Initiatiefvoorstel Individuele bijscholing in het onderwijs S. Blom en T. de Fockert.pdf
Tekst van het document
Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van x Nummer Directie Van Datum Portefeuille Agendapunt
de leden Blom en De Fockert (GroenLinks) 17 januari 2022 Onderwijs -
Onderwerp Instemmen met het initiatiefvoorstel Individuele bijscholing in het onderwijs van de leden Blom en De Fockert.
De gemeenteraad van Amsterdam besluit 1 In te stemmen met genoemd initiatiefvoorstel 2 het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: ○ verzoek 1; Te onderzoeken welke obstakels docenten belemmeren om gebruik te maken van hun recht op bijscholing en/of te onderzoeken of docenten en leraren op scholen met veel achterstanden en in kwetsbare buurten minder gebruik maken van hun recht op bijscholing. ○ verzoek 2; In gesprek te gaan met scholen waar het wel en niet goed gaat, teneinde meer docenten en leraren aan te moedigen hun bijscholingsuren te gebruiken en hierbij samenwerkingen tussen de verschillende scholen te stimuleren. ○ verzoek 3; In samenwerking met betrokken onderwijspartners een overzicht op te stellen van bijscholingsmogelijkheden en/of bestaande initiatieven te versterken, teneinde de toegankelijkheid te bevorderen. ○ verzoek 4; bovengenoemde punten voor het ‘po’ uit te voeren door een koppeling te maken met de afspraken ‘Noodplan lerarentekort.’
Wettelijke grondslag artikel 147a, lid 1 van de Gemeentewet
Gemeente Amsterdam
Datum Pagina 2 van 3
Initiatiefvoorstel Volgens de Inspectie van het Onderwijs volgen te weinig leraren in het primair onderwijs (po) bijscholing, ten opzichte van andere landen (Trouw, 2021)1. Het percentage leerlingen waarvan de leerkracht bijscholing heeft gevolgd, ligt in Nederland op bijna alle onderwerpen lager. Slechts 8% van onze leerlingen krijgt bijvoorbeeld les van een leerkracht die in de afgelopen twee jaar bijscholing heeft gevolgd op het gebied van natuuronderwijs. Het internationaal gemiddelde percentage op dit gebied is 35% (Meelissen, Hamhuis, en Welzijn, 2020).2 Dat de Nederlandse leraren zich zo weinig bijscholen, ligt niet aan de wet. Het is wettelijk vastgesteld dat leraren in het po recht hebben op 500 euro (per jaar fte) en in het voortgezet onderwijs (vo) op 600 euro (per fte) voor scholing3. In het po hebben docenten elke week recht op 2 uren voor individuele professionele ontwikkeling en docenten in het voortgezet onderwijs hebben recht op tenminste 83 professionaliseringsuren per jaar.4 In de praktijk wordt van deze rechten helaas te weinig gebruik van gemaakt. Dit initiatiefvoorstel wil onderzoeken waarom leraren deze rechten niet benutten en beoogt het bijscholingsrecht voor docenten beter te waarborgen. GroenLinks erkent dat het lastig is voor schoolbestuurders om tijd vrij te maken voor individuele bijscholing, mede door het lerarentekort en corona.
In dit voorstel roepen we daarom op tot onderzoek naar best practices voor bijscholing met in ogenschouw genomen de enorme druk die er al op scholen ligt. Dit voorstel is mede geschreven door Misja Steinmetz, Irena Rosenthal & Roos Lingbeek (Werkgroep onderwijs Groenlinks Amsterdam).
Het belang van bijscholing De relevantie van de professionele ontwikkeling van leraren is de afgelopen decennia algemeen erkend in de onderzoeksliteratuur (Jansen in de Wal et al.,2014)5. Het bijscholen van docenten is in veel landen vereist, vanwege de voortdurende veranderingen in het onderwijs. Er wordt tevens verondersteld dat bijscholing de kwaliteit van het onderwijs verbetert. Van leraren wordt immers verwacht dat ze omgaan met veranderende leerlingenpopulaties, groeiende kennisvelden, nieuwe verantwoordelijkheden en hogere sociale verwachtingen van scholen. In Amsterdam moeten docenten om kunnen gaan met grootstedelijke uitdagingen, zoals armoede, ongelijkheid, en racisme. Het ontwikkelen van competenties op het gebied van diversiteit, meertaligheid en 1 De problemen in het onderwijs zijn groter en groter geworden, maar de geldbuidel staat klaar | Trouw 2
Leerlingprestaties_in_de_exacte_vakken_in_groep_6_van_het_basisonderwijs._Resultaten_TIMSS_20 19.pdf (utwente.nl) 3 Professionaliseringsbudget | PO-Raad (poraad.nl) Professionalisering van leraren: over het scholingsbudget en Register Leraar - Tumult 4 https://www.aob.nl/professionalisering/scholing-en-cao/ 5 https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S1041608014001599?via%3Dihub
Gemeente Amsterdam
Datum Pagina 3 van 3
digitalisering is voor onze stad cruciaal. Ook heeft onderzoek consequent aangetoond dat bijscholing kan leiden tot een aanzienlijke verbetering van de competenties, zelfeffectiviteit en werkgerelateerde motivatie van leraren. Ook in de gesprekken die GroenLinks gevoerd heeft met docenten en schoolbestuurders wordt benadrukt hoe belangrijk het is voor leraren om in zichzelf te kunnen en mogen investeren. Door blijvend te investeren in de professionaliteit van leraren maak je het beroep aantrekkelijker en krijgt de docent ook meer aanzien in de maatschappij. Gezamenlijke cursussen, bijvoorbeeld tijdens studiedagen, kunnen de ontwikkeling van docenten zeker stimuleren. Maar individuele bijscholing biedt nog meer voordelen. Zo maken individuele bijscholingsmogelijkheden het beroep aantrekkelijker voor jonge docenten: er is meer focus op de eigen ontwikkeling en leraren hebben het gevoel dat zij als professional behandeld worden. Bovendien voorzien individuele cursussen in de behoefte aan bijscholing van leraren die, vanwege het lerarentekort, versnelde opleidingstrajecten hebben gevolgd. Uit gesprekken met ervaringsdeskundigen kwam naar voren dat deze docenten na het behalen van hun opleiding veel behoefte hebben aan verdere bijscholing en dat ze het gevoel hebben nog lang niet uitgeleerd te zijn na het behalen van hun diploma.
Daarnaast zou individuele bijscholing uitval onder docenten die al lang lesgeven kunnen verminderen. Individuele cursussen zorgen voor nieuwe prikkels en ideeën. Uit het rapport De staat van het Onderwijs (2021)6 blijkt dat Nederlandse leerkrachten de grootste behoefte hebben aan bijscholing op het gebied van de integratie van technieken in het rekenonderwijs, het verbeteren van kritisch denken en de oplossingsvaardigheden van leerlingen en het inspelen op de behoeften van individuele leerlingen. En tijdens de recente lockdowns bleek dat docenten op scholen die hadden geïnvesteerd in digitale vaardigheden zich comfortabeler voelen bij het geven van online onderwijs7. De onderwijsraad doet de volgende aanbeveling:8 “Het onderwijs is gebaat bij voldoende, maar ook kwalitatief goede leraren. Het loont te investeren in hun professionaliteit. Leraren zijn immers de belangrijkste factor in het realiseren van onderwijskwaliteit. De raad beveelt aan (vak)inhoudelijke, (vak)didactische en pedagogische kennis en vaardigheden steviger te verankeren in het curriculum van de initiële lerarenopleiding en in nascholingstrajecten van alle leraren. En leraren moeten voldoende tijd krijgen voor professionalisering, en het aanbod van post-initiële scholing hoort van hoge kwaliteit te zijn.”
6 Rapport De Staat van het Onderwijs 2021 | Rapport | Inspectie van het onderwijs
(onderwijsinspectie.nl) 7 https://www.destentor.nl/kampen/digitaal-onderwijs-in-hoogste-versnelling-door-corona-daar-hadden-we-anders-jaren-voor-nodig-
gehad~a1eb9174/ 8https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2021/08/26/briefa
dvies-npo/briefadvies-npo.pdf
Gemeente Amsterdam
Datum Pagina 4 van 3
Waarom leraren geen gebruik maken van bijscholing Groenlinks heeft verschillende gesprekken gevoerd met in Amsterdam werkzame docenten en onderwijsexperts, zoals onderwijsonderzoeker Dr. Joost Jansen in de Wal, schoolbestuurder Arnold Jonk, docent en lerarenopleider Erik Ex en docent Koos Marinus. Uit de gesprekken kwam naar voren dat veel docenten wel gebruik willen maken van bijscholing, maar hier simpelweg niet aan toe komen. Hier zijn drie redenen voor. Ten eerste geven docenten aan dat ze geen tijd hebben. Mede door het lerarentekort is er geen tijd voor individuele professionalisering en voelen docenten zich bezwaard om hiervoor tijd te vragen. Uit onderzoek van Meelissen et, al. (2020) blijkt dat een groot deel van de leerkrachten (73%) het enigszins tot zeer eens is met de stelling ‘Ik heb te weinig tijd voor bijscholing’. Door het gebrek aan tijd verdwijnt ook de motivatie om met individuele bijscholing aan de gang te gaan. Tijdgebrek werkt ook het gevoel in de hand dat de leerlingen de docent niet kunnen missen. Sommige gesprekspartners geven aan dat bijscholing op onhandige tijden aangeboden wordt en dat er te weinig flexibiliteit is om de cursussen op een goed moment in te plannen. Zo merkte een docent op: ‘leuk die cursus op dondermiddag, maar wie kijkt dan de rekenwerkjes na?’ Kortom, het aanbod sluit niet aan op het schoolritme.
Ten tweede geven docenten aan dat ze geen steun en begeleiding van het schoolbestuur krijgen voor bijscholing. Er moet ook een verandering plaatsvinden op bestuursniveau. In veel publieke en private organisaties is bijscholing een vast onderdeel van het jaargesprek met werknemers. Zulke gesprekken worden met docenten nauwelijks gevoerd. Scholen stimuleren leraren niet om gebruik te maken van de professionaliseringsuren waar zij recht op hebben. Dit komt onder andere door begrotingstekorten en de lange duur van sommige cursussen. Wanneer docenten zich desondanks bij willen laten scholen moeten ze alles zelf regelen, zo is de ervaring van degenen die wij hebben gesproken. Dit wordt ook ondersteund door het onderzoek ‘De staat van de leraar’.9 Tot slot geven experts aan dat docenten vaak niet op de hoogte zijn van hun recht op individuele bijscholing. Wanneer ze dit recht wel kennen, ervaren ze alsnog een drempel om van dit recht gebruik te maken. Dit komt doordat de informatie over cursussen onduidelijk en versplinterd is. Hoewel het bij docenten dus zeker niet ontbreekt aan de wil zich te laten bijscholen, geven zij aan dat het op dit moment vaak ingewikkeld is om hier ruimte voor te maken. In dit voorstel willen wij onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om die ruimte wel te creëren voor docenten zodat bijscholing, conform de CAO, onder normale werktijden kan plaatsvinden.
Daarnaast moet bijscholing aansluiten op nuttige en relevante thema’s voor docenten, bijvoorbeeld grootstedelijke onderwerpen zoals brede brugklassen, diversiteit in de klas en digitale vaardigheden. Bijscholing moet geen verplicht certificaat voor de docent worden, maar een nuttige verdieping van onderwerpen uit de dagelijkse praktijk. Wij willen leraren controle geven over het werk dat zij doen. Hiervoor hebben zij professionele ruimte nodig om het onderwijs in te richten. Het onderwijs wordt daardoor beter en het beroep docent aantrekkelijker.10
9 6+De+Staat+van+de+Leraar+2017.pdf 10 Bescherming van het beroep leraar via de Wet beroep leraar | Werken in het onderwijs |
Rijksoverheid.nl
Gemeente Amsterdam
Datum Pagina 5 van 3
Kwetsbare wijken Docenten die werken op scholen in kwetsbare wijken ondervinden mogelijk nog meer obstakels, wanneer zij zich willen laten bijscholen. Op deze scholen is het lerarentekort het meest schrijnend en voelen leraren een grotere druk om voor de klas te staan. Aan investeren in hun professionele ontwikkeling komen zij amper toe. Dit is onwenselijk, omdat het de onderwijskwaliteit op kwetsbare scholen, en daarmee de kansengelijkheid van onze Amsterdamse kinderen, vermindert. Juist kinderen op kwetsbare scholen hebben goede professionele leraren nodig die de ruimte krijgen zichzelf zoveel en zo goed mogelijk te ontwikkelen. Het kan niet zo zijn, dat leraren op deze scholen nog minder dan elders ruimte ervaren om belangrijke competenties te ontwikkelen. Als docenten op kwetsbare scholen inderdaad minder ruimte krijgen om zich te ontwikkelen leidt dit tot een vicieuze cirkel: het maakt werken op deze scholen voor docenten minder aantrekkelijk omdat er minder aandacht is voor professionele ruimte en ontwikkeling. Een mogelijke interventie is het stimuleren van samenwerking tussen scholen, zodat ook deze docenten zich kunnen laten bijscholen.
Amsterdamse Lerarenbeurs In Amsterdam hadden leraren in de periode 2015-2018 naast het wettelijke recht op bijscholing, ook nog eens recht op aanvullende bijscholing. Een leraar kon een bedrag van maximaal 2000 euro aanvragen11. De beurs kon gebruikt worden voor cursussen op het gebied van vakinhoudelijke, didactische- en/of pedagogische kennis. Dit had de gemeente gedaan om het beroep aantrekkelijker te maken door te ondersteunen bij de professionalisering van het beroep. Er werd veelvuldig gebruikt gemaakt van de beurs blijkt uit evaluerend onderzoek (Emmelot, Schenke & Bollen, 2019)12. Ruim 38 procent van de Amsterdamse leraren kreeg een beurs toegekend. Dit komt neer op een aantal van 3598 toegekende beurzen in de periode 2015-2018. In circa 45 procent van de gevallen hebben leraren een beurs ontvangen binnen een groepsaanvraag. Op dit moment is er in Amsterdam geen aanvullende lerarenbeurs meer. Wel is er landelijk een beurs waar leraren een aanvraag kunnen indienen voor bijscholing. Aangezien de werkdruk aanzienlijk verhoogd is door Corona en het tekort aan leerkrachten is toegenomen, is het relevant om te kijken hoeveel gebruik er van de beurs wordt gemaakt in Amsterdam en wat voor type scholen dit doen. Mogelijk is er verschil tussen scholen met een relatief groot en klein tekort of scholen in relatief kwetsbare en rijke wijken.
Amsterdam heeft wel een lerarenbeurs voor teams: de zogeheten scholenbeurs. Deze beurs voorziet echter niet in de behoefte aan en eerdergenoemde voordelen van individuele bijscholing.
11 https://septemberonderwijs.nl/amsterdamse-lerarenbeurs/ 12 https://kohnstamminstituut.nl/rapport/evaluatie-amsterdamse-
leraren/https://septemberonderwijs.nl/amsterdamse-lerarenbeurs/
Gemeente Amsterdam
Datum Pagina 6 van 3
Noodplan lerarentekort Amsterdam Gezien het extreme tekort aan leraren in Amsterdam is er in het po een noodplan lerarentekort opgesteld door verschillende partijen in het onderwijsveld, waaronder schoolbesturen en de gemeente. Een van de projecten in het plan - Leraar in Amsterdam, een kleurrijk beroep - heeft als doel docenten hun gehele carrière loopbaanperspectief te blijven bieden.13 Het project stelt dat de ontwikkelmogelijkheden tijdens de loopbaan daar een belangrijke rol in spelen. Bijscholing is een van de manieren waarop individuen zich kunnen blijven ontwikkelen. Dit voorstel sluit daarom perfect aan bij het project en zou hierin geïmplementeerd moeten worden. Daarnaast is er vanuit het noodplan een platform opgericht waar scholen mensen kunnen inhuren en zijn er gezamenlijke afspraken gemaakt tussen scholen met betrekking tot bepaalde vakken. Deze afspraken kunnen positief bijdragen aan bijscholing. Hierdoor ontstaat er namelijk ruimte voor een docent om tijdens werktijden zich te laten bijscholen. Zoals eerder benoemd is, willen docenten zich wel laten bijscholen en verder ontwikkelen, maar is het voor velen van hen onduidelijk waar en hoe zij dit kunnen doen.
Gezien het bovenstaande, verzoeken wij het college van Burgemeester en wethouders om: ○ verzoek 1; Te onderzoeken welke obstakels docenten belemmeren om gebruik te maken van hun recht op bijscholing en te onderzoeken of docenten en leraren op scholen met veel achterstanden en in kwetsbare buurten minder gebruik maken van hun recht op bijscholing. ○ verzoek 2; In gesprek te gaan met scholen waar het wel en niet goed gaat, teneinde meer docenten en leraren aan te moedigen hun bijscholingsuren te gebruiken en hierbij samenwerkingen tussen de verschillende scholen te stimuleren. ○ verzoek 3; In samenwerking met betrokken onderwijspartners een overzicht op te stellen van bijscholingsmogelijkheden en/of bestaande initiatieven te versterken, teneinde de toegankelijkheid te bevorderen. ○ verzoek 4; bovengenoemde punten voor het ‘po’ uit te voeren door een koppeling te maken met de afspraken ‘Noodplan lerarentekort.’
13 https://bboamsterdam.nl/3152-2/