Jaarrapport Luchtkwaliteit Amsterdam 2021 def.pdf
Tekst van het document
▪
Meetresultaten luchtkwaliteit Amsterdam 2021 GGD
April 2022
Inhoud Hoofdpunten ................................................................................................. 3
Benzeen en Zwaveldioxide concentraties ................................................ 26
Samenvatting ................................................................................................5
Methode ..................................................................................................... 27
Overzicht per luchtverontreinigende component ...................................... 8
Wettelijk kader ........................................................................................ 27
Stikstofdioxide (NO2) concentraties ........................................................ 10
Toetsen aan WHO (luchtkwaliteit en gezondheid)................................... 27
NO2 buisjes metingen in Amsterdam ....................................................... 12
Meetlocaties ........................................................................................... 27
Roet concentraties .................................................................................. 14
Trendanalyse – ontwikkeling luchtkwaliteit............................................. 28
Fijn stof - PM10 concentraties.................................................................. 16
Bijlage ......................................................................................................... 29
Fijn stof - PM2.5 concentraties ................................................................ 18
Toelichting componenten ....................................................................... 29
Ultrafijn stof (UFP) concentraties ............................................................20
Accreditatie............................................................................................. 31
Ozon concentraties .................................................................................22
Meetmethoden ....................................................................................... 31
Koolmonoxide concentraties ...................................................................24
Meetnauwkeurigheid en toegepaste apparatuur ..................................... 32
2
Hoofdpunten ▪
De maatregelen rondom het coronavirus en de daarmee samenhangende afname van economische activiteit zorgde in 2021, net als in 2020, voor een fors betere luchtkwaliteit in vergelijking met de jaren daarvoor.
▪
De luchtkwaliteit in 2021 is vergelijkbaar met de luchtkwaliteit in 2020. De fijn stof-, roet- en stikstofdioxide (NO2) concentraties verschillen weinig van de concentraties gemeten in 2020. Ook de ultrafijn stof concentratie op het meetpunt nabij Schiphol was vergelijkbaar met 2020.
▪
▪
In 2021 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nieuwe, strengere, gezondheidskundige advieswaarden voor de luchtkwaliteit gepubliceerd. De ambities in het Amsterdamse Actieplan Schone Lucht zijn gebaseerd op de WHO-advieswaarden uit 2005. In dit rapport vergelijken we de Amsterdamse luchtkwaliteit met de gezondheidskundige advieswaarden uit 2005 en 2021. Veranderingen jaargemiddelde gezondheidskundige advieswaarden WHO, 2005 versus 2021: ▪ Stikstofdioxide (NO2): van 40 µg/m3 naar 10 µg/m3. ▪ Fijn stof met diameter kleiner dan 10 micrometer (PM10): van 20 µg/m3 naar 15 µg/m3. ▪ Fijn stof met diameter kleiner dan 10 micrometer (PM2.5): van 10 µg/m3 naar 5 µg/m3. ▪ N.B. Voor roet en ultrafijn stof heeft de WHO geen gezondheidskundige advieswaarden opgesteld.
▪
In 2021 werden er geen jaargemiddelde NO2 concentraties boven de gezondheidskundige advieswaarde van 40 µg/m3 [uit 2005] gemeten. In 2019, voordat de coronacrisis begon, was nog op 10% van de meetpunten de concentratie hoger dan 40 µg/m3. Het ligt in de lijn der verwachting dat ook in de toekomst deze concentratie niet of nauwelijks meer zal worden overschreden.
▪
De gezondheidskundige advieswaarde van 20 µg/m3 [uit 2005] voor de jaargemiddelde PM10 concentratie werd op alle meetstations behaald.
▪
De gezondheidskundige advieswaarde van 10 µg/m3 [uit 2005] voor de jaargemiddelde PM2.5 concentratie werd op de meetstations met weinig verkeer behaald, maar niet op de meetstations langs drukke wegen.
▪
Op geen enkel meetpunt werd voldaan aan de nieuwe, strengere gezondheidskundige advieswaarden van de WHO [uit 2021] voor fijn stof (PM10 en PM2.5) en NO2. Ook in de komende jaren ligt dit ver buiten bereik voor PM2.5 en NO2. Dat geldt overigens niet alleen voor Amsterdam. In 2020 werden de WHO-advieswaarden [uit 2021] voor PM2.5 overal in Nederland overschreden. Voor NO2 wordt er alleen in het Noorden en Noord-Oosten van Nederland aan voldaan.
3
Samenvattende tabel voor jaargemiddelde stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2.5) concentraties in relatie tot gezondheidskundige advieswaardes van de Wereldgezondheidsorganisatie.
Component
NO2 PM10 PM2.5
Meetpunten met
Veel verkeer Weinig verkeer Veel verkeer Weinig verkeer Veel verkeer Weinig verkeer
Gemiddelde concentratie 3
(µg/m )
26,1 18,8 18,3 16,4 10,8 9,8
Gezondheidskundige Advieswaarde WHO 2021 3
WHO 2005
Laagste en hoogste Aantal meetpunten concentratie 3
3
(µg/m )
(µg/m )
10
40
15
20
5
10
(µg/m )
103 51 4 2 3 2
16,5- 38,2 14,7-25,2 17,7-18,9 15,5-17,3 10,2-11,4 9,8-9,8
4
Samenvatting Deze rapportage beschrijft de meetresultaten over het jaar 2021 van het Amsterdamse luchtmeetnet, dat door de GGD Amsterdam wordt beheerd. Het Amsterdamse luchtmeetnet is primair gericht op het meten van componenten die voor de gezondheid belangrijk zijn. We vergelijken de resulaten met de gezondheidskundige advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In september 2021 zijn de WHOadvieswaarden aanzienlijk aangescherpt. Dat geldt zowel voor advieswaarden voor de jaargemiddelde concentratie, als voor de daggemiddelde concentratie. De lucht is in de afgelopen tien jaar steeds schoner geworden. In deze ontwikkeling was het jaar 2020 een opvallende positieve uitschieter. In dat jaar was de luchtkwaliteit in Amsterdam sterk verbeterd ten opzichte van de voorgaande jaren. In 2021 was de luchtkwaliteit vergelijkbaar met 2020. De maatregelen rondom het coronavirus hebben ook in 2021 waarschijnlijk in belangrijke mate bijgedragen aan de schonere lucht. Oorzaken hiervoor zijn de afname van economische activiteit in binnen- en buitenland en de afname van het verkeer.
Meetresultaten 2021 NO 2 (Stikstofdioxide) NO2 is een belangrijke indicator van uitstoot van luchtvervuiling door wegverkeer. De NO2 concentraties was gemiddeld genomen in 2021 ongeveer gelijk aan de concentraties gemeten in 2020. De NO2 concentratie op plekken met veel verkeer (straatlocaties) was gemiddeld 26,1 μg/m3; in 2020 was dat 26,4 μg/m3. Op plekken met weinig verkeer (achtergrondlocaties) werd in 2021 een gemiddelde NO2 concentratie van 18,8 μg/m3 gemeten; in 2020 was dat 18,7 μg/m3.
Door de jaren heen worden de NO2 concentraties steeds iets lager. NO2 concentraties dalen met gemiddeld 1,9 μg/m3 per jaar op plekken met veel verkeer en met 1,1 μg/m3 per jaar op plekken met weinig verkeer.
Fijn stof (PM10 en PM2.5) De PM10 en PM2.5 concentraties waren in 2021 net iets hoger dan in 2020. De PM10 concentratie op plekken met veel verkeer was gemiddeld 18,3 μg/m3 in 2021. Dat is 0,6 μg/m3 hoger dan in 2020. Op plekken met weinig verkeer was de gemiddelde PM10 concentratie 16,4 μg/m3. Dat is 0,1 μg/m3 hoger dan in 2020. Gemiddeld genomen dalen de PM10 concentraties over de afgelopen 10 jaar met 0,8 μg/m3 per jaar op plekken met veel verkeer en met 0,4 μg/m3 per jaar op plekken met weinig verkeer. De PM2.5 concentratie was in 2021 gemiddeld 10,8 μg/m3 op meetpunten met veel verkeer en 9,8 μg/m3 op meetpunten met weinig verkeer. Deze concentraties zijn respectievelijk 1,3 μg/m3 en 0,2 μg/m3 hoger dan in 2020. Over de afgelopen 10 jaar dalen de PM2.5 concentraties met gemiddeld 0,8 μg/m3 per jaar op plekken met veel verkeer en met 0,5 μg/m3 per jaar op plekken met weinig verkeer.
Roet (Black Carbon) en Ultrafijn stof (UFP) Ook roet (Black Carbon) concentraties waren in 2021 ongeveer gelijk aan de concentraties gemeten in 2020. De roet concentratie op plekken met veel verkeer was gemiddeld 0,93 μg/m3; in 2020 was dat 0,95 μg/m3. Op plekken met weinig verkeer werd in 2021 een gemiddelde roet concentratie van 0,60 μg/m3 gemeten; in 2020 was dat 0,61 μg/m3. De roet concentraties dalen door de jaren heen. Over de afgelopen 10 jaar dalen de roet concentraties gemiddeld met 0,14 μg/m3 per jaar op plekken met veel verkeer en met 0,05 μg/m3 per jaar op plekken met weinig verkeer.
5
Het meetstation Ookmeer is het enige meetstation in Nederland waar ultrafijn stof (sinds 2018) continu wordt gemeten. Het meetstation ligt nabij Schiphol en bij een Zuid-ZuidWestenwind waait de lucht vanaf Schiphol richting het meetstation. De UFP-concentratie was in 2021 lager dan in 2020. De UFP-concentratie was gemiddeld 11.480 deeltjes/cm3, in 2020 waren dit 12.716 deeltjes /cm3. Met name de piekbelastingen bij ZuidZuidWestenwind, afkomstig van Schiphol, waren in 2021 en 2020 een stuk lager dan voor het begin van de coronacrisis.
Ozon (O 3 ) De meeste mensen kennen ozon vooral van de ozonlaag. Maar ozon komt ook dichtbij het aardoppervlak voor en daar is het ongezond. Ozon wordt niet rechtstreeks uitgestoten, maar ontstaat in de atmosfeer uit reacties tussen stikstofoxides en vluchtige organische componenten. De weersomstandigheden hebben een belangrijke invloed op de ozonconcentratie. Ozon wordt gevormd onder invloed van zonlicht. De hoogste ozonconcentraties komen voor op warme en zonnige dagen. Daarnaast is onder andere de hoeveelheid NO2 in de lucht van belang. Onder invloed van NO2 wordt ozon afgebroken. Op het meetpunt met veel verkeer was in 2021 de ozonconcentraties 46,1 μg/m3. Dat is 0,8 μg/m3 hoger dan in 2020. Op de meetpunten met weinig verkeer was in 2021 de concentratie 49,6 μg/m3, dat is 0,6 μg/m3 hoger dan in 2020. Ozonconcentraties zijn lokaal en op landelijke schaal nauwelijks te beïnvloeden. De ozonconcentraties worden bepaald door grootschalige processen (aanvoer luchtverontreinigende stoffen vanuit Europa en mondiaal).
Meetresultaten en gezondheidskundige advieswaarden In 2021 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nieuwe, strengere, gezondheidskundige advieswaarden voor de luchtkwaliteit gepubliceerd. De
ambities in het Amsterdamse Actieplan Schone Lucht zijn gebaseerd op de ‘oude’ WHO-advieswaarden uit 2005. In het jaarrapport vergelijken we de Amsterdamse luchtkwaliteit met de gezondheidskundige advieswaarden uit 2005 en 2021. De gezondheidskundige advieswaarden zijn lager dan de wettelijke grenswaarden. De grooste verandering van WHO-advieswaarde is bij NO2. Die is van 40 µg/m3 naar 10 µg/m3 gegaan. De advieswaarde voor PM10 is van 20 µg/m3 naar 15 µg/m3 gegaan. De advieswaarde voor PM2.5 is gehalveerd: van 10 µg/m3 naar 5 µg/m3. Dit zijn de advieswaarden voor lange termijn blootstelling (jaargemiddelden). De WHO heeft ook advieswaarden voor korte termijn blootstelling (daggemiddelden). Voor roet en ultrafijn stof heeft de WHO geen gezondheidskundige advieswaarden opgesteld
NO 2 – Gezondheidskundige advieswaarde In 2021 werd, voor het tweede jaar op rij, geen jaargemiddelde NO2 concentraties boven de jaargemiddelde gezondheidskundige advieswaarde van 40 µg/m3 [uit 2005] gemeten. Op geen van de meetpunten werd voldaan aan de nieuwe WHO-advieswaarde van 10 µg/m3 [uit 2021]. Ook in de komende jaren ligt dit nog buiten bereik voor NO2. Dat geldt niet alleen voor Amsterdam. Momenteel wordt hier alleen in het Noord en Noord-Oosten van Nederland aan voldaan. Aan de daggegemiddelde gezondheidskundige advieswaarde van de WHO werd op geen van de meetstations voldaan. Overschrijdingen hiervan liggen tussen de 40 en 258 dagen.
PM10 – Gezondheidskundige advieswaarde De gezondheidskundige advieswaarde [uit 2005] voor de jaargemiddelde PM10 concentratie werd op alle meetstations behaald. Ook de WHOadvieswaarde uit 2005 voor de daggemiddelde concentratie werd op alle meetstations behaald. Op geen van de meetpunten werd voldaan aan de nieuwe WHO-advieswaarde van 15 µg/m3 [uit 2021]. Naar verwachting ligt deze nieuwe jaargemiddelde advieswaarde in de komende jaren wel binnen 6
bereik. De strengere WHO-advieswaarde voor de daggemiddelde concentratie uit 2021, werd ook nog niet overal gehaald. Op de meetstations langs de Haarlemmerweg, A10-West en van Diemenstraat werd deze waarde met 4 tot 6 dagen overschreden.
PM2.5 – Gezondheidskundige advieswaarde De gezondheidskundige advieswaarde [uit 2005] voor de jaargemiddelde PM2.5 concentratie werd op de meetstations met weinig verkeer behaald, maar niet op de meetstations langs drukke wegen. Op geen van de meetpunten werd voldaan aan de nieuwe WHO-advieswaarde van 5 µg/m3 [uit 2021]. Voor PM2.5 geldt dat deze advieswaarde ook in de komende jaren niet bereikt zal worden. Momenteel wordt nergens in Nederland aan deze advieswaarde voldaan. De WHO-advieswaarde uit 2005 voor de daggemiddelde concentratie werd op geen van de meetstations behaald. Deze werd met 9 tot 13 dagen overschreden. De strengere WHO-advieswaarde uit 2021 werd logischerwijs ook niet gehaald. De nieuwe daggemiddelde advieswaarde werd met 49 tot 74 dagen overschreden.
Roet, UFP, Ozon – Gezondheidskundige advieswaarde Voor roet (Black Carbon) heeft de WHO geen gezondheidskundige advieswaarden opgesteld. De reden is dat verschillende meetmethoden gebruikt worden om roet te meten die niet exact met elkaar vergelijkbaar zijn. De WHO heeft wel een uitgebreide beschrijving gegeven van de gezondheidseffecten van roet en geeft aan dat het belangrijk is om de blootstelling aan roet zoveel mogelijk terug te dringen (WHO, 2012). Ook voor UFP is er nog geen gezondheidskundige advieswaarde. Voor ozon zijn er wel gezondheidskundige advieswaardes. Aan deze waardes werd op geen van de meetstations voldaan.
1
Invloed van het weer en Corona Het weer heeft een grote invloed op de luchtkwaliteit. Als het waait en regent, wordt de lucht schoner. Is het langere tijd droog en windstil weer, dan wordt de lucht viezer. Windrichting, windsnelheid, hoeveelheid neerslag en zonuren bepalen in hoge mate de aanvoer, verspreiding, depositie (‘neerslaan’) en de vorming en afbraak van verontreinigende stoffen in de lucht. De weersomstandigheden variëren van jaar tot jaar en dit heeft invloed op de luchtkwaliteit. In vergelijking met het voorgaande jaar was 2021 iets koeler en was er minder zonneschijn. In 2021 viel er iets minder regen vergeleken met 2020. In 2021 waaide het iets minder hard dan in 2020, en kwam de wind iets vaker uit Noord – NoordWestelijke richting en iets minder vaak uit Zuid ZuidWestelijke richting1. Al met al lijken de weersomstandigheden in 2021 iets minder gunstig voor de luchtkwaliteit vergeleken met 2020, maar de verschillen zijn klein. Ook in 2021 zijn de Corona-pandemie en lockdowns van invloed geweest op de luchtkwaliteit. Algemeen kan worden gesteld dat de luchtkwaliteit tijdens de coronacrisis aanzienlijk is verbeterd. Dit komt door de afname van economische activiteit in binnen- en buitenland en met name door een afname van het verkeer.
Gebaseerd op metingen van KNMI-meetstation Schiphol
7
Overzicht per luchtverontreinigende component
NO2 – stikstofdioxide BC– Roet PM10 – fijn stof – diameter <10 µm PM2.5 – fijn stof – diameter <2.5 µm UFP – Ultrafijn stof – diameter <0.1 µm O3 – Ozon CO – Koolmonoxide Benzeen SO2 – Zwaveldioxide
8
WHO-advieswaarden NO2 - Overschrijdingen
2021 Jaargemiddelde NO2 concentraties (μg/m3)
Meetpunten met overschrijding
Stikstofdioxide (NO2)
Jaargemiddelde WHO 2005
Aantal meetpunten boven advieswaarde (>40 µg/m3)
0
WHO 2021
Aantal meetpunten boven advieswaarde (>10 µg/m3)
154 (100%)
Veel verkeer Weinig verkeer
Trend jaargemiddelde NO2 concentratie
NO2 trendanalyse 10 jaar (periode 2012-2021) Meetstation Veel verkeer
J
Gemiddelde (± SE) daling NO₂ concentratie (µg/m3) per jaar (periode 20122021)
p-waarde
-1.91 (± 0.34)
0.001
A10-West
-2.31 (± 0.24)
<0.001
Haarlemmerweg
-3.09 (± 0.30)
<0.001
Jan van Galenstraat
-2.05 (± 0.34)
<0.001
Van Diemenstraat
-1.35 (± 0.30)
0.002
Stadhouderskade
-1.79 (± 0.22)
<0.001
-1.11 (± 0.19)
<0.001
Nieuwendammerdijk
-0.78 (± 0.22)
0.008
Weinig verkeer Vondelpark
-1.01 (± 0.20)
0.001
Oudeschans
-1.16 (± 0.25)
0.002
Kantershof
-0.79 (± 0.20)
0.004
Sportpark Ookmeer
-0.84 (± 0.15)
<0.001
9
Stikstofdioxide (NO2)
Stikstofdioxide (NO2) concentraties De eerste grafiek toont de jaargemiddelde stikstofdioxideconcentraties zoals die zijn gemeten op de vaste meetlocaties van het Amsterdamse meetnet luchtkwaliteit. Locaties met veel verkeer zijn roze gekleurd, met weinig of geen verkeer blauw. Stikstofdioxide wordt ook nog eens op 144 locaties met een eenvoudige techniek gemeten. De gemiddelden daarvan zijn ook verdeeld in locaties met veel en weinig verkeer en in de grafiek weergegeven als gearceerde kolommen. Net als in 2020 zijn alle jaargemiddelden onder de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m3 gebleven, ook op de drukste plekken. Stikstofdioxideconcentraties tonen over de jaren heen al langer een gestage daling, zowel op locaties met veel verkeer, als op de lokaties met minder of geen verkeer. Deze daling over langere tijd is terug te voeren op strengere milieuwetten, zowel voor de uitstoot van auto’s als voor de (Europese) industrie. In de stad zijn milieuzones ingesteld en daarbij wordt ook steeds schoner gereden, het wagenpark vernieuwd zich en het aantal elektrische voertuigen neemt toe. Dwars door deze dalende trend lopen de weersomstandigheden die van jaar tot jaar grote invloed hebben op de jaargemiddelde concentraties. Dat is de reden waarom alleen over langere perioden, bijvoorbeeld 10 jaar trends kunnen worden vastgesteld.
Toch blijft de scherpe daling ten opzichte van 2019 opmerkelijk en zonder twijfel
veroorzaakt door de afname in het verkeer als gevolg van de covid-19 maatregelen. De laatste tabel toont dat op ieder station de trend dalende is, een negatieve waarde duidt op een afname in concentratie. De p-waarde helpt om de betekenis van de resultaten te bepalen, zodra deze onder de 0,05 ligt, is de trend statistisch significant. Dit betekent dat het voor 95% zeker is dat ook werkelijk een dalende trend is waargenomen. Op geen enkel meetpunt werd voldaan aan de nieuwe WHO-advieswaarde uit 2021 voor de jaargemiddelde stikstofdioxideconcentratie. Deze is in 2021 verlaagd naar 10 µg/m3. De jaargemiddelde WHO-advieswaarde uit 2005, i.e. 40 µg/m3, werd wel overal gehaald. De WHO heeft bij de nieuwe gezondheidskundige advieswaarden voor NO2 ook een daggemiddelde advieswaarde opgesteld. De WHO adviseert dat een daggemiddelden NO2 concentratie van 25 μg/m3 maximaal drie dagen per jaar mag voorkomen. Op geen van de locaties, ook niet op die met weinig verkeer, wordt hieraan voldaan. Op het meetstation met de meeste daggemiddelde overschrijdingen, meetstation langs de A10-West, werd de WHO-advieswaarde 258 dagen overschreden. Op het meetstation met de minste daggemiddelde overschrijdingen, meetstation Kantershof, werd de WHO-advieswaarde 40 dagen overschreden.
10
Hoogste en laagste NO2 palmes buisjes metingen in 2021
Buisjes Stikstofdioxide (NO2)
NO2 metingen in Amsterdam met Palmes-buisjes
3 hoogst gemeten locaties Prins Hendrikkade A10 Zuid (Snelweg) Prins Hendrikkade
Centrum Zuid Centrum
3 laagst gemeten locaties Zwanenbloemlaan Kortvoort Tuinkade
NO2 (µg/m3) 38.2 34.9 33.2
NO2 (µg/m3) Oost Zuidoost Weesp
15.6 15.6 14.9
NO2 palmes buisjes metingen in 2021
Aantal meetpunten
Gemiddelde (± SD) concentratie (µg/m3)
Laagste concentratie (µg/m3)
Straat
92
24.6 (± 3.9)
16.5
22.2
24.0
27.1
38.2
Achtergrond
41
18.8 (± 2.1)
14.9
17.3
18.7
20.3
25.2
Snelweg
6
25.6 (± 5.8)
20.5
21.1
23.8
28.9
34.9
Waterweg
3
22.2 (± 0.9)
21.3
21.8
22.2
22.7
23.1
Industrie
2
26.1 (± 3.8)
23.4
Totaal
144
Type meetpunt
255075percentiel percentiel percentiel
Hoogste concentratie (µg/m3)
28.8
11
Buisjes Stikstofdioxide (NO2)
NO2 buisjes metingen in Amsterdam Het meten van stikstofdioxide vindt in het Amsterdamse meetnet op twee manieren plaats. Op vaste meetlocaties gaat dit met behulp van continue analyse van de buitenlucht, waarbij doorlopend een kleine hoeveelheid buitenlucht naar een analyse-apparaat wordt gepompt. Op 10 vaste plekken wordt met deze zogenaamde referentiemethode op lokaties met veel en weinig verkeer het gehalte stikstofdioxide bepaald. De meetmethode wordt iedere tweede dag gecontroleerd met een zogenaamd kaibratiegas, waarvan precies bekend is hoeveel stikstofdioxide daarin aanwezig is. Afwijkingen in de apparatuur kunnen zo worden opgespoord en eventueel worden gecorrigeerd. De apparatuur is kostbaar, gevoelig voor omgevingsomstandigheden en daarom ondergebracht in geconditioneerde meetstations.
door slimme vergelijking met de geavanceerde vaste meetstations, nauwkeurig genoeg om probleemplekken in de stad aan te wijzen en lokaal beter inzicht te krijgen hoe de luchtkwaliteit zich ontwikkeld. NO2- buisjes metingen in 2021 De kaart toont de verdeling van de NO2- buisjes over de stad. In de tabel staat een overzicht van de buisjes metingen in 2021. Per type meetpunt staat een beschrijving van het aantal meetpunten, de gemiddelde concentratie, de hoogste en laagste gemeten waarden en de percentielen. Er zijn meetpunten langs de straat (relatief veel verkeer) en snelweg, achtergrond (weinig of geen verkeer), waterwegen en in een industriele omgeving. In een aparte tabel staan de 3 hoogste en laagste metingen in de stad.
Soms ontstaat discussie over de juiste meetplaats, echter het hoofddoel van deze metingen is vaststellen of de lucht in de stad beter wordt, dus het vaststellen van trends. Het verplaatsen van stations, ook al zou een betere plek beschikbaar komen, verstoort het vastleggen van trends. Ook overgaan op een andere, betere of juist goedkopere meetmethode, zou hierop invloed kunnen hebben. We doen daarom zoveel mogelijk op dezelfde plekken al jaren exact hetzelfde. Om toch flexibel te kunnen zijn, en bijvoorbeeld enkele jaren op een bepaalde plek stikstofdioxide te kunen meten, wordt een tweede methode gehanteerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zogenaamde Palmes diffusiebuisjes. Deze metingen zijn te bekijken op www.maps.amsterdam.nl/no2. Buisjes, iets kleiner dan een aspirinekokertje die speciaal zijn geprepareerd om stikstofdioxide te adsorberen worden op 144 plekken in de stad iedere vier weken gewisseld en daarna geanalyseerd. Op basis daarvan kunnen relatief goedkoop op veel meer plaatsen in de stad stikstofdioxide concentraties worden bepaald. Weliswaar iets minder nauwkeurig, maar 12
Roet (BC – Black Carbon)
2021 Jaargemiddelde roet concentraties (μg/m3)
Veel verkeer Weinig verkeer
Trend jaargemiddelde roet concentratie
Foto beeldbank: Edwin van Eis
Roet trendanalyse 10 jaar (periode 2012-2021)
Meetstation
Gemiddelde (± SE) daling Roet (µg/m3) per jaar (periode 2012-2021)
Veel verkeer A10-West Van Diemenstraat Stadhouderskade Jan van Galenstraat Weinig verkeer Vondelpark Nieuwendammerdijk
-0,14 (± 0,02) -0,20 (± 0,02) -0,12 (± 0,01) -0,11 (± 0,02) -0,20 (± 0,02) -0,05 (± 0,01) -0,06 (± 0,01) -0,05 (± 0,01)
p-waarde
<0.001 <0.001 <0.001 <0.001 <0.001 <0.001 <0.001 <0.001 13
Roet (BC – Black Carbon)
Roet concentraties Roet is een onderdeel van fijn stof. Verkeer stoot relatief veel roet uit. Bij een uitlaat van een oude dieselauto of oude boot of bij houtstook, wordt de zwarting van de rookpluim veroorzaakt door roetdeeltjes. In het Engels wordt roet vaak Black-Carbon genoemd. Toch zijn er heel veel soorten roet met, afhankelijk van de bron, verschillende eigenschappen. Op dit terrein wordt nu veel onderzocht, bijvoorbeeld om roet afkomstig van houtkachels te onderscheiden van roet afkomstig van dieselverkeer. Het dieselverkeer heeft de laatste decennia een grote ontwikkeling doorgemaakt, het roetfilter en het aanleggen van steeds strengere Euro-normen voor vrachtverkeer zijn daar voorbeelden van. Het gehalte roet wordt uitgedrukt in µg/m3, dat is eigenlijk wel een beetje vreemd, omdat de meettechniek alleen naar kleuring kijkt, namelijk de zwarting op een (wit) filter. Die zwarting wordt dan omgerekend naar een gewicht. Niet ieder meettoestel doet dat op dezelfde manier, er is daarom voorzichtigheid geboden als je wilt vergelijken met wat in andere steden buiten Nederland wordt gemeten. Hoe zwaar die deeltjes roet echt zijn is dus niet zo duidelijk. Alhoewel er ook geen wettelijke grenswaarde voor roet bestaat, stelt de WHO zich op het standpunt, hoe lager hoe beter omdat aan roet heel veel schadelijke verbindingen geadsorbeerd kunnen zijn.
De roet concentratie op het meetpunt langs de A10-West was in 2021 het hoogst (1,05 µg/m3). De grafiek toont, net als bij stikstofdioxide een dalende trend, vooral op de door het verkeer beïnvloede locaties. En er is een extra daling zichtbaar ten opzichte van 2019. Dit laatste wordt voor een groot deel aan de covid-19 maatregelen toegeschreven en de daarmee samenhangende afname van het verkeer. Het verschil tussen 2020 en 2021 is gering. Uit de laatste tabel blijkt dat alle dalingen statistisch significant zijn.
14
2021 Jaargemiddelde PM10 concentraties (μg/m3)
WHO-advieswaarden PM10 - Overschrijdingen
Meetstations met overschrijding
Fijn stof (PM10)
Jaargemiddelde WHO 2005
Aantal meetstations boven advieswaarde (>20 µg/m3)
0
WHO 2021
Aantal meetstations boven advieswaarde (>15 µg/m3)
6
Veel verkeer Weinig verkeer
Trend jaargemiddelde PM10 concentratie
PM10 trendanalyse 10 jaar (periode 2012-2021)
Meetstation
Gemiddelde (± SE) daling PM10 (µg/m3) per jaar (periode 2012-2021)
p-waarde
Veel verkeer A10-West Van Diemenstraat Stadhouderskade Jan van Galenstraat Weinig verkeer Vondelpark Westerpark
-0,81 (± 0,12) -1,00 (± 0,14) -0,92 (± 0,14) -0,91 (± 0,13) -0,40 (± 0,15) -0,43 (± 0,15) -0,58 (± 0,14) -0,27 (± 0,22)
<0.001 <0.001 <0.001 <0.001 0.029 0.025 0.004 0.254 15
Fijn stof - PM10 concentraties
Fijn stof (PM10)
Bij PM10 (fijnstof deeltjes met een diameter van 10 µm of kleiner) zien we dat het verschil tussen locaties met veel verkeer (roze), en achtergrondlocaties met weinig of geen verkeer (blauw) relatief klein is. Het verschil is door de jaren heen steeds kleiner geworden en bedraagt nu nog maar enkele microgrammen. De bijdrage van het verkeer aan PM10 is dus vrij beperkt. Ook andere bronnen, waaronder natuurlijke bronnen, beïnvloeden de hoogte van de PM10 concentratie. Overigens is de meetapparatuur bij deze lage jaargemiddelden veel minder nauwkeurig.
Vanaf 2011 tot 2021 is de trend dalende, zowel op stations met veel verkeer als op de stations met weinig of geen verkeer. Ook lijkt het verschil tussen de blauwe en roze lijn de laatste drie jaar min of meer hetzelfde, waaruit kan worden afgeleid dat de bijdrage aan PM10 door het verkeer niet verder afneemt. Enige voorzichtigheid met conclusies is wel geboden, de apparatuur waarmee PM10 wordt gemeten, is bij deze lage concentraties minder nauwkeurig.
In het Landelijk Meetnet Luchtverontreiniging (LML), waar het Amsterdamse Luchtmeetnet onderdeel van uitmaakt, wordt fijn stof gemeten met apparatuur die is afgestemd op het nauwkeurig meten van concentraties rondom de wettelijke grenswaarden van 40 microgram/m3 (µg/m3) als jaargemiddelde voor PM10 en 25 µg/m3 als jaargemiddelde voor PM2.5. De wettelijke grenswaarden zijn veel hoger dan de huidige in de buitenlucht voorkomende concentraties. In 2021 is daarom nieuwe apparatuur getest om deze lage concentraties goed te kunnen meten. Naar verwachting wordt in 2023 overgestapt op een andere meetmethode. De WHO-advieswaarde voor de jaargemiddelde concentratie uit 2005 van 20 µg/m3 wordt op alle meetstations gehaald. De nieuwe WHO-advieswaarde uit 2021 van 15 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie wordt op geen van de meetpunten gehaald. De WHO-advieswaarde uit 2005 voor de daggemiddelde concentratie, i.e. maximaal 3 dagen met een daggemiddelde PM10 concentratie hoger dan 50 µg/m3, werd op alle meetstations behaald. De strengere WHO-advieswaarde uit 2021 voor de daggemiddelde concentratie, i.e. maximaal 3 dagen met een daggemiddelde PM10 concentratie hoger dan 45 µg/m3, werd nog niet overal gehaald. Op de meetstations langs de Haarlemmerweg, A10-West en van Diemenstraat werd deze waarde met 4-6 dagen overschreden.
16
2021 Jaargemiddelde PM2.5 concentraties (μg/m3)
WHO-advieswaarden PM2.5 - Overschrijdingen
Meetstations met overschrijding
Jaargemiddelde WHO 2005
Fijn stof (PM2.5)
WHO 2021
Aantal meetstations boven 3 advieswaarde (>10 µg/m ) Aantal meetstations boven 3
advieswaarde (>5 µg/m )
3 5
Veel verkeer Weinig verkeer
Trend jaargemiddelde PM2.5 concentratie
PM2.5 trendanalyse 10 jaar (periode 2012-2021)
Meetstation
Gemiddelde (± SE) daling PM2.5 (µg/m3) per jaar (periode 2012-2021)
p-waarde
Veel verkeer A10-West Van Diemenstraat Stadhouderskade Weinig verkeer Vondelpark Westerpark
-0,78 (± 0,10) -0,81 (± 0,11) -0,74 (± 0,10) -0,8 (± 0,13) -0,54 (± 0,08) -0,66 (± 0,11) -0,41 (± 0,18)
<0.001 <0.001 <0.001 <0.001 <0.001 <0.001 0.049 17
Fijn stof (PM2.5)
Fijn stof - PM2.5 concentraties PM2.5 zijn fijnstof deeltjes met een diameter van 2.5 µm of kleiner. Wat nog meer voor PM2.5 metingen dan voor PM10 metingen geldt, is dat deze, vaak nog lagere concentraties, nog moeilijker gemeten kunnen worden met de huidige apparatuur. Zo werd in 2019 het jaargemiddelde van locaties met weinig verkeer zelfs ogenschijnlijk iets hoger ten opzichte van de locaties met veel verkeer. Alhoewel de achtergrondlocatie Westerpark afwijkend hoog is voor een achtergrond en de verkeersbijdrage aan fijn stof beperkt is, speelt hier de meetonnauwkeurigheid zeker een rol. Zoals bij het onderdeel PM10 is aangegeven zijn nauwkeuriger meetmethoden in 2021 in de testfase. De uitrol van een nieuwe methode wordt in 2023 gerealiseerd. De WHO-advieswaarde uit 2005 voor de jaargemiddelde concentratie van 10 μg/m3, werd op alle door verkeerbelaste meetstations overschreden. De nieuwe WHO-advieswaarde uit 2021 voor de jaargemiddelde concentratie van 5 μg/m3, werd op alle meetstations overschreden. De WHO-advieswaarde uit 2005 voor de daggemiddelde concentratie, i.e. maximaal 3 dagen met een daggemiddelde PM2.5 concentratie hoger dan 25 µg/m3, werd op geen van de meetstations behaald. Het aantal dagen met overschrijding varieerde tussen de 9 en 13 dagen op de verschillende meetstations. De strengere WHO-advieswaarde uit 2021 voor de daggemiddelde concentratie, i.e.
maximaal 3 dagen met een daggemiddelde PM10 concentratie hoger dan 15 µg/m3, werd logischerwijs ook niet gehaald. Het aantal dagen met overschrijding van de nieuwe advieswaarde varieerde tussen de 49 en 74 dagen op de verschillende meetstations. De dalende trend is op alle meetstations statistisch significant. Op de meetpunten met veel verkeer dalen de concentraties met gemiddeld 0,78 µg/m3 over de afgelopen 10 jaar. En op de meetpunten met weinig verkeer dalen de concentraties met gemiddeld 0,54 µg/m3 over de afgelopen 10 jaar.
18
Ultrafijn Stof (UFP – PM0.1)
Meetstation t.o.v. Schiphol
Windroos Ultrafijn Stof (UFP)
Trend jaargemiddelde UFP concentratie
19 Foto beeldbank: Ed Blaas
Ultrafijn Stof (UFP – PM0.1)
Ultrafijn stof (UFP) concentraties De eerste kaart toont de ligging van het meetpunt Ookmeerweg ten opzichte van Schiphol. Dit is het enige meetpunt waar ultrafijne stofdeeltjes (UFP) worden gemeten. Bij Zuid- ZuidWestenwindis de invloed van Schiphol meetbaar. De in het tweede plaatje getoonde windroos laat de gemiddelde concentratie UFP zien uit verschillende windrichtingen, van 2019 2020 en 2021. Duidelijk zichtbaar is dat vanuit de richting van Schiphol meer UFP komt dan uit andere windrichtingen, daarbij toont het plaatje een zichtbare afname uit de richting van Schiphol in 2020 en 2021. Het is nog te vroeg om een echte trend te laten zien omdat er slechts vier jaar continue metingen hebben plaatsgevonden. Afhankelijk van het RIVMonderzoek over de schadelijkheid van deze deeltjes zal later worden besloten of deze metingen worden gecontinueerd of niet. Het RIVM gaat ervan uit in 2022 hierover te rapporteren.
20
2021 Jaargemiddelde Ozon concentraties (μg/m3)
WHO-advieswaarden Ozon - Overschrijdingen Max. 8-uurs gemiddelde
Gemiddelde Meetstations met 3 overschrijding concentratie (µg/m )
WHO 2005
3
130,9
3
3
130,9
WHO 2021 Piekseizoen
3
76,3
3
(<120 µg/m )
WHO 2021 (<100 µg/m )
3
(<60 µg/m )
Type meetpunt
Ozon (O3)
WHO 2021 Daggemiddelde Dagen boven 8-uursgemiddelde adviesVeel verkeer Weinig verkeer
Trend jaargemiddelde Ozon concentratie
3
waarde (>100 µg/m )
Meetstations met Aantal overschrijding dagen (max. 3)
Veel verkeer
1
10
Weinig verkeer
2
10
Ozon trendanalyse 10 jaar (periode 2012-2021)
Meetstation
Gemiddelde (± SE) stijging ozon (µg/m3) per jaar (periode 2012-2021)
p-waarde
Veel verkeer Weinig verkeer Vondelpark Nieuwendammerdijk
1,03 (± 0,23) 1,14 (± 0,23) 1,21 (± 0,23) 1,06 (± 0,27)
0,003 0,001 0,001 0,004 21
Ozon concentraties
Ozon (O3)
De meeste mensen kennen ozon vooral van de ozonlaag, op grote hoogte van het aardoppervlak. Ozon is een product van chemische reacties met zuurstof die vooral onder invloed van zonlicht in de atmosfeer plaatshebben. In de allerhoogste luchtlagen (stratosfeer) is veel ozon aanwezig die het leven op aarde beschermd door de schadelijke straling van de zon deels tegen te houden. Ozon in de lagere luchtlagen (troposfeer), de lucht die wij dagelijks inademen, is echter schadelijk.
Lokale ozonconcentraties zijn niet en op landelijke schaal nauwelijks te beïnvloeden. Vorming (en afbraak) van ozon hangt van veel factoren af, de aanwezigheid van stikstofmonoxide is daar een illustratie van. Ook atmosferische omstandigheden, aanwezigheid van koolwaterstoffen, stikstofdioxide, stikstofmonoxide, en de hoeveelheid zonlicht spelen een ingewikkeld spel van allerlei chemische (evenwichts)reacties.
De eerste grafiek toont dat door de jaren heen de ozonconcentratie zowel op plekken met weinig verkeer als op één meetplek (Van Diemenstraat) met veel verkeer stijgt. In 2019 was er veel missing data in de Van Diemenstraat. Dit meetpunt is daarom uit de grafiek en trendanalyse weggelaten. Los van deze afwijking, zien we gemiddeld over meerdere jaren ook op de Van Diemenstraat een stijging. De gemeten concentraties op deze plek zijn ieder jaar lager dan die van de locaties met weinig verkeer. Dit wordt veroorzaakt door de uitstoot van stikstofmonoxide (NO) van het wegverkeer dat deels wordt omgezet in stikstofdioxide door de aanwezige ozon.
22
Koolmonoxide (CO)
2021 Jaargemiddelde CO concentraties (μg/m3)
Veel verkeer Weinig verkeer
Trend jaargemiddelde CO concentratie
Foto beeldbank: Sander Foederer
CO trendanalyse 10 jaar (periode 2012-2021)
Meetstation
Gemiddelde (± SE) verandering CO (µg/m3) per jaar (periode 2012-2021)
p-waarde
Veel verkeer A10-West Van Diemenstraat Weinig verkeer
0,29 (± 2,23) 3,34 (± 3,58) -2,77 (± 2,65) 1,98 (± 4,15)
0,901 0,378 0,327 0,646
23
Koolmonoxide concentraties
Koolmonoxide (CO)
De jaargemiddelde concentratie koolmonoxide is al jaren op locaties met veel verkeer hoger dan op locaties met weinig verkeer. Gemotoriseerd verkeer is een bron van koolmonoxide. Het streven naar steeds efficiëntere motoren (het ontstaan van koolmonoxide hangt samen met onvolledige verbranding en daarmee met het verlies van rendement) lijkt de laatste jaren niet duidelijk tot lagere concentraties in de stad. Over de afgelopen 10 jaar is er geen statistische significante daling van de koolmonoxide concentraties.
In stedelijk gebied zijn meer koolmonoxide bronnen aan te wijzen dan gemotoriseerd verkeer alleen, vooral de opmars van particuliere houtstook lijkt van invloed te zijn. Samen met RIVM, IRAS en TNO worden de effecten van houtrook nader onderzocht.
24
Benzeen & Zwaveldioxide (SO2)
2021 Jaargemiddelde concentraties (μg/m3)
Foto beeldbank: Edwin van Eis
Trend jaargemiddelde concentratie
Trend analyse 10 jaar (periode 2012-2021)
Component 10 jaar Meetstation Trendanalyse
SO₂ Benzeen
Westerpark Stadhouderskade
Gemiddelde (± SE) daling SO₂ en benzeen (µg/m3) per jaar (periode 2012-2021)
p-waarde
-0,11 (± 0,04) -0,04 (± 0,02)
0,025 0,128
25
Benzeen & Zwaveldioxide (SO2)
Benzeen en Zwaveldioxide concentraties Zwaveldioxide (SO2) is in de stad al jaren zeer laag, aanzienlijk lager dan de Europese grenswaarde en ook ruim onder de gezondheidskundige advieswaarde van 20 μg/m3. Op meetlocatie Westerpark wordt al jaren een significante dalende trend waargenomen. Voor de zeevaart geldt al enkele jaren dat eenmaal binnengaats overgeschakeld moet worden op zwavelarme brandstof. Daarbij neemt de toepassing van schonere brandstoffen voor het vliegverkeer toe. Voor de “rare” plotselinge stijging van de SO2 concentratie in 2021 hebben we geen duidelijke aanwijsbare oorzaak.
De jaargemiddelde benzeenconcentratie op de Stadhouderskade is hoger dan het door de WHO vastgestelde ‘verwaarloosbaar risiconiveau’ van 0,17 μg/m3. Daarbij moet worden opgemerkt dat in Nederland deze achtergrondconcentratie niet wordt gehaald. Voor benzeen is door de WHO het maximaal toelaatbaar risico (een extra kans op kanker bij levenslange blootstelling van 1 op de 100.000) bepaald op een niveau van 1,7 µg/m3.
26
Methode Wettelijk kader Wettelijke toetsing van de luchtkwaliteit in Nederland, dus ook in Amsterdam, vindt plaats op basis van modelberekeningen. Deze berekeningen worden jaarlijks door het RIVM uitgevoerd, op basis van input over o.a. de verkeersintensiteit die door de diverse overheden worden aangeleverd. Meetgegevens van de GGD Amsterdam (en de meetnetten van het RIVM en DCMR) leveren input voor deze modelberekeningen. In de wetgeving is vastgelegd dat de luchtkwaliteit wordt berekend op wettelijke toetspunten, in de praktijk is dit aan de gevel van woningen of andere gebouwen waar mensen langdurig verblijven. Deze wettelijke toetsing met behulp van de Monitoringstool wordt aan het einde van elk jaar uitgevoerd voor het voorgaande kalenderjaar, en is dus nog niet beschikbaar voor het jaar 2021. Uitgebreide informatie over de Monitoringstool is te vinden op http://www.nsl-monitoring.nl.
Metingen versus berekeningen De door de GGD gemeten NO2 concentraties worden regelmatig vergeleken met de NO2 concentraties zoals die met de NSL-monitoringstool worden berekend. Deze meet-rekenvergelijking wordt in opdracht van de gemeente Amsterdam uitgevoerd (niet door de GGD) en valt buiten het bestek van deze rapportage.
Toetsen aan WHO (luchtkwaliteit en gezondheid) Hoewel vrijwel overal in Nederland– ook in Amsterdam – aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan, is blootstelling aan luchtverontreiniging verantwoordelijk voor 3,5% van de totale ziektelast in Nederland door risicofactoren. Op een hoog belaste plek als Amsterdam ligt dit percentage nog iets hoger. Dat is minder dan de ziektelast door roken (9,4%), vergelijkbaar met de ziektelast door overgewicht (3,7% ) en meer dan de ziektelast die het gevolg is van te weinig bewegen (2,3%) en overmatig alcoholgebruik (1,5%). De wettelijke grenswaarden beschermen dus niet tegen het optreden van schade aan de gezondheid. Daarom is het belangrijk dat de luchtkwaliteit verder verbetert, ook onder de wettelijke grenswaarden. In dit rapport worden de gemeten concentraties vergeleken met de gezondheidskundige advieswaarden zoals die door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn opgesteld.
Dit sluit aan bij het advies van de Gezondheidsraad, die in januari 2018 adviseerde om de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO – of lagere niveaus - na te streven. Daarbij moet worden opgemerkt dat de gezondheidskundige advieswaarden voor fijn stof, met name voor PM2.5, en NO2 een stuk strenger zijn dan de wettelijke grenswaarden. Uitgebreide informatie over de relatie tussen luchtkwaliteit en gezondheid is te vinden op de website van de GGD https://ggdleefomgeving.nl/lucht/ .
Meetlocaties Het automatisch Luchtmeetnet Amsterdam (www.luchtmeetnet.nl) bestaat momenteel uit 11 meetstations. Van de 11 Amsterdamse meetstations zijn er 4 gelegen langs drukke binnenstedelijke wegen, 1 langs de snelweg en 6 op relatief rustige locaties op afstand van lokale bronnen (zogenaamde achtergrondstations). Stadsachtergrondstations geven de achtergrondgehaltes in Amsterdam weer zoals deze zich in rustige wijken, parken en achtertuinen voordoen. De achtergrondstations zijn ingericht op een afstand van tenminste enkele tientallen meters van een drukke straat. De meetstations Nieuwendammerdijk, Kantershof, Sportpark Ookmeer, Oudeschans, Vondelpark en Westerpark zijn typische achtergrondlocaties. In deze rapportage worden de stadsachtergrondstations in de grafieken en tabellen weergegeven als ‘weinig verkeer’. Straatstations geven een beeld van de gehaltes zoals die worden gemeten in drukke straten. Van de vijf straatstations in Amsterdam ligt er één langs een snelweg (A10West) en 4 langs drukke binnenstedelijke wegen. De Stadhouderskade en Haarlemmerweg zijn beide eenzijdig bebouwde straten, waarbij het meetstation op de Stadhouderskade aan de onbebouwde kant is gelegen bij een kruispunt (verkeerslicht) en het meetstation op de Haarlemmerweg aan de bebouwde kant.
De meetstations Van Diemenstraat en Jan van Galenstraat liggen aan een tweezijdig bebouwde weg met aan beide zijden een fietspad en een trottoir. De van Diemenstraat kan worden gekarakteriseerd als een ‘street canyon’ waar de emissies van het wegverkeer relatief lang blijven hangen. In deze rapportage worden de straatstations in de grafieken en tabellen weergegeven als ‘veel verkeer’. 27
De meetstations Haarlemmerweg (002), Nieuwendammerdijk (003), van Diemenstraat (012), Vondelpark (014), A10-West (007) en Stadhouderskade (017) zijn al tientallen jaren in bedrijf. Westerpark (016) is eind jaren ’90 toegevoegd. In 2005 zijn de meetstations Oudeschans (019), Kantershof (021) en Ookmeerweg (022) toegevoegd om een beter beeld te krijgen van de luchtkwaliteit op achtergrondlocaties, ook buiten de ring. Ook straatstation Jan van Galenstraat is in 2005 aan het automatisch meetnet toegevoegd. In aanvulling op de automatische meetstations wordt verspreid over de stad de jaargemiddelde stikstofdioxide (NO2) concentratie gemeten met een eenvoudige, passieve meetmethode. Dit zogenaamde Palmes meetnet (NO2 buisjes) geeft meer inzicht in de ruimtelijke variatie in de NO2 concentratie (www.maps.amsterdam.nl/no2). Met het palmes meetnet wordt op straatlocaties, achtergrondlocaties, snelweglocaties, bij industrie en langs vaarwegen gemeten. Locaties meetstations Automatisch Luchtmeetnet Amsterdam
lange meetreeks heeft echter als nadeel dat het toevoegen van nieuwe jaargemiddelden de (lineaire) trend nog maar weinig beïnvloedt. Zo zal een trendanalyse vanaf begin jaren ’70 altijd een (fors) dalende trend laten zien, ongeacht de concentraties in de afgelopen jaren. Voor de prognoses in de nabije toekomst is echter vooral de trend in het recente verleden relevant. In deze rapportage berekenen we trendanalyses over de afgelopen 10 jaar. Voor een analyse van andere periodes verwijzen we naar eerdere jaarrapportages. Met behulp van lineaire regressieanalyse is de trend in de tijd berekend waarbij de jaargemiddelde concentratie de afhankelijke variabele was en het aantal jaren sinds de start van de analyse de onafhankelijke variabele. De resulterende regressiecoëfficiënt geeft de verandering in concentratie per jaar. Bij de berekening van de trend voor NO2 worden naast de meetstations ook de metingen uit het Palmes meetnet meegenomen, als er van een locatie minstens 10 jaar gegevens aanwezig zijn. Naam station
Type station
NO NO2 CO O3 SO2 PM10 PM2,5
016 012 007
003
002
020
019
Benzeen
UFP
2
Haarlemmerweg
3 7
Straat
Q
Q
Nieuwendammerdijk Stadsachtergrond
Q
Q
Einsteinweg A10
Straat / Rijksweg
Q
Q
Q
12 Van Diemenstraat
Straat
Q
Q
Q
Q
14 Vondelpark
Stadsachtergrond
Q
Q
Q
Q
16 Westerpark
Stadsachtergrond
17 Stadhouderskade
Straat
Q
Q
19 Oudeschans
Stadsachtergrond
Q
Q
20 Jan van Galenstraat
Straat
Q
Q
21 Kantershof
Stadsachtergrond
Q
Q
22 Sportpark Ookmeer
Stadsachtergrond
Q
Q
Q
Q Q
Q
Q
Q
Q
Q
Q
Q
Q
Q
Q
Q
Q
west
022
014
Black Carbon
017
Q
Q
Q
Q
Q
021
Data by OpenStreetMap.org contributors under CC BY-SA 2.0 license.
Opgenomen in meetnet:
Trendanalyse – ontwikkeling luchtkwaliteit Voor een trendanalyse is een langjarige meetreeks nodig, omdat de luchtkwaliteit van jaar tot jaar fluctueert als gevolg van variatie in weersomstandigheden. Een te
De met “Q” gemarkeerde verrichtingen voldoen aan de criteria van de NEN EN ISO/IEC 17025:2018 (RvA, scope L426)
Gemeten componenten per station
28
Bijlage Toelichting componenten De volgende gasvormige componenten worden gemeten: stikstofoxiden (NO en NO2), koolmonoxide (CO), ozon (O3), zwaveldioxide (SO2) en vluchtige koolwaterstoffen (benzeen, tolueen en xyleen). Daarnaast wordt fijn stof gemeten als PM10 (deeltjes met een diameter kleiner dan 10 micrometer) en PM2.5 (deeltjes met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer). Ook wordt de concentratie Black Carbon (roet) gemeten. De roetdeeltjes die door het wegverkeer (vooral dieselverkeer) worden uitgestoten bevinden zich voor een groot deel in de ultrafijne (<0,1 micrometer) fractie en zijn vanuit gezondheidskundig oogpunt relevant. Op een meetstation wordt Ultrafijn stof (UFP) gemeten. Hieronder volgt een nadere beschrijving van de componenten. Fijn stof (PM10 en PM2.5) Fijn stof is een verzamelnaam voor kleine, met het blote oog niet zichtbare, deeltjes die in de lucht zweven. Bijvoorbeeld roetdeeltjes of kleine stukjes autoband (slijtage). Deze deeltjes verschillen in oorsprong, grootte en samenstelling. Fijn stof is het onderdeel van luchtverontreiniging dat voor de meeste gezondheidseffecten zorgt. Hoe kleiner de deeltjes zijn hoe dieper ze in de longen terecht komen en hoe meer schade ze kunnen aanrichten. Fijn stof kan gedefinieerd worden als: ▪ ▪
PM10 : Dit zijn deeltjes met een diameter kleiner dan 10 micrometer (0,01 millimeter) PM2.5: Dit zijn deeltjes met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer. PM staat voor Particulate Matter.
Fijn stof is voor het grootste deel afkomstig van menselijke activiteiten zoals verkeer en industrie, maar kan ook een natuurlijke oorsprong hebben (bodemstof, zeezout). Voor een deel worden fijn stof deeltjes rechtstreeks uitgestoten (primair fijn stof), voor een deel worden ze in de atmosfeer gevormd door chemische reacties van gasvormige verbindingen (secundair fijn stof). De fijn stof deeltjes kunnen over een grote afstand, tot wel duizenden kilometers, getransporteerd worden. In het algemeen geldt dat fijn stof dat als gevolg van verbrandingsprocessen wordt uitgestoten een (veel) kleinere diameter heeft dan stofdeeltjes die als gevolg van mechanische processen (slijtage, verwaaiing) in de lucht komen. Dit heeft tot gevolg dat het bronaandeel van verbrandingsprocessen in de PM2.5 fractie groter is dan in de PM10 fractie. De PM10 en PM2.5 concentratie wordt uitgedrukt als het gewicht van de deeltjes per kubieke meter (microgram/m3). Uit onderzoek is bekend dat fijn stof ook bij hele lage concentraties schadelijk is voor de gezondheid. Tot op heden is het niet mogelijk gebleken om een ‘veilige grenswaarde’ vast te stellen waar beneden er geen schade optreedt aan de gezondheid. Roet Roetdeeltjes komen vooral vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen en maken deel uit van het PM10 en PM2.5 stof. Het wegverkeer (met name dieselmotoren) is een belangrijke bron van roet.
Uit onderzoek blijkt dat met name dit dieselroet schadelijke effecten op de gezondheid heeft. Mede hierom is in het luchtkwaliteitsbeleid van de gemeente Amsterdam sterk ingezet op het terugdringen van de uitstoot van dieselmotoren. Roetdeeltjes hebben een kern van koolstof en zitten voor het grootste deel in de ultrafijne fractie van het fijn stof (kleiner dan 0,1 micrometer), Na inademing kunnen deze deeltjes in de longblaasjes (alveoli) terecht komen
29
en uiteindelijk ook in de bloedbaan waarna ze in het hele lichaam schade kunnen aanrichten.
een korte levensduur en wordt snel omgezet in NO2. Overigens is NO in tegenstelling tot NO2 niet schadelijk voor de gezondheid.
Roet is een algemene term, het gehalte roet kan op verschillende manieren worden vastgesteld. De GGD Amsterdam meet het roetgehalte sinds 2012 als ‘Black Carbon’ in navolging van de DCMR. Inmiddels is ook het RIVM overgegaan op het meten van roet als Black Carbon in het landelijk meetnet.
Het verkeer is de belangrijkste bron van NO2. NO2 is schadelijk voor de gezondheid, maar omdat NO2 in de buitenlucht altijd voorkomt in combinatie met andere door het verkeer uitgestoten componenten, is niet goed duidelijk of dit aan het NO2 zelf ligt of dat NO2 vooral een ‘indicator’ is voor het hele mengsel van schadelijke stoffen.
Ultrafijn stof Ultrafijn stof deeltjes (UFP) komen vrij als gevolg van verbrandingsprocessen en zijn zo klein (kleiner dan 0,1 micrometer) dat ze nauwelijks bijdragen aan de massaconcentratie fijn stof. UFP wordt daarom uitgedrukt als het aantal deeltjes per kubieke centimeter (cm3). Belangrijke bronnen van UFP zijn vliegverkeer en wegverkeer. In de buurt van drukke wegen hangt het UFP gehalte sterk samen met het roetgehalte (zie ‘roet’ hierboven). In de buurt van de luchthaven is dat niet het geval: ultrafijn stof dat door het vliegverkeer wordt uitgestoten bevat vooral zwavel. Het meten van ultrafijn stof is technisch lastig uitvoerbaar en arbeidsintensief en maakte t/m 2018 geen deel uit van het automatisch meetnet van de GGD Amsterdam. In het kader van een onderzoek naar ultrafijn stof afkomstig van vliegverkeer heeft de GGD Amsterdam in 2018 ultrafijn stof gemeten op 1 meetstation (sportpark Ookmeer in Osdorp) in opdracht van het RIVM. De UFP metingen op dit meetstation worden in de periode 2019 t/m 2022 in opdracht van de gemeente Amsterdam voortgezet. De UFP metingen vallen niet onder scope van de NEN EN ISO/IEC 17025 accreditatie. Stikstofoxiden (NO en NO2) Stikstofoxiden (NO en NO2) komen vrij bij verbrandingsprocessen en ontstaan door oxidatie van stikstof uit de lucht. Het grootste deel van de stikstofoxiden komt vrij als stikstofmonoxide (NO) maar dit molecuul heeft
Ozon (O3) Ozon (O3) wordt niet rechtstreeks door bronnen uitgestoten maar wordt in de atmosfeer gevormd onder invloed van zonlicht, door reacties van stikstofoxiden en vluchtige koolwaterstoffen. Vanwege de invloed van zonlicht zijn de ozonconcentraties in de winter veel lager dan in de zomer. Tijdens smogepisoden in de zomer kunnen kortdurende perioden met hoge ozonconcentraties optreden. In Amsterdam komt dat relatief weinig voor, dit heeft paradoxaal genoeg te maken met de intensiteit van het wegverkeer. Tijdens smogepisoden wordt het reeds gevormde ozon, dat van grote afstand wordt aangevoerd, ‘opgegeten’ door stikstofmonoxide. Koolmonoxide (CO) Koolmonoxide (CO) komt vrij bij onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen. Het verkeer vormt de belangrijkste bron van CO emissie. In de atmosfeer oxideert CO tot CO2 maar dit proces verloopt vrij langzaam. CO is bij concentraties zoals deze in de buitenlucht voorkomen niet schadelijk, maar is een goede en stabiele indicator voor de uitstoot van het wegverkeer. Benzinemotoren hebben een hogere CO emissie dan dieselmotoren, terwijl dieselmotoren juist meer fijn stof en NOx emitteren. Zwaveldioxide (SO2) Zwaveldioxide (SO2) komt vrij bij de verbranding van zwavelhoudende brandstoffen. De SO2 concentraties zijn in de afgelopen decennia sterk 30
gedaald. Dat was in eerste instantie te danken aan de overschakeling van fossiele brandstoffen op aardgas en vervolgens aan de toepassing van emissiebeperkende maatregelen in de industrie en scheepvaart. Benzeen Benzeen is een bestanddeel van benzine. Ook de benzeenconcentraties zijn in de afgelopen decennia sterk gedaald, als gevolg van de invoering van de geregelde driewegkatalysator in begin van de jaren negentig, technische verbeteringen aan personenwagens en de verlaging van het benzeengehalte in benzine. Benzeen is echter een kankerverwekkende stof, waarvoor geen ‘veilige’ grenswaarde bestaat.
Accreditatie Op 25 augustus 2005 heeft de Raad voor Accreditatie vastgesteld dat de toenmalige afdeling luchtonderzoek van de GGD Amsterdam voldoet aan accreditatiecriteria voor testlaboratoria zoals vastgelegd in NEN EN ISO/IEC 17025. De accreditatie omvat het kwaliteitssysteem van het laboratorium evenals de specifieke verrichtingen en onderzoeksgebieden. De actuele scope is in te zien via www.RvA.nl onder certificaatnummer L426. Naast het de resultaten van het geautomatiseerde luchtmeetnet zijn in deze rapportage de resultaten opgenomen van de locaties waarop met behulp van Palmes diffusiebuizen de stikstofdioxideconcentratie wordt gemeten. Deze meetresultaten vallen vanaf 2017 ook onder de accreditatie van de afdeling Leefomgeving van de GGD Amsterdam (uitvoering van de bemonstering en correcties op basis van vergelijking met de referentiemethode). De preparatie en analyse van de Palmes diffusiebuizen is uitgevoerd door Buro Blauw in Wageningen. De accreditatie van deze organisatie is te vinden op www.RvA.nl onder certificaatnummer L400.
De gerapporteerde gegevens over ultrafijne stofdeeltjes, verdere duiding van de meetresultaten waaronder de trendanalyses en de interpretaties op basis van Palmes diffusiebuizen, vallen niet onder de accreditatie van de afdeling Leefomgeving.
Meetmethoden Alle meetresultaten zijn tot stand gekomen onder de scope L426 van de NEN EN ISO/IEC 17025) accreditatie van de GGD Amsterdam. Deze accreditatie is afgegeven door de Raad voor Accreditatie. Voor de metingen in deze rapportage zijn de verrichtingen 1,3,4,8,9 en 10 van toepassing. De trendanalyse, (verschil)windrozen, bijdrage-, GCN- en klachtenanalyse zijn geen onderdeel van deze accreditatie. De automatische PM10 en PM2.5 met de Met-one BAM 1020a monitoren zijn op basis van referentiemetingen gecorrigeerd en getoetst op equivalentie met de referentiemethode (zie GGD rapport 22-1101). Net als in voorgaande jaren is er voor 2021 gezamenlijk met (o.a.) het RIVM voor de Met-one Bam 1020a een correctie bepaald. In 2021 is voor PM10 gecorrigeerd met een formule 1,01*BAM en voor PM2.5 1,05*BAM, de factoren zijn ten opzichte van 2020 niet gewijzigd. Op alle locaties wordt er vanaf januari 2015 gebruik gemaakt van een EU PM10 afscheider. Alle hier genoemde verrichtingen worden conform de aangegeven normvoorschriften uitgevoerd. Als nauwkeurigheidseisen zijn de geldende Europese criteria overgenomen, alleen voor de meting van zwaveldioxide kon hieraan niet worden voldaan.
De hoogte van de gemeten concentraties zwaveldioxide liggen echter ver onder de geldende grenswaarden, waarmee de grotere meetfout (>15% van de meetwaarde uitgedrukt als 95%BI) voor de toetsing aan normen geen specifiek probleem levert. Nadere informatie over de meetonzekerheid van de verrichtingen die onder accreditatie zijn gebracht kan op verzoek worden verkregen bij GGD Amsterdam, Cluster leefomgeving, afdeling luchtkwaliteit.
31
Meetnauwkeurigheid en toegepaste apparatuur component
apparatuur
Meetprincipe
Meetfrequentie
nauwkeurigheid bij de jaarlimiet (95%BI)
GGD Document
PM2.5
Metone BAM 1020
Beta verzwakking
uurlijks
± 11,5%
22-1101
uurlijks
± 16,5%
22-1101
In rapport 22-1109, “Prestatiekenmerken Palmes diffusiebuizen meetjaar 2021” is vastgesteld dat de jaargemiddelde stikstofdioxideconcentratie gemeten in 2020 met een enkelvoudige Palmes diffusiebuis ter hoogte van de limietwaarde behept is met een meetfout van ±11,2 % (als 95BI).
Controle met gravimetrie PM10
Metone BAM 1020
Beta verzwakking Controle met gravimetrie
Benzeen, Tolueen en Xyleen
Syntec 955
Gas Chromatografie
20 minuten
± 13 %
17-1135
BC
MAAP
transmissie
10 seconden
± 12 %
15-1156
NO/NOx
Thermo 42i
Chemiluminescentie
10 seconden
± 8,3%
18-1159
SO2
API 200e
± 11,1%
Envea AS32 e
± 9,3%
Thermo 43
U.V-fluorescentie
10 seconden
± 16,4%*
21-1145
32