Inspreekreactie mevrouw Topolski - Antisemitisme
Tekst van het document
Advies voor de bestrijding van het antisemitisme Ten behoeve van de vergadering raadscommissie Financien, Kunst en Diversiteit. Punt 12: Bespreken van de tweede afdoeningsbrief toezegging mdra vs politiecojfers antisemitisme (VN2024-002145). Donderdag 21 maart 2024 Anya Topolski Afdeling Ethiek en Politieke Filosofie Faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen Radboud Universiteit Nijmegen anya.topolski@ru.nl
1. Samenvatting Algemeen 1.
De IHRA definitie geeft onvoldoende bescherming aan Joden tegen manifestaties van antisemitisme
2.
De IHRA definitie kleurt het bestrijden van antisemitisme teveel vanuit het belang van de Israëlische overheid en haar beleid
3.
De IHRA definitie beperkt de vrijheid van meningsuiting op oneigenlijke gronden
4.
De Verklaring van Jeruzalem biedt een veel adequater alternatief.
Het grootste gevaar van de definitie van de IHRA is dat het antisemitisme en kritiek op Israël door elkaar haalt. In een tijd van toenemend antisemitisme over de hele wereld ondermijnt de campagne om de IHRA-definitie aan te nemen en te implementeren de strijd tegen antisemitisme. Ten tweede is er brede oppositie tegen het aannemen van de IHRA-definitie. Ten derde bevorderen de Israëlische regering en haar bondgenoten het gebruik van de IHRAdefinitie om beschermde vrije meningsuiting in te perken. Ten slotte, antisemieten kunnen voorstander zijn van de Israëlische staat of deze steunen. Dit behelst bijvoorbeeld het idee dat 'wij' niet willen dat Joden 'hier' wonen, dus dat 'zij' terug moeten naar 'waar zij vandaan komen'. Dat betekent dat het pro-Israël standpunt het bestrijden van antisemitisme in de weg kan staan. Precies om deze redenen is het advies om de niet wettelijk bindende IHRA-definitie van antisemitisme niet te aanvaarden als een nuttig instrument om antisemitisme te bestrijden. Als alternatief stelt dit advies voor de definitie van de Verklaring van Jeruzalem te gebruiken: Antisemitisme is discriminatie, vooroordeel, vijandigheid of geweld tegen Joden als Joden (of Joodse instellingen als Joden).
Deze definitie "is een instrument om antisemitisme, zoals het zich vandaag de dag manifesteert in landen over de hele wereld, te identificeren, te confronteren en onder de aandacht te brengen" en is dus, in tegenstelling tot de IHRA, juist geschreven om de bezorgdheden die in deze resolutie naar voren worden gebracht, aan te pakken. 2
In de afgelopen maanden durfden veel Joden in Nederland zich niet publiekelijk uit te spreken tegen Israël vanwege het antisemitisme en hebben veel niet-Joden gezwegen omdat ze bang zijn om als antisemiet te worden bestempeld. Maar duidelijk is dat in Nederland, net zoals in alle andere landen, veel Joden en Israëli’s kritisch tegenover de Israëlische regering staan maar dat niet openlijk durven te zeggen. Ik heb antisemitisme de afgelopen twintig jaar gezien, bestudeerd en persoonlijk ervaren. Het bestaat in vele vormen en komt voor in alle sociale en politieke kringen. Het is een reëel probleem, in Nederland en over de hele wereld. Het is essentieel dat wij eerlijk zijn en in het reine komen met de realiteit dat er antisemitisme bestaat – vroeger en nu – en ook duidelijk maken dat er verschillende vormen, manifestaties en doelwitten zijn. We moeten dit niet alleen doen voor de vrede in het Midden-Oosten, maar ook voor rechtvaardigheid en gelijkheid in Europa. Antisemitisme moet worden aangepakt en overheidsinstellingen moeten proberen het te voorkomen. Om dit te doen, moeten wij kritiek op Israël niet verwaren met antisemitisme. Hoewel ik heel goed begrijp hoe deze vaak door elkaar gehaald worden, vooral in contexten van angst en trauma's, moeten we – zowel als wetenschappers en als beleidsmakers – deze verschillende gevoelens en geschiedenissen uit elkaar halen.
Als we dat niet doen, draagt dat bij tot verder antisemitisme en schaadt dat Joden, vooral zij die niet Israëlisch of zionistisch zijn of die de Palestijnse mensenrechten steunen.1 1. Betrouwbaarheid van cijfers Als wetenschapper die antisemitisme bestudeert (in samenwerking met een bredere interdisciplinaire Europese groep), zowel op zichzelf als in relatie tot andere vormen van racisme in Europa, is het essentieel om toegang te hebben tot nauwkeurige statistieken (kwantitatief) en goed verzamelde kwalitatieve verslagen over antisemitisme. Dit is ook essentieel voor Islamofobie, anti-zwart racisme, antigipsisme, enz. (deze kunnen natuurlijk in het enkelvoud voorkomen of meervoudig zijn en ook kruisingen hebben met andere vormen van discriminatie zoals klasse, geslacht, fysieke en/of mentale capaciteiten). Het isoleren van antisemitisme negeert de kruispunten van onderdrukkingen en solidariteit. Het mechanisme van verdeeldheid en angst die in racisme besloten ligt, houdt velen geïsoleerd en kwetsbaar.
1 https://www.theguardian.com/news/2020/nov/29/palestinian-rights-and-the-ihra-definition-of-antisemitism
3
Hetzelfde mechanisme, van antisemitisme als vorm van racisme, wordt gebruikt tegen zwarte mensen en andere mensen van kleur, mensen die moslim zijn, immigranten, inheemse gemeenschappen en anderen. Het uitzonderen van antisemitisme negeert de centrale bedreigingen waarmee deze gemeenschappen worden geconfronteerd als gevolg van witte suprematie, wist de doorleefde ervaringen van Joden van kleur uit en atomiseert een strijd die verenigd moet worden om te slagen. Helaas zijn op dit moment de cijfers die we hebben in Europa en in Nederland, uit vele bronnen, problematisch. Voor alle instellingen die de IHRA hebben ondertekend, kan kritiek op Israël gelabeld worden als antisemitisme. Dit betekent dat statistieken over de prevalentie van antisemitisme, ook elke kritiek op Israël meerekenen waardoor ze minder betrouwbaar worden, wat verder schadelijk is voor Joden en de realiteit van antisemitisme. De IHRAdefinitie trekt ons begrip van de kwestie scheef en wakkert angst aan. Wanneer kritiek van Israël of het uitspreken van steun voor Palestijnen als antisemitisch wordt geteld – zoals door de anti-defamation league (ADL) – dan zijn statistieken onbetrouwbaar en daarom misschien schadelijk omdat ze meer angst creëren (b.v. angst gebaseerd op statistieken met een zwakke validiteit). Dit geldt ook voor de FRA-cijfers.
De definities die gebruikt worden om deze cijfers te verzamelen zijn niet consistent tussen verschillende vormen van racisme en bieden verschillende ruimte voor objectieve versus subjectieve beoordelingen. Dit kan worden gecorrigeerd door geen gebruik te maken van de IHRA en door alternatieven te overwegen die aan het eind van dit rapport worden voorgesteld. Het gaat niet alleen om cijfers die niet valide zijn, maar ook om de betekenissen die worden toegekend aan incidenten op basis van angst in plaats van feiten en die alleen leiden tot meer angst. Zo wakkert het beschouwen van elk incident als een rode vlag die aangeeft dat er mogelijk een nieuwe Holocaust op komst is, een pijnlijke angst aan, sluit het rationele discussies uit, polariseert het en kan het gebruikt worden om geweld te rechtvaardigen. Beschuldigingen van antisemitisme mogen niet gebaseerd zijn op meningsverschillen over de staat Israël. Bezorgdheid over veiligheid moet gebaseerd zijn op feiten, niet op angst. Sommige uitingen kunnen onsmakelijk zijn of sommige mensen ongemakkelijk maken, maar dat maakt ze nog niet haatdragend of reden voor censuur. Het sensationaliseren van het werkelijke probleem van antisemitisme wakkert angst aan die rationeel discours en gedrag in de weg staat. 4
2. Het gebruik van termen en het belang om ze niet door elkaar te halen. Om zo duidelijk mogelijke informatie, cijfers en ook kwalitatieve gegevens te hebben, is het belangrijk om onderscheid te maken tussen jodendom, de staat Israël en zionisme. Er zijn vele vormen van zionisme en niet alle zionisten zijn Joods of alle Joden zionisten. Jodendom is een religie. Ongeveer 7 miljoen Joden in de wereld wonen in Israël. Ongeveer 6 miljoen wonen in de Verenigde Staten. Nog eens 2 miljoen wonen in andere landen. Niet alle Joden zijn zionisten. Israël is een staat. Ongeveer 80% van de Israëlische burgers is Joods. Ongeveer 20% van de Israëlische burgers zijn Palestijnse burgers van Israël (moslims of christenen). Zionisme, zoals omarmd door de huidige regering van de staat Israël, is een politieke ideologie die gelooft in de oprichting en instandhouding van een staat die de rechten van Joden boven die van niet-Joden bevoorrecht. Het wordt gebruikt om acties te rechtvaardigen om de Joodse controle over Israël te behouden, dat voor 1948 Palestina heette en waar moslim-, christelijke en joodse Palestijnen woonden. Niet alle zionisten zijn Joods. Christelijke zionisten behoren tot de meest invloedrijke voorstanders van Israël in de VS en Nederland. Zionist is een term voor iemand die acties steunt die de joodse controle over Israël in stand houden. Zionisten kunnen van elke religie zijn.
Alleen al in de Verenigde Staten zijn er naar schatting meer dan 30 miljoen christelijke zionisten. 3. Geen internationale consensus over de IHRA Vorige jaar waarschuwden meer dan 100 Israëlische en internationale burgergroeperingen de VN voor de problemen met deze definitie.2 Deze oproep komt na jaren van onenigheid over de waarde en het gebruik van de IHRA.
2 (https://www.theguardian.com/news/2023/apr/24/un-ihra-antisemitism-definition-israel-
criticism).
5
Hier is een korte lijst van groepen die hun ongenoegen hebben geuit: Lijst van organisaties & individuen tegen het aannemen van de IHRA-definitie3: •
Kenneth Stern, die de hoofdauteur is van de IHRA-definitie, heeft gezegd dat deze is gemaakt om antisemitische haatmisdrijven in Europa te classificeren en niet bedoeld is als handhavings- of juridisch instrument. Hij heeft laten vastleggen dat hij tegen het aannemen van de definitie als zodanig is.
•
Meer dan 350 wetenschappers op het gebied van antisemitisme, Joodse geschiedenis, de Holocaust en andere verwante studiegebieden – waaronder experts en verdedigers van het recht op vrije meningsuiting volgens het Eerste Amendement – hebben de IHRA-definitie bekritiseerd.
•
122 Palestijnse en Arabische academici, journalisten en intellectuelen spraken hun afkeuring uit over de IHRA-definitie en hun verzet tegen de manier waarop deze is gebruikt "om de Palestijnse zaak te delegitimeren en verdedigers van Palestijnse rechten het zwijgen op te leggen. Het ombuigen van de noodzakelijke strijd tegen antisemitisme om een dergelijke agenda te dienen dreigt deze strijd te kleineren en daardoor in diskrediet te brengen en te verzwakken."
•
128 wetenschappers op het gebied van antisemitisme, de Holocaust en de moderne Joodse geschiedenis schreven een open brief waarin ze de VN waarschuwden tegen het aannemen van de IHRA-definitie
•
De American Association of University Professors veroordeelde de pogingen om de IHRA definitie te promoten en waarschuwde voor de bedreigingen die het vormt voor de vrijheid van meningsuiting en academische vrijheid.
Een spectrum van Joodse groeperingen is officieel tegen de formele aanname van de definitie: •
In Noord-Amerika: The Progressive Israel Network, een leidende coalitie van progressieve, pro-Israël organisaties; Bend the Arc, de leidende nationale progressieve
3 https://diasporaalliance.co/wp-content/uploads/2023/11/IHRA-Explainer-and-Messaging.pdf
6
Joodse stem; Jewish Voice for Peace, de leidende Joodse antizionistische organisatie in de Verenigde Staten; en Independent Jewish Voices, een Canadese grassroots progressieve groep die pleit voor rechtvaardigheid en gelijkheid in Israël-Palestina. De Reformbeweging, de grootste religieuze beweging van Joden in de Verenigde Staten, en de Nationale Raad van Joodse Vrouwen verzetten zich beide tegen de codificatie van de IHRA-definitie, ook al onderschrijven ze de definitie zelf. •
In Europa: Union Juive Française pour la Paix (Frankrijk), een leidende Franse progressieve Joodse groepering; Jüdische Stimme für gerechten Frieden im Nahost e.V. (Duitsland), de Duitse tak van European Jews for a Just Peace.
•
Israël-Palestina: Coalition of Women for Peace, een langlopende feministische antibezettingsbeweging; Academia For Equality, een activistisch netwerk van Israëlische en Palestijnse academici.
4. Problemen en beperkingen van IHRA Het onderscheid tussen kritiek op de Israëlische staat en antisemitisme is niet gemakkelijk te maken. Om te begrijpen hoe de verstrengeling tussen beiden de afgelopen decennia geleidelijk tot stand is gekomen, moet men meer te weten komen over de IHRA die bepaalde soorten kritiek op Israël weten te duiden als antisemitisme. De speciale VN-rapporteur voor hedendaagse vormen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid, E. Tendayi Achiume, heeft gewaarschuwd tegen het gebruik van de IHRA-definitie “vanwege de gevoeligheid om politiek geïnstrumentaliseerd te worden en de schade die aan de mensenrechten wordt toegebracht als gevolg van een dergelijke instrumentalisering”4. Er is brede overeenstemming onder wetenschappers en juristen (inclusief de hoofdopsteller van de IHRA-definitie, Kenneth Stern5) dat de IHRA-definitie niet geschikt is voor politieke en
4 https://www.jpost.com/diaspora/antisemitism/article-721177 5 https://www.theguardian.com/commentisfree/2019/dec/13/antisemitism-executive-order-trump-
chilling-effect
7
educatieve omgevingen waar kritisch denken, academische vrijheid en vrij debat van het grootste belang zijn.6 In tegenstelling tot wat veel instellingen lijken te geloven, is het gewoonweg niet mogelijk om de IHRA-definitie te gebruiken om te bepalen of een individueel incident of een individuele uitspraak al dan niet antisemitisch is, en tegelijkertijd de vrijheid van meningsuiting en de academische vrijheid te beschermen en discriminatie te voorkomen. Een poging daartoe leidt onvermijdelijk tot schadelijke en onrechtvaardige gevolgen.7 In een tijd van toenemend antisemitisme over de hele wereld ondermijnt de campagne om de IHRA-definitie aan te nemen en te implementeren de strijd tegen antisemitisme. Ten tweede is er brede oppositie tegen het aannemen van de IHRA-definitie. Ten derde bevorderen de Israëlische regering en haar bondgenoten het gebruik van de IHRA-definitie om beschermde vrije meningsuiting in te perken. En tot slot is de IHRA-definitie een favoriet instrument geworden van antidemocratische krachten, terwijl ze er niet in slaagt het antisemitisme in te dammen.8 Hier volgen enkele gevolgen van het aannemen van antisemitisme: 1.
Voorvechters van Palestijnse mensenrechten, critici van de Israëlische staat en zijn beleid en degenen die onderzoek doen naar en lesgeven over de geschiedenis van en de huidige situatie in Israël-Palestina zijn het doelwit geworden van valse beschuldigingen van antisemitisme. 2. Individuen en collectieven uit het onderwijs, de sociale sector, het maatschappelijk middenveld, enz. worden onderworpen aan onredelijke onderzoeken en disciplinaire procedures op basis van de IHRA-definitie. Deze procedures hebben het welzijn geschaad van degenen die het slachtoffer zijn van valse beschuldigingen van antisemitisme. Degenen
6 https://www.theguardian.com/news/2023/apr/24/un-ihra-antisemitism-definition-israel-criticism 7 https://www.jewishvoiceforpeace.org/2023/11/09/antisemitism-dangerous/
8 https://diasporaalliance.co/wp-content/uploads/2023/11/IHRA-Explainer-and-Messaging.pdf
8
die valselijk beschuldigd zijn hebben het gevoel dat hun reputatie bezoedeld is en ze zijn bezorgd over mogelijke schade aan hun opleiding en carrière. 3. De klachten hebben een negatief effect gehad op de academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting, wat in sommige gevallen heeft geleid tot het annuleren van evenementen of het opleggen van valse voorwaarden aan de vorm van evenementen. 4. Uit de ontvangen getuigenissen blijkt duidelijk dat deze zaken een afschrikkend effect hebben en individuen ervan weerhouden om te spreken over of evenementen te organiseren die de Palestijnse mensenrechten en Palestijnse zelfbeschikking bespreken, uit angst dat er klachten tegen hen zullen worden ingediend, of dat ze anders te maken zullen krijgen met aanzienlijke bureaucratische hindernissen en zelfs dure juridische stappen om evenementen te laten doorgaan.
Dit advies concludeert dan ook dat de aanname en toepassing van de IHRA-definitie al een klap heeft toegebracht aan de academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Dit bedreigt niet alleen de gezondheid van een democratie, met inbegrip van juridische organen, maar verhindert ook leden van de samenleving en maatschappelijke organisaties om genuanceerde discussies te voeren over het Midden-Oosten, de wereldpolitiek en de Palestijnse kwestie, die ook noodzakelijk zijn als onderdeel van de inspanningen om antisemitisme te bestrijden. Samengevat veroorzaakt de IHRA-definitie verwarring en controverse. Het beschermt Joden niet tegen echt antisemitisme, dat vooral van rechts komt, niet van moslims/Palestijnse bevrijdingsactivisten; het brandmerkt vrijwel alle steun voor Palestijnse rechten als antiJoods, zelfs als die steun van Joden komt; het geeft echte antisemieten en racisten een vrijbrief, mits ze Israël steunen.
9
5. Alternatieve definities Volgens Unia in Belgie zou een alternatieve definitie nuttig kunnen zijn. "Voor sommige vormen van rapportering en bewustmaking over een fenomeen als antisemitisme en dynamieken zoals polarisering is het een kwestie van op een bredere manier kijken dan alleen naar een paar misdrijven die door de wet worden gedefinieerd. Dit doet echter geen afbreuk aan ons mandaat, dat erin bestaat gelijkheid te bevorderen en discriminatie in de Belgische context te bestrijden. (pagina 2)9 Om dit te kunnen doen, is er een alternatieve definitie. De Verklaring van Jeruzalem10 vermijdt het door elkaar halen van zaken, het exceptionaliseren van antisemitisme (in relatie tot andere vormen van racisme), het beperkt niet de vrijheid van meningsuiting of academische vrijheid, noch legt het mensen het zwijgen op die de Palestijnse mensenrechten en het internationaal recht willen verdedigen of schendingen daarvan door de staat Israël willen bekritiseren. De Verklaring van Jeruzalem maakt duidelijk dat het hier gaat om ideeën over joodsheid die leiden tot oneerlijke behandeling, geweld, opruiing tegen joden als joden. En doet daarom beter werk in het beschermen van Joden. De definitie van antisemitisme van de Verklaring van Jeruzalem is gecreëerd met het bovengenoemde UNIA-doel en met het doel om de verwarring tussen antisemitisme en kritiek op Israël te vermijden.
Ik citeer hier de definitie en 15 richtlijnen: Definitie Antisemitisme is discriminatie, vooroordeel, vijandigheid of geweld tegen Joden als Joden (of Joodse instellingen als Joden).
9 https://www.unia.be/nl/publicaties-statistieken/publicaties/antisemitisme-rapport-2024 10 https://jerusalemdeclaration.org
10
Richtlijnen A. Algemeen 1.
Het is racistisch om te essentialiseren (een karaktertrek als inherent te behandelen) of
om verregaande negatieve generalisaties te maken over een bepaalde bevolkingsgroep. Wat geldt voor racisme in het algemeen, geldt ook voor antisemitisme in het bijzonder. 2.
Het bijzondere aan klassiek antisemitisme is het idee dat Joden verbonden zijn met de
krachten van het kwaad. Dit is de kern van veel anti-Joodse fantasieën, zoals het idee van een Joodse samenzwering waarin "de Joden" verborgen macht bezitten die ze gebruiken om hun eigen collectieve agenda te bevorderen ten koste van andere mensen. Deze koppeling tussen Joden en het kwaad gaat door in het heden: in de fantasie dat "de Joden" regeringen controleren met een "verborgen hand", dat ze de banken bezitten, de media controleren, optreden als "een staat binnen een staat" en verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van ziektes (zoals Covid-19). Al deze kenmerken kunnen worden gebruikt door verschillende (en zelfs antagonistische) politieke doelen. 3.
Antisemitisme kan zich uiten in woorden, beelden en daden. Voorbeelden van
antisemitische woorden zijn uitspraken dat alle Joden rijk, gierig of onpatriottisch zijn. In antisemitische karikaturen worden Joden vaak afgebeeld als grotesk, met grote neuzen en geassocieerd met rijkdom. Antisemitisme kan direct of indirect zijn, expliciet of gecodeerd. Bijvoorbeeld, "De Rothschilds beheersen de wereld" is een gecodeerde uitspraak over de vermeende macht van "de Joden" over banken en internationale financiën. Op dezelfde manier kan het afschilderen van Israël als het ultieme kwaad of het schromelijk overdrijven van zijn werkelijke invloed een gecodeerde manier zijn om Joden te racialiseren en te stigmatiseren. In veel gevallen is het identificeren van gecodeerde taal een kwestie van context en beoordeling, rekening houdend met deze richtlijnen. 4. Het ontkennen of minimaliseren van de Holocaust door te beweren dat de doelbewuste genocide van de nazi's op de Joden niet heeft plaatsgevonden, of dat er geen vernietigingskampen of gaskamers waren, of dat het aantal slachtoffers een fractie was van het werkelijke totaal, is antisemitisch. 11
B. Israël en Palestina: voorbeelden die, op het eerste gezicht, antisemitisch zijn 6.
De symbolen, beelden en negatieve stereotypen van het klassieke antisemitisme (zie
richtlijnen 2 en 3) toepassen op de staat Israël. 7.
Joden collectief verantwoordelijk houden voor het gedrag van Israël of Joden, alleen
omdat ze Joods zijn, behandelen als agenten van Israël. 8.
Van mensen eisen dat ze, omdat ze Joods zijn, Israël of het zionisme publiekelijk
veroordelen (bijvoorbeeld op een politieke bijeenkomst). 9.
Veronderstellen dat niet-Israëlische Joden, gewoon omdat ze Joden zijn,
noodzakelijkerwijs loyaler zijn aan Israël dan aan hun eigen land. 10.
Het ontkennen van het recht van Joden in de staat Israël om te bestaan en zich te
ontplooien,
collectief
en
individueel,
als
Joden,
in
overeenstemming
met
het
gelijkheidsbeginsel. C. Israël en Palestina: voorbeelden die niet antisemitisch zijn (of men de mening of actie nu goedkeurt of niet) 11.
Het steunen van de Palestijnse eis voor rechtvaardigheid en de volledige toekenning
van hun politieke, nationale, burgerlijke en mensenrechten, zoals vastgelegd in het internationaal recht. 12.
Het bekritiseren van of zich verzetten tegen zionisme als een vorm van nationalisme, of
pleiten voor een verscheidenheid aan constitutionele regelingen voor Joden en Palestijnen in het gebied tussen de rivier de Jordaan en de Middellandse Zee. Het is niet antisemitisch om regelingen te steunen die volledige gelijkheid toekennen aan alle inwoners "tussen de rivier en de zee," hetzij in twee staten, een binationale staat, unitaire democratische staat, federale staat, of in welke vorm dan ook.
12
13.
Op feiten gebaseerde kritiek op Israël als staat. Dit omvat zijn instellingen en
grondbeginselen. Het omvat ook zijn beleid en praktijken in binnen- en buitenland, zoals het gedrag van Israël op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, de rol die Israël speelt in de regio, of enige andere manier waarop het als staat de gebeurtenissen in de wereld beïnvloedt. Het is niet antisemitisch om te wijzen op systematische rassendiscriminatie. In het algemeen gelden in het geval van Israël en Palestina dezelfde debatnormen die van toepassing zijn op andere staten en op andere conflicten over nationale zelfbeschikking. Daarom is het, zelfs als het omstreden is, op zichzelf niet antisemitisch om Israël te vergelijken met andere historische gevallen, zoals kolonialisme of apartheid. 14.
Boycot, desinvestering en sancties zijn alledaagse, geweldloze vormen van politiek
protest tegen staten. In het geval van Israël zijn ze op zichzelf niet antisemitisch.
15. Politieke meningsuiting hoeft niet afgemeten, proportioneel, getemperd of redelijk te zijn om beschermd te worden onder artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens of artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en andere mensenrechteninstrumenten. Kritiek die door sommigen wordt gezien als overdreven of controversieel, of als een weerspiegeling van een "dubbele standaard", is op zichzelf niet antisemitisch. In het algemeen is de grens tussen antisemitische en niet-antisemitische uitingen anders dan de grens tussen onredelijke en redelijke uitingen.
13
6. Literatuur Ahmed, Nazir. 2004. ‘Islamophobia and Antisemitism’. European Judaism 37 (1): 124–27. Anidjar, Gil. 2003. The Jew, the Arab: A History of the Enemy. 1st ed. Stanford University Press. ———. 2007. Semites: Race, Religion, Literature. Stanford University Press. ———. 2012. ‘On the European Question’. Forum Bosnae, no. 55: 13–27. Arendt, Hannah. 1944. ‘Race-Thinking Before Racism’. The Review of Politics 6 (1): 36–73. https://doi.org/10.1017/S0034670500002783. ———. 1973. The Origins of Totalitarianism. Harcourt, Brace, Jovanovich. Bauman, Zygmunt. 2009. ‘Jews and Other Europeans, Old and New’. European Judaism 42 (1): 121–33. https://doi.org/10.3167/ej.2009.420111. Bayoumi, Moustafa. 2006. ‘Racing Religion’. CR: The New Centennial Review 6 (2): 267–93. https://doi.org/10.1353/ncr.2007.0000. Bethencourt, Francisco. 2014. Racisms: From the Crusades to the Twentieth Century. Princeton University Press. Bunzl, Matti. 2005. ‘Between Anti-Semitism and Islamophobia: Some Thoughts on the New Europe’. American Ethnologist 32 (4): 499–508. https://doi.org/10.1525/ae.2005.32.4.499. ———. 2007. Anti-Semitism and Islamophobia: Hatreds Old and New in Europe. Prickly Paradigm Press. Butler, Judith. 2012. Parting Ways: Jewishness and the Critique of Zionism. Columbia University Press. Crane, Jonathan K. 2020. Judaism, Race, and Ethics: Conversations and Questions.
Penn State University Press. European Commission and European Monitoring Centre on Racism and Xenophobia. 2003. ‘The Fight against Anti-Semitism and Islamophobia: Bringing Communities Together’. eumc.eu.int/eumc/material/pub/RT3/en.pdf. Fadil, Nadia. 2016. ‘“Are We All Secular/Ized yet?”: Reflections on David Goldberg’s “Are We All Post-Racial Yet?”’ Ethnic and Racial Studies 0 (0): 1–8. https://doi.org/10.1080/01419870.2016.1202424. Fredrickson, George M. 2015. Racism: A Short History. Princeton University Press. Gidley, Ben, and James Renton, eds. 2017. Antisemitism and Islamophobia in Europe - A Shared Story? Palgrave Macmillan. http://www.palgrave.com/la/book/9781137412997. Gingrich, Andre. 2005. ‘Anthropological Analyses of Islamophobia and Anti-Semitism in Europe’. American Ethnologist 32 (4): 513–15. https://doi.org/10.1525/ae.2005.32.4.513. Goldberg, David Theo. 2001. The Racial State. 1 edition. Malden, Mass: Wiley-Blackwell. ———. 2006. ‘Racial Europeanization’. Ethnic and Racial Studies 29 (2): 331–64. https://doi.org/10.1080/01419870500465611. ———. 2008. ‘Racisms without Racism’. PMLA 123 (5): 1712–16. ———. 2009. ‘A Political Theology of Race’. Cultural Studies 23 (4): 513–37. https://doi.org/10.1080/09502380902950955. Hannaford, Ivan. 1996. Race: The History of an Idea in the West. Woodrow Wilson Center Press. 14
Jansen, Yolande. 2020. ‘“A Crooked, Passion-Laden Mirror”: “Jews” and “Muslims” as a European Question beyond Religio-Secularism’. Patterns of Prejudice 54 (1–2): 29–45. https://doi.org/10.1080/0031322X.2019.1696047. Klug, Brian. 2014. ‘The Limits of Analogy: Comparing Islamophobia and Antisemitism’. Patterns of Prejudice 48 (5): 442–59. https://doi.org/10.1080/0031322X.2014.964498. Lentin, Alana. 2004. Racism And Anti-Racism In Europe. Pluto Press. ———. 2008. ‘Europe and the Silence about Race’. European Journal of Social Theory 11 (4): 487–503. https://doi.org/10.1177/1368431008097008. Meer, Nasar. 2013. ‘Racialization and Religion: Race, Culture and Difference in the Study of Antisemitism and Islamophobia’. Ethnic and Racial Studies 36 (3): 385–98. https://doi.org/10.1080/01419870.2013.734392. ———. 2014. Key Concepts in Race and Ethnicity. SAGE. Meer, Nasar, and Tehseen Noorani. 2008. ‘A Sociological Comparison of Anti-Semitism and Anti-Muslim Sentiment in Britain1’. The Sociological Review 56 (2): 195–219. https://doi.org/10.1111/j.1467-954X.2008.00784.x. Mills, Charles W. 1997. The Racial Contract. Ithaca, NY: Cornell University Press. ———. 2016. ‘Critical Philosophy of Race’. In The Oxford Handbook of Philosophical Methodology. Oxford University Press. https://doi.org/10.1093/oxfordhb/9780199668779.013.15. Nirenberg, David. 2012. Anti-Judaism: The Western Tradition.
HEAD OF ZEUS. On the Arab-Jew, Palestine, and Other Displacements. n.d. Accessed 16 June 2017. http://www.press.uchicago.edu/ucp/books/book/distributed/O/bo26304220.html. Raz-Krakotzkin, Amnon. 2007. ‘Jewish Memory between Exile and History’. Jewish Quarterly Review 97 (4): 530–43. ———. 2011. ‘Jewish Peoplehood, “Jewish Politics,” and Political Responsibility: Arendt on Zionism and Partitions’. College Literature 38 (1): 57–74. Rothberg, Michael. 2009. Multidirectional Memory: Remembering the Holocaust in the Age of Decolonization. Stanford University Press. Sand, Shlomo, and Ernest Renan. 2010. On the Nation and the Jewish People. Original. Verso. Schenker, Hillel, and Abu Zayyad Ziad, eds. 2006. Islamophobia and Anti-Semitism. 1ST ed. Markus Wiener Pub. Sheth, Falguni A. 2009. Toward a Political Philosophy of Race. SUNY Press. Tessman, Lisa, and Bat-Ami Bar On. 2001. Jewish Locations: Traversing Racialized Landscapes. Rowman & Littlefield. Topolski, Anya. 2018. ‘The Race-Religion Constellation: A European Contribution to the Critical Philosophy of Race’. Critical Philosophy of Race 6 (1): 58–81. ———. 2020. ‘Nation-States, the Race-Religion Constellation, and Diasporic Political Communities: Hannah Arendt, Judith Butler, and Paul Gilroy’. The European Legacy 25 (3): 266–81. https://doi.org/10.1080/10848770.2020.1741264. Vial, Theodore. 2016. Modern Religion, Modern Race.
Oxford University Press, Incorporated. Wekker, Gloria. 2016. White Innocence: Paradoxes of Colonialism and Race. Duke University Press. Werbner, Pnina. n.d. ‘Folk Devils and Racist Imaginaries in a Global Prism: Islamophobia and Anti-Semitism in the Twenty-First Century’. Ethnic and Racial Studies, 1–18. https://doi.org/10.1080/01419870.2013.734384. 15
West, Cornel. 2001. ‘A Genealogy of Modern Racism’. In Race Critical Theories: Text and Context, 1 edition, 90–112. Malden, Mass: Wiley-Blackwell.
16