openbare Bibliotheek Amsterdam uitgevoerd.
Leef en Leer wordt met eigen middelen van de gemeente Amsterdam gesubsidieerd. In de regiogemeenten wordt deze dienstverlening aangeboden vanuit de Taalhuizen. Deze dienstverlening wordt gesubsidieerd met een deel van het lokale WEB-budget. En omdat het WEB-budget moet worden besteed aan trajecten wordt deze dienstverlening gecombineerd met oefenaanbod waar getrainde vrijwilligers met laaggeletterden de taal oefenen. Regionale afspraak: Omdat de regiogemeenten mee hebben gedaan met de aanbesteding van het professioneel aanbod Taaloffensief is de controle op de kwaliteit van dit aanbod in de regiogemeenten geregeld. De controle van de kwaliteit van het informele aanbod stimuleren we door vanuit de Taalhuizen professionele ondersteuning en oefenmaterialen aan te bieden. Aanvullend loopt er op het moment van schrijven een afstemmingstraject om in regionaal verband een overeenkomst aan te gaan met Professor Maurice de Greef*. Maurice de Greef onderzoekt door middel van een gestructureerde vragenlijst wat voor de deelnemer het duurzame effect is van het gevolgde traject. Daarbij wordt ook benoemd wat de succesfactoren zijn van het aanbod. Dit onderzoek wordt in meer dan 17 arbeidsmarktregio’s uitgevoerd en ondersteund met een registratietool. De vragenlijsten die worden afgenomen bevatten algemene vragen en vragen gericht op het specifieke karakter van het taalaanbod.
Deelnemers die een taalaanbod volgen gericht op werk, wordt gevraagd hoe het geleerde hen heeft geholpen in de werksfeer. Door het onderzoek en de registratietool krijgen gemeenten een beeld over het bereik en de opbrengst van het lokale informele en het regionale professionele aanbod Taaloffensief. *Maurice de Greef (hoogleraar leereffecten laagopgeleiden en laaggeletterden & Chairholder UNESO on Adult Education aan de Vrije Universiteit Brussel)
6.4 het trainen van alle mensen die bij of voor de gemeente werken in het omgaan met laaggeletterdheid en het doorwijzen van laaggeletterden; Regionale afspraak: Deze afspraak is meegenomen in de uitwerking van afspraak 6.1 6.5 het samenwerken met bedrijven en instellingen om de bewustwording over laaggeletterdheid te bevorderen, zodat er rekening wordt gehouden met deze groep en zij worden geholpen.
10
Laaggeletterdheid is een omvangrijk probleem met grote impact op het leven van mensen en de maatschappij als geheel. Mensen die laaggeletterd zijn, zijn afhankelijk van anderen, hebben vaker schulden- en gezondheidsproblematiek, vinden geen of moeilijk (nieuw) werk en maken verhoudingsgewijs vaker gebruik van een uitkering. Daarom is het belangrijk gezamenlijk op te trekken bij het terugdringen van deze problematiek. In veel regio’s heeft dit uitgangspunt ertoe geleid dat er taalakkoorden zijn gesloten tussen gemeenten en bedrijven/organisaties om gezamenlijke acties te ondernemen om laaggeletterdheid terug te dringen. Taalakkoord In Amsterdam hebben zich 60 organisaties en bedrijven aangesloten bij het taalakkoord. Na een periode van acquisitie ligt nu de focus op het invullen van de afspraken waar de partners zich aan hebben gecommitteerd. Deze hebben betrekking op het scholen van het eigen (laaggeletterde) personeel, de ‘heldere’ communicatie binnen de organisatie en met de klant en het herkennen en doorverwijzen van klanten naar het gemeentelijk taalaanbod. Om de bewustwording bij bedrijven en werkgevers te vergroten wordt vaak gebruik gemaakt van ervaringsdeskundigen die vertellen wat het in de praktijk betekent om laaggeletterd te zijn.
Regionale afspraak: De partners van het Taalakkoord Amsterdam blijken vaak regionaal te werken en komen daardoor in contact met inwoners uit de regio. Dat geldt natuurlijk ook voor de bedrijven waar vanuit regiogemeenten contact mee is. Daarom is het goed om te onderzoeken hoe we tot een regionaal Taalakkoord kunnen komen, waarbij de afspraken met partners betrekking hebben op alle laaggeletterde inwoners van de arbeidsmarktregio Groot Amsterdam. Dit maakt het organiseren van taalactiviteiten een stuk eenvoudiger. 6.6 het monitoren van bereik en effect van het aanbod. Er is landelijk onvoldoende informatie over het bereik en het effect van het aanbod dat met WEB-middelen wordt georganiseerd. Om daar meer duidelijkheid over te verkrijgen is een landelijke monitor in de maak. Dit is niet zomaar geregeld. Omdat het hier om persoonsgegevens gaat, moet het gebruik van deze gegevens goed worden geregeld. Het ministerie heeft vanuit haar verantwoordelijkheid geen toegang toe deze gegevens maar onderzoekt hoe er toch een monitor kan worden ingericht. De ontwikkeling van de landelijke monitor zal dus nog de nodige tijd in beslag nemen. Taaloffensief De deelnemers aan de professionele trajecten Taaloffensief worden geregistreerd in RAAK (registratiesysteem Werk Participatie en Inkomen) Amsterdam.
Dit is noodzakelijk, omdat bij de start moet worden bepaald of deelnemers aan de wettelijke criteria voldoen. Daarbij willen wij met de beperkte middelen educatie zoveel mogelijk mensen helpen. Dit betekent dat wij als gemeenten de looptijd van trajecten moeten beperken en dus moeten kunnen controleren, wie hoelang en wanneer een traject heeft gevolgd. De trajecten educatie worden op persoonsniveau afgerekend met de Taalaanbieders. Daarvoor worden de rapportages over de afrekenbare trajectonderdelen door de taalaanbieder in RAAK geüpload. De afdeling facturatie van de gemeente Amsterdam verzorgt de verdere afwikkeling. Regionale afspraak: voor wat betreft het professionele aanbod Taaloffensief kan vanuit de Amsterdamse registratietool (RAAK) worden voorzien in de landelijke gegevensuitvraag Educatie. Voor het informele educatieaanbod is nog geen registratietool. Deze aanbieders hebben en krijgen geen toegang tot RAAK. Deelnemers die gebruik maken van dit WEB11
gesubsidieerd aanbod worden op dit moment gescreend op basis van gegevens die in een Excelbestand worden aangeleverd. Dit mag niet zo en moet dus anders. De registratietool die is gekoppeld aan het onderzoek van Maurice de Greef is AGV-proof en leent zich voor de gewenste gegevensopbouw over informeel aanbod en de uitwisseling van relevante gegevens met de landelijke monitor. Daarnaast kan de registratietool via een exportbestand worden gevoed met de gegevens uit RAAK over de deelnemers die een professioneel aanbod volgen. Op deze manier kan de onderlinge doorverwijzing van deelnemers tussen professionele en informele aanbieders in een veilige omgeving worden geregeld en gemonitord. De tool biedt een rapportagefunctie voor iedere partner in de taalketen. In aanvulling op deze inhoudelijke rapportage willen regiogemeenten weten in hoeverre zij vorderen met hun hun opdracht en hoe zich dit vertaald in de uitputting van het beschikbare budget. De afspraak is dat de contactgemeente voorziet in adequate inhoudelijke en financiële rapportages voor iedere regiogemeente.
7 Nadere invulling van de afspraken 2020-2024 De bovengenoemde afspraken worden met instemming van betrokken bestuurders gezamenlijk verder uitgewerkt en voorzien van een uitvoeringsagenda. Amsterdam zal in haar rol van contactgemeente daarin de regie nemen. De regionale ambtenaren en de taalketenpartners worden bij de uitwerking betrokken.
12
Gemeente Amsterdam
Wethouder Marjolein Moorman
Aalsmeer
Wilma Alink-Scheltema
Amstelveen
Marijn Ballegooijen
Diemen Haarlemmermeer
Matthijs Sikkes-van den Berg Johan Rip
Ouder-Amstel
Axel Boomgaars
Uithoorn
Ria Zijlstra
De Ronde Venen
Alberta Schuurs
Handtekening