CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Meerjarenplan Integrale persoonsgericht aanpakken veelplegers en jongeren, jongvolwassenen def.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 9 maart 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Meerjarenplan integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/jongvolwassenen (HIC-, drugs- en wapendelicten) 2023-2026 (VN2023-006204)13.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen (HIC-, drugs- en wapendelicten) Ambities en uitdagingen van de Aanpak Top600 en Top400 in de periode 2023-2026

Amsterdam-Amstelland

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

2

Inhoudsopgave

Samenvatting4 Inleiding

7

1. Actueel beeld en invloedrijke ontwikkelingen

8

1.1 High Impact Crime en de toenemende drugscriminaliteit 1.2 Verharding, wapenproblematiek en gewaande onaantastbaarheid 1.3 Online straatcultuur als katalysator van geweld 

2. Ontwikkelingen in de organisatie van de aanpak 2.1 In- en uitstroom 2.2 Monitoring en evaluatie 

3. Ambities 3.1 Meer context- en gebiedsgericht werken  3.2 Continueren en uitbouwen inzet regie-expertise op schoolveiligheidsproblematiek 3.3 Versterken inzet op broertjes en zusjes en de samenwerking met ouders 3.4 Vergroten bijdrage bij tegengaan drugs- en wapencriminaliteit  3.5 Tegengaan (ondermijnende) criminaliteit tijdens detentie  3.6 Aanhoudende aandacht voor veiligheid van professionals 3.7 Vergroten zicht op online leefwereld en online criminaliteit 3.8 Beter zicht op de zorgbehoefte van personen in de aanpak  3.9 Versterken aandacht voor huiselijk geweld en seksueel geweld 

4. Uitdagingen 4.1 Groot tekort aan geschikte woon- en verblijfplekken en wachtlijsten in de zorg 4.2 Armoede als groeiend probleem 4.3 Beperkte capaciteit politie 4.4 Plaatsing van gedetineerden een grotere uitdaging 4.5 Personen met weinig uitzicht op perspectiefverbetering 

Bijlage 1 Werkwijze en doelgroep

8 9 10

11 11 11

13 13 14 15 16 17 18 18 19 19

21 21 21 22 22 22

23

Achtergrond23 Werkwijze  23 Gegevensdeling en privacy 24 Doelgroep  24

Top400 kerngetallen - 2022 Top600 kerngetallen - 2022

26 27

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

Colofon Organisatie: Actiecentrum Veiligheid en Zorg Amsterdam-Amstelland Auteur: Kernteam Top600&Top400 Status: definitief Redactie: Emma Pans & Jonathan Vrijma Fotografie: E. van Eis Vormgeving: Vorm de Stad

februari 2023

3

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

Samenvatting

Al meer dan tien jaar zien we in de regio Amsterdam-Amstelland dat intensieve integrale samenwerking tussen netwerkpartners uit de werelden van veiligheid, zorg en sociaal domein effect heeft bij de aanpak van de meest complexe doelgroep plegers van impactvolle delicten. Daarbij gaat het om High Impact Crime (HIC), zoals overvallen, straatroven, woninginbraken, zware geweldsdelicten, en om drugs- en wapendelicten. De komende jaren gaan we dan ook door met de integrale persoonsgerichte aanpakken; de Top600 aanpak gericht op veelplegers en de Top400 aanpak gericht op jongeren en jongvolwassenen over wie de vrees bestaat dat zij zonder ingrijpen (verder) afglijden in de criminaliteit. Alle integrale persoonsgerichte aanpakken worden uitgevoerd door het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ), waarin de gemeente Amsterdam en de vijf Amstellandgemeenten samenwerken met circa veertig partners uit de werelden van veiligheid, zorg en sociaal domein.1 In dit Meerjarenplan over de periode 20232026 zetten we uiteen op welke wijze deTop600 en Top400 aanpak ook de komende jaren bijdraagt aan het tegengaan van criminaliteit in de regio Amsterdam-Amstelland en de perspectiefverbetering van de personen in de aanpak. In dit plan gaan we in op onze ambities en hoe we omgaan met de uitdagingen die we daarbij verwachten tegen te komen. Dit plan is met input van alle kernpartners tot stand gekomen.

Ook zijn de kritische reflecties die eind 2022 zijn gegeven op de Top400, o.a. in (media-)berichtgeving2 en tijdens het debat hierover in de Amsterdamse gemeenteraad3,

benut in dit plan. Zo wordt o.a. de samenwerking met ouders verder verbeterd. Achtergrond Vanuit het besef dat alleen integrale samenwerking tussen partners op het gebied van veiligheid, zorg en sociaal domein het toenemend aantal delicten op het gebied van HIC een halt zou kunnen toeroepen, is in 2011 de Top600 van start gegaan. In 2015 startte vervolgens de Top400 waarbij integrale en persoonsgerichte regie geboden wordt aan jongeren van 12 tot en met 23 jaar die al meermaals door de politie zijn aangehouden als verdachte van een misdrijf, en bij wie bovendien meerdere zorgelijke signalen zichtbaar zijn. In 2019 zijn instroomcriteria op het gebied van drugs en geweld aan de Top600 toegevoegd, zodat integrale persoonsgerichte regie ook beschikbaar werd voor een verharde doelgroep die op dat vlak veel delicten pleegt, zich onaantastbaar waant en (wapen)geweld niet schuwt. De ontwrichtende effecten die de drugscriminaliteit op de samenleving heeft, zijn de afgelopen jaren steeds zichtbaarder geworden, niet in de laatste plaats in de meest kwetsbare wijken van de stad. In het tegengaan hiervan is integrale regie, zoals van de Top600 en Top400, waarbij ook oog is voor het gezin van de persoon en diens leefomgeving, een belangrijk instrument. Rijker verantwoorden Monitoring en analyse zijn vanaf de start onderdeel geweest: het AcVZ beschikt over een eigen team van analisten.

Jaarlijks wordt een effectmonitor opgesteld, met daarin inzetcijfers en effectmetingen op onderdelen. De komende

1 De kernpartners van het AcVZ zijn naast de gemeente Amsterdam (de directies Openbare Orde en Veiligheid (OOV), Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD), Werk, Participatie en Inkomen (WPI), de GGD en de stadsdelen) en de Amstellandgemeenten het Openbaar Ministerie, de politie, Reclassering Nederland, Reclassering Inforsa, Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming Regio Amsterdam, William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering. Ook de Dienst Justitiële Inrichtingen, de woningcorporaties en de GGZ-aanbieders worden tot de kernpartners gerekend. Zij leveren geen regisseurs maar zijn wel vertegenwoordigd in de Stuurgroep Veiligheid en Zorg. 2 O.a. De documentaire Mothers van N.Peled, Het verhaal van Top400-kinderen: “Hij stal alleen een colablikje’ (trouw.nl), Top400-aanpak is discriminerend (controlealtdelete.nl) 3 Commissie Algemene Zaken dd. 15 december 2022

4

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

periode maken we voor de verantwoording (monitoring) van de Top600 en Top400 aanpak gebruik van de methodiek ‘Rijker Verantwoorden’. Hierbij wordt kwantitatieve (inzet)informatie verrijkt met kwalitatieve informatie, zoals input van betrokken professionals, personen in regie en hun ouders. Deze onderdelen worden aangevuld met beschrijvingen van projecten en/of nieuw ingerichte samenwerkingsprocessen. Met dit totaalpakket willen we vanaf 2023 jaarlijks een beeld geven van wat goed gaat en welke dingen beter kunnen. Dit zodat we de meerwaarde van de aanpak nog beter in beeld kunnen brengen. Ambities • Om goed te kunnen blijven inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen en de opbrengsten blijvend te vergroten, zet de aanpak de komende jaren in op een aantal bestaande en nieuwe ambities, zoals: • We zetten het context- en gebiedsgericht werken door en bouwen dit uit (ook in verbinding met de Masterplannen Zuidoost en Nieuw-West en de Aanpak Noord, en de Bestuursopdracht Jeugd en Veiligheid uit het Amsterdamse coalitieakkoord). Dat wil zeggen dat we onze expertise en netwerk en een deel van de tijd van onze regisseurs beschikbaar stellen aan partijen in het veld. Dit doen we zowel preventief gericht op risicojongeren als meer repressief ten behoeve van jongeren/jongvolwassenen in criminele groepen/netwerken (die niet voldoen aan de instroomcriteria van de Top600 of Top400).

• De inzet van Top400-regisseurs ter ondersteuning van scholen bij ernstige schoolveiligheidsproblematiek (in de vorm van het Operationeel Team Schoolveiligheid, verder: OTSV) wordt voortgezet en uitgebouwd. • We vergroten onze rol bij het tegengaan van de drugs- en wapenproblematiek in de regio, o.a. door de start van een pilot van een jaar (per mei 2023) met een tijdelijke uitbreiding van de instroomcriteria van de Top400 met ‘bezit en handel wapens’, extra inzet op personen die doorgroeien in de drugscriminaliteit en het trainen van regisseurs in het herkennen van criminele uitbuiting.

• We verstevigen de samenwerking met ouders o.a. door de informatievoorziening aan ouders te verbeteren (via ouderbijeenkomsten, instroombrief, website en een voorlichtingsfilmpje) en het perspectief van ouders een grotere plek in reflectie rond de aanpak te geven, bijvoorbeeld in onze jaarlijkse monitoringsrapportage. • De afgelopen jaren heeft de verharding van de doelgroep grote invloed gehad op de manier waarop regisseurs hun werk kunnen doen. De aanpak blijft regisseurs dan ook ondersteunen met maatregelen gericht op de veiligheid van de betrokken professionals. • Vanuit het AcVZ-programma Detentie en Terugkeer (D&T) wordt de komende periode onverminderd ingezet op impact en motivatie tot gedragsverandering en het verbeteren van het toekomstperspectief tijdens detentie bij de Top600 en Top400-personen. Hierbij ligt de focus de komende jaren ook op het doorbreken van criminaliteit tijdens detentie. Onderzocht wordt of aanpassing van huidige interventies nodig is of dat er nieuwe interventies nodig zijn. • Ook na detentie blijft het verbeteren van het toekomstperspectief van belang. Reintegratie van de personen in de aanpak na detentie maakt hier onderdeel vanuit. Vanwege de zwaardere problematiek bij de personen in de aanpak, worden de mogelijkheden verkend om binnen de aanpak op dit vlak nog meer maatwerk te leveren.

Bijvoorbeeld of starten met een paar uur werken per week en dit geleidelijk uit te bouwen indien de stap naar een 20/30-urige werkweek te groot is. • We onderzoeken de komende periode in hoeverre de personen in onze aanpak betrokken zijn bij gedigitaliseerde criminaliteit zoals bijvoorbeeld online oplichting, online ronselen of online afpersing. Vervolgens wordt bekeken wat dit vraagt aan eventuele andere of extra maatregelen. • Essentieel onderdeel van de aanpak is om zicht te krijgen op de zorgbehoefte van de personen in regie. Met de partners wordt bekeken op welke manier het aandeel GGD gescreende personen weer kan worden verhoogd en wat hier in het proces voor nodig is. Daarnaast worden de komende jaren de inzichten van Trauma Informed Care geborgd in de aanpak.

5

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

• We versterken de aandacht voor huiselijk geweld door vanuit de aanpak beter aan te sluiten op de Multidisciplinaire Aanpak voor multiprobleem gezinnen (MDA++) en Blijvend veilig, een geïntegreerde werkwijze met als doel lichamelijke en emotionele onveiligheid blijvend te stoppen. • De kennis en het bewustzijn van de regisseurs op het thema Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (verder: SISG) wordt samen met het programma SISG van het AcVZ vergroot zodat SISG-problematiek (eerder) wordt gesignaleerd en regisseurs ook weten welke deskundigen zij hierbij moeten betrekken. Uitdagingen Tegelijkertijd worden de aanpakken geconfronteerd met verschillende grote uitdagingen. Dit onder meer vanwege de tekorten in tal van maatschappelijke sectoren. Hiervoor blijven we aandacht vragen en waar nodig en mogelijk zetten we, samen met partners, juist een stap extra om succesvol te kunnen blijven in onze aanpak en oplossingen te vinden om de knelpunten het hoofd te bieden. Zoals: • Het grote tekort aan passende verblijfplekken voor de doelgroep en de wachtlijsten in de zorg zijn van grote invloed op de aanpak. We gaan in gesprek met bij (woon) zorg betrokken partnerorganisaties om te onderzoeken of het mogelijk is om op dit vlak bijzondere afspraken te maken voor de personen in onze aanpak.

Ook wordt de komende periode verkend of er nog aanvullende woonmogelijkheden te creëren zijn buiten de bestaande voorzieningen. • De beperkte opsporingscapaciteit bij politie zorgt er o.a. voor dat het moeilijker kan zijn om een volledig beeld te krijgen van de criminele activiteiten van de personen op de lijst. Dit leidt er toe dat minder consequent kan worden gereageerd op strafbare feiten en personen zich onaantastbaar kunnen wanen. De politiecapaciteit, ook voor de regisseurs vanuit de politie en interventieplegers, blijft dan ook de komende periode een belangrijk aandachtspunt.

• Bij personen in de aanpak speelt armoede een toenemend grote rol, zo geven regisseurs steeds vaker aan. Mogelijk onder invloed van inflatie en stijgende kosten voor levensonderhoud. Onze doelgroepen zijn vatbaar voor de verleiding van snel geld en dus zien we dit als een risico op terugval of volharding in delinquent gedrag. De directie Werk, Participatie en Inkomen blijft hier met haar specifieke expertise over het financieel stabiliseren van onze doelgroep op inzetten. We besteden daarnaast aandacht aan het thema armoede in o.a. de Vakontwikkeling en hebben een beperkt budget om kleine aanvragen die noodzakelijk zijn in het kader van het plan van aanpak te vergoeden. • Actuele landelijke ontwikkelingen bij Dienst Justitiële Inrichtingen (verder: DJI) maar ook de verzwaring van de doelgroep, maken dat het regionaal plaatsen van gedetineerden de komende periode naar verwachting een (grotere) uitdaging wordt. In de eigen regio plaatsen van gedetineerde Top600 en Top400 personen heeft om verschillende redenen de voorkeur. Hiertoe voeren het programma Detentie en Terugkeer gesprekken met DJI met als doel de plaatsingsafspraken voor de aanpakken te handhaven. • Een deel van de Top600 en Top400 personen zit al sinds het begin in de aanpak op de lijst. Het betreft een groep van ongeveer veertig personen die hardnekkig volharden in het plegen van delicten.

Ook staat een klein aantal personen op de lijst die als ongewenst vreemdeling niet legaal mogen werken of geen gebruik kunnen maken van sociale voorzieningen, maar ook niet uitgezet (kunnen) worden. Daarnaast is de afgelopen tijd het aantal langdurig gedetineerden en TBS-ers op de lijst toegenomen. De partners maken afspraken met elkaar over hoe om te gaan met deze groepen met weinig uitzicht op perspectiefverbetering.

6

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

Inleiding

In 2011 startte de Aanpak Top600 vanuit het gezamenlijk besef dat samenwerking logisch klinkt, maar in de praktijk toch niet vanzelfsprekend is. De netwerkpartners uit de werelden van veiligheid, zorg en sociaal domein zagen in dat voor de meest complexe doelgroep plegers van impactvolle delicten een intensieve samenwerking en een gezamenlijk plan van aanpak nodig is, los van ieders afzonderlijke wettelijke taak. Anno 2023 wordt dit besef nog altijd breed gedragen. In 2015 startte vervolgens de Top400, gericht op jongeren over wie zorgen bestaan dat zij zonder ingrijpen afglijden in criminaliteit. Op allerlei vlakken zijn deze aanpakken de afgelopen jaren verder ontwikkeld en geprofessionaliseerd. De netwerkpartners in het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) zijn trots op de intensieve integrale persoonsgerichte aanpak in de regio Amsterdam-Amstelland die we nu met elkaar uitvoeren. En ook de komende jaren gaan we door. In dit Meerjarenplan over de periode 20232026 zetten we uiteen op welke wijze deze aanpakken ook de komende jaren bijdragen aan het tegengaan van criminaliteit in de regio Amsterdam-Amstelland en het verbeteren van het perspectief van de personen in de aanpak. Het integraal regie voeren op de meest complexe problematiek op het snijvlak van veiligheid en zorg is de kern van het werk dat we als AcVZ doen.

Die regie kan gaan over personen (plegers van zware delicten, maar ook ernstige overlastplegers of slachtoffers van herhaald seksueel geweld), gebieden (denk aan een wijk met veel jeugdoverlast, of een gebied waar een crimineel netwerk veel negatieve invloed heeft) of thema’s (denk aan wapenbezit onder jongeren, online straatcultuur of drillrap als opkomend fenomeen). De kennis die we opdoen met regievoeren vloeit bovendien de gebieden in, doordat we onze expertise en ons netwerk beschikbaar stellen aan partijen in het veld. Dat kunnen wijkteams zijn, of scholen, maar ook jongerenpunten van WPI of de stadsdeelteams

4 Raadscommissie Algemene Zaken dd. 15 december 2022

Jeugd en Veiligheid. Rond een bepaalde opgave kunnen we expertise toevoegen en innovatieve projecten ontwikkelen. De Top600 en Top400 dragen zo heel direct bij aan het integraal en gebiedsgericht werken aan complexe opgaven in de regio Amsterdam-Amstelland. Inhoud van dit plan In hoofdstuk 1 schetsen we het actuele beeld van de aanpak en een aantal ontwikkelingen binnen de doelgroep die van invloed zijn op ons werk. In het tweede hoofdstuk gaan we in op ontwikkelingen in de organisatie van de aanpak Top600 en Top400. Hoofdstuk 3 beschrijft onze ambities voor de komende tijd, ook in relatie tot verwante programma’s zoals Weerbaar Amsterdam/Drugscriminaliteit, de aanpak van wapenbezit en wapengeweld, het programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (SISG) en de Aanpak Schoolveiligheid. Belangrijke ontwikkelingen in de gezamenlijke aanpak van criminaliteit door de netwerkpartners als het context- en gebiedsgericht werken, ook in relatie tot de Masterplannen Zuidoost en Nieuw-West en de Aanpak Noord, komen daarbij aan de orde. In hoofdstuk 4 ten slotte laten we de uitdagingen zien die we bij het uitvoeren van onze ambities verwachten tegen te komen en hoe we daarmee omgaan. In bijlage 1 wordt een toelichting gegeven op de achtergrond van de aanpak, de werkwijze en de kenmerken van Top600 en Top400 personen.

In de infographics (bijlage 2) zijn kerngetallen van de aanpak Top600 en Top400 te vinden, waaronder ter illustratie de geregistreerde criminaliteit van de personen in de aanpak over de periode juli 2021-juli 2022 die een indicatie geven van de (geregistreerde) prevalentie binnen de doelgroep. Dit plan is met input van alle kernpartners tot stand gekomen. Ook zijn de kritische reflecties die eind 2022 zijn gegeven op de Top400 (o.a. in de media en tijdens een debat in de Amsterdamse gemeenteraad)4 benut in dit plan.

7

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

1. Actueel beeld en invloedrijke ontwikkelingen

We zien bij de uitvoering van de aanpakken drie belangrijke ontwikkelingen die van invloed zijn op ons werk, ook de komende jaren. High Impact Crime blijft actueel maar neemt af terwijl drugscriminaliteit toeneemt, onze doelgroepen verharden en gebruik van geweld lijkt te normaliseren.

1.1 High Impact Crime en de toenemende drugscriminaliteit De Top6oo is in 2011 van start gegaan met als doel de toename van het aantal HIC-delicten5 tegen te gaan. En dat is nog steeds ons doel, want ondanks dat het aantal gepleegde HIC-delicten de afgelopen jaren afneemt, is elk HIC-delict er één te veel.6 Deze delicten veroorzaken naast materiële ook financiële en/ of psychologische schade, omdat ze zich in de directe leefomgeving van mensen voordoen. Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum (WODC) laat zien dat daders die op minderjarige leeftijd starten met een high impact crime-delict een vergrote kans hebben op een langdurige en ernstige criminele carrière.7 Door vroegsignalering en het aanpakken van risicofactoren die zich in de kindertijd opstapelen en die de kans op crimineel gedrag vergroten (zoals gezinsproblematiek, middelengebruik en agressief gedrag) kan een criminele carrière wellicht voorkomen worden, aldus de onderzoekers. De bestrijding van HIC-delicten en het daarbij zo vroegtijdig mogelijk ingrijpen blijft daarom ook de komende jaren een prioriteit van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland zoals beschreven in het Regionale Veiligheidsplan 2023-2026 (RVP). Om deze redenen blijft het van belang ons ook vanuit de Top600 en

Top400 onverminderd te blijven richten op het tegengaan van HIC-delicten. De ontwrichtende effecten die de drugseconomie op de samenleving heeft, zijn de afgelopen jaren steeds zichtbaarder geworden, niet in de laatste plaats in de meest kwetsbare wijken. De Amsterdamse driehoek signaleerde in 2021 de sterke toename van de drugscriminaliteit. Haar conclusie dat Amsterdam een centrum voor de internationale cocaïnehandel is geworden laat zien hoe verstrekkend de problematiek inmiddels is.8 In het programma van het Amsterdamse college van B&W, het Amsterdams Akkoord staat hierover te lezen: “De cocaïnehandel in Amsterdam leidt tot ernstige schietincidenten, aanslagen op mensen en gebouwen, witwaspraktijken en underground banking. Deze door geweld en geld gedreven industrie heeft een aanzuigende werking op kwetsbare jongeren in de buitenwijken van de stad en zorgt voor ernstige maatschappelijke ontwrichting”.9 In het Amsterdams Akkoord staan de Top600 en Top400 benoemd als belangrijke instrumenten. Ook buiten de grote stad, in de kleinere Amstellandgemeenten en in rurale gebieden, is veel gelegenheid voor misdaad. De regio rondom Amsterdam is daardoor aantrekkelijk voor criminelen.10 De partners in de regio maken zich dan ook grote zorgen over deze ontwikkeling.

Als mensen meegezogen worden in de drugscriminaliteit heeft dat verstrekkende gevolgen voor henzelf en voor hun gezinsleden, zoals (jongere) broertjes en zusjes. Ook binnen de kwetsbare wijken waar zij vaak vandaan komen, zien we de gevolgen. Door de toevoeging in 2019 van instroomcriteria op het gebied van

5 Hier wordt onder verstaan: overvallen, straatroven, woninginbraken, zware mishandeling, openlijke geweldpleging en moord/doodslag. 6 Ongeveer een vijfde van de geregisterde delicten bij Top600- en Top400- personen uit de periode juli 2021 - juli 2022 betrof een HIC-delict. Zie bijlage 2. 7 T. Piersma e.a., WODC (2021) Criminele carrières van daders van high impact crimes 8 Driehoek tegen drugscriminaliteit,2021, p.6 9 Amsterdams akkoord, 2022, p.35 10 Wie de jeugd heeft, drugshandel en schoolgaande jeugd in Uithoorn, Bureau Bervoets, 2022, p.35

8

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

drugs, geweld en wapens (de zogenaamde DG-criteria) aan de Top600, slagen we er beter in om de groep die deze delicten pleegt in de aanpak op te nemen.11 Dit met het doel om te voorkomen dat deze jongeren/ jongvolwassenen (verder) doorgroeien in de drugscriminaliteit. Recent onderzoek van de politie laat zien dat jongens, vaak uit arme gezinnen, soms al op zeer jonge leeftijd (tussen de 10 en 15 jaar oud) in aanraking komen met criminaliteit.12 Dat zien wij ook in onze doelgroep terug. Het gaat om jongens die opgroeien met instabiele gezinssituaties, veel op straat zijn en die vanwege hun kwetsbaarheid door criminelen makkelijk geronseld, afgeperst en uitgebuit kunnen worden. Volgens ander onderzoek is de vraag naar verdovende middelen zo groot en het verdienmodel dat daarbij hoort zo omvangrijk dat het financiële verhoudingen corrumpeert en sociale verhoudingen in de stad ontwricht, hetgeen vooral mensen met een lagere sociaaleconomische status treft.13 Integraal, context- en gebiedsgericht regie voeren vanuit de Top600 en Top400 is hier van belang. Vanuit de Top600 en Top400 richten we ons immers niet alleen op de persoon in regie, maar hebben we ook oog voor diens gezin, de groep of het netwerk waar deze in verkeert en de leefomgeving waar de problematiek zich afspeelt.

1.2 Verharding, wapenproblematiek en gewaande onaantastbaarheid Gevoelens van onveiligheid in de maatschappij worden vergroot door het soms brute geweld dat, niet zelden op klaarlichte dag, gepaard gaat met drugshandel. Wapenbezit en wapen-incidenten zijn een probleem in de stad.14 Wapenproblematiek speelt zeker ook binnen

de Top60o en Top400.15 Bij de personen in aanpak zien we de laatste jaren een verharding optreden. Deze verharding brengt grotere risico’s mee voor de veiligheid van regisseurs en andere betrokken professionals in de aanpak, en leidt er ook toe dat professionals een hoge werkdruk ervaren. Hier is binnen de aanpak (ook binnen detentie) de afgelopen jaren veel aandacht aan besteed, onder andere in de Vakontwikkeling16 van het AcVZ en door het vergroten van het bewustzijn bij betrokkenen over dit thema. We zien verder steeds vaker regiepersonen in het criminele milieu die moeilijk ‘grijpbaar’ zijn. Ze houden contact met de overheid af of werken net genoeg mee, maar bewegen zich onder de radar en dit maakt het lastig om interventies (naast recherche onderzoek) op hen in te zetten om tot gedragsverandering te komen. We willen de gewaande onaantastbaarheid doorbreken. Ook in de verwachting dat deze personen, wanneer voor de omgeving duidelijk is dat ze in beeld zijn, minder aantrekkelijk zijn voor verdere criminele activiteiten binnen de georganiseerde misdaad. Ook binnen de lichtere Top400-aanpak hebben we de afgelopen jaren een verharding gezien; jongeren lijken de laatste jaren steeds jonger heftige delicten te plegen17, soms lijken deze zelfs ‘uit het niets’ te komen. Daarom besteden we ook binnen de Top400 veel aandacht aan dit fenomeen.

Ook verkennen we hoe we het beste kunnen aansluiten bij het initiatief Straatkracht van de jeugdreclassering (WSS en JBRA) om gezamenlijk de aanpak van jongeren die zich met zware criminaliteit bezighouden te verbeteren.

11 Voor een indicatie van de (geregistreerde) prevalentie binnen de doelgroep: de Top600 is in de periode juli 2021 – juli 2022 43x voor drugsbezit/-handel geregistreerd door de politie. Zie bijlage 2. 12 Dealers in de dop. Een kwalitatief onderzoek naar jonge aanwas in de drugscriminaliteit, 2021, Politie Amsterdam en Midden-Nederland, p. 36 13 Tops en Tromp, Amsterdam. Een verkenning van drugsgerelateerde criminaliteit,2019, p.54 14 Gemeente Amsterdam, Raadsbrief Wapenaanpak d.d. 27 mei 2021. En recent onderzoek: https://vlaamsvredesinstituut. eu/wp-content/uploads/2022/10/TARGET-7CountryReports-FPI-def.pdf 15 Voor een indicatie van de (geregistreerde) prevalentie binnen de doelgroep: In de periode juli 2021 – juli 2022 is 36 keer een Top600-persoon als verdachte door de politie geregistreerd voor wapenbezit/-handel, binnen de Top400 is dat 16 keer. Deze delicten behoren hiermee tot de Top10-misdrijven uit deze periode. Zie bijlage 2. 16 De Vakontwikkeling is de naam van het opleidingsprogramma voor alle regisseurs die werken binnen de programma’s van het AcVZ. Binnen de Vakontwikkeling wordt ingezet op het vergroten van vakmanschap, kennis en competenties. 17 Monitor Jeugdcriminaliteit 2020, CBS

9

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

1.3 Online straatcultuur als katalysator van geweld Ook ten aanzien van andere fenomenen wordt de normalisering van geweld steeds zichtbaarder in de casuïstiek waar onze regisseurs mee te maken hebben. Zo zien we de afgelopen jaren steeds vaker dat gewelddadige conflicten tussen (jeugd)groepen onder invloed van sociale media onderdeel zijn geworden van de straatcultuur in Amsterdam. Sommigen groepen en/of leden van (criminele) (drill)rapgroepen mengen zich in dit geweld.18 De politie beschrijft in Trendbeeld 2021 dat drillrappers veelal zeer jonge rappers zijn (tot een jaar of 20 en behorend tot een groep en loyaal aan een bepaalde buurt) die zich veelvuldig op sociale media manifesteren en opvallen door het tonen van (nep)wapens en het gebruik van gezicht bedekkende kleding in hun videoclips. We zien ook in de Top600 en Top400 de laatste jaren meer jongeren met een link met rivaliserende (rap)groepen. Ook zien we steeds meer dat een deel van de criminaliteit gepleegd door personen uit de Top600 en Top400 zich online afspeelt, onder andere op het gebied van ronselen, uitbuiting en afpersing19.

18 J. de Jong, Favourite Rappers or Favourite Cappers? An online semiotic field study on Amsterdam drill production and consumption. (uu.nl) 19 Het CBS meldt ook dat steeds minder Nederlanders aangeven dat zij slachtoffer zijn geweest van traditionele vormen van criminaliteit zoals inbraak, diefstal, geweld en vernieling. De politie registreerde ook minder van deze misdrijven. Meer mensen daarentegen zijn slachtoffer geworden van online criminaliteit, CBS Veiligheidsmonitor 2021

10

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

11

2. Ontwikkelingen in de organisatie van de aanpak

2.1 In- en uitstroom De Top600 en Top400 kennen harde – objectieve - criteria voor in- en uitstroom uit de aanpak.20 Deze criteria en de afspraken over informatie-uitwisseling tussen kernpartners zijn vastgelegd in het Algemeen Convenant van het AcVZ en de daaronder vallende gegevensregelingen voor de Top600 en Top400. Door te werken met toetsbare criteria is navolgbaar en uitlegbaar dat over de personen die instromen persoonsgegevens tussen partners worden gedeeld. Twee keer per jaar worden de Top600en Top400-lijsten geactualiseerd en stromen de nieuwe personen die op dat moment voldoen aan de criteria in de aanpak in, en wie niet meer voldoet stroomt uit. Indien een Top600- of Top400-persoon uitstroomt uit de aanpak zorgt de regisseur dat de casus goed wordt overgedragen aan de ‘reguliere’ lijn. Het aantal personen in de aanpakken is de afgelopen jaren afgenomen. Dit heeft onder andere te maken met het al langer dalende aantal HIC-delicten, maar ook met de coronaperiode, waarin de politie minder aanhoudingen heeft verricht en er minder personen zijn veroordeeld. Hierdoor voldeden simpelweg minder mensen aan de objectieve criteria van de aanpak. En ook nu nog is het aantal geregistreerde HIC-delicten lager dan voor de coronacrisis.

Er zijn daarnaast signalen dat een deel van de criminaliteit die wordt gepleegd door onze potentiële doelgroep zich anders manifesteert (bijvoorbeeld online)21 of verplaatst (bijvoorbeeld naar het buitenland). Deze signalen worden de komende tijd nader onderzocht. Het is moeilijk te voorspellen hoe de instroom zich de komende jaren zal ontwikkelen. Ook omdat er nog steeds achterstanden bij Openbaar Ministerie en rechtbank moeten worden weggewerkt.

Om aan te blijven sluiten bij de ontwikkelingen in de maatschappij en in de doelgroep, onderzoeken we in overleg met de partners indien we daar aanleiding toe zien of de criteria aangescherpt kunnen worden. Hierbij wordt dan relevante wetenschappelijke literatuur betrokken. Zo werden de instroomcriteria van de Top600 in 2019 uitgebreid met drugs- en gewelddelicten (naast HIC-delicten). Binnen de Top400 start in mei 2023 een pilot voor de duur van een jaar (twee instroommomenten) waarbij bezit en handel in wapens aan de zorgcriteria wordt toegevoegd. De inzet van de partners is steeds gericht op het zo optimaal mogelijk gebruiken van de beschikbare capaciteit. Dat doen we ook door een deel van onze regie-capaciteit en expertise flexibel in te zetten voor het context- en gebiedsgericht werken en als onderdeel van de aanpak schoolveiligheid (zie 3.2).

2.2 Monitoring en evaluatie We vinden het belangrijk om de opbrengsten en meerwaarde van onze inspanningen goed in beeld te brengen en te verantwoorden. Tegelijkertijd is het niet eenvoudig om de opbrengsten in cijfers uit te drukken. Dat dilemma speelt binnen het hele sociaal- en jeugddomein en ook bij het in beeld brengen van beleidseffecten op het gebied van veiligheid.22 Binnen de aanpakken kennen we kwantitatieve en kwalitatieve monitoringsinstrumenten, waaronder de jaarlijkse monitor. Ten aanzien van doelstelling 1 (voorkomen van recidive) is te zien dat de recidive (uitgedrukt in gedagvaarde zaken en bij de Top400 ook politie-aanhoudingen) bij de meeste personen die op de lijst komen sterk daalt vanaf het eerste jaar na start van de regie, waarna deze structureel laag blijft. Ook is te zien dat het reci-

20 Zie verwijzing in bijlage 1 21 CBS Veiligheidsmonitor, 2021 22 Bijv.: https://www.nji.nl/monitoring/het-belang en https://www.nji.nl/monitoring/ hoe-omgaan-met-vastleggen-van-informatie#passend-bij-uitvoeringspraktijk

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

divepatroon niet voor alle personen op de lijst hetzelfde is. Een groep hardnekkige plegers (die sinds de start op de Top600-lijst staat) laat bijvoorbeeld een ander patroon zien; met een minder sterke daling in het eerste regiejaar, maar elk regiejaar wel een verdere daling van de recidive.23 Deze resultaten zijn consistent wanneer we de verschillende jaarmonitoren naast elkaar leggen. In 2021 is een analyse van de meerjarige recidivecijfers, met daarbij de essentiële nuanceringen en context in een brief aan de Amsterdamse gemeenteraad uiteengezet.24 Deze cijfers geven echter maar een beperkt beeld en zijn moeilijk te duiden, o.a. vanwege het ontbreken van een goed vergelijkbare controlegroep maar ook vanwege de verschillende omstandigheden die van invloed kunnen zijn op deze cijfers25. Ten aanzien van doelstellingen 2 en 3 (het verbeteren van het toekomstperspectief en de zorg voor broertjes en zusjes) zijn afgelopen jaren diverse resultaten en inzetcijfers in beeld gebracht. Zo wordt bijvoorbeeld de inspanning op verschillende leefgebieden gemonitord (zowel in detentie als daarbuiten) met de zogenaamde Zelfredzaamheid-Matrix.

In de periode 2017 tot en met 2020 is elk jaar op alle leefgebieden (zorg, schulden, dagbesteding, huisvesting, werk en inkomen en ID-bewijs) een vooruitgang te zien op de situatie direct na detentie in vergelijking met de situatie voorafgaand aan detentie.26 Daarnaast wordt bijvoorbeeld gekeken naar het aandeel positief of negatief afgesloten reclasseringstoezichten of begeleidingstrajecten van WPI, het aandeel door de GGD gescreende personen of het percentage strafzaken waarin bijzondere voorwaarden zijn opgelegd (als belangrijke stok achter de deur bij het plan van aanpak).

zijn en welke elementen volgens hen aandacht vragen voor de toekomst. Tevens hebben we in 2021 het kader van het 10-jarig bestaan van de Top600 een magazine en korte film voor professionals uitgebracht met interviews met betrokken medewerkers, personen in de aanpak en ouders. Deze producten geven een beeld van hoe de meerwaarde van de aanpak door betrokkenen wordt gezien. Verschillende wetenschappers pleiten ook voor de toepassing van ‘mixed methods’: de combinatie van kwantitatieve analyses en kwalitatieve bevindingen27. Hier willen we ons de komende tijd dan ook op richten. Hierbij maken we gebruik van de methodiek ‘Rijker Verantwoorden’. Partners bepalen daarbij in gezamenlijkheid voor alle ambities de doelstellingen en indicatoren om te weten wanneer deze doelstellingen zijn behaald. In de verantwoording van de aanpakken zal in de komende periode gebruik worden gemaakt van kwantitatieve (inzet) informatie aangevuld met meer kwalitatieve informatie, zoals input van betrokken professionals en van de ouders van personen in regie. Daarnaast ontwikkelen we een werkwijze om ervaringen op te kunnen halen bij de personen in de aanpak zelf. Deze onderdelen in de monitoring worden aangevuld met beschrijvingen van projecten en/of nieuw ingerichte samenwerkingsprocessen. Met dit totaalpakket willen we jaarlijks een beeld geven van wat goed gaat en welke dingen beter kunnen.

Dit zodat we de meerwaarde van de aanpak nog beter in beeld kunnen brengen.

Om de cijfers meer context te geven en verder inzicht in eventuele verbeterpunten van onze aanpakken te vergroten, zijn we in de laatste monitor door middel van interviews met regisseurs nagegaan welke resultaten zij zien op de doelstellingen, wat succesfactoren hierin

23 24 25 26 27

Laatst verschenen monitoren betreft: Top600 in Beeld (2020) en Top400 in Beeld (2020), beiden gepubliceerd in 2021 Raadsbrief Meerjarige resultaten Top600 en Top400, 18 november 2021 Het WODC doet op dit moment een poging om een vergelijkend onderzoek te doen. Magazine Met zorg aangepakt, tien jaar Top600, 2021 https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2022-05/De-toegevoegde-waarde-van-kwalitatief-onderzoek.pdf

12

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

3. Ambities

Binnen de aanpak hebben we oog voor maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op ons werk (zie hoofdstuk 1) en zijn we continu in beweging om hier op de juiste manier op in te spelen. Naast de vaste doelstellingen van de aanpak (terugdringen recidive, verbeteren toekomstperspectief en zorg voor broertjes en zusjes) zetten we de komende jaren in op de volgende ambities.

3.1 Meer context- en gebiedsgericht werken In de periode 2023-2026 richten we de aanpakken nog sterker op wat er in de wijken nodig is. Er zijn al nauwe verbindingen met de stadsdelen, bijvoorbeeld door de verbindingsfunctionarissen veiligheid en zorg die de stadsdelen vertegenwoordigen in het AcVZ. En doordat projectleiders Jeugd & Veiligheid van de stadsdelen deelnemen aan de Vakontwikkeling voor de Top600 en Top400 regisseurs. Dit kan nog verder worden versterkt. Deze ontwikkeling sluit ook aan bij de ambitie van het Amsterdamse college om in de Masterplannen Zuidoost en Nieuw-West en de Aanpak Noord context- en gebiedsgericht te werken, en waar nodig zelfs ongelijk te investeren in de meest kwetsbare wijken van de stad. Een Bestuursopdracht om de gemeentelijke inzet op risicojeugd beter te organiseren is in ontwikkeling. Daarbij aansluitend zien wij mogelijkheden om (een deel van) onze regie-capaciteit en expertise de komende jaren nog meer contextgericht en gebiedsgericht in te zetten. Dus behalve voor de personen in regie oog te hebben voor de groep, het netwerk of wijk waar zij in verkeren en de context waarbinnen de problematiek zich afspeelt.28 Dat doen de regisseurs onder meer door hun ervaring met een complexe (forensische) doelgroep, expertise, kennis en integrale blik als ook hun netwerk

met stadsdelen en betrokken professionals te delen, en op die manier de lokale netwerken te versterken. We willen dat enerzijds preventief doen en anderzijds ter vermindering van recidive en negatieve impact in de wijk. Context- en gebiedsgericht werken: preventief Onze regie-expertise willen we meer preventief aanwenden in de stadsdelen bij (groepen) risicojongeren die in een kwetsbare situatie verkeren en meerdere risico’s lopen (zowel om slachtoffer als dader te worden), al dan niet met een forensische geschiedenis. Zowel de stadsdelen als het AcVZ signaleren namelijk dat deze groep jongeren niet of onvoldoende (effectief) wordt bereikt met het huidige aanbod. De doel is voorkomen dat jongeren in de criminaliteit raken of te zorgen dat jongeren er zo snel mogelijk uitkomen (en er niet in terugkeren). Het gaat hier dus niet om persoonsgerichte regie. Vanuit de Top400 is de afgelopen periode een aantal regisseurs al meer preventief en wijkgericht ingezet in de stadsdelen Noord, NieuwWest en Oost, o.a. bij de aanpak van overlastgevende groepen. Deze eerste ervaringen met het anders benutten van regiecapaciteit zijn positief en deze manier van werken wordt de komende jaren vast onderdeel van de aanpak.

Daarnaast verkennen we de komende periode of aansluiting van regisseurs bij het casusoverleg van het Ouder- en Kindteam (OKT) en buurtteam, waar op basis van de Amsterdamse Maatwerkmethode29 wordt gewerkt, van meerwaarde is. We bekijken welke plek deze methode binnen de aanpakken zou kunnen krijgen. De inzet van regisseurs bij scholen met veiligheidsproblematiek (zie 3.2) is eveneens een voorbeeld van het preventieve en gebiedsgericht werken door de regisseurs.

28 De meeste Top600- en Top400-personen staan ingeschreven op een adres in Zuidoost en Nieuw-West. Zij komen voornamelijk met de politie in aanraking in stadsdelen Centrum, Nieuw-West, Zuidoost en Oost. Uit: Top600 in Beeld (2020) en Top400 in Beeld (2020), beiden gepubliceerd in 2021. 29 Alle partners in het sociaal domein gaan komend jaar werken volgens de Amsterdamse Maatwerk Methode (AMM). Het perspectief van de Amsterdammer staat in deze methode centraal.

13

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

Context- en gebiedsgericht werken: ter vermindering van recidive Daarnaast willen we onze regie-expertise ten behoeve van jongeren of jongvolwassenen in criminele groepen of netwerken aanwenden. Het gaat hier vaak om groepen en netwerken waar ook personen in de Top600 en Top400 zitten. De inzet is daarbij gericht op het verminderen van recidive en het doorbreken van de negatieve impact in de wijk. Om dit goed te kunnen doen vergroten we de kennis van regisseurs met netwerkgerichte interventies. Onderzoek op initiatief van het programma Weerbaar Amsterdam/Drugscriminaliteit in de Wildemanbuurt (Nieuw-West)30 laat zien dat deze sociaal economisch kwetsbare wijk een voedingsbodem is voor een breed palet aan criminaliteitsvormen. Zo is er sprake van ernstige en hardnekkige jeugdproblematiek en van een doorgroeiproces waarbij jongeren al op jonge leeftijd in aanraking komen met (drugs)criminaliteit. Het onderzoek laat zien dat het allang niet meer gaat om individuele daders alleen; er bestaat een netwerk van 156 personen die ‘in context’ met elkaar criminaliteit plegen (of mogelijk maken) en die een gesloten wereld met elkaar in stand houden met een zeer negatieve invloed op de wijk. Van dit door Bureau Beke en de politie in kaart gebrachte netwerk zit ook een aantal personen in de Top600 en Top400.

De komende tijd zetten we een (beperkt) deel van de capaciteit van de Top600-regisseurs in bij groepen of netwerken die criminaliteit plegen, zoals in de Wildemanbuurt. Naast de persoonsgerichte regie op de personen in het netwerk die aan de instroomcriteria van de Top600 voldoen brengen de regisseurs hun expertise in over integraal samenwerken op het snijvlak van veiligheid en zorg. We onderzoeken de mogelijkheden om dit ook in Zuidoost, Noord en stadsdeel Centrum (aanpak van intimiderende straatdealcriminaliteit) te doen. Waar mogelijk en nodig kunnen we hierbij ook interventies in zetten vanuit de Top600 en Top400 of andere programma’s van het AcVZ.

detentie geen onderbreking maar voortzetting betekent van het werk van de regisseur.

3.2 Continueren en uitbouwen inzet regie-expertise op schoolveiligheidsproblematiek De afgelopen jaren waren Top400-regisseurs onder de noemer ‘Operationeel Team Schoolveiligheid’ (OTSV) actief op 26 Amsterdamse v(s)0-en mbo-scholen waarbij sprake is van ernstige veiligheidsproblematiek. De regisseurs ondersteunen scholen onder andere bij het versterken van het schoolveiligheidsplan, deskundigheidsbevordering en verbinding met lokale partners. Uit de evaluatie blijkt dat deze manier van werken aanslaat en dat de scholen er positief over zijn. Dit willen we de komende periode dan ook continueren en verder uitbouwen. Het OTSV bestaat uit ervaren Top400-regisseurs, die aanvullend zijn opgeleid tot schoolveiligheidsspecialist. Zij adviseren v(s)o- en mbo-scholen over de aanpak van ernstige veiligheidsproblematiek (o.a. wapenbezit, ronselen, drugshandel, ruzies online die snel escaleren en grensoverschrijdend gedrag). Dit vanuit hun expertise over forensische jeugdproblematiek en over integraal samenwerken op het snijvlak van veiligheid en zorg. Hiernaast heeft het OTSV als doel om structurele problemen in de samenwerking tussen onderwijs en netwerkpartners te signaleren, agenderen en aan te pakken. Zo ontwikkelen de mbo-scholen en reclasseringsorganisaties (jeugd en volwassen) onder begeleiding van het OTSV een gezamenlijke visie en werkwijze rond justitiële jeugd.

Deze inzet van regisseurs bij het ondersteunen van scholen willen we de komende jaren in nauwe samenwerking met de netwerkpartners continueren. We werken een voorstel uit om, in lijn met de doorontwikkeling van de stedelijke aanpak schoolveiligheid, de OTSV adviezen beter te borgen na afronding van het traject.

Indien personen uit dit netwerk in detentie zitten wordt ook vanuit DJI/JC Zaanstad en het programma Detentie en Terugkeer (verder: D&T) van het AcVZ hierop inzet geleverd zodat

30

Bureau Beke, Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken, 2021

14

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

3.3 Versterken inzet op broertjes en zusjes en de samenwerking met ouders Inzet op broertjes, zusjes en minderjarige kinderen Een van de drie doelstellingen van de Top600 en Top400 aanpak is het voorkomen van het afglijden van minderjarige broertjes en zusjes (en kinderen van de personen in regie zelf) in de criminaliteit. Vanuit de aanpak werken we outreachend om te voorkomen dat zij later mogelijk zelf in de problemen komen. Hiertoe zetten het Preventief Interventie Team (PIT) en de GGD, actief in op het in kaart brengen van de (benodigde) hulpverlening en het actief begeleiden van deze kinderen. Het doel is om binnen een korte tijd via een omgevingsanalyse vast te stellen of de kinderen zorg nodig hebben en (indien dit het geval is) hen te ondersteunen, toe te leiden naar hulpverlenende organisaties of – indien zorg al aanwezig maar ontoereikend – de bestaande zorg te coördineren. Deze kinderen komen niet zelf in de aanpak, tenzij zij aan de instroomcriteria voldoen. Het PIT richt zich op kinderen van 8-18 jaar. De GGD doet onderzoek, huisbezoeken en screeningen bij kinderen van 0-8 jaar. Daarnaast zijn JBRA en de WSS bij veel gezinnen betrokken en actief bij het begeleiden van broertjes en zusjes. De komende periode willen we deze inzet verder versterken samen met de GGD en het PIT o.a.

door in beeld te brengen wat de bemiddelingen zijn op het gebied van kindveiligheid en of hierin bemiddelingen ontbreken. Ook willen we beter in beeld hebben wat de gevolgen zijn van opgroeien in een criminele omgeving en hoe risico’s bij deze kinderen eerder gesignaleerd kunnen worden (vanuit de pedagogische visie). Daarnaast wordt onderzocht wat er nog aanvullend nodig is om patronen bij gezinnen waar onveiligheid structureel speelt, te doorbreken en wat dit vraagt in de samenwerking tussen partners die de kinderen vaak al in beeld hebben (o.a. Leerplicht, JBRA, WSS en Ouder Kind Team).

Versteviging van de samenwerking met ouders De samenwerking met ouders is een belangrijk onderdeel van de Top600 en Top400 aanpak, dat geldt des te meer als de jongere in de aanpak minderjarig is en/of nog thuis woont of als er nog andere minderjarige kinderen in het gezin zijn. Ouders hebben invloed op hun kind bij de keuze om te stoppen met criminaliteit blijkt ook uit onderzoek.31 Ouders worden dan ook betrokken bij het individuele plan van aanpak. Ook de komende periode werken we verder aan de versteviging van de samenwerking met de ouders. Daarbij geven we het perspectief van de ouders een grotere plek in de aanpak, bijvoorbeeld in de jaarlijkse monitoringsrapportage. We trekken hierin op met verschillende gemeentelijke programma’s en organisaties (zoals het PIT) en vragen hierin advies van organisaties die de belangen van ouders behartigen, bijvoorbeeld over de invulling van de informatiebijeenkomsten voor ouders met een kind in de aanpak. In deze bijeenkomsten wordt de aanpak toegelicht en luisteren we naar de ervaringen van de ouders, om daarmee de aanpak verder te kunnen verbeteren. We verkennen hierin ook de samenwerking met de Credible Messengers van ADAMAS, om de opkomst van ouders te vergroten.32 Uit de reacties van o.a. ouders naar aanleiding van voornoemde mediaberichtgeving eind 2022 is gebleken dat de naam Top400 als stigmatiserend kan worden ervaren.

Om die reden wordt met partners een nieuwe naam voor de aanpak Top400 en Top600 overwogen. Daarnaast investeren we meer in het uitleggen aan ouders hoe de aanpak werkt. Dit doen we via persoonlijk contact met de regisseur waarbij de regisseur uitleg geeft op basis van welke feiten en zorgen een persoon instroomt, maar ook via de gemeentelijke website, de instroombrief en ouderbijeenkomsten. Al deze onderdelen worden verder verbeterd met het perspectief van ouders voor ogen. Verder is een voorlichtingsfilmpje in de maak specifiek bedoeld voor ouders waarmee de aanpak wordt uitgelegd. De aanpak blijft onverminderd gericht op deze samenwerking. Met als doel

31 Weijers, I., Kansen bieden Kansen pakken, de aanpak van jonge veelplegers, 2022, p.91-102 32 ADAMAS is een Amsterdams netwerk van Credible Messengers. Een combinatie van ervaringsdeskundigen, criminologen, psychologen en andere professionals.

15

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

dat we ouders (beter) bereiken en betrekken. Hierbij realiseren we ons ook dat het onvermijdelijk is dat er ouders zijn die niet tevreden zijn met de aanpak. Vooral in de eerste periode na instroom. Dat komt soms door slechte ervaringen met instanties of gebrek aan kennis over de aanpak. En soms ook door de beperkte mate waarin we ouders kunnen betrekken in het geval van meerderjarige kinderen. In sommige gevallen hebben ouders helaas ook moeite om problemen te erkennen of hulp te aanvaarden of zijn zij niet altijd een positieve factor in de levens van deze jongeren.

3.4 Vergroten bijdrage bij tegengaan drugs- en wapencriminaliteit Pilot wapens en uitbreiding vakontwikkeling De Top600 en Top400 willen een nog grotere rol spelen in het tegengaan van de drugs- en wapenproblematiek in Amsterdam en in de regio en de effectiviteit van onze inzet daarop verder vergroten. Daarom werken we nauw samen met het programma Weerbaar Amsterdam/ Drugscriminaliteit. In zowel de Top600 als de Top400 stromen jongeren/jongvolwassenen in die drugs- en wapendelicten plegen of daarvan verdacht worden. Omdat we zien dat ook de groep van de Top400 op steeds jongere leeftijd in aanraking komt met wapens, is door de Stuurgroep Veiligheid en Zorg recent besloten tot de start van een pilot van een jaar met tijdelijke uitbreiding van de instroomcriteria van de Top400 met ‘bezit en handel wapens’. Hierdoor hebben we extra aandacht voor wapengeweld onder jongeren. Het bezit of gebruik van een wapen (vastgesteld door politie) wordt dan als een van de drie voor instroom vereiste zorgsignalen meegewogen. Door de dossiers van de jongeren die op basis van dit zorgcriterium instromen (naar verwachting in totaal circa 20) nader te analyseren, krijgen we een beter beeld van deze groep (kenmerken, risicofactoren etc.). Ook krijgen we op deze manier beter zicht op de benodigde interventies om wapenproblematiek tegen te gaan.

Dit doordat mogelijke interventies in beeld worden gebracht, waar nodig ontwikkeld en met de regisseurs worden uitgeprobeerd. Parallel wordt Top600-casuïstiek met wapenproblematiek geëvalueerd: wat heeft hierin wel of niet gewerkt. De lessen die

hierbij worden opgedaan kunnen door de wapenaanpak breder worden vertaald en ook buiten de aanpakken worden toegepast. Gelet op de aanzuigende werking van de drugseconomie op jongeren verkennen we of het wenselijk en gelegitimeerd is om met een uitbreiding van de Top400-criteria met drugsdelicten, een grotere groep jongeren te bereiken die drugsdelicten plegen, om zo te voorkomen dat zij hierin verder afglijden. Hierbij kijken we ook naar de geleerde lessen van de invoering van de Top600 drugs- en geweldcriteria en naar bevindingen uit de evaluatie van de aanpak Doorgroeiers in de drugscriminaliteit die begin 2023 wordt afgerond. De aanpak Doorgroeiers in de drugscriminaliteit is een integrale persoonsgerichte aanpak met als doel beter zicht krijgen op de kenmerken van personen die doorgroeien als ook zicht krijgen op de factoren die effect sorteren op het criminele gedrag. Dit is een pilot van twee jaar geweest die recent is geëvalueerd. Verder zorgen we er met de wapenaanpak voor dat regisseurs nog beter ondersteund worden in de omgang met wapenproblematiek bij personen die zij in regie hebben. In ieder geval door de uitbreiding van het opleidingsprogramma van de Vakontwikkeling voor de regisseurs met dit thema. Verder worden er kennissessies en een kennisplatform door de wapenaanpak georganiseerd.

Extra aandacht voor doorgroeiers in de drugscriminaliteit De samenwerkingspartners van de Top600 en Top400 hebben de ambitie om stevig in te zetten op het doorbreken van de ongrijpbaarheid en gewaande onaantastbaarheid van zogenoemde doorgroeiers die we in regie hebben. Hiermee willen we doorgroei in de drugscriminaliteit stoppen en de gewaande onaantastbaarheid doorbreken. Ook om het aanzien dat de persoon hiermee in zijn omgeving verkrijgt en de negatieve impact die dit in de wijk veroorzaakt te beperken. Om dit succesvol te kunnen doen, is meer inzet op likop-stuk (als fase in de aanpak) onontbeerlijk, bijvoorbeeld gericht op het doorbreken van het ‘bedrijfsmodel’ en op het afpakken van clandestien verkregen vermogen. Om dit te bereiken is in nauwe samenwerking met de aanpak Doorgroeiers een richtingwijzer ontwik-

16

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

keld waarmee de regisseurs met behulp van een set concrete interventies nog intensiever ondersteund kunnen worden in hun regie op deze doelgroep. Nauwe samenwerking met een groot aantal partners waaronder de Stichting Aanpak Overlast Amsterdam (SAOA), politie, Meldpunten Zorg- en Woonoverlast (MZWO), Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), de drie reclasseringsorganisaties (3RO) en het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) ligt aan de basis van deze manier van werken. Regisseurs kunnen de expertise die de afgelopen jaren opgedaan is binnen de aanpak Doorgroeiers blijven benutten. Daarnaast is bij onder toezicht gestelde personen in de Top600 en Top400 aanpak de afgelopen periode extra ingezet op intensief contact tussen 3RO en het OM over de voortgang en ontwikkelingen binnen een toezicht, waardoor een lik op stuk beleid de afgelopen tijd beduidend meer vorm heeft gekregen. Bekeken wordt of een OM-interventie-jurist op aanvraag kan aansluiten bij Top600 en Top400 casuïstiek overleggen, om mee te denken over strafrechtelijke interventies op het snijvlak van straf-zorg en de interne afstemming te faciliteren naar de (zaaks) officier van justitie. De likop-stuk inzet is een tijdelijke fase in de aanpak die veel zorgvuldigheid vraagt. Uiteraard wordt doorlopend door de partners besproken op welk moment weer kan worden ingezet op perspectiefverbetering.

Vergroten herkenning criminele uitbuiting en handelingsperspectief regisseurs Uit landelijk onderzoek, waaronder in Amsterdam, blijkt dat de problematiek van criminele uitbuiting van kwetsbare kinderen en jongeren veel groter is dan de officiële statistieken laten zien.33 Veel slachtoffers komen niet als zodanig in beeld bij de autoriteiten. Criminelen zouden bewust (zeer) kwetsbare kinderen en jongeren ronselen, omdat die makkelijk zijn uit te buiten. Het gaat dan bijvoorbeeld om verslaafde jongeren, of jongeren met een verstandelijke beperking. Ook binnen de Top600 en Top400 herkennen we steeds vaker criminele uitbuiting, bijvoorbeeld jongeren die gedwongen worden drugs te dealen of

explosieven te plaatsen omdat ze een schuld hebben uitstaan. Wel is het moeilijk om zicht te krijgen op criminele uitbuiting doordat het zich doorgaans buiten het zicht afspeelt en slachtoffers om verschillende redenen niet eenvoudig aangifte doen. Jongeren zijn niet graag bereid te snitchen. Bovendien zijn bij criminele uitbuiting slachtofferschap en daderschap vaak vermengd. Vermoedelijk blijven hierdoor veel slachtoffers buiten beeld, ook binnen onze aanpakken. Onze regisseurs worden vanaf 2023 getraind in het herkennen van signalen van criminele uitbuiting en leren waar zij vervolgens terecht kunnen om dit te melden, advies te vragen en hulp in te schakelen.

3.5 Tegengaan (ondermijnende) criminaliteit tijdens detentie Vanuit het programma D&T wordt de komende periode onverminderd ingezet op het hebben van impact bij Top600 en Top400 personen tijdens detentie. Dit betekent dat doorlopend aandacht is voor de samenwerking en verbinding tussen ‘binnen’ en ‘buiten’: de regisseur en de casemanager van de Penitentiaire Inrichting. Tijdens detentie worden interventies ingezet voor de personen in de aanpak om hen te motiveren om te werken aan gedragsverandering en het toekomstperspectief te verbeteren. Er is ondersteuning om hen bijvoorbeeld te helpen om schulden aan te pakken, toe te leiden naar werk, dagbesteding of zorg. Ook na detentie blijft het verbeteren van het toekomstperspectief van belang. Re-integratie van de personen in de aanpak na detentie maakt hier onderdeel vanuit. Vanwege de zwaardere problematiek bij onze doelgroep, worden de mogelijkheden verkend om binnen de aanpak op dit vlak nog meer maatwerk te leveren. Daar waar bijvoorbeeld de stap naar een 20/30-urige werkweek nog te groot is, wordt onderzocht of het mogelijk is te starten met een paar uur per week en dit geleidelijk uit te bouwen. Speciale focus vanuit het programma D&T ligt de komende jaren op het doorbreken van criminaliteit die gepleegd wordt tijdens detentie. Gemiddeld zit een derde van de Top600-

33 Centrum voor Kinderhandel en Mensenhandel, ‘Kijken met andere ogen: een landelijke verkenning naar criminele uitbuiting in dertien (middel) grote gemeenten in Nederland, 2022

17

Meerjarenplan Integrale persoonsgerichte aanpakken veelplegers en jongeren/ jongvolwassenen

personen en een vijfde van de Top400- personen in detentie.34 Het tegengaan van aansturing van criminele netwerken vanuit gevangenschap en het harder aanpakken van het verdienmodel door de jacht op crimineel geld te intensiveren, heeft dan ook onze aandacht. Vanuit DJI is ook meer aandacht voor de aanpak van ondermijning door gedetineerden en voor het bewaken van de veiligheid van personeel en gedetineerden in een kwetsbare positie. De komende periode wordt onderzocht of aanpassing van de huidige interventies nodig is of dat er nieuwe interventies nodig zijn om voortzetting van crimineel handelen tijdens detentie tegen te kunnen blijven gaan.

3.6 Aanhoudende aandacht voor veiligheid van professionals De afgelopen jaren heeft de verharding van de doelgroep grote invloed gehad op de manier waarop Top600- en Top400-regisseurs hun werk kunnen doen. Heftige (wapen)incidenten en de algehele verharding van de criminaliteit leiden bij veel van onze professionals tot een toename van gevoelens van onveiligheid en werkdruk. Onder andere op het gebied van bewustwording, training, registratie van incidenten en nazorg zijn de afgelopen periode maatregelen getroffen om onze regisseurs hierin te ondersteunen. Daarnaast zijn met o.a. politie en OM samenwerkingsafspraken gemaakt om de informatie-uitwisseling te verbeteren wanneer sprake is van een dreiging op het leven van personen in de aanpak, iets wat steeds vaker voorkomt. De politie heeft hiertoe met versteviging van de inzet van de regisseurs vanuit de politie verder geïnvesteerd in een goede informatie-uitwisseling binnen de aanpak. Hierdoor worden de regisseurs en andere betrokken professionals sneller geïnformeerd over signalen van levensdreiging en kunnen passende maatregelen genomen worden voor de eigen veiligheid. De mogelijkheden tot specialistische regievoering bij ‘hoogrisico’ casuïstiek worden de komende tijd nader onderzocht.

Het gaat hierbij om casuïstiek waarbij personen in regie en/of hun gezin doorlopend dreigend zijn naar de regisseur en/of andere professionals. Daarbij maken we gebruik van de ervaringen van partners zoals

34

Reclassering Nederland of Jeugdbescherming. We kijken hierbij onder andere naar de mogelijkheden om regisseurs nog beter te ondersteunen o.a. door het werken in teamverband en/of door professionals te betrekken die gespecialiseerd zijn in dit type casuïstiek.

3.7 Vergroten zicht op online leefwereld en online criminaliteit Het leven van onze doelgroep speelt zich voor een belangrijk deel online af. De straat lijkt de afgelopen jaren voor een deel te zijn verplaatst naar online. Het is moeilijk om zicht te krijgen op wat regiepersonen meemaken en doen in deze online leefwereld terwijl dit voor een effectieve aanpak wel van belang is, bijvoorbeeld in het geval van dreigende uitingen tussen rivaliserende groepen. Op dit moment is onduidelijk wat gemeenten wel en niet mogen in het online verzamelen van informatie. We volgen de ontwikkelingen naar de mogelijkheden voor het online gaan van ambtenaren om online geweldsescalatie vroegtijdig te herkennen en te voorkomen op de voet. Dit bijvoorbeeld in de pilot ‘zicht op online geweld’ in Zuidoost (vanuit het programma Weerbaar Amsterdam en stadsdeel Zuidoost), onderzoeken vanuit de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie & Veiligheid en de voorgenomen experimenten met online gebiedsverboden. Op dit moment hebben we nog beperkt zicht in hoeverre Top600 en Top400 personen zich met gedigitaliseerde criminaliteit en cybercrime bezighoudt. We onderzoeken de komende periode in hoeverre onze doelgroep betrokken is bij gedigitaliseerde criminaliteit zoals online oplichting, online ronselen, online afpersing of het versturen van frauduleuze e-mails en appjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12457567/1