Inspraakreacties HVV 2023.pdf
Tekst van het document
Inspraakreacties wijzigingsvoorstellen Hvv2023
versie 1 augustus 2022
1. Ingekomen 3540-5708 (24-06-2022 / 23:24) Aanpassingen quota kamerverhuur en B&B aan nieuwe wijkindeling Stop het vrijgeven van gezinswoningen in gewone woonwijken voor het verkameren (wijzigen bestemmingsplan) in jongerenwoningen, hotelkamers en short stay verblijven die bewoners huisvesten met een ander levensritme dan normale gezinnen (herrie, herrie, gebonk, andere overlast en nachtelijk doorhalen tot half 5 ’s ochtends. Het is mijn probleem geworden om in mijn huis normaal te kunnen leven en 's nachts te kunnen slapen). De reactie van de studenten op mijn klachten dat ik 's nachts niet van de herrie kan slapen is “Ja, wij zijn studenten… en wij wonen hier met zijn allen. Als u er last van heeft, dan is dat uw probleem. Wij gaan ons niet aanpassen. Als wij een feest willen geven dan doen wij dat.”. Wanneer ik hierover bezwaar maak bij de gemeente dat ik ’s nachts niet kan slapen van de herrie (bijvoorbeeld van ’s nachts voetballen in huis met veel gebonk en gegil) en helemaal gesloopt raak hierdoor, is de reactie van de gemeente dat ze het heel vervelend voor mij vinden, blabla.
Omdat de regels, waar die betreffende ambtenaar zelf niet over gaat, door de verhuurder zijn nageleefd (de verhuurder heeft voor de vergunning betaald en er mag van de gemeente in deze wijk ongelimiteerd voor deze woningen dit soort vergunningen worden aangevraagd) neemt de gemeente het bezwaar niet in behandeling. Ook de geluidsoverlast neemt de gemeente Amsterdam niet in behandeling, want daar gaan ze niet over (reactie was: Oh wat vervelend voor u. Kijk maar op internet voor advies en anders belt u maar de politie of zoiets. Wij gaan er in ieder geval niet over. Veel sterkte en succes ermee. De politie verwijst weer naar het beleid waar zij niet over gaan, komen soms langs voor een gesprek met de jongeren en daarna is het binnen no-time alweer opnieuw raak met herrie, wraakacties of er komt weer een nieuwe groep herrieschoppers in de woning zitten met andere prioriteiten dan normaal wonen, zoals feesten en beesten). Ik heb ook een baan en moet ’s nachts ook kunnen slapen. Dronken feestende studenten/jongeren houden daar meestal geen rekening mee. Een en al gegil, geschreeuw en gebonk naast mij als gevolg van gemeentelijk beleid. Probeer dit zelf eens in te beelden dat dit je buren zijn waar je bijna dagelijks en vooral ’s nachts last van hebt en er geen ouders in dat huis zitten die uit zichzelf zeggen dat het zo genoeg is en dat ze ‘s nacht ook graag zouden willen slapen.
De verhuurder die geen overlast ondervindt van alle herrie en gebonk, omdat deze verhuurder er zelf toch niet woont en bewoners kiest op wat ze per kamer kunnen betalen, heeft geen enkele prikkel om hier iets tegen te doen. Zelfs in Rotterdam zijn de regels beter dan in Amsterdam. In Amsterdam Zuidoost zijn echt heel veel woningen, meestal vlak naast elkaar, legaal en illegaal tot studentenhuisvesting omgebouwd in gewone woonwijken waar dit helemaal niet thuishoort. Stop de verkamering in Zuidoost en draai de maatregels voor de verkamering in mijn buurt terug indien mogelijk! Ik heb er echt héél veel last van.
2. Ingekomen 9792-3606 (03-07-2022 / 15:20) Beroepsgroepenregeling Wat mij verbaast is dat voor de regeling mensen met een opleiding lager dan MBO3 of geen opleiding hebben buitengesloten worden. Al werkt men wel in de sector. Bijvoorbeeld in verzorgingshuizen of verpleeghuizen . Daarnaast vind ik het raar dat er nu deze beroepsgroepen uitgepikt worden, vele andere beroepsgroepen , horeca, vervoer, beveiliging, bakkers, detailhandel, groothandels nou ja eigenlijk alles wat werkzaam is in het klein en middenbedrijf met een daaraan gekoppeld salaris, die kunnen in de stad en omstreken nergens een betaalbare woning vinden. De woningen zijn er niet of onbetaalbaar. Voor mij zijn die net zoveel waard als de leraar, agent en verpleegkundige. Als stad zou je ook kunnen kijken of er niet veel huren naar
Inspraakreacties wijzigingsvoorstellen Hvv2023
versie 1 augustus 2022
beneden bijgesteld kunnen worden en er veel meer mensen in aanmerking komen voor woningen die er dan ook echt zijn.
3. Ingekomen AFWC 9235-2781 (12-07-2022 / 10:22) Beroepsgroepenregeling Namens de Amsterdamse corporaties (AFWC): De corporaties werken sinds de invoering van de beroepsgroepenregeling in 2022 samen met de gemeente aan de uitvoering hiervan (zie ook de raadsinformatiebrief over dit onderwerp van 15 juni 2022). Het is een behoorlijk arbeidsintensief proces aan beide kanten; niet voor niets noemt de raadsinformatiebrief de behoefte aan het verlagen van de capaciteitsdruk. Dit jaar wordt de regeling geëvalueerd, waarbij zowel de ervaringen van de medewerkers als van de kandidaten uit de beroepsgroepen worden betrokken. Nu heeft u het voornemen om de regeling in de uitvoering verder te compliceren: een gedetailleerde verdeling in percentages onder de drie beroepsgroepen en onder één daarvan nog weer een onderverdeling. In het overleg hierover tussen gemeente en corporaties bleek dat het extra werk voor de corporaties beperkt blijft. Het beheer van de verschillende wachtlijsten blijft bij de gemeente en daar wordt ook bijsturing verricht, mocht dat nodig zijn. Toch willen we u aanbevelen om hiervan af te zien.
Het aantal binnen deze regeling gehuisveste onderwijskrachten blijft blijkbaar achter bij de verwachting, maar de raadsinformatiebrief geeft hier ook een mogelijke reden voor: de salarissen in de zorg zijn lager en daardoor zijn zorgmedewerkers eerder een kandidaat voor een sociale huurwoning dan leraren. De politie is pas sinds een half jaar bij de regeling betrokken, dus uiteraard blijft het aantal kandidaten uit die groep nog achter. Maar (nog steeds uit dezelfde brief) ook het aantal aanmeldingen uit de zorg is veel hoger (531 vanuit de zorg tegenover 175 vanuit het onderwijs, in 2021). Wij zouden u daarom aanraden om te werken aan de bekendheid van de regeling bij scholen en bij de politie, zodat meer kandidaten uit die beroepsgroepen zich melden. Bij de evaluatie van de regeling wordt ongetwijfeld ook aandacht besteed aan de onevenwichtigheid tussen de beroepsgroepen en mogelijk komen daar goede oplossingen uit. Label ouderenwoningen middeldure segment Aanpassingen urgentiecriteria mantelzorg en nieuwe woonruimteverdeling Namens de Amsterdamse corporaties (AFWC): Mantelzorg De aanpassing met betrekking tot de mantelzorg: de huidige woning hoeft pas te worden opgezegd of verkocht als de nieuwe woning (op grond van de urgentie i.v.m. mantelzorg) is verkregen, is begrijpelijk en inderdaad zoals in de toelichting staat, in lijn met de praktijk.
Toch willen de corporaties aandacht vragen voor de handhaving van deze bepaling. Het is op het moment heel lastig om te verifiëren of de gegadigde inderdaad de huidige woning opzegt of verkoopt. We vragen de gemeente om de bepaling in de Nadere regels uit te breiden met een controle die door de gemeente wordt uitgevoerd nadat de nieuwe woning is toegewezen. Wanneer de oude woning na een bepaalde periode niet is opgezegd of verkocht, kan het nieuwe huurcontract alsnog worden opgezegd (wanneer de corporatie dit als ontbindende voorwaarde in het huurcontract heeft opgenomen). Uitsluiting van urgentie Op dit moment krijgt men geen urgentie wanneer men beschikt over een bepaalde inschrijfduur (in de Nadere regels omschreven). Het voornemen om dit om te zetten in wachtpunten wanneer het nieuwe systeem van woonruimteverdeling is ingegaan, is logisch, want daarmee wordt ook het gewenste doel bereikt: geen urgentie voor degenen die zelf hun woonprobleem kunnen oplossen. De stelligheid echter, waarmee u het precieze aantal wachtpunten benoemt, lijkt wat voorbarig. Nadat het systeem is ingegaan (op dit moment voorzien op 16 januari 2023), zou eerst de werking moeten worden getoetst, voordat het effect van de wachtpunten zichtbaar wordt. M.a.w.: is het inderdaad zo dat een huishouden van 3 personen met 13 wachtpunten zelf al in aanmerking komt voor een woning? Of: is het effect van
Inspraakreacties wijzigingsvoorstellen Hvv2023
versie 1 augustus 2022
de te verzamelen zoekpunten wellicht groter of kleiner dan verwacht? We adviseren de gemeente om in ieder geval een overgangsperiode in te stellen.
Aanpassingen quota kamerverhuur en B&B aan nieuwe wijkindeling Namens de Amsterdamse corporaties (AFWC): De corporaties hanteren een verbod op B&B voor hun woningen, dus de wijkquota hebben geen effect. De corporaties gaan op dit moment geen nieuwe huurcontracten aan, waarbij woningdelen wordt toegestaan (of kamerverhuur, zoals de gemeente het noemt), dus ook hiervan ondervinden de corporaties geen gevolgen. Wijzigingen in Weesp per 1 januari 2023 Namens de Amsterdamse corporaties (AFWC): In artikel 3.3. van de beleidstoelichting staat over de integratie van Weesp in de Amsterdamse verordening: “Bij deze integratie wordt rekening gehouden met de afspraken uit het bestuurlijke akkoord, waaronder de afspraak dat de positie van de woningzoekende uit Weesp in de acht jaar na de fusie er niet erop achteruit mag gaan”. Dit vertaalt men in de verordening als volgt: “in de eerste acht jaar na invoering, tot 1 januari 2031, krijgen inwoners van het gebied Weesp 60% van de corporatiewoningen in het voormalig grondgebied van Weesp aangeboden met kernvoorrang, waarvoor 100% van de sociale nieuwbouw corporatiewoningen ingezet worden”; 60% lokale voorrang tot 2031 Wat niet in de beleidstoelichting staat, maar wel in het bestuurlijk akkoord, is: “Deze garantie wordt geleidelijk in acht jaar afgebouwd voor toekomstige Weesper woningzoekenden”.
Die afbouw zien we niet terug, het percentage van 60% blijft in de concepttekst tot 2031 elk jaar hetzelfde. Wij vragen u om te voldoen aan het bestuurlijk akkoord en om een afbouwregeling in de verordening op te nemen. Er zijn allerlei afbouwregelingen denkbaar (die door de corporatie prima zijn uit te voeren). Denk bijvoorbeeld aan: voor de eerste 2 jaar 60% kernvoorrang, dan 2 jaar 50%, en vervolgens elke 2 jaar met 10% afbouw. Of bijvoorbeeld elk jaar 5% eraf. Kernvoorrang toepassen staat bovendien haaks op vrijheid van vestiging (uitgangspunt van de Huisvestingswet) en kan woningzoekenden hinderen te kiezen waar ze willen wonen. Ook is het in strijd met een belangrijk principe voor de nieuwe woonruimteverdeling in onze regio: degene die een woning het hardste nodig heeft, moet meer kans maken. 100% sociale nieuwbouw met kernvoorrang verhuren De corporatie verhuurt ook nieuwbouw graag aan de groep die de woningen het hardste nodig heeft. In plaats van standaard 100% van de nieuwbouw met kernvoorrang adverteren, bespreekt de corporatie liever per project met de gemeente wat het juiste percentage is om de groep te kunnen bedienen die de woning het hardste nodig heeft. In de rest van de gemeente Amsterdam geldt kernvoorrang op stadsdeelniveau, niet voor 100% maar voor 25% van de woningen van het nieuwbouw- of renovatiecomplex.
Wij zien geen argumenten voor het grote verschil tussen deze percentages. Wij stellen voor om te monitoren hoe de Weesper huurwoningmarkt zich ontwikkelt na de fusie. Aan de hand daarvan kan in samenspraak worden beoordeeld welke maatregelen het meest geschikt zijn om eventuele negatieve effecten van de fusie te bestrijden. 4. Ingekomen 0442-2689 (28-07-2022 / 14:45) TaskForce Ouderenhuisvesting Stadionbuurt e.o. OK, Bloomers* Label ouderenwoningen middeldure segment Geachte Gemeenteraad van Amsterdam, als TaskForce Ouderenhuisvesting Stadionbuurt e.o. OK, Bloomers* reageren wij hierbij op het Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening2023. Ad: Seniorlabeling middelhuur èn sociale huur Senior labeling voor middelhuur vinden wij niet verkeerd, maar dat mag nooit ten koste gaan van de senioren die willen doorschuiven en zijn aangewezen op een woning in de sociale huur. En dat zijn er veel!Vooral Stadsdeel Zuid kampt met een nijpend tekort aan ageproof sociale huurwoningen. De Vertrouwelijkheidsclausule En nu we toch bezig zijn met reageren stellen we u een brandende vraag: de vertrouwelijkheidclausule die rust op het labelen van woningen voor senioren, waar is die op gebaseerd? Wij begrijpen eigenlijk niet waarom die er op zit.
Want wat is er zo vertrouwelijk aan het labelen van seniorwoningen in de sociale sector? Kan die clausule er niet eens vanaf? Zo nee, wat is er voor nodig om deze clausule op
Inspraakreacties wijzigingsvoorstellen Hvv2023
versie 1 augustus 2022
te heffen? S.M.A.R.T. labelen Met een transparant en daardoor controleerbaar ‘seniorlabeling-systeem’ krijgen zowel u, de Gemeenteraad als wij, de seniore bewoners van stadsdeel Zuid meer zicht of er per stadsdeel daadwerkelijk een goede verhouding bestaat tussen vraag en aanbod; zowel in het sociale huursegment als in de middenhuur. Het is van groot belang beide segmenten apart in kaart te brengen, per stadsdeel een ratio tussen die twee segmenten af te spreken in de Prestatieafspraken en deze jaarlijks te monitoren. Particuliere verhuurders We maken van deze gelegenheid gebruik om u erop te wijzen dat ons inziens ook particuliere verhuurders een verantwoordelijkheid dragen bij het laten doorstromen van senioren die vastzitten op een bovenwoning. Immers, het WiA2021onderzoek geeft aan dat het aandeel aan particuliere huurwoningen in de hele stad fors blijft groeien.40% van de huurwoningen is van corporaties, 30% is nu particulier. In Stadsdeel Zuid is dat zelfs 54,6%! (bron: NUL20). U maakt wel prestatieafspraken over seniorlabeling van woningen met corporaties, maar stadsbreed is ruim 15% van de sociale huurwoningen in handen van particuliere eigenaren. In de TaskForce OK, Bloomers Stadionbuurt huurt eenderde van de groep van een particulier bedrijf, meestal sociale huur.
Deze Bloomers, met veelal grote woningen en lange inschrijfduren zijn werkelijk kansloos, omdat zij geen gebruik kunnen maken van de regelingen VHNL of Van Groot naar Beter. Bij Woningnet worden zij naar verluidt weggezet als ‘starter’, niet als ‘doorstromer’. Een zorgwekkend vooruitzicht. De TaskForce Ouderenhuisvesting Stadionbuurt OK, Bloomers verzoekt u derhalve dringend om de particuliere verhuurders, met namedie in Zuid, op te nemen in de overleggen over de prestatieafspraken van het labelen van woningen voor senioren. Desnoods hen te verplichten. * Wij Bloomers zijn een groep actieve senioren die vastzitten op een bovenwoning in de Stadionbuurt. De Amsterdamse School bouwstijl is mooi, maar niet om ‘prettig oud in te worden’. Wij willen doorschuiven naar een leeftijdsbestendige sociale huurwoning in de buurt, maar er is nagenoeg geen geschikt aanbod. Het ontbreekt de wijk tevens aan (betaalbare) nieuwbouw, bijvoorbeeld knarrenhofjes. En tot op heden is ook geen groot gebouw gevonden dat leeftijdsbestendig kan worden gerenoveerd. Geclusterd wonen bij bestaande seniorcomplexen is voor ons uitgesloten, daar wij meestal de maximale inschrijfleeftijd reeds hebben bereikt, bovendien zijn de overvolle wachtlijsten voor seniorclusterwoningen in zowat heel regiobreed - Amsterdam gesloten.
Een aantrekkelijk seniorencomplex als het Ben Sajethuis op de Koninginneweg, bij erfrecht altijd sociale huur, en waar tot voor kort vele appartementen jaren leeg stonden, is tot onze verbazing recentelijk omgezet naar dure huur (1450 € per maand). Via Woningnet kunnen we meestal wel terecht in kleine bejaardenflats in Amstelveen Zuid, ZuidOost of Noord, ver weg van ons sociale netwerk. Hetgeen eenzaamheid en sterk verhoogde zorgkosten (geen mantelzorgers in de buurt) tot gevolg kan hebben. Dat is voor ons, als ook voor u als betalende Gemeente geen goed idee. Gezien onze prangende situatie worden we geadviseerd door !Woon en bijgestaan door medewerkers van Stadsdeel Zuid. Vergrijzing Er zijn nu 920.000 alleenstaande ouderen (65-plussers), in 2040 zijn dat er 1,7 miljoen. • 90-95% van alle ouderen woont zelfstandig thuis, deels in een ongeschikte woning en ver van voorzieningen. • Het kost 7,5 miljard euro om woningen aan te passen die al nabij voorzieningen liggen. • En 6 miljard om woningen aan te passen voor ouderen die willen verhuizen bij gebrek aan voorzieningen (bron: Actiz /Anbo). In afwachting van antwoord, met vriendelijke groet, TaskForce Ouderenhuisvesting Stadionbuurt e.o. OK, Bloomers Namens deze drs. X.X. Xxxxxxxxxx Xxxxx (vz) Xxxxxxxx xxx-x XXXX XX Amsterdam XX XXXXXXXX
5. Ingekomen woningstichting de Alliantie 5392-3471 (29-07-2022 / 16:36) Beste lezer, Graag dienen wij vanuit woningstichting de Alliantie voor de inspraak op de gewijzigde Huisvestingsverordening per 1-1-2023 het volgende voorstel in. Dit voorstel is een toevoeging op de inspraakreactie van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC) en wordt op hoofdlijn onderschreven door collega-corporaties Ymere, Stadgenoot, de Key, Rochdale en Eigen Haard. Het voorstel is, om voor
Inspraakreacties wijzigingsvoorstellen Hvv2023
versie 1 augustus 2022
flexwoningen, die in de laatste periode (bijvoorbeeld, analoog aan 5-jaarscontracten’, 5 jaar) vóór verwacht einde exploitatie van de tijdelijke woningen - worden verhuurd met een tijdelijke huurovereenkomst voor de duur van de tijdelijke omgevingsvergunning, de betreffende nieuwe huurder zijn/haar inschrijfduur (in het nieuwe woonruimte verdeel systeem: wachtpunten) te laten behouden. (voor jongerencontracten is dit wettelijk geregeld) Achtergrond: Op 8 juli 2020 is door de minister van BZK een wetsvoorstel ingediend waarmee de woningwet wordt uitgebreid met een specifieke regeling voor flexwoningen. De wet (1) regelt dat er tijdelijke huurovereenkomsten kunnen worden aangeboden voor de duur van een tijdelijke omgevingsvergunning. Het huurcontract is dan gekoppeld aan de plaatsingsduur van de flexwoning. Als de omgevingsvergunning afloopt is dat een rechtsgeldige grond voor het beëindigen van de huurovereenkomst. Dit geldt voor omgevingsvergunningen voor bepaalde tijd met een termijn van maximaal 15 jaar.
(1) Wetsvoorstel 35517 - Wijziging Huisvestingswet (…) mogelijkheden voor tijdelijke huurovereenkomsten te verruimen Het voorstel is om dit (ondanks dat dit een nieuw punt is) toch al per 1-1-2023 in de HVV te regelen, omdat je anders mogelijk verschil krijgt tussen huurders die (als het nog niet in de HVV geregeld is) voor zo’n contract tekenen zónder en huurders die later (als het inmiddels wel in de HVV geregeld is) mét behoud van inschrijfduur, dat lijkt niet echt eerlijk of verkieslijk. Een collega-corporatie geeft bovendien aan dat dit nu al relevant is. Om de kans per 1-1-2023 te verhogen stuur ik jullie daarom nog (apart via de mail) achtergrond informatie vanuit de federatieve commissie Verhuur en Beheer, die ook bereid is om met jullie in gesprek te gaan over nadere uitwerking. Vriendelijke groet, A. van Gils de Alliantie regiobedrijf Amsterdam - Almere 6. Ingekomen BWA (Betaalbare Woonstad Amsterdam) 7638-9011 (31-07-2022 / 18:39) Beroepsgroepenregeling Stichting BWA is positief over de beroepsgroepenregeling. Aanpassingen quota kamerverhuur en B&B aan nieuwe wijkindeling Straatquota Verkamering verlagen De huidige straatquota (per woonblok / aaneengesloten rij rijtjeshuizen) voor Omzettingsvergunningen voor kamerhuur dienen verlaagd te worden.
Zoals bekend is er een sterke concentratie van verkamering in bepaalde straten (koopwoningen boven de grens van zelfwoonplicht, eenvoudig te splitsen/verkameren). Deze concentratie moet voorkomen worden, mede omdat die zichzelf versterkt - gezinnen trekken door overlast weg en huisjesmelkers kunnen vervolgens immers meer bieden op de vrijgevallen woningen. Daarom stellen we de volgende maatregelen voor: 1. Straatquota terug naar 20 of liever 15% om concentratie tegen te gaan. In een rijtje van 20 huizen praten we dan niet meer over 5 verkamerde woningen die een stempel drukken op het hele woonblok, zeker als ze naast elkaar zijn gelegen. 2. Gesplitste panden en B&B’s tellen mee voor het straatquotum. Hiermee worden bestaande concentraties ontrekkingen ontzien. 3. Geen sandwichconstructie. Daarnaast moet het onmogelijk worden dat een gezinswoning ‘gesandwiched’ wordt tussen twee verkamerde panden. Oftewel, een rijtjeshuis/gezinswoning mag maar grenzen aan een (1) onttrokken woning (Verkamerde, Gesplitste woning, of B&B). 4. Bestaande bestemmingsplannen met een maximaal aantal bewoners worden gerespecteerd. Huidige praktijk dreigt te worden dat als in een bestemmingsplan bijvoorbeeld een maximum van 4 bewoners (niet van een huishouden) heeft, automatisch daarvoor ontheffing wordt verleend. Handhaving HVV De handhaving rondom de HVV vindt in de praktijk nauwelijks plaats.
Voorbeelden: overtredingen mogen alleen een tijdens een fysiek huisbezoek van een handhaver gecontateerd worden. Schriftelijke verklaringen van bewoners, opgevraagde huurcontracten, inschrijvingen in de BRP (voorheen GBA) tellen niet mee. Stichting BWA roept het College op toe te zien op een effectieve handhaving die omwonenden beschermt.
Inspraakreacties wijzigingsvoorstellen Hvv2023
7.
versie 1 augustus 2022
Ingekomen 951-8764 wooncafe020 (01-08-2022 / 01:58)
Beroepsgroepenregeling Maatschappelijke beroepen Het uitgangspunt zou moeten zijn dat er voldoende betaalbare woonruimte is voor alle beroepsgroepen. O.a. door gemaakte beleidskeuzes, zowel landelijk als op gemeentelijk niveau is het aanbod betaalbare huurwoningen afgemomen. De vraag is groter dan het aanbod. Op verschillende punten gaat dit wijzigingsvoorstel huisvestingsverordening uit van de verdeling van de schaarste. Ook wij zien de noodzaak om betaalbare woonruimte voor maatschappelijke beroepen te creëren. Goed onderwijs is essentieel, zorg idem dito maar als de vuilnis niet wordt opgehaald of de koffers uit het vliegtuig worden gehaald zijn de gevolgen niet te overzien. E De lijst maatschappelijk relevante beroepen komt enigszins arbitrair over- misschien kan het college aangeven waarom niet wordt ingezet voor het uitbreiden van de betaalbare voorraad. Ondanks alle goede voornemens en nieuwbouwprojecten is er nauwelijks sprake van groei omdat er wordt verkocht en gesloopt. Beslist uiteindelijk de markt en het gemeente bestuur wie er toegang heeft tot de stad en is er niet langer sprake van de ongedeelde stad, een stad met een ziel. De derde voorgestelde wijziging betreft een aanscherping; het niet meer mogelijk maken van het opnieuw aanmelden van kandidaten waarvan de bemiddeling status is ingetrokken.
Op dit moment kunnen kandidaten zich steeds weer opnieuw aanmelden ook als de inschrijving eerder is ingetrokken. Een intrekkingsgrond is bijvoorbeeld als de woning drie keer geweigerd is. Wij hebben vernomen dat corporaties ook hun winkeldochters aanbieden aan kandidaten met een bemiddelingsstatus. De vraag is of de regeling zijn doel voorbij schiet als kandidaten hun inschrijfduur verliezen bij het accepteren van een winkeldochter. Je kunt natuurlijk zeggen de hoog is dan niet groot genoeg maar uiteindelijk wil je de zorgverlener. onderwijzer, politieagent verleiden om in de stad te komen wonen en werken. Is er onderzoek uitgevoerd waarom kandidaten drie keer weigeren? Is er ook onderzocht of met pensioenfondsen bijvoorbeeld het ABP en/of PWZ, schoolbesturen en gemeente speciale projecten kunnen worden ontwikkeld zoals in het verleden de Amsterdamse Coöperatieve Onderwijzers Bouwvereniging honderden woningen voor onderwijzers heeft gerealiseerd. De deelnemers en gebruikers kunnen dan aangeven waar voor hun de behoefte ligt. Nu komen alle uitzonderingsregels wel erg op het bordje van de corporaties en de woningzoekenden die zijn aangewezen op deze kleine voorraad. Label ouderenwoningen middeldure segment De vraag is op welke doorstroming wordt ingezet. De regeling van groot naar beter - gereguleerd aanbod werkt o.a.
niet omdat deze regeling onvoldoende aansluit bij de behoefte en de vraag vanuit de oudere woningzoekende. De oude huurprijs kan bijvoorbeeld niet worden meegenomen naar een veelal kleiner nieuwbouw appartement. Men wil wel verhuizen - vaak binnen de buurt vanwege het sociale vangnet- maar ziet er uiteindelijke vanaf. De inzet van de regeling van groot naar beter is dat grote betaalbare sociale huurwoningen beschikbaar komen voor gezinnen. Nu wordt met de labeling van ouderenwoningen in het middensegment het tegenovergestelde beoogd namelijk dat gezinswoningen beschikbaar komen voor (alleenstaande) ouderen die meer ruimte kunnen en willen betalen. Wij begrijpen dat er vraag is naar 'grotere' enigszins betaalbare ouderen appartementen maar vragen ons wel af welke doorstroming wordt beoogd. Wij ontvangen signalen dat de appartementen voor ouderen - vrije sector huur in bezit van corporaties vaak al onbetaalbaar zijn/worden door de jaarlijkse huurverhogingen en een inkomen dat niet meestijgt. Middenhuur bestaat feitelijk niet er is gereguleerde huur en vrije sector. Menig oudere zeker als er een partner wegvalt - is aangewezen op de sociale voorraad-omdat vrije sector zeker op termijn veelal onbetaalbaar blijkt te zijn. Ontwikkel beleid voor alle ouderen in samenspraak met de ouderen.
Het is opmerkelijke dat de gemeente geen stop ambieert op verkoop van benedenwoningen en woningen met lift (gefinancierd met publieke middelen) uit de sociale voorraad. Ook is de toewijzing soms merkwaardig studenten/jongeren krijgen een benedenwoning aangeboden terwijl ouderen met een inschrijfduur van 40 jaar geen geschikt aanbod ontvangen via Woningnet en vastzitten op een bovenwoning. Het Woningnet systeem roept veel vragen op. Er is vraag naar alternatieve woonvormen- zoals woongroepen en projecten
Inspraakreacties wijzigingsvoorstellen Hvv2023
versie 1 augustus 2022
waarbij ouderen zelf het leeftijd bestendigheid wonen kunnen invullen. Gekeken kan worden op welke wijze financiering kan worden gezocht. Uit berichten blijkt dat de hoge grondprijs in Amsterdam vaak een hindernis is en de gemeente geen vastgoed reserveert voor deze maatschappelijke ontwikkelingen. Een andere vraag is het seniorenlabel in de middenhuur bedoeld voor de te ontwikkelen middenhuur woningen door corporaties of ook middenhuur door projectontwikkelaars? Hoe vindt de verdeling van deze middenhuur woningen plaats door inschrijving bij Woningnet? Er zijn ook huurders met een oorspronkelijk sociaal huurcontract die door de inkomensafhankelijke huurverhogingen inmiddels een middenhuur betalen en na hun pensioen in de problemen komen door de hoge woonlasten. Daarnaast kunnen hoge service en aanverwante kosten kunnen de prijs ook behoorlijk opdrijven. De vraag is of de gemeente zich niet meer zou moeten inzetten voor betaalbare en geschikte woonruimte voor alle ouderen zodat er eventueel grote woningen vrijkomen. Aanpassingen urgentiecriteria mantelzorg en nieuwe woonruimteverdeling Urgentie mantelzorg. Fijn dat niet eerst de eigen woning moet worden opgezegd voor er een beroep kan worden gedaan op de mantelzorg regeling. Er is een groot gebrek aan zorgverlenerszie voorrangsregeling maatschappelijke beroepen.
In de Mug/Parool stond dat hulpbehoevenden zelf voor huishoudelijke hulp een jaar moeten wachten omdat het budget op is. Mantelzorg is in sommige gevallen een oplossing. Culturele aspecten kunnen ook een rol spelen bij de invulling/ verwachting van mantelzorg (er). De wachttijden voor een woning te stellen op 13-15 jaar is erg optimistisch en de vraag is of binnen deze termijn op eigen kracht een woning kan worden gevonden . Hoe het nieuwe systeem werkt is nog niet bekend. Ook in het huidige systeem moet zelf naar een woning worden gezocht. De wijziging is prematuur- indien mogelijk eerst evalueren hoe het nieuwe systeem werkt . 8. Ingekomen op 31 juli 2022, via BDA Informatiemanagement (Huurders Netwerk Amsterdam)
Inspraakreactie Wijzigingen Huisvestingsverordening 2023 d.d. 30 juli 2022 Aan : College van Burgemeester en Wethouders, Leden van de Gemeenteraad, Van: Stichting Huurders Netwerk Amsterdam p/a Nieuwezijds Voorburgwal 32 1012 RZ Amsterdam Datum: 30 juli 2022 Betreft: Inspraakreactie op de Wijzigingen Huisvestingsverordening 2023 Geacht College van Burgemeester en Wethouders, Geachte Leden van de Gemeenteraad Het Huurders Netwerk Amsterdam (HNA) heeft met belangstelling kennisgenomen van de Wijzigingen Huisvestingsverordening 2023. HNA heeft hierbij een aantal opmerkingen en verzoeken. Deze doet HNA u hierbij middels voorliggende inspraakreactie toekomen. Opmerkingen bij : “Beroepsgroepenregeling” HNA onderkent het tekort aan huisvesting voor bepaalde beroepsgroepen, maar zet de volgende vraagtekens bij de Beroepsgroepenregeling: • waarom kiest het college voor deze drie beroepsgroepen, een keuze die vooral door de krapte en zelfs afname op de sociale huurmarkt wordt afgedwongen; • is huisvesting de enige trigger om bepaalde beroepsgroepen aan te trekken, of gaat het om (een combinatie van) andere factoren zoals (gratis) parkeren, aanbod scholen, etc; • willen bepaalde beroepsgroepen überhaupt wonen in de buurt waarin zij werken, met oog op hun privacy en veiligheid;
Inspraakreacties wijzigingsvoorstellen Hvv2023
versie 1 augustus 2022
• leidt de voorrangsregeling tot het aanbieden van “winkeldochters” oftewel een aanbod van minder aantrekkelijke huurwoningen; • zijn deze beroepsgroepen bereid om hun inschrijfduur -ondanks de voorrangsregel- op te geven; • in hoeverre heeft het college investeerders en met name de pensioenfondsen van deze beroepsgroepen en (ziektekosten)verzekeraars bereid gevonden bij te dragen aan de huisvesting van deze beroepsgroepen; HNA verneemt graag het antwoord (met onderbouwing) van het college ten aanzien van bovenstaande vraagtekens. Opmerkingen bij : “Label ouderenwoningen middeldure segment” HNA staat positief kritisch tegenover het toevoegen van een label voor ouderenwoningen in het middeldure segment toe. Bij meerdere deelnemers van HNA is wel de vraag gerezen welk concreet doel het college nastreeft met het opnemen van het “label middenhuur in de huisvestingsverordening met de toevoeging een extra kamer”. Wij vernemen hierop graag uw antwoord.
Voorts is HNA hierbij van mening dat: • • dit voorstel uitgebreid moet worden met een label voor ouderenwoningen in de gehele sociale huursector (er bestaat al een label ouderenwoningen voor de sociale sector, maar de voorraad is te klein en de toewijzing van deze woningen is niet duidelijk en beperkt); • • er duidelijke en goed te controleren afspraken gemaakt moeten worden in het kader van de prestatieafspraken over seniorlabeling in de (sociale) woningbouw; • • verhuizen binnen de eigen buurt prioriteit moet krijgen met oog op het behoud van de sociale contacten en cohesie in de buurt; •
• verhuizen niet mag leiden tot (fors) hogere huurbedragen;
• • extra inspanning dient te gaan naar het behouden en creëren van grondgebonden woningen voor ouderen; HNA wil hieraan toevoegen dat het creëren van geclusterde woningen in dit segment en ook in het segment van sociale huurwoningen, het mogelijk maakt om deze seniorenwoningen geschikt te maken voor alleenstaande ouderen met dementie. Gemeenschappelijke ruimten voor sociale contacten en zorg, als dat nodig is, kunnen worden toegevoegd. Indien nodig kan er worden opgeschaald naar intensievere zorg een zgn. Verpleeghuiszorg thuispakket vanuit de voorzieningen in de buurt. Zorg en ondersteuning kan zodoende snel en eenvoudig worden geregeld. Samenwerking tussen corporaties, investeerders en zorginstellingen, onder regie van de gemeente, is dan ook nodig. HNA pleit er voor dat de gemeente Amsterdam hierin het voortouw neemt en dit verankert in haar Huisvestingsbeleid en de Huisvestingsverordening 2023.
NB: In 2040 telt Nederland 4,7, miljoen 65 plussers, een kwart van de bevolking. Het aantal dementerenden in Nederland zal de komende jaren verdubbelen naar een half miljoen. De huidige woningmarkt is daar niet op ingericht. Volgens het WOZO-programma van VWS moeten er tot 2030 nog 170.000 nultredenwoningen komen en 80.000 geclusterde woningen, waar op basis van de WLZ zorg aan huis wordt gegeven. Opmerkingen bij het uitsluiten van “Gebruikscontracten” van de Huisvestingsverordening 2023
Inspraakreacties wijzigingsvoorstellen Hvv2023
versie 1 augustus 2022
HNA pleit voor het (her)opnemen van de regeling van “Gebruikscontracten” in de Huisvestingsverordening 2023 en hierbij: • deze vorm van in gebruik geven van woningen te beperken voor als er geen tijdelijke verhuur meer mogelijk is omdat een voldragen plan met draagvlak tegen vertraging aanloopt; • voor die gevallen waarin het “in gebruik geven van woningen om niet “ een bijdrage kan leveren, duidelijke voorwaarden te stellen (criteria als bijvoorbeeld veiligheid, voorkomen leegstand, etc). In 2020 heeft het college besloten om “Gebruikscontracten” uit te sluiten van de Huisvestingsverordening. Voor het tijdelijk in gebruik geven van woningen is daarom geen huisvestingsvergunning en geen onttrekkingsvergunning noodzakelijk. In de praktijk blijken verhuurders vaak al voorafgaand aan het afgeven van de peildatum (en voordat er dus een vergunning voor tijdelijke verhuur kan worden afgegeven) te werken met gebruiks-contracten. Vaak ook blijken de plannen nog niet vastgesteld en loopt het gesprek tussen huurders en verhuurder hierover nog. Daarmee wordt de positie van de overige huurders in het complex verzwakt; de sociale samenhang gedurende het proces wordt ondermijnd. Er ontstaan situaties waarin tijdelijke gebruikers meerdere jaren in de complexen woonachtig zijn zonder terugkeergarantie of ander recht op te bouwen.
Er wordt dan ook veel gewisseld waardoor de sociale samenhang in de complexen achteruit gaat. De sociale samenhang staat in deze complexen veelal al onder druk omdat er een plan van aanpak wordt ontwikkeld waardoor onzekerheid bij bewoners groeit. Er ontstaat een klasse huurders met minder rechten dan huurders met een tijdelijk contract, die daardoor meer woononzekerheid ervaren dan huurders met een tijdelijk huurcontract. De redenen voor verhuurders om deze manier van in gebruik geven toe te passen is dat leegstand voorkomen wordt en er ook minder huurders uitgeplaatst hoeven te worden. Dat de uitplaatsing met de enorme woning schaarste een uitdaging is, is te begrijpen, maar om dit ten koste te laten gaan ven de veiligheid en sociale samenhang van buurten en de rechten van bewoners acht HNA niet acceptabel. Verzoeken HNA constateert dat de Huisvestingsverordening is gebaseerd op een aantal aannames en verzoekt het college om deze te staven met nader onderzoek: • ten aanzien van de Beroepsgroepenregeling verzoekt HNA het college om nader (markt-) onderzoek te (laten) doen naar de factoren die voor betreffende beroepsgroepen doorslaggevend zijn voor een verhuizing naar cq. binnen Amsterdam. • ten aanzien van de doorstroming van ouderen verzoekt HNA het college om nader (markt-) onderzoek te (laten) doen naar de effecten cq.
effectiviteit van de regelingen “Van Groot naar Beter” en “Van Hoog naar Laag”. Temeer omdat het effect van een hogere huur –in combinatie met verlies van huurtoeslagen- geen stimulans vormt om te gaan verhuizen. Dit leidt ook tot de vraag of het labelen van ouderenwoningen in het middensegment in combinatie met hogere huren het gewenste effect zal hebben. Dit ook gezien tegen de achtergrond dat de inkomens van ouderen niet stijgen en de huidige hoge inflatie. NB Huurders van particuliere verhuurders met een gereguleerd (sociaal) huurcontract komen niet in aanmerking voor de regelingen van Hoog naar Laag en van Groot naar Beter. Tot slot hecht HNA aan een landelijke, eenduidige, heldere definitie van de begrippen sociale huurwoning, middenhuur en ouderenwoning. Van de circa 2.7 miljoen sociale huurwoningen in Nederland blijken 0,5 miljoen woningen feitelijk geen sociale huurwoning te zijn vanwege bijkomende servicekosten en/of aanvullende onderhoudscontracten.
Inspraakreacties wijzigingsvoorstellen Hvv2023
versie 1 augustus 2022
9. Ingekomen via de mail (Stadsherstel) Geachte xxx,, Met Lotte Terwel, lid van het Dagelijks Bestuur Stadsdeel Centrum, hadden we onlangs een kennismakingsgesprek. De gemeente en Stadsherstel werken veel samen in het project Aanpak Binnenstad. Tijdens het gesprek kwamen ook onderwerpen/ontwikkelingen aan de orde waar Stadsherstel in de praktijk last van heeft. Lotte heeft deze onderwerpen onder de aandacht van wethouder Pels van Volkshuisvesting gebracht, die aangaf dat afwijken van het bestaande beleid te bespreken zou zijn. Lotte suggereerde deze onderwerpen via u onder de aandacht van de gemeente te brengen. Eén van die onderwerpen betreft de regels voor woningdelen. Indien 3 of meer volwassenen die geen gezin vormen een zelfstandige woning bewonen, is dat woningdelen. Als een woning wordt gedeeld door meer dan 2 personen is een vergunning nodig voor omzetten van zelfstandige naar onzelfstandige woning. Kort gezegd zijn de basiseisen voor een dergelijke vergunning: de gemeenschappelijke ruimte moet minstens 11 m2 zijn en minimaal 3 meter breed; er mag 1 volwassene per kamer wonen of 2 bij geregistreerd partnerschap/huwelijk; iedere huurder moet zijn eigen huurcontract krijgen; de woning moet voldoen aan de eisen voor brandveiligheid en geluidseisen volgens NEN 5077.
Stadsherstel verhuurde, voordat bovengenoemde beleidsregels in werking traden, een aanzienlijk deel van haar appartementen/woningen in de binnenstad van Amsterdam aan jongvolwassenen. Stadsherstel sloot huurcontracten met meerdere (mede)huurders of met een hoofdhuurder, die vervolgens met toestemming van Stadsherstel onderverhuurde aan meerdere huisgenoten. Stadsherstel droeg op die manier bij aan het huisvesten van honderden jongvolwassenen in de binnenstad. Heel bewust, want jongeren kunnen onder de huidige marktomstandigheden en het woningaanbod niet of nauwelijks aan een woning komen. Woningdelen voorzag in een oplossing voor dit probleem. In de periode van ruim 60 jaar waarin Stadsherstel dit type woningen verhuurde, heeft dit zelden geleid tot klachten van omwonenden. In die gevallen was een goed gesprek voldoende om de overlast te stoppen. Onder de nieuwe beleidsregels zag Stadsherstel zich genoodzaakt om met dit type van verhuur te stoppen. Allereerst omdat door het vereiste dat iedere huurder een eigen huurcontract voor onzelfstandige woonruimte moet krijgen niet voldoende huur kan worden verkregen om de exploitatiekosten van de betreffende woning te dekken. De huur van een kamer wordt bepaald aan de hand van het puntenstelsel voor kamerverhuur. Het totaal van de huur van de kamers ligt ver onder de marktconforme prijs die Stadsherstel bij gewone verhuur realiseert.
Daarnaast kan de betreffende woning nooit meer omgezet worden van een onzelfstandige woning naar een zelfstandige woning. De verschillende huurcontracten zullen namelijk nooit op hetzelfde moment worden opgezegd. Vervolgens is het binnen het monumentale bezit van Stadsherstel vaak ondoenlijk te voldoen aan de regel dat een gemeenschappelijke ruimte (die geen huurinkomsten oplevert) moet voldoen aan een minimum oppervlakte en een minimum breedte. Ruimten in een monument kunnen/mogen niet aan deze eisen worden aangepast. Tenslotte lukt het in monumentaal bezit niet altijd om te voldoen aan de geluidseisen van NEN 5007. Stadsherstel heeft veel grotere appartementen die vanwege het monumentale karakter en de regels van het bouwbesluit niet in meerdere woningen kunnen worden verdeeld. In monumenten kunnen vaak geen extra trappen worden aangebracht, verdiepingen met een hoogte beneden 2,10
Inspraakreacties wijzigingsvoorstellen Hvv2023
versie 1 augustus 2022
m1 kunnen nooit een zelfstandige woning worden. Onder de nieuwe huisvestingsverordening zijn de mogelijkheden voor woningvorming bovendien nog verder verkleind, waarover hieronder meer. Ook bij de handhaving van de beleidsregels ondervinden wij problemen. Wij kunnen qua personele capaciteit onmogelijk al onze woningen op regelmatige basis controleren op ongeoorloofd woningdelen. Bovendien hoeven huurders geen toegang tot de woning te verlenen. Dus lopen wij het risico dat de gemeente ons een boete en/of een dwangsom oplegt als sprake blijkt te zijn van woningdelen zonder vergunning, zonder dat wij als verhuurder daarvan op de hoogte zijn. We hebben in de afgelopen jaren al een aantal enorm hoge boetes en dwangsommen opgelegd gekregen. Niet alleen Stadsherstel is gestopt met het verhuren van woonruimte aan jongvolwassenen op basis van woningdelen. Ook alle woningcorporaties zijn gestopt met de zogenaamde ‘friendscontracten’. De betreffende woningen worden nu verhuurd aan rijke tweeverdieners en expats. Het gevolg is dat vele duizenden potentiële kamers voor jongvolwassenen uit het Amsterdamse aanbod zijn verdwenen. Stadsherstel vindt deze enorme afname van woonmogelijkheden voor jongeren in Amsterdam een verschraling van de diversiteit van de stad. Een ander onderwerp betreft woonvorming.
In de Huisvestingsverordening is bepaald dat nieuwe woningen een minimale oppervlakte van 40 m2 dienen te hebben. Dit betekent dat bij een kleiner verdiepingsoppervlak twee lagen samengevoegd moeten worden tot 1 woning. Dat houdt in dat in de toch al kleine panden dubbele trappenhuizen moeten worden gemaakt met alle ruimteverlies van dien. Ook de regel dat grondgebonden woningen alleen mogen worden onderverdeeld in kleinere woningen bij een minimaal oppervlak van 200 m2, waarbij de nieuw te vormen woningen bovendien gemiddeld 100 m2 moeten beslaan, zorgt voor problemen. Dit betekent dat wij een monumentaal pand van bijvoorbeeld 180 m2 niet kunnen omvormen naar meerdere woningen, terwijl dat goed zou passen in het streven naar een grotere, betaalbare woningproductie. Het lijkt alsof de verordening is bedacht voor de nieuwbouwwijken zonder rekening te houden met de typische monumentale huizen in de binnenstad. Ik hoop dat u bovenstaande signalen/zorgen nog kunt meenemen bij de evaluatie van de Huisvestingsverordening. Met vriendelijke groet, xxx