LR_2400107_factsheet_leefbaarheid_V9.pdf
Tekst van het document
Wonen in Amsterdam 2023 Leefbaarheid Januari 2024
De gemeente Amsterdam en de Amsterdamse woningcorporaties volgen de ontwikkeling van de woningmarkt en de waardering die Amsterdammers geven aan hun woning en woonomgeving op de voet. Sinds 1995 wordt tweejaarlijks een groot enquêteonderzoek gedaan. Een belangrijke indicator voor de leefbaarheid van de woonomgeving is het rapportcijfer dat bewoners toekennen aan de algehele tevredenheid over de eigen buurt. Begin deze eeuw lag dit cijfer onder een 7,0. Tot 2017 nam deze buurtwaardering toe tot circa 7,5 en is sindsdien min of meer gestabiliseerd. In 2023 geven Amsterdammers gemiddeld een rapportcijfer 7,5. Wel is er ten opzichte van 2021 sprake van een (significante) afname van 0,1 rapportcijferpunt.
Als wordt ingezoomd op het niveau van wijken, blijkt dat geen één wijk een onvoldoende op buurttevredenheid scoort: 5,9 is het laagste rapportcijfer. Een belangrijke verandering is te zien in het Centrum. Hier wordt de leefbaarheid na een stijging in 2021, gewaardeerd op een 7,8, het cijfer dat ook in 2019 werd gegeven. Met name in Burgwallen-Oude Zijde is sprake van een daling van de leefbaarheid met betrekking tot vrijwel alle onderzochte indicatoren. Het nieuwe stadsgebied Weesp scoort hoog op alle leefbaarheidsindicatoren. Met name in de Bloemendalerpolder geven bewoners hoge rapportcijfers. Men is hier tevreden met de buurt, ervaart relatief weinig overlast en heeft hoge verwachtingen met betrekking tot de ontwikkeling van de buurt. In veel wijken in Nieuw-West staat de leefbaarheid juist onder druk. Dit geldt met name voor Geuzenveld, Slotermeer en Osdorp. Dit lijkt moeilijk te keren. Zo waarderen bewoners van Osdorp veel leefbaarheidsaspecten van de buurt al langere tijd relatief laag. Maar waar dit twee jaar geleden al het geval was in De Punt en Osdorp-Oost, behoort nu ook Osdorp-Midden tot de slechts scorende wijken van de stad. Bewoners schatten de toekomstige ontwikkeling van de eigen buurt hier ook minder positief in dan in 2021. Een andere ontwikkeling die in het oog springt, is de ervaren overlast door vervuiling.
De afgelopen twee metingen (2019 en 2021) nam de overlast toe. Maar in 2023 is de ervaren overlast in 28 wijken afgenomen. Wel scoren er nog steeds veel wijken onvoldoende. In 35 wijken geven bewoners een cijfer lager dan een 5,5. Sinds 2001 worden in het tweejaarlijkse onderzoek ‘Wonen in Amsterdam’ (WiA) leefbaarheidsvragen opgenomen. Het onderzoek wordt sinds 2013 ook voor de Metropool Regio Amsterdam uitgevoerd en heet WiMRA. Afgeleid van de Lemon-leefbaarheidsmonitor1 is leefbaarheid in WiA geoperationaliseerd door bewoners vragen te stellen over de mate waarin zij de woonomgeving als schoon, heel en veilig ervaren en de mate waarin mensen in de buurt contact met elkaar hebben. In het WiA-onderzoek wordt gebruik gemaakt van een aantal gebiedsniveaus: stadsdelen, gebieden en wijken. Deze sluiten grotendeels aan op de officiële indeling van CBS. De wijkdeling in WiA verschilt wel voor een aantal wijken. Onderzoek en Statistiek (O&S) heeft een aantal CBS-wijken samengevoegd, om zo voldoende respons voor het onderzoek te kunnen realiseren. In deze factsheet wordt voor de leesbaarheid voor de zogenoemde ‘WiA-wijk’ de term ‘wijk’ gebruikt.
1
2
www.leefbaarometer.nl
Ten opzichte van de vorige meting in 2021 is de indeling op een aantal punten gewijzigd. De belangrijkste is de samenvoeging van Amsterdam en Weesp per 24 maart 2022. De gemeente Amsterdam kent sindsdien naast de zeven stadsdelen ook het stadsgebied Weesp. Het aantal CBSwijken is, mede door deze samenvoeging, toegenomen van 99 naar 110. Het aantal WiA-wijken is eveneens toegenomen. Ook zijn de grenzen van een aantal WiA-wijken uit 2021 gewijzigd. Amsterdam werkt met een indeling voor het zogenoemde gebiedsgericht werken. Aan deze indeling is het gebied Weesp, Driemond toegevoegd. Driemond behoort hierin niet meer tot hetzelfde gebied als Gaasperdam. Ten opzichte van 2021 is Bijlmer-West, voorheen Amstel III, een apart gebied geworden waar het in 2021 nog tot BijlmerCentrum behoorde. Ook is Sloterdijk Nieuw-West als apart gebied gedefinieerd. Als gevolg hiervan is het aantal gebieden toegenomen van 22 naar 25. Zie voor meer informatie de paragraaf ‘Achtergrond’. In deze factsheet wordt eerst kort ingegaan op de buurttevredenheid per stadsdeel en de buurttevredenheid in de 25 gebieden van het gebiedsgericht werken. Vervolgens wordt voor een aantal indicatoren ingezoomd op het schaalniveau van de wijken. Tot slot wordt nader ingegaan op vier ontwikkelingen die uit de huidige WiA-cijfers naar voren komen.
In deze factsheet wordt over verschillen tussen meetjaren alleen gerapporteerd als deze ontwikkelingen statistisch significant zijn.
Buurttevredenheid Stadsdelen Deze daling is voor een groot deel toe te schrijven aan de gedaalde waardering in de stadsdelen Centrum en NieuwWest. Bewoners van stadsdeel Centrum waarderen hun buurt met een 7,8. Na een stijging in 2021 naar een 8,1 is het rapportcijfer nu weer op het niveau van 2019. De (tijdelijk) betere waardering in 2021 lijkt toegeschreven te kunnen worden aan een ‘corona-effect’ waardoor er weinig bezoekers waren in de binnenstad. Uit onderzoek onder binnenstadbewoners blijkt ook dat een groot deel de terugkeer van toeristen na de coronaperiode als negatief kwalificeert.2
8,3 8,1 7,9 7,7 7,5 7,3 7,1 6,9 6,7 6,5 6,3 2001 2003 2005 2007 2009 2011 2013 2015 2017 2019 2021 2023
Vanaf 2017 is Weesp toegevoegd aan de analyse van het stedelijke gemiddelde. Hierdoor kunnen kleine verschillen ontstaan ten opzichte van de factsheets leefbaarheid van voorgaande jaren.
In 2023 waarderen Amsterdammers de buurt waarin ze wonen gemiddeld met een rapportcijfer 7,5. De waardering is met 0,1 punt afgenomen ten opzichte van 2021.
Bewoners van Nieuw-West waarderen hun buurt veel lager dan bewoners van Centrum, namelijk met een 6,6. Het rapportcijfer ligt er 0,2 punt lager dan in 2021 en ligt op het niveau van 2009. In de overige stadsdelen en stadsgebied Weesp is de buurtwaardering niet (significant) veranderd. Net als in 2021 geven bewoners van Zuid, Centrum, West, Oost en Weesp een hogere waardering dan het gemiddelde van Amsterdam. Nieuw-West, Noord en Zuidoost scoren onder het gemiddelde van Amsterdam.
2
O&S, BinnenstadsEnquête 2022.
25 gebieden Bewoners in Oud-Zuid zijn zeer tevreden over hun buurt en geven een rapportcijfer 8,2. Er zijn meer gebieden waar de tevredenheid groot is zoals in Westerpark en Buitenveldert, Zuidas. In negen gebieden wordt tussen de 7,5 en de 8,0 gescoord. Bewoners in vier gebieden in stadsdeel NieuwWest, Osdorp (6,2), Sloterdijk Nieuw-West (6,3), Geuzenveld, Slotermeer (6,5) en Slotervaart (6,8), en twee gebieden in Zuidoost, Bijlmer-West (6,6) en Bijlmer-Centrum (6,6) echter, waarderen hun buurt met een rapportcijfer onder de 7.
1 (zeer ontevreden) tot 10 (zeer tevreden)
Bewoners die relatief kortgeleden in hun woning zijn komen wonen zijn gemiddeld iets (+0,1 punt) positiever over de buurt dan bewoners die er langer wonen. ‘Nieuwe’ bewoners van De Pijp/Rivierenbuurt, Oud-West/De Baarsjes, Osdorp en Oud-Zuid waarderen hun buurt significant beter dan de bewoners die er langer wonen. In Bijlmer-Centrum is dit omgekeerd: bewoners die er lang wonen waarderen hun buurt beter dan nieuwe bewoners.
3
Wijken en Staatsliedenbuurt in West; Haarlemmerbuurt en Weesper buurt/Plantage in Centrum en Oostelijk Havengebied en Middenmeer in Oost. De buurttevredenheid in Weesp is over het algemeen ook groot: bewoners van Weesp Binnenstad/Zuid, Aetsveld/Oostelijke Vechtoever en Bloemendalerpolder geven hun buurt een rapportcijfer tussen de 8 en 8,5.
1 (zeer ontevreden) tot 10 (zeer tevreden)
Bewoners van Nieuwendammerdijk/Buiksloterdijk/ Noordelijke IJ-Oevers-Oost/Waterland zijn gemiddeld het meest tevreden over hun eigen buurt (8,6). Daarnaast is er een groot aantal wijken in Zuid waar bewoners zeer tevreden zijn. Ditzelfde geldt voor bewoners van Houthavens
Bewoners van De Punt in Osdorp geven hun buurt het laagste rapportcijfer (5,9). Een aantal andere wijken in Nieuw-West; Osdorp-Midden (6,0), Sloterdijk Nieuw-West (6,3), Slotermeer-West (6,3), Osdorp-Oost (6,4) en Geuzenveld (6,4) worden eveneens relatief laag gewaardeerd. Ook bewoners van Kolenkitbuurt-Noord en -Zuid (6,2) in stadsdeel West en bewoners van Burgwallen-Oude Zijde (6,1) in stadsdeel Centrum waarderen hun buurt relatief laag. De wijken met een iets hogere maar eveneens onder gemiddelde waardering liggen hoofdzakelijk in de stadsdelen Nieuw-West in Ringzone West, Zuidoost (met name in Bijlmer-Centrum) en Noord (Banne Buiksloot en Waterlandpleinbuurt). Maar ook vijf wijken in West (Landlust, Erasmuspark, Bosleeuw, Van Galenbuurt en Hoofdweg e.o.), drie wijken in Oost (Indische Buurt-Oost, Zeeburgereiland/ Bovendiep en Omval/Overamstel) en Weesp-Noordwest en Burgwallen-Nieuwe Zijde scoren onder gemiddeld.
Ontwikkeling wijken 2021-2023 In de meeste wijken geven bewoners geen significant ander rapportcijfer voor de algehele tevredenheid over hun buurt dan twee jaar geleden. Dit is duidelijk anders in een aantal wijken in stadsdeel Centrum: de verbetering van de buurtwaardering die in 2021 zichtbaar was, is in veel van deze wijken omgeslagen in een verslechtering. Bewoners van Burgwallen-Oude Zijde (-1,2), Grachtengordel-West (-0,5) en –Zuid (-0,4), Nieuwmarkt/Lastage (-0,5), De Weteringschans (-0,4) en Jordaan (-0,2) zijn significant minder tevreden over hun buurt. Wel is het rapportcijfer, met uitzondering van Burgwallen-Oude Zijde en BurgwallenNieuwe Zijde, in deze wijken nog steeds boven gemiddeld hoog (> 7,5). De waardering van de buurt ligt in BurgwallenOude Zijde ongeveer op het niveau van voor de coronajaren. Weesperzijde (-0,4; 7,7) en Hoofddorppleinbuurt (-0,3; 8,1) laten eenzelfde trend zien. Anders is de ontwikkeling van Osdorp-Midden. Ook hier is de tevreden heid achteruitgegaan (-0,4), maar dan naar een niveau dat net voldoende is (6,0). De grootste positieve ontwikkeling van buurttevredenheid heeft plaatsgevonden in Laan van Spartaan/Robert Scottbuurt. Hier is de waardering met 0,7 punt gestegen tot rapportcijfer 7,5.
Maar ook de tevredenheid van bewoners in Transvaalbuurt (+0,4; 7,6) en Oostelijk Havengebied (+0,2; 8,2) is afgelopen twee jaar gestegen tot een ruim voldoende.
4
Ervaren overlast De tevredenheid van de woonomgeving wordt door tal van aspecten bepaald. De aan- of juist afwezigheid van bepaalde voorzieningen en sociale netwerken spelen een rol maar ook kunnen overlastgevende aspecten van de woonomgeving van invloed zijn op de buurttevredenheid. Het oordeel over de kwaliteiten of juist overlastgevende kenmerken van de woonomgeving zijn individueel: voor de één is een bepaald aspect belangrijker dan voor de ander. De rapportcijfers over overlast geven echter wel een indicatie van welke aspecten algemeen als overlastgevend worden ervaren.
Zoals uit onderstaande tabel blijkt, is vervuiling van de openbare ruimte, hoewel afgenomen ten opzichte van 2019, nog steeds een grote bron van overlast (5,7) voor de Amsterdammer. Voor het eerst is de overlast van dieren (zoals ratten en vogels) in de openbare ruimte bevraagd. Amsterdammers ervaren relatief veel overlast van zogenoemde ‘Plaagdieren’. De analyse van de meest belangrijke overlastcategorieën worden in de volgende paragrafen beschreven.
Figuur 5 Overlast naar bron in Amsterdam als geheel (rapportcijfer), 2013-2023 2013
2015
2017
2019
2021
2023
2021-2023
Vervuiling
6,2
6,2
6,2
6,0
5,5
5,7
+0,3
Criminaliteit
6,5
6,6
6,7
6,7
6,7
6,7
+0,1
Parkeren
6,8
6,7
6,6
6,6
6,7
6,6
0,0
Verkeersdrukte
7,1
7
6,9
6,8
6,8
6,7
-0,1
Horeca
7,9
7,8
7,7
7,6
7,8
7,7
-0,1
Buren
7,3
7,3
7,3
7,3
7,1
7,3
+0,2
7
7
6,9
7,0
7,0
6,9
-0,1
Andere mensen in de buurt Dierplagen buiten (ratten, muizen, vogels)
6,1
Bouwoverlast
6,6
Toelichting: De scores zijn afgerond op één decimaal; het kan daardoor voorkomen dat de scores tussen twee jaren verschillen, maar dat het verschil minder is dan 0,05 punt en de ontwikkeling 2021-2023 op 0,0 staat (parkeren); het kan ook voorkomen dat er een verschil is van 0,05 of meer waardoor de ontwikkeling op 0,1 komt te staan, maar dat de cijfers tussen twee jaren gelijk blijven (criminaliteit). Gearceerde cijfers betekenen dat de ontwikkeling statistisch significant is ten opzichte van de vorige meting. In de jaren 2013-2017 was er bij de variabele overlast van ‘andere mensen in de buurt’ een verschil in formulering: overlast van ‘andere groepen mensen’. Vanaf 2017 is Weesp toegevoegd aan de analyse van het stedelijke gemiddelde. Hierdoor kunnen kleine verschillen ontstaan ten opzichte van de factsheets leefbaarheid van voorgaande jaren. Voor de jaren 2013 en 2015 zijn geen rapportcijfers van Weesp beschikbaar en zijn deze dus niet verwerkt in de stedelijke gemiddelden.
5
Schoon en Heel Amsterdammers ervaren gemiddeld iets minder (+0,3) overlast door vervuiling van de openbare ruimte dan in 2021. In 2023 geven Amsterdammers gemiddeld een rapportcijfer 5,7.
1 (ernstige overlast) tot 10 (geen overlast).
In 35 wijken geven bewoners een rapportcijfer hoger dan een 6,0 voor ‘overlast door vervuiling’. Dit is meer dan een derde van de Amsterdamse wijken en is ten opzichte van 2021 (20% van de wijken scoorde in 2021 een voldoende) een toename. In circa twee derde van alle wijken geven bewoners gemiddeld een rapportcijfer lager dan een 6,0. Een groot aantal van deze wijken ligt in stadsdeel NieuwWest. Met uitzondering van Sloten/Nieuw-Sloten en Sloterdijk Nieuw-West geven bewoners in alle wijken gemiddeld een onvoldoende voor de vervuiling van de openbare ruimte. Ditzelfde geldt voor de wijken in BijlmerCentrum en Bijlmer-Oost, vier wijken in Oud-Oost, Buikslotermeer en Waterlandpleinbuurt en een aantal wijken in Oud West, De Baarsjes. Het laagste scoren de Burgwallen in Centrum en Kolenkitbuurt-Noord en -Zuid in West. Uitzondering op het stedelijke beeld van relatief lage scores is stadsgebied Weesp: in drie van de vijf wijken wordt de mate van vervuiling gewaardeerd met een rapportcijfer 7,0 of hoger.
Anders dan in 2021, toen in veel wijken de overlast door vervuiling toenam ten opzichte van de vorige meting in 2019, is in 2023 de overlast in veel wijken iets afgenomen. In meer dan een kwart van de wijken is in 2023 de overlast van vervuiling ten opzichte van 2021 verminderd. Dit geldt voor een aantal wijken in de ring rond het centrum in West (Bellamybuurt, Van Galenbuurt, Westindische Buurt, Chassébuurt en Overtoomse Sluis), in Zuid (Nieuwe Pijp, Rijnbuurt, Buitenveldert) en in Oost (Weesperzijde, Transvaalbuurt, Oostelijk Havengebied en Zeeburgereiland/ Bovendiep). Hier is het oordeel iets boven het Amsterdamse gemiddelde komen te liggen. In Kolenkitbuurt-Noord en – Zuid, Zuid Pijp en Scheldebuurt is de ervaren overlast significant afgenomen. Ook in Noord is de overlast in een aantal wijken ten opzichte van 2021 afgenomen. De afname heeft echter onder bewoners in Oostzanerwerf, Banne Buiksloot, Waterlandpleinbuurt en Volewijck niet geleid tot een gemiddeld rapportcijfer dat boven de 6,0 ligt. Bewoners van Bloemendalerpolder ervaren in 2023 ook minder overlast. In de meeste wijken in Nieuw-West is het rapportcijfer voor overlast door vervuiling onveranderd laag. De overlast door vervuiling ervaren door bewoners van Burgwallen-Oude Zijde is ten opzichte van 2021 sterk toegenomen.
Het rapportcijfer is hier gedaald met meer dan 2 rapportcijferpunten tot een rapportcijfer 3,4 gemiddeld. Maar ook in Grachtengordel-West is sprake van een significante daling van het rapportcijfer. Hier is het oordeel van bewoners gedaald met 0,8 punt tot gemiddeld een 5,1.
6
Overlast door plaagdieren In dit WiA onderzoek is voor het eerst gevraagd in welke mate bewoners (buitenshuis) overlast ervaren van dieren als ratten, muizen en vogels. Amsterdammers geven gemiddeld een 6,1. De overlast van deze zogenoemde plaagdieren is het grootst in Zuidoost (5,7) en Nieuw-West (5,7). Zeven wijken in Zuidoost scoren lager dan een 5,5. Ook in veel wijken in Nieuw-West ervaren mensen veel overlast. De Punt (4,7), Slotermeer-Noordoost (4,8), Geuzenveld (4,9) en Slotermeer-West (4,9) scoren allemaal onder een 5,0. In Weesp (7,2), Oost (6,6) en Noord (6,4) is de overlast het minst groot. Binnen de stadsdelen Oost en Noord zijn wel grote verschillen. In het Oostelijk Havengebied (7,6) en Nieuwendammerdijk/Buiksloterdijk/Noordelijke IJ-oevers Oost/Waterland (7,8) ervaren bewoners bijvoorbeeld weinig overlast door plaagdieren terwijl de Transvaalbuurt (5,4) en Buikslotermeer (5,4) een onvoldoende scoren.
1 (ernstige overlast) tot 10 (geen overlast)
Onderhoud straten en stoepen In circa negentig procent van de wijken beoordelen de bewoners het onderhoud van straten en stoepen met een rapportcijfer boven de 6,0. In negen wijken waarderen bewoners dit onderhoud met een rapportcijfer dat lager dan een 6,0 gemiddeld ligt. Burgwallen-Oude Zijde scoort het laagst met een 5,3. De andere wijken waar lager dan een 6,0 wordt gescoord, liggen in Noord, Kadoelen (5,7) en Volewijck (5,7) en in Nieuw-West, De Punt (5,7), Osdorp-Oost (5,7), Osdorp-Midden (5,8), Slotermeer-West (5,9) en SlotermeerZuid (5,9). Maar ook de bewoners van Aetsveld/Oostelijke Vechtoever in Weesp geven met een 5,8 een onvoldoende voor het onderhoud van straten en stoepen. Bewoners van Houthavens (7,6) in West, Zuidas/Prinses Irenebuurt (7,6) in Zuid en Bloemendalerpolder (7,7) in Weesp geven de hoogste cijfers voor onderhoud van de bestrating.
1 (ruim onvoldoende) tot 10 (ruim voldoende)
Stedelijk is er een lichte daling (-0,1) van het oordeel over onderhoud van straten en stoepen ten opzichte van 2021. In de meeste wijken is er ten opzichte van 2021 geen significante daling of stijging in de waardering van het onderhoud van de straten en stoepen zichtbaar. Bewoners van Burgwallen-Oude Zijde geven het onderhoud van de bestrating echter een beduidend lager cijfer (5,3) dan twee jaar geleden (6,9). Naast deze wijk is de daling relatief sterk in de Haarlemmerbuurt (-0,6), Grachtengordel-West (-0,8), Chassébuurt (-0,5), Hoofddorppleinbuurt (-0,5) en IJburg Oost/IJburg Zuid (-0,6). Bewoners van deze vijf wijken geven in 2023 het onderhoud van de bestrating wel een voldoende (rapportcijfer tussen 6,0 en 6,9). Hoewel de daling in tevredenheid geringer is, wordt er in drie wijken, OsdorpMidden (5,8), Osdorp-Oost (5,7) en Slotervaart-Zuid (5,9), anders dan twee jaar geleden, gemiddeld een onvoldoende gegeven. In Scheldebuurt (+0,3) en Laan van Spartaan/ Robert Scottbuurt (+0,7) wordt het onderhoud in 2023 juist positiever beoordeeld dan twee jaar geleden.
7
Veiligheid Veiligheid ’s avonds Naast Bloemendalerpolder (9,1) in Weesp voelen mensen zich het meest veilig in Willemspark (8,3), Zuidas/Prinses Irenebuurt (8,2), Nieuwendammerdijk/Buiksloterdijk/ Noordelijke IJ-Oevers-Oost en Waterland (8,2), de nieuwe wijk Houthavens (8,1), Driemond (8,1) en het Oostelijk Havengebied (8,1). Er zijn 18 wijken die onder een 6,5 scoren. Op drie wijken na liggen deze allemaal in stadsdeel Zuidoost en Nieuw-West. Vooral in Osdorp voelen bewoners zich onveilig in de avond. De Punt (5,6), Osdorp-Midden (5,7) en Osdorp-Oost (5,8) scoren alle drie relatief laag. Wijken buiten Zuidoost en Nieuw-West waar bewoners zich relatief onveilig voelen in de avond zijn Burgwallen-Oude Zijde (5,7) in Centrum, Buikslotermeer (6,3) in Noord en KolenkitbuurtNoord en –Zuid (6,4) in West.
1 (zeer onveilig) tot 10 (zeer veilig)
Veiligheid is gemeten met de vraag: ”Hoe veilig voelt u zich in uw buurt, ’s avonds?”. Gemiddeld waarderen Amsterdammers de veiligheid in hun buurt ’s avonds met een 7,2. Dat is hetzelfde rapportcijfer als in 2021. Zeven wijken scoren hoger dan een 8,0. Hier voelen bewoners zich relatief erg veilig. Twee van deze wijken liggen in het stadsgebied Weesp. In dit nieuwe stadsgebied scoort geen van de wijken onder het stedelijk gemiddelde.
8
In zeven wijken is het veiligheidsgevoel in de avond toegenomen sinds 2021. Dit zijn Oostelijk Havengebied (+0,3; 8,1), Buitenveldert-West (+0,3; 7,9), Transvaalbuurt (+0,4; 7,6), Waterlandpleinbuurt (+0,5; 6,6), Bloemendalerpolder (+0,7; 9,1), Amsterdamse Poort (+0,6; 6,0) en Ganzenhoef (+0,7; 6,7). Maar er zijn ook wijken waar bewoners zich minder veilig zijn gaan voelen. De sterkste daling zien we in Burgwallen-Oude Zijde (-1,4; 5,7). Ook in de wijken Museumkwartier (-0,3; 8), Nieuwmarkt/Lastage (-0,3; 7,3), De Weteringschans (-0,4; 7,7), Tuindorp Oostzaan (-0,4; 7,0) en Bellamybuurt (-0,4; 7,4) nam het veiligheidsgevoel af ten opzichte van 2021.
Ervaren overlast door criminaliteit
1 (ernstige overlast) tot 10 (geen overlast)
Ervaren overlast door criminaliteit en een onveilig gevoel ’s avonds gaan vaak samen. In buurten waar mensen zich ’s avonds relatief onveilig voelen, ervaren mensen ook relatief veel overlast door criminaliteit. In negen wijken geven bewoners een gemiddeld rapportcijfer onder de 6,0. Zes daarvan liggen in Nieuw-West. Met name in Osdorp ervaren bewoners veel overlast door criminaliteit. De Punt (5,0), Osdorp-Midden (5,3) en Osdorp-Oost (5,5) scoren laag. Binnen Zuidoost ervaren bewoners van Holendrecht (5,8) en H-Buurt (5,9) de meeste overlast. De wijk met het laagste rapportcijfer ligt echter in het Centrum. De Burgwallen-Oude Zijde scoort met een 4,5 ruim onvoldoende. Er zijn negen wijken waar bewoners een 7,5 of hoger geven. Drie hiervan liggen in het stadsgebied Weesp; Bloemendalerpolder (8,8), Driemond (8,0) en Aetsveld/ Oostelijke Vechtoever (8,0). Ook in de wijken Rijnbuurt (7,5), Scheldebuurt (7,5), Zuidas/Prinses Irenebuurt (7,6) en Buitenveldert-West (7,8) in stadsdeel Zuid en in de wijken Betondorp (7,9) en Oostelijk Havengebied (7,5) in Oost ervaren bewoners relatief weinig overlast door criminaliteit. In dertien wijken is de beoordeling van overlast door criminaliteit veranderd ten opzichte van 2021. De sterkste stijging van overlast vindt plaats in de Burgwallen-Oude Zijde. Her rapportcijfer daalt hier met -1,3 punt naar een 4,5.
Maar ook in Slotervaart-Noord (-0,6; 6,1) en GrachtengordelWest (-0,4; 7,1) geven bewoners een lager rapportcijfer in vergelijking met 2021. Er zijn echter ook wijken waar de overlast door criminaliteit is afgenomen. In Waterlandpleinbuurt (+0,8; 6,4) in Noord, IJburg-West (+0,5; 6,6) en Transvaalbuurt (+0,6; 6,6) in Oost en Staatsliedenbuurt (+0,7; 7,2) in West geven bewoners in 2023 een hoger rapportcijfer. Het valt verder op dat de ervaren overlast door criminaliteit in vier wijken in Zuidoost is afgenomen. Dat blijkt uit de hogere cijfers die hier gegeven worden in 2023 ten opzichte van 2021. In Ganzenhoef is de grootste verandering te zien (+1,1), gevolgd door Venserpolder (+1,0), Amsterdamse Poort (+1,0) en Bijlmermuseum (+0,8). Ondanks deze verbetering scoort geen van deze wijken hoger dan een 6,5. In Bloemendalerpolder in Weesp is het rapportcijfer ook met een hele punt gestegen.
9
Prettig samenleven Omgang groepen mensen In Weesp wordt de omgang tussen mensen het meest positief ervaren. Alle wijken in Weesp scoren een 7,5 of hoger, met Bloemendalerpolder als koploper (8,5). Wijken in Noord met een hoge waardering zijn Nieuwendammerdijk/ Buiksloterdijk/Noordelijke IJ-Oevers-Oost/Waterland (8,0) en Kadoelen (7,7). Maar ook in Houthavens in West, de Scheldebuurt in Zuid en Oostelijk Havengebied, Middenmeer en Omval/Overamstel in Oost wordt de omgang tussen mensen met een 7,5 tot 8 relatief hoog beoordeeld.
1 (zeer onprettig) tot 10 (zeer prettig)
Amsterdammers geven gemiddeld een 7,1 voor de omgang tussen verschillende groepen mensen in hun buurt. In elke wijk ligt de waardering gemiddeld boven de 6,0. Wijken in Nieuw-West scoren relatief laag op de omgang tussen verschillende mensen in hun buurt. Van de vijftien wijken met het laagste cijfer (onder een 6,7) liggen er elf in Nieuw-West en twee in Centrum; Burgwallen-Oude Zijde (6,2) en Burgwallen-Nieuwe Zijde (6,6). De waardering voor de omgang tussen mensen is ook in Kolenkitbuurt-Noord en –Zuid (6,4) en Venserpolder (6,5) relatief laag.
Het cijfer voor de omgang tussen mensen in de buurt is over het algemeen redelijk stabiel gebleven. Er zijn echter vier wijken waar de waardering gedaald is. De sterkste daling is zichtbaar in de wijk Burgwallen-Oude Zijde. In 2021 gaven de inwoners nog een 6,9, maar dit is gedaald tot een 6,2 (-0,7). Daarmee scoort deze wijk in 2023 het laagst van alle wijken. Ook in Slotervaart-Noord (-0,5; 6,8), Weesperzijde (-0,3; 7,2) en de Grachtengordel-Zuid (-0,4: 7,3) nam de waardering voor de omgang tussen mensen af. Ganzenhoef in Zuidoost is de enige wijk waar bewoners positiever (+0,5) zijn geworden over de omgang tussen groepen mensen.
Burenoverlast Buiksloterdijk/Noordelijke IJ-Oevers-Oost/Waterland (8,4), Weesp Binnenstad/Zuid (8,2), Oostelijk Havengebied (8,0) en Sloten/Nieuw-Sloten (8,0). In achttien wijken ligt het rapportcijfer onder de 7,0. Bewoners in vooroorlogse wijken in West en Zuid ervaren relatief veel overlast van buren. Tot de slechtst scorende wijken behoren Zuid Pijp (6,4), Nieuwe Pijp (6,6), Da Costabuurt (6,6), IJselbuurt (6,7), Hoofdweg e.o. (6,8), Bosleeuw (6,8) Van Galenbuurt (6,8), Oude Pijp (6,9), Rijnbuurt (6,9) en Erasmusparkbuurt-Oost. Maar ook De Punt (6,6) en Bijlmermuseum (6,7) scoren relatief laag.
1 (ernstige overlast) tot 10 (geen overlast)
Er zijn zes wijken in Amsterdam die een 8,0 of hoger scoren op de vraag hoeveel overlast men ervaart van buren. Dat betekent dat bewoners in deze wijken relatief weinig overlast ervaren van buren. Het gaat om Bloemendaler polder (8,7), Kadoelen (8,6), Nieuwendammerdijk/
10
In geen enkele wijk is de burenoverlast toegenomen. Er zijn wel tien wijken waar het cijfer significant hoger ligt dan in 2021. In deze wijken ervaren mensen in 2023 dus minder overlast door buren. Het gaat om het Oostelijk Havengebied (+0,3; 8,0), Centrale Markt/Frederik Hendrikbuurt (+0,4; 7,3), Waterlandpleinbuurt (+0,5; 7,3), Scheldebuurt (+0,5; 6,8), Buitenveldert-West (+0,5; 7,8), Betondorp (+0,9; 7,9), Geuzenbuurt (+0,7; 7,0), Ganzenhoef (+0,8; 7,5), WeespNoordwest (+0,6; 7,9) en Helmersbuurt/Vonderparkbuurt (+0,6; 7,5). Wellicht is hier ook sprake van een (wegvallen van een) ´corona effect´. In 2021 zaten mensen door corona veel verplicht thuis waardoor ze mogelijk meer last hadden van hun buren. In 2023 konden mensen weer gewoon op pad.
Overlast andere mensen in de buurt Ook in de Jordaan (-0,4; 6,7), Nieuwmarkt/Lastage (-0,6; 6,3) en Grachtengordel-West (-0,8; 6,3) nam de overlast toe. In NieuwWest en Zuidoost liggen ook veel wijken waar mensen relatief veel overlast van andere mensen ervaren. Uitzonderingen hierop zijn Nellestein (7,8) Gein (7,4), Geerdinkhof (7,3) en Reigersbos (7,2) in Zuidoost en Sloten/Nieuw Sloten (7,5), Sloterdijk Nieuw-West (7,1) en Slotervaart-Noord (7,1) in Nieuw-West. Deze wijken scoren allemaal bovengemiddeld. Weesp scoort net als op de andere leefbaarheidsindicatoren hoog. Van de vijf wijken waar het minst overlast door anderen wordt ervaren liggen er drie in Weesp. In Bloemendalerpolder geven bewoners een 8,8, in Weesp Binnenstad/Zuid en Aetsveld/Oostelijke Vechtoever beide een 7,9. Naast Weesp, geven bewoners in wijken in Zuid ook aan relatief weinig overlast te ervaren van andere mensen in de buurt. 1 (ernstige overlast) tot 10 (geen overlast) 1 (ernstige overlast) tot 10 (geen overlast)
Gemiddeld geven Amsterdammers een 6,9 als het gaat om overlast die zij ervaren van anderen (dan buren) in de buurt. In wijken in het centrum ervaren bewoners relatief veel overlast. Dat is niet verrassend aangezien het hier het drukst is met de meeste bezoekers en toeristen. De BurgwallenOude Zijde scoort ook hier het slechtst met een ruime onvoldoende (4,3; -1,5). Sinds het coronajaar 2021, waarin er relatief weinig bezoekers en toeristen waren, is de ervaren overlast in het centrum weer toegenomen.
Er zijn vier wijken waar de overlast door anderen (dan buren) in de buurt significant is afgenomen in vergelijking met 2021. Gemiddeld geven bewoners hier in 2023 dus een hoger rapportcijfer. Het gaat om Sloterdijk Nieuw-West (+1,4; 7,1) in Nieuw West, Kadoelen (+0,9; 8,2) en Waterlandpleinbuurt (+0,5; 7,1) in Noord en Museumkwartier (+0,4; 7,5) in Zuid. Naast wijken in het centrum nam de overlast door anderen (dan buren) toe in Buikslotermeer in Noord, Osdorp-Midden, Westlandgracht en Sloten/Nieuw-Sloten in Nieuw-West en Geerdinkhof/Kantershof in Zuidoost.
Ervaren overlast door verhuur van woningen aan toeristen Bijna 19 procent van de Amsterdamse huishoudens ervaart in meer of mindere mate overlast door de verhuur van woningen aan toeristen in de directe woonomgeving. De verschillen binnen de stad zijn groot. Met uitzondering van Oostelijke Eilanden/Kadijken wordt in elke wijk van stadsdeel Centrum veel overlast ervaren. Binnen het stadsdeel zijn Jordaan (42%), Burgwallen-Oude Zijde (53%) en De Weteringschans (40%) de wijken waar deze overlast het grootst is. Aan de rand van het centrum, in de Da Costabuurt (30%) en Oude Pijp (36%), ervaren ook veel bewoners overlast.
11
Wijken waar de overlast door vakantieverhuur sinds 2021 is gedaald liggen vooral in Centrum (Haarlemmerbuurt en Oostelijke Eilanden/Kadijken) en West (Staatsliedenbuurt, Hoofdweg e.o. en Westindische buurt). Maar ook in Slotervaart-Zuid in Nieuw-West en de IJselbuurt in Zuid is de overlast afgenomen. In Osdorp-Midden, Zuidas/Prinses Irenebuurt en Noordelijke IJ-oevers-West daarentegen neemt de overlast toe. Omdat er in 2021 nauwelijks toeristen naar Amsterdam konden komen vanwege de coronamaatregelen hebben we de ervaren overlast door vakantieverhuur in 2023 ook vergeleken met de cijfers uit pre-coronajaar 2019. Daaruit blijkt dat bewoners in 2023 in 36 wijken minder overlast door vakantieverhuur ervaren dan in 2019. Deze wijken liggen met name in Centrum, West, Zuid en Oost.
Ervaren overlast door kamerverhuur In de vragenlijst is gevraagd in welke mate mensen overlast ervaren in hun directe woonomgeving (pand/galerij/ complex/omliggende woningen) van de verhuur van kamers in woningen (niet aan toeristen, maar aan jongeren, studenten, arbeidsmigranten, anderen). Ongeveer een kwart van de huishoudens geeft aan dat ze in meer of mindere mate overlast ervaren. Relatief veel overlast wordt ervaren in wijken in het centrum en de ring hier omheen. Bewoners van Burgwallen-Oude Zijde (36%), Chassébuurt (34%), Oude-Pijp (37%), Scheldebuurt (31%) en Rijnbuurt (33%) ervaren in dit deel van de stad de meeste overlast. Maar ook in wijken verder van het centrum wordt overlast van kamerverhuur ervaren. In Buikslotermeer (34%), Nellestein (30%), Geerdinkhof/Kantershof (33%), Slotermeer Oost (32%), De Punt (31%) en Osdorp Midden (31%) is de overlast relatief groot.
In een aantal wijken is de ervaren overlast door kamerverhuur afgenomen ten opzichte van 2021. Dit zijn Grachtengordel-West en De Weteringschans in Centrum, Oostelijk Havengebied en de Dapperbuurt in Oost, Gibraltarbuurt/Bedrijventerrein Landlust/Landlust in West en Buitenveldert-West en Stadionbuurt in Zuid. In OsdorpMidden en Omval/Overamstel is de overlast daarentegen toegenomen.
12
Betrokkenheid buurtbewoners positief over de betrokkenheid tussen buurtbewoners. Met uitzondering van bewoners in Weesp-Noordwest, scoren alle wijken in dit stadsgebied een 7,0 of hoger en bewoners van Bloemendalerpolder geven zelfs een 8,1 voor buurtbetrokkenheid. Ook bewoners van de Nieuwendammerdijk/Buiksloterdijk/Noordelijke IJ-oeversOost/Waterland geven een dergelijk hoog cijfer (8,0).
1 (geen betrokkenheid) tot 10 (grote betrokkenheid)
De betrokkenheid van buurtbewoners bij hun buurt wordt door de gemiddelde Amsterdammer van oudsher niet heel hoog gewaardeerd. Gemiddeld geeft men een 6,3 voor deze buurtbetrokkenheid. In ongeveer één op de vijf wijken geven bewoners een rapportcijfer lager dan een 6,0. De meeste wijken waar bewoners buurtbetrokkenheid laag waarderen liggen in Nieuw-West en Zuidoost. Na Sloterdijk Nieuw-West (4,8) zijn Osdorp-Midden (5,2) en Westlandgracht (5,4) de slechtst scorende wijken van de stad. In andere wijken in Nieuw-West, Osdorp-Oost, Overtoomse Veld, Geuzenveld, Slotervaart-Zuid, De Punt en Slotermeer-West en -Noordoost, ligt de waardering voor buurtbetrokkenheid net onder rapportcijfer 6,0. Op hetzelfde niveau ligt een aantal wijken in Zuidoost: Amstel III/Bullewijk, Amsterdamse Poort e.o., Venserpolder, Bijlmermuseum en K-buurt. Waterlandpleinbuurt in Noord en de Burgwallen in Centrum en Nieuwe Pijp in Zuid zijn eveneens wijken met een laag gewaardeerde buurtbetrokkenheid. Bewoners van wijken in Weesp zijn juist
In het rapport Wijken in de mix 20233, is gekeken of de betrokkenheid bij de buurt samenhangt met de instroom van nieuwe bewoners in de buurt. Daaruit blijkt dat bewoners die al langer in een buurt wonen iets negatiever oordelen over het effect van nieuwe bewoners op de betrokkenheid in de buurt vergeleken met bewoners die er korter wonen. Het verschil is echter klein, en kan verschillen tussen wijken. De waardering voor buurtbetrokkenheid is ten opzichte van voorgaande jaren vrij stabiel. In een aantal wijken is deze betrokkenheid (significant) gedaald. In Elzenhagen lag dit cijfer in 2021 (7,2) duidelijk boven het stedelijk gemiddelde, maar is het cijfer het snelst gedaald (-0,8) tot rond het stedelijke gemiddelde. Ook in een aantal wijken in Centrum, Burgwallen-Oude Zijde, Weesperbuurt/Plantage en Grachtengordel-Zuid, zien bewoners een afname in buurtbetrokkenheid ten opzichte van twee jaar geleden. Met uitzondering van Burgwallen-Oude Zijde, ligt het cijfer in deze wijken nog steeds rond het stedelijke gemiddelde. Een positieve ontwikkeling op het aspect buurt betrokkenheid is te zien in De Punt in Osdorp. Hier is het rapportcijfer gestegen met 0,6 punt naar 5,7. Desondanks ligt het nog ruim onder het stedelijke gemiddelde.
3 Zie het rapport Wijken in de Mix, 2023. https://openresearch. amsterdam/nl/page/98061/wijken-in-de-mix-rapportage-2023
13
Mate waarin men elkaar helpt waarderen, scoren eveneens relatief laag op de mate waarin mensen vinden dat buurtbewoners elkaar helpen. Een aantal wijken in Nieuw-West en Centrum scoort net onder rapport cijfer 6,0. Maar ook in Zuidoost ligt de waardering in veel wijken onder het stedelijke gemiddelde. Nellestein steekt hier in positieve zin bij af (7,0). In alle wijken in Weesp wordt het hulp bieden aan elkaar bovengemiddeld positief gewaardeerd.
1 (nooit) tot 10 (heel vaak)
Het helpen van elkaar is de actieve vorm van betrokken zijn bij de buurt. Deze twee indicatoren zijn ook sterk aan elkaar gerelateerd. Dit is ook terug te zien in de scores. Wijken waar bewoners de buurtbetrokkenheid van bewoners laag
In vier wijken is er ten opzichte van 2021 een (significante) afname in de mate waarin buurtbewoners elkaar helpen. In Burgwallen-Oude Zijde, Weesperbuurt/Plantage en Zuidas/Prinses Irenebuurt is sprake van een lager rapportcijfer. Van deze wijken is Burgwallen-Oude Zijde de enige wijk waar de afname heeft geleid tot een rapportcijfer onder een 6,0. De Punt in Nieuw-West en Nellestein en Amsterdamse Poort in Zuidoost zijn de enige wijken waar juist een toename van ‘burenhulp’ wordt waargenomen. Het rapportcijfer in De Punt is 0,6 punt hoger en ligt nu op 6,1. In Nellestein is het rapportcijfer met 0,5 punt gestegen gestegen tot een rapportcijfer 7 in 2023. In Amsterdamse Poort geven bewoners in 2023 een 6,4 (+0,4).
Verwachte ontwikkeling van de buurt
1 (zeer negatief) tot 10 (zeer positief)
Gemiddeld is de Amsterdammer redelijk positief over de toekomstige ontwikkeling van de buurt waarin hij of zij woont. De vraag ‘Hoe denkt u dat de buurt zich de komende jaren zal ontwikkelen’ wordt gemiddeld met een rapportcijfer 7,0 beantwoord. De wijken waarin men de buurtonwikkeling het meest positief inschat zijn vrijwel alle wijken met veel of uitsluitend nieuwbouw. Bloemendaler polder, Houthavens, Omval/Overamstel, Noordelijke IJoevers-West, Sloterdijk Nieuw-West en Zeeburgereiland/ Bovendiep scoren op of rond het rapportcijfer 8,0.
14
Opvallend is dat een aantal van deze wijken, namelijk Omval/ Overamstel, Noordelijke IJ-oevers-West, Sloterdijk NieuwWest en Zeeburgereiland/Bovendiep, relatief laag scoort op buurttevredenheid, terwijl de bewoners van Bloemendaler polder en Houthavens de eigen buurt bovengemiddeld positief waarderen én positief oordelen over de toekomstige buurtontwikkeling. Daarnaast is er een categorie wijken met veel minder (bouw)dynamiek, met name in de 19e-eeuwse Gordel en Ring ’20-’40, waar eveneens de toekomstige ontwikkeling door bewoners positief wordt beoordeeld. Bewoners in De Punt (5,6); Osdorp-Midden (5,8), De Aker (5,8) in Nieuw-West en bewoners in Burgwallen-Oude Zijde in Centrum (5,2) geven juist de laagste cijfers voor de verwachte buurtontwikkeling. Dit zijn ook wijken waarin de buurttevredenheid onder gemiddeld is. Een aantal wijken in stadsdeel Centrum en in De Pijp scoort boven gemiddeld positief op buurttevredenheid terwijl bewoners de toekomstige ontwikkeling van de buurt veel minder postitief dan het stedelijke gemiddelde inschatten. Een voorbeeld hiervan is de Haarlemmerbuurt. Andersom zien we wijken die nu nog onder gemiddeld scoren maar waar de toekomstverwachting van bewoners duidelijk positiever is. Dit geldt voor een aantal wijken in Bos en Lommer en De Baarsjes, in wijken in Ringzone West en Indische Buurt-Oost.
In mindere mate geldt dit ook voor Ganzenhoef e.o., Geerdinkhof/Kantershof en Amstel III/Bullewijk in stadsdeel Zuidoost.
Bewoners in 25 wijken geven ten opzichte van 2021 gemiddeld een significant lager rapportcijfer voor de verwachte buurtontwikkeling. In Burgwallen-Oude Zijde is de toekomstverwachting het sterkst gedaald. Ook bewoners in een aantal andere wijken in stadsdeel Centrum oordelen duidelijk minder positief over de toekomstige ontwikkeling van de buurt. Ditzelfde geldt voor Scheldebuurt (-0,6) in Zuid en IJplein/Vogelbuurt (-0,5) in Noord. Met uitzondering van de Burgwallen zijn dit echter wijken die nog steeds bovengemiddeld positief scoren op leefbaarheid. Bewoners van Osdorp-Midden, Slotervaart-Zuid en Westlandgracht in Nieuw-West en K-Buurt en Holendrecht in Zuidoost geven de leefbaarheid in hun buurt een cijfer dat ruim onder het stedelijke gemiddelde ligt én zijn minder positief over de ontwikkeling van hun buurt dan twee jaar geleden. De enige wijk waar bewoners ten opzichte van 2021 positiever zijn gaan denken over de ontwikkeling van hun buurt is Oostelijk Havengebied. In deze wijk is het rapportcijfer gestegen van een 7,4 naar een 7,7.
15
Uitgelicht Weesp hoog gewaardeerd Sinds 2022 zijn Weesp en Amsterdam samengevoegd. Dit is daarom het eerste jaar dat Weesp onderdeel uitmaakt van het Wonen in Amsterdam onderzoek. Op vrijwel alle onderzochte leefbaarheidskenmerken scoort stadsgebied Weesp hoog. Bewoners zijn erg tevreden met hun buurt en ervaren relatief weinig overlast. Omdat er ten opzichte van het totaal van Amsterdam weinig mensen in Weesp wonen, heeft dit een beperkte invloed op het gemiddelde van Amsterdam inclusief Weesp. Overlast in Centrum is terug Bewoners van stadsdeel Centrum ervaren de leefbaarheid van hun buurt weer zoals ze dat deden in 2019. In 2021 waren er vrijwel geen bezoekers in Amsterdam door coronamaatregelen. Dit zorgde voor een hogere waardering van de buurt. In 2023 lijkt dit corona-effect voorbij. Met name in de wijk Burgwallen-Oude Zijde is de leefbaarheid sterk gedaald. Op alle leefbaarheidsindicatoren, behalve overlast door buren, scoort Burgwallen-Oude Zijde significant lager in vergelijking met 2021. Deze wijk heeft daarnaast vaak het laagste cijfer van de hele stad. Deze bevindingen zijn in lijn met de resultaten uit de Binnenstadsenquête4. Ook daaruit blijkt dat bewoners in het stadsdeel Centrum, en met name de bewoners van de wijk Burgwallen-Oude Zijde, relatief veel overlast ervaren.
De terugval in de ervaren leefbaarheid lijkt ook effect te hebben op hoe bewoners de ontwikkeling van de buurt in de toekomst inschatten: bewoners van wijken in Centrum verwachten een minder positieve ontwikkeling van hun buurt vergeleken met wat ze in 2021 aangaven. Toch blijft, met uitzondering van de Burgwallen, stadsdeel Centrum een woonomgeving die door bewoners bovengemiddeld goed wordt gewaardeerd. Scharnierpunt Oud-Oost Het gebied Oud-Oost met de wijken Weesperzijde, Oosterparkbuurt, Dapperbuurt en Transvaalbuurt, scoort bovengemiddeld goed op leefkwaliteit. Tussen de wijken zijn er verschillen in de ontwikkeling van de leefbaarheidsaspecten. Zo is de buurtwaardering in de wijk Weesperzijde afgenomen. Dit zou, vergelijkbaar met wijken in stadsdeel Centrum, een ‘terugval’ na de rustige coronaperiode kunnen zijn. In Oosterparkbuurt ervaren bewoners relatief veel overlast van andere mensen (dan buren) en wordt vervuiling van de openbare ruimte ervaren. Hier wordt ook de toekomstige buurtonwikkeling minder positief gewaardeerd. Transvaalbuurt lijkt minder druk op de buurt te ervaren. Waar de wijk binnen Oud-Oost relatief negatief afstak, is er nu juist sprake van een toegenomen buurttevredenheid. 4
16
O&S, BinnenstadsEnquête 2022.
Er wordt bovendien minder overlast van criminaliteit en minder vervuiling in de openbare ruimte ervaren. Zo lijken de wijken ‘boven’ het spoor, functioneel en wat betreft druk op de openbare ruimte, tot het centrum te horen en hiervan de negatieve effecten te ervaren. Terwijl Transvaalbuurt wordt opgewaardeerd en meer in de luwte een positieve ontwikkeling van de leefkwaliteit doormaakt. Van vergelijkbare wijkontwikkeling lijkt sprake in Bos en Lommer. Hier hebben de wijken Landlust-Zuid en Erasmuspark (en in mindere mate Bosleeuw) te maken met centrumstedelijke druk. Wijken als Laan van Spartaan, Robert Scottbuurt en Kolenkitbuurten ontwikkelen zich hier meer in de luwte en maken een positieve ontwikkeling van de leefbaarheid door. Geen verbetering in Osdorp In 2021 bleek Osdorp een gebied waar bewoners veel leefbaarheidsindicatoren laag beoordeelden en waar deze zich bovendien ongunstig ontwikkelden. In 2023 is dit beeld niet veranderd. Bewoners blijken van alle gebieden van Amsterdam het minst tevreden over hun buurt. Dit geldt, met uitzondering van het kleine Lutkemeer/Ookmeer, voor alle Osdorpse wijken. Ten opzichte van twee jaar geleden is de algemene buurttevredenheid nog iets verder gedaald (met -0,2 rapportcijferpunt naar 6,2).
De lage waardering is terug te zien in zowel fysieke aspecten, zoals de vervuiling in de openbare ruimte, als in het veilig voelen en sociale omgang. Binnen Osdorp valt de ontwikkeling van OsdorpMidden op. Vooral hier zijn bewoners minder tevreden over hun buurt geworden. Osdorp-Midden scoort ten opzichte van twee jaar geleden lager op het onderhoud van straten en stoepen en bewoners ervaren meer overlast van andere mensen (dan buren). Op andere aspecten scoort de wijk op ongeveer hetzelfde niveau als de andere wijken in Osdorp. In Osdorp-Midden zijn bewoners ook minder positief over de toekomstige ontwikkeling van de wijk geworden. In de wijk De Punt lijkt sprake van een positieve ontwikkeling. Hier oordelen bewoners, ten opzichte van 2021, iets positiever over de betrokkenheid van bewoners bij hun buurt en de mate waarin men elkaar in de buurt helpt.
Achtergrond Het tweejaarlijkse onderzoek Wonen in Amsterdam (WiA) is een belangrijke graadmeter voor het Amsterdamse woonbeleid: hoe ontwikkelt de voorraad zich naar prijsniveau, hoeveel hebben bewoners te besteden, hoe oordelen zij over hun woning en woonomgeving en wat zijn hun woon- en verhuiswensen? In voorjaar/zomer 2023 werd dit onderzoek voor de vijftiende keer gehouden. In opdracht van de Gemeente Amsterdam en de gezamenlijke corporaties (AFWC) werd door Onderzoek en Statistiek (O&S) de dataverzameling uitgevoerd. Dat heeft geresulteerd in 18.626 ingevulde vragenlijsten. In 2023 maakt Wonen in Amsterdam voor de vijfde keer deel uit van een groter regionaal onderzoek: Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) 2023. De Gemeente Amsterdam en de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties rapporteren in verschillende rapporten en factsheets over de uitkomsten van WiA. In deze factsheet worden de eerste resultaten op het gebied van leefbaarheid in Amsterdam gepresenteerd. In deze factsheet leefbaarheid wordt gerapporteerd over een selectie van beschikbare leefbaarheidsindicatoren uit het WiAonderzoek. De cijfers in deze factsheet worden op tienden afgerond gepresenteerd. Binnen de gemeente Amsterdam wordt het schaalniveau van de wijken (voorheen buurtcombinaties) gehanteerd, zoals gedefinieerd door Onderzoek en Statistiek.
In de meest recente gebiedsindeling zijn in totaal 25 gebieden en 110 wijken onderscheiden. WiA-wijken zoals die in deze factsheet gepresenteerd worden, vallen voor het grootste deel samen
met deze wijken, maar er zijn enkele samenvoegingen en splitsingen toegepast om respectievelijk zoveel mogelijk celvulling (aantal respondenten) te bereiken en om zo specifiek mogelijk uitspraken over woongebieden te kunnen doen. Er wordt in de naamgeving van de WiA-wijken zoveel mogelijk aangesloten bij de O&S-wijknamen. Er zijn in 2023 in totaal 102 WiA-wijken, die omwille van de leesbaarheid in deze factsheet ‘wijken’ worden genoemd. In deze factsheet zijn de veranderingen tussen de meetjaren statistisch getoetst op significantie. Significant wil zeggen dat het verschil tussen de gemiddelde rapportcijfers van verschillende meetjaren statistisch betrouwbaar is om het als daadwerkelijk verschil te kenmerken. In de kaarten waarin tussen jaren wordt vergeleken, zijn alleen de wijken gekarteerd die significante verschillen laten zien. Om zoveel mogelijk WiA-wijken te kunnen vergelijken over tijd hebben we de nieuwe gebiedsindeling uit 2022 toegepast op de data van 2021. Hierdoor kunnen cijfers over Wia-wijken in 2021 afwijken van eerdere rapportages. Voor de wijk Amstel III/Bullewijk, en voor enkele indicatoren ook Sloterdijk Nieuw-West, is een vergelijking maken niet mogelijk door te weinig respondenten in 2021. Meer weten? https://openresearch.amsterdam/ Dashboard kerncijfers | Website Onderzoek en Statistiek (amsterdam.nl) Basisbestand Gebieden Amsterdam (BBGA)
17
Colofon Gemeente Amsterdam, Afdeling Wonen Postbus 1900, 1000 BX Amsterdam www.amsterdam.nl/wonen Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, Postbus 9959 1006 AR Amsterdam www.afwc.nl Auteurs: Joost Bos en Gusta Wachter (Gemeente Amsterdam) Vormgeving: Studio Opmeer www.amsterdam.nl/wia