CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspreekreactie dhr-mw. Ans Sullot en Koko Barenbrug - Windturbines

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 4 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief over de terinzagelegging ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030 en plan-MER (VN2024-008908)3.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PLANMER EN PWA ONTWIJKEN MOGELIJKHEDEN RES 1.0 IN DE HAVEN

Optimale plaatsingsmogelijkheden voor windturbines worden niet beantwoord in PWA en PlanMER Na vele rondes van inspraak, zienswijzen, Sara-adviezen en vragen van de gemeenteraad waaronder schriftelijke vragen (PvdD, 21-6-23) over de mogelijkheden om windenergie in het havengebied te maximaliseren, heeft de wethouder steeds gezegd dat de vraag onderdeel is van het Programma Windenergie Amsterdam en het bijbehorende PlanMER. Er is echter nog steeds geen onderbouwd en duidelijk antwoord. De vragen naar extra inspanningen om belemmeringen op te heffen worden niet beantwoord in het PWA omdat deze naar zeggen van de gemeente buiten de reikwijdte van het PWA liggen. De gepresenteerde optimalisatiealternatieven van de Haven in het Plan MER (mbt Gezondheid en Natuur) geven aan dat de hele ambitie van Amsterdam in de Haven kan worden gerealiseerd. Daarom moet een van deze alternatieven als voorkeursalternatief worden opgenomen in het PWA. De gemaakte keuzes zijn niet te rechtvaardigen ten opzichte van de zoekgebieden in ZuidOost. In de tekst hieronder staan vele voorbeelden die laten zien hoe de Gemeente het maximaliseren in de haven binnen de RES 1.0 uit de weg gaat.

Gemeentelijke uitgangspunten die de basis van het PWA zouden moeten zijn -

Wethouder van Doorninck heeft in april 2021 in een RIB naar aanleiding van vele insprekers toegezegd dat het college er alles aan wil doen om de financiële en ruimtelijke barrières op te lossen om de windturbines in de haven te maximaliseren. Citaat wethouder van Doorninck uit de Raadsinformatiebrief van 20 april 2021: “Het college begrijpt goed dat de realisatie van windenergie in de haven maatschappelijk gezien de grootste voorkeur heeft. Daarom spreek ik mijn intentie uit om zo veel mogelijk capaciteit op te wekken in het havengebied, waarbij het college zich zal inspannen de eventuele financiële en ruimtelijke barrières op te lossen.”

-

Uit het antwoord d.d. 14 mei 2024 van wethouder Groot Wassink op het SARA-advies: "Vanwege breed maatschappelijk draagvlak en beperkte milieueffecten wijst het college het Havengebied (1A) buiten de Ring A10 aan als gebied voor windturbines. Ook het college heeft de sterke voorkeur voor het havengebied ten opzichte van de andere aangewezen gebieden.”

-

De haven heeft volgens de officiële kennisgeving d.d. 17 mei 2024 van het PWA de prioriteitvoorkeur (zie bron 1 onderaan deze notitie). “Invulling in de Haven heeft de prioriteitvoorkeur. Om die reden zijn wij voornemens om de Haven aan te wijzen als versnellingsgebied in de zin van de Renewable Energy Directive III (REDIII).”

Betekenis van de gemeentelijke uitgangspunten De gemeente zal zich sterk maken voor het maximaliseren van de Haven, het gebied van voorkeur voor windturbines, en zet zich in om belemmeringen weg te nemen. Dan moet er dus ook alles aan gedaan worden om het Haven alternatief te realiseren. Dit betekent een grondige identificatie en aanpak van belemmeringen, een sterke betrokkenheid van stakeholders, en een voortdurende evaluatie van de voortgang. Second best opties zijn pas aan de orde als dit gebied ondanks maximale inspanningen niet haalbaar/toereikend is.

In PlanMer en PWA wordt geen invulling gegeven aan bovenstaande gemeentelijke uitgangspunten. Het “prioriteitvoorkeur” gebied van de gemeente, de Haven, wordt in het PWA geminimaliseerd ipv gemaximaliseerd : Er is sprake van een minimale ambitie van 10 MW wat de RES-doelen in de Haven betreft. De plannen voor REDIII maken dat de minimale ambitie van 10 MW niet verhoogd wordt. Het ongewenste gevolg is dat de gemeente minder geschikte gebieden dan de Haven, namelijk de Zuidoostelijke zoekgebieden, in het PWA heeft aangewezen. Als de Haven maximaal wordt benut, is het evenmin noodzakelijk dat de gemeente een bedenkelijke workaround in de NoorderIJplas toepast in verband met de door PS geweigerde omgevingsvergunning.

HOE ER NIETS TERECHT KOMT VAN DE GEMEENTELIJKE UITGANGSPUNTEN LEEST U IN DE VOORBEELDEN HIERONDER 1. Van de 45 technisch geschikte posities voor windturbines in het PlanMER blijven er 36 buiten beschouwing in het PWA Slechts 9 van de 45 posities uit het PlanMer worden in het PWA nu als kansrijk meegenomen in het vervolgtraject. Notabene: In het PlanMer is niet onderbouwd waarom deze 9 posities als kansrijk zijn gekwalificeerd en de overige 36 niet. Het is dus niet transparant hoe de keuze voor 9 posities in het PWA tot stand is gekomen. Evenmin is duidelijk waar deze posities zich in de Haven bevinden. Over de haalbaarheid van de overige 36 kansrijke posities worden op dit moment geen inhoudelijke uitspraken gedaan. Dat zou wel moeten. Dat de gemeente niet van plan is om voor de RES 1.0 naar de 36 andere technisch geschikte posities te kijken, wordt duidelijk in het PWA blz. 30 (rode markering is eigen toevoeging): Als blijkt dat er tijdens het wegnemen van de knelpunten voor de 9 kansrijke posities mogelijkheden ontstaan om met deze posities meer te realiseren dan de 10 MW die in de RES 1.0 is afgesproken, dan spannen wij en Port of Amsterdam zich daarvoor in. Dit geldt tot 2030, of tot eerder in het geval dat de restdoelstelling van 27 MW in zicht of behaald is.

Als de 27 MW RES doelstelling in zicht is, bijvoorbeeld door windturbines in de minder geschikte zoekgebieden in ZuidOost te plaatsen, dan blijft het bij 10 MW ambitie in de haven volgens deze formulering in het PWA .

2. Repoweren wordt buiten scope van PWA gehouden In de Haven staan18 windturbines uit 2008 die eerdaags aan vervanging toe zijn. Algemeen gesproken gaat men ervan uit dat door upgrade/vervanging/repowering op te nemen in een windenergieprogramma gemeenten beter kunnen inspelen op technologische vooruitgang en economische voordelen kunnen maximaliseren. Een concreet voorbeeld daarvan in de Amsterdamse haven: de Nieuwe Hemweg uit 2021. De zes nieuwe turbines hebben samen een vermogen van 13,2 MW. Dit is bijna het dubbele van de 12 windmolens die ze vervangen (8 uit de Haven en 4 uit het IJsselmeer). Toch blijft repoweren/vervangen buiten scope voor de RES ambitie.

3. Extra solitaire windturbines en clusters worden niet actief gezocht

Er zijn extra solitaire windturbines en kleine clusters mogelijk in de haven (Mer Addendum Wind op Land Provincie NH, d.d. 19 augustus 2021). De SARA heeft geadviseerd voor de haven clustering los te laten: solitaire windturbines, tweetallen en drietallen in een vrije opstelling leiden in de haven tot meer mogelijkheden. Volgens wethouder Groot Wassink is “in de RES1.0 en in voorliggend PWA een voorkeur voor clustering uitgesproken. Het is geen harde eis. Onder voorwaarde van een zorgvuldige ruimtelijke inpassing, wordt een vrije opstelling niet uitgesloten”. Dit is een passieve benadering. Het streven naar optimale benutting van de ruimte in de Haven spreekt hier niet uit. 4. Hoogtebeperking en Helicopterroute onnodig beperkend en niet opgelost De hoogtebeperkingen Schiphol en de helicopterroute worden in het PlanMER en het PWA als belangrijkste knelpunten in de Haven genoemd. Deze beperkingen gelden echter in nagenoeg alle Amsterdamse zoekgebieden. Bij de belemmeringenanalyse wordt alleen in de Haven vrijwillig afstand genomen van de hoogste windturbines die binnen de hoogtebeperkingen Schiphol mogelijk zijn. Het PlanMER beperkt zich tot twee kleine soorten windturbines in plaats van te onderzoeken hoe alle opties voor een optimale plaatsing bereikt kunnen worden.

Dit terwijl er in de haven al hogere windturbines staan (onder andere van +150 meter) en terwijl er andere turbines mogelijk zijn die even laag zijn (de V90) maar met meer vermogen dan de V110 (zie onder punt 5 en 6 voor meer toelichting). De gemeente heeft bijvoorbeeld in de NoorderIJplas ontheffing van de hoogtebeperking aangevraagd. Voor wat betreft de Haven wordt hier opvallend genoeg niet over gesproken. 5. ‘Haventurbine’ als referentiemodel niet geschikt voor een indicatieve opstelling van windturbines in de Haven In het PlanMER wordt een speciale ‘Haventurbine’ geintroduceerd als referentieturbine. Het betreft een extra kleine turbine van 130 meter tiphoogte met een vermogen van slechts 2 MW (type V110). Er zijn 22 van deze kleine turbines ingetekend in het westelijk deel van de haven. Dit is een benadering die leidt tot een te laag uitgangspunt voor een locatiealternatief voor windturbines in de haven. De redenering is: “Zo weten we zeker dat er geen gebieden in de haven over het hoofd worden gezien” (p.10), want te grote turbines zou tot belemmeringen leiden.” De insteek moet echter zijn om ook op zoek te gaan naar locaties voor zo groot mogelijke turbines. Het lijkt er meer op dat de gebieden waar wél grote turbines mogelijk zijn door deze werkwijze ‘over het hoofd worden gezien’.

Dit terwijl er in de hele haven, ook in het westelijk deel waar de ‘harde belemmering’ van 146 meter geldt, al hogere windturbines staan (onder andere van +150 meter). Daarnaast zijn in het oostelijk deel van de haven 23 turbines van 145 meter hoogte (vermogen 3,8 MW) ingetekend. De vraag dient zich aan waarom er met een hoogteverschil van slechts 15 meter niet in de hele haven turbines van 145 meter zouden kunnen staan, zeker gezien het veel grotere vermogen van dit type dan de referentieturbine (3,8 vs 2 MW). Daar komt bij: In het oostelijk deel van de haven is er tot 213 meter geen hoogtebeperking. Er was veel meer inzicht verschaft als duidelijk was gemaakt hoeveel en waar grote turbines geplaatst kunnen worden in plaats van een negatief verhaal over onrendabele kleine turbines, en toch in het PlanMER in het locatiealternatief haven alleen deze kleine turbines op te stellen. 6. Haventurbine als referentiemodel beinvloedt de businesscase onnodig negatief

De stelling in het PlanMER is dat grote windturbines relatief goedkoop zijn omdat ze meer stroom produceren en dat kleine windturbines daarom niet ‘economisch uitvoerbaar’ zijn (blz. 8). Bovendien zouden kleine windturbines nauwelijks nog gemaakt worden. Vervolgens worden de hoogste windturbines (binnen de hoogtebeperkingen Schiphol) buiten beschouwing gelaten (zie punt 5). De gebieden waar wel grote (‘economisch uitvoerbare’) typen turbines mogelijk zijn, komen niet meer aan bod in het PlanMER. Terwijl in de haven al windturbines staan van het type V90, ongeveer even hoog als de V110 maar met een opbrengst van 3 MW. Hoewel de businesscase niet onderdeel van het PlanMER is, wordt op deze manier in een aantal stappen het frame gebouwd dat de Haven geen goede businesscase heeft. 7. Verplaatsen helicopterplatform blijft ten onrechte buiten scope van PWA In het PlanMER staat als stadsontwikkeling beschreven dat het helicopterplatform VU (traumahelicopter) van de haven verplaatst zal worden naar de locatie AMC. Planning is 2029. Dit kan gecombineerd worden met de gehele verplaatsing van het helicopterplatform in de Haven, wat het maximaliseren van windturbineposities vergemakkelijkt. Deze verplaatsing wordt niet als mogelijkheid meegenomen in het PWA. 8.

Kolenoverslag als belemmering om de ruimte te maximaliseren ten onrechte buiten reikwijdte van het PWA Brownfields, zoals voormalige kolenslagplaatsen, kunnen uitstekend worden omgevormd tot locaties voor duurzame energieproductie zoals windparken. Deze kans om ruimte te creëren voor windturbines wordt niet benut. 9. Het waterstofnetwerk wordt a priori opgevoerd als hard belemmerend voor 3 potentiele posities in de haven (en 4 posities vragen aandacht) In de Omgevingsvisie Amsterdam staat dat nieuwe externe veiligheidsaandachtspunten moeten worden voorkomen door het kritisch afwegen van locaties voor het opslaan en tanken van onder andere waterstof. Uit niets blijkt dat dit gebeurt. Bovendien: is er wel voldoende aandacht voor ruimte-efficiënte implementaties zoals bijv in de haven Rotterdam wel gebeurt? 10. Scoring Haven op recreatie en hoofdgroenstructuur in PlanMER onnodig negatief Zoekgebied Haven 1A wordt negatief gescored op recreatie en ligging ten opzichte van de hoofdgroenstructuur. Volgens de huidige vigerende Hoofdgroenstructuur echter ligt de haven niet in de hoofdgroenstructuur; een negatieve score kan derhalve niet. Daar komt bij dat de groene stroken langs wegen /verbindingen onvergelijkbaar zijn met bijv het groen van een stadspark en van recreatie bij bijvoorbeeld de NIJP of Gaasperplas. Hier worden dus onterechte minpunten aan de Haven toegekend. 11.

De afgevallen resterende ambitie van Haven 1B wordt buiten beschouwing gelaten Zoekgebied Haven Zuid 1B is in het PWA vervallen verklaard. De resterende ambitie in de Haven als totaal gebied komt daarmee uit op 15,8 MW en niet op 10 MW. De twee aldaar voorziene windturbines zouden ook in het totaal gebied van de Haven moeten worden gevonden.

12. Vier turbines RWZI niet vermeld bij opgesteld vermogen in de optimalisatiealternatieven In de alternatieven Gezondheid en Natuur in het PlanMER staan de 4 turbines bij de Rioolwaterzuivering ten onrechte niet bij het opgesteld vermogen vermeld, noch is de 9,2 MW die deze turbines opleveren als “ in aanbouw” aangeduid, terwijl de bouw al is gestart. De ingetekende posities in de alternatieven Gezondheid en Natuur kunnen met 4 turbines worden verminderd. Zo niet dan is het beeld vertekend. 13. Havenactiviteiten ontbreken in het totaalbeeld van de haven De huidige havenactiviteiten zijn ongetwijfeld in kaart gebracht en bekend, maar worden niet kenbaar gemaakt. Daar liggen ook kansen in de zin van aanvullende mogelijkheden om belemmeringen weg te nemen. Het fietsdepot bijvoorbeeld behoort niet tot de core business van Havenactiviteiten en kan verplaatst worden. Dit soort zaken verdient een aanvullende kritische analyse en afweging van mogelijkheden voor windturbines, maar dit gebeurt niet. 14. Voorkeursalternatief niet correct uitgewerkt in PlanMER/PWA . De procedure in relatie tot de optimalisatiealternatieven in PlanMER/PWA sluit onvoldoende aan bij wat in de NRD staat. Citaat uit Advies Commissie Mer (markering in rood is eigen toevoeging): “De gemeente stelt in de NRD voor:  een basisalternatief samen te stellen.

Dat bestaat uit ‘indicatieve/logische opstellingen’ voor ieder zoekgebied. Het gaat dan om een maximale invulling met windturbines. Op basis van de toelichting die de gemeente heeft gegeven interpreteert de Commissie dit basisalternatief als volgt: het basisalternatief geeft een overzicht van de maximale aantallen windturbineposities die te realiseren zijn in elk zoekgebied. Dit zal een vermogen opleveren dat in totaal (veel) hoger is dan de benodigde MW die de gemeente in dit programma wil vastleggen;  vervolgens twee optimalisatiealternatieven te onderzoeken: voor gezondheid en voor natuur. De optimalisatiealternatieven worden vergeleken met het basisalternatief; “ De huidige werkwijze in PlanMER en PWA komt niet overeen met het bovenstaande. De optimalisatiealternatieven worden immers niet vergeleken met het basisalternatief (in casu de zoekgebieden haven en de zuidoostelijke zoekgebieden). Op deze manier zijn de optimalisatiealternatieven niet van waarde bij het tot stand komen van het voorkeursalternatief in het PWA. 15. Ongelijke behandeling van de natuur De nutswet wordt door de Gemeente aangevoerd als legitimatie om in de hoofdgroenstructuur windturbines te kunnen plaatsen. Deze wet overrulet volgens de Gemeente het beschermingsregime van de hoofdgroenstructuur.

Toch wordt de nutswet niet aangevoerd om windturbines in een industriegebied als de Haven mogelijk te maken. Dit valt niet te rijmen, vooral niet omdat het sparen van natuurgebieden (door ze te vrijwaren van windturbines) en het (uit voorzorg) beschermen van de gezondheid een groot algemeen belang vertegenwoordigt en dus juist het omgekeerde van de Gemeente verwacht mag worden.

CONCLUSIES:

1. Gemeente maakt toezegging te maximaliseren in de Haven niet waar De uitwerking die de gemeente geeft aan de Haven als prioriteit/voorkeurgebied is onvoldoende om de toezeggingen aan de Gemeenteraad en insprekers/participanten waar te maken (maximaliseren in de haven en belemmeringen wegnemen: zie verder bijgevoegde Havennotitie: Groene Opwek in een Groene Stad). De gemeente verantwoordt niet welke belemmeringen zij opheft (m.u.v. een enkel minor punt in het PWA). Er is geen uitleg over de selectie van 9 kansrijke windturbines in de haven, evenmin is bekend gemaakt waar deze posities zich bevinden. Over de overige 36 kansrijke posities worden op dit moment geen uitspraken gedaan. Dat zou wel moeten. 2. Er wordt geen haast gemaakt met de Haven Zouden we eerst in de Haven gaan onderzoeken of de hele ambitie daar kan en het blijkt niet te kunnen, dan zijn we te laat om in 2030 onze doelen te halen. Aldus wethouder De Jager (online informatiebijeenkomst 11 juni). De RES ambitie van 10 MW in zoekgebied 1A Haven is sinds april 2021 (datum van de RES 1.0) bekend. In het licht van “haast” is het verbazingwekkend 

dat, ondanks toezeggingen van het College april 2021 in de Haven te maximaliseren, er nog geen inventarisatie is van havenactiviteiten en inpassing van alle ruimtelijke opgaven om het potentieel voor windenenergie te kunnen formaliseren  dat de RES ambitie van 10 MW voor de Haven al sinds 2021 bekend is en er tot nu toe, jaren later, geen zichtbare resultaten zijn geboekt  dat er geen Europese noodverordening is ingeroepen om in de haven te repoweren. Daarmee had bijvoorbeeld een versnelling wat betreft vervangingen/upgrade/ repoweren van 18 windturbines uit 2008 kunnen worden bereikt in het kader van de RES 1.0 ambitie. Deze schatting van 18 windturbines is gemaakt op basis van krantenarchieven uit de starttijd van de RES 1.0. De gemeente heeft geen overzicht verstrekt van de ouderdom van de bestaande windturbines toen dit werd gevraagd bij aanvang Sara.  dat er nu een REDIII aanvraag voor de Haven als versnellingsgebied ter inzage ligt, die onvolkomen is, omdat de noodzakelijke “mapping van de totale opgave op het gebied” ontbreekt.  dat nu gekozen wordt voor toepassing van de REDIII hetgeen in ieder geval in eerste instantie een vertraging van de RES 1.0 in de Haven betekent.  dat de effecten van de energietransitie in de haven en nieuwe brandstoffen op externe veiligheid nader moeten worden onderzocht, is al aangegeven in de Omgevingsvisie Amsterdam.

Toch is men hier jaren later nog steeds vaag over in de PlanMer. 3. Het uitstellen van de ‘prioriteitvoorkeur’ van het College om in de Haven te maximaliseren heeft grote gevolgen voor de rest van de stad Invulling in de Haven heeft de prioriteitvoorkeur van het College en is mogelijk. Toch wordt de politieke keuze gemaakt de zuidoostelijke gebieden gelijktijdig open te stellen voor initiatiefnemers (reactie van wethouder Groot Wassink op het advies van de Sara). Dit is onredelijk. Andere zoekgebieden (in ZuidOost) worden zo opgeofferd. In de kennisgeving door de Gemeente wordt gesteld dat het PlanMER globaal gezegd laat zien dat in het westelijk havengebied minder nadelige gevolgen voor natuur en gezondheid zouden optreden dan in de andere gebieden als windturbines toegevoegd worden. Desalniettemin legt de gemeente het PlanMER uit in het nadeel van de zuidoostelijke gebieden, bijvoorbeeld door het Gezondheidsalternatief en/of het Natuuralternatief (elk goed voor de totale Amsterdamse RES ambitie) uit het PlanMER niet af te wegen tegen het gekozen alternatief in het PWA. 4. De ambitie 2030 van 52 MW windenergie kan met gemak in de Haven

Ook als er rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen (stadsontwikkeling: havenstad leidt tot verkleining zoekgebied Haven in het PWA en waterstofnetwerk kost in ieder geval 3 windturbine posities van de 45 posities) zou de ambitie van 52 MW op basis van de inventarisatie van de potentie in het PlanMER geheel in de Haven kunnen (en moeten). Door de maximalisatiemogelijkheden in het enorme Havengebied (2573 hectare oppervlak Gebied 1A RES) ontstaat een marge, die maakt dat het realiseren van de hele Amsterdamse RES ambitie in de haven uiterlijk 2030 niet kan falen. AANBEVELINGEN Maak een andere keuze, namelijk voor een van de optimalisatiealternatieven in de Haven. Het Gezondheidsalternatief of het Natuuralternatief uit PlanMER zou een correct en kwalitatief Programma Windenergie Amsterdam 2030 betekenen. Dit zou consistent, zorgvuldig, transparant en consequent (dus behoorlijk bestuur) zijn ten opzichte van de Amsterdammers, in casu de zuidoostelijke zoekgebieden. Omwille van een gezonde en groene leefomgeving EN van een gedragen snelle energietransitie zou dit verreweg de voorkeur genieten.

A. Sullot K. Barenbrug

Bronnen: 1) Ontwerp Besluit tot vaststelling van het Programma Windenergie Amsterdam 2030 Toelichting Programma Windenergie Amsterdam 2030 Uit Gemeenteblad 2024 nr. 219886 17 mei 2024 2) PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam, Bosch & van Rijn 3) Programma Windenergie Amsterdam, Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport, 9 mei 2023, Commissie mer 4) Reactie op Sara-advies, 14 mei 2024 Bijlagen: 1) link naar Havennotitie: Groene Opwek in een Groene Stad https://www.hetkanmetgemak.nl/amsterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14359828/1