Inspreekreactie Peter Bakker
Tekst van het document
Aan de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van Amsterdam Uitsluitend per e-mail: secretariaatTAR@amsterdam.nl en mailboxTARvoorburgers@amsterdam.nl
Datum: Betreft:
29 juni 2022 Inspraakreactie vaststellen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 Nr. VN2022-017044
Geacht leden van de raad, Op 30 juni a.s. behandelt uw raad als agendapunt 20 de vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022. Ik kan mij niet verenigen met het ontwerpbestemmingsplan zoals dat er nu voorligt. Daarom breng ik hierbij een inspreekreactie naar voren. Sinds 1973 ben ik eigenaar van het herenhuis aan de Johannes Verhulststraat 101. Tijdens de zienswijzefase van de bestemmingsplanprocedure heb ik de wens kenbaar gemaakt om de eerste laag van het herenhuis als woning te gebruiken. Ik raak op leeftijd – ben thans 76 jaar – en heb daarom het voornemen om op de begane grond een levensloopbestendige woning maken. Het ontwerpbestemmingsplan staat het gebruik als woning op de eerste bouwlaag echter niet toe. Ik heb daarom in de zienswijzefase verzocht het (ontwerp)bestemmingsplan aan te passen, in die zin dat wonen op de begane grond van dit herenhuis wel zal worden toegestaan. Het pand is als één woonhuis ontworpen. Huurders en ik delen niet alleen de voordeur, ook de gang waar mij trap naar boven is en een gezamenlijk toilet. De doorgang naar mijn tuin is via de ruimte die door huurders als keuken wordt gebruikt. Een maatschappelijke bestemming, met daarmee een vrije toegang voor publiek, infiltreert in de persoonlijke levenssfeer van het woongedeelte. Het college heeft mijn verzoek niet gehonoreerd.
Ik ben van mening dat het college mijn verzochte initiatief onvoldoende serieus heeft bezien en de mogelijkheid daartoe te snel heeft weggeschreven. Voorop staat dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met particuliere ruimtelijke initiatieven, voor zover dat initiatief voldoende concreet is en de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld. Indien en voor zover een initiatief voldoende concreet en onderbouwd is en tijdig bekend is gemaakt bij het gemeentebestuur, vergt de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid (artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht) dat het gemeentebestuur beziet of hieraan medewerking kan worden verleend.
Als er gegevens ontbreken om de ruimtelijke aanvaardbaarheid goed te kunnen beoordelen, moet het gemeentebestuur de burger meedelen welke gegevens nog moeten worden verstrekt. Dit heeft de Raad van State geoordeeld in (onder meer) haar uitspraak van 16 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:81). Een dergelijke zorgvuldige beoordeling en belangenafweging heeft hier niet plaatsgevonden. Mijn verzoek is afgewezen met de algemene motivering “dat maatschappelijke voorzieningen van groot belang zijn voor de leefbaarheid van de wijk” (zie pagina 72 van de Nota Beantwoording Zienswijzen). De ruimtelijke aanvaardbaarheid van een woonfunctie op de begane grond is niet beoordeeld. Evenmin is er een deugdelijke afweging gemaakt tussen mijn belang bij een woonbestemming enerzijds, en het belang voor de wijk bij het behoud van de maatschappelijke bestemming anderzijds. Zo is bijvoorbeeld niet inzichtelijk gemaakt of het echt noodzakelijk is om een uitsluitend maatschappelijke functie in de eerste laag toe te kennen om de leefbaarheid van de wijk te borgen. In de wijk zijn namelijk nog vele andere locaties met een maatschappelijke bestemming voorhanden.
Zijn er voorts geen andere, minder voor mij belastende maatregelen te bedenken? Is het bijvoorbeeld geen optie om ter plaatse een gemengde bestemming aan te wijzen, zodat in de eerste bouwlaag zowel maatschappelijke dienstverlening als wonen is toegestaan? Dit zijn allemaal vragen waar toepassing van het evenredigheidsbeginsel toe noopt, doch in mijn geval niet zijn gesteld, laat staan beantwoord. Dat het helemaal niet noodzakelijk is om alle bestaande locaties met een maatschappelijke bestemming toe te kennen, blijkt ook uit het geval van de Cornelis Schuytstraat 47. Deze locatie heeft in het huidige bestemmingsplan de bestemming ‘gemengd-7’ dat maatschappelijke dienstverlening toestaat. In het ontwerpbestemmingsplan heeft deze locatie evenwel de enkelbestemming ‘Wonen’ gekregen. Dit staat haaks op de beantwoording van mijn zienswijze, zonder dat daarvoor een goede verklaring is. Hetzelfde geldt voor het gebouw aan De Lairessestraat 88-92. Ook op dat adres is de maatschappelijke gebruiksfunctie komen te vervallen ten faveure van een kantoorbestemming. Getuige het voorgaande ben ik van oordeel dat het gemeentebestuur mijn initiatief om de eerste bouwlaag van mijn herenhuis als woning te gebruiken ten onrechte onvoldoende ruimtelijk heeft beoordeeld. De weigering om een woonfunctie ter plaatse toe te staan is wat mij betreft in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
Het gemeentebestuur heeft niet aangetoond dat het behouden van een maatschappelijke bestemming in de eerste woonlaag echt noodzakelijk is om het doel te bereiken (behoud van een leefbare woonwijk). Bovendien wordt dat kennelijke doel niet coherent nagestreefd. Immers, in andere gevallen in de omgeving worden voorheen bestaande maatschappelijke gebruiksmogelijkheden in het ontwerpbestemmingsplan wel geschrapt.
Brief d.d.: 29 juni 2022 Blad nr.: – 2 –
Ik verzoek uw raad daarom het (ontwerp)bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 ten aanzien van het adres Johannes Verhulststraat 101 gewijzigd vast te stellen, in die zin dat in de eerste bouwlaag wonen wordt toegestaan. Daarmee zou mijn wens in vervulling gaan om ook op hogere leeftijd in de stad te kunnen blijven wonen. Daarvoor zou ik u zeer erkentelijk zijn.
Hoogachtend,
Peter Bakker
Brief d.d.: 29 juni 2022 Blad nr.: – 3 –