Horecabeleid 2025 04 feb 2025 WEB-DT
Tekst van het document
Kenmerken maatwerkontheffing – omgevingsplan: • De looptijd van de ontheffing wordt gekoppeld aan de (resterende) looptijd van de exploitatievergunning en is maximaal vijf jaar. Na afloop van die looptijd kan er steeds opnieuw een aanvraag worden ingediend voor een verlenging. • De maatwerkontheffing is alleen bedoeld voor bedrijven waarvoor de incidentele ontheffingsmogelijkheid van 12x per jaar onvoldoende is. • Bij de aanvraag moet worden aangetoond wat de ondernemer doet om overlast in de omgeving te voorkomen. • Indien die er zijn, zullen de ervaringen uit het verleden worden betrokken in de afweging. Kenmerken maatwerkontheffing - APV: • De maatwerkontheffing kan alleen worden verleend aan ondernemers met een goed exploitatieverleden, waarbij wordt gekeken naar opgelegde bestuurlijke maatregelen (twee jaar voorafgaand aan moment van aanvraag) op grond van de APV en het omgevingsplan. • De ontheffing kan worden ingetrokken als de ondernemer zich niet houdt aan de voorwaarden of wanneer er toch meer overlast en druk op de omgeving ontstaat dan vooraf was voorzien. Ook kunnen gedurende de looptijd extra voorwaarden worden opgelegd. De maatwerkontheffing kan worden ingetrokken, wanneer beoordeeld wordt dat er sprake is van een slechte bedrijfsvoering. • Stadsdelen kunnen gebieden aanwijzen waar in principe geen maatwerkontheffing verleend kan worden. Denk aan woongebieden.
Wanneer het stadsdeel nog geen gebieden heeft aangewezen, wordt terughoudend omgegaan met de verlening van maatwerkontheffingen.
28
Horecabeleid 2025
3.7
Openingstijden tijdens bijzondere dagen
Met pasen, pinksteren, kerst, oudejaarsavond en de avond voorafgaand Koningsnacht (Konings nacht), willen horecabedrijven graag wat langer open zijn. Dit wordt mogelijk gemaakt door op die data de sluitingstijden voor het weekend (vrijdag- en zaterdag) te hanteren. Wanneer 25 en 31 december niet op een vrijdag of zaterdag vallen, gelden voor de nacht die daarop volgt de openingstijden voor de vrijdag en zaterdag. Hetzelfde geldt voor Koningsdag: wanneer de viering van Koningsdag niet op een zaterdag of zondag valt, gelden de nacht voor afgaand aan Koningsdag de openingstijden voor de vrijdag en zaterdag. In beide gevallen geldt: eventuele ruimere tijden die mogelijk zijn gemaakt met een maatwerkvoorschrift op een specifieke locatie, zijn tijdens oudejaarsavond en Koningsnacht niet van toepassing. Er kan op deze dagen geen individuele ontheffing van de sluitingstijd worden aangevraagd. En de burgemeester kan besluiten korte sluitingstijden te hanteren als dit vanuit openbare orde en veiligheid nodig is.
3.8
Openingstijden coffeeshops
Voor coffeeshops geldt momenteel een sluitingstijd gedurende de hele week van 01.00 uur, dit is geregeld in de exploitatievergunning. Ruimtelijk zijn coffeeshops nu op verschillende typen horecalocaties toegestaan. Bij de omzetting naar de nieuwe zwaartecategorieën zal blijken dat coffeeshops veelal zijn gelegen op locaties waar reguliere of middelzware horeca is toegestaan. Het is echter niet de bedoeling dat de locaties voor coffeeshops ruimere tijden krijgen dan nu is toegestaan. De reden hiervoor is gelegen in de openbare orde en veiligheid. Daarom volgt er na vaststelling van het omgevingsplan een besluit waarin wordt bepaald dat alle gedoogde coffeeshoplocaties tot 01.00 uur geopend mogen zijn, waardoor de situatie voor coffeeshops ongewijzigd blijft.
3.9
Wat gaat er wanneer veranderen?
Daar waar de openingstijden beperkt worden ten opzichte van de tijden in de APV en/ of exploitatievergunning, wordt een overgangstermijn gehanteerd voor bestaande horeca (vergunninghouders van een exploitatievergunning). Deze periode geeft ondernemers en pandeigenaren de gelegenheid om zich voor te bereiden op deze nieuwe sluitingstijden en de bedrijfsvoering in overeenstemming met de nieuwe openingstijden te brengen. Twee jaar na inwerkingtreding van de horecaregels in het omgevingsplan, zullen de nieuwe tijden gaan gelden. Wanneer een nieuwe vergunninghouder een bestaande horecazaak overneemt, en er dus een nieuwe exploitatievergunning wordt verleend, gelden de nieuwe tijden direct zonder de overgangstermijn. Deze nieuwe vergunninghouder is namelijk vanaf het begin bekend met de nieuwe sluitingstijden en kan de bedrijfsvoering daar direct op aanpassen. De bestaande regelingen (besluiten van de burgemeester) op grond van de APV op basis waar van nu verruiming van de openingstijden of ontheffingsmogelijkheid is toegestaan, vervallen op het moment dat het omgevingsplan en beleidsregel over de maatwerkontheffing in werking zijn getreden. In bijlage 2 staat per type zaak met welke wijzigingen deze te maken krijgt op welk moment.
gemeente Amsterdam
29
4. Hoe regelen we terrassen 4.1 Levendigheid versus ruimtegebruik en effecten Op terrassen kunnen Amsterdammers en bezoekers elkaar buiten ontmoeten. Terrassen zorgen voor een levendig straatbeeld en kunnen bijdragen aan de sociale controle. Horecabedrijven vallen op door hun terras en ondernemers verdienen extra omzet. Terrassen zijn dus belangrijk voor de stad, haar bewoners, ondernemers en bezoekers. Maar deze positieve effecten van terrassen hebben ook een keerzijde. Een terras beïnvloedt de omgeving meer dan de exploitatie binnen in een horecabedrijf. Zo nemen terrassen schaarse openbare ruimte in. Op stoepen en pleinen moet ook ruimte zijn voor voetgangers en ander verkeer, winkeluitstallingen, groen, nutsvoorzieningen, openbare bankjes en speeltoestellen. Het geluid en de geur afkomstig van het terras en het komen en gaan van de terrasbezoekers, is voor omwonenden meestal goed merkbaar. Daarom zijn er regels voor terrassen.
4.2 Terrassen in het omgevingsplan Voor alle terrassen geldt dat er een ruimtelijke toestemming moet zijn om een terras te mogen exploiteren. Per stadsdeel verschilt momenteel de manier waarop we de ruimtelijke aanvaardbaarheid toetsen en hoe we toestemming verlenen, waardoor ondernemers op verschillende locaties anders behandeld worden. Daarom komt er in het omgevingsplan één uniforme regeling. Tot nu toe toetsen we terrassen ook op grond van de APV. Daarbij werd ook gekeken naar ruimte lijke aspecten zoals; past een terras op deze plek? Hoe groot mag deze dan zijn om overlast te voorkomen? En is er voldoende ruimte voor andere gebruikers en voorzieningen? Deze dubbele toetsing in zowel APV als het omgevingsplan is onnodig en onwenselijk. Daarom verplaatsen wij de ruimtelijke toetsingscriteria van de APV naar het omgevingsplan. De exploitatie van het terras blijft wel onderdeel van de exploitatievergunning op grond van de APV. In het omgevingsplan zal worden voorzien in een getrapte toestemming. A. Eerst worden -met de regels in het omgevingsplan- locaties aangewezen waar een horeca terras kan worden toegelaten. Het kan gaan om een specifieke locatie of een groter gebied. Bij het aanwijzen van een locatie moet wel worden aangetoond dat die locatie in beginsel geschikt is voor het toelaten van een terras. Dat kan met een ruimtelijke toets op hoofdlijnen. B.
Voor een concreet initiatief is vervolgens een omgevingsvergunning nodig. Daarbij wordt gekeken naar de specifieke gevolgen van het concrete initiatief en de aanvaardbaarheid daarvan. 4.2.1 Toets op hoofdlijnen
In het omgevingsplan worden locaties aangewezen waar in beginsel een terras mag komen. Bij het aanwijzen van die locaties moet aannemelijk worden gemaakt dat het realiseren van een terras niet leidt tot onaanvaardbare gevolgen.
30
Horecabeleid 2025
4.2.2 Omgevingsplanvergunningplicht terras
De gevolgen van een terras op de omgeving hangen sterk af van de daadwerkelijke invulling van het terras. Denk hierbij aan de omvang en het aantal stoelen. Daarom maken wij de beoordeling op basis van het concrete initiatief. Aan de hand van de specifieke ligging, de begrenzing, het aantal stoelen en de gewenste openingstijden, kan een finale beoordeling plaatsvinden op de aanvaardbaarheid van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat. Dit betekent dat voor een terras een vergunningplicht wordt opgenomen in het omgevingsplan. Deze vergunningplicht heeft de volgende kenmerken: • De vergunning is gebonden aan de locatie, niet aan de exploitant. Als de exploitant wijzigt, blijft de vergunning dus geldig voor de nieuwe exploitant. • De vergunning is voor onbepaalde tijd. • Er zijn extra voorschriften mogelijk. De beoordeling is gericht op het mogelijk maken van het terras zodat deze het beste past in de omgeving, zonder dat dit leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor het woon- en leefklimaat. De uitkomst van de beoordeling kan drieledig zijn: • het aangevraagde terras is aanvaardbaar voor de omgeving. • het aangevraagde terras is alleen aanvaardbaar onder voorwaarden zoals bijvoorbeeld kortere openingstijden dan aangevraagd en/of minder stoelen en/of een andere omvang. • het aangevraagde terras is niet aanvaardbaar voor de omgeving en kan niet geplaatst worden.
gemeente Amsterdam
31
4.2.3 Omgevingsplanvergunning terras van rechtswege
Alle bestaande terrassen hebben momenteel een ruimtelijke toestemming. Dit kan bijvoorbeeld een omgevingsvergunning zijn of een toestemming door algemene regels in het bestemmings plan. Deze bestaande terrassen krijgen de nieuwe omgevingsvergunning terras van rechtswege. Vanaf inwerkingtreding van de horecaregels in het omgevingsplan wordt het onderdeel terras in hun huidige exploitatievergunning beschouwd als een omgevingsplanvergunning. Die bevat de openingstijden van het terras, de terrastekening en, indien aanwezig, specifieke vergunning voorschriften over het terras. Ondernemers hoeven geen nieuwe vergunning aan te vragen en zijn geen leges verschuldigd. Anders dan de exploitatievergunning, kent de omgevingsplan vergunning terras geen looptijd en wordt deze gekoppeld aan de locatie, niet aan de exploitant. Als een bestaand terras waarvoor een omgevingsvergunning van rechtswege geldt, in ernstige mate afbreuk doet aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, dan kunnen aan de omgevings planvergunning van rechtswege voorschriften worden verbonden om die gevolgen tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. 4.2.4 Wijzigingen bestaande terrassen
Wanneer een ondernemer anders wil exploiteren dan de omgevingsplanvergunning terras op die locatie toestaat, moet deze een aanvraag tot wijziging van die vergunning indienen (voorheen werd dan een wijziging van de exploitatievergunning aangevraagd). Bij de beoordeling van deze aanvraag tot wijziging gelden de regels in het omgevingsplan en de beleidsregels terrassen. De omgevingsplanvergunning kan mogelijk nieuwe voorschriften bevatten ten opzichte van de huidige situatie, als die nodig zijn om te zorgen voor de aanvaardbaarheid van het terras op die locatie. Hierbij kan gedacht worden aan maximum aantal bezoekers of andere sluitingstijden. 4.2.5 Beoordeling omgevingsplanvergunning terras
Een terras is een tijdelijke functie in de openbare ruimte. Het is er alleen als het bijbehorende horecabedrijf open is, en vaak korter, gezien de weersomstandigheden. De effecten van een terras op de omgeving worden niet gefilterd, zoals bij een horecabedrijf zelf wel het geval is. Op veel plekken bestaat er in Amsterdam grote druk op de schaarse openbare ruimte. De openbare ruimte moet altijd veilig gebruikt kunnen worden, en er mag geen schade aan toegebracht worden. Dat geldt ook voor het plaatsen van een terras. Commerciële functies zijn welkom, maar niet ten koste van de toegankelijkheid voor alle Amsterdammers. Daarnaast stelt de Omgevingswet eisen aan (de aanvaardbaarheid) van terrassen. Dat terrassen de fysieke leefomgeving beïnvloeden is evident. De openbare ruimte wordt benut en het stem geluid van terrasbezoekers heeft gevolgen voor de omgeving. In het omgevingsplan moeten regels worden opgenomen met het oog op “een evenwichtige toedeling van functies aan locaties”. Daarom moeten er regels gesteld worden om een balans te vinden tussen enerzijds het beschermen van het woon- en leefklimaat tegen onaanvaardbare overlast en anderzijds het benutten van de openbare ruimte voor een terras. Ook schrijft de omgevingswet voor dat, indien nodig, er voorwaarden gesteld moeten worden, om de aanvaardbaarheid van een terras te borgen.
32
Horecabeleid 2025
Bij de beoordeling of een vergunning voor het terras op grond van het omgevingsplan kan worden verleend, en onder welke voorwaarden, wordt gekeken of het terras niet leidt tot onaanvaardbare aantasting van: • de gebruiksmogelijkheden van de locatie waarop het terras komt en het aangrenzende gebied en panden/bouwwerken; • het woon- en leefklimaat. Hierbij wordt in ieder geval beoordeeld: a. of het beoogde terras schade toebrengt aan de openbare ruimte of gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare ruimte of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. of het beheer en onderhoud van de openbare ruimte belemmerd wordt; c. of het afbreuk doet aan andere publieke functies van de weg, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan; d. de mate van geluidsoverlast die naar verwachting op de omgeving zal ontstaan en de mogelijkheden om onaanvaardbare geluidoverlast te voorkomen. 4.2.6 Stedelijke beleidsregels terrassen
De aspecten onder a t/m c zijn de weigeringsgronden die altijd al golden op grond van de APV en betrokken werden bij de afweging of een exploitatievergunning voor het terras werd verleend. Deze aspecten verdwijnen uit de APV en komen in het omgevingsplan. Tot nu toe gold het terrasbeleid van de stadsdelen als de nadere invulling van de beoordeling van deze aspecten. Hiervoor in de plaats komen eenduidige, stedelijke beleidsregels terrassen, daarin staat: • Waar terrassen zich ten opzichte van het horecabedrijf mogen bevinden. • Welke afmetingen het terras mag hebben. • Welke objecten er op een terras mogen staan en hoe het terras gebruikt mag worden. • In welke gevallen van deze regels kan worden afgeweken. Omdat een terras per definitie tijdelijk van aard is, moeten de geplaatste objecten verwijderd kunnen worden. Het is wel toegestaan parasols en terrasschotten te verankeren. De verankerde objecten moeten eenvoudig verwijderd kunnen worden. In een bijlage bij dit horecabeleid zijn de concept beleidsregels opgenomen. Het college stelt deze vast na inwerkingtreding van de wijzigingen over horeca in het omgevingsplan. Tot dan geldt het Stedelijk Kader Terrassenbeleid en het stadsdeelbeleid zoals dat van kracht is ten tijde van publicatie van dit horecabeleid.
gemeente Amsterdam
33
4.2.7 Geluid van terrassen
Omdat het geluid van een terras niet gefilterd wordt, kan het voor omwonenden een bron van overlast zijn. Op basis van landelijke regelgeving worden er geen geluidnormen voor stemgeluid van terrassen opgenomen in het omgevingsplan (instructieregels Bkl). Het geluidsaspect wordt echter wel betrokken bij elke nieuwe beoordeling van een omgevingsplanvergunning voor terrassen. Dit doen we op een uniforme wijze, in de hele stad gelijk. Dat kan betekenen dat op grond van de verwachte, akoestische situatie het terras alleen aanvaardbaar is met kortere sluitingstijden of minder bezoekers. 4.2.8 Doorloopruimte
De doorloopruimte voor voetgangers is een belangrijk aspect voor de afmeting van het terras en daarmee de impact op de omgeving. Dit horecabeleid bevat geen nieuwe regels over deze doorloopruimte. Op 29 juni 2023 heeft de gemeenteraad hiervoor het beleidskader Ruimte voor de Voetganger vastgesteld. Voor bestaande en nieuwe terrassen geldt dat de huidige minimale doorloopruimte zoals vastgelegd in stadsdeelbeleid van kracht blijft, tenzij de straat waarin het terras ligt heringericht wordt. Bij herinrichtingen houden we een obstakelvrije doorloopruimte van minimaal twee meter aan. Indien gewenst kunnen stadsdelen in het uitvoeringsbeleid ruimere normen voor doorloopruimte opnemen, rekening houdend met bestaande terrassen (zie ook paragraaf 6.4). 4.2.9 Terrassenplannen
In specifieke straten of pleinen wordt gebruik gemaakt van het instrument terrassenplan. Het gaat om locaties waar meerdere horecabedrijven zijn gevestigd en waar het maken van een terrassenplan kan bijdragen aan een evenwichtige verdeling van de beschikbare openbare ruimte, de aantrekkelijkheid en levendigheid van het gebied of het benutten van de specifieke mogelijkheden van het gebied. In het plan maken bewoners en ondernemers samen afspraken over de wijze waarop terrassen het beste passen in de omgeving. Bestaande terrassenplannen blijven gelden en nieuwe terrassenplannen kunnen gemaakt blijven worden. Deze terrassenplannen zijn een verdere uitwerking van de gebiedsgerichte uitvoering per stadsdeel/stadsgebied (zie paragraaf 6.4). 4.2.10 Terrasexploitatieplan bij exploitatievergunning
In de APV is opgenomen dat de burgemeester gebieden kan aanwijzen waar bij het indienen van een aanvraag voor een vergunning een terrasexploitatieplan moet worden ingediend. In dit terrasexploitatieplan staan de maatregelen beschreven die de exploitant neemt om overlast in de omgeving van het horecabedrijf als gevolg van de exploitatie van het terras te voorkomen. Dit instrument blijft behouden. Het is mogelijk dat een terras ruimtelijk aanvaardbaar is, maar door de wijze waarop het terras wordt geëxploiteerd er toch overlast in de omgeving wordt ervaren. Het terrasexploitatieplan legt dan extra maatregelen op die de exploitant moet nemen om deze overlast te voorkomen. Een voorbeeld hiervan is rijvorming voor een terras. 4.2.11 Terrasverwarming
Veel vormen van terrasverwarming hebben gevolgen voor het milieu. Maar op grond van de Omgevingswet is een totaalverbod op terrasverwarming niet mogelijk. Daarom regelen we in de beleidsregel terrassen dat terrasverwarming alleen is toegestaan aan gevels en met de benodigde vergunning. Overige vormen van terrasverwarming, zoals losstaande elementen en/ of verwerkt als elementen in een parasol, zijn niet toegestaan. Voor het verwarmen van terrassen moeten ondernemers gebruik maken van de “best available practice”, zijnde een duurzame, energiezuinige en doelmatige variant.
34
Horecabeleid 2025
4.3 Openingstijden van het terras Terrassen hebben impact op de fysieke leefomgeving. Het reguleren van openingstijden is nodig met het oog op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Daarom regelen we ook de openingstijden van horecaterrassen, net als die van de horecazaak, in het omgevingsplan. In het omgevingsplan komen de volgende maximale openingstijden voor de terrassen: • In de zomer (1 maart tot 1 november) is de sluitingstijd uiterlijk 01.00 uur door de week en in het weekend 02.00 uur. • In de winter (1 november tot 1 maart) is de sluitingstijd uiterlijk 24.00 uur. Binnen deze maximale tijden kunnen door de stadsdelen gebieden aangewezen worden waar vroegere tijden gelden. Sinds 2012 gelden in veel wijken in Amsterdam beperktere tijden, ter bescherming van het woon-en leefklimaat. Tot aan de vaststelling van de gebiedsgerichte uitwerking per stadsdeel en/of stadsgebied, blijft het huidige beleid per stadsdeel en stad gebied gelden, waarin de meeste stadsdelen een onderverdeling hebben opgenomen, zoals een vroegere sluitingstijd voor woongebieden. Uit de beoordeling van de omgevingsplanvergunning voor het terras kan blijken dat de maximale tijden uit het omgevingsplan of stadsdeelbeleid niet passend zijn op die specifieke locatie. Er kan dan een vroegere sluitingstijd worden opgenomen in de vergunning.
4.4 Geen ruimere mogelijkheden bij tropisch weer Bij tropisch weer geldt sinds 1995 in stadsdeel Centrum een werkwijze waarbij terrassen mogen uitwaaieren. Ook mogen horecabedrijven zonder terrasvergunning dan een klein terras plaatsen, bijvoorbeeld één of twee tafeltjes aan de gevel. Dit om ruimte te bieden aan bewoners die geen buitenruimte hebben. Zolang ondernemers zich aan de voorwaarden hielden, werd er niet opgetreden tegen een groter terras op de dagen dat het tropisch weer scenario gold. Met de publicatie van dit nieuwe horecabeleid houdt deze werkwijze op te bestaan. Door de huidige drukte in de stad gaat het intensieve gebruik van de openbare ruimte niet meer samen met het laten uitwaaieren van terrassen op warme dagen.
4.5 Roken op terrassen Op grond van de Tabaks- en rookwarenwet is roken in een horecabedrijf niet toegestaan. Dit betekent dat horecabezoekers buiten moeten roken. Naast gezondheidsschade kan roken – ook het roken van waterpijpen met of zonder tabak – leiden tot (geur)overlast voor omwonenden. College en gemeenteraad streven naar een nicotinevrij Amsterdam in 2040. Een van de maatregelen hiervoor is het uitbreiden van het aantal rookvrije zones in de stad. De gemeente Groningen heeft als eerste gemeente in de APV een verbod opgenomen op het uitstoten van hinderlijke rookgassen (met als doel het roken van tabak te verbieden). Het is nog niet duidelijk of dit juridisch standhoudt. De gemeente Amsterdam zet vooralsnog in op het stimuleren van rookvrije zones. Bij voorkeur richten exploitanten het terras en/of de directe omgeving van hun horecabedrijf in als rookvrije zone. Hiervoor zijn materialen beschikbaar zoals borden en stoeptegels. Ook kunnen exploitan ten samenwerken met andere ondernemers en bewoners om een groter gebied aan te wijzen als rookvrije zone. De gemeente zal dit zoveel mogelijk aanmoedigen en ondersteunen. Daarnaast is de exploitant verantwoordelijk voor het voorkomen van overlast door de bezoekers van een terras en/of de horecagelegenheid, die buiten staan om te roken. Denk hierbij aan
gemeente Amsterdam
35
overlast door stemgeluid, sigarettenpeuken op straat of in het portiek. In het veiligheidsplan (zie paragraaf 5.5.1) is er daarom expliciet aandacht voor de wijze waarop horecabedrijven omgaan met bezoekers die buiten roken, zodat bij overlast hierop kan worden gehandhaafd. Voor zover de aanvraag van een omgevingsvergunning terras betrekking heeft op een horecazaak waarbij het aanbieden -en gebruiken- van waterpijp is toegestaan, wordt met een voorschrift bepaald of dit op het terras is toegestaan.
4.6 Incidentele terrasactiviteit Naast eten en drinken zijn op een terras geen andere activiteiten toegestaan. Wanneer de exploitant toch andere activiteiten op een terras wil organiseren dan is daarvoor een evenementenvergunning nodig. Als de activiteiten zonder harde muziek en niet ’s avonds laat zijn, dan is dat voor omwonenden meestal niet hinderlijk. Om deze reden maken we het makkelijker om incidenteel andere activiteiten toe te staan op een terras. Zolang die activiteit binnen bepaalde kaders plaatsvindt, is het doen van een melding over de activiteit door de exploitant bij de gemeente voldoende. De voorwaarden die hierbij horen, komen in de beleidsregels terrassen die het college vaststelt na vaststelling van het omgevingsplan. Het concept van deze regels staat opgenomen in de bijlagen. De belangrijkste voorwaarden zijn: • De melding kan maximaal 2 x per jaar worden gedaan. • De activiteiten vinden plaats tussen 09:00 en 22:00 uur. • Alleen tijdelijke objecten zijn toegestaan. • Geluidsversterkers zijn niet toegestaan; wel live-muziek indien niet-versterkt. • Omwonenden worden tijdig geïnformeerd. • De melding wordt minimaal veertien dagen voorafgaand bij de gemeente gedaan.
36
Horecabeleid 2025
5. Verantwoordelijkheid ondernemer en onderneming 5.1
Verantwoordelijkheid ondernemer
Het exploiteren van een horecabedrijf al dan niet met een terras, waar iedere dag mensen samenkomen, legt een verantwoordelijkheid op de schouders van de exploitant. De gemeente stelt daarom regels die gericht zijn op het waarborgen van de openbare orde en veiligheid in het horecabedrijf, en in de omgeving hiervan. De exploitatievergunning, verleend op grond van de APV met de daaraan gekoppelde toetsing op grond van de Wet Bibob, is hierbij een belangrijk instrument. Vanuit het oogpunt van volksgezondheid en veiligheid gelden er regels voor exploitanten en leidinggevenden op grond van de Alcoholwet. Dit hoofdstuk gaat over de (bestaande) gemeentelijke regels en instrumenten die hun grondslag hebben in de APV en toezien op het in goede banen leiden van het publieke karakter van een horecabedrijf. Hierbij gaat het niet over de landelijke regelgeving (Alcoholwet, Wet Bibob, bouw voorschriften en brandveiligheid). Naast de wijzigingen in paragraaf 5.2.bevat dit hoofdstuk geen wijzigingen ten opzichte van het huidige regime.
5.2 Aanpassing horecaregels in de APV De bedoeling is om de ruimtelijke en leefbaarheidsaspecten (met name) te regelen in het omgevingsplan. Momenteel bevat ook de APV een hoofdstuk met regels voor horecabedrijven. Daarom verdwijnen er regels uit de APV en deze krijgen een nieuwe plek in het omgevingsplan. Het betreft onder andere: •
•
•
•
•
De indeling van horeca in verschillende openingstijdcategorieën verdwijnt (APV artikel 3.8 lid 3 &4, artikel 3.12, 3.13 en 3.14). De openingstijden van horecabedrijven en terrassen regelen we namelijk allereerst in het omgevingsplan, zoals toegelicht in hoofdstuk 2 en 3 van dit beleid. De beoordeling van de invloed op het woon- en leefklimaat wordt gemaakt bij de ruimtelijke toetsing, en niet meer bij de beoordeling of een exploitatievergunning verleend wordt (artikel 3.11). Deze vergunningen kunnen nog wel geweigerd, gewijzigd of ingetrokken worden als het horecabedrijf, en/of de wijze van exploitatie van het horecabedrijf, de openbare orde of veiligheid of de bestaande druk op de woon- en leefomgeving ontoelaatbaar beïnvloedt. De bevoegdheid van de burgemeester wijzigt om afwijkende openingstijden vast te stellen (artikel 3.15). Op dit moment kan de burgemeester openingstijden van horecazaken op diverse gronden verruimen. Deze mogelijkheid vervalt, want hierin wordt voorzien met de ontheffingsmogelijkheden in het omgevingsplan. De bevoegdheid van de burgemeester om openingstijden te beperken, blijft bestaan. Met het oog op de openbare orde en veiligheid of de bestaande druk op de woon- en leefomgeving kan deze ingezet worden.
Er komt een verbod op het geopend mogen zijn buiten de openingstijden, zoals vastgelegd in of op grond van het omgevingsplan, zodat een overtreding van de openingstijden tevens een overtreding van de APV is. De regels over terrassen vervallen omdat deze in het omgevingsplan gereguleerd worden (3.17, 3.18 en 3.19).
gemeente Amsterdam
37
5.3 Exploitatievergunning Horecabedrijven hebben een exploitatievergunning nodig voor het exploiteren van een bedrijf en het eventueel bijbehorend terras. Daarbij kijken we naar de onderneming, de ondernemer, de leidinggevenden en de invloed daarvan op de openbare orde en veiligheid. Op grond van de Wet Bibob kan de gemeente een Bibob-toets uitvoeren. 5.3.1 Toetsing exploitatievergunning
Op grond van de APV kunnen de volgende aspecten leiden tot een weigering of intrekking van een (aangevraagde) exploitatievergunning, of tot het opleggen van extra voorschriften: • Er dient een ruimtelijk toestemming voor de horeca op grond van het omgevingsplan te zijn. Als dat niet zo is, kan er geen exploitatievergunning verleend worden. • De exploitant en leidinggevenden mogen niet van slecht levensgedrag zijn. Ook mag er geen sprake zijn van een slechte bedrijfsvoering. Voor deze beoordeling wordt informatie opgevraagd bij politie, justitie en toezicht en handhaving. Elke beoordeling is maatwerk, want deze is afhankelijk van het type horeca en de bekende informatie. De burgemeester heeft in beleidsregels4 beschreven welke aspecten bij de beoordeling van belang zijn. De uitkomst van de toetsing op levensgedrag of bedrijfsvoering kan bijvoorbeeld de wei gering zijn van een aanvraag voor bijschrijving van een leidinggevende op de vergunning. Voor de toets op de bedrijfsvoering geldt dat bijvoorbeeld, in een zeer ernstige situatie, de vergunning niet of onder voorwaarden wordt verleend, gewijzigd of ingetrokken. • Beoordeeld wordt of de openbare orde en veiligheid, en/of de bestaande druk op de woon- en leefomgeving niet ontoelaatbaar beïnvloed worden door (de komst van) het horecabedrijf.
Wanneer onzeker is of dit zo zal zijn, kan er een extra vergunningvoorschrift worden opgelegd. Voor deze beoordeling worden adviezen opgevraagd binnen de gemeente en bij de politie. De burgemeester kan bijvoorbeeld op advies van de politie oordelen dat het vanuit openbare orde en veiligheid nodig is om de openingstijden van een horecazaak te beperken. In dat geval zal in de exploitatievergunning een vroeger tijdstip komen te staan dan in het omgevingsplan of een, bij maatwerkvoorschrift toegestane, verruiming.
4 Gemeenteblad 2024, 372457 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)
38
Horecabeleid 2025
Met de inwerkingtreding van de horecaregeling als onderdeel van het omgevingsplan verandert de terminologie in de APV wat betreft het ‘woon- en leefklimaat’. Het woon- en leefklimaat als brede term omvat zowel ruimtelijke aspecten als zaken die de openbare orde aangaan. Bij de beoordeling van een vergunning wordt de openbare orde, zoals hierboven beschreven, meegewogen door te kijken naar: • •
Het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende en de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant, De bestaande druk op de woon- en leefomgeving.
Een gangbare definitie van openbare ordeverstoring is ‘een verstoring van enige betekenis van de normale gang van zaken in of aan de desbetreffende openbare ruimte’. Het gaat om gedragingen van mensen die niet planbaar of voorzienbaar zijn uit oogpunt van de functietoedeling, maar wel zorgen voor overlast in de omgeving van de horecazaak. Wordt met de exploitatie een naar zijn oordeel ontoelaatbare toename van dergelijke activiteit verwacht, dan kan de burgemeester de exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk intrekken, weigeren te verlenen of voorschriften in de vergunning opnemen om die verwachte toename van druk op het woon- en leefomgeving te verminderen. Als de druk op de omgeving al hoger is, dan is aannemelijker dat een verdere aantasting ontoelaatbaar wordt geacht.
5.3.2 Looptijd exploitatievergunning
De exploitatievergunning wordt afgegeven aan een rechtspersoon of natuurlijk persoon, en is persoonsgebonden. Als er een nieuwe exploitant komt, moet de vergunning opnieuw worden aangevraagd en wordt de situatie opnieuw getoetst . De exploitatievergunning heeft op dit moment standaard een looptijd van drie jaar, en kan bij verlenging voor vijf jaar worden verleend aan ondernemers met een goed exploitatieverleden. De burgemeester heeft voor deze toetsing beleid opgesteld5. En als daar aanleiding toe is, kan er altijd een kortere looptijd aan de vergunning verbonden worden. In 2025 wordt onderzocht of een langere standaard looptijd van de exploitatievergunning wenselijk is, waarbij gekeken wordt naar de belangen die de vergunning waarborgt. 5.3.3 Exploitatievergunning bij overname
Als een horecabedrijf van eigendom verandert tijdens de looptijd van de vergunning, moet de nieuwe eigenaar een nieuwe exploitatievergunning aanvragen. In de meeste gevallen kan de ondernemer eerst nog op de oude vergunning exploiteren, mits de nieuwe exploitant binnen vier weken na de overname zelf een aanvraag heeft ingediend. In uitzonderlijke gevallen is het door-exploiteren op de oude vergunning niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat het een probleemlocatie betreft of vermoedens van een malafide exploitant. Als zich ten tijde van het exploiteren op de oude vergunning problemen voordoen met de exploitatie of exploitant, dan kan de toestemming om voorlopig door te exploiteren op de vergunning van de vorige eigenaar worden ingetrokken. Het nieuwe horecabedrijf kan dan pas open als alle benodigde vergunningen zijn afgegeven.
5 Gemeenteblad 2014, 29666 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)
gemeente Amsterdam
39
5.4
Vrijstelling vergunningplicht
Er zijn enkele typen horecabedrijven vrijgesteld van de vergunningplicht, omdat aangenomen wordt dat zij weinig nadelige gevolgen hebben voor de omgeving en de veiligheid. Het gaat bijvoorbeeld om additionele horeca in winkels, horeca in grootschalige detailhandelsvestigingen en in tuincentra, horeca vanuit een gebouw dat in gebruik is voor religieuze doelstellingen, bedrijfskantines en horeca op volkstuincomplexen. De regels in de APV gelden wel voor deze horeca, er is alleen geen exploitatievergunning nodig6. Alcohol schenkende horeca moet altijd een exploitatievergunning hebben, omdat het risico voor de openbare orde en veiligheid groter is wanneer alcohol gedronken wordt.
5.5
Veiligheidsregels
Van sommige omstandigheden of exploitaties is bekend dat zich risico’s kunnen voordoen. Daarom zijn er afgelopen decennia diverse regels opgesteld die gelden voor specifieke bedrijven. De inhoud van deze regels blijft met dit nieuwe horecabeleid gelijk, maar er kunnen tekstuele wijzigingen nodig zijn naar aanleiding van dit nieuwe horecabeleid. De gemeenteraad heeft in de APV de bevoegdheid gegeven aan het college van B&W om nadere regels op te stellen voor horecabedrijven als dat nodig is in het belang van de openbare orde, het woonen leefklimaat, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid. Er gelden nu regels voor de onderstaande onderwerpen. 5.5.1 Veiligheidsplan
Horecabedrijven die aan bepaalde criteria voldoen zijn verplicht een veiligheidsplan op te stellen volgens het door de burgemeester vastgestelde format. In dit veiligheidsplan geven zij maatregelen aan die zij nemen om veiligheidsrisico’s te beperken. Na advies van de politie en goedkeuring door het stadsdeel, maakt het veiligheidsplan onderdeel uit van de exploitatievergunning. Het niet naleven van het veiligheidsplan is een overtreding van de voorschriften van de exploitatievergunning. De volgende horecabedrijven zijn verplicht een veiligheidsplan op te stellen: • Bedrijven met beveiligingsbeambten (portiers). • Bedrijven die vaker dan 5 keer per jaar open kunnen zijn tussen 04.00 uur en 07.00 uur. • Bedrijven met een capaciteit van meer dan 500 bezoekers. • Overige bedrijven die de burgemeester verplicht heeft een veiligheidsplan te hebben. Dit zijn onder andere bedrijven: die publiek toegankelijke dancefeesten houden; waar feesten gehouden worden met grote kans op drugsgebruik waardoor verhoogde kans op gezondheidsrisico’s, geweld en/of overlast; die heropend worden na een openbare ordesluiting. 5.5.2 Nadere regels dance events
Niet alleen op evenementen maar ook in horecabedrijven wordt dancemuziek geprogrammeerd. Voor deze ‘dance events in horeca’ zijn aparte regels7 opgesteld met het doel de (gezondheids) risico’s van uitgaansdrugs zo veel mogelijk te beperken. De regels gaan o.a. om het uitvoeren van een goede visitatie door gecertificeerde beveiligers, het gebruiken van een horecakluis, beschikken over voldoende eerste hulp gecertificeerde medewerkers en voorlichting aan bezoekers over de gezondheidsrisico’s van middelengebruik. In het veiligheidsplan moet worden opgenomen hoe de exploitant invulling geeft aan de regels. 6 zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-15002.html 7 zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-121946.html
40
Horecabeleid 2025
5.5.3 VIP-tafels
Omdat in het verleden is gebleken dat er zich veiligheidsrisico’s voordoen bij het aanbieden van VIP-tafels/arrangementen, zijn hier voorwaarden voor opgesteld waaronder dit mag8. Zo moet de exploitant een melding doen bij de gemeente. In het veiligheidsplan moet worden opgenomen hoe de exploitant invulling geeft aan de regels. 5.5.4 Deurbeleid en discriminatie
In Amsterdam kan iedereen zichzelf zijn. Er is plaats voor alle mensen, ongeacht herkomst, geslacht, seksuele voorkeur, leeftijd, beperking, geloof, politieke gezindheid of burgerlijke staat. Hoewel het streven naar een gemengd publiek in een horecabedrijf begrijpelijk is, mag dit nooit samengaan met een verboden onderscheid aan de deur. Horecazaken met een portier zijn verplicht een transparant en eenduidig toegangsbeleid te voeren en er zorg voor te dragen dat het toegangsbeleid (van buitenaf) voor bezoekers kenbaar is. Voorschriften hierover staan opgenomen in de exploitatievergunning.
8 zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-162889.html
gemeente Amsterdam
41
6. Van oud naar nieuw beleid 6.1 Van beleid naar regels In de voorgaande hoofdstukken is toegelicht: A. wat we willen regelen voor de horeca in de gemeente Amsterdam B. op welke manier we wat willen regelen en C. wat er anders wordt ten opzichte van het oude beleid. Na vaststelling van dit beleid door de gemeenteraad, moeten de regels zelf ook nog aangepast worden. Het gaat om de regels in het omgevingsplan en in de APV. En ten slotte om de afzonder lijke beleidsregels over terrassen en de maatwerkontheffing openingstijden. Die kan het college pas vaststellen als het omgevingsplan is gewijzigd. Het wijzigen van de regels gaat via aparte procedures. Hieronder lichten we deze toe. Onderdeel
Vervolgstappen nadat dit stedelijk beleidskader is vastgesteld
Omgevingsplan
De wijzigingen van het omgevingsplan worden in ontwerpwijzigings-besluit bekendgemaakt via de website.
APV
De wijzigingen komen terecht in een wijzigingsverordening.
Omgevingsplan en APV
Er start een inspraaktraject waarbij Amsterdammers een reactie kunnen indienen op zowel de wijzigingen van het omgevingsplan als de wijzigingsverordening uit de APV. Na zes weken worden de reacties verzameld, bekeken en wordt er een nota van beantwoording en een wijzigingsbesluit gemaakt. Deze nota’s van beantwoording en wijzigingsbesluiten worden door het college en de raadscommissie besproken. Indieners van een zienswijze krijgen een terugkoppeling. Ook wordt aangegeven hoe men gebruik kan maken van spreekrecht. De gemeenteraad stelt de nota van beantwoording en de beide wijzigingen vast.
•
42
Omgevingsplan De wijzigingen van het omgevingsplan, die uit dit beleid voortkomen, worden eerst in ontwerpwijzigingsbesluit bekendgemaakt. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden zienswijzen naar voren te brengen. Na afronding van de zienswijzetermijn wordt een nota van beantwoording zienswijzen opgesteld. Tevens wordt dan een definitief wijzigingsbesluit opgesteld. Die wordt aan het college voorgelegd, met daarbij een voorstel aan de gemeenteraad om beide vast te stellen. Nadat het college instemt met a. de nota van beantwoording en b. de raadsvoordracht tot vaststelling van die nota van beantwoording en c. het wijzigingsbesluit, worden de indieners van een zienswijze geïnformeerd over de wijze waarop het college de raad voorstelt met de zienswijze om te gaan. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om de nota van beantwoording en het wijzigingsbesluit vast te stellen. Voorafgaand aan behandeling in de gemeenteraad zal de raadsvoordracht in een raadscommissie worden besproken. Diegenen die een zienswijze hebben ingediend zullen over die behandeling worden geïnformeerd. Daarbij wordt aangegeven hoe men gebruik kan maken van het spreekrecht.
Horecabeleid 2025
•
Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) Voor de wijzigingen van de APV die uit dit beleid voortkomen, geldt eenzelfde proce dure. Die wijzigingen komen terecht in een wijzigingsverordening. Tegelijkertijd met het ontwerp wijzigingsbesluit omgevingsplan zal deze ontwerp wijzigingsverordening ter inzage worden gelegd. Een ieder kan zienswijzen naar voren brengen. De vaststelling van deze wijzigingsverordening vindt gelijktijdig plaats met vaststelling van het wijzigingsbesluit omgevingsplan.
6.2 Vervangen bestemmingsplannen Amsterdam kreeg bij de invoering van de Omgevingswet automatisch een tijdelijk omgevings plan. Dat tijdelijke omgevingsplan is echter nog geen geheel. Het bestaat uit allerlei losse, tijdelijke onderdelen, zoals de bestaande, onder oud recht vastgestelde bestemmingsplannen. Verder bestaat het uit specifieke regels over bouwen en milieu die het Rijk aan de gemeenten heeft overgedragen. Alle tijdelijke onderdelen van het omgevingsplan worden de komende jaren vervangen. Dat gebeurt met aparte wijzigingsbesluiten. Deze overgangsperiode loopt tot 2032. Dit betekent dat bestemmingsplannen gebied voor gebied worden vervangen. Met zoveel regels gaat dat niet van de ene op de andere dag. Daarom doen we het in stappen: 1.
2.
3.
De basisregeling De eerste stap is inmiddels uitgevoerd. Het omgevingsplan beschikt over een ‘basisregeling’. Deze set regels vormt de basis voor het nieuwe omgevingsplan Amsterdam. Hierin zijn verwerkt: a. de genoemde rijksregels, b. regels uit twee verordeningen en c. de meest voorkomende regels uit bestemmingsplannen. De bestemmingsplannen zelf zijn hiermee nog niet vervangen. Die gelden nog steeds. Vervanging bestemmingsplannen Vervolgens vervangen we met die basisregeling stap voor stap de bestemmingsplannen. Dat doen we per gebied. Ondertussen voegen we nog meer regels uit verordeningen toe, bijvoorbeeld over bomenkap. Dit overgangsproces duurt tot 2032. Nieuwe zwaartecategorieën Tot 2032 worden stapsgewijs, per gebied, alle bestemmingsplannen vervangen. Dat betekent dat in de periode 2025 tot 2032 alle locaties waar horecabedrijven gevestigd zijn, ingedeeld gaan worden in de nieuwe zwaartecategorieën.
De werkwijze blijft gelijk voor ondernemers die een horecabedrijf willen beginnen op een locatie waar het omgevingsplan nu geen horeca toestaat. Zij moeten een omgevingsvergunning aanvragen waarbij wordt getoetst, of en onder welke voorwaarden horeca aanvaardbaar is op een locatie. Voor nieuwe horecabedrijven de nieuwe zwaartecategorieën direct toegepast.
gemeente Amsterdam
43
6.3 Aangepaste openingstijden Doordat er met de vaststelling van het omgevingsplan een nieuw openingstijdenregime van kracht wordt, kunnen ondernemers en omwonenden wel te maken krijgen met wijzigingen van de sluitingstijd. Voor lichte en reguliere horeca (fastfood) gaan vroegere sluitingstijden gelden (na een overgangstermijn van twee jaar). Voor fastfoodhoreca, middelzware horeca en zware horeca geldt dat er meer/andere mogelijkheden komen voor verruiming van de openingstijden. De nieuwe tijden en ontheffingsmogelijkheden gaan gelden, zoals ook beschreven in hoofdstuk 3, na inwerkingtreding van de wijzigingen van de APV en het omgevingsplan en de beleidsregel over de maatwerkontheffing.
6.4 Gebiedsgerichte uitwerking Naar aanleiding van dit beleid komt er één stedelijke set aan regels voor horeca in het omge vingsplan en in de APV. Voor een aantal thema’s wil het college de afweging over wat er op een locatie is toegestaan op een lager niveau laten plaatsvinden. Dit betekent dat na vaststelling van het stedelijk beleid door de gemeenteraad, de stadsdelen zullen gaan werken aan het ‘uitvoeringsbeleid’. Dit betekent dat er per gebied specifieke regels kunnen gelden. Voor dit uitvoeringsbeleid gelden een aantal spelregels: • Er vindt participatie plaats met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden. • Het uitvoeringsbeleid bevat geen andere onderwerpen dan hieronder genoemd: beschrijving in welk (type) gebieden ruimte is voor nieuwe horecavestigingen of wijzigingen ten opzichte van toegestane situatie; aanduiding welke gebieden zijn uitgesloten voor aanvragen voor de maatwerkontheffing openingstijden; aanduiding gebieden waar additionele horeca niet is toegestaan in winkels met een overwegend food-assortiment; nadere sluitingstijden terrassen; Andere doorloopruimte voor terrassen dan wat nu is opgenomen; • eventuele specifieke kenmerken per gebied, zoals een verbod op gevelterrassen; • Het college stemt in met het uitvoeringsbeleid. Sommige gebieden in de stad zijn momenteel in ontwikkeling. Bij de inrichting van een gebied kan hier op ingespeeld worden.
Bijvoorbeeld door te omschrijven hoe men om wil gaan met horeca in een nieuw te bouwen woonwijk.
6.5 Sturing middels een horeca toekomstplan In de gebiedsgerichte uitwerking per stadsdeel wordt uitgegaan van de bestaande situatie en eventuele wenselijkheid voor de nabije toekomst. Er zijn ook bepaalde plekken in de stad waar behoefte is aan een plan voor de toekomst op langere termijn. Welke ontwikkeling gaat de buurt de komende jaren doormaken? En wat voor soort horeca is er gevestigd en nog gewenst of juist niet meer gewenst? In een horeca toekomstplan worden de specifieke ambities voor een bepaalde plek beschreven. Dat helpt om passende keuzes te maken om zo ervoor te zorgen dat iedere vestiging van horeca op een positieve wijze bijdraagt aan de buurt. Dit draagt bij aan duidelijkheid voor bewoners en ondernemers. Horeca toekomstplannen worden per stadsdeel opgesteld voor gebieden waar in de toekomst een andere horeca invulling gewenst is. De horeca toekomstplannen omvatten een gedegen
44
Horecabeleid 2025
analyse van de bestaande situatie, (door)ontwikkelingen van het gebied en geeft een duidelijke richting, waarbij de vraag is: moet er de komende jaren meer horeca worden toegevoegd, moet de horeca gelijk blijven of is er juist minder horeca gewenst? Horeca-toekomstplannen worden opgesteld met kennis vanuit de stadsdelen en in mandaat vastgesteld door het dagelijks bestuur van de stadsdelen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens van stadsdelen om gebiedsgericht te kunnen werken. Het horeca toekomstplan is richtinggevend; een wijziging in het omgevingsplan zal nodig zijn om de toekomstplannen uit te kunnen voeren. Het is niet verplicht om een horeca toekomstplan op te stellen. Het toetsingskader is dan het omgevingsplan, aangevuld met de gebiedsgerichte uitwerking per stadsdeel. Stadsdelen kunnen bij het opstellen van het uitvoeringsbeleid gebruik maken van de volgende onderscheidende gebiedstypologieën: 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Groen/recreatie. Gebieden met veel groen, zoals parken, volkstuinen en sportparken. Deze gebieden zijn bedoeld voor ontspanning, recreatie, sport en spel. Bij parken rekening houden met ecologische waarden en wellicht het (broed)seizoen. Winkelcluster/winkellocatie. Gebieden waar de winkelfunctie dominant is, zoals A-winkellocaties en winkelcentra. Voorbeelden zijn de Kalverstraat, het Osdorpplein en de Amsterdamse Poort. Gebieden met zowel winkels voor dagelijkse boodschappen als niet-dagelijks assortiment. Deze gebieden trekken een divers publiek. Woonfunctie kan ook aanwezig zijn. Drukte vooral tijdens winkelopeningstijden, relatief rustig na sluiting winkels. Straten waarbij de winkelfunctie veel is gemengd met andere functies vallen hier niet onder. Wonen. Buurten waar de woonfunctie dominant is. Voorzieningen zijn meestal geclusterd. Woonfunctie het belangrijkste in het gebied. Overdag drukte op straat tijdens piekmomenten; start werk/school, lunchpauze en einde werk/school. In de avonduren rustig op straat. Gemengd gebied. Gebieden met een hoge functiediversiteit, zoals wonen, kantoren, winkels, voorzieningen en horeca. Hieronder vallen de stadsstraten en –pleinen en andere gebieden met veel functiemix zoals De Pijp in Zuid en de Jordaan in Centrum. Door de diversiteit aan functies is het relatief druk op straat gedurende de dag.
De functiemix is een kwaliteit en willen we behouden. Wonen is ook onderdeel van de mix. De impact van horeca op de leefomgeving wordt daarom meegenomen. Werken. Gebieden waar niet/nauwelijks gewoond wordt, zoals bedrijventerreinen en de Haven. Monofunctionele kantorengebieden of perifere detailhandelslocaties vallen hier ook onder. Door de afwezigheid van wonen is de impact op de leefomgeving nihil. Deze gebieden zijn goed bereikbaar met de auto, maar vaak beperkt met het openbaar vervoer. Met name gedurende de werkdagen is er overdag verkeer op straat. Lokaal horecagebied. Gebieden met een hoge concentratie horeca gericht op ontmoeting en vermaak op wijkniveau. Bekende voorbeelden zijn het Beukenplein in Oost of het Gerard Douplein in Zuid. De horecafunctie is de meest prominente functie. De woonfunctie is echter niet ondergeschikt aan de horecafunctie. Kan grote drukte ontstaan op straat door met name de terrassen. Zware horeca uitgaan is niet of in zeer beperkte mate aanwezig. Horeca uitgaansgebied. Deze gebieden kennen een hoge clustering van diverse horeca, gericht op vermaak en ontmoeting op stedelijk niveau. Ze hebben een grote aantrekkingskracht op publiek, dat zowel uit de stad en regio komt als van ver buiten Amsterdam. Deze aantrekkingskracht zorgt voor grote drukte op straat tot laat in de nacht. In deze gebieden is de woonfunctie minder prominent aanwezig.
Daarmee leent dit gebied zich zeer goed voor horeca. Naast horeca zijn ook wijkoverstijgende functies als theaters en bioscopen aanwezig. Er zijn enkele horeca uitgaansgebieden in de stad, zoals het Rembrandtplein/Thorbeckeplein, het Leidseplein en de ArenAPoort.
gemeente Amsterdam
45
7. Vergunningverlening, toezicht en handhaving Voor algemene kaders voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor horeca geldt het vastgestelde beleid zoals beschreven in het VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 en de handhavingsstrategieën voor horeca. In dit hoofdstuk beschrijven we kort de wijzigingen voor de uitvoering die uit dit horecabeleid naar voren komen.
7.1
Wijzigingen vergunningverlening
De belangrijkste wijzigingen uit dit beleid, met gevolgen voor de uitvoering van de vergunningverlening zijn: A. Behandelen aanvragen omgevingsplanvergunning horecaterras voor zaken die nu geen terras hebben en nieuwe horecalocaties. Dit komt in de plaats van de behandeling van een aanvraag voor een terras als onderdeel van de exploitatievergunning. Accentverschuiving in de inhoudelijke toetsing. B. Behandelen van aanvragen maatwerkontheffing openingstijden en ontheffing openingstijden 12x per jaar. Dit zijn nieuwe mogelijkheden waarvoor nieuwe processen worden ingericht. C. Registreren van meldingen incidenteel terrasactiviteit. Dit komt in de plaats van de behandeling van een evenementenvergunning. D. Registreren van meldingen additionele horeca bij winkels. Dit is een nieuwe verplichting waarvoor een nieuw proces wordt ingericht.
7.2
Wijzigingen toezicht
7.2.1
Risicogericht toezicht
Ondernemers zijn verantwoordelijk voor hun zaak en wat zich daar in -en nabij- afspeelt. Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij ondernemers om zich aan de regels te houden en om in goed contact te staan met de buurt. Amsterdam is nu eenmaal een levendige stad waar veel mensen vlakbij horecabedrijven wonen. In de meeste gevallen gaat dit goed en nemen ondernemers deze verantwoordelijkheid zeer serieus. In andere gevallen ervaren bewoners overlast en verwachten zij dat de gemeente optreedt. Soms ontstaan veiligheids- of gezondheidsrisico’s in de exploitatie. De gemeente wil het toezicht zo vormgeven dat deze risico’s tijdig in beeld zijn, zodat de ondernemer daarop kan worden aangesproken. De risico’s worden op basis van data (waaronder overlastmeldingen) en de inbreng uit de gebieden, afdelingen veiligheid, politie en andere betrokkenen continu in kaart gebracht. Zo wordt bepaald waar, wanneer en welke inzet van toezichthouders nodig is. Het doel van de risicogerichte werkwijze is dat de gemeente in staat is om tijdig patronen te signaleren en hierop te handelen. Toezichthouders kunnen daardoor vroegtijdig bij horeca ondernemers langsgaan en eerder het gesprek aangaan. Daarin kan besproken worden wat er nodig is om overlast of andere risico’s te voorkomen. In 2024 is gestart met de risicogerichte werkwijze in het horecatoezicht.
De komende jaren wordt deze aanpak verder versterkt.
46
Horecabeleid 2025
7.2.2
Wijzigingen toezicht naar aanleiding van beleid
De wijzigingen die voortkomen uit dit horecabeleid hebben geen directe invloed op de wijze van toezicht of het bepalen van de risico’s bij horeca. Wel zullen toezichthouders betrokken zijn bij de advisering over aanvragen van nieuwe instrumenten, zoals de maatwerkontheffing openingstijden en de omgevingsplanvergunning horecaterras. Dat gaat om extra inzet ten opzichte van de huidige werkzaamheden.
7.3
Wijzigingen handhaving
Als toezichthouders of politie overtredingen constateren, worden deze gesanctioneerd op grond van de handhavingsstrategie horeca, waarvan momenteel gewerkt wordt aan een aanpassing van de systematiek. De strategie is gericht op het voorkomen van herhaling. Als gevolg van het nieuwe beleid veranderen de grondslagen van overtredingen omdat deze overgaan van de APV naar het omgevingsplan: Overtreding
Grondslag nu
Grondslag na wijzigingen
Exploitatievergunning terras
APV
Omgevingsplan (de omgevingsplanvergunning horecaterras)
Onvergund terras
APV
Omgevingsplan
Sluitingstijd horecabedrijf binnen
APV
Omgevingsplan
Sluitingstijd terras
APV
Omgevingsplan
Door de wijziging van grondslag wijzigt de bevoegdheid: • De burgemeester (stadsdeelvoorzitter in mandaat) handhaaft op de APV. • Het college (gedelegeerd aan de DB’s) handhaaft op grond van het omgevingsplan. De handhavingsstrategie zal zoveel mogelijk gelijk zijn aan de werkwijze uit de (aangepaste) handhavingsstrategie. Nieuwe overtredingen die nog niet in de in de (aangepaste) handhavingsstrategie staan en daaraan toegevoegd worden, zijn: • Het niet melden van een incidentele terrasactiviteit. • Het niet melden van additionele horeca bij winkels. 7.3.1
Handhaving bij overlast
Als er sprake is van een overlastsituatie, kan er sprake zijn van overtredingen van regels uit het omgevingsplan. Denk aan een overtreding van de voorschriften uit de omgevingsplanver gunning horecaterras. Dan kan – sec – op deze overtreding gehandhaafd worden. Er kunnen echter ook situaties zijn waarbij de overlast (mede) het gevolg is van het handelen van de exploitant. In dat geval kan er sprake zijn van een slechte bedrijfsvoering, een overtreding van de APV. Van slechte bedrijfsvoering kan ook sprake zijn als men herhaaldelijk de regels uit het omgevingsplan overtreedt. Dat kan betekenen dat uiteindelijk de burgemeester de exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk intrekt, wijzigt of niet verlengt.
gemeente Amsterdam
47
Bijlagen Bijlage 1. Overzicht wijzigingen openingstijden bestaande horeca Bijlage 2. Additionele en paracommerciële horeca Bijlage 3. Concept Beleidsregel horecaterrassen Bijlage 4. Gebiedsgerichte uitwerking Bijlage 5. Andere activiteiten en evenementen
48
Horecabeleid 2025
50 53 55 62 64
gemeente Amsterdam
49
Bijlage 1. Overzicht wijzigingen openingstijden bestaande horeca Type horecazaak
Wat wijzigt er
Wanneer?
BESTAANDE VERGUNNINGHOUDER HORECA Horecazaak op locaties waar nu op grond van het bestemmingsplan is toegestaan alleen lunchroom, ijs salon, koffiehuis, theehuis, broodjeszaak of daarmee vergelijkbare vormen van horeca (geen zwaardere vormen van horeca)
Nu: vaak sluitingstijden 01 uur week / 03 uur weekend Straks: Openingstijden op grond van het Omgevingsplan 06 - 22 uur Nu: max 5 ontheffingen per jaar z onder tussentijd
Twee jaar na inwerkingtreding horecaregels in Omgevingsplan gelden deze nieuwe tijden voor de bestaande bedrijven Na inwerkingtreding horecaregels in Omgevingsplan en gewijzigde APV kan aanvraag ontheffing w orden ingediend
Straks: minimaal 6 dagen tussen de ontheffingen lunchroom, ijssalon, koffie huis, theehuis, broodjes zaak, bistro, restaurant of daarmee vergelijkbare vormen van horeca.
Nu:01 uur week / 03 uur weekend
Zie paragraaf 2.4 voor een toelichting.
Nu: max 5 ontheffingen per jaar z onder tussentijd
Straks: Sluitingstijden op grond van het Omgevingsplan worden 01 uur week / 02 uur weekend
Twee jaar na inwerkingtreding horecaregels in Omgevingsplan gelden deze nieuwe tijden voor de bestaande bedrijven Direct na inwerkingtreding horecaregels in Omgevingsplan en APV kan aanvraag ontheffing worden ingediend
Straks: max. 5 ontheffingen per jaar, zonder tussentijd grillroom, snackbar, fast food, kebab, cafetaria, shoarmatent of daarmee vergelijkbare vormen van horeca
Nu: sluitingstijd 01 uur week / 03 uur weekend of in Centrum 03 uur week / 04 uur weekend
Twee jaar na inwerkingtreding horecaregels in Omgevingsplan gelden deze nieuwe tijden voor de bestaande bedrijven
Straks: sluitingstijd 01 uur week / 03 uur weekend of in Centrum 03 uur Direct na inwerkingtreding horecaweek / 04 uur weekend regels in Omgevingsplan en APV en van de beleidsregel maatwerkontNu: max 5 ontheffingen per jaar heffing kan aanvraag voor (maatwerk)ontheffing worden ingediend z onder tussentijd Straks: max 5 per jaar, minmaal 6 dagen tussen ontheffingen of maatwerkontheffing openingstijden (fastfood)
café, bar, eetcafé, cocktail bar, shishalounge of daar mee vergelijkbare vormen van horeca
Nu: 5 ontheffingen sluitingstijd per jaar, zonder tussentijd
nachtzaak, discotheek, club, zaalverhuur, par tycentrum en daarmee vergelijkbare vormen van horeca
Nu: 5 of 12 ontheffingen sluitingstijd per jaar
50
Horecabeleid 2025
Straks: 12 ontheffingen sluitingstijd per jaar, minimaal 6 dagen tussen de ontheffingen
Straks: 12 ontheffingen sluitingstijd per jaar, minimaal 6 dagen tussen de ontheffingen, of maatwerkontheffing
Direct na inwerkingtreding horeca regels in Omgevingsplan/APV gelden de tijden uit Omgevingsplan en kan aanvraag ontheffing worden ingediend Direct na inwerkingtreding horecaregels in Omgevingsplan en APV en van de beleidsregel maatwerkontheffing kan aanvraag voor (maatwerk)ontheffing worden ingediend.
Type horecazaak
Wat wijzigt er
Wanneer?
Horecazaak waarvoor op dit moment op grond van de APV een regeling geldt met een afwijkende sluitingstijd of ontheffingsmogelijkheid Bonus-malusregeling Rembrandtplein (sinds 2015)
Nu: aantal specifieke bedrijven rond Rembrandtplein mogen sinds 2015 één, twee of drie uur langer doorgaan op vrijdag en zaterdag, gekoppeld aan aantal voorwaarden, op grond van een besluit van de burgemeester op basis van de APV.
Direct na inwerkingtreding horeca regels in Omgevingsplan en APV en van de beleidsregel maatwerkontheffing kan aanvraag voor (maatwerk)ontheffing worden ingediend.
Straks: tijden in Omgevingsplan gelden; voor locaties middelzware horeca en zware horeca uitgaan geldt 12x per jaar ontheffing; voor zware horeca uitgaan tevens de mogelijk heid van een maatwerkontheffing 12 ontheffingen per maand voor nachtzaken buiten Centrum (sinds 2022) en in uitgaansgebieden Centrum (sinds 2012)
Nu: nachtzaken buiten het Centrum in uitgaansgebieden Centrum mogen 12x per jaar, max 1x per maand langer open zijn. Straks: tijden in Omgevingsplan gelden; voor locaties middelzware horeca en zware horeca uitgaan geldt 12x per jaar ontheffing; voor zware horeca uitgaan tevens de mogelijkheid van een maatwerkontheffing
Pilot 24-uurs vergunningen (sinds 2012)
Nu: maximum aantal zaken die zich via inschrijfronde hebben aangemeld en inhoudelijk zijn beoordeeld hebben geen sluitingstijd Straks: tijden in Omgevingsplan gelden en voor zware horeca uitgaan geldt 12x per jaar ontheffing of mogelijkheid maatwerkontheffing
Collectieve ontheffing openingstijden deelne mers Amsterdam Dance Event (sinds 2015)
Nu: zaken die meedoen aan festivalprogramma ADE, aan aantal eisen voldoen én een verzoek hiervoor indienen mogen tijdens ADE tot 06 uur geopend zijn met venstertijd vanaf 04 uur
Direct na inwerkingtreding horeca regels in Omgevingsplan en APV en van de beleidsregel maatwerkontheffing kan aanvraag voor (maatwerk)ontheffing worden ingediend.
Direct na inwerkingtreding horeca regels in Omgevingsplan en APV en van de beleidsregel maatwerkontheffing kan aanvraag voor (maatwerk)ontheffing worden ingediend.
Direct na inwerkingtreding horeca regels in Omgevingsplan/APV gelden de nieuwe tijden en kan aanvraag afwijking omgevingsplan worden ingediend
Straks: tijden in Omgevingsplan gelden en deze zaken kunnen een aanvraag afwijking omgevingsplan doen
gemeente Amsterdam
51
Type horecazaak
Wat wijzigt er
Wanneer?
Alcoholvrije bedrijven stadsdeel Centrum
Nu: voor alcoholvrije bedrijven in stadsdeel Centrum geldt dat deze doordeweek één uur en in het weekend twee uur langer open mogen dan alcoholvrije bedrijven in de andere stadsdelen. Daarnaast geldt in een klein gebied in stadsdeel Centrum nog een proef waarbij deze bedrijven in het weekend tot 06 uur open moge zijn.
Fastfood-horeca kan direct na inwerkingtreding horecaregels in Omgevingsplan/APV en van de b eleidsregel maatwerkontheffing een aanvraag voor (maatwerk)ontheffing indienen.
Straks: tijden in Omgevingsplan gelden. Reguliere horeca-fastfood-zaken kunnen aanvraag maatwerkontheffing doen Horecabedrijven gelegen in het kern-Wallengebied
Nu: alle horecazaken in het kern- Wallengebied sluiten om 02 uur in het weekend waarbij voor de alcoholschenkende bedrijven een venstertijd geldt vanaf 01 uur Straks: een mogelijke verlenging van de vroegere sluitingstijden in het Wallengebied zal een grondslag houden in de Algemene Plaatselijke Verordening