CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Initiatiefvoorstel (Schmit) Kenniscentrum Toerisme.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 14 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van het initiatiefvoorstel van het lid Schmit (D66) getiteld Oprichting Kenniscentrum Toerisme en de bestuurlijke reactie (VN2025-018165)3.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van Datum vergadering Nummer Directie Van Datum Portefeuille Agendapunt

Nummer Directie E. Schmit 30 mei 2025 Economische Zaken Agendapunt

Onderwerp Instemmen met het initiatiefvoorstel ‘Oprichting Kenniscentrum Toerisme’ van het lid Schmit (D66). De gemeenteraad van Amsterdam besluit 1) In te stemmen met genoemd initiatiefvoorstel 2) het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: a) Een verkenner aan te stellen om de oprichting van een onafhankelijk kenniscentrum Toerisme te onderzoeken, waarbij in de opzet meegenomen dient te worden dat; i) het kenniscentrum Toerisme een publiek-private samenwerking is waar gemeente, bedrijfsleven, wetenschap en maatschappelijke instellingen onderzoek doen, met een wetenschappelijke grondslag, naar de bezoekerseconomie, met als doel om te ondersteunen bij de ontwikkeling van met data onderbouwde, effectieve en haalbare maatregelen en beleid. ii) het kenniscentrum "brede welvaart" als uitgangspunt heeft, waar economische-, sociale - en duurzaamheidsbelangen in balans zijn. En bij dit kenniscentrum het bredewelvaartskader te gebruiken, en dit te borgen in de opzet van het kenniscentrum. iii) het uitgangspunt is dat de financiering van het kenniscentrum wordt gedaan door de (lokale) overheid, het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Hierdoor wordt het maatschappelijk draagvlak vergroot van maatregelen, en kan iedere stakeholder zijn eigen expertise bijdragen.

Ook onderzoekt de verkenner de subsidiemogelijkheden, op landelijk en EU-niveau. iv) de verkenner onderzoekt wat de best passende organisatievorm is, waarmee het doel en de slagkracht van het kenniscentrum gewaarborgd is, daarbij de lessen mee te nemen van de organisatiestructuur van het kenniscentrum Ongelijkheid. 3) De verkenner te financieren binnen de bestaande middelen.

Wettelijke grondslag artikel 147a, lid 1 van de Gemeentewet

Gemeente Amsterdam

Datun 30 mei 2025 Pagina 2 van 8

Initiatiefvoorstel

1. Probleem Algemeen Toerisme is ontstaan in de 17e eeuw, toen halfwassen rijke jongemannen op Grand Tour door Europa trokken - de voorloper van een tussenjaar. Voor de happy few werd deze tocht gezien als een essentieel onderdeel van de opvoeding. Een reis met een educatieve insteek. Met de bijvangst dat de jongens hun wilde haren konden verliezen zonder al te veel sociale consequenties. Tegenwoordig is toerisme niet enkel meer voor de happy few, maar een wijdverspreid fenomeen. De combinatie tussen groeiende welvaart en globalisering maakt reizen voor steeds meer mensen bereikbaar. En voor veel landen is toerisme de afgelopen jaren een belangrijke bron van inkomsten geworden. Zo veranderen wereldwijd - van Bali tot Georgië- idyllische vissersdorpjes in toeristische hotspots, bergvalleien in skikassa’s en steden in openluchtmusea. Waarbij de verwachting is dat het internationale toerisme blijft groeien doordat er meer mensen rijk worden en ze hierdoor de wereld over kunnen reizen. Het internationale toerisme is hierdoor een vloek en een zegen. Want aan de ene kant is het een belangrijke bron van inkomsten voor ondernemers en de overheid. Ook levert het werkgelegenheid op, vanzelfsprekend in de horeca, detailhandel, recreatie- en cultuursector. Maar het is ook belangrijk voor de evenementenbranche en de financiering van ons openbaar vervoer.

Aan de andere kant zet toerisme - wereldwijd - lokale gemeenschappen onder druk. Zo is er op steeds meer plekken sprake van overtoerisme. Dat houdt in dat een plek zoveel toeristen trekt dat dit negatieve gevolgen heeft voor het milieu, de lokale bevolking, de cultuur, infrastructuur. En uiteindelijk lijden de ervaringen van de toeristen zelf er ook onder. En er komt steeds meer - voornamelijk in Europa - verzet tegen de uitwassen van toerisme.

Amsterdam Ook in Amsterdam hebben vele inwoners - met een volksinitiatief - duidelijk gemaakt dat toerisme de leefbaarheid in de stad te veel onder druk zet. De Amsterdammer vervreemdde van de stad door de overvloed van toeristen. Met als uitkomst dat de gemeenteraad in 2021 de verordening ‘Toerisme in Balans’ heeft aangenomen, waarbij een maximum van 20 miljoen toeristenovernachtingen per jaar is afgesproken. En daarbij de verplichting voor het college om bij meer dan 18 miljoen bezoekers maatregelen te nemen. De verordening ‘Toerisme in Balans’ legt feilloos bloot dat het Toerisme-mes aan twee kanten snijdt - en wellicht nog wel meer. Zo ontvangt de publieke stadskas elk jaar ruim 250 miljoen euro aan toeristenbelasting, maar daar staat tegenover dat veel inwoners het idee hebben dat de toerist het stadshart koloniseert. Ook voor het stadsbestuur levert dit een constant dilemma op. Want enerzijds ligt er de opdracht om het aantal toeristen terug te dringen, anderzijds werken ze

Gemeente Amsterdam

Datun 30 mei 2025 Pagina 3 van 8

dagelijks aan een beter mooier Amsterdam. Maar een verbetering van de stad, zoals het Slavernijmuseum, trekt vaak ook weer meer bezoekers. Het is niet te verwachten dat Amsterdam - zonder maatregelen - minder bezoekers gaat trekken, want het staat bij veel mensen hoog op de bucketlist. Vaak vanwege de grachten, de architectuur en het culturele aanbod. Maar ook het roken van cannabis en de wallen trekken veel toeristen aan. En dat is terug te zien in de bezoekersaantallen. Zo bezochten er 25,4 miljoen mensen Amsterdam in 2023 voor een dag. En kwamen er 9,4 miljoen bezoekers overnachten, goed voor een totaal van 22,1 miljoen overnachtingen. Oftewel, per Amsterdammer bezochten er vorig jaar 38 toeristen de stad. Daarbij bezoeken de meeste toeristen enkel het centrumgebied van Amsterdam, waar pakweg 90.000 mensen wonen. Hoeveel toeristen een wijk aankan zonder dat het ten koste gaat van de leefbaarheid wordt de toeristische draagkracht genoemd. In het centrum van Amsterdam staat die zwaar onder druk, blijkt uit de herhaaldelijke onderzoeken van O&S naar de toeristische draagkracht van wijken. Maar ook in andere wijken, zoals de Pijp, wordt de druk op de toeristische draagkracht steeds groter. Bovendien is de verwachting dat de populariteit van Noord-Europa als vakantiebestemming enkel zal toenemen de komende decennia door klimaatverandering.

Omdat het in Zuid-Europa - vooral in de zomer - te heet wordt. Ook de geopolitieke onrust kan maken dat Europa aantrekkelijker wordt als vakantiebestemming. In dit licht is het aannemelijk dat de toeristische druk op Amsterdam - ook relatief - enkel zal toenemen. Oftewel, er blijven actie en effectieve maatregelen nodig tegen het toerisme in Amsterdam.

Maatregelen Toerisme is een complex en multidisciplinair vraagstuk: het raakt aan veel beleidsterreinen, heeft een universeel karakter met lokale problemen. Dat maakt dat er geen eenvoudige oplossing is. Een voorbeeld hiervan is dat een goede connectiviteit van je stad - per trein, vliegtuig en auto - aan de ene kant essentieel is voor de economische kracht, maar tegelijkertijd trekt het ook meer toeristen aan. Het voordeel in Amsterdam - ten opzichte van vele andere toeristische hotspots - is dat de stad een sterke economie heeft, die niet zeer afhankelijk is van toerisme. Waardoor het de mogelijkheid heeft om te zoeken naar de balans tussen geld verdienen, leefbaarheid en de identiteit van de stad. En de lokale overheid is bereid om actie te ondernemen. Zo heeft de gemeente Amsterdam, na de verordening, beleid gemaakt op toerisme, neergelegd in de Aanpak Binnenstad en de Visie bezoekerseconomie 2035. Op basis van dit beleid zijn er verscheidene maatregelen ingevoerd, met als doel om de overlast en groei van toerisme in te dammen. Waarbij overlast valt uit te splitsen in overlast vanwege de drukte en overlastgevende toeristen. Een aantal voorbeelden hiervan zijn de Amsterdam Rulescampagne – voorheen bekend als Stay Away - , aanpassingen van horeca-openingstijden, een blowverbod op de wallen en de maatregelen tegen vakantieverhuur.

Gemeente Amsterdam

Datun 30 mei 2025 Pagina 4 van 8

Op veel van de maatregelen volgt stevige kritiek vanuit de verschillende stakeholders in de stad. Wat verklaarbaar is doordat de belangen tussen de gemeente en andere stakeholders op bepaalde punten rond toerisme sterk uiteenlopen. En de betrokken partijen beredeneren vaak vanuit hun eigen invalshoek. Logisch. Maar zonde. Want er is een gemeenschappelijk belang bij ondernemers, bewoners en de gemeente om de balans terug te brengen. Een diverse en leefbare stad is namelijk aantrekkelijk voor iedereen, van bezoeker tot inwoner. En voor effectief beleid is samenwerken essentieel, daarmee wordt 1+1 = 3. Hiervoor is het noodzakelijk dat de verschillende partners uit de stad op structurele wijze met elkaar samenwerken. Een recent voorbeeld van een maatregel waarop veel kritiek kwam is de beperking van het aantal riviercruises. Dat aantal was in tien jaar tijd bijna verdubbeld, naar ongeveer 2300 per jaar. Goed voor een half miljoen toeristen. Om de toeristische druk te verminderen heeft het college voorgesteld om het aantal riviercruises te halveren, naar 1150 per jaar. Een maatregel die in lijn ligt met de opdracht van het college om het aantal toeristen terug te dringen, en de verordening. Er volgden echter zeer ontevreden reacties van stakeholders, waaronder een opiniestuk in het Parool. De overlastgevende toerist was volgens hen de schuldige en niet de aantallen.

Dit is een vaker terugkomende tegenstrijdige opvatting. De gemeente heeft de duidelijke opdracht om de aantallen te verminderen, maar bij veel maatregelen krijgen ze terug van de geraakte stakeholders dat het gaat om de overlastgevende toerist en niet ‘hun’ toerist. Het zijn precies zulke tegenstellingen waar onderzoeken van het kenniscentrum kunnen helpen om het draagvlak te vergroten.

Informatiepositie beleids- en beslissingmakers Het Amsterdamse stadsbestuur is in het toerismedossier aan het pionieren. Het multidisciplinaire karakter, de duidelijke maatschappelijke oproep en de sociale gevoeligheid van het onderwerp leiden tot verhitte discussies over toerisme in de stad en in de raad. Ondertussen zien we dat de toeristen aantallen stijgen, de leefbaarheid nog meer onder druk staat en er vragen zijn over de maatregelen. Het is in dit licht van essentieel belang dat beleidsmakers en politici over een goede informatiepositie beschikken op basis waarvan zij keuzes maken. Ook vergroot een sterke informatiepositie het maatschappelijk draagvlak doordat maatregelen beter te onderbouwen en te verklaren zijn. Bijvoorbeeld als het probleem dat aangepakt wordt duidelijk gekwantificeerd is en de verwachte effecten van de maatregelen ook. Waarbij niet enkel het effect van een losse maatregel meegenomen wordt maar ook het effect van de combinatie van verschillende maatregelen meegenomen wordt. Dat kan helpen om de kritiek van stakeholders te ontzenuwen. En komt de focus - hopelijk meer op het gemeenschappelijke belang te liggen dan de verschillen in belangen. De politieke discussie in de gemeenteraad wordt daarmee ook constructiever met een betere informatiepositie.

Op dit moment is deze vaak semantisch van aard, met als enige kwantitatieve basis een onderzoek naar het effect van toeristenbelasting op het aantal toeristen. Waarbij opgemerkt dient te worden dat de onderzoekers zelf spreken van een aanzienlijke onzekerheid doordat de conclusies grotendeels gestoeld zijn op aannames en de opinie van experts. Daarnaast is er voornamelijk sprake van kwalitatieve analyses.

Gemeente Amsterdam

2.

Datun 30 mei 2025 Pagina 5 van 8

Oplossing

Datagedreven onderbouwing De oprichting van een onafhankelijk kenniscentrum toerisme, dat met een wetenschappelijke grondslag onderzoek doet naar het toerisme-vraagstuk, is volgens ons een waardevolle stap voor het doorontwikkelen van het toerismebeleid. Het initiatief geldt als een toevoeging op de bestaande aanpak en ziet er hoofdzakelijk op dat er een sterke basis komt voor het maken van meer datagedreven beleidskeuzes. De taak van het kenniscentrum is het verzamelen van relevante data, dit te analyseren en om te zetten in relevante maatschappelijke kennis. Waardoor er meer inzicht komt in de omvang van het vraagstuk en de effectiviteit van de maatregelen. Het doel van deze datagedreven basis is dat het toerismebeleid een breder maatschappelijk draagvlak krijgt. Doordat beleidskeuzes objectiever worden onderbouwd, en de motivatie en verantwoording transparanter is. Daarbij helpt het bij meer inzicht krijgen in het effect van maatregelen, bijvoorbeeld ook gecorrigeerd tegen macro-economische trends. Met behulp van data-analyses kan het mogelijk zijn om trends en uitdagingen beter te voorspellen, waardoor het mogelijk wordt om meer proactief beleid te voeren.

Ook verbeteren de uitkomsten van het onderzoek de informatiepositie van de politiek - sowieso van belang voor de Amsterdamse gemeenteraad, maar het versterkt ook het startpunt voor lobbyactiviteiten naar de landelijke politiek en Europa. Daardoor is de motivering van beleidskeuzes beter uit te leggen aan stakeholders, met als beoogd resultaat dat er meer draagvlak is. De basis van kwantitatieve analyses trekt beleidskeuzes weg bij intuïtie, onderbuikgevoelens en politieke overtuigingen. Wat bijdraagt aan het nemen van effectieve maatregelen om de leefbaarheid voor Amsterdammers te vergroten. Daar blijft het niet bij, de bevindingen van het kenniscentrum kunnen ook erg waardevol zijn voor andere Europese steden. Veel van de uitdagingen waar Amsterdam mee kampt zijn vergelijkbaar met die van andere populaire steden in Europa. Om van elkaar te leren is er een alliantie opgezet van Europese steden, waar Amsterdam onderdeel van is. Het kenniscentrum kan dus een positieve bijdrage hebben op de universele problemen rondom stedelijk toerisme en kan op deze manier een katalysator zijn van kennisontwikkeling. Een kenniscentrum - anders dan een leerstoel bijvoorbeeld - is geschikt om een onderwerp vanuit verschillende beleidsthema’s te benaderen. Dat past goed bij het toerisme-onderwerp.

Doordat het een multidisciplinair onderwerp is, met macro-economische aspecten en lokale gevolgen, is een integrale benadering gewenst. Daarbij zorgt de objectieve insteek ervoor dat het gemakkelijker is om belangen van stakeholders te bundelen, zoals die van overheid, bedrijfsleven, wetenschap en maatschappelijke organisaties. Ook het participeren van verschillende stakeholders in het kenniscentrum brengt op structurele wijze partners binnen de stad bij elkaar, met als doel om de belangen op dit onderwerp te bundelen. En ook de stakeholders zijn hierbij gebaat. Voor de gemeente Amsterdam is het terugdringen

Gemeente Amsterdam

Datun 30 mei 2025 Pagina 6 van 8

van de negatieve impact op de leefbaarheid van Amsterdam het primaire belang. Daarnaast draagt toerisme bij aan de economische kracht van de stad, dat wil de stad niet verliezen. Voor maatschappelijke instellingen, zoals Bewoners Leefbare Binnenstad, is verbeteren en koesteren van de leefbaarheid belangrijk. De belangen van het bedrijfsleven en ondernemers in de toeristische sector verschillen op het eerste gezicht meer. Want zij verdienen hun boterham aan de populariteit van Amsterdam voor bezoekers. En dat staat op gespannen voet met de opdracht van de gemeente. Want maatregelen om het aantal toeristen terug te dringen, raakt ze direct in de portemonnee. Maar zij zijn ook gebaat bij een toeristisch model dat duurzaam is en maatschappelijk draagvlak heeft. Waarbij de insteek is dat het gaat om het terugdringen van de uitwassen, een goede boterham verdienen moet nog steeds mogelijk blijven. Ook voor universiteiten is er een belang om te participeren. Omdat zij vanuit hun taakstelling de plicht hebben om bij te dragen aan maatschappelijke behoeften. Zodat kennis en onderzoek omgezet worden in maatschappelijk waardevolle toepassingen. Ook wel valorisatie genoemd. Daarnaast zijn de negatieve complicaties van toerisme een internationaal fenomeen. Het ontwikkelen van een reputatie op basis van onderzoeksinzichten draagt bij aan de reputatie.

Een aantal hogere onderwijsinstellingen, zoals Inholland, BUAS en de Haagse Hotelschool, werken al samen met de gemeente Amsterdam op toerisme-onderwerp. Het bundelen van de inzet van deze partijen in het kenniscentrum geeft de kans om het toerismevraagstuk met meer samenhang te benaderen.

3.

Positionering/inrichting

Opdracht De opdracht van het kenniscentrum moet op voorhand duidelijk zijn vastgelegd. De basis hiervan is het doen van onafhankelijk onderzoek naar het toerisme-vraagstuk, om bij te dragen aan een duurzame bezoekerseconomie, waar brede welvaart centraal staat. En er moeten afspraken gemaakt worden over de kaders waarbinnen onderzoek gedaan wordt, om zo het maatschappelijke resultaat zeker te stellen. Daarbinnen is het van belang dat het onderzoekscentrum ook de vrijheid krijgt om invulling te geven aan deze opdracht, vanuit het principe ‘Ieder zijn vak’. De rol van het kenniscentrum is; het doen van onderzoek, de Amsterdamse raad stelt het beleid vast – om duidelijk te zijn. Het doel is dat partners participeren in het kenniscentrum, zoals het bedrijfsleven, kennisinstellingen (mbo, hbo en universiteiten), de gemeente en andere maatschappelijke partijen (zoals Amsterdam&Partners). Dat is van essentieel belang omdat deze partners over informatie en kennis beschikken die doorslaggevend kan zijn voor de resultaten van het onderzoekscentrum. Om de participatie van de verschillende partners goed te organiseren is het van belang dat er een duidelijke governance-structuur komt. In eerste instantie is de voorkeur-opzet van het kenniscentrum een stichting op afstand van de gemeente, met duidelijke statuten. En waarin de verschillende partners participeren. Het op afstand

Gemeente Amsterdam

Datun 30 mei 2025 Pagina 7 van 8

zetten maakt dat partners gelijkwaardiger kunnen participeren in dit publiek-private initiatief. Daarnaast is het van belang om bij de opzet ervan direct een gecontroleerd systeem op te zetten, op basis van de privacynormen, voor de gebruikte data van de partners. Voor de financiering van het Kenniscentrum is het uitgangspunt dat er een gezamenlijke financieringsmodel komt met de (lokale) overheid, het bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Want op deze manier wordt het kenniscentrum ook samen gedragen. Wat bijdraagt aan het vergroten van het draagvlak van het beleid. Doordat op deze manier stakeholders betrokken worden bij het opstellen van het beleid, dat door het kenniscentrum beter onderbouwd kan worden. Daarbij is het van belang dat de verkenner ook de subsidiemogelijkheden onderzoekt op landelijk en EU-niveau. De opbouw van de organisatie moet passen bij het doel van het kenniscentrum en bijdragen aan de slagvaardigheid ervan. Wat de ideale structuur van de organisatie moet blijken uit het onderzoek van de verkenner. Waarbij de verkenner lessen zou kunnen trekken uit de opbouw vanuit het Kenniscentrum Ongelijkheid. Waarin de participerende partijen verschillende vertegenwoordigers leveren.

Positionering Lokaal De bestaande toerismeorganisaties - vaak (semi-)overheid - zijn vanuit de oprichting gefocust op het aantrekken van meer toeristen. Dat is begrijpelijk, aangezien toerisme traditioneel veel economisch heeft bijgedragen. En meer toeristen werd gezien als het na te streven doel. Hierdoor wordt er geredeneerd vanuit de behoeften van de toerist, in plaats vanuit de leefbaarheid van de bewoners van steden. De positionering van het kenniscentrum - vanuit een gemeenschappelijk belang om de leefbaarheid te verbeteren - is hierdoor uniek. Het is de bedoeling dat het kenniscentrum en de bestaande organisaties elkaar gaan versterken, door samen te werken met elkaar. Een belangrijke partij is bijvoorbeeld Amsterdam&Partners, zij voeren de Amsterdamse stadsmarketing uit - denk aan IAmsterdam. De kracht van deze partij ligt in het bouwen van een merk en dit uitdragen naar buiten. Dat sluit goed aan op het onderzoekscentrum dat gefocust is op de inhoudelijke lading van het Amsterdamse toerismebeleid, waarop Amsterdam&Partners het merk kan bouwen. Oftewel, we bereiken hier meer door niet te concurreren maar samen te werken. Internationaal Het opzetten van een onderzoekscentrum sluit daarentegen goed aan op de Smart Tourism-strategie van de Europese Commissie. Dat is gericht op het bevorderen van duurzaam toerisme in Europa.

Daarbij is het doel ervan om een framework op te zetten waarin Europese partijen, zoals lokale en nationale overheid, basiskennis en inzichten met elkaar kunnen delen, om tot betere inzichten te komen over de macro-economische ontwikkelingen van toerisme. Waarbij het uitgangspunt is dat er een meer datagedreven benadering van toerismebeheer ontwikkeld moet worden.

Gemeente Amsterdam

Datun 30 mei 2025 Pagina 8 van 8

Ook internationaal begint de roep tegen overtoerisme sterker te worden. Dat resulteert erin dat bijvoorbeeld UN Tourism worstelt met zijn beleidsinsteek. Want voor veel - vaak armere - landen kan toerisme een belangrijke motor zijn voor banen en investeringen. Tegelijkertijd is er de negatieve impact van toerisme waar veel lokale gemeenschappen de dupe van zijn. Het delen en analyseren van data, om tot meer kennis te komen, in een onafhankelijk kenniscentrum past bij de twee vuren waar het toerisme-ecosysteem tegenwoordig staat. Conclusie Kortom, toerisme is een complex vraagstuk dat veel verschillende beleidsterreinen raakt en sterk beïnvloed wordt door macro-economische ontwikkelingen. Het oprichten van een kenniscentrum dat onafhankelijk onderzoek doet naar dit vraagstuk kan een waardevolle toevoeging zijn, op lokaal en internationaal niveau. Ten eerste is Amsterdam erbij gebaat dat er effectieve maatregelen genomen worden met een breed maatschappelijk draagvlak. Daarnaast heeft het kenniscentrum in de internationale context ook veel waarde. Want er is internationaal sprake van een paradigmaverschuiving ten aanzien van toerisme. En veel lokale problemen met toerisme hebben een universeel karakter.

Daarbij biedt het creëren van deze nieuwe structuur de kans om bestaande en nieuwe partners structureel aan tafel te krijgen, met als inzet om vanuit gemeenschappelijke doelen te werken. Het kenniscentrum is hiermee een essentiële toevoeging voor het vinden van een nieuwe balans tussen de bezoekerseconomie en leefbaarheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16418264/1