Inspreekreactie Croockewit en Van de Ven - agendapunt20
Tekst van het document
Gemeenteraad Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie (TAR) Vergadering: d.d. 30 juni 2022 (Agendapunt 20)
INSPRAAKREACTIE
Komende donderdag, 30 juni bespreekt de TAR het ontwerpbestemmingsplan Museumkwartier/Valeriusbuurt. Wij hadden graag daarop ingesproken en onze zienswijzen in uw vergadering toegelicht. In deze reactie vragen wij uw aandacht voor het aspect dat in het plan, zoals dat nu bij u ter vaststelling voorligt niet (langer) maximale goothoogten als harde bouwregels in het plan worden vastgelegd. 1. Aanleiding voor buurt/straatgenoten om zienswijzen in te dienen op het voorliggende vast te stellen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt zijn verleende vergunningen voor projecten met aanzienlijke “optoppingen” van panden aan de De Lairessestraat. Wij hebben daarom (gelijkluidende) zienswijzen ingediend [zie o.m. reclamanten 64 en 70, nota van beantwoording pp. 123-128] omdat wij als omwonenden ernstige bezwaren hebben tegen dit soort in de afgelopen planperiode verleende vergunningen/uitgevoerde projecten, waarbij aan de daklaag van huizen één of zelfs meerdere volumineuze daklagen toegevoegd zijn. 2. De vrees bestaat dat het doorzetten van deze trend van omvangrijke optoppingen het woonen leefklimaat verder aantast en met name het toevoegen van dergelijke bouwvolumes voor bewoners van omliggende huizen overlast en druk op aangrenzende tuinen in het bouwblok onevenredig vergroot. Kortom de impact op de omgeving, binnen bouwblokken en daarin gelegen tuinen.
Wij hebben specifiek verwezen naar een tweetal naast elkaar gelegen projecten en de daarvoor door het Stadsdeel Zuid verleende omgevingsvergunningen in hetzelfde bouwblok i.c. aan de achterzijde van de De Lairessestraat 73 en 75. Herhaling in de toekomst van dergelijke projecten moet naar ons oordeel ten enenmale voorkomen worden. 3. Het nieuwe bestemmingsplan geeft aan deze excessieve bouw- en verbouw dynamiek te willen beteugelen. De regeling van het nieuwe bestemmingsplan zou vergunningverlening voor eerder genoemde omvangrijke op- en uitbouwen moeten voorkomen en realisatie onmogelijk maken. 4. De opstellers van het nu door de Raad vast te stellen plan geven aan dat de opgenomen afkadering door het opnemen van een sloopvergunningplicht c.q. opname in het plan van een dubbelbestemming met cultuurhistorische waarden – bijvoorbeeld “WaardeCultuurhistorie 2” - de bescherming van deze aanwezige waarden en kapprofielen afdoende zou borgen. De opstellers stellen dat hierdoor een initiatiefnemer niet zonder meer gebruik kan maken van bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan om kappen te veranderen. Het vastleggen van maximale goothoogtes in de verbeelding bij het plan kan – aldus B&W - dan ook achterwege blijven.
5. In de zienswijze is uitdrukkelijk het niet vastleggen van maximale goothoogtes aan de orde gesteld. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat in een bestemmingsplan de bestaande variatie in bouw- en goothoogte gewaarborgd wordt door in de diverse bestemmingen getailleerd vast te leggen, waarvan onder strikte voorwaarden mag worden afgeweken. Daar wordt in het nu voorliggende plan niet aan voldaan. 6. Daarbij heeft ook Monumenten en Archeologie (M&A) bij het opstellen van het bestemmingsplan over de bovengrondse waarden in het plangebied geadviseerd (zie bijlage 3, Cultuurhistorische verkenning, december 2020). Kort gezegd: 1.
i.i.g ten aanzien van de Plan Zuid-strook, rijksbeschermd stadsgezicht Plan Zuid, verdient het aanbeveling om voor alle bebouwing een sloopvergunningsstelsel op te nemen;
2.
de rooilijnen van de bebouwing vast te leggen, inclusief de her en der aanwezige verspringingen en afgeschuinde hoeken, zodat het verkavelingspatroon van de buurten herkenbaar blijft. Tevens verdient het aanbeveling om de achterrooilijnen vast te leggen. Deze rooilijnen bepalen de contouren van de binnentuinen, die in de stedenbouwkundige ruimte de contramal vormen van de openbare ruimte;
3.
bestaande bouwhoogtes vast te leggen, alsmede de goot- en nokhoogtes (niet nodig bij platte daken);
4.
de vorm van de afzonderlijke dakkappen in de regelgeving te respecteren door het vastleggen van de richting, de goot- en nokhoogten van de dakkappen. Voor de langskappen dient in de regels de goot- en nokhoogte en een minimale dakhelling vast te worden gelegd. De mate van bescherming van de kapvormen is gekoppeld aan de ordewaardering. (zie pp. 6 en 7 van het M&A advies)
7. Onder 7.4.3. van de Toelichting bij het plan (p. 217 ev.) wordt weliswaar naar het advies van M&A verwezen, maar het blijkt dat ondanks dat M&A adviseert ook de goothoogten vast te leggen, B&W menen dat afdoende bescherming kan worden geboden middels de dubbelbestemming. De goothoogtes hoeven niet meer op de verbeelding te worden vastgelegd; het wél vastleggen is naar het oordeel van B&W foutgevoelig en wordt voor haast onmogelijk gehouden (…).
8. Deze overwegingen om het vaststellen van een maximale goothoogte te laten vervallen is verre van overtuigend. Het vaststellen en toepassen van een maximale goothoogte dient tot en is onmisbaar om (aanvullende) bescherming te bieden met name om voorgenomen veranderingen (optrekken) van achtergevels en dakconstructies, bijvoorbeeld bij Orde-2 (waarde cultuurhistorie 2) panden. 9. Complicatie is dat het Stadsdeel bij de vergunningverlening onder het vigerende bestemmingsplan Museumkwartier Valeriusbuurt (2011) stelselmatig ten aanzien van bouwprojecten aan de achterzijde van gebouwen geen acht heeft geslagen op de daarbij in het bestemmingsplan opgenomen geldende maximale goothoogtes. Dat is inmiddels een separate voortslepende problematiek – o.m. jaren lang nog niet afgeronde bezwaarprocedures – en staat natuurlijk strikt formeel buiten de vaststellingsprocedure van het nieuwe bestemmingsplan, maar deze voorgaande nalatigheid in het toepassen van de bouwregels mag absoluut geen reden zijn om nu in dit nieuwe bestemmingsplan geen maximale maatvoering van goothoogtes op te nemen. ***