Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren jongvolwassenen.pdf
Tekst van het document
Vervolgens wordt bekeken wat dit vraagt aan eventuele andere of extra maatregelen of inspanningen. Mede in dit kader is het de ambitie van de aanpak Top600 en Top400 en van de OM teams cybercrime en groepsaanpak om tot meer onderlinge samenwerking te komen en daarbij gericht te onderzoeken op welke gebieden sprake is van overlap in casuïstiek, met als doel de schaarse opsporingscapaciteit zo effectief mogelijk in te zetten en daarbij zo goed mogelijk gebruik te maken van elkaars expertise.
Magazine Met zorg aangepakt, tien jaar Top600 (2021) en Monitor Top400 in beeld (2020), gepubliceerd in 2021
18
Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen
3.8 Beter zicht op de zorgbehoefte van personen in de aanpak
3.9 Versterken aandacht voor huiselijk geweld en seksueel geweld
Essentieel onderdeel van de aanpak is om zicht te krijgen op de zorgbehoefte van de personen in regie. Daartoe is o.a. een screenteam ingericht bij de GGD. Met de screening kan de persoon worden toe geleid naar de juiste hulp of begeleiding en krijgt de regisseur zicht op de wijze waarop de persoon het beste benaderd en begeleid kan worden (d.m.v. een bejegeningsadvies). Een screening is dan ook van belang voor het door de regisseur op te stellen plan van aanpak. Ook omdat de input gebruikt kan worden bij de op te leggen bijzondere voorwaarden in de strafzaak. Het aandeel van Top600-personen dat is gescreend door de GGD, is de afgelopen jaren gedaald. De redenen hiervan worden onderzocht en zijn begin 2023 meer duidelijk.
Huiselijk geweld en kindermishandeling Veel personen in de aanpak Top600 en Top400 hebben te maken (gehad) met huiselijk geweld en/of kindermishandeling (HGKM). Risicofactoren36 voor HGKM zijn onder andere verslaving, stress door geldzorgen en schulden, psychische problemen, negatieve opvoedingssituaties en zelf ervaring hebben als slachtoffer van HGKM. Dit zijn factoren waar personen in de aanpak ook veelvuldig mee te maken hebben. Bij gezinnen waarin herhaald geweld aan de orde is, wordt door specialisten in de aanpak van kindermishandeling, huiselijk en seksueel geweld de MDA++ aanpak37 ingezet. We onderzoeken hoe we beter bij deze aanpak kunnen aansluiten.
We weten dat relatief veel Top600-personen hoog scoren op de criteria van vroeg kinderlijk trauma (ACE).35 Over ACE is bekend dat het als gevolg hiervan moeilijk is om tot personen door te dringen. Dat is bij onze doelgroep nodig omdat de screening alleen vrijwillig is af te nemen. Mensen met dergelijk trauma zijn gebaat bij een andere benadering. We willen de komende jaren de inzichten van Trauma Informed Care borgen in de aanpak. Met de partners wordt daarnaast bekeken op welke manier het aandeel GGD gescreende personen weer kan worden verhoogd en wat hier in het proces voor nodig is.
Binnen het Masterplan Nieuw-West is duurzame veiligheid en minder recidive bij huiselijk geweld en kindermishandeling als een van de beoogde doorbraken geformuleerd. Er wordt ingezet op herstel voor alle betrokkenen en het beëindigen van intergenerationele overdracht. We verkennen hoe we hierbij voor personen in de Top600 en Top400 aanpak bij aan kunnen sluiten. Verder onderzoeken we hoe we vanuit de Top600 en Top400 aanpak kunnen samenwerken met Blijvend Veilig38. In Blijvend Veilig ontwikkelt de gemeente samen met een aantal partners in de regio een werkwijze om ervoor te zorgen dat (te)veel overdrachten van gezinnen tussen instanties voorkomen wordt, wat zowel de effectiviteit als de efficiëntie van de aanpak van HGKM ten goede moet komen. We willen als Top600 en Top400 op die beweging aansluiten, zodat jongeren en hun gezinnen beter geholpen worden met als uiteindelijke doel dat lichamelijke en emotionele onveiligheid blijvend stopt.
35 M. Segeren, Caught in Adversity, the development, persistence and escalation of criminal behavior from a public mental health care perspective, 2020 (PhD, Vrije Universiteit Amsterdam); 36 o.a. https://www.huiselijkgeweld.nl/vormen/partner-en-ex-partnergeweld 37 MDA++ staat voor een integrale aanpak van ernstig, acuut en langdurig huiselijk geweld, seksueel geweld en kindermishandeling. 38 Blijvend Veilig bestaat uit de partijen Samen DOEN, JBRA, WSS, RvdK, Veilig Thuis, Blijf Groep, 3RO en gemeenten in Amsterdam-Amstelland
19
Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen
Seksuele intimidatie en seksueel geweld (SISG) Binnen de Top600 en Top400 zijn er personen die zich schuldig maken aan seksuele intimidatie en seksueel geweld39. Ook zien we personen die zelf slachtoffer zijn van seksueel geweld. De kennis en het bewustzijn van de regisseurs op dit thema wordt samen met het programma SISG van het AcVZ vergroot zodat SISG-problematiek (eerder) wordt gesignaleerd en regisseurs ook weten welke deskundigen zij hierbij moeten betrekken. Dit doen we onder andere in de Vakontwikkeling van de regisseurs. Daarnaast kan een ROSA-regisseur40 aan een Top600-/Top400-regisseur worden gekoppeld als er in de Top600 en Top400 casuïstiek sprake is van SISG-problematiek en er behoefte is aan aanvullende expertise.
39 Voor een indicatie van de geregistreerde prevalentie binnen de doelgroep: In de periode juli 2021 tot 2022 zijn er binnen de Top600 zeven registraties van een zedenmisdrijf in de rol van verdachte en binnen de Top400 één. 40 De ROSA-regisseur wordt in de ROSA-aanpak aan een jonge vrouw (18+) met complexe problematiek (waaronder SISG) toegewezen om samen met de jonge vrouw en de betrokken partijen aan een beter toekomstperspectief te werken.
20
Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen
4. Uitdagingen
De aanpak wordt geconfronteerd met verschillende grote uitdagingen, waarvan een aantal mogelijk de komende jaren nog nijpender zullen worden. Dit onder meer vanwege de tekorten in tal van maatschappelijke sectoren. Hiervoor blijven we aandacht vragen en waar nodig en mogelijk zetten we, samen met partners, juist een stap extra om succesvol te kunnen blijven in onze aanpak en oplossingen te vinden om de knelpunten het hoofd te bieden.
4.1 Groot tekort aan geschikte woon- en verblijfplekken en wachtlijsten in de zorg Toegang tot (begeleid) wonen en (woon) zorg zijn belangrijke onderdelen in het plan van aanpak van de personen in regie. Het ontbreken van een vaste verblijfplaats staat vaak in de weg van het zetten van stappen richting meer perspectief (zoals schuldhulp, behandeling, dagbesteding). Het vormt zelfs het belangrijkste obstakel om iemand te helpen met stabilisatie van zijn leven en re-integratie. Woonproblematiek komt binnen onze doelgroep zeer veel voor, van de Top600-personen is gemiddeld 22% dakloos.41 Omdat het vaak jongvolwassenen betreft met bijkomende problematiek zoals middelengebruik, een verstandelijke beperking en bijna altijd gedragsproblematiek, is het voor deze personen heel lastig om geschikte opvang of woonruimte te vinden. Voor deze complexe groep is een groot tekort aan geschikte woonplekken. Dit tekort speelt ook rondom geschikte verblijfszorgplekken, mede veroorzaakt doordat er te weinig uitstroom is uit dit soort voorzieningen naar vervolgwoningen. Veel opvanglocaties zijn ingericht voor een oudere (verslaafde) doelgroep en niet voor de vaak jongere personen uit de Top600 en Top400 aanpak. Er is bovendien geen goede aansluiting tussen detentie en een plek in een Maatschappelijke Opvang/ Beschermd Wonen voorziening.
Personen belanden dan vanuit detentie op straat, wat een aanzienlijke risicofactor is voor recidive.
Wat daarnaast meespeelt is dat door de lange wachttijden in de (specialistische) zorg, personen in de aanpak vaak lang moeten wachten op beschikbare hulp. Dit werkt zeer belemmerend bij deze doelgroep met veel wantrouwen naar instanties en weinig motivatie tot verandering. Deze grote tekorten aan geschikte verblijfplekken en de wachttijden in de zorg zijn daarmee van invloed op de effectiviteit van de aanpak. Het AcVZ en Werk Participatie en Inkomen van de gemeente willen daarom in gesprek met bij (woon)zorg betrokken partnerorganisaties om te onderzoeken of het mogelijk is om op dit vlak bijzondere afspraken te maken voor onze doelgroep. Ook wordt de komende periode verkend of er aanvullende woonmogelijkheden te creëren zijn buiten de reguliere voorzieningen.
4.2 Armoede als groeiend probleem Leven in armoede speelt bij personen uit de Top600 en Top400 een toenemende rol, zo geven regisseurs steeds vaker aan. Mogelijk onder invloed van inflatie en stijgende kosten voor levensonderhoud. Armoede heeft onder meer invloed op de woonsituatie, de gezondheid van mensen en kans op een opleiding. Schaamte, sociaal isolement en stress kunnen gevolgen van armoede zijn. Gezinnen hebben in veel gevallen moeite zich staande te houden. Armoede is niet altijd zichtbaar. Het is van belang dat regisseurs signalen van armoede herkennen en dit thema ook bespreekbaar maken. En dat zij weten wat zij kunnen doen om personen in de aanpak hierin te ondersteunen, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een Stadspas, of waar ze mensen naar toe kunnen verwijzen, zoals voor een scholierenvergoeding. Onze doelgroepen zijn vatbaar voor de verleiding van snel geld en dus zien we dit als een risico op terugval of volharding in delinquent gedrag. De directie Werk, Participatie en Inkomen blijft hier met haar specifieke expertise over het financieel
41 Van de Top600 populatie is gemiddeld 22% dakloos en 9% heeft een zeer ongeschikte huisvestingssituatie, uit: ZRM score GGD screeningen 2011-2018
21
Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen
stabiliseren van onze doelgroep op inzetten. We besteden aandacht aan het thema armoede in o.a. de Vakontwikkeling en hebben een beperkt budget om kleine aanvragen die noodzakelijk zijn in het kader van het plan van aanpak (bijvoorbeeld voor het verkrijgen van een ID-bewijs) te vergoeden.
4.3 Beperkte capaciteit politie De beperkte opsporingscapaciteit bij politie zorgt er o.a. voor dat het moeilijker kan zijn om een volledig beeld te krijgen van de criminele activiteiten van de personen op de lijst. We zien dan te veel niet. Dit leidt er toe dat minder consequent kan worden gereageerd op strafbare feiten en personen zich onaantastbaar kunnen wanen. Dit heeft gevolgen voor de effectiviteit van de aanpak. Daarnaast leidt het capaciteitstekort ertoe dat minder personen de aanpak instromen en er personen uitstromen die nog (buiten het zicht van politie en justitie) strafbare feiten plegen. OM en politie geven aan dat het op dit moment niet realistisch is om specifieke afspraken te maken over de opsporingscapaciteit omdat per keer een afweging gemaakt moet worden. Toch moet hier blijvend aandacht voor zijn om de aanpak effectief te houden. Dit geldt ook voor de in het Regionaal Bestuurlijk Overleg afgesproken kritische ondergrens aan fte voor de regisseurs zorg en veiligheid en interventieplegers van de politie die bijvoorbeeld huisbezoeken kunnen afleggen, aanhoudingen monitoren, aansluiten bij uitvoerdersoverleggen en actief opzoek gaan naar personen i.v.m. een signalering.42 De politiecapaciteit blijft dan ook de komende periode een belangrijk aandachtspunt, ook op bestuurlijk niveau.
landelijk beleid dat gedetineerden regionaal geplaatst worden. De gemeente Amsterdam heeft aanvullende afspraken gemaakt met DJI over het regionaal plaatsten van de personen in de aanpak. Hiermee faciliteert DJI de gemeente om de detentieperiode optimaal te benutten in het maken van een plan van aanpak op maat. Dit met als doel om de kans op een succesvolle re-integratie te vergroten. Hierdoor is er al jaren sprake van een goede samenwerking met PI JC Zaanstad door korte lijnen en vaste aanspreekpunten, investering in deskundigheidsbevordering van personeel en de (gezamenlijke) inzet tijdens detentie. Het programma D&T is hierover in gesprek met DJI.
4.5 Personen met weinig uitzicht op perspectiefverbetering Een deel van de doelgroep staat al sinds het begin van de aanpak op de lijst. Het betreft een groep van ongeveer veertig personen die hardnekkig volharden in het plegen van delicten. In veel van deze gevallen spelen factoren als (zeer) complexe psychiatrische en/of verslavingsproblematiek een rol en in veel gevallen is stabilisatie van de situatie en het voorkomen van grotere risico’s het hoogst haalbare. Ook staat een klein aantal personen op de lijst die als ongewenst vreemdeling niet legaal mogen werken of geen gebruik kunnen maken van sociale voorzieningen, maar ook niet uitgezet (kunnen) worden. Daarnaast zijn de afgelopen tijd het aantal langdurig gedetineerden en TBSers43 op de lijst toegenomen. De komende tijd willen de partners met elkaar afspraken maken over hoe om te gaan met deze groepen met weinig uitzicht op perspectiefverbetering. Dit ook in relatie tot de beperkte regiecapaciteit bij partners.
4.4 Plaatsing van gedetineerden een grotere uitdaging Actuele landelijke ontwikkelingen bij DJI en de verzwaring van de doelgroep maken dat het regionaal plaatsen van gedetineerden de komende periode naar verwachting een (grotere) uitdaging wordt. Tot op heden is het
42 In het RBO van 24 juni 2020 is (voor de regisseurs van de Top600/Top400 en voor de interventieplegers van de Top600/ Top400, de Aanpak Doorgroeiers en IPGA-Radicalisering) als kritische ondergrens aan fte afgesproken: 17 tot 22 vrijgestelde IPGA-regisseurs en minimaal 80 interventieplegers, die 80% van hun tijd besteden aan de IPGA-aanpak en voor 20% inzetbaar zijn op de basispolitiezorg. Dit betekent dat minimaal 64 fte netto wordt ingezet op de IPGA-aanpak. 43 In oktober 2022 zijn er binnen de Top600 en Top400 20 personen die veroordeeld zijn tot TBS met dwangverpleging. Dit betekent ruim een verdubbeling t.o.v. maart 2020 (toen:9 personen).
22
Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen
Bijlage 1 Werkwijze en doelgroep
In deze bijlage gaan we in op de achtergrond van de aanpak Top600 en Top400. Ook lichten we de werkwijze toe en geven we zicht op de kenmerken van de personen uit de aanpak.
Achtergrond In de Top600 voeren we intensief regie op veelplegers: personen die veroordeeld zijn voor HIC-, drugs- en/of wapendelicten. Complexe problemen op meerdere leefgebieden liggen (deels) ten grondslag aan hun criminele gedrag. De Top400 biedt integrale en persoonsgerichte regie aan jongeren van 12 tot en met 23 jaar die al meermaals door de politie zijn aangehouden als verdachte van een misdrijf, en bij wie bovendien meerdere zorgelijke signalen zichtbaar zijn. Zoals een justitiële maatregel, deel zijn van een geprioriteerde jeugdgroep, dealen van nepdope, verzuim van school en situaties van huiselijk geweld. Over deze jongeren bestaat de vrees dat zij zonder ingrijpen afglijden in de criminaliteit. Als gemeente, veiligheids- en zorgpartners zoeken we hierbij doorlopend naar de balans tussen niet onnodig ingrijpen en niet te lang wachten met ingrijpen als jongeren dreigen af te glijden in criminaliteit. In het onderzoek om te komen tot de juiste criteria voor de Top400 is casuïstiek van jeugdprofessionals geanalyseerd en is gekeken naar wat er uit wetenschappelijk onderzoek bekend is over risicofactoren en beschermende factoren rond opgroeiende jongeren.
Zo is bijvoorbeeld bekend dat het op jonge leeftijd in aanraking komen met de politie, het getuige of slachtoffer zijn van huiselijk geweld of kindermishandeling en het hebben van een gezinslid in de criminaliteit de kans op afglijden in de criminaliteit
aanzienlijk vergroot.44 In beide aanpakken is aandacht voor de broertjes en zusjes (of minderjarige kinderen) van personen in de aanpak. Uit pedagogisch onderzoek is bekend dat een op maat gemaakte aanpak gericht op het verminderen van gedragsproblemen bij jonge kinderen bijzonder effectief is en maakt dat het risico dat deze groep op latere leeftijd in aanraking komt met justitie, mogelijk wordt verkleind.45 Vanuit de Top600 en Top400 wordt hier heel gericht op ingezet om dit risico verder te verkleinen. De aanpakken hebben dezelfde drie doelstellingen: 1) het terugdringen van recidive, 2) het verbeteren van het toekomstperspectief van de betreffende persoon en 3) het voorkomen van afglijden van minderjarige broertjes en zusjes (en kinderen van de personen in regie zelf) in de criminaliteit. We combineren ‘lik op stuk’ met interventies die de motivatie tot gedragsverandering en het perspectief vergroten. De aanpak wordt uitgevoerd vanuit het AcVZ.46 De eindverantwoordelijkheid voor alle programma’s van het AcVZ ligt bij het samenwerkingsverband gezamenlijk. Besluitvorming vindt, onder voorzitterschap van de burgemeester van Amsterdam, plaats in de Stuurgroep Veiligheid en Zorg, waarin alle kernpartners vertegenwoordigd zijn.47
Werkwijze In de Top600 en Top400 voert een regisseur integraal (dat wil zeggen vanuit de perspectieven veiligheid, zorg en sociaal) en persoonsgericht (dus op maat) regie op de situatie rond een persoon met complexe problemen op zowel
44 R. Loeber (2008), Tomorrow’s criminals: The development of child delinquency and effective interventions 45 L. van Zonneveld, Universiteit Leiden (2019) Early intervention in children at high risk of future criminal behaviour 46 https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/organisatie/overige/acvz/over-acvz/ 47 De kernpartners van het AcVZ zijn naast de gemeente Amsterdam (de directies Openbare Orde en Veiligheid (OOV), Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD), Werk, Participatie en Inkomen (WPI), de GGD en de stadsdelen) en de Amstellandgemeenten (Amstelveen, Aalsmeer, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn) het Openbaar Ministerie, de politie, Reclassering Nederland, Reclassering Inforsa, Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming Regio Amsterdam, William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering. Ook de Dienst Justitiële Inrichtingen en de GGZ-aanbieders worden tot de kernpartners gerekend.
23
Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen
het veiligheidsvlak als het zorg- en sociale vlak. Hoewel er knelpunten bestaan bij integrale samenwerking, laat onderzoek zien dat integraal samenwerken op het gebied van veiligheid en zorg niet alleen in Amsterdam en de regio maar ook in veel andere gemeenten wordt ingezet en vrijwel overal als succesvol wordt ervaren.48 De regisseur overziet de betrokkenheid van alle bij de persoon betrokken partijen, verbindt dit in één plan van aanpak en stemt alle interventies op elkaar af.49 Goede informatie-uitwisseling tussen betrokken partners is van groot belang. De instroomcriteria en de afspraken over informatie-uitwisseling tussen kernpartners zijn daarom vastgelegd in het Algemeen Convenant van het AcVZ en de daaronder vallende regelingen voor de Top600 en Top400.50 Het plan van aanpak is - behalve op straf en begrenzing (lik op stuk) - gericht op het verbeteren van iemands leven qua inkomen en positieve dagbesteding, opleiding of woonsituatie, maar ook met therapie of begeleiding. Regisseurs zorgen ervoor dat partijen voorbij het eigen (organisatie)belang kijken en dat iedereen samenwerkt naar het gemeenschappelijke doel.51 Er zijn op dit moment circa 100 regisseurs actief voor de aanpakken, afkomstig van de veertien kernpartners.
Het AcVZ ziet regievoeren als een vak: overzicht houden en coördineren, kennis hebben over het hele spectrum van interventies (van strafrecht tot zorg en welzijn) en het, zonder formele doorzettingsmacht, met alle partijen samen voor elkaar krijgen dat vooruitgang wordt geboekt in de meest complexe zaken. De regisseur vormt zo de ‘smeerolie’ in de samenwerking. In dit vak leidt het AcVZ haar regisseurs ook doorlopend op. Hiertoe is een uitgebreid opleidingsprogramma ontwikkeld gericht op het vergroten van kennis en competenties waarbij wordt ingespeeld op actuele ontwikkelingen in de doelgroep en in de wetenschap. Daarnaast nemen de regisseurs ook expertise mee vanuit hun moederorganisatie, zoals bijvoorbeeld op het gebied van gezinsgericht werken. Door de structuur van de
aanpak (netwerk, interventies, juridische basis, verbinding uitvoering en beleid) waarin de regisseurs zijn ingebed lukt het om binnen de aanpakken innovatief te werken en systeemfouten of structurele knelpunten (bijvoorbeeld in de samenwerking met partners) te signaleren, agenderen en aan te pakken. Waar nodig, bijvoorbeeld als personen ook in andere regio’s plegen, wordt samengewerkt met andere zorgen veiligheidshuizen.
Gegevensdeling en privacy De aanpakken kennen zoals aangegeven harde – objectieve - criteria voor in- en uitstroom uit de aanpak.52 Deze criteria en de afspraken over informatie-uitwisseling tussen kernpartners zijn vastgelegd in het Algemeen Convenant van het AcVZ en de daaronder vallende gegevensregelingen voor de Top600 en Top400. Door te werken met toetsbare criteria is navolgbaar en uitlegbaar dat over de personen die instromen persoonsgegevens tussen partners worden gedeeld. Er is een privacy team van de gemeente Amsterdam en een privacy expert groep van de partners gezamenlijk dat de aanpakken adviseert over vraagstukken rond gegevensdeling. De gegevensregelingen worden zorgvuldig actueel gehouden. Daarnaast zijn deze ter advies voorgelegd aan de Commissie Persoonsgegevens Amsterdam. Regisseurs worden regelmatig getraind en hebben toegang tot privacy-juridisch advies van het privacy team.
Doelgroep Personen die instromen in de aanpakken hebben veelal vergelijkbare achtergrond-kenmerken. Hun situatie is complex en hun problemen meervoudig. Ze plegen niet alleen delict na delict en gaan in en uit detentie, maar hebben ook vaak problemen op het gebied van bijvoorbeeld huisvesting en (psychische) zorg, inkomen en onderwijs. Ze hebben vaak schulden en vrijwel altijd een omgeving waarbij risicofactoren zoals drugsgebruik, lage opleiding en het ontbreken van dagbesteding en antisociale
48 J. van Gaalen, BMC (2017), Persoonsgerichte Aanpak’, ‘Top X’: een exploratief onderzoek 49 Onderzoek van de Vrije Universiteit (S. Achab, 2021) laat zien dat regievoering door regisseurs binnen het AcVZ aansluit op de wetenschappelijke inzichten over regievoeren op het snijvlak van veiligheid, zorg en sociaal domein. 50 Het AcVZ-convenant en de regelingen zijn te vinden op www.amsterdam.nl/acvz 51 De drie betrokken reclasseringsorganisaties (3RO) hebben in meer dan 50% van de casuïstiek naast de casusregie een toezicht lopen. 3RO versterken hiermee de doelstellingen van de aanpak. 52 Zie bijlagen
24
Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen
persoonlijkheidskenmerken veel voorkomen.53 Psychiatrische stoornissen en verslavingsproblematiek komen veel voor. Hun jeugd wordt in veel gevallen gekenmerkt door huiselijk geweld en veel problemen in het gezin, niet zelden met een ouder gezinslid met criminele antecedenten. Ze wonen vaak in een wijk waar criminele verleiding aanwezig is en zijn in veel gevallen negatief beïnvloedbaar vanwege een licht verstandelijke beperking (lvb), soms zelfs gecombineerd met vroeg kinderlijk trauma (ACE) dat eveneens relatief veel voorkomt bij personen in de aanpak.54 Ook armoede speelt een grote rol binnen de Top600 en Top400. Voor personen met een dergelijke optelsom aan problemen volstaat het niet om louter in te zetten op straf, en ook niet uitsluitend op zorg of hulpverlening. Duurzame gedragsverandering en perspectiefverbetering kan pas ontstaan door een slimme combinatie van interventies uit drie werelden: veiligheid, zorg en sociaal domein. Onderzoek van het Openbaar Ministerie in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laat bijvoorbeeld zien dat voor verdachten met ‘multiproblematiek’ straf en zorg gecombineerd moeten worden, omdat alleen strafrechtelijk aanpakken niet effectief is.55
Onderzoek laat daarnaast zien dat juist in dit soort complexe casuïstiek waar een combinatie van interventies essentieel is, integrale regie nodig is. Criminologen en sociale wetenschappers beschouwen integraal samenwerken tussen gemeente, veiligheids- en zorgpartners als de beste manier om jonge mensen met complexe problemen duurzaam te helpen. Uit onderzoek blijkt dat ‘gerichte ontmoedigingsstrategieën’ effectief zijn, juist door een combinatie van maatregelen op het vlak van toezicht, sociale diensten, het bieden van kansen en actie vanuit de gemeenschap. De onderzoekers stellen vast dat een integrale persoonsgerichte aanpak werkt en het meest effectief is als deze gericht is op hoog-risico jeugd en/of de meest gewelddadige daders.56
53 CCV en Bureau Beke, via https://wegwijzerjeugdenveiligheid.nl/onderwerpen/jeugdcriminaliteit/ beschermende-factoren-en-risicofactoren; 54 M. Segeren, Caught in adversity: The development, persistence and escalation of criminal behavior from a public mental health care perspective, 2020 (PhD, Vrije Universiteit Amsterdam); 55 https://www.om.nl/onderwerpen/straf-met-zorg/nieuws/2022/04/04/multiprobleemverdachtenverder-in-beeld 56 Braga, A.A., Weisburd, D.L & Turchan, B., Focused Deterrence Strategies and Crime Control, An Updated Systematic Review and Meta-Analysis of the Empirical Evidence, Criminology and Public Policy, 2018, Vol. 17, Issue 1.
25
Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen
26
kerngetallen, 2022 Top400 kerngetallen - Top400 2022 Geregistreerde criminaliteit
Samenwerking op snijvlak van veiligheid, zorg en sociaal domein
juli 2021 – juli 2022
Registraties in de rol van verdachte
14
40+
19%
organisaties 5% 10%
18%
Kenmerken Top400 14% 16%
5 vrouwen
Huidige lijst sept ‘22
29 in detentie
173
Totaal 442 registraties. diefstal verkeersdelicten Gem. 2 registraties misdrijf tegen de persoonlijke integriteit per persoon in een jaar. diefstal met geweld overtreding verstoring openbare orde, verzet, wederspannigheid wapens en munitie vernieling fraude drugsdelict apv overig misdrijf
Top-10 meest voorkomende misdrijven
17%
Mishandeling
Leeftijd: gemiddeld 20 jaar 62% = 18 - 22 jaar 75% = t/m 21 jaar 18% = minderjarig
personen 30
Straatroof Overige vermogensdelicten Bedreiging Winkeldiefstal
20
Vernieling cq. zaakbeschadiging Wapenhandel (incl. bezit)
10
Overval 0 leeftijd:
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
Diefstal/inbraak woning
26
Drugshandel (incl. bezit)
549 personen sinds start aanpak uitgestroomd
0
20 betrokkene
40 slachtoffer
60
10
231
1 jan '18
301
1 jan '19
264
1 jan '20
218
1 jan '21
214
1 jan '22
8
leeftijd:
6
21+
4
20 & 21 18 & 19
2 173
1 sept '22
0
18bezit bezit overige handel vuurwapens wapens harddrugs
nepdope (apv)
100
120
verdachte
Uitgelicht: drugs- en wapendelicten
Aantal personen in de aanpak afgelopen 5 jaar
80
handel softdrugs
Colofon Deze infographic is gepubliceerd door het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ), december 2022. Bron is het politiesysteem Basis Voorziening Informatie (BVI) waarbij de Top400 is geselecteerd op peildatum 1 juli 2022 (215 personen). De taartdiagram betreft een indeling gebaseerd op de Maatschappelijke Klassen (MK) van de Politie en percentages van delictgroepen kleiner dan 5% zijn niet weergegeven. Binnen de categorie misdrijven tegen de persoonlijke integriteit betreft het m.n. eenvoudige mishandeling en bedreiging en één zedendelict. Binnen de categorie overtreding gaat het m.n. om overtredingen van justitiële voorwaarden. Binnen de categorie apv gaat het m.n. om dealen nepdope, samenscholing, ongeregeldheden en ordeverstoring. Categorisering van de staafdiagram is o.b.v. de delictscategorieën van Politie/CBS. De uitgelichte delicten zijn alle registraties op de afzonderlijke MK’s en leeftijd ten tijde van het incident.
Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen
27
kerngetallen, 2022 Top600 kerngetallen - Top600 2022 Geregistreerde criminaliteit
Samenwerking op snijvlak van veiligheid, zorg en sociaal domein
juli 2021 – juli 2022
Registraties in de rol van verdachte
14
diefstal Gem. 2,3 registraties verkeersdelicten per persoon in misdrijf tegen de persoonlijke integriteit een jaar. diefstal met geweld apv overtreding drugsdelict verstoring openbare orde, verzet, wederspannigheid fraude wapens en munitie vernieling overig misdrijf
40+ 23%
organisaties
7% 8%
Kenmerken Top600 1 vrouw
Huidige lijst okt ‘22
444
16% 10% 16%
173 in detentie
39%
Leeftijd: gemiddeld 27 jaar 54% = 21 - 31 jaar 95% = 14 - 45 jaar 72% = onder 30 jaar 6% = minderjarig
personen
40
Totaal 1087 registraties.
Top-10 meest voorkomende misdrijven Mishandeling Overige vermogensdelicten Straatroof Diefstal/inbraak woning
30
Bedreiging
20
Drugshandel (incl. bezit) Vernieling cq. zaakbeschadiging
10
Wapenhandel (incl. bezit)
0 leeftijd: 14 17 19 21 23 25 27 29 31 33 35 37 39 41 43 45 48 50 52 54 56 70
Diefstal/inbraak bedrijven en instellingen Moord, doodslag
1234 personen sinds totaal uitgestroomd
0
50 betrokkene
40 501
449
439
466
461
503
500
501
482
464
444
leeftijd: 30+
30
25 tm 30
20
20 tm 24
10 okt.
apr.
okt.
2018
apr.
jul.
¹
2019
¹ Eerste instroom o.b.v. Drugs en Geweld criteria
okt.
apr.
okt.
2020
apr.
okt.
2021
apr.
okt.
2022
20-
0 nepdope bezit handel (APV) vuurwapens harddrugs
bezit bezit overige harddrugs wapens
150
200
250
verdachte
Uitgelicht: drugs- en wapendelicten
Aantal personen in de aanpak afgelopen 5 jaar 525
100
slachtoffer
Colofon Deze infographic is gepubliceerd door het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ), december 2022. Bron is het politiesysteem Basis Voorziening Informatie (BVI) waarbij de Top600 is geselecteerd op peildatum 1 juli 2022 (464 personen). De taartdiagram betreft een indeling gebaseerd op de Maatschappelijke Klassen (MK) van de Politie en percentages van delictgroepen kleiner dan 5% zijn niet weergegeven. Binnen de categorie misdrijven tegen de persoonlijke integriteit betreft het m.n. eenvoudige mishandeling en bedreiging en zeven zedendelicten. Binnen de categorie overtreding gaat het m.n. om overtredingen van justitiële voorwaarden. Binnen de categorie apv gaat het m.n. om dealen nepdope. Categorisering van de staafdiagram is o.b.v. de delictscategorieën van Politie/CBS. De uitgelichte delicten zijn alle registraties op de afzonderlijke MK’s en leeftijd ten tijde van het incident.
Amsterdam-Amstelland