CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraakreactie WWBA Concept-Beleidskader Woonwagens en standplaatsen Amsterdam 2022-2026.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 6 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beleidskader Woonwagens en standplaatsen 2023 en Nota van Beantwoording inspraak (VN2023-016891)5.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bewonerscommissie Woonwagenbelangen Amsterdam Aan: Gemeente Amsterdam Ter attentie van het College van Burgemeester en Wethouders Onderwerp: Inspraakreactie Concept – Beleidskader Woonwagens en standplaatsen 2022 - 2026 Amsterdam, 28 april 2022 Geacht College van Burgemeester en Wethouders, Hierbij treft u onze inspraakreactie aan op het Concept – Beleidskader Woonwagens en standplaatsen 2022-2026. Een aantal relevante stukken is bijgevoegd, waaronder de gekwalificeerde adviezen die wij in het kader van de Wet op het overleg huurders verhuurder hebben uitgebracht. Bewonerssommissie Woonwagen Belangen Amsterdam is uitermate teleurgesteld dat na vier jaar van overleg met ons dit conceptbeleidskader het resultaat is en we hebben dan ook bezwaren tegen de meeste aangedragen punten welke wij middels deze inspraakreactie nader zullen toelichten. Hieronder volgt een korte opsomming; • • • • • • •

•

Caravans dienen geaccepteerd worden als traditionele woonvorm en behorend op de standplaatsen voor eigen gebruik of reizend bezoek. Alsmede traditionele "pipo"woonwagens. Tevens het uitgeven van standplaatsen in erfpacht. Met spoed minsten 55 standplaatsen aanleggen op een nieuwe locatie (binnen 3 jaar) Bergingen behouden en onderhouden bij uitgifte nieuwe standplaatsen Versoepeling vergunningstelsel voor tweedehands aangekochte woonwagens/caravans. Het aanhouden van wachttijden als leidraad is misleidend voor het aantal nieuw aan te leggen standplaatsen. Wij zien graag een uitgangspunt van percentages naar behoefte per periode en het aantal wachtenden. We missen o.a. ruimtes voor werkgelegenheid, traditionele doortrekkersplaatsen voor reizend bezoek, het specifiek benadrukken van wonen in familieverband maar ook in groepsverband, waaronder locaties speciaal voor Roma en Sinti die met hun eigen gebruiken bij elkaar willen leven. Net zoals Kermisexploitanten en Circusartiesten samen wensen te leven. Het experiment stapelen woonvolume verwijderen, uitgangspunt van het nieuwe rijksbeleid is dat de woonwagencultuur word geaccepteerd zoals die is.

Voorwoord Bijna vier jaar hebben we met de gemeente Amsterdam gepraat over het beleidskader waar deze inspraakreactie over gaat. Al die tijd hebben wij betoogd dat de gemeente Amsterdam net zoals veel andere Nederlandse gemeenten iets goed te maken heeft omdat jarenlang het aantal standplaatsen niet is toegenomen en sinds het afschaffen van de Woonwagenwet in 1999 zelfs is afgenomen. WWBA heeft de gemeente meerdere keren zowel schriftelijk als mondeling ervan op de hoogte gebracht dat er in Amsterdam afbouw van standplaatsen (uitsterfbeleid) heeft plaatsgevonden maar de gemeente heeft dit voortdurend ontkend en daarom hebben we de documenten bijgevoegd die ons standpunt bewijzen. We zijn geschokt in het Amsterdamse conceptbeleid te lezen dat er geen afbouw van standplaatsen zou hebben plaatsgevonden. Op 14 februari 2001 stuurde de toenmalige staatssecretaris van volkshuisvesting Johan Remkes een brief naar de Tweede Kamer waarin hij informeerde over het aantal standplaatsen. Hij had daartoe alle gemeenten een vragenlijst toegestuurd en alle gemeenten hadden geantwoord. Amsterdam had volgens die kamerbrief 269 standplaatsen in 1998 en drie jaar later in 2001 was dat aantal hetzelfde.

https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/j4nvgs5kjg27kof_j9vvij5epmj1ey0/vi3aimme7kz7/ f=/kst51661.pdf Vier maanden later in juni 2001 stuurde een vorig Amsterdams college van burgemeester en wethouders een voordracht aan de gemeenteraad waarin werd gesteld dat Amsterdam slechts 170 standplaatsen kende. De standplaatsen voor circus- en kermisreizigers telden ineens niet meer mee en evenmin de locatie Vredenhofweg met ongeveer 70 standplaatsen. Deze locatie is nadien opgeheven. Een deel van de bewoners is uitgekocht en een klein restant is verplaatst naar nieuwe locaties elders in de stad. Per saldo is het aantal standplaatsen hierdoor afgenomen. Van 269 standplaatsen in 2001 naar 221 standplaatsen volgens het beleidskader waarop we hier reageren. De raadsvoordracht uit 2001 is ook klip en klaar over de weigering om het aantal standplaatsen mee te laten groeien met de bevolking: er zouden drie standplaatsen worden toegevoegd aan de 170 standplaatsen waar uw voorgangers mee wilden rekenen en daarna vonden zij het aantal voldoende (pagina 9 van de raadsvoordracht uit juni 2001). Over verwachte demografische ontwikkelingen: geen woord Nadien hebben wij onze Bewonerscommissie Woonwagenbelangen Amsterdam (WWBA) opgericht.

Onze voorzitter Sabina Achterbergh heeft de Nationale ombudsman benaderd, de Raad van Europa, het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en vele andere instanties om voor elkaar te krijgen dat de grondwettelijke zorg voor voldoende woongelegenheid ook voor woonwagenbewoners zou gaan gelden en dat er bij de huisvesting van woonwagenbewoners rekening gehouden moet worden met de specifieke kenmerken van onze cultuur. Dat is gelukt. In 2017 oordeelde het College voor de Rechten van de Mens dat het Rijk als bedenker van het uitsterfbeleid woonwagenbewoners discrimineert. Enige weken later presenteerde de Nationale Ombudsman het rapport Woonwagenbewoner zoekt standplaats. Daarin doet hij de aanbeveling aan gemeenten - om standplaatsenbeleid te maken dat in overeenstemming is met het mensenrechtelijkkader voor de culturele identiteit van woonwagenbewoners en - om de standplaatsenbehoefte onder woonwagenbewoners in de gemeente vast te leggen in de Woonvisie. Het Rijk adviseerde hij om daartoe eerst een nieuwe visie en een nieuwe kader voor standplaatsenbeleid te ontwikkelen.

Er is daarna een nieuw landelijk beleidskader over opgesteld door het Rijk waar wij ook aan meegewerkt hebben. Sabina Achterbergh heeft ook hier een belangrijke rol in gespeeld. Ze heeft vele klachten ingediend bij de Nationale Ombudsman welke leiden tot het rapport WOONWAGENBEWONER ZOEKT STANDPLAATS en heeft ook actief meegewerkt aan het nieuwe landelijke beleidskader. Sinds september 2018 is de gemeente Amsterdam met ons in overleg om te komen tot een nieuw Amsterdams woonwagens- en standplaatsenbeleid. Gelet op de landelijke voorgeschiedenis zou je dan mogen verwachten dat niet alleen de culturele identiteit van woonwagenbewoners een prominente plek inneemt maar dat ook nadrukkelijk wordt aangegeven hoe de gemeente Amsterdam de grondwettelijke zorg voor voldoende woongelegenheid gestalte wil geven. Maar juist als het gaat om die zorg voor voldoende woongelegenheid stelt het beleidskader zoals dat nu is vrijgegeven voor inspraak, ons zwaar teleur. Het enige concrete streven is om in de looptijd van dit beleidskader (2022-2026) te streven naar uitbreiding van het aantal standplaatsen door verdichting en herschikking van bestaande woonwagenlocaties. Op deze wijze kunnen naar verwachting in Amsterdam tot 2025 slechts 10-15 nieuwe standplaatsen worden gerealiseerd en dat terwijl er de afgelopen jaren bijna 50 standplaatsen zijn afgebouwd.

Meermaals hebben wij benadrukt dat zittende huurders, met nu al reeds te kleine standplaatsen, niet op ruimte willen inboeten voor nieuwe standplaatsen en hoe belangrijk het is dat er ook direct gezocht gaat worden naar plek voor een nieuwe locatie. Het College van burgemeester en wethouders van vóór de recente gemeenteraadsverkiezingen heeft daar echter van afgezien en schrijft op pagina 14 van het concept-beleidskader: “Het al dan niet doen van onderzoek naar de mogelijkheden om nieuwe woonwagenlocaties te realiseren is aan een volgend college.” En op pagina 18 staat dat het aan het nieuwe college is om zich uit te spreken over een zoekopdracht op middellange en lange termijn. Wij zijn het daar niet mee eens en het is ook staatsrechtelijk niet in orde. Het college geeft zichzelf geen opdrachten. Daarom willen we nadrukkelijk dat de gemeenteraad als hoogste gezag binnen de gemeente bij de vaststelling van dit beleidskader aan het college de opdracht geeft om onmiddellijk te gaan zoeken naar plek voor een nieuwe locatie voor ten minste 55 standplaatsen. Dit betreft het herstel van de 48 afgebouwde en een uitbreiding met 7 nieuwe standplaatsen, aan te leggen binnen 3 jaar. De bewonerscommissie ziet graag een excuusbrief aan de woonwagengemeenschap welke de volgende onderwerpen omvat: • Excuses voor het uitsterfbeleid cq. de afbouw van standplaatsen.

• Excuses voor het publiceren van een kwetsend conceptbeleid waarin de afbouw van standplaatsen word ontkend. Ook bij twee andere onderwerpen waarover we in het vooroverleg continu van mening zijn blijven verschillen hebben we de indruk gekregen dat er een spelletje met ons gespeeld is, dat we volstrekt niet serieus genomen zijn: erfpacht voor standplaatsen en erkenning van woonvorm en de rol die de caravan speelt in onze cultuur. Bij huurstandplaatsen gaat het altijd om sociale huur. Woonwagenbewoners met een goed inkomen komen niet in aanmerking voor sociale huur . Om die reden staat er in het nieuwe landelijke beleidskader dat er ook koopstandplaatsen moeten komen of dat er standplaatsen in erfpacht uitgegeven moeten worden. Volgens het Amsterdamse concept-beleidskader zitten daar teveel haken en ogen aan. Maar het verpachten van standplaatsen gebeurt al in Amsterdam, zoals ook in het concept-beleidskader staat! En in de Handleiding Grondprijsbepaling 2013 van het Ontwikkelingsbedrijf werd al een grondprijs bepaald voor standplaatsen. De bewonerscommissie kan niet anders dan concluderen dat er sprake is van desinformatie. Wat denkt u dat dit met ons doet?

Dit geldt ook voor caravans. We willen dat deze voor woonwagenbewoners erkend wordt als woonvorm en belangrijk kernpunt van onze culturele identiteit en onze tradities en gebruiken. We willen daarom dat die op de standplaats gezet mag worden net zoals bij mensen met een stenen woning het ook is toegestaan om die op het erf te plaatsen. De bewonerscommissie heeft aangetoond dat het voor ‘stadsnomaden’ wél mogelijk is om te regelen dat ze in een caravan wonen; voor ons de echte ‘nomaden’ niet. En dan nog durft de gemeente zich op de borst te kloppen over het inclusieve beleid. Wij merken er amper wat van. WWBA heeft er geen woorden voor dat na vier jaar van overleg met ons dit beleidskader het resultaat is. Uitvoeringsagenda We adviseren om ten minste aan het beleidskader een uitvoeringsagenda toe te voegen die daar een integraal onderdeel van uitmaakt. Deze inspraakreactie besluit met een concreet voorstel daartoe. Een taakstellende uitvoeringsagenda zorgt ervoor dat de gemeente en onze bewonerscommissie een helder overzicht hebben van wat ons na de vaststelling van het beleidskader nog te doen staat. Als bovendien de gemeenteraad de uitvoeringsagenda voorziet van einddata wordt voorkomen dat onderwerpen moeten worden overgeheveld naar de looptijd van een volgend beleidsplan. Voor het gemak volgen we in onze verdere reactie de indeling van het concept-beleidskader.

Titelpagina en inhoudsopgave, paragrafen 1,7 en 2.1. Er staan hier verschillende looptijden voor dit beleidskader genoemd: van 2022 tot 2025 of tot 2026. Er staat zelfs op sommige plekken 2020-2030, terwijl we al in 2022 zijn. Wat is het? Deel 1. Achtergrond en onderzoek 1.1. Aanleiding Er staat dat het beleidskader rekening houdt “met de restricties die horen bij het wonen in Amsterdam en met haar schaarste aan ruimte, de grote vraag naar woonruimte en de diversiteit aan doelgroepen. In alle opzichten stuit deze zin ons tegen de borst.” Alsof er bij voorbaat een excuus gezocht wordt om niet eens de opgelopen achterstand in te halen. Alsof het gepast is om ons in dit kader te plaatsen tegenover andere doelgroepen. Er staat dat WWBA vanaf oktober 2019 intensief betrokken is bij de het opstellen van het beleidskader. In september 2018 hebben we het nieuwe landelijke beleidskader aangeboden aan de gemeenteraad en een maand later is het overleg met ons gestart over de Amsterdamse invulling van dat beleid. Er staat dat vertegenwoordigers van de Amsterdamse corporaties zijn betrokken bij het opstellen van dit beleidskader. Dat is logisch gelet op de prestatieafspraak dat gekeken gaat worden of de standplaatsen overgedragen kunnen worden aan een of meerdere verhuurders.

Maar waarom zijn wij en de corporatie nog geen enkele keer tegelijkertijd uitgenodigd voor een gezamenlijke verkenning? We weten zelfs de namen van de corporaties niet en hebben nog nooit kennis gemaakt met de betreffende corporaties hierover. Dit lijkt niet op het nieuwe besturen en openbaarheid van bestuur, waar de politiek tegenwoordig aan dient te voldoen. 1.2. Woonwagens en woonwagenbeleid in Amsterdam De Meerjarenaanpak Amsterdamse woonwagenlocaties 2013-2018 wordt aangeduid als het staande woonwagenbeleid. Die aanpak gaat alleen over onderhoud en kan daarom niet worden aangeduid als beleidsstuk voor de huisvesting van woonwagenbewoners. Onderaan op pagina 4 staat dat er per 1 januari 2022 wijzigingen zijn doorgevoerd in de toewijzingssystematiek. Dat klopt niet.

We hebben in onze recente gesprekken met de wethouders Wedemeijer en Groot Wassink afgesproken om na de vaststelling van het beleidskader samen met ons een nieuw raadsvoorstel te ontwikkelen voor aanpassing van de toewijzingsregels met ingang van 1 januari 2024. Dit is terug te vinden in het verslag en de actielijst van 9 december 2021. Om vooraf geen drempels op te werpen, stellen we voor om op pagina 4 van het beleidskader het derde vierde en vijfde tekstblok te vervangen door de volgende tekst: “De toewijzing van standplaatsen in Amsterdam geschiedt volgens regels die door de gemeenteraad worden vastgesteld. De huidige regels zijn opgenomen in bijlage 1. Bovenaan pagina 5 staat dat de gemeente in 2015 gekozen heeft voor “de invoering van het landelijk puntenstelsel voor vaststelling voor de huur van woonwagens en standplaatsen” en dat dit op kritiek van de WWBA stuitte. Er staat niet bij waarom. De reden is dat de gemeente 100% van de maximaal redelijke huur in rekening wilde brengen en heeft gebracht. En dat de gemeente eraan voorbij ging en -gaat dat veel woonwagenbewoners ook hun koopwagen moeten zien te financieren. Het puntenstelsel gaat bovendien uit van oude maten. We vinden het achterhaald en houdt totaal geen rekening met de werkelijke situatie en kostenplaatje.

Tenslotte staat in deze paragraaf uitgelegd dat de gemeente geen verantwoordelijkheid meer wil dragen voor (het onderhoud aan) de bergingen. Dat is een beleidskeuze waar wij het niet mee eens zijn. Wij willen dat het beleid ten aanzien van de bergingen wordt herzien. Zowel standplaatsen als woonwagens worden aangemerkt als ‘woonruimte’ en een woonruimte dient te voldoen aan het Bouwbesluit. Recent is in het Bouwbesluit weer opgenomen dat bergingen buiten de woning daar onderdeel van zijn. We gaan ervan uit dat nieuwe standplaatsen ook voldoen aan het bouwbesluit en worden voorzien van een berging met traditioneel een sanitaire ruimte daarnaast (volgens traditie en reinheidsgebruiken dient er buiten de woonruimte een sanitaire voorziening te zijn) Bron: https://rijksoverheid.bouwbesluit.com/Inhoud/docs/wet/bb2012_nvt/6/6.6 1.3. Standplaatsen voor kermis- en circusexploitanten In een eerdere versie van het beleidskader stond een tekst over de kermis- en circusexploitanten waar wij ons niet in konden vinden. Ook zij zijn woonwagenbewoners voor wie het leven in familieverband belangrijk is. Daarom moeten kermis – en circusexploitanten ook na hun pensioen op hun standplaats kunnen blijven wonen. De nieuwe tekst benoemt dit en is dus een verbetering. De gemeente overweegt om de verhuur van pakvakken los te koppelen van de verhuur van standplaatsen.

Dat is een onderwerp dat thuishoort op de uitvoeringsagenda. 1.4. Aantal locaties en standplaatsen Er staat dat Amsterdam één van de gemeenten is met (in absolute aantallen) de meeste plekken voor woonwagens in Nederland. Deze opmerking is niet relevant. Amsterdam is ongetwijfeld ook een van de gemeenten met (in absolute aantallen) de meeste sociale huurwoningen. Dat zet je ook niet in een woonvisie. Overigens telt Amsterdam afgezet tegen het totale inwonersaantal relatief juist weinig standplaatsen. Woonwagenkamp Beukbergen in Zeist telt 220 standplaatsen. Zeist had 53.895 inwoners in 2021 en 29.407 huishoudens/woningen. De standplaatsen maakten daarmee 0,75% uit van het totale aanbod. Amsterdam telde 873.338 inwoners en 474.875 huishoudens/woningen waarvanmaar 219 standplaatsen. De standplaatsen maken 0,045% uit van het totale aanbod. Indien Amsterdam het percentage van Zeist zou evenaren, zou Amsterdam 3.561 standplaatsen moeten hebben. Apeldoorn heeft het grootste aantal woonwagenstandplaatsen: 326 stuks. De gemeente telt 164.781 inwoners en 74.301 huishoudens/woningen. De standplaatsen maken 0,44% uit van

het totale aanbod. Wanneer het Apeldoornse percentage gehaald zou worden in het multiculturele Amsterdam dan zouden er hier 2089 standplaatsen zijn. Amsterdam heeft van zijn 474.875 huishoudens/woningen echter maar 219 woonwagenstandplaatsen. Dat is maar o,045% van het totale woningaanbod. Wil de Gemeente Amsterdam en deze beleidsmakers zich dan meten met andere grote woonwagenlocaties zoals in Apeldoorn of het kleine Zeist, dan zien wij graag een gelijkwaardig standplaatsenaanbod van tussen de 2.089 tot 3.561 stuks gerealiseerd worden. Een Woonvisie inventariseert vraag en aanbod en bevat plannen om de vraag te laten aansluiten op het verwachte aanbod. Bovendien getuigt de opmerking over het huidige aanbod van een manier van denken die nu juist verleden tijd zou moeten zijn. Alsof het absolute aantal huidige standplaatsen een reden kan zijn om de grondwettelijke zorg voor voldoende woongelegenheid voor woonwagenbewoners (tijdelijk) op te schorten en niet te kijken naar de demografische ontwikkelingen. Er staat in deze paragraaf dat er in het verleden 6 standplaatsen zijn uitgegeven in erfpacht. “Deze vallen niet meer onder beheer van de gemeente en blijven in dit beleidskader verder buiten beschouwing.” Daar zijn we het niet mee eens, zoals we in het voorwoord al hebben toegelicht.

Daar voegen we aan toe dat het in elke woonvisie past om aan te geven wat de beleidsdoelstelling is ten aanzien van de verhouding tussen koop en huur. WWBA stelt voor om tenminste 66 standplaatsen van de huidige 220 standplaatsen in erfpacht uit te geven dit komt neer op 30%. Voor stenen woningen geld dat ongeveer 60% particulier bezit betreft. De overige woningen zijn verhuur. Bron: https://www.nul20.nl/dossiers/dashboard-woningvoorraadamsterdam

1.5. Landelijke richtlijnen BZK juli 2018 We hebben er grote moeite mee dat het nieuwe landelijke beleidskader wordt aangeduid als handreiking. Het vorige beleidskader heette “Werken aan woonwagenlocaties. Handreiking voor gemeenten: over beleid en handhaven.” Dat was het document waarin het uitsterfbeleid werd gepropageerd. Daarom hebben we er ook bij het Rijk op aangedrongen dat het nieuwe document zeker geen handreiking meer zou gaan heten en we willen graag dat de gemeente Amsterdam de nieuwe benaming overneemt. 1.6. Onderzoek naar de wensen en behoeften woonwagens en standplaatsen Amsterdam 1.7. Stand van zaken op de huidige woonwagenlocaties Deel 2. Beleidskader 2.1. Uitgangspunten Beleidskader Woonwagens en standplaatsen 2020-2025 Het nieuwe beleidskader kent zes doelstellingen. De eerste doelstelling is om “het bestaande aantal standplaatsen” te handhaven “(behoudens enkele uitzonderlijke omstandigheden)”. Dat zou betekenen dat in uitzonderlijke omstandigheden het bestaande aantal zou kunnen afnemen. Daar kan natuurlijk geen sprake meer van zijn. Daarom stellen we voor om in de eerste doelstelling de tekst tussen haakjes weg te laten. Opheffen van een aantal standplaatsen op de ene locatie kan alleen als er op een andere locatie hetzelfde aantal standplaatsen wordt gerealiseerd.

Verder adviseren we om aan deze eerste doelstelling toe te voegen dat er nieuwe standplaatsen bij gaan komen. De eerste zin van de eerste doelstelling wordt dan: “Het bestaande aantal standplaatsen blijft gehandhaafd en er komen nieuwe standplaatsen bij.”

Zie verder het voorwoord in deze reactie. We vinden nadrukkelijk dat deze doelstelling moet worden aangevuld met de ambitie om binnen afzienbare tijd een nieuwe locatie aan te wijzen en te beginnen met de aanleg van 55 standplaatsen welke een realistisch aantal betreft. 2.2 Doelstelling 1. Standplaatsen en wachttijden Zie onze reactie direct hierboven en ook ons voorwoord. 2.3. Doelstelling 2. Inschrijfregister en toewijzing van standplaatsen Op het eind van het overleg over het concept-beleidskader hebben wij ingebracht dat het een goede zaak is als niet alleen de wethouder huisvesting maar ook de wethouder diversiteit zich over het woonbeleid voor woonwagenbewoners buigt. Daar is positief op gereageerd. Dat is voor ons vooral van belang als het gaat om de toewijzing van standplaatsen. Het plan is om na vaststelling van het beleidskader verder te gaan met het gesprek over de toewijzing van standplaatsen. We hopen dat de regels gewijzigd worden op een manier die rekening houdt met de culturele identiteit van woonwagenbewoners en met onze wens dat na overlijden van de langstlevende hoofdhuurder de standplaats wordt toegewezen aan een familielid in de eerste of tweede graad. In tegenstelling tot bewoners van stenen huizen realiseren woonwagenbewoners hun wooncarrière óp de standplaats, zodra ze eenmaal op een standplaats staan bij familie.

In de loop der tijd vervangen velen hun eerste woonwagen of caravan door een grotere, betere en/of nieuwere. Als ze hun standplaats moeten verlaten en de wagen niet mogen overdoen aan familie, maar moeten laten verwijderen, dan leidt dit meestal tot kapitaalvernietiging. Dit speelt onder andere na overlijden van de langstlevende hoofdhuurder. Bovendien speelt mee dat woonwagenbewoners er vrijwel nooit in slagen om een hypotheek te nemen op de aanschaf van een wagen. Met uitzondering van huurwagens gaat het dus altijd om particulier bezit en particulier kapitaal. Het komt daarom extra hard aan als de wagen niet kan worden overgedaan aan familie en moet worden verwijderd. In het conceptbeleid staat ook vermeld dat er voor KET locaties geen wachtlijst word bijgehouden omdat dat toewijzing via het Amsterdams grondbedrijf verloopt. Dit heeft er mede mee te maken dat de toewijzing word geregeld door de bewoners zelf doormiddel van een beding in het huurcontract. In de toewijzing voor KET standplaatsen is ook opgenomen dat toewijzing voor een standplaats slechts mogelijk is als ‘ 70% van de inkomsten uit kermis en circus ambachten word gewonnen’. KET bewoners zijn het hier niet mee eens en willen ook als zij gepensioneerd zijn of een carrièreswitch maken aanspraak kunnen maken op een standplaats.

De bewonerscommissie heeft in een reactie op het 8e conceptbeleid een vraag gesteld die betrekking heeft op de toewijzing van standplaatsen op woonwagenlocatie Ma Braunpad II. Op het Ma Braunpad II is de gemeente meerdere juridisch bindende afspraken niet nagekomen. Wel word ook hier als gevolg van een schriftelijk beding al gedurende 28 jaar standplaatsen toegewezen door de bewoners die zelf een nieuwe huurder mogen aandragen. Aangezien hierover in het conceptbeleid niets is opgenomen heeft de bewonerscommissie in een reactie op het conceptbeleid de heldere vraag gesteld of de gemeente zich aan de in-het-verleden gemaakte toewijzingsafspraken met de bewoners houd. Hierop kreeg de bewonerscommissie een cryptisch antwoord: ‘Akkoord: waar juridisch harde afspraken zijn over de betrokkenheid van bewoners bij het toewijzen’ van standplaatsen, zal hier gehoor aan worden gegeven. De bewonerscommissie krijgt hierover graag een helder antwoord wat expliciet betrekking heeft op de toewijzingsafspraken de zijn gemaakt met de bewoners van het Ma Braunpad II. Hier kan een aparte kolom voor worden aangemaakt of doormiddel van een begeleidend schrijven.

2.4 Doelstelling 3. Beschikbaarheid van huurwagens We willen graag op grond van de Wet op het overleg huurders verhuurder schriftelijk geïnformeerd worden over het beleid ten aanzien van de verkoop van een huurwagen aan de huurder. • Hoe en bij wie moet een verzoek daartoe worden ingediend? • Hoe wordt de vraagprijs bepaald? (De gemeente Amsterdam heeft in 2013 meegewerkt aan de totstandkoming van de Taxatiewijzer Woonwagens van VNG.) • Wat heeft aankoop van de wagen voor gevolgen voor het huurcontract? • Wat komt er nog meer bij kijken? Dit naar aanleiding van een recent verzoek van een woonwagenbewoner om de huurwagen te mogen kopen. We stellen voor om dit verder op te pakken na vaststelling van het beleidskader. En dus om aan de doelstelling toe te voegen: “We onderzoeken de mogelijkheid om de huurwagen aan te kopen.” De verkoop van huurwoonwagens aan huurders heeft in het verleden ook al meermaals plaatsgevonden trouwens. 2.5. Doelstelling 4. Woonwagenlocaties en standplaatsen – ruimtelijke inpassing We willen dat er een nieuwe locatie gezocht wordt voor minimaal 55 standplaatsen in plaats van 1625 standplaatsen zoals nu in het concept-beleidskader staat. Zoals hiervoor gezegd willen we betrokken blijven bij de eventuele loskoppeling van de verhuur van standplaatsen en de verhuur van pakvakken voor KET-bewoners.

WWBA vertegenwoordigt namelijk ook de KET-bewoners en Circusartiesten. Erfpacht Wij zijn het er niet mee eens dat er geen erfpacht mogelijk wordt. De reden daarvoor is dat het bij standplaatsen altijd gaat om sociale huur en dat er woonwagenbewoners zijn die te veel verdienen om daarvoor in aanmerking te komen. Ook in de nieuwe landelijke handreiking staat dat het belangrijk is om een constructie te bedenken voor deze woonwagenbewoners. Woonwagenbewoners, die hun standplaats niet kunnen kopen of pachten, ondervinden problemen met het verkrijgen van een hypotheek en zijn gedoemd na het beëindigen van een huurcontract hun kapitaal van de standplaats te verwijderen. Ook wordt er op deze manier onnodige apartheid in standgehouden, terwijl de gemeente vanuit mensenrechtelijk perspectief verplicht is om ter voorkoming daarvan aanvullende maatregelen te treffen. Dit vloeit voort uit artikel 75 van de Woningwet. Bron: paragraaf 5.5 van het nieuwe landelijke Beleidskader. In een eerdere wisseling van standpunten hierover kregen wij een reactie die kant noch wal raakt. Er stond dat de gemeente geen precedenten in het land kent en erfpacht mogelijk leidt tot verkoop van standplaatsen aan mensen buiten de doelgroep en leidt tot speculatie. WWBA heeft aangegeven dat woonwagenbewoners standplaatsen hierdoor aan hun kinderen kunnen verkopen of schenken.

Verder lijkt het ons onwaarschijnlijk dat gezien het stigma mensen van buiten de gemeenschap op een woonwagencentrum willen wonen. WWBA heeft hier als oplossing aangedragen om een zogenoemd kettingbeding in te voeren waarin wordt opgenomen dat een standplaats slechts kan worden verkocht met goedkeuring van de gemeente en met als enige voorwaarde dat dit een Amsterdamse woonwagenbewoner betreft. Dit komt overeen met de handreiking van de VNG. De overige argumenten van de gemeente zijn nooit onderzocht het lijkt vooral te gaan om vrees voor ‘speculatie’ Dit risico vormt bij stenen woningen toch ook geen beletsel om grond in erfpacht uit te geven? WWBA vraagt zich verder af hoe de gemeente gaat zorgen voor voldoende koopstandplaatsen voor woonwagenbewoners die te veel verdienen om voor een huurstandplaats in aanmerking te komen. Vanuit mensenrechtelijk perspectief is de gemeente verplicht om daartoe aanvullende maatregelen te treffen. Dit vloeit voort uit artikel 75 van de Woningwet. Zie paragraaf 5.5 van het nieuwe landelijke Beleidskader.

Vergelijk het met het woonbeleid voor bewoners van stenen huizen. Daarbij is het ook gangbaar om aan te geven wat de wenselijke verhouding is tussen koop en huur. Waar een wil is, is een weg. Dat blijkt wel uit de bestaande standplaatsen die in erfpacht zijn uitgegeven. Gezien onze nomadische culturele identiteit is de toercaravan een essentieel element van onze culturele identiteit: • Sommige bewoners willen traditioneel alleen in een caravan wonen. Niet in een grotere of kleinere woonwagen. • Na een traditioneel huwelijk waarbij de man de vrouw "ontvoert" en zij na een of twee nachten als paar terugkeren, worden zij geacht niet meer te slapen in de ouderlijke wagen. Er wordt dan – brandveilig – een caravan bijgeplaatst naast de ouderlijke woonwagen of op dezelfde woonwagenlocatie in afwachting van een eigen standplaats. Niet te vergeten dat woonwagenbewoners veelal als jonge twintigers gaan trouwen en kinderen krijgen, veel jonger dan de gemiddelde Nederlander en daardoor ook jonger een standplaats nodig heeft voor een gezin. • Ook speelt de caravan een belangrijke rol in de familiecultuur van woonwagenbewoners, bij familiebezoek in groter of kleiner verband. Daarnaast speelt de caravan een rol bij de wooncarrière. Bewoners van stenen huizen stromen vanaf een kamer of een starterswoning door naar een grotere woning.

Woonwagenbewoners realiseren hun wooncarrière óp één en dezelfde standplaats zodra zij een standplaats in de buurt van hun familie hebben toegewezen gekregen. De caravan of zelfs traditionele "pipowagen" is dan vergelijkbaar met de starterswoning of containerwoning voor bewoners van stenen huizen. Recent heeft de bewonerscommissie aangetoond dat het wonen in caravans voor zogenoemde ‘stadsnomaden’ ook mogelijk is. Het verbaast WWBA dat de echte nomaden hiervan geen gebruik kunnen maken. Daarbij vindt WWBA het discriminerend dat er zowel in het huurcontract als in het beleid is opgenomen dat specifiek de doelgroep in kwestie geen caravans op standplaatsen mag houden. Tussen het ‘houden’ en ‘wonen’ in een caravan zit een wezenlijk verschil. Er is geen wet die bewoners van stenen huizen verbiedt om een caravan te plaatsen in hun tuin of op hun erf. Het discriminerende verbod van caravans op of bij de standplaats moet dan ook verwijderd worden uit de oude en nieuwe huurcontracten (bij de oude middels een addendum) en uit het nieuwe Woonwagenbeleid van Amsterdam. Recent heeft de gemeente voor ons uitgezocht hoe de gedoogconstructie in elkaar steekt voor de stadsnomaden op het perceel Westpoortweg 10. We hebben de suggestie gedaan om samen met ons uit te zoeken of een gedoogconstructie mogelijk is voor de plaatsing van caravans op standplaatsen.

Die suggestie is goed ontvangen en daarom stellen we voor om in het beleidskader op te nemen dat we dit direct na vaststelling van het beleidskader te gaan doen. 2.6. Doelstelling 5. Handhaving, beheer en onderhoud In de vorige landelijke handreiking voor woonwagen- en standplaatsenbeleid –die waarvan het College voor de Rechten van de Mens oordeelde dat er discriminerende beleidsopties in stonden, zoals het beruchte uitsterfbeleid – stond handhaving centraal. In die tijd zijn er zogenoemde ‘tussenbureaus’ opgekomen die de handhaving invulden op een manier waar woonwagenbewoners niks van willen weten aangezien dit gericht is op een doelgroep met een bepaalde etnische afkomst. Het wordt meer ervaren als onderdrukking dan handhaving.

Een probleem dat wij ervaren met de verhuurder en beheerders is onder andere de vermenging van handhaving met beheer en onderhoud van de standplaatsen met handhaving van de openbare ruimte. Ook de autoritaire bejegening geeft in onze ogen geen pas. We hebben vernomen dat de gemeente de ongeschoolde beheerders nu een opleiding laten volgen en werkt aan het opstellen van een beheerprotocol. Dat vinden we een goede zaak. Maar we zien toch ook graag dat er een taakstellingpakket voor de beheerders komt om doelgroep aanpak en verstoring van de relaties met de verhuurder te voorkomen. We willen daar graag over geïnformeerd en bij betrokken worden. We worden ook graag betrokken bij besprekingen over de harmonisatieslag van de directies Wonen en Vastgoed, de twee directies die standplaatsen verhuren. 2.7. Doelstelling 6. Beheer en woningcorporaties De bewonerscommissie heeft zich meerder keren flink uitgesproken dat wij niets willen weten externe beheerorganisaties (tussenbureas) welke zich profileren als ‘woonwagen specialisten’. We willen dat de gemeente hier afstand van neemt en met eigen opgeleide ambtenaren werkt. En uiteraard worden we vanaf nu graag betrokken bij de verkenning van de mogelijkheden om standplaatsen over te dragen aan corporaties.

Uitvoeringsagenda uitbreiding van het aantal standplaatsen aangrenzend aan bestaande woonwagenlocaties en zoeken naar nieuwe grond voor een nieuwe locatie voor ten minste 55 standplaatsen aanpassing van de toewijzingsregels met ingang van 1 januari 2024 beleid ten aanzien van de bergingen herzien het faciliteren van erfpacht versoepeling van de bouwvoorschriften voor tweedehandswoonwagens het weren van discriminerende tussenbureaus onderzoeken van de mogelijkheden om de verhuur van pakvakken los te koppelen van de verhuur van standplaatsen onderzoeken van de mogelijkheid om de huurwagen aan te kopen.” een gedoogconstructie bedenken voor de plaatsing van caravans op standplaatsen opstellen van een beheerprotocol harmonisatieslag van de directies Wonen en Vastgoed met betrekking tot de verhuur van standplaatsen verkennen van de mogelijkheden om standplaatsen over te dragen aan corporaties. Het faciliteren van traditionele doortrekkersplaatsen voor reizend bezoek

Tip: Gebruik meer kleur en voeg afbeeldingen toe en maak een mooie fancy cover zoals bij het Amsterdamse beleid voor dieren is gedaan. https://131f4363709c46b89a6ba5bc764b38b9.objectstore.eu/hior/Documenten/Agenda%20Dieren %20(2015).pdf In afwachting van uw reactie, Met vriendelijke groet,

Bewonerscommissie Woonwagenbelangen Amsterdam Voorblad huurcontract en kaart van woonwagenlocatie vredenhofweg waar op grote schaal afbouw van standplaatsen heeft plaatsgevonden.

Bron: handleiding grondprijsbepaling 2013 pagina 26 https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/872062/handleiding_grondprijsbepaling_2013.pdf

Groep van traditionele Reizigers, Sinti, Roma, Yeniche, (woonwagenbewoners ?).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13062905/1