Inspreekreactie mevrouw Payton - Namens Vereniging de Toekomst. PDF
Tekst van het document
3 november 2021, Amsterdam Betreft: inspreekreactie Huurders en Ondernemersvereniging de Toekomst voor de Commissie vergadering RO van 3 november mbt het agendapunt “Vaststellen van de Haalbaarheidsstudie Vergroening en Sport NDSM-werf Oost als basis voor een plan om groen- en sportvoorzieningen toe te voegen op de NDSM-werf Oost. Nr. VN2021-027948” Geachte commissieleden en leden van de gemeenteraad, Deze tekst is ingestuurd namens de Huurders- en Ondernemersvereniging de Toekomst. Wij hadden gehoopt tijdens de vergadering om in te kunnen spreken maar helaas zijn er andere partijen ons voorgeweest. Wij danken jullie bij voorbaat voor jullie aandacht voor het volgende: De Toekomst vertegenwoordigd de +-230 kunstenaars, ambachtslieden en (kleine) culturele ondernemers van de NDSM broedplaats, voornamelijk gevestigd in de Scheepsbouwloods, maar ook in de X-Helling. De Toekomst bestaat 20 jaar en is de oudste vereniging op de NDSM-werf Oost; sommige individuele kunstenaars zijn nog langer aanwezig tot aan 30 jaar. Onze gemeenschap stond aan de wieg van de cultuur-werf, en bevat een belangrijke continuïteit van kennis, ervaring en inzicht. Desondanks deze status is de Toekomst niet formeel betrokken geweest bij het opstellen van de Haalbaarheidsstudie. De HBS is niet met ons gedeeld, wij hebben zelf online moeten zoeken om de documenten te vinden.
Wij zijn niet gevraagd om een advies op te stellen. Sterker, de vereniging is niet eens uitgenodigd bij de door de gemeente georganiseerde bijeenkomsten over de plannen die hebben plaatsgevonden op de werf. Het lanceren van de vergroeningstraject en de eerst stap (in de vorm van het Playbook initiatief van Stichting NDSM) midden in de coronazomer van 2020 heeft de communicatie niet geholpen. Een klein aantal van onze leden heeft deelgenomen aan de Playbook sessies en voorstellen ingediend, en het Toekomst bestuur mocht als online-toeschouwer de presentatie van de Playbook voorstellen aan de wethouders via zoom bijwonen. In maart 2021 hield de wethouder een zoom bijeenkomst met ondernemers van de werf, waarbij de Toekomst opnieuw niet uitgenodigd is. Bij de notulen lezen wij een belofte dat er een presentatie over de inhoud van de HBS georganiseerd zou zijn. Acht maanden later heeft geen presentatie plaatsgevonden. Twee van onze leden hebben aan het begin van de zomer wel een wandelend gesprek met de wethouder mogen houden, maar omdat wij op dat moment geen plannen had in kunnen zien konden wij alleen globaal spreken. Onze mails over een vervolg bleven onbeantwoord. Wij waarderen dat er gedacht is aan een toekomstige participatie traject in de vorm van ‘gezamenlijk opdrachtgeverschap’ maar vragen ons af waarom deze moet wachten tot na het vaststellen van de HBS.
Worden we weer gevraagd om alleen mee te denken over de kleuren van de verf op de wanden, in plaats van als gelijk partners mee te denken over de basis vorm? De geest van het Participatie Protocol, de nieuw Omgevingswet (en de democratiseringsretoriek van de gemeenteraad) is gericht op participatie vooraf en niet achteraf. Wij vragen ons af waarom dit niet toegepast wordt in dit proces? De meerderheid van onze leden weet nog steeds weinig over de plannen, en bij gebrek aan informatie hebben wij geen discussie met hen kunnen houden. Wij hebben met belangstelling de bijdragen van de adviserende partijen (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Stadsdeel Noord en Stichting NDSM) gelezen. Wij merken op dat zij om uiteenlopende redenen kritisch zijn over de HBS, op meerdere punten stellen zij voor dat het onderzoek nog niet af is. Er worden vragen gesteld over o.a. het democratische gehalte,
1
de onvolledige karaktisering van de werf (o.a. door het ontbreken in de beschrijving van onze eigen gemeenschap van kunstenaars en makers), het niet betrekken van de Kunst & Cultuur experts van de gemeente en onvoldoende aandacht voor de belangrijk rol van water in het geheel (oa als mogelijkheid voor sport!). Verder zijn vraagtekens gezet bij de voorgesteld strategie voor parkeren en het weghalen van de aanwezig verharding (stenen/stelconplaten), wordt erop gewezen op dat de ruimte dat nu benut wordt voor experiment echter ook de makkelijkst te vergroenen vierkante meters van de werf zijn juist de delen dat nu benut worden voor creatieve experiment, en wordt opgemerkt dat de studie vooral kwantitatief is in plaats van kwalitatief. Wij sluiten ons aan bij al deze vragen. De adviserend partijen noemen veel punten dat huns inziens meegenomen moet worden in een vervolg. Maar wij vragen ons af, moeten deze punten niet eerst geadresseerd worden, alvorens iets vastgesteld gaat worden. Wat wordt er precies vastgesteld? Wij merken oo dat het niet geheel helder is wat dit voor documenten zijn. Een haalbaarheid studie is geen plan, en er wordt op meerdere punten geschreven dat er ‘geen masterplan’ is. Maar er wordt wel degelijk gesproken over een ‘strategie’, en belangrijker, m2 meters van specifiek onderdelen van het buitenterrein worden al ingevuld, door de zogenoemde ‘goede basis’.
Als deze strategie en m2 bepaling vastgelegd nu worden, in hoeverre kan er later van afgeweken worden als er dan weer nieuwe inzichten zich voordoen tijdens het aangekondigde participatietraject? Zorgwekkend vinden wij het op de schaal van de stad dat er stedenbouwkundige plannen worden ontwikkeld die niet voldoen aan groennormeringen en dat er gezocht moet worden naar ‘compensatie groen’. Wij begrijpen dat de ontwikkeling van stedenbouwkundige plannen soms gepaard gaat met het bijhouden van abstracte getallen. Groen is echter iets heel tastbaars dat velen zullen gelijkstellen aan ruimtelijke kwaliteit in het publieke domein. Rekenkundig omgaan met een onderwerp als deze is riskant, al helemaal als we de verdichtingsopgave van onze stad willen vormgeven als ‘aantrekkelijk’ en ‘ongedeeld’. Als je het hebt over 53.000 m2 groen op de werf Oost die 86.000 m2 groot is, is die ruimtelijke claim dan ook enorm dominant. Daarbij opgeteld 6000 m2 sport, dan hou je op de werf Oost alleen de verkeersruimte over die dan niet groen is geduid. Omdat we al eerder stellen dat we deze kwalitatieve opgave heel erg graag ingevuld zien worden met kwaliteit willen we waarschuwen voor het begrip 'ontwerp saus'.
Hoe gaan we voorkomen dat er een hele grote sauspan wordt uitgesmeerd over de werf, die alle bestaande kwaliteiten 'overneemt' en ontkent? Hoe je dat kunt voorkomen? Door goed en gedegen in gesprek te gaan met de lokale community van kunstenaars en paars zones beheerders. Verontrustend vinden wij wat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed schrijft: De normering voor groen blijkt het belangrijkste argument voor vergroening van NDSM-werf-Oost. Uiteraard is groen een belangrijke drager voor de kwaliteit van de leefomgeving. Het is echter jammer te moeten constateren dat NDSM-werf Oost achteraf de oplossing moet bieden voor het tekort aan groen in NDSM-West om aan de normering voor groen te kunnen voldoen. Aangegeven wordt dat het aandeel groen van 9,5% naar 63% gaat en het aandeel verharding evenredig omlaag. Hiermee wordt weliswaar voldaan aan de minimale groennorm, maar het roept wel de vraag op of dit niet ten koste gaat van een andere kwaliteit, namelijk de identiteit en de uitstraling van het NDSM-terrein. Juist deze laatste, de identiteit en uitstraling van het NDSM-terrein, gaat ons aan het hart. De vergroening strategie berust op het verdwijnen van (beeld)bepalende initiatieven die nu waardevol bijdragen leveren op het karakter van de werf. Voor diegene die het veld zou moeten ruimen, is hun belang duidelijk.
Bij onze leden is het een wezenlijk ander belang, het komt eerder in de buurt van het bewaken van een algemeen belang. Bij het presenteren van de Playbook voorstellen een jaar geleden, sprak wethouder Marieke van Doorninck met bewondering over hoe sommige mensen de schoonheid van dit terrein inzagen, en dat het juist deze mensen zijn, die het terrein langzamerhand hebben gevormd tot wat het nu is. Dat gaat over onze gemeenschap, en tot op de dag van vandaag bewaken wij over deze schoonheid. De Commissie Ruimtelijk Kwaliteit vraag aandacht voor niet alleen de belangrijke betekenis van de (scheepsbouw-) geschiedenis van de werf, maar ook voor een tweede laag die ‘betreft die van de afgelopen bijna veertig jaar van tijdelijk gebruik, place-making en wisselende bestemmingen. Deze laag is voor een deel immaterieel en daardoor minder te goed te vangen maar zeker niet zonder maatschappelijke betekenis.’ Deze laag duiden wij zelf soms de ‘tussen-tijd’. Initiatieven zoals Trammetjes, Pllek en NDSM Treehouse bevinden zich op plekken die het eenvoudigste te vergroenen zijn. Door vergroening toe te passen waar dit het meest voor de hand ligt, ontstaat er een reëel risico dat de NDSM Werf haar experimentele karakter verliest, om de heel eenvoudiger reden dat er simpelweg geen ruimte meer voor is.
2
De oostkant van de NDSM heeft een uniek karakter en sfeer die is ontstaan over jaren, tijd zelf is de architect. Deze kwaliteit is essentiële voor het gevoel van vrijheid dat bestaat en gewaardeerd is door ‘bewoners’ en bezoekers. Als dit kwaliteit weg is, zal het nooit meer terug te krijgen zijn. Om de werf heen zijn de nieuw woonwijken een en al ontwerp. Als ook de werf net zo strak wordt zal het verstikkend zijn. Juist de manier waarop de kunstenaars zich ontfermen over de (semi)openbare ruimtes buiten en binnen en ze met zorg en liefde vormgeven, zorgen ervoor dat deze ruimtes als aantrekkelijk, menselijk en inspirerend worden ervaren. Ze geven inhoudelijke bezieling aan de altijd aanwezig fysieke en historische verbinding tussen binnen en buiten, tussen de monumentale gebouwen en het uitgestrekte terrein. Hier ervaren we de tussentijd in alle gelaagdheden, de scheepsbouw-periode, de kraak- en kunst-tijd, de ecologische zone inclusief stadsmussen kolonie, en straks de grote opgave van vergroenen. Want wij zijn absoluut niet tegen een vergroening dat samengaat met de aanwezig kwaliteiten van de werf. Onze gemeenschap heeft juist al die jaren zich ingezet om het aanwezige groen te beschermen (o.a. toen de gemeente alle aanwezige bomen wilde kappen). Onze gemeenschap heeft zelf bomen geplant op het NDSM-plein.
Wij denken dat de meerderheid van onze leden zich zal kunnen vinden in het (door het stadsdeel noord geformuleerd) doel van ‘uiteindelijk op NDSM werf- Oost een openbare ruimte te maken die ervoor zorgt dat de verschillende onderdelen een samenhangend geheel vormen en waarvan groen en sport een geïntegreerd onderdeel uitmaken. Een publieke ruimte die die niet alleen betekenis heeft voor de bewoners en gebruikers van de NDSM-werf, maar ook van aangrenzende buurten, heel stadsdeel Noord en de rest van de stad. Bovendien levert toevoeging van groen een bijdrage aan de klimaatadaptatie en bestrijding van hittestress.’ Maar zoals het stadsdeel ook opmerkt, is veel afhankelijk van hoe je dat gaat doen en met wie. Wij vinden dat er momenteel te veel belangrijk vragen onuitgewerkt zijn. De haalbaarheid studie heeft meer tijd nodig. En het is interessant om - als je meer denkt in de vorm van tijden - dat het geen eind ontwerp is, maar een tussenstand. Wij denken dat je het 'vergroenen' dus meer of beter kunt zien als ene proces in de tijd, wat een individuele plant ook is. Het gaat groeien en zal dus in vorm, kleur en betekenis ook mee veranderen aan de vragen die bewoners, kunstenaars en wandelaars stellen aan de werf. Met vriendelijke groet, Sarah Payton (secretaris) namens het bestuur van Huurders en Ondernemersvereniging de Toekomst en Bart Stuart namens de Vereniging X-Helling
3