Mail van Eva Rovers, directeur Bureau Burgerberaad, ten aanzien van het aanstaande Burgerberaad Groen Stad
Tekst van het document
Mail van Eva Rovers, directeur Bureau Burgerberaad, ten aanzien van het aanstaande Burgerberaad Groen Stad Op 19 maart vindt de raadsc\eommissievergadering Ruimtelijke Ordening plaats waar (waarschijnlijk) het voorgenomen Burgerberaad Groene Stad wordt besproken. Dit is de laatste kans om ervoor te zorgen dat dit burgerberaad geen schijnparticipatie wordt, wat nu helaas wel dreigt. Uit burgerberaden uit binnen- en buitenland blijkt dat twee zaken essentieel zijn om te zorgen dat een burgerberaad daadwerkelijk zeggenschap heeft en dus impact kan hebben:
1. timing: burgerberaden moeten niet vlak voor verkiezingen worden georganiseerd; 2. de opdrachtgever van het burgerberaad neemt verantwoordelijkheid voor de opvolging van de uitkomsten. Bij het Burgerberaad Groene Stad zijn beide voorwaarden niet geborgd: -
-
De laatste bijeenkomst van het burgerberaad vindt dit najaar plaats: in maart zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Om te zorgen dat er toch iets met de uitkomsten gebeurt, zou de huidige raad er op zijn minst dus een principebesluit over moeten nemen. Dat voorstel, wat eerder wel ter tafel lag, is echter verdwenen. Als er door de huidige raad geen principebesluit wordt genomen over de aanbevelingen vanuit het burgerberaad, betekent dat dat het volgende bestuur aan de slag moet met de uitkomsten van een burgerberaad dat door het vorige bestuur is ingesteld. De praktijk wijst uit dat dat nauwelijks gebeurt.
In de raadsbrief van wethouder Van Dantzig over het Burgerberaad Groene Stad wordt gesteld dat de uitkomsten van het burgerberaad gebruikt kunnen worden als input voor de verkiezingsprogramma's. Dat is om verschillende redenen een slechte zaak:
1. Een burgerberaad wordt georganiseerd op verzoek van de raad en/of het college; zij hebben een vraag waar ze de inbreng van inwoners bij nodig hebben. Zij zijn dus ook degenen die iets met de uitkomsten moeten doen, niet de afzonderlijke politieke partijen.
2. Voor de leden van het Burgerberaad is het allerminst motiverend om te lezen dat de aanbevelingen waar ze hard aan zullen werken, hooguit terecht komen in verkiezingsprogramma’s, zonder enige bedding in een bestuurlijk proces.
3. Er is geen enkele zekerheid dat politieke partijen in hun verkiezingsprogramma's iets zullen doen met de uitkomsten van het beraad - mede omdat de meeste verkiezingsprogramma's in het najaar al geschreven zijn. Bovendien is een verkiezingsprogramma geen opvolging te noemen: het is heel wat anders dan een bestuursakkoord van een nieuwe coalitie. En zelfs een nieuw coalitieakkoord is geen garantie dat er iets met de aanbevelingen wordt gedaan. Ik hoop van harte dat je deze bezwaren op 19 maart wilt inbrengen, zodat het Burgerberaad Groene Stad de inzet van gelote Amsterdammers op de juiste manier waardeert en borgt. Minimaal door middel van een principebesluit. Als aan de cruciale randvoorwaarden van timing en relevante opvolging niet wordt voldaan (randvoorwaarden die ook beschreven zijn door de OESO), adviseert Bureau Burgerberaad met klem om geen burgerberaad te organiseren. Het zal dan enkel leiden tot grote teleurstelling en wantrouwen ten opzichte van de Amsterdamse politiek en het instrument burgerberaad. Ook hier geldt: doe het goed of doe het niet.
Eva Rovers Inhoudelijk directeur Bureau Burgerberaad