Houthavens2(21769095.2) (2).pdf
Tekst van het document
MEMO
AAN
Stichting Ondersteuning Amsterdamse gemeenteraadsfractie FVD De heer mr.drs. A.H.J.W. van Schijndel
VAN
advocaat TELEFOON
+31 88 2535556
FAX
+31 88 2535447
E-MAIL DATUM ONS KENMERK
Prof. mr. G.A. van der Veen
9 maart 2022 1006743
gvanderveen@akd.nl
KOPIE AAN
ONDERWERP
Stichting Ondersteuning / Haven-Stad 2
1. Inleiding U verzocht mij om aandacht te besteden aan een aantal stukken met betrekking tot Coen- en Vlothaven en Minervahaven als onderdeel van het project Haven-Stad in Amsterdam en claims om gebieden daarbinnen in ieder geval vooralsnog niet (mede) aan te wijzen voor (plannen ten behoeve van de ontwikkeling van) woningbouw. Aanleiding voor uw vraag is een aantal stukken ten faveure van bestaande bedrijven in de gebieden. Te bespreken stukken Ik adviseerde op 11 januari 2019 omtrent het op 22 januari 2009 tussen de gemeente Amsterdam (hierna: “de Gemeente”), de provincie Noord-Holland, alsmede de bedrijven Cargill B.V., ICL Fertilizers Europe C.V. en Eggerding B.V. gesloten Convenant. Nadien heeft zich een vierde bedrijf bij het Convenant aangesloten.
Ik besteed thans ook aandacht aan stukken van het college van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad met een toelichting op het Collegeakkoord 2014-2018, waarin opmerkingen zijn gemaakt over zittende bedrijven in deelgebieden van Haven-Stad en binnen het exploitatiegebied van het Havenbedrijf Amsterdam (BD2014-12461 voor de collegevergadering van 2 december 2014), beantwoording door het college van vragen van u in uw hoedanigheid van raadslid aan het college naar aanleiding van mijn bovengenoemde advisering van 1 oktober 2019 (Gemeenteblad 2019, afdeling 1, nummer 1555) en een raadsinformatiebrief van het college van 14 december 2021 omtrent de voortgang van Haven-Stad. Ik geef ten slotte een korte slotbeschouwing. Niet te bespreken stukken Naast de bovengenoemde stukken bezag ik onder meer het Coalitieakkoord 2014-2018 (“Amsterdam is van iedereen”), gesloten door de fracties van D66, VVD en SP, met op pag. 21 een opmerking over zekerheid voor bedrijven binnen de haven dat zij tot 2040 kunnen zitten op de plek waar zij nu zitten. Ik #21769095v2 AKD N.V. is statutair gevestigd te Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24366820). Rekening Derdengelden: NL28INGB0678001677. Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V.
Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de Algemene Voorwaarden van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 61/2014 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op www.akd.nl
DATUM ONS KENMERK PAGINA
9 maart 2022 1006743 2 van 7
laat dat akkoord buiten beschouwing omdat (enkele) raadsfracties geen bevoegd bestuursorgaan vormen. Een akkoord als het onderhavige is daarom een onvoldoende basis voor een juridisch succesvol beroep het vertrouwensbeginsel door één of meer bedrijven in het gebied. Voor zover het gaat om privaatrechtelijke rechtshandelingen, zoals het sluiten, wijzigen of opzeggen van (duur)contracten van de gemeente, is bovendien het college bevoegd en niet de raad (laat staan dat raadsfracties over een bevoegdheid zouden beschikken). Volgens artikel 160 lid 1, aanhef en onder e, Gemeentewet besluit immers het college onder meer tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente. Ik bespreek het recente grote Integraal Raamwerk Haven-Stad van 8 november 2021 niet afzonderlijk, omdat dat inmiddels heeft geleid tot een raadsinformatiebrief van het college van 14 december 2021, waarin het college het integraal raamwerk onderschrijft en de gevolgen voor een aantal bedrijven preciseert. Die brief is van groter belang omdat zij van het college afkomstig is, het integraal raamwerk onderschrijft en nog iets recenter is. Ik kom allereerst terug op het Convenant. 2.
Het Convenant Het doel van het Convenant was om de ontwikkeling van de haven en de daar gevestigde bedrijven én de ontwikkeling van woningbouw in de Houthaven en de NDSM-werf in een goede balans ten opzichte van elkaar verder te brengen. In het Convenant benadrukken de overheden dan ook dat zij de aanwezigheid en toekomstige ontwikkeling van de bedrijven op hun locatie waarderen, terwijl omgekeerd de bedrijven de wensen van de overheden met betrekking tot de woningbouw begrijpen (zie artikel 2, leden 1 en 2). Kern van het Convenant is dus de wetenschap van de partijen, dàt het gebied op enig moment (mede) voor de ontwikkeling van woningbouw in aanmerking dient te komen. Het Convenant kent echter een aantal afspraken die erop neerkomen dat overheden pas op de plaats maken met het ontwikkelen van woningbouwplannen, maar dat die pas op de plaats niet wil zeggen dat gedurende de convenantsperiode überhaupt geen ontwikkelingen mogelijk zijn. Mogelijk zijn ontwikkelingen waarvan in redelijkheid niet gezegd kan worden dat ze de bedrijven zouden belemmeren. Het Convenant kent een verbod dat gedurende 15 jaar geen afwijkende ruimtelijke plannen in procedure mogen worden gebracht. Die termijn loopt af op 22 januari 2024. Bovendien mag pas na 20 jaar tot feitelijke uitvoering daarvan worden overgegaan, derhalve 22 januari 2029.
Indien na 20 jaar de eventuele nieuwe ruimtelijke plannen een verdergaande belemmering voor de ontwikkeling van de bedrijven met zich zouden brengen, zal de Centrale Stad zich er tot het uiterste voor inspannen dat er dan voor de bedrijven alternatieve huisvestingslocaties beschikbaar zullen zijn, en daartoe tijdig de nodige procedures in werking te stellen.
Voorsorteren?
#21769095v2
DATUM ONS KENMERK PAGINA
9 maart 2022 1006743 3 van 7
Ten aanzien van het verbod om plannen in procedure te brengen, loopt het Convenant begin 2024 af. Ik zie in het Convenant echter geen enkel verbod om voor te sorteren op planvorming. Er mogen alleen geen afwijkende ruimtelijke plannen in procedure worden gebracht. Vier partijen, vier afzonderlijke aanspraken? De gemeente heeft het Convenant aanvankelijk met drie partijen en later met een vierde partij gesloten. Het Convenant geeft elk van de vier partijen aanspraken om gevrijwaard te worden van belemmeringen van de eigen bedrijvigheid. Het lijkt mij geenszins vanzelfsprekend, wanneer partijen zich mede zouden kunnen beroepen op aanspraken van anderen. Met andere woorden: het lijkt mij goed verdedigbaar dat een eventuele afstand van aanspraken door één of meer partijen, bijvoorbeeld door een verhuizing, niet zonder meer leidt tot aanspraken van anderen op behoud van de bestaande situatie. Met andere woorden, in mijn optiek hebben de vier partijen afzonderlijke aanspraken jegens de gemeente. Wanneer een partij afstand doet van eigen aanspraken zonder dat daarmee aanspraken van de anderen worden geraakt, dan lijkt mij dat geen schending van het Convenant en in ieder geval niet van de bedoeling van het Convenant. Ik heb het zo begrepen dat de vier bedrijven verschillende milieuhinder veroorzaken.
Ik heb het meer precies zo begrepen, zonder dat ik daarnaar zelf onderzoek heb gedaan, dat partij ICL (voorheen Amfert) geur- en geluidsproblematiek heeft, maar dat het tamelijk ver af ligt van de Alfadriehoek, waarvoor een wens tot versnelling van ontwikkeling/woningbouw bestaat. Bij partij Bunge (dichtbij Alfadriehoek) gaat het om geurhinder. Indien het bedrijf met nieuwe technieken zoals bio-wassen milieuwinst kan bereiken, zou reeds in de aanloop naar het einde van het Convenant met het bedrijf overlegd kunnen worden, in hoeverre het nog daadwerkelijk bescherming van het Convenant behoeft. Bij partij Cargill/IMGA is van belang dat dit bedrijf door havenbedrijf OBA Bulk Terminal is opgekocht, en wel met de bedoeling tot verplaatsing. Zulks zou dus ook met zich kunnen brengen dat deze partij geen aanspraken uit het Convenant meer wil laten gelden. Bij partij Eggerding, die zich bezighoudt met het malen van industriële mineralen, is geluidshinder. Het bedrijf ligt bovendien tamelijk ver van de Alfadriehoek. Ik constateer dat bij de verschillende partijen verschillende milieukwesties spelen, die wellicht verschillende belemmeringen voor woningbouw met zich brengen. Het kan daarom de moeite lonen om de milieukwesties te individualiseren en te analyseren.
Zo kan wellicht – met inachtneming van het nog even geldende Convenant – toch tot aanmerkelijke versnelling van woningbouw gekomen worden. Ik kom thans te spreken over de andere stukken die ik in de inleiding noemde. 3 Toelichting College BD2014-12461 voor de collegevergadering van 2 december 2014 De toelichting van het College van burgemeester en wethouders BD2014-12461 voor de collegevergadering van 2 december 2014 heeft betrekking op het Collegeakkoord 2014-2018 tegen de achtergrond van – onder meer – de Transformatiestrategie Haven-Stad. De toelichting plaatst die transformatiestrategie voorop, maar poogt die te verenigen met de uitspraak in
#21769095v2
DATUM ONS KENMERK PAGINA
9 maart 2022 1006743 4 van 7
het coalitieakkoord: “bedrijven binnen de haven krijgen de zekerheid dat ze tot 2040 - het eind van de huidige structuurvisie - kunnen blijven op de plek waar ze nu zitten". Het College geeft aan dat de uitspraak betrekking heeft op de zittende bedrijven in deelgebieden van Haven-Stad en binnen het exploitatiegebied van het Havenbedrijf Amsterdam. Het College preciseert dat op grond van deze uitspraak het Havenbedrijf Amsterdam NV geen toestemming van de gemeente meer nodig heeft voor het verlengen van huur- of erfpachtcontracten tot 2040 van zittende bedrijven. Het College maakt duidelijk dat er geen concrete uitspraken zijn gedaan over termijngaranties voor bedrijven en dat de Transformatiestrategie Haven-Stad ook niet hoeft te worden aangepast. Het College maakt duidelijk dat met het Havenbedrijf Amsterdam is overeengekomen dat bij het verlengen van huur- of erfpachtcontracten van zittende bedrijven het belang van de gemeente aangaande de voorgenomen transformatie niet onnodig wordt bemoeilijkt (financieel of anderszins). Het Havenbedrijf moet er onder meer voor zorgdragen dat de milieuhinder niet toeneemt of liever zelfs afneemt. Bevindingen De toelichting van het College aan de Raad heeft betrekking op privaatrechtelijke verhoudingen, en wel huur- of erfpachtcontracten.
De toelichting maakt duidelijk dat het Havenbedrijf onder omstandigheden geen gemeentelijke toestemming meer nodig heeft. De toelichting zegt (uiteraard) niet, dat het Havenbedrijf moet verlengen. De toelichting heeft geen betrekking op publiekrechtelijke bevoegdheden van College en te minder van de Raad. De toelichting kan dan ook niet afdoen aan publiekrechtelijke bevoegdheden van de Raad omtrent bijvoorbeeld het wijzigen van bestemmingen via het bestemmingsplan. Wenst de Raad een bestemmingsplan te wijzigen, dan zal de Raad zich wel rekenschap dienen te geven van uitlatingen van het College als de onderhavige en zal zij die in de overwegingen dienen te betrekken. Gebonden is de Raad echter niet. Mocht de Raad dan ook besluiten om woningbouw op enigerlei wijze te versnellen, dan “verbiedt” de toelichting van het College dat de Raad geenszins. 4. Antwoord op schriftelijke vragen van 1 oktober 2019 (Gemeenteblad 2019, afdeling 1, nummer 1555) Het College beantwoordde een aantal schriftelijke vragen naar aanleiding van mijn advies van 11 januari 2019. Blijkens het antwoord zag het college in de grote woningbouwopgave geen aanleiding de “toezegging” aan de vier bedrijven in de Coen- en Vlothaven te herzien. Het antwoord benoemde ook het coalitieakkoord 2014-2018.
Bedrijven binnen de haven krijgen de zekerheid dat ze tot 2040 - het einde van de huidige structuurvisie – kunnen blijven op de plek waar ze nu zitten. Deze uitspraak kan volgens de beantwoording worden aangemerkt als een concrete toezegging van het vorige college, waaraan de betrokken zittende bedrijven (zoals ICL, Bunge, Cargill en Eggerding) een gerechtvaardigd vertrouwen mochten ontlenen en op grond waarvan zij mogelijk investeringsbeslissingen voor de langere termijn hebben genomen. Dit betekent dat het huidige college deze toezegging niet zomaar kan intrekken, aldus de beantwoording. De omstandigheid dat een coalitieakkoord “in juridisch opzicht jegens derden op zichzelf geen betekenis” heeft (punt 46 van het advies), doet volgens het College niet af aan dit gerechtvaardigd vertrouwen. Met deze uitspraak wijkt het college niet af van het convenant Houthaven/NDSM-werf uit 2009. Dit convenant regelt niets over (het moment van) een eventuele verplaatsing van bedrijven.
#21769095v2
DATUM ONS KENMERK PAGINA
9 maart 2022 1006743 5 van 7
Bevindingen Het College onderschrijft dat het coalitieakkoord 2014-2018 in juridisch opzicht jegens derden geen betekenis heeft. Het ziet er alleen een toezegging in. Het College legt vervolgens een relatie met het Convenant en lijkt aldus de indruk te wekken dat het Convenant een bredere reikwijdte heeft dan de vier bedrijven. Dat is niet zo. Bovendien is geen sprake van een toezegging, in die zin dat geen toezegging aan concrete individuele bedrijven is gedaan. De gestelde toezegging heeft verder betrekking op de relatie tussen gemeente en Havenbedrijf, inhoudende dat het Havenbedrijf geen gemeentelijke toestemming behoeft voor een aantal contractuele keuzes die het Havenbedrijf kan maken. Tenslotte heeft de gestelde toezegging – anders dan het Convenant – niet (mede) betrekking op planologische procedures. De gestelde toezegging betreft privaatrechtelijk handelen van de gemeente en niet het publiekrechtelijke handelen, zoals in het bijzonder het voeren van planologische procedures. De gestelde toezegging kan daarop ook niet zien, omdat de gestelde toezegging niet is gedaan door het terzake bevoegde orgaan, zijnde de gemeenteraad. Ik constateer dan ook dat de beantwoording de Raad geenszins in de weg hoeft te staan bij het opstellen van plannen voor de versnelling van woningbouw. In mijn optiek is de Raad gebonden aan het Convenant, zolang dat loopt, maar meer ook niet.
5. Raadsinformatiebrief van 14 december 2021 omtrent de voortgang van Haven-Stad Met een raadsinformatiebrief van 14 december 2021 informeert de wethouder namens het College de gemeenteraad omtrent de voortgang van Haven-Stad. Het College doet dat onder meer omdat bedrijven hadden gereageerd op het Integraal Raamwerk voor de transformatie van Haven-Stad van 8 november 2021, opgesteld in opdracht van een groot aantal gemeentelijke directies. Ik citeer vrij uitgebreid uit deze brief omdat zij naar mijn idee duidelijk maakt dat het – langzaamaan aflopende Convenant – voor het college nog steeds belangrijk is, althans zolang het nog duurt. Tegelijkertijd maakt de brief naar mijn indruk duidelijk dat bedrijven ook niet veel meer van het college mogen verwachten, dan handhaving van het Convenant jegens de vier partijen bij dat Convenant. Er zit wat het college betreft, niet meer dan dat in het vat. Ik citeer: “De bedrijven in de Coen- en Vlothaven die deel uitmaken van het convenant Houthaven-NDSMwerf, hebben hun zorgen geuit over de continuïteit van hun bedrijfsvoering. Zij zien niet hoe de aanwezigheid van bestaande bedrijven en hun rechten in de Coen- en Vlothaven (erfpachtrechten tot 2075 of 2085) zich verhouden met dé plannen voor de transformatie van Haven-Stad vanaf 2040.
In een overleg met deze bedrijven is aangegeven dat bij de transformatie van de Coen- en Vlothaven rekening gehouden zal worden met de looptijd van de geldende erfpachtcontracten. Op dit moment worden er nog geen
#21769095v2
DATUM ONS KENMERK PAGINA
9 maart 2022 1006743 6 van 7
afspraken gemaakt over een eventuele uitplaatsing van deze bedrijven. Zoals bij vaststelling van de transformatiestrategie (2013) is vastgelegd, wordt pas in 2025 een afweging gemaakt over tempo en condities van transformatie van onder meer de Coen- en Vlothaven. Het ligt in de rede dat dan zal worden besloten om de terreinen van Havenbedrijf Amsterdam binnen de ring te betrekken bij de geleidelijke transformatie naar gemengd stedelijk gebied. Dit betekent dat de onzekerheid voor deze bedrijven met de vaststelling van het Integraal Raamwerk niet zal veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Indien bedrijven aangeven te willen verhuizen naar een andere, meer toekomstbestendige locatie, zullen wij hen hierbij samen met het Havenbedrijf zoveel mogelijk ondersteunen en faciliteren zoals in de afgelopen periode ook het bedrijf ICL ondersteund is bij hun voorgenomen verhuizing. Als buiten de Coen- en Vlothaven woningbouwplannen worden ontwikkeld die van invloed zijn op de milieucontouren van de bedrijven in Coen- en Vlothaven zal in overleg met de betrokken bedrijven worden gekeken of bronmaatregelen noodzakelijk en mogelijk zijn. Daarbij is het vertrekpunt dat in een bedrijf de Best Beschikbare Technieken (BBT) worden toegepast.
Samen met de bedrijven zal in dat geval worden gekeken welke financiële bijdrage de gemeente kan leveren aan het treffen van deze maatregelen.” Bevindingen De brief is consequent in de handhaving van de transformatiestrategie en de inkadering van het Convenant. Het Convenant is er en het wordt gerespecteerd, maar dat is het dan ook. De brief sorteert voor op planvorming en geeft geen toezeggingen op behoud van planologische posities van bedrijven na afloop van de termijnen die in het Convenant zijn geregeld. Het bovenstaande wordt niet anders door de opmerking dat rekening wordt gehouden met bestaande erfpachtcontracten. De brief kan op dat punt ook niet anders. De brief wekt echter ook niet de indruk dat erfpachtcontracten ook na 2040 zonder meer gerespecteerd worden. Indachtig het Convenant bericht het College dat – als het aan het College ligt – in 2025 een afweging wordt gemaakt over het tempo en de condities van transformatie van onder meer de Coen- en Vlothaven.
6. Korte slotbeschouwing Ten vervolge op mijn eerdere advisering inzake het Convenant Houthavens onderzocht ik een aantal andere gemeentelijke beleidsstukken en uitlatingen van het College. In geen van de andere gemeentelijke beleidsstukken en uitlatingen van het College trof ik rechtens relevante aanwijzingen dat aan het Convenant een bredere (zich tot meer bedrijven dan alleen de vier convenantspartijen richtende) of langdurigere betekenis wordt toegekend, dan uit het Convenant voortvloeit. Het Convenant heeft betrekking op het tijdelijk niet in ontwikkeling brengen en uitvoeren van planologische procedures. Het Convenant raakt aldus mede bevoegdheden van de gemeenteraad. De andere gemeentelijke beleidsstukken en uitlatingen zijn afkomstig van het college. Deze zien niet zozeer op planologische procedures, maar hebben veeleer betrekking op privaatrechtelijke verhoudingen, zijnde
#21769095v2
DATUM ONS KENMERK PAGINA
9 maart 2022 1006743 7 van 7
de verhouding met bedrijven als pachter of huurder van gronden in de haven. De uitlatingen van het college geven de (vier) bedrijven geen verdergaande aanspraken en geven ook geen aanspraken aan andere bedrijven om langer dan de convenantsperiode gevrijwaard te blijven van planologische ontwikkelingen ten behoeve van woningbouw. De raadsinformatiebrief van het college van 14 december 2021 voegt daaraan nog toe dat bedrijven ook echt niet meer van het college hebben te verwachten, waar het gaat om wensen om ter plekke bedrijvigheid te blijven uitoefenen. Immers, volgens het College zal de onzekerheid voor deze bedrijven met de vaststelling van het Integraal Raamwerk niet veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Het college sorteert aldus duidelijk voor op verplaatsing van de bedrijven. In zoverre zie ik een duidelijke kentering bij het college ten opzichte van de – in het bovenstaande niet apart benoemde – uitspraak van de burgemeester van 29 november 2019 dat de havenbedrijven die gevestigd zijn in de toekomstige woonwijk Haven-Stad daar tot 2040 mogen blijven. Die zekerheid wordt intussen niet meer zo door het college uitgesproken. Die zekerheid kan bovendien ook geen betrekking hebben op de planologische procedures die tot de bevoegdheid van de raad behoren.
AKD
#21769095v2