CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrapport Amsterdam 2020 definitief.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 1 juli 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Jaarrapportage luchtmeetnet 2020 (ZD2021-005767)8.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meetresultaten luchtkwaliteit Amsterdam 2020

April 2021

Inhoud Hoofdpunten ................................................................................................. 3

Benzeen en Zwaveldioxide (SO2)-concentraties ...................................... 26

Samenvatting ................................................................................................ 3

Methode ..................................................................................................... 27

Overzicht per luchtverontreinigende component ......................................... 8

Wettelijk kader ........................................................................................ 27

NO2-concentraties ................................................................................... 10

Toetsen aan WHO (luchtkwaliteit en Gezondheid) .................................. 27

NO2 buisjes metingen in Amsterdam ....................................................... 12

Meetlocaties ........................................................................................... 27

Roet-concentraties .................................................................................. 14

Trendanalyse........................................................................................... 28

PM10-concentraties ................................................................................ 16

Bijlage ......................................................................................................... 30

PM25-concentraties ................................................................................ 18

Toelichting componenten ....................................................................... 30

UFP-concentraties ...................................................................................20

Accreditatie............................................................................................. 32

Ozon-concentraties .................................................................................22

Meetmethoden ....................................................................................... 32

CO-concentraties ....................................................................................24

Meetnauwkeurigheid en toegepaste apparatuur ..................................... 33

2

Hoofdpunten • • • • • • •

De luchtkwaliteit in 2020 is sterk verbeterd ten opzichte van voorgaande jaren. De fijn stof, roet en stikstofdioxide (NO2) concentraties zijn lager dan in 2019 en daarvoor. De grootste daling is zichtbaar bij luchtverontreinigende componenten die sterk aan de uitstoot van het verkeer zijn gerelateerd, zoals NO2 en roet. De gezondheidskundige advieswaarde voor de jaargemiddelde PM10 concentratie werd voor het eerst op alle meetstations behaald. De gezondheidskundige advieswaarde voor de jaargemiddelde PM2.5 concentratie werd op 4 van de 5 meetstations behaald. Het is de eerste keer dat er geen jaargemiddelde NO2 concentraties boven de gezondheidskundige advieswaarde van 40 µg/m3 zijn gemeten. In 2019 gebeurde dit nog op 14 meetpunten (10% van het totaal). Ultrafijnstof (UFP) afkomstig van Schiphol is in 2020 sterk gedaald ten opzichte van 2019. De maatregelen rondom het coronavirus en de daarmee samenhangende afname van economische activiteit in binnen- en buitenland en met name de afname van het verkeer hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit in 2020.

Samenvatting Het Amsterdamse luchtmeetnet en gezondheid

Gezondheidsschade door luchtverontreiniging

Deze rapportage beschrijft de meetresultaten over het jaar 2020 van het Amsterdamse luchtmeetnet. Het Amsterdamse luchtmeetnet is primair gericht op het meten van componenten die voor de gezondheid belangrijk zijn. Daarom wordt fijn stof uitgebreid gemeten. Hoe kleiner de diameter van het stof hoe dieper het in de longen terechtkomt en hoe meer schade het kan aanrichten. Fijn stof wordt op vier manieren gemeten: als PM10 (deeltjes met een diameter < 10 micrometer), als PM2.5 (deeltjes met een diameter < 2,5 micrometer), als ultrafijn stof (UFP, deeltjes met een diameter <0.1 micrometer) en als roet (Black Carbon). Roetdeeltjes zitten voor het grootste deel in de ultrafijne fractie van het fijn stof (< 0,1 micrometer). Metingen van gasvormige verbindingen, waaronder stikstofdioxide (NO2), geven inzicht in de bijdrage van lokale bronnen zoals wegverkeer.

Blootstelling aan luchtverontreiniging is verantwoordelijk voor 3,5% van de totale ziektelast in Nederland en op een hoog belaste plek als Amsterdam ligt dit percentage nog iets hoger1,2. Dat is minder dan de ziektelast door roken (9,4%), vergelijkbaar met de ziektelast door overgewicht (3,7%) en meer dan de ziektelast die het gevolg is van te weinig bewegen (2,3%) en overmatig alcoholgebruik (1,5%). De ziektelast die door luchtvervuiling wordt veroorzaakt laat zien dat wettelijke grenswaarden niet beschermen tegen het optreden van schade aan de gezondheid. Daarom is het belangrijk dat de luchtkwaliteit verder blijft verbeteren, ook onder de grenswaarden.

1 https://www.vtv2018.nl/leefstijl-en-omgeving

2 Gezonde Leefomgeving, gezonde mensen. RIVM briefrapport 2016-0172

Het Amsterdamse luchtmeetnet - meetpunten Het Amsterdamse luchtmeetnet (www.luchtmeetnet.nl) bestond in 2020 uit 11 automatische meetstations waar diverse stofvormige en gasvormige componenten op uurgemiddelde basis worden gemeten. Daarnaast zijn er

3

twee meetstations in het Westelijk Havengebied. Van de 11 Amsterdamse meetstations zijn er 4 gelegen langs drukke binnenstedelijke wegen, 1 langs de A10-West en 6 op relatief rustige locaties op afstand van lokale bronnen (zogenaamde achtergrondstations). In aanvulling op de automatische meetstations wordt verspreid over de stad de jaargemiddelde stikstofdioxide (NO2) concentratie gemeten met een eenvoudige, passieve meetmethode. Dit zogenaamde Palmes meetnet geeft meer inzicht in de ruimtelijke variatie in de NO2 concentratie (www.maps.amsterdam.nl/no2). In totaal werd de NO2 concentratie gemeten op 137 locaties, waaronder 80 straatlocaties, 46 achtergrondlocaties, 5 snelweglocaties, 2 industriele locaties en 4 locaties langs vaarwegen. Metingen versus berekeningen De door de GGD gemeten NO2 concentraties worden regelmatig vergeleken met de NO2 concentraties zoals die met de Monitoringstool berekend worden. Deze meet-rekenvergelijking wordt in opdracht van de gemeente Amsterdam uitgevoerd (niet door de GGD) en valt buiten het bestek van deze rapportage. Vergelijking met gezondheidskundige advieswaarden De in 2020 gemeten concentraties fijn stof en gasvormige verbindingen worden vergeleken met de gezondheidskundige advieswaarden zoals die door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn vastgesteld.

Dit sluit aan bij het advies van de Gezondheidsraad, die in januari 2018 adviseerde om de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO – of lagere niveaus - na te streven. Daarbij moet worden opgemerkt dat de gezondheidskundige advieswaarden voor fijn stof, met name voor PM2.5, een stuk strenger zijn dan de wettelijke grenswaarden.

3

Invloed van het weer en coronamaatregelen Het weer heeft een grote invloed op de luchtkwaliteit. Als het waait en regent, wordt de lucht schoner. Is het langere tijd droog en windstil weer, dan wordt de lucht viezer. Windrichting, windsnelheid, hoeveelheid neerslag en zonuren bepalen in hoge mate de aanvoer, verspreiding, depositie (‘neerslaan’) en de vorming en afbraak van verontreinigende stoffen in de lucht. De weersomstandigheden variëren van jaar tot jaar en dit heeft invloed op de luchtkwaliteit. In vergelijking met het voorgaande jaar was 2020 iets warmer en was er meer zonneschijn. In 2020 viel iets meer regen vergeleken met 2019. Er waren geen opvallende verschillen in windrichting en –snelheid tussen 2019 en 20203. Al met al lijken de weersomstandigheden in 2020 iets gunstiger voor de luchtkwaliteit vergeleken met 2019, maar de verschillen zijn klein. Voor een goed inzicht in de ontwikkeling van de luchtkwaliteit is een langjarige meetreeks nodig. Met zo’n reeks kan trendanalyse worden uitgevoerd. Om de trend in NO2 en fijn stof concentraties te beschrijven is een trendanalyse uitgevoerd over een periode van 10 jaar (2011-2020). Roet wordt gemeten vanaf 2012 en beslaat daarom een iets kortere periode. UFP wordt sinds 2018 gemeten. Deze periode is te kort om een trendanalyse op uit te voeren.

Daarnaast zijn trends berekend voor koolmonoxide, ozon, zwaveldioxide en benzeen. Naast het weer is in 2020 de Corona-pandemie en de lockdown van invloed geweest op de luchtkwaliteit. Algemeen kan worden gesteld dat de luchtkwaliteit tijdens de lockdown aanzienlijk is verbeterd. Dit komt door de afname van economische activiteit in binnen- en buitenland en met name door een afname van het verkeer. Voor de meeste componenten is de daling in gemeten concetraties dan ook groter dan op basis van de trend van de afgelopen jaren werd voorspeld.

Gebaseerd om metingen van KNMI meetstation Schiphol

4

Accreditatie Het automatisch luchtmeetnet voldoet aan alle eisen die vanuit de EU worden gesteld en is geaccrediteerd volgens NEN EN ISO/IEC 17025:2005 (scope L426). Deze accreditatie geldt uitsluitend voor het tot stand komen van het cijfermateriaal. Trendberekeningen en (gezondheidskundige) interpretaties vallen niet binnen de scope van deze accreditatie. Meetresultaten 2020 NO2 (Stikstofdioxide) De NO2 concentraties waren in 2020 een stuk lager dan in het voorgaande jaar. NO2 is een belangrijke indicator van uitstoot van luchtvervuiling door wegverkeer. De NO2 concentratie op plekken met veel verkeer (straatlocaties) was gemiddeld 26,4 μg/m3; in 2019 was dat nog 34,3 μg/m3. Dit is een daling van 23%. Zo’n grote daling is nog niet eerder voorgekomen. Op plekken met weinig verkeer (achtergrondlocaties) werd in 2020 een gemiddelde NO2 concentratie van 18,7 μg/m3 gemeten; in 2018 was dat 23,8 μg/m3. Over de afgelopen 10 jaar dalen de NO2 concentraties met gemiddeld 1,55 μg/m3 per jaar op plekken met veel verkeer en met 0,94 μg/m3 per jaar op plekken met weinig verkeer. De uitzonderlijk lage NO2 concentraties in 2020 beinvloeden deze trendberekening en geven een positiever beeld in de ontwikkeling van de NO2 concentratie over de afgelopen 10 jaar dan er zou zijn geweest als 2020 een ‘regulier’ jaar was geweest.

Fijn stof (PM10 en PM2.5) De PM10 en PM2.5 concentraties waren in 2020 fors lager dan in 2019. De PM10 concentratie was in 2020 gemiddeld 17,7 μg/m3 op meetpunten met veel verkeer en 16,3 μg/m3 op locaties met weinig verkeer. Over de afgelopen 10 jaar dalen de PM10 concentraties met gemiddeld 1,00 μg/m3

per jaar op plekken met veel verkeer en met 0,59 μg/m3 per jaar op plekken met weinig verkeer. De PM2.5 concentratie was in 2020 gemiddeld 9,5 μg/m3 op meetpunten met veel verkeer en 9,6 μg/m3 op locaties met weinig verkeer. Over de afgelopen 10 jaar dalen de PM2.5 concentraties met gemiddeld 0,93 μg/m3 per jaar op plekken met veel verkeer en met 0,66 μg/m3 per jaar op plekken met weinig verkeer. Voor PM2.5 valt het op dat de gemiddelde concentraties op meetpunten met weinig verkeer ongeveer gelijk is aan de gemiddelde concentratie op plekken met veel verkeer. De meetpunten op de A10-West en Stadhouderskade hebben een iets lagere PM2.5 concentratie vergeleken met het Vondelpark en Westerpark. Dit is niet logisch en de verklaring moet gezocht worden in de grenzen van de meetapparatuur. In het Landelijk Meetnet Luchtverontreiniging (LML), waar het Amsterdamse Luchtmeetnet onderdeel van uitmaakt, wordt fijn stof gemeten met apparatuur die is afgestemd op het nauwkeurig meten van concentraties rondom de wettelijke grenswaarden van 40 microgram/m3 als jaargemiddelde voor PM10 en 25 microgram/m3 als jaargemiddelde voor PM2.5. De wettelijke grenswaarden zijn hoger dan de huidige in de buitenlucht voorkomende concentraties. Dat betekent dat PM2.5 in Amsterdam (en de rest van Nederland) wordt gemeten met apparatuur, die minder accuraat meet bij concentraties rond de 10 μg/m3.

Bij deze concentraties treedt er een grotere meetfout op. De GGD onderzoekt op dit moment in de meetstations of er met andere meetapparatuur betrouwbaar bij lagere concentraties gemeten kan worden. Roet (Black Carbon) en Ultrafijn stof (UFP) De roet (Black Carbon) concentraties waren in 2020 flink lager dan in het voorgaande jaar. De roet concentratie op plekken met veel verkeer was gemiddeld 0.95 μg/m3; in 2019 was dat nog 1,27 μg/m3. Dit is een daling van 25%. Zo’n grote daling is nog niet eerder voorgekomen. Op plekken met 5

weinig verkeer werd in 2020 een gemiddelde roet concentratie van 0,61 μg/m3 gemeten; in 2019 was dat 0,73 μg/m3.

μg/m3). Het aantal 8-uurwaarden overschrijdingen is ten opzichte van 2019 toegenomen.

Vanaf 2012 wordt de roet concentratie in het Amsterdamse meetnet gemeten als “Black Carbon”. Uit de trendanalyse blijkt dat de roet concentraties gemiddeld met 0,14 μg/m3 per jaar afnemen op plekken met veel verkeer en met 0,05 μg/m3 per jaar op plekken met weinig verkeer.

Lokale ozonconcentraties zijn niet en op landelijke schaal nauwelijks te beïnvloeden: de ozonconcentraties worden bepaald door grootschalige processen (aanvoer luchtverontreinigende stoffen vanuit Europa en mondiaal).

Het meetstation Ookmeer is het enige meetstation in Nederland waar ultrafijn stof (sinds 2018) continu wordt gemeten. Het meetstation ligt nabij Schiphol en bij een Zuid-ZuidWestenwind wind waait de lucht vanaf Schiphol richting het meetstation. De UFP-concentratie was in 2020 lager dan in 2019. De UFP-concentratie was gemiddeld 12.716 deeltjes/cm3, in 2019 waren dit 15.264 deeltjes /cm3. Met name de piekbelasting bij Zuid-ZuidWestenwind was in 2020 een stuk lager dan in 2019 (2020: ±20.ooo deeltjes/cm3, 2019: ±30.ooo deeltjes/cm3).

Meetresultaten en gezondheidskundige advieswaarden

Ozon (O3) De meeste mensen kennen ozon vooral van de ozonlaag, op grote hoogte van het aardoppervlak. Maar ozon komt ook dichtbij het aardoppervlak voor en daar is het ongezond. Ozon wordt niet rechtstreeks uitgestoten maar ontstaat in de atmosfeer uit reacties tussen stikstofoxides en vluchtige organische componenten. De weersomstandigheden hebben een belangrijke invloed op de ozon (O3) concentratie. Ozon wordt gevormd onder invloed van zonlicht. De hoogste ozonconcentraties komen voor op warme en zonnige dagen. Daarnaast is onder andere de hoeveelheid NO2 in de lucht van belang. Op het meetpunt met veel verkeer was de ozonconcentraties in 2020 (45.3 μg/m3) een stuk hoger dan in 2019 (34.8 μg/m3). Dit kan voor een belangrijk deel worden verklaard doordat de NO2 concentratie een stuk lager was. Onder invloed van NO2 wordt ozon namelijk afgebroken. Op de locaties met weinig verkeer was er weinig verschil tussen 2020 (49.0 μg/m3) en 2019 (48.3

De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft voor NO2 en fijn stof (PM10 en PM2.5) gezondheidskundige advieswaarde opgesteld voor lange termijn blootstelling. Deze waardes zijn voor fijn stof lager dan de wettelijke grenswaarden. Voor fijn stof zijn er ook gezondheidskundige advieswaarden voor korte termijn blootstelling. De gezondheidskundige advieswaarde voor NO2 is voor lange termijn blootstelling 40 μg/m3 als jaargemiddelde. In 2020 werd voor het eerst op geen enkel meetpunt de WHO-advieswaarde van 40 μg/m3 als jaargemiddelde NO2 concentratie overschreden. In 2019 gebeurde dit nog op 14 locaties (10% van het aantal meetpunten). De gezondheidskundige advieswaarden voor PM10 is voor lange termijn blootstelling 20 μg/m3 als jaargemiddelde. Deze waarde werd op geen van de 6 meetpunten overschreden. In 2019 gebeurde dit nog op 3 meetpunten. Het is ook voor het eerst dat de gezondheidskundige advieswaarde voor korte termijn blootstelling (i.e. maximaal 3 dagen met een daggemiddelde PM10 concentratie hoger dan 50 μg/m3) op geen van de meetstations werd overschreden. De gezondheidskundige advieswaarden voor PM2.5 is voor lange termijn blootstelling 10 μg/m3 als jaargemiddelde. Deze waarde werd op een van de in totaal 5 meetpunten overschreden. In de voorgaande jaren werd de gezondheidskundige advieswaarde voor lange termijn blootstelling op alle meetpunten overschreden.

Aan de gezondheidskundige advieswaarden voor 6

korte termijn blootstelling (i.e. maximaal 3 dagen met een daggemiddelde PM2.5 concentratie hoger dan 25 μg/m3) werd op geen van de meetstations voldaan. Dat betekent dat er bij kortdurende verhogingen van de PM2.5 concentratie gezondheidsklachten, zoals bijvoorbeeld luchtwegaandoeningen kunnen optreden bij een deel van de bevolking. Voor roet (Black Carbon) heeft de WHO geen gezondheidskundige advieswaarden opgesteld. De reden is dat verschillende meetmethoden gebruikt worden om roet te meten die niet exact met elkaar vergelijkbaar zijn. De WHO heeft wel een uitgebreide beschrijving gegeven van de gezondheidseffecten van roet en geeft aan dat het belangrijk is om de blootstelling aan roet zoveel mogelijk terug te dringen (WHO, 2012). Ook voor UFP is er nog geen gezondheidskundige advieswaade. Conclusie

jaargemiddelde) op slechts één meetstation overschreden, terwijl dit in voorgaande jaren op alle meetstations het geval was. Aan de gezondheidskundige advieswaarde voor het korte termijn gemiddelde van PM2.5 werd op geen van de meetstations voldaan. Ook voor NO2 was er geen enkele overschrijding van de gezondheidskundige advieswaarde. In 2019 gebeurde dit nog op 10% van de meetlocaties. De coronacrisis heeft een grote invloed gehad op de luchtkwaliteit in 2020. Het is afwachten in welke mate de economische activiteiten en het verkeer in 2021 weer aantrekken en welke invloed dat gaat hebben op de luchtkwaliteit. Voor de gezondheid blijft het belangrijk om door te gaan met de maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit in Amsterdam. In het Actieplan Schone Lucht is voor de gezondheid belangrijke ambitie gesteld in 2030 overal in Amsterdam te voldoen aan de WHO gezondheidskundige advieswaardes.

De lucht is in de afgelopen decennia steeds schoner geworden. In deze ontwikkeling is het jaar 2020 een positieve uitschieter. De luchtkwaliteit in Amsterdam is in 2020 sterk verbeterd ten opzichte van de voorgaande jaren. De maatregelen rondom het coronavirus en de daarmee samenhangende afname van economische activiteit in binnen- en buitenland en met name de afname van het verkeer hebben daar in belangrijke mate aan bijgedragen. Gemiddeld over een langere periode is er sprake van een statistisch significante afname in de NO2, fijn stof en roet concentraties in Amsterdam. NO2 laat sinds 2018 weer een duidelijke daling in concentraties zien. Het is het tweede jaar op rij dat de fijn stof (PM10 en PM2.5) concentraties dalen. In de periode 2015-2018 waren deze concentraties niet of nauwelijks gedaald. De roetconcentratie is door de jaren heen wel blijven dalen, met name op straatstations. Het is voor het eerst dat op alle meetstations werd voldaan aan de lange en korte termijn gezondheidskundige advieswaarde van de WHO voor PM10. Voor PM2.5 werd de gezondheidskundige advieswaarde (voor het 7

Overzicht per luchtverontreinigende component NO2 Roet PM10 PM2.5 UFP Ozon CO Benzeen SO2

8

Stikstofdioxide (NO2) J

2020 Jaargemiddelde concentraties (μg/m3)

Locaties overschrijding WHO advieswaarde (>40 μg/m3)

Trend jaargemiddelde concentratie

Trendanalyse 10 jaar

Veel verkeer A10-West Haarlemmerweg Jan van Galenstraat Van Diemenstraat Stadhouderskade Weinig verkeer Nieuwendammerdijk Vondelpark Oudeschans Kantershof Sportpark Ookmeer

Gemiddelde (± SE) daling NO2 concentratie1 -1,55 (± 0,32) -2,13 (± 0,25) -3,16 (± 0,30) -1,71 (± 0,33) -1,19 (± 0,27) -1,63 (± 0,21) -0,94 (± 0,18) -0,71 (± 0,21) -0,89 (± 0,19) -0,95 (± 0,23) -0,67 (± 0,18) -0,75 (± 0,15)

p-waarde

0,001 <0,001 <0,001 0,001 0,002 <0,001 0,001 0,01 0,002 0,004 0,007 0,001

Voorspeld Gemeten 20202 2020 32,2 37,7 34,2 34,2 31,4 28,6 22,1 19,1 20,2 24,2 17,9 17,9

26,5 33,8 30,9 28,1 26,9 24,5 18,8 16,7 17,1 19,9 15,1 15,3

1: Gemiddelde per jaar (periode 2011-2020), 2: o.b.v. trend 2011-2020

9

NO2-concentraties De eerste grafiek toont de jaargemiddelde stikstofdioxideconcentraties zoals die zijn gemeten op de vaste meetlocaties van het Amsterdamse meetnet luchtkwaliteit. Locaties met veel verkeer zijn roze gekleurd, met weinig of geen verkeer blauw. Stikstofdioxide wordt ook nog eens op 137 locaties met een eenvoudige techniek gemeten. De gemiddelden daarvan zijn ook verdeeld in locaties met veel en weinig verkeer en in de grafiek weergegeven als gearceerde kolommen. Voor het eerst dit jaar zijn alle jaargemiddelden onder de grenswaarde van 40 µg/m3 gebleven, zelfs op de drukste plekken. Hoe zich dit verder zal ontwikkelen is echter onduidelijk, de scherpe daling in vergelijking met 2019 van de concentratie stikstofdioxide hangt vrijwel zonder twijfel samen met de effecten van de covid-19 maatregelen. Omdat de WHO-advieswaarde voor de jaargemiddelde stikstofdioxideconcentratie eveneens 40 µg/m3 bedraagt, vinden we in 2020 dus ook geen overschrijdingen van de WHO advieswaarden, dit was in 2019 nog op 14 plaatsen het geval. Stikstofdioxideconcentraties tonen over de jaren heen al langer een gestage daling, zowel op locaties met veel verkeer, als op de lokaties met minder of geen verkeer. Deze daling over langere tijd is terug te voeren op strengere milieuwetten, zowel voor de uitstoot van auto’s als voor de (Europese) industrie.

In de stad zijn milieuzones ingesteld en daarbij wordt ook steeds schoner gereden, het wagenpark vernieuwd zich, het aantal elektrische voertuigen neemt toe. Dwars door deze dalende trend lopen de

weersomstandigheden die van jaar tot jaar grote invloed hebben op de jaargemiddelde concentraties, dat is de reden waarom alleen over langere perioden, bijvoorbeeld 10 jaar trends kunnen worden vastgesteld. Toch blijft de daling ten opzichte van 2019 opmerkelijk, en zoals eerder gesteld, zonder twijfel veroorzaakt door de afname in het verkeer als gevolg van de covid-19 maatregelen. De laatste tabel toont dat op ieder station de trend dalende is, een negatieve waarde duidt op een afname in concentratie. De p-waarde helpt om de betekenis van de resultaten te bepalen, zodra deze onder de 0,05 ligt, is de trend statistisch significant. Dit betekent dat het voor 95% zeker dat ook werkelijk een dalende trend is waargenomen. De een na laatste kolom toont een voorspelde waarde voor 2020 op basis van de trend over 10 jaar daarvoor. Duidelijk is dat de werkelijk gemeten concentraties overal flink lager liggen, dit kan niet worden verklaard uit alleen maar de weersinvloeden en moet samenhangen met de covid-19 beperkingen. *In de tabel is te zien dat het gemiddelde van ‘veel verkeer’ iets afwijkt van “Palmes: veel verkeer” in de gearceerde kolom van de grafiek met jaargemiddelde concentratie’s 2020. Hetzelfde geldt voor “Palmes: weinig verkeer”. Dit komt omdat in de beoordeling van de trends alleen de locaties zijn betrokken waarvan minstens 10 jaar gegevens beschikbaar zijn.

In de tabel zit in het gemiddelde ook de resultaten van de meetstations verwerkt.

10

Buisjes Stikstofdioxide (NO2)

NO2 metingen in Amsterdam en omgeving

NO2-

Hoogste en laagste buisjes metingen in 2020 Top 3 laagst gemeten in 2020 Count Basiestraat van Beuningenplein Kortvoort

Top 3 hoogst gemeten in 2020 Prins Hendrikkade 150 A10 Zuid Jan van Galenstraat

Nieuw-West West Zuidoost

NO2 concentratie 16,0 16,0 14,8

Centrum Zuid West

NO2 concentratie 36,7 35,8 33,0

Palmes buisjes metingen in 2020 Type meetpunt Straat Achtergrond Snelweg Waterweg Industrie Totaal

Aantal meetpunten 80 46 5 4 2 137

Gemiddelde concentratie (± SD) 25,1 (3,9) 18,9 (2,0) 27,2 (5,3) 22,5 (1,3) 26,0 (3,1)

Laagste waarde

25percentiel

50percentiel

75percentiel

Hoogste waarde

16,9 14,8 22,0 20,8 23,8

22,6 17,5 23,7 22,0

24,7 18,7 26,7 22,9

27,6 20,2 27,8 23,4

36,7 24,5 35,8 23,5 28,2

11

NO2 buisjes metingen in Amsterdam Het meten van stikstofdioxide vindt in het Amsterdamse meetnet op twee manieren plaats. Op vaste meetlocaties gaat dit met behulp van continue analyse van de buitenlucht, waarbij doorlopend een kleine hoeveelheid buitenlucht naar een analyse-apparaat wordt gepompt. Op 10 vaste plekken wordt met deze zogenaamde referentiemethode op lokaties met, en zonder verkeer het gehalte stikstofdioxide bepaald. De meetmethode wordt iedere tweede dag gecontroleerd met een zogenaamd kaibratiegas, waarvan precies bekend is hoeveel stikstofdioxide daarin aanwezig is. Afwijkingen in de apparatuur kunnen zo worden opgespoord en eventueel worden gecorrigeerd. De apparatuur is kostbaar, gevoelig voor omgevingsomstandigheden en daarom ondergebracht in een geconditioneerde meetstations.

door slimme vergelijking met de dure vaste meetstations, nauwkeurig genoeg om probleemplekken in de stad aan te wijzen en lokaal beter inzicht te krijgen hoe de luchtkwaliteit zich ontwikkeld. NO2- buisjes metingen in 2020 In de tabel staat een overzicht van de buisjes metingen in 2020. Per type meetpunt staat een beschrijving van het aantal meetpunten, de gemiddelde concentratie, de hoogste en laagste gemeten waarden en de percentielen. Er zijn meetpunten langs de straat (relatief veel verkeer) en snelweg, achtergrond (weinig of geen verkeer), waterwegen en in een industriele omgeving. In een aparte tabel staan de 3 hoogste en laagste metingen in de stad.

Soms ontstaat discussie over de juiste meetplaats, echter het hoofddoel van deze metingen is vaststellen of de lucht in de stad beter wordt, dus het vaststellen van trends. Het verplaatsen van stations, ook al zou een betere plek beschikbaar komen, verstoort het vastleggen van trends. Ook overgaan op een andere, betere of juist goedkopere meetmethode, zou hierop invloed kunnen hebben. We doen daarom zoveel mogelijk op dezelfde plekken al jaren exact hetzelfde. Om toch flexibel te kunnen zijn, en bijvoorbeeld enkele jaren op een bepaalde plek stikstofdioxide te kunen meten, wordt een tweede methode gehanteerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zogenaamde Palmes diffusiebuisjes. Deze metingen zijn te bekijken op www.maps.amsterdam.nl/no2. Buisjes, iets kleiner dan een aspirinekokertje die speciaal zijn geprepareerd om stikstofdioxide te adsorberen worden op 137 plekken in de stad iedere vier weken gewisseld en daarna geanalyseerd. Op basis daarvan kunnen relatief goedkoop op veel meer plaatsen in de stad stikstofdioxide concentraties worden bepaald. Weliswaar iets minder nauwkeurig, maar 12

Roet (BC – Black Carbon)

2020 Jaargemiddelde concentraties (μg/m3)

Foto beeldbank: Edwin van Eis

Trend jaargemiddelde concentratie

Trendanalyse 9 jaar

Veel verkeer A10-West Van Diemenstraat Stadhouderskade Jan van Galenstraat Weinig verkeer Vondelpark Nieuwendammerdijk

Gemiddelde (± SE) daling roet concentratie1 -0,14 (± 0,02) -0,20 (± 0,02) -0,12 (± 0,01) -0,11 (± 0,02) -0,21 (± 0,02) -0,05 (± 0,01) -0,05 (± 0,01) -0,05 (± 0,01)

p-waarde

<0,001 <0,001 <0,001 0,002 0,001 <0,001 <0,001 <0,001

Voorspeld Gemeten 20202 2020 1,1 1,2 1 1 1,1 0,7 0,7 0,7

1 1 0,8 0,9 1,1 0,6 0,6 0,6

1: Gemiddelde per jaar (periode 2012-2020), 2: o.b.v. trend 2012-2020

13

Roet-concentraties Iedereen weet wat roet is, een kaars die brandt met te weinig luchttoevoer, een oude dieselauto of boot, waarbij de zwarting van de rookpluim wordt veroorzaakt door roetdeeltjes. In het Engels wordt roet vaak Black-Carbon genoemd. Toch zijn er heel veel soorten roet met, afhankelijk van de bron, verschillende eigenschappen. Op dit terrein wordt nu veel onderzocht, bijvoorbeeld om roet afkomstig van houtkachels te onderscheiden van roet afkomstig van dieselverkeer. Het dieselverkeer heeft de laatste decennia ook grote ontwikkeling doorgemaakt, het roetfilter en het aanleggen van steeds strengere Euro-normen voor vrachtverkeer zijn daar voorbeelden van. Het gehalte roet wordt uitgedrukt in µg/m3, dat is eigenlijk wel een beetje vreemd, omdat de meettechniek alleen naar kleuring kijkt, namelijk de zwarting op een (wit) filter. Die zwarting wordt dan omgerekend naar een

gewicht. Niet ieder meettoestel doet dat op dezelfde manier, er is daarom voorzichtigheid geboden als je wilt vergelijken met wat in andere steden buiten Nederland wordt gemeten. Hoe zwaar die deeltjes roet echt zijn is dus niet zo duidelijk. Alhoewel er ook geen wettelijke grenswaarde voor roet bestaat, stelt de WHO zich op het standpunt, hoe lager hoe beter omdat aan roet heel veel schadelijke verbindingen geadsorbeerd kunnen zijn. De grafiek toont, net als bij stikstofdioxide een dalende trend, vooral op de door het verkeer beïnvloede locaties. En er is een extra daling zichtbaar ten opzichte van 2019. Dit laatste wordt voor een groot deel aan de covid-19 maatregelen toegeschreven. Uit de laatste tabel blijkt opnieuw dat alle dalingen statistisch significant zijn en dat over 2020 een extra daling is ingetreden.

14

Carbon (BC Roet – Black (PM10) stof Fijn

2020 Jaargemiddelde concentraties (μg/m3)

Locaties overschrijding WHO advieswaarde (>20 μg/m3)

Trend jaargemiddelde concentratie

Trendanalyse 10 jaar

Veel verkeer A10-West Van Diemenstraat Stadhouderskade Jan van Galenstraat Weinig verkeer Vondelpark Westerpark

Gemiddelde (± SE) daling PM10 concentratie1 -1,00 (± 0,16) -1,14 (± 0,16) -0,92 (± 0,14) -1,19 (± 0,18) -0,77 (± 0,27) -0,59 (± 0,20) -0,78 (± 0,19) -0,40 (± 0,25)

p-waarde

Voorspeld 20202

Gemeten 2020

<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,022 0,018 0,003 0,152

18,5 18,5 19,7 17,2 18,6 17,3 15,7 18,9

17,7 17,2 18,7 17,2 17,9 16,3 15,6 16,9

1: Gemiddelde per jaar (periode 2011-2020), 2: o.b.v. trend 2011-2020

15

PM10-concentraties Bij PM10 (fijnstof deeltjes met een diameter van 10 µm of kleiner) zien we dat het verschil tussen locaties met veel verkeer (roze), en achtergrondlocaties met weinig of geen verkeer (blauw) relatief klein is. Het verschil is door de jaren heen steeds kleiner geworden en bedraagt nu nog maar enkele microgrammen. De bijdrage van het verkeer aan PM10 is dus vrij beperkt. Ook andere bronnen, waaronder natuurlijke bronnen, beïnvloeden de hoogte van de PM10 concentratie. Overigens is de meetapparatuur bij deze lage jaargemiddelden veel minder nauwkeurig. In het Landelijk Meetnet Luchtverontreiniging (LML), waar het Amsterdamse Luchtmeetnet onderdeel van uitmaakt, wordt fijn stof gemeten met apparatuur die is afgestemd op het nauwkeurig meten van concentraties rondom de wettelijke grenswaarden van 40 microgram/m3 als jaargemiddelde voor PM10 en 25 microgram/m3 als jaargemiddelde voor PM2.5. De wettelijke grenswaarden zijn veel hoger dan de huidige in de buitenlucht voorkomende concentraties. In 2021 wordt daarom nieuwe apparatuur getest om deze lage concentraties goed te kunnen meten.

Voor het eerst liggen alle gemeten jaargemiddelden ook onder de WHO advieswaarde van 20 µg/m3. Het is ook voor het eerst dat de gezondheidskundige advieswaarde voor korte termijn blootstelling (i.e. maximaal 3 dagen met een daggemiddelde PM10 concentratie hoger dan 50 μg/m3) op geen van de meetstations werd overschreden. Wat de invloed van de covid-19 maatregelen hierop is geweest is niet precies duidelijk. Vanaf 2011 tot 2020 is de trend dalende, zowel op stations met veel verkeer als op de stations met weinig of geen verkeer. Ook lijkt het verschil tussen de blauwe en roze lijn de laatste drie jaar min of meer hetzelfde, waaruit kan worden afgeleid dat de bijdrage aan PM10 door het verkeer niet verder afneemt. Enige voorzichtigheid met conclusies is wel geboden, de apparatuur waarmee PM10 wordt gemeten, is bij deze lage concentraties minder nauwkeurig.

16

Fijn stof (PM2.5)

2020 Jaargemiddelde concentraties (μg/m3)

Locaties overschrijding WHO advieswaarde (>10 μg/m3)

Trend jaargemiddelde concentratie

Trendanalyse 10 jaar

Veel verkeer A10-West Van Diemenstraat Stadhouderskade Weinig verkeer Vondelpark Westerpark

Gemiddelde (± SE) daling PM2.5 concentratie1 -0,93 (± 0,10) -1,06 (± 0,15) -0,8 (± 0,11) -0,92 (± 0,11) -0,66 (± 0,12) -0,83 (± 0,11) -0,5 (± 0,20)

p-waarde

<0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 0,037

Voorspeld Gemeten 20202 2020 10,4 9,4 11,7 9,9 10,2 8,9 11,5

9,5 8,7 10,5 9,4 9,6 9,6 9,6

1: Gemiddelde per jaar (periode 2011-2020), 2: o.b.v. trend 2011-2020

17

PM25-concentraties PM2.5 zijn fijnstof deeltjes met een diameter van 2.5 µm of kleiner. Wat nog meer voor PM2.5 metingen dan voor PM10 metingen geldt, is dat deze, vaak nog lagere concentraties, nog moeilijker gemeten kunnen worden met de huidige apparatuur. Zo werd in 2019 het jaargemiddelde van locaties met weinig verkeer zelfs ogenschijnlijk iets hoger ten opzichte van de locaties met veel verkeer. Alhoewel de achtergrondlocatie Westerpark afwijkend hoog is voor een achtergrond en de verkeersbijdrage aan fijn stof beperkt is, speelt hier de meetonnauwkeurigheid zeker een rol. Zoals eerder aangegeven zijn nauwkeuriger meetmethoden in 2021 in de testfase. Overschrijding van de WHO advieswaarde wordt alleen nog op de Van Diemenstraat gemeten, terwijl in voorgaande jaren dit op alle meetstations het geval was. Aan de gezondheidskundige advieswaarden voor korte termijn blootstelling (i.e. maximaal 3 dagen met een daggemiddelde PM2.5 concentratie hoger dan 25 μg/m3) werd op geen van de meetstations voldaan. Dat betekent dat er bij kortdurende verhogingen van de PM2.5 concentratie gezondheidsklachten, zoals bijvoorbeeld luchtwegaandoeningen kunnen optreden bij een deel van de bevolking.

De dalende trend is overal statistisch significant en alle gemeten waarden zijn lager ten opzichte van de voorspelde waarden, dit wordt net als bij andere componenten vooralsnog als het effect van covid-19 maatregelen gezien.

18

(UFP –Carbon Ultra PM0.1) (BC – Black Roetfijnstof

Meetstation t.o.v. Schiphol

Windroos UFP

Trend jaargemiddelde concentratie

Foto beeldbank: Ed Blaas

19

UFP-concentraties De eerste kaart toont de ligging van het meetpunt Ookmeerweg, het enige meetpunt waar ultra fijne stofdeeltjes (UFP) worden gemeten en de windhoek waar vanuit invloed van Schiphol meetbaar is. De in het tweede plaatje getoonde windroos laat de gemiddelde concentratie UFP zien uit verschillende windrichtingen, van 2019 en van 2020. Duidelijk is zichtbaar dat vanuit de richting van Schiphol meer UFP komt dan uit andere windrichtingen, daarbij toont het plaatje een zichtbare afname uit de richting van Schiphol in 2020.

Het is nog te vroeg om een echte trend te laten zien omdat er slechts drie jaar continue metingen hebben plaatsgevonden. Afhankelijk van het RIVM onderzoek over de schadelijkheid van deze deeltjes zal later worden besloten of deze metingen worden gecontinueerd of niet. Het RIVM gaat ervan uit in 2021 hierover te rapporteren.

20

Ozon (O3)

2020 Jaargemiddelde concentraties (μg/m3)

Trend jaargemiddelde concentratie

Aantal dagen overschrijding 8-uurs gem. (>100 μg/m3)

Trendanalyse 10 jaar

Veel verkeer (Van Diemenstraat) Weinig verkeer Vondelpark Nieuwendammerdijk

Gemiddelde (± SE) stijging Ozon concentratie1

p-waarde

Voorspeld 20202

Gemeten 2020

0,81 (± 0,25)

0,015

43,3

45,3

1,17 (± 0,23) 1,29 (± 0,22) 1,06 (± 0,27)

0,001 <0,001 0,005

49,1 49,8 48,5

49,0 49,9 48,1

1: Gemiddelde per jaar (periode 2011-2020), 2: o.b.v. trend 2011-2020

21

Ozon-concentraties De meeste mensen kennen ozon vooral van de ozonlaag, op grote hoogte van het aardoppervlak. Ozon is een product van chemische reacties met zuurstof die vooral onder invloed van zonlicht in de atmosfeer plaatshebben. In de allerhoogste luchtlagen (stratosfeer) is veel ozon aanwezig die het leven op aarde beschermd door de schadelijke straling van de zon deels tegen te houden. Ozon in de lagere luchtlagen (troposfeer), de lucht die wij dagelijks inademen, is echter schadelijk. De eerste grafiek toont dat door de jaren heen de ozonconcentratie zowel op plekken met weinig verkeer als op één meetplek (Van Diemenstraat) met veel verkeer stijgt. In 2019 was er veel missing data in de Van Diemenstraat. Dit meetpunt is daarom uit de grafiek en trendanalyse weggelaten. Los van deze afwijking, zien we gemiddeld over meerdere jaren ook op de Van Diemenstraat een stijging. De gemeten concentraties op deze plek zijn ieder jaar lager dan die van de locaties met weinig verkeer. Dit wordt veroorzaakt door de uitstoot van stikstofmonoxide (NO) van het wegverkeer dat deels wordt omgezet in stikstofdioxide door de aanwezige ozon.

Het aantal overschrijdingen van 8 uurs gemiddelden hoger dan 100 µg/m3 is in 2020 gestegen ten opzichte van 2019. De WHO stelt verder geen beperking aan het aantal keren dat dit jaarlijks mag voorkomen. Lokale ozonconcentraties zijn niet en op landelijke schaal nauwelijks te beïnvloeden. Vorming (en afbraak) van ozon hangt van veel factoren af, de aanwezigheid van stikstofmonoxide is daar een illustratie van. Ook atmosferische omstandigheden, aanwezigheid van koolwaterstoffen, stikstofdioxide, stikstofmonoxide, en de hoeveelheid zonlicht spelen een ingewikkeld spel van allerlei chemische (evenwichts)reacties.

22

Koolmonoxide (CO)

2020 Jaargemiddelde concentraties (μg/m3)

Foto beeldbank: Sander Foederer

Trend jaargemiddelde concentratie

Trendanalyse 10 jaar

Veel verkeer A10-West Van Diemenstraat Weinig verkeer (Vondelpark)

Gemiddelde (± SE) daling CO concentratie1 -4,31 (± 3,39) -3,8 (± 4,94)

p-waarde

Voorspeld 20202

Gemeten 2020

0,24 0,464

355,3 358,1

377,5 412,3

-4,81 (± 3,08)

0,157

352,4

342,7

-2,89 (± 4)

0,49

279,9

296,1

1: Gemiddelde per jaar (periode 2011-2020), 2: o.b.v. trend 2011-2020

23

CO-concentraties De jaargemiddelde concentratie koolmonoxide is al jaren op locaties met veel verkeer hoger dan op locaties met weinig verkeer. Gemotoriseerd verkeer is een bron van koolmonoxide. Het streven naar steeds efficiëntere motoren (het ontstaan van koolmonoxide hangt samen met onvolledige verbranding en daarmee met het verlies van rendement) lijkt de laatste jaren niet duidelijk tot lagere concentraties in de stad. Er is een daling over de laatste 10 jaar, maar gezien de hoge p-waarden (zie de laatste tabel) niet statistisch significant.

Wel toont de laatste tabel lagere gemeten waarden over 2020 dan voorspeld op basis van de afgelopen 10 jaar. Mogelijk hangt dit effect samen met de covid-19 maatregelen, en daardoor een afname in het verkeer. In de stedelijk gebied zijn meer koolmonoxide bronnen aan te wijzen, vooral de opmars van particuliere houtstook lijkt van invloed te zijn. Samen met RIVM, IRAS en TNO worden de effecten van houtrook nader onderzocht.

24

Benzeen & Zwaveldioxide (SO2)

2020 Jaargemiddelde concentraties (μg/m3)

Foto beeldbank: Edwin van Eis

Trend jaargemiddelde concentratie

Trendanalyse 10 jaar

SO2 (Westerpark) Benzeen (Stadhouderskade)

Gemiddelde (± SE) daling SO2, benzeen concentratie1 -0,18 (± 0,02)

p-waarde

Voorspeld Gemeten 20202 2020

<0.001

0,3

0,3

-0,02 (± 0,02)

0,4

0,8

0,7

1: Gemiddelde per jaar (periode 2011-2020), 2: o.b.v. trend 2011-2020

25

Benzeen en Zwaveldioxide (SO2)-concentraties Zwaveldioxide is in de stad al jaren zeer laag, aanzienlijk lager dan de Europese grenswaarde en ook ruim onder de gezondheidskundige advieswaarde van 20 μg/m3. Op meetlocatie Westerpark wordt al jaren een significante dalende trend waargenomen.Voor de zeevaart geldt al enkele jaren dat eenmaal binnengaats overgeschakeld moet worden op zwavelarme brandstof. Daarbij neemt de toepassing van schonere brandstoffen voor het vliegverkeer toe.

Belangrijker is dat voor het kankerverwekkende benzeen geen duidelijk afnemende trend wordt waargenomen. De jaargemiddelde benzeenconcentratie op de Stadhouderskade is hoger dan het door de WHO vastgestelde ‘verwaarloosbaar risiconiveau’ van 0,17 μg/m3.

26

Methode Wettelijk kader

Meetlocaties

Wettelijke toetsing van de luchtkwaliteit in Nederland, dus ook in Amsterdam, vindt plaats op basis van modelberekeningen. Deze berekeningen worden jaarlijks door het RIVM uitgevoerd, op basis van input over o.a. de verkeersintensiteit die door de diverse overheden worden aangeleverd. Meetgegevens van de GGD Amsterdam (en de meetnetten van het RIVM en DCMR) leveren input voor deze modelberekeningen. In de wetgeving is vastgelegd dat de luchtkwaliteit wordt berekend op wettelijke toetspunten, in de praktijk is dit aan de gevel van woningen of andere gebouwen waar mensen langdurig verblijven. Deze wettelijke toetsing met behulp van de Monitoringstool wordt aan het einde van elk jaar uitgevoerd voor het voorgaande kalenderjaar, en is dus nog niet beschikbaar voor het jaar 2019. Uitgebreide informatie over de Monitoringstool is te vinden op http://www.nsl-monitoring.nl.

Het automatisch Luchtmeetnet Amsterdam bestaat momenteel uit 11 meetstations, waarvan 6 stadsachtergrondstations en 5 straatstations. Stadsachtergrondstations geven de achtergrondgehaltes in Amsterdam weer zoals deze zich in rustige wijken, parken en achtertuinen voordoen. De achtergrondstations zijn ingericht op een afstand van tenminste enkele tientallen meters van een drukke straat. De meetstations Nieuwendammerdijk, Kantershof, Sportpark Ookmeer, Oudeschans, Vondelpark en Westerpark zijn typische achtergrondlocaties.

Toetsen aan WHO (luchtkwaliteit en Gezondheid) Hoewel vrijwel overal in Nederland– ook in Amsterdam – aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan, is blootstelling aan luchtverontreiniging verantwoordelijk voor 3,5% van de totale ziektelast in Nederland door risicofactoren. Op een hoog belaste plek als Amsterdam ligt dit percentage nog iets hoger. Dat is minder dan de ziektelast door roken (9,4%), vergelijkbaar met de ziektelast door overgewicht (3,7% ) en meer dan de ziektelast die het gevolg is van te weinig bewegen (2,3%) en overmatig alcoholgebruik (1,5%). De wettelijke grenswaarden beschermen dus niet tegen het optreden van schade aan de gezondheid. Daarom is het belangrijk dat de luchtkwaliteit verder verbetert, ook onder de wettelijke grenswaarden. In dit rapport worden de gemeten concentraties vergeleken met de gezondheidskundige advieswaarden zoals die door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn opgesteld. Uitgebreide informatie over de relatie tussen luchtkwaliteit en gezondheid is te vinden op de website van de GGD Amsterdam (http://www.ggd.amsterdam.nl/gezond-wonen/milieu-buitenshuis/luchtkwaliteit/ ).

Straatstations geven een beeld van de gehaltes zoals die worden gemeten in drukke straten. Van de vijf straatstations in Amsterdam ligt er één langs een rijksweg (A10West) en 4 langs drukke binnenstedelijke wegen. De Stadhouderskade en Haarlemmerweg zijn beide eenzijdig bebouwde straten, waarbij het meetstation op de Stadhouderskade aan de onbebouwde kant is gelegen bij een kruispunt (verkeerslicht) en het meetstation op de Haarlemmerweg aan de bebouwde kant. De meetstations Van Diemenstraat en Jan van Galenstraat liggen aan een tweezijdig bebouwde weg met aan beide zijden een fietspad en een trottoir. De van Diemenstraat kan worden gekarakteriseerd als een ‘street canyon’ waar de emissies van het wegverkeer relatief lang blijven hangen. De meetstations Haarlemmerweg (002), Nieuwendammerdijk (003), van Diemenstraat (012), Vondelpark (014), A10-West (007) en Stadhouderskade (017) zijn al tientallen jaren in bedrijf, Westerpark (016) is eind jaren ’90 toegevoegd. In 2005 zijn de meetstations Oudeschans (019), Kantershof (021) en Ookmeerweg (022) toegevoegd om een beter beeld te krijgen van de luchtkwaliteit op achtergrondlocaties, ook buiten de ring. Ook is straatstation Jan van Galenstraat is in 2005 aan het automatisch meetnet toegevoegd.

27

Gemeten componenten per station Naam station

Type station

NO

NO2

CO

O3

SO2

PM10

PM2,5

Black

Benzeen

UFP

Locaties meetstations Automatisch Luchtmeetnet Amsterdam

Carbon

2

Haarlemmerweg

Straat

Q

Q

3

Nieuwendammerdijk

Stadsachtergrond

Q

Q

7

Einsteinweg A10

Straat / Rijksweg

Q

Q

Q

016

Q

Q

Q

Q

012

Q

west

007

12 Van Diemenstraat

Straat

Q

Q

Q

Q

Q

Q

Q

14 Vondelpark

Stadsachtergrond

Q

Q

Q

Q

Q

Q

Q

16 Westerpark

Stadsachtergrond

Q

Q

17 Stadhouderskade

Straat

Q

Q

Q

Q

19 Oudeschans

Stadsachtergrond

Q

Q

20 Jan van Galenstraat

Straat

Q

Q

21 Kantershof

Stadsachtergrond

Q

Q

22 Sportpark Ookmeer

Stadsachtergrond

Q

Q

Opgenomen in meetnet:

Q

020

019 022

Q

Q 014

Q

003

002

017

Q

De met “Q” gemarkeerde verrichtingen voldoen aan de criteria van de NEN EN ISO/IEC 17025:2005 (RvA, scope L426) 021

Data by OpenStreetMap.org contributors under CC BY-SA 2.0 license.

Trendanalyse Voor een trendanalyse is een langjarige meetreeks nodig, omdat de luchtkwaliteit van jaar tot jaar fluctueert als gevolg van variatie in weersomstandigheden. Een te lange meetreeks heeft echter als nadeel dat het toevoegen van nieuwe jaargemiddelden de (lineaire) trend nog maar weinig beïnvloedt. Zo zal een trendanalyse vanaf begin jaren ’70 altijd een (fors) dalende trend laten zien, ongeacht de concentraties in de afgelopen jaren. Voor de prognoses in de nabije toekomst is echter vooral de trend in het recente verleden relevant.

28

In deze rapportage berekenen we trendanalyse voor de afgelopen 10 jaar. Voor een analyse van andere periodes daarvoor verwijzen we naar eerdere jaarrapportages. Met behulp van lineaire regressieanalyse is de trend in de tijd berekend waarbij de jaargemiddelde concentratie de afhankelijke variabele was en het aantal jaren sinds

de start van de analyse de onafhankelijke variabele. De resulterende regressiecoëfficiënt geeft de verandering in concentratie per jaar. Bij de berekening van de trend voor NO2 worden metingen meegenomen waarvan tenminste 10 jaar gegevens aanwezig zijn.

29

Bijlage Toelichting componenten De volgende gasvormige componenten worden gemeten: stikstofoxiden (NO en NO2), koolmonoxide (CO), ozon (O3), zwaveldioxide (SO2) en vluchtige koolwaterstoffen (benzeen, tolueen en xyleen). Daarnaast wordt fijn stof gemeten als PM10 (deeltjes met een diameter kleiner dan 10 micrometer) en PM2.5 (deeltjes met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer). Daarnaast wordt de concentratie Black Carbon (roet) gemeten. De roetdeeltjes die door het wegverkeer (vooral dieselverkeer) worden uitgestoten bevinden zich voor een groot deel in de ultrafijne (<0,1 micrometer) fractie en zijn vanuit gezondheidskundig oogpunt relevant. En Ultra fijn stof (UFP) wordt gemeten. Hieronder volgt een nadere beschrijving van de componenten. Fijn stof (PM10 en PM2.5) Fijn stof is een verzamelnaam voor kleine, met het blote oog niet zichtbare, deeltjes die in de lucht zweven. Bijvoorbeeld roetdeeltjes of kleine stukjes autoband (slijtage). Deze deeltjes verschillen in oorsprong, grootte en samenstelling. Fijn stof is het onderdeel van luchtverontreiniging dat voor de meeste gezondheidseffecten zorgt. Hoe kleiner de deeltjes zijn hoe dieper ze in de longen terecht komen en hoe meer schade ze kunnen aanrichten.

Fijn stof kan gedefinieerd worden als: - PM10 : Dit zijn deeltjes met een diameter kleiner dan 10 micrometer (0,01 millimeter) - PM2.5: Dit zijn deeltjes met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer. PM staat voor Particulate Matter.

Fijn stof is voor het grootste deel afkomstig van menselijke activiteiten zoals verkeer en industrie, maar kan ook een natuurlijke oorsprong hebben (bodemstof, zeezout). Voor een deel worden fijn stof deeltjes rechtstreeks uitgestoten (primair fijn stof), voor een deel worden ze in de atmosfeer gevormd door chemische reacties van gasvormige verbindingen (secundair fijn stof). De fijn stof deeltjes kunnen over een grote afstand, tot wel duizenden kilometers, getransporteerd worden. In het algemeen geldt dat fijn stof dat als gevolg van verbrandingsprocessen wordt uitgestoten een (veel) kleinere diameter heeft dan stofdeeltjes die als gevolg van mechanische processen (slijtage, verwaaiing) in de lucht komen. Dit heeft tot gevolg dat het bronaandeel van verbrandingsprocessen in de PM2.5 fractie groter is dan in de PM10 fractie. De PM10 en PM2.5 concentratie wordt uitgedrukt als het gewicht van de deeltjes per kubieke meter (microgram/m3). Uit onderzoek is bekend dat fijn stof ook bij hele lage concentraties schadelijk is voor de gezondheid. Tot op heden is het niet mogelijk gebleken om een ‘veilige grenswaarde’ vast te stellen waar beneden er geen schade optreedt aan de gezondheid. Roet Roetdeeltjes komen vooral vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen en maken deel uit van het PM10 en PM2.5 stof. Het wegverkeer (met name dieselmotoren) is een belangrijke bron van roet.

Uit onderzoek blijkt dat met name dit dieselroet schadelijke effecten op de gezondheid heeft. Mede hierom is in het luchtkwaliteitsbeleid van de gemeente Amsterdam sterk ingezet op het terugdringen van de uitstoot van dieselmotoren. Roetdeeltjes hebben een kern van koolstof en zitten voor het grootste deel in de ultrafijne fractie van het fijn stof (kleiner dan 0,1 micrometer), Na inademing kunnen deze deeltjes in de longblaasjes (alveoli) terecht komen

30

en uiteindelijk ook in de bloedbaan waarna ze in het hele lichaam schade kunnen aanrichten.

een korte levensduur en wordt snel omgezet in NO2. Overigens is NO in tegenstelling tot NO2 niet schadelijk voor de gezondheid.

Roet is een algemene term, het gehalte roet kan op verschillende manieren worden vastgesteld. De GGD Amsterdam meet het roetgehalte sinds 2012 als ‘Black Carbon’ in navolging van de DCMR. Inmiddels is ook het RIVM overgegaan op het meten van roet als Black Carbon in het landelijk meetnet.

Het verkeer is de belangrijkste bron van NO2. NO2 is schadelijk voor de gezondheid, maar omdat NO2 in de buitenlucht altijd voorkomt in combinatie met andere door het verkeer uitgestoten componenten, is niet goed duidelijk of dit aan het NO2 zelf ligt of dat NO2 vooral een ‘indicator’ is voor het hele mengsel van schadelijke stoffen.

Ultrafijn stof Ultrafijn stof deeltjes (UFP) komen vrij als gevolg van verbrandingsprocessen en zijn zo klein (kleiner dan 0,1 micrometer) dat ze nauwelijks bijdragen aan de massaconcentratie fijn stof. UFP wordt daarom uitgedrukt als het aantal deeltjes per kubieke centimeter (cm3). Belangrijke bronnen van UFP zijn vliegverkeer en wegverkeer. In de buurt van drukke wegen hangt het UFP gehalte sterk samen met het roetgehalte (zie ‘roet’ hierboven). In de buurt van de luchthaven is dat niet het geval: ultrafijn stof dat door het vliegverkeer wordt uitgestoten bevat vooral zwavel. Het meten van ultrafijn stof is technisch lastig uitvoerbaar en arbeidsintensief en maakte t/m 2018 geen deel uit van het automatisch meetnet van de GGD Amsterdam. In het kader van een onderzoek naar ultrafijn stof afkomstig van vliegverkeer heeft de GGD Amsterdam in 2018 ultrafijn stof gemeten op 1 meetstation (sportpark Ookmeer in Osdorp) in opdracht van het RIVM. De UFP metingen op dit meetstation worden in de periode 2019 t/m 2022 in opdracht van de gemeente Amsterdam voortgezet. De UFP metingen vallen niet onder scope van de NEN EN ISO/IEC 17025 accreditatie. Stikstofoxiden (NO en NO2) Stikstofoxiden (NO en NO2) komen vrij bij verbrandingsprocessen en ontstaan door oxidatie van stikstof uit de lucht. Het grootste deel van de stikstofoxiden komt vrij als stikstofmonoxide (NO) maar dit molecuul heeft

Ozon (O3) Ozon (O3) wordt niet rechtstreeks door bronnen uitgestoten maar wordt in de atmosfeer gevormd onder invloed van zonlicht, door reacties van stikstofoxiden en vluchtige koolwaterstoffen. Vanwege de invloed van zonlicht zijn de ozonconcentraties in de winter veel lager dan in de zomer. Tijdens smogepisoden in de zomer kunnen kortdurende perioden met hoge ozonconcentraties optreden. In Amsterdam komt dat relatief weinig voor, dit heeft paradoxaal genoeg te maken met de intensiteit van het wegverkeer. Tijdens smogepisoden wordt het reeds gevormde ozon, dat van grote afstand wordt aangevoerd, ‘opgegeten’ door stikstofmonoxide. Koolmonoxide (CO) Koolmonoxide (CO) komt vrij bij onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen. Het verkeer vormt de belangrijkste bron van CO emissie. In de atmosfeer oxideert CO tot CO2 maar dit proces verloopt vrij langzaam. CO is bij concentraties zoals deze in de buitenlucht voorkomen niet schadelijk, maar is een goede en stabiele indicator voor de uitstoot van het wegverkeer. Benzinemotoren hebben een hogere CO emissie dan dieselmotoren, terwijl dieselmotoren juist meer fijn stof en NOx emitteren. Zwaveldioxide (SO2) Zwaveldioxide (SO2) komt vrij bij de verbranding van zwavelhoudende brandstoffen. De SO2 concentraties zijn in de afgelopen decennia sterk 31

gedaald. Dat was in eerste instantie te danken aan de overschakeling van fossiele brandstoffen op aardgas en vervolgens aan de toepassing van emissiebeperkende maatregelen in de industrie en scheepvaart. Benzeen Benzeen is een bestanddeel van benzine. Ook de benzeenconcentraties zijn in de afgelopen decennia sterk gedaald, als gevolg van de invoering van de geregelde driewegkatalysator in begin van de jaren negentig, technische verbeteringen aan personenwagens en de verlaging van het benzeengehalte in benzine. Benzeen is echter een kankerverwekkende stof, waarvoor geen ‘veilige’ grenswaarde bestaat.

Accreditatie Op 25 augustus 2005 heeft de Raad voor Accreditatie vastgesteld dat de toenmalige afdeling luchtonderzoek van de GGD Amsterdam voldoet aan accreditatiecriteria voor testlaboratoria zoals vastgelegd in NEN EN ISO/IEC 17025:2005. De accreditatie omvat het kwaliteitssysteem van het laboratorium evenals de specifieke verrichtingen en onderzoeksgebieden. De actuele scope is in te zien via www.RvA.nl onder certificaatnummer L426. Naast het de resultaten van het geautomatiseerde luchtmeetnet zijn in deze rapportage de resultaten opgenomen van 137 locaties waarop met behulp van Palmes diffusiebuizen de stikstofdioxideconcentratie wordt gemeten. Deze meetresultaten vallen vanaf 2017 ook onder de accreditatie van de afdeling Leefomgeving van de GGD Amsterdam (uitvoering van de bemonstering en correcties op basis van vergelijking met de referentiemethode). De preparatie en analyse van de Palmes diffusiebuizen is uitgevoerd door Buro Blauw in Wageningen. De accreditatie van deze organisatie is te vinden op www.RvA.nl onder certificaatnummer L400.

De gerapporteerde gegevens over ultrafijne stofdeeltjes, verdere duiding van de meetresultaten waaronder de trendanalyses en de interpretaties op basis van Palmes diffusiebuizen, vallen niet onder de accreditatie van de afdeling Leefomgeving.

Meetmethoden Alle meetresultaten zijn tot stand gekomen onder de scope van de (L426 EN/ISO 17025) accreditatie van de GGD Amsterdam. Deze accreditatie is afgegeven door de Raad voor Accreditatie. Voor de metingen in deze rapportage zijn de verrichtingen 1,3,4,8,9 en 10 van toepassing. De trendanalyse, (verschil)windrozen, bijdrage-, GCN- en klachtenanalyse zijn geen onderdeel van deze accreditatie. De automatische PM10 en PM2.5 met de Met-one BAM 1020a monitoren zijn op basis van referentiemetingen gecorrigeerd en getoetst op equivalentie met de referentiemethode (zie GGD rapport 20-1161). Net als in voorgaande jaren is er voor 2019 gezamenlijk met (o.a.) het RIVM voor de Met-one Bam 1020a een correctie bepaald. In 2020 is voor PM10 gecorrigeerd met een formule 1,01*BAM en voor PM2.5 1,05*BAM, de factoren zijn ten opzichte van 2019 niet gewijzigd. Op alle locaties wordt er vanaf januari 2015 gebruik gemaakt van een EU PM10 afscheider. Alle hier genoemde verrichtingen worden conform de aangegeven normvoorschriften uitgevoerd. Als nauwkeurigheidseisen zijn de geldende Europese criteria overgenomen, alleen voor de meting van zwaveldioxide kon hieraan niet worden voldaan.

De hoogte van de gemeten concentraties zwaveldioxide liggen echter ver onder de geldende grenswaarden, waarmee de grotere meetfout (>15% van de meetwaarde uitgedrukt als 95%BI) voor de toetsing aan normen geen specifiek probleem levert. Nadere informatie over de meetonzekerheid van de verrichtingen die onder accreditatie zijn gebracht kan op verzoek worden verkregen bij GGD Amsterdam, Cluster leefomgeving, afdeling luchtkwaliteit.

32

Meetnauwkeurigheid en toegepaste apparatuur component

apparatuur

Meetprincipe

Meetfrequentie

nauwkeurigheid bij de jaarlimiet (95%BI)

GGD Document

PM2.5

Metone BAM 1020

Beta verzwakking

uurlijks

± 14,8%

20-1161

uurlijks

± 8,7%

20-1161

In rapport 21-1112, “Prestatiekenmerken Palmes diffusiebuizen meetjaar 2020” is vastgesteld dat de jaargemiddelde stikstofdioxideconcentratie gemeten in 2020 met een enkelvoudige Palmes diffusiebuis ter hoogte van de limietwaarde behept is met een meetfout van ±11,4 % (als 95BI).

Controle met gravimetrie PM10

Metone BAM 1020

Beta verzwakking Controle met gravimetrie

Benzeen, Tolueen en Xyleen

Syntec 955

Gas Chromatografie

20 minuten

± 13 %

17-1135

BC

MAAP

transmissie

10 seconden

± 12 %

15-1156

NO/NOx

Thermo 42i

Chemiluminescentie

10 seconden

± 8,3%

18-1159

SO2

API 200e

± 11,1%

Envea AS32 e

± 9,3%

Thermo 43

U.V-fluorescentie

10 seconden

± 21,4%*

15-1143

* Voor SO2 is niet voldaan aan de Europese eis van 15% , echter, dit is met het oog op de doorgaans zeer lage jaargemiddelde concentraties zwaveldioxide niet relevant.

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10273350/1