Inspraakreactie avondwinkels 10 juli 2023
Tekst van het document
Inspraakreactie Raadscommissie SED 1207-2023 Datum opgesteld Dossiernummer Ons kenmerk Betreft
: : : :
Uw kenmerk
:
12 juli 2023 D20230205 5. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ter afdoening van een toezegging van 8 februari 2023 waarin vervolgstappen uiteen owrden gezet over avondwinkels en de aangekondigde wijziging van het vergunningenstelsel. VN2023-016079
Geachte leden van de raadscommissie, Ik zit hier (nogmaals namens) vele cliënten met een avondwinkel. Zij waren onaangenaam verrast door de besluitvorming avondwinkelvergunningen aan te merken als ‘schaarse vergunningen’. Ondertussen heeft de wethouder per brief aangegeven dat de gemeente voorlopig zal afzien van het invoeren van een ’schaars stelsel’. Desalniettemin blijven de andere voornemens van de wethouder liggen, en bieden de toezeggingen omtrent schaarste wat de ondernemers betreft onzekerheid. Uit het BEA rapport is gebleken dat de avondwinkelbranche ernstig onder druk staat, een bevestiging van wat de ondernemers alsmaar hebben benadrukt. De redenen zijn divers. Om er een paar te noemen: concurrentie door flitsbezorgers en supermarkten die langer open zijn, vele sluitingen, minimale investeringen in duurzame bedrijfsgoederen, zwaar weer vanwege de gevolgen van corona, de impact van het exploiteren van een avondwinkel op het privéleven en het feit dat het per 1 juli 2024 niet meer mogelijk is om tabak te verkopen. Kort gezegd, het is voor velen niet eens interessant om een avondwinkel te starten. Maar de brief voelt enigszins als een ‘lege’ belofte aan de ondernemers. Immers, voorlopig zegt de gemeente dat er geen sprake is van schaarste.
Wat als winkels zoals de Albert Heijn to-go opeens deze markt betreden? Worden de vergunningen van al deze ondernemers dan weer omgezet naar een van bepaalde tijd, met als gevolg dat de zaak niet meer te verkopen is? Het hangt als het zwaard van Damocles boven hun hoofd.
Pagina 1 van 2
Het doel van het limiet aan avondwinkels is het voorkomen van overlast, daarvoor is geen beleidsmatige schaarste nodig; dat is een handhavingskwestie. In het kader van de evenredigheid zou de gemeente bij een stijging van het aantal avondwinkels eerst moeten overwegen of andere maatregelen, zoals een bepaalde voorwaarde in de ontheffing, niet hetzelfde doel kan bereiken. Zo behouden de avondwinkeliers ten minste enige zekerheid omtrent hun voortbestaan en doorverkoopmogelijkheid in de toekomst. Dan nog de uniforme ontheffingsvoorwaarden. Nieuwe avondwinkels kunnen zich uitsluitend in winkelgebieden vestigen, maar wat als een bestaande avondwinkel buiten een winkelgebied overgenomen zou worden? Als dit niet kan, dan heeft dit een ernstige impact op de verkoopwaarde. Hetzelfde geldt voor avondwinkels die kleiner zijn dan 50m2 of groter dan 300m2 en avondwinkels die ruimere openingstijden hebben. Kunnen zij zo nog wel als voorheen doorgaan met de exploitatie en blijft die exploitatie overdraagbaar zoals deze voorheen was? Op welke manier worden de mogelijke verliezen vergoed? BEA concludeert dat het verdienmodel onder druk staat, in dat kader zou het haast onbehoorlijk zijn om nog meer beperkingen aan avondwinkels op te leggen.
Daar komt bovenop dat stadsdelen zelf gebieden aan mogen wijzen waar avondwinkels ongewenst zijn, wat als een van de bestaande avondwinkels opeens binnen zo’n gebied valt? Zouden stadsdelen daarmee niet alsnog een schaarste kunnen creëren? Zoals u kunt zien zijn hier vele zwaarwegende (en niet alleen economische) belangen die op het spel staan. Het gaat hier om de oudedagvoorziening van vele ondernemers. Zij vragen de gemeente om zekerheid, ze willen weten waar ze aan toe zijn. Nog specifieker vragen zij u om de wethouder te bewegen bijzondere rekening met de belangen van de avondwinkels te houden en te voorzien in voldoende zekerheid; waar nodig dienen ondernemers gecompenseerd te worden.
Pagina 2 van 2