Jaarverslag CPA 2019 1.0.pdf
Tekst van het document
JAARVERSLAG 2019
1. Inleiding en samenvatting De bescherming van persoonsgegevens en de Commissie Persoonsgegevens Amsterdam (CPA) in vogelvlucht:
1
In 2019 signaleert de CPA een steeds belangrijker wordende en in 2020 doorlopende trend: kunstmatige intelligentie. Op de overheid rust een bijzondere verantwoordelijkheid als er met behulp van nieuwe technologieën gegevens worden verzameld en geanalyseerd. Die bijzondere verantwoordelijkheid houdt in dat dergelijke vormen van ‘data gedreven’ werken alleen zijn toegestaan als er wordt voorzien in voldoende waarborgen om aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en discriminatie te voorkomen. De relatie tussen burger en overheid is bestuursrechtelijk van aard. Deze wordt beheerst door wettelijke taken en bevoegdheden die moeten worden uitgeoefend volgens algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Die beginselen moeten daarom ook betrokken worden bij het in kaart brengen van risico’s rond datamining, profilering en selectie. Het transparantie-, doelbindings-, en beginsel van minimale gegevensverwerking spelen evenzeer een belangrijke rol bij de toetsing door de verantwoordelijke voor de verwerking waarbij gebruik wordt gemaakt van algoritmes. Over de toepassing van algoritmes heeft de Autoriteit Persoonsgegevens op 17 februari 2020 een notitie gepubliceerd, waarnaar de CPA graag verwijst. Bijzondere aandacht verdient de verantwoordingsplicht ingevolge de AVG.
De AP wijst erop dat een organisatie die algoritmes gebruikt van tevoren in kaart moet brengen welke risico’s er hierdoor voor de rechten en vrijheden van personen ontstaan. Oftewel goed nadenken over het ontwerp van het systeem: is het gekozen algoritme passend bij het doel waarvoor het wordt ingezet? Ook betekent dit het testen van de werking van het algoritme en gepaste maatregelen en waarborgen implementeren voordat het systeem gebruikt wordt. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over wat er gebeurt wanneer algoritmes onbedoeld een verkeerde uitkomst geven en de vraag of door het gebruik van algoritmes misschien bepaalde groepen in de samenleving stelselmatig worden gediscrimineerd. Daarnaast moet een verwerkingsverantwoordelijke voorafgaand aan een bepaalde verwerking een beoordeling uitvoeren van het effect hiervan op de bescherming van persoonsgegevens, een zogeheten gegevensbeschermingseffectbeoordeling, ook wel DPIA genoemd. Dit is vereist als de verwerking ̶ gelet op de aard, de omvang, de context en de doeleinden ̶ waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen. Zie de adviezen in paragraaf 4.1.
2
Uit het CPA-onderzoek ‘monitoring in de openbare ruimte’ uitgevoerd door PricewaterhouseCoopers (PwC) volgt dat in de gemeente Amsterdam steeds meer vormen van monitoring worden toegepast. De gegevens die daarbij worden verwerkt kunnen persoonsgegevens bevatten. Uit het onderzoek komt naar voren dat de gemeente Amsterdam geen integraal inzicht heeft in de vormen van monitoring die ze toepast, de samenhang, welke persoonsgegevens daarbij worden verzameld en voor welke doeleinden de gegevens worden gebruikt. Zo zijn verschillende afdelingen verantwoordelijk voor diverse vormen van monitoring, zonder dat men precies van elkaar weet wat men doet. Uit het onderzoek komt daarnaast naar voren dat er geen duidelijkheid is binnen de gemeente wie verantwoordelijk is voor welke vormen van monitoring. Zie voor het onderzoek in paragraaf 3.3. en de adviezen in paragraaf 4.6. en 4.7. In het voorjaar van 2020 is een reactie van het college van B&W te verwachten.
De persoonsgegevens waarvoor de gemeente Amsterdam als verwerkingsverantwoordelijke kwalificeert, mogen niet zonder nader onderzoek en afspraken met een derde partij worden gedeeld. Het delen van gegevens moet functioneel zijn en passen in het doel waarvoor de verwerking plaatsvindt. Zo nodig moet beoordeeld worden door de gemeente of de verwerking niet onverenigbaar is met het doel waarvoor de gemeente de gegevens verwerkt. Aan voldoende inzicht en besef van het belang hiervan ontbreekt het regelmatig, constateerde de commissie ook al in het jaarverslag over 2018. Zie ook het advies Milieuzone m.b.t. het gebruik door de politie van de ANPRcamerabeelden en het advies Chatbot Goochem bij het aangaan van samenwerking met internetproviders en digitale platforms voor social media. In zijn reactie gaf het college aan na te gaan of een afwegingskader kan worden opgesteld dat gebruikt kan worden wanneer de wens bestaat om persoonsgegevens met derde partijen te delen. Nu dit nog niet tot resultaat heeft geleid herhaalt de CPA het belang van het opstellen van een dergelijk afwegingskader voor samenwerking met derde partijen. Het sluiten van verwerkersovereenkomsten is hiervoor geen voldoende grondslag. De derde partijen kwalificeren immers niet altijd als verwerkers. Zie de adviezen in paragraaf 4.2.
Toestemming van de burger is als grondslag voor verwerking van persoonsgegevens problematisch wanneer er geen sprake is van een gelijkwaardige relatie. De vrijwilligheid van het geven van toestemming door de burger komt al snel in het geding in de relatie tussen gemeente en burger. Waar het vaak gaat om het aangaan van langdurige relaties, zoals in het kader van zorg- en hulpverlening of andere vormen van bijstand aan burgers adviseert de CPA om als grondslag voor het verwerken van gegevens de mogelijkheid van het sluiten van overeenkomsten met alle deelnemers en partners te verkennen in plaats van burgers om toestemming voor verwerking van hen betreffende gegevens te vragen. Door het sluiten van een overeenkomst wordt beter recht gedaan aan de gelijkwaardigheid van betrokkenen en kan ook meer worden geïnvesteerd in de beschrijving van wederzijdse rechten en verplichtingen. Het bewaken van een goede balans hierbij is essentieel, omdat vrijwel altijd de overheid de sterkte partij zal zijn. tussen de rechten verplichtingen die worden opgelegd Zie de adviezen in paragraaf 4.4.
De CPA constateerde in haar jaarverslag 2018 dat er werk aan de winkel is wat betreft de privacyverklaringen. Door hun veelsoortigheid kunnen deze het zicht voor de burgers belemmeren op wat de gemeente en instellingen waarmee de gemeente samenwerkt, met hun gegevens doen. Het college van B&W heeft in zijn bestuurlijke reactie op het jaarverslag 2018 van de CPA laten weten dat het aan de slag gaat met hetgeen de CPA
constateert. Daarnaast zal het college de mogelijkheden onderzoeken om met verduidelijkende pictogrammen te werken conform de suggestie van de CPA in haar jaarverslag 2018. Zie hiervoor paragraaf 3.3. en de adviezen in paragraaf 4.3.
De CPA heeft de afgelopen jaren regelmatig geadviseerd over het nevengebruik door de politie van de door de gemeente, met name met de milieuzone-camera’s verzamelde camerabeelden. Het betreft de doorgifte van persoonsgegevens verkregen uit Automatic Number Plate Recognition (ANPR) camera’s. Hiervoor bestond geen juridisch toereikende grondslag. Sinds 1 januari 2019 is artikel 126jj van het Wetboek van Strafvordering in werking getreden en dit vormt in principe een deugdelijke grondslag voor het gebruik door de politie van deze camerabeelden, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. In de afgelopen periode ontstond een discussie over of er sprake is van datascheiding bij de bron met betrekking tot de ANPR-camera’s. Uit nadere informatie blijkt dat de beelden op één punt worden verzameld en dat dit geschiedt door de gemeente, als beheerder van de infrastructuur. De beelden kunnen niet direct bij de bron worden gescheiden en automatisch worden doorgesluisd naar de politie. De CPA adviseert om in dit geval een overeenkomst tussen verwerkingsverantwoordelijken te sluiten op grond waarvan de gemeente de beelden – mede – ten behoeve van de politie kan verzamelen en ook aan de politie kan doorzetten.
Indien bij het gebruik van de beelden in de regiekamer sprake is van gemeenschappelijk gebruik van deze beelden zal er sprake kunnen zijn van medegebruik in de zin van de AVG en dienen hierover nadere afspraken te worden gemaakt, vastgelegd en bekendgemaakt met inachtneming van de AVG en de beperkingen die de Wet politiegegevens hieraan stelt. Zie hiervoor paragraaf 4.5.
2. De CPA Het gemeentebestuur is verantwoordelijk voor het beleid van de gemeente Amsterdam op het gebied van de informationele privacy, oftewel de bescherming van persoonsgegevens. De Commissie Persoonsgegevens Amsterdam (CPA) is een onafhankelijke adviescommissie, ingesteld door het College van B&W. De CPA heeft signalerende, adviserende taken en fungeert hierbij als een maatschappelijk klankbord voor het bestuur en ambtelijk management. (www.amsterdam.nl/cpa) Per 1 december 2019 was de samenstelling als volgt: Mr. dr. U. van de Pol, voorzitter Mw. mr. E.F. van Hasselt, vicevoorzitter Drs. C. de Bakker, lid Mw. drs. M. McCabe, lid Mw. mr. F.C. van der Jagt- Vink, lid Mr. drs. R.W. Henrotte, lid Mr. A. Commandeur, lid Mr. B. J. P. Hulsman, lid Mr. T. Kalayciyan, ambtelijk secretaris (cpa@amsterdam.nl). Van twee leden is onder dankzegging in 2019 afscheid genomen: Mevrouw M. Y. A. M. Werneke per 1 juli 2019 en de heer Mr. drs. R.W. Henrotte per 1 december 2019. Per 1 januari 2020 zijn de heer H. Belarbi en de heer F. van Rootselaar op voordracht van de CPA door het college van B&W benoemd tot nieuwe commissieleden. Zij zijn gekozen uit 34 kandidaten die zich n.a.v. advertenties hiervoor hebben gemeld. In 2019 is negenmaal vergaderd. 3
3. Werkzaamheden. 3.1 Signalering en contacten CPA Op ambtelijk niveau zijn, in aanloop naar de plenaire vergaderingen van de CPA en het vakoverleg privacy, voorbereidende gesprekken gevoerd met de contactpersonen van de Informatievoorzieningseenheden van de Clusters. In het vakoverleg privacy zijn de Privacy Offers per Cluster van de gemeente Amsterdam vertegenwoordigd. Het hoofd van het CIO-office, de FG en voorzitter en secretaris van de CPA voeren enkele malen per jaar afstemmingsoverleg. In voorkomende gevallen brengt de voorzitter een advies van de CPA uitdrukkelijk onder de aandacht van de FG, als interne toezichthouder bij de gemeente. Sinds kort geven de FG en de directie Juridische Zaken aan de CPA vragen met betrekking tot de agendapunten door aan de ambtelijk secretaris. Zij wonen ook de vergaderingen van de CPA bij. Deze inbreng en samenwerking is vruchtbaar gebleken. 3.2 Advisering Bij complexe en/of politiek gevoelige kwesties waarin het gebruik van persoonsgegevens een rol speelt, is het volgens een Collegebesluit van 2011 verplicht advies te vragen aan de CPA. Het initiatief ligt bij de organisatieonderdelen. Doorgaans worden de organisaties uitgenodigd voor een presentatie van de onderwerpen op de vergaderingen van de CPA. Hierna vindt een gedachtewisseling plaats en geeft de CPA haar oordeel over de gepresenteerde plannen.
In 2019 zijn 35 adviezen uitgebracht. Een deel hiervan is niet afzonderlijk uitgebracht, maar is vastgelegd in de notulen van de openbare plenaire vergaderingen. De adviezen en de notulen zijn te vinden op de website van de CPA. De onderwerpen zijn weergegeven in bijlage 1. Achttien (18) maal is het advies daarnaast ook per brief uitgebracht. Bijgaand een kort overzicht van de 18 adviezen die per brief zijn uitgebracht: Thema Interne dienstverlening Dienstverlening & Informatie Ruimte & Economie Sociaal Stadsdelen CTO
aantal voorwaarden 2 2 8 4 5 2 1 1 1 1 1 1
positief
negatief
3 3
Alle uitgebrachte (openbare) adviezen zijn te allen tijde beschikbaar op de CPA-website.1
1
www.amsterdam.nl/cpa
4
anders 1
3.3 Onderzoek Onderzoek ‘Monitoring in de openbare ruimte’ In opdracht van de CPA is een onafhankelijk onderzoek verricht. Eén van de Amsterdamse uitgangspunten is dat iedere Amsterdammer zich onbespied en anoniem moet kunnen bewegen in de openbare ruimte. (zie jaarverslag CPA 2016 pagina 6 en 7 en het uitgangspunt in het Stedelijk kader verwerken persoonsgegevens 2018 pagina 2). De CPA constateerde dat: het uitgangspunt om in de openbare ruimte onbespied te zijn, onder druk staat. Dit uitgangspunt dient echter de regel zijn en te blijven. Alleen in bijzondere omstandigheden mag daarop uitzondering te worden gemaakt. Deze uitzondering dient telkens te worden onderbouwd, in de tijd beperkt te zijn en te worden geëvalueerd. Om haar adviserende taak naar behoren te kunnen vervullen had de CPA behoefte aan een onderzoek naar de actuele situatie in de stad waarbij de vraag centraal stond of het uitgangspunt ‘burger moet zich onbespied en anoniem kunnen bewegen in de openbare ruimte’ nog realistisch is en/of dat andere afwegingskaders moeten worden gehanteerd De CPA heeft daarom eind 2018 opdracht gegeven voor een inventariserend onderzoek hiernaar. Het onderzoek is in Q3 2019 afgerond. In het onderzoek is een zestal bevindingen gedaan, namelijk: 1. Integraal inzicht in monitoring ontbreekt; 2. Digitale kaarten bieden burger deels inzicht in camera’s en apparaten; 3.
In de privacyverklaringen staat niet altijd de juiste of volledige informatie vermeld; 4. Niet duidelijk is hoe het uitgangspunt ‘onbespied en anoniem’ wordt meegenomen in de afweging om monitoring al dan niet in te zetten; en 5. Informatievoorziening over privacy is versnipperd. Naast de bevindingen komt PwC met betrekking tot het uitgangspunt dat ‘iedere Amsterdammer zich onbespied en anoniem moet kunnen bewegen in de openbare ruimte’ tot aanbevelingen om meer inhoud aan het uitgangspunt “onbespied en anoniem” te geven door: o Kaders voor specifieke gevallen op te stellen waarin van dit uitgangspunt mag worden afgeweken. Hierdoor wordt het voor de burger en directies van de gemeente helder wat de uitzonderingen zijn, maar ook wordt duidelijker wat het uitgangspunt nu eigenlijk wel of niet inhoudt; en o Duidelijke motivering van gemeentelijke directies waarom in specifieke gevallen afgeweken wordt van het uitgangspunt “onbespied en anoniem”. Net als de adviezen is het onderzoek ‘Monitoring in de openbare ruimte’ te vinden op de CPAwebsite. De commissie wacht de reactie van het College B&W af. Deze is toegezegd voor het voorjaar 2020. Symposium ‘AVG, een tussenstand’ op 31 januari 2019 In 2019 heeft de CPA de vierde editie van het breed toegankelijke symposium ‘AVG, een tussenstand’ georganiseerd in de Rode Hoed op de Keizersgracht.
Wethouder Meliani opende het symposium met een speech over de tussenstand van de implementatie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in Amsterdam. 232 professionals van binnen en buiten de gemeente Amsterdam waren aanwezig bij het symposium en leverden een bijdrage aan de privacyvraagstukken bij de gemeentelijke overheid.
5
Het symposium stond in het teken van de invoering van de AVG. Deze is sinds 2016 in werking getreden en vanaf 25 mei 2018 van toepassing. Tijdens het symposium werden onder meer de resultaten van de implementatie van de AVG toegelicht, werd het AVG-register belicht en gaf de Functionaris Gegevensbescherming een presentatie van haar bevindingen die zij in haar eerste zes maanden in functie heeft geconstateerd. Een ander belangrijk onderwerp waren de gevolgen van het nemen van zogenaamde ketenbesluiten. Door keteninformatisering worden veranderingen in gegevens soms binnen 24 uur door de hele overheid verspreid. Tegelijk is dit ook de zwakke plek wanneer een gegeven onjuist is of (later) blijkt te zijn. Tijdens het symposium werd ingegaan op de gevolgen die het werken met ketens heeft op de rechtsbescherming van individuele burgers. Daarbij kwam naar voren dat de waarborging van ketenbesluiten cruciaal is. Ten slotte werd aandacht besteed aan het Gemeentelijk Meldpunt Ketenfouten (GMK). Door het veelvuldig hergebruik van onjuiste gegevens uit basis- en kernregistraties door gemeentelijke en landelijke overheidsorganisaties kunnen burgers het overzicht verliezen en enorm in de knel komen te zitten. Het GMK zorgt voor een integrale afhandeling van ketenfouten in de basisregistraties die ver doorwerken binnen de overheid.
Tijdens het symposium werd ingegaan op het bestaan en de werkwijze van het GMK. Er waren burgers aanwezig die onder aansturing van de Ombudsman Metropool Amsterdam hun persoonlijke ervaringen deelden. 4. Adviezen Enkele onderwerpen verdienen bijzondere aandacht: 4.1. Belangrijke kanttekeningen algoritmes Voor het gebruik van algoritmes heeft de CPA een aantal belangrijke kanttekeningen geformuleerd in een aantal CPA-adviezen. Het is van belang te benadrukken dat de relatie tussen burger en overheid bestuursrechtelijk van aard. Deze wordt beheerst door wettelijke taken en bevoegdheden die moeten worden uitgeoefend volgens algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Die beginselen moeten daarom ook betrokken worden bij het in kaart brengen van risico’s rond datamining, profilering en selectie. Over de toepassing van algoritmes heeft de Autoriteit Persoonsgegevens op 17 februari 2020 een notitie gepubliceerd, waarnaar de CPA graag verwijst. De AP wijst erop dat een organisatie die algoritmes gebruik vooraf in kaart moet brengen welke risico’s er hierdoor voor de rechten en vrijheden van personen ontstaan. In het advies Algoritme Wonen komt naar voren dat op de overheid een bijzondere verantwoordelijkheid rust als er met behulp van nieuwe technologieën gegevens worden verzameld en geanalyseerd.
Die bijzondere verantwoordelijkheid houdt in dat dergelijke vormen van ‘data gedreven’ werken alleen zijn toegestaan als er wordt voorzien in voldoende waarborgen om aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en discriminatie te voorkomen. Het transparantie-, doelbindings-, en beginsel van minimale gegevensverwerking vormen goed startpunten voor de toetsing door de verwerkingsverantwoordelijke voor verwerkingen waarbij gebruik wordt gemaakt van algoritmes. Het transparantiebeginsel vergt toegankelijke en begrijpelijke informatie, communicatie en eenvoudig taalgebruik, en informatieverstrekking aan betrokkenen over de identiteit van de verwerkingsverantwoordelijke en de doeleinden van de verwerking. Los daarvan moet op grond van dit beginsel actief verdere informatie worden verschaft om te zorgen voor een behoorlijke en transparante verwerking van gegevens en moeten alle betrokkenen zich bewust worden van de risico’s, regels, waarborgen en rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens en de 6
wijze waarop zij hun rechten met betrekking tot de verwerking kunnen uitoefenen. In de uitspraak van het SyRI-proces2 acht de rechter als waarborgen in ieder geval voldoende transparantie en onafhankelijke toetsing vooraf noodzakelijk. Op grond van het EVRM moet er worden voldaan aan ‘fair balance’, de redelijke verhouding tussen het maatschappelijke belang dat de wetgeving dient en de inbreuk op het privéleven die de wetgeving oplevert om te kunnen spreken over een voldoende gerechtvaardigde inbreuk op het privéleven. Het doelbindingsbeginsel houdt in dat persoonsgegevens voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden moeten worden verzameld en dat zij vervolgens niet verder op een met die doeleinden onverenigbare wijze mogen worden verwerkt. Het beginsel van minimale gegevensverwerking vereist dat persoonsgegevens toereikend, ter zake dienend en beperkt zijn tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt. Er mogen, zoals ook volgt uit het beginsel van opslagbeperking dat de AVG daarnaast kent, niet meer gegevens worden verwerkt dan noodzakelijk is voor het doel van de verwerking. Naast het in acht nemen van de beginselen menen de CPA en de AP dat bij de inzet van algoritmes een DPIA meestal noodzakelijk zal zijn. 4.2.
Delen van persoonsgegevens met derden: meer transparantie & juridische onderbouwing In het onderzoek ‘monitoring in de openbare ruimte’ komt naar voren dat persoonsgegevens waar de gemeente Amsterdam de verwerkingsverantwoordelijke voor is niet zonder nader onderzoek en afspraken met een derde partij worden gedeeld. Het gebruik van persoonsgegevens moet functioneel zijn en passen in het doel waarvoor de verwerking plaatsvindt. Door de gemeente moet beoordeeld worden of de verwerking niet onverenigbaar is met het doel waarvoor de gemeente de gegevens verwerkt. Uit het Milieuzone-advies komt naar voren dat in bepaalde gevallen de persoonsgegevens die voor doeleinden van handhaving, milieuzonebeleid en parkeerbeleid worden verzameld, gebruikt worden om een persoon op te sporen of bewijs te verzamelen. Het delen van gegevens met het OM en politie mag alleen als daar een wettelijke vordering aan ten grondslag ligt. Het gaat dan om het opvragen van specifieke gegevens, zoals camerabeelden binnen een bepaald tijdvak voor opsporing, of de locatiegegevens van een bepaald kenteken vastgelegd door een ANPR-camera. De CPA adviseert in het Milieuzone-advies en in het Chatbot Goochem-advies te allen tijde duidelijke overeenkomsten op te stellen en de relatie verwerkingsverantwoordelijke/ verwerker duidelijk op het netvlies te hebben.
De CPA meent dat meer transparantie en juridische onderbouwing over het delen van persoonsgegevens met derden nodig is. Het is van groot belang om een afwegingskader op te stellen voor de samenwerking met derde partijen. 4.3. Meer transparantie & techniek pas toepassen wanneer een probleem opgelost moet worden Advies OPEN POEN: Het is van belang dat de burgers goed geïnformeerd worden over het gebruik van hen betreffende gegevens. Transparantie is een groot goed, maar de gemeente moet zich hierbij wel telkens afvragen tot welk detailniveau informatie toegankelijk moet zijn. In het advies OPEN POEN speelde het transparantiebeginsel een grote rol. In dit advies ging het om een gemeentelijk initiatief dat uitgaven voor projecten, subsidies en bewonersinitiatieven direct inzichtelijk willen maken en subsidieontvangers de gelegenheid geeft om zelf het ontvangen geld direct uit te geven. Door het toevoegen van media van de evenementen in het Open Poen systeem (subsidie applicatie) wordt het eenvoudig om extern inzicht te geven waaraan het geld besteed wordt, en om eenvoudig jaarverslagen of verantwoordingsrapportages op te stellen. De CPA 2
7
ECLI:NL:RBDHA:2020:865
adviseert in dit advies om naast de AVG ook de Wet Open Overheid te raadplegen. De wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijk maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Deze wet zal in de toekomst de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. De Wob is vooralsnog geldig. De kern van de voorgestelde wet Woo is tweeledig. Ten eerste verplicht de wet overheidsorganisaties documenten in de volgende elf categorieën actief openbaar te maken: weten regelgeving, organisatiegegevens, raadsstukken, bestuurlijke stukken, stukken van adviescolleges, convenanten, jaarplannen- en verslagen, Wob/Woo-verzoeken, onderzoeken, beschikkingen en klachten. Ten tweede verplicht de Woo gemeenten om de informatiehuishouding op orde te brengen. De bepaling uit de Archiefwet, dat gemeenten documenten in een goede, geordende en toegankelijke staat moeten bewaren, wordt herhaald in de Woo. Naast het pleiten voor meer transparantie adviseert de CPA ook te allen tijde pas de techniek te gebruiken wanneer men daadwerkelijk een probleem moet oplossen. In de praktijk zien we dat wordt uitgegaan van de technische mogelijkheden die er zijn, in plaats van het probleem dat men wil oplossen en daar de techniek bij zoekt. Advies is om altijd te beginnen bij het probleem dat je wilt oplossen.
Uit het onderzoek ‘Monitoring in de openbare ruimte’ en het advies Openbaar Register Slimme Apparaten komt naar voren dat er diverse digitale kaarten voor de burger zijn om inzichtelijker te maken op welke punten in de stad sprake is van monitoring. Vaak gaat dit om punten in de stad waar een vaste camera of sensor is geplaatst. De informatie is echter nog versnipperd en niet alle vormen van monitoring worden op de kaarten weergegeven. Daarnaast is op locatie, ter plekke, niet altijd duidelijk of er monitoring plaatsvindt en zo ja waarvoor. Daarmee is de informatie naar de burger nog niet transparant. De CPA constateert in het advies Openbaar Register Slimme Apparaten dat de gemeente een pioniersrol speelt bij het in beeld brengen van registraties van burgers in de openbare ruimte. Zij onderschrijft het belang van het vergroten van de transparantie hiervan. 4.4. Wel of geen sprake van toestemming? Zoals vorig jaar wil de CPA het belang van het vrijelijk geven van toestemming benadrukken.
In overweging 43 van de AVG staat vermeld dat om ervoor te zorgen dat toestemming vrijelijk wordt verleend, toestemming geen geldige rechtsgrond mag zijn voor de verwerking van persoonsgegevens wanneer er sprake is van een duidelijke wanverhouding tussen de betrokkene en de verwerkingsverantwoordelijke, met name wanneer de verwerkingsverantwoordelijke een overheidsinstantie is, en dit het onwaarschijnlijk maakt dat de toestemming in alle omstandigheden van die specifieke situatie vrijelijk is verleend. Zo adviseert de CPA in het advies Zorgcoördinatie index (ZCI) de gemeente om in zulke gevallen te kijken of het verwerken van persoonsgegevens ook gebaseerd kan worden op een andere wettelijke grondslag dan toestemming. In het ZCI-advies ging het om een index die als hulpmiddel dient om de zorgverlening in het sociale domein te verbeteren door de zorg voor cliënten beter af te stemmen op de zorg die de cliënten in andere domeinen binnen het sociaal domein al krijgen. De CPA adviseert de gemeente in gevallen waarbij persoonsgegevens die betrekking hebben op het zorgverleningsproces, de wettelijke grondslag te baseren op de publieke zorgtaak van de gemeente (Wet maatschappelijk ondersteuning) in plaats van toestemming te vragen aan of overeenkomsten te sluiten met alle deelnemers.
Tot een andere grondslag adviseerde de CPA in haar advies House of skills, een samenwerkingsverband van de gemeente Amsterdam met werkgevers. Hierbij staat het belang van
8
de burgers voorop en daarbij past als grondslag voor het verwerken van gegevens gebruik te maken van overeenkomsten. 4.5. ANPR-camera’s advies: scheiding van beelden bij de bron? In de afgelopen periode ontstond een discussie over of er sprake is van datascheiding bij de bron met betrekking tot de ANPR-camera’s. De CPA constateert in het ANPR-camera/ Milieuzoneadvies dat de beelden op één punt worden verzameld en dat dit geschiedt door de gemeente, als beheerder van de infrastructuur. De beelden kunnen niet direct bij de bron worden gescheiden en automatisch worden doorgesluisd naar de politie. De gemeente ontvangt de beelden en zet deze door naar de politie. Alle data lopen nu via het gemeentelijk netwerk en daardoor zal de gemeente moeten gaan optreden als verlengde arm van de politie bij het vergaren van de beelden en in het kader hiervan de beelden doorgeven aan de politie. Aan de politie komt sinds de inwerkingtreding van artikel 126 jj Wetboek van Strafvordering de bevoegdheid toe om – onder een aantal voorwaarden – kentekens van voertuigen die een camera passeren vast te leggen en te bewaren. De politie is dus aan te merken als een zelfstandige verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in de AVG bij de verwerking van de camerabeelden. Op het verdere gebruik hiervan is de Wet politiegegevens van toepassing.
De CPA adviseert in het Milieuzone-advies om in dit geval een verwerkingsovereenkomst te sluiten op grond waarvan de gemeente de beelden – mede – ten behoeve van de politie kan verzamelen en ook aan de politie kan doorzetten. Indien bij het gebruik van de beelden in de regiekamer sprake is van gemeenschappelijk gebruik van deze beelden zal er sprake kunnen zijn van medegebruik in de zin van de AVG en dienen hierover nadere afspraken te worden gemaakt, vastgelegd en bekendgemaakt met inachtneming van de AVG en de beperkingen die de Wet politiegegevens hieraan stelt. 4.6. Bodycam-advies: objectieve veiligheid van de BOA’s versus privacy van de burgers Vorig jaar ging de pilot Bodycams 2019 van start. In het Bodycam-advies kwam naar voren dat ongeveer 100 buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) een bodycam krijgen. De bodycams staan stand-by en gaan aan wanneer de BOA de opnameknop indrukt. De beelden worden nog 30 seconden voor en 30 seconden na het indrukken van de opnameknop opgeslagen. Het inzetten van de bodycams is volgens de CPA niet mogelijk op grond van artikel 151c Gemeentewet. Dit wetsartikel gaat uit van een vooraf aangegeven gebied waarin cameratoezicht plaatsvindt. De bodycams kunnen daarentegen overal worden ingezet waar de BOA zich bevindt.
Uit het advies komt naar voren dat verwerking van de bodycams noodzakelijk moet zijn voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de gemeente Amsterdam, behalve wanneer de belangen of grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene zwaarder wegen. In dit geval gaat het om het belang van de gemeente als werkgever van de BOA’s en deze neemt in de ogen van de CPA gepaste maatregelen om in voorkomende situaties opnamen van de burger te maken in verband met diens gedrag. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente Amsterdam als werkgever om voor de veiligheid van de BOA’s te zorgen. In het advies komt daarnaast naar voren dat voor de inzet van de bodycams door de gemeente Amsterdam, de grondslag gevonden kan worden in artikel 6, eerste lid, sub f, van de AVG juncto artikel 125ter Ambtenarenwet. Op basis van dit wetsartikel kan er een belangenafweging gemaakt worden tussen enerzijds de objectieve veiligheid van de BOA’s en anderzijds de privacy van de burgers. Zo mag de BOA pas de bodycam aanzetten op het moment dat er gevaar dreigt. Het is niet de bedoeling dat de bodycam gedurende de gehele dienst van de BOA aanstaat.
9
4.7. Een digitale veiligheidsriem: digitale perimeter In het Digitale Perimeter-advies kwam naar voren dat de gemeente Amsterdam, de Johan Cruijff Arena, de Politie en de Nederlandse Organisatie voor toegepast- natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) een digitale veiligheidsring, naast de fysieke veiligheidsmaatregelen die door de UEFA zijn voorgeschreven, willen aanleggen rondom de Johan Cruijff Arena. De proef rondom de Johan Cruijff Arena bestaat uit vijf instrumenten: 1. Digitale gezichtsvergelijking; 2. Blue force tracking; 3. Bodycams via 5G; 4. Slimme infrastructuur; en 5. Scan op wapens en vuurwerk. De ervaring van de commissie is dat waar beelden eenmaal beschikbaar zijn, de onbedwingbare behoefte bestaat om deze ook vaak voor andere doeleinden te gebruiken. De CPA adviseert in het Digitale Perimeter-advies om een goede gebruikersregeling binnen de normen van de AVG op te stellen voor de deelnemers aan de perimeter. Ook adequate informatieverschaffing aan de betrokken burgers binnen het Arenagebied hoort hier deel vanuit te maken. Transparant zijn richting de betrokken burgers is hier belangrijk. Juist bij het gebruiken van verschillende instrumenten en de onderlinge verstrengeling met particuliere partijen is het belangrijk om de privacyrisico’s van de processen in kaart te brengen.
De persoonsgegevens waar de gemeente Amsterdam de verwerkingsverantwoordelijke voor is mogen niet zonder nader onderzoek en afspraken met een derde partij worden gedeeld. Dit gebruik met functioneel zijn en passen in het doel waarvoor de verwerking plaatsvindt. Daarnaast adviseert de CPA in het Digitale Perimeter-advies om de TADA-waarden in acht te nemen. ‘Tada: duidelijk over data’ is een handleiding van de stad om bewust om te gaan met de mogelijkheden en bedreigingen van digitale technologieën. TADA wordt geïmplementeerd voor het eerlijk verdelen van de opbrengsten van digitale technologieën. De beeldvorming ontstaat dat elke bezoeker van het gebied overal door allerlei instanties en bedrijven gevolgd wordt. Ook acht de CPA het van belang om in dit soort gevallen goed uit te zoeken of de leveranciers van de sensoren deze ook aan andere landen levert die de privacywetgeving minder nauw nemen. De Commissie Persoonsgegevens Amsterdam Amsterdam, 2020.
10
BIJLAGE 1 LIJST MET ADVIEZEN 2019 Onderwerp
Trefwoord
Afwegingskader bodycams
Privacy Impact assessments, toegang innovatie
Chatbot Goochem
Privacy by design, informatieplicht, verwerkingsverantwoordelijke
gegevensverwerking City Deal
Zicht op ondermijning
Convenant Actiecentrum Veiligheid en Zorg
Raamconvenant, werkregelingen
Datapunt
Centraal gegevensknooppunt
Gehandicapten parkeerkaart
Kentekens, bronbestanden
House of Skills
Toestemming, PPS- constructie
Mobility as a Service in Amsterdam
Monitoring, interoperabiliteit marktordening
Mobility as a Service Zuidas
Mobiliteitsdiensten, interoperabiliteit, marktordening
Open Beacon Network
Operationele systemen
Wifitracking
Mac-adressen
OPEN POEN
Transparantie, Wet Open Overheid
Zorgcoördinatie index (ZCI)
Toestemming, transparantie
Plan van aanpak rolstoelwoningen
Algemeen belang, Wmo
Openbaar register slimme apparaten
Monitoring, transparantie
Bodycams
Proportionaliteit, bewaartermijn, Objectieve veiligheid, belangenafweging
Routeoptimalisatie
Gerechtvaardigd belang
Digitale perimeter
Transparantie, DPIA, TADA, verwerkingsverantwoordelijke
11
12