Inspreekreactie van dhr Blokzijl, mvr Arissen en dhr Eringa - Fietsersbond op Notitie Verbinding Zeeburgereiland
Tekst van het document
Aan: Tijdelijke Algemene Raadcommissie Amsterdam Van: Fietsersbond Amsterdam Onderwerp: Reactie Fietsersbond op Notitie Verbinding Zeeburgereiland Amsterdam, 6-4-2022 De Fietsersbond dankt de gemeente voor de constructieve samenwerking bij dit waardevolle project. We zijn verheugd dat de gemeente zich inzet voor verbetering van de bereikbaarheid van Zeeburgereiland, en daarin grondig onderzoek heeft gedaan naar de verbindingen met alle omringende gebieden: het Centrum, IJburg, Noord en Diemen. Het gaat hier dan ook niet alleen om goede infrastructuur op Zeeburgereiland, maar ook van IJburg en de MRA-oost tot aan Almere. Zoals de notitie aangeeft zijn deze gebieden volop in ontwikkeling, desondanks zijn de investeringen in de infrastructuur voor actieve mobiliteit (fiets en voetganger) sinds de aanleg van IJburg in 1999 minimaal geweest. Ten gevolge daarvan is de bereikbaarheid van ZBE en IJburg voor fietsers matig, in scherp contrast met de dominante positie van de fiets in de modal split van dit gebied en de afspraak van de gemeente om te investeren in woon-werkverkeer per fiets (https://www.fietsberaad.nl/Tour-de-Force/F10) . Kortom, de huidige nota had eigenlijk gedateerd moeten zijn op 7 april 1995. Onze reactie op de notitie kan in vier adviezen worden samengevat: 1.
Prioriteer de vervoerswaarde fiets bij evaluatie alternatieven om gelijkwaardige ontsluiting voor fiets, OV en auto te realiseren 2. Creëer overcapaciteit voor fietsverkeer op de Amsterdamsebrug en aansluitende fietsroutes om verwachte en gewenste groei van fietsverkeer te faciliteren 3. Verhoog de capaciteit voor fietsverkeer aan de noordzijde (Schellingwouderbrug) 4. Verbeter de aansluitingen van de Amsterdamsebrug op fietsnetwerk Zeeburgereiland en IJburg, inclusief ongelijkvloerse kruising met de IJburglaan Evaluatie van alle in de notitie beschreven alternatieven zou gericht moeten zijn op de fiets: ten eerste is de fiets dominant in de modal split van de bewoners van dit gebied, ten tweede is de bereikbaarheid van ZBE en IJburg voor fietsers veel slechter dan die voor OV en auto. De criteria voor goede fietsinfrastructuur zijn altijd en overal gelijk: • Hoge vervoerswaarde • Veilig • Comfortabel • Betrouwbaar • Toekomstbestendig Dat betekent wat de verschillende besproken tracés betreft dat de bestaande Amsterdamsebrug nooit de maximale vervoerswaarde kan krijgen: toen dit tracé in 1955 werd ontworpen bestonden Zeeburgereiland en IJburg niet. Nu die er zijn, is een tweede 1
fietsbrug naast de Amsterdamsebrug (p.42 van de notitie) met optimale aansluiting op het fietsnetwerk van deze nieuwe gebieden (punt 2 en 3) nodig, waarvan zoveel mogelijk bewoners van ZBE en IJburg gebruik kunnen en zullen maken. De kruising ZuiderzeewegIJdoornlaan is een gevaarlijk knelpunt en een ongelijkvloerse kruising is hier nodig. De fietsroutes naar de Amsterdamsebrug hebben soms ondercapaciteit voor fietsverkeer, zoals in de Indische buurt (Insulindeweg). Een tweede Amsterdamsebrug wordt als kansrijke oplossing genoemd in de notitie en daar zijn wij het, in lijn met het advies van de commissie-D’Hooghe, roerend mee eens. Uitvoering van deze optie met een permanente dan wel tijdelijke brug (zoals https://www.jansonbridging.nl/nl/projecten/1/tijdelijke-beweegbare-brugwestknollendam) verdient de hoogste prioriteit bij het vervolgtraject van deze notitie. Verbetering van de fietsinfrastructuur van ZBE en IJburg is urgent nodig, voor de bereikbaarheid van de hele oostflank van de metropoolregio Amsterdam. Wat het tracé betreft is een optimale aansluiting op de fietsroutes naar IJburg noodzakelijk. Dit kan het genoemde tracé 2c zijn met aansluiting op de IJburglaan, of een tracé dat aansluit op de populaire fietsroute over de Diemerzeedijk naar IJburg: deze trajecten hebben veruit de hoogste vervoerswaarde.
Ook haalbaarheid en betaalbaarheid van de verschillende alternatieven zijn relevant, omdat een niet-realiseerbaar alternatief geen praktische waarde voor Amsterdammers heeft. Financiering van de gepresenteerde alternatieven door de gemeente of uit het Mobiliteitsfonds is onzeker gezien de kwetsbare financiële positie van Amsterdam (Nota Investeringen 2022-26) en de lopende aanvraag van Amsterdam voor nieuwe metrolijnen naar Schiphol en Sloterdijk, dus zou onderzocht moeten worden of financiering door de EU mogelijk is. Vooronderzoek door ons met de European Cycling Federation leverde twee concrete mogelijkheden op, het EU fonds voor regionale ontwikkeling (https://ecf.com/newsand-events/news/new-eu-funding-regulation-creates-cycling-investment-opportunitiesworth) en InvestEU via de Europese Investeringsbank (https://www.eib.org/en/products/mandates-partnerships/investeu/), gevestigd op de Zuidas. Nederland benut deze fondsen nauwelijks voor infrastructuur, dus hier liggen enorme kansen voor steden met ambitieuze duurzaamheidsdoelen. Hoogachtend, namens de Fietsersbond Amsterdam
Bernard Blokzijl Teeja Arissen Ed Eringa
2