Hemmer - Juridisch Advies Toegang tot Camerabeelden Maccabi-Ajax
Tekst van het document
MEMO
AAN
St. Ondersteuning Amsterdamse Gemeenteraad FvD t.a.v. dhr. A. van Schijndel
VAN
Advocaat TELEFOON E-MAIL WEBSITE
DATUM
ONDERWERP
Martin Hemmer +31 88 253 5916 mhemmer@akd.nl www.akd.nl
25 september 2025
Camerabeelden Maccabi-Ajax-def
1
INLEIDING
1.1
Rondom de wedstrijd Ajax-Maccabi Haifa hebben ernstige ongeregeldheden plaatsgevonden waarbij geweld is gebruikt door en tegen Maccabi-supporters. Dit heeft internationale aandacht gekregen. De vraag ligt voor of risico’s voor de openbare orde op een juiste wijze zijn ingeschat en of door het bevoegd gezag de juiste en voldoende middelen zijn ingezet teneinde de risico’s te beteugelen.
1.2
Camerabeelden kunnen relevant zijn voor deze analyse. Bij de FvD-fractie bestaat zorg over de beschikbaarheid van deze beelden voor nader onderzoek.
1.3
In dit memo wordt ten aanzien van camerabeelden die door de gemeente verzameld zijn in het kader van openbare orde-toezicht besproken of deze kunnen worden zeker gesteld door de burgemeester of anderszins in het licht van mogelijke privacyrechtelijke beperkingen.
2
JURIDISCH KADER
2.1
Art. 151c Gemeentewet (Gw.) geeft gemeenten de bevoegdheid om cameratoezicht in te stellen op openbare plaatsen om de openbare orde te handhaven. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Amsterdam1 geeft de burgemeester de bevoegdheid om overeenkomstig art. 151c Gemeentewet te besluiten tot de inzet van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats en/of voor een ieder toegankelijke plaatsen. Tevens is de Beleidsregel cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde in Amsterdam (de Beleidsregel) van toepassing2.
1
Algemene Plaatselijke Verordening 2025 | Lokale wet- en regelgeving
2
Beleidsregel cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde in Amsterdam | Lokale wet- en regelgeving In Nederland wordt de praktijk uitgevoerd door AKD N.V., statutair gevestigd in Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24366820). Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V. Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de algemene voorwaarden van AKD N.V. van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 22/2023 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op https://www.akd.eu/.
#62620429v1
2.2
Naast de openbare orde camera’s kan de gemeente Amsterdam ook op andere gronden cameratoezicht toepassen. Bijvoorbeeld voor de beveiliging van objecten ten behoeve van verkeershandhaving en ter ondersteuning van infrastructuur. Ook de politie kan zelfstandig gebruik maken van camera’s. Dit advies focust op de art. 151c Gw. -camerabeelden.
2.3
De burgemeester is verantwoordelijk voor de inzet van het cameratoezicht. Uit de Beleidsregel volgt dat stadsdelen in de regel het initiatief nemen voor het aanvragen van langdurig cameratoezicht Na het inwinnen van ambtelijke advies wordt de aanvraag met de politie en het Openbaar Ministerie (OM) besproken. De burgemeester neemt vervolgens indien aan de wettelijke voorwaarden is voldaan het besluit en wijst de plaatsen aan waar cameratoezicht wordt uitgeoefend. Vervolgens informeert de burgemeester de raad over het besluit (art. 1.3 Beleidsregel). In spoedgevallen kan de route anders zijn.
2.4
De gemeente plaatst op https://data.amsterdam.nl een actueel overzicht cameratoezichtgebieden en de mogelijkheid om de achterliggende besluiten in te zien. -
2.5
de
Bewaartermijn
In Amsterdam worden alle camerabeelden in beginsel, conform de wettelijke maximumtermijn, vier weken opgeslagen. Als deze bewaartermijn is verstreken, worden de beelden automatisch overschreven. -
2.6
van
Politiegegevens
De op grond van art. 151c Gw. Geregistreerde beelden betreffen politiegegevens en vallen dus onder de Wet politiegegevens (Wpg). Waar de burgemeester dus verantwoordelijk is voor het besluit tot inzet van cameratoezicht, is de politie, meer specifiek de korpschef, op grond van
de Wpg verwerkingsverantwoordelijke ten aanzien van de daadwerkelijke verwerking van camerabeelden. 2.7
De burgemeester / gemeente heeft die beelden dus niet onder zich. Voor het besluit om beelden langer te bewaren dan de standaard bewaartermijn, hoe lang dat bewaren relevant is in het geval van een incident, en het eventueel verstrekken van beelden is de politie verantwoordelijk. -
2.8
Justitiële gegevens
Voor zover het bij de beelden (inmiddels) gaat om justitiële en strafvorderlijke gegevens is relevant dat art. 39f van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) ook een basis kan bieden voor verstrekking. De Wjsg kent geen verplichting om aan derden strafvorderlijke gegevens te verstrekken, maar schept een bevoegdheid. Het College van procureurs-generaal is de ‘verantwoordelijke’ voor de verwerking van strafvorderlijke gegevens (art. 39a lid 1 Wjsg). Dat betekent dat het College verantwoordelijk en beslissingsbevoegd is voor alle verstrekkingen.
#62620429v1
2.9
Ten behoeve van het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving kunnen de daarvoor benodigde strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan bestuursorganen, aldus art. 39f lid 1 Wjsg.
2.10
Binnen de door de Wjsg gestelde doelen kunnen de gegevens eventueel onder omstandigheden ook aan overige ontvangers worden verstrekt, zo volgt uit de Aanwijzing wet justitiële en strafvorderlijke gegevens3.
3
ZEKER STELLEN BEELDEN MET HET OOG OP VERSTREKKING
3.1
Maccabi-Ajax werd gespeeld in november 2024. De standaard bewaartermijn voor de beelden die zijn verzameld door cameratoezicht ex. art. 151c Gw. is dus ruimschoots verstreken. Degene die primair verantwoordelijk is voor het al dan niet langer bewaren van de beelden is de korpschef nu de beelden als politiegegevens kwalificeren.
3.2
De primaire verantwoordelijkheid van de korpschef voor de beelden betekent niet dat de burgemeester / de gemeente onder geen beding nog toegang tot de beelden zou kunnen krijgen. De Wet politiegegevens schept namelijk ruimte voor de politie om voor bepaalde doelen beelden te delen o.a. met gezagsdragers (art. 16) Wpg en derden (art. 19 Wpg).
3.3
De camerabeelden zouden op grond van art. 16 lid 1 sub b Wpg verstrekt kunnen worden aan de burgemeester voor zover de burgemeester de beelden behoeft in verband met de zeggenschap van de burgemeester over de politie of in het kader van de handhaving van de openbare orde.
3.4
Verstrekking zou op grond van art. 19 Wpg incidenteel kunnen plaatsvinden aan personen of instanties voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, in overeenstemming met het bevoegd gezag voor de volgende doeleinden: a) het voorkomen en opsporen van strafbare feiten; b) het handhaven van de openbare orde; c) het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven; d) het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving.
3
Aanwijzing verstrekking strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden
(aanwijzing wet justitiële en strafvorderlijke gegevens) (2018A003) par. 4
#62620429v1
3.5
De Memorie van Toelichting zegt daarover o.a. het volgende4: “Het kan hierbij gaan om incidentele verstrekkingen in bijzondere gevallen, dan wel verstrekkingen in het kader van een structureel samenwerkingsverband tussen een of meer politiekorpsen en andere instanties. Hiermee wordt beoogd ruimte te bieden voor door de praktijk gewenste verstrekkingen in het kader van de samenwerking van de politie met derden, bijvoorbeeld ten behoeve van de aanpak van jeugdcriminaliteit.” En “Deze mogelijkheid kan bijvoorbeeld uitkomst bieden als op regionaal niveau gedurende langere tijd intensief wordt samengewerkt met andere personen of instanties, bijvoorbeeld bij de aanpak van winkelcriminaliteit of bij de aanpak van de jeugdcriminaliteit. In dat geval kan de korpsbeheerder besluiten tot het op structurele basis verstrekken van gegevens met het oog op een samenwerkingsverband.”
3.6
De wettekst biedt enige ruimte om afhankelijk van de omstandigheden van het geval tot verstrekking over te gaan. Wat opvalt is dat bij art. 19 Wpg gesproken wordt over ‘het handhaven van de openbare orde’ en bij art. 16 Wpg over verstrekkingen ‘in het kader van de handhaving van de openbare orde’. De ruimte lijkt aldus groter bij art. 16 Wpg. Mogelijk kan dit alleen gebruikt worden als openbare orde schendingen nog actueel zijnen beïnvloed kunnen worden. Verdedigd zou echter kunnen worden dat in het geval van art. 16 Wpg ook gegevens verstrekt zouden kunnen worden om analyses te maken van een situatie die in het verleden heeft plaatsgevonden teneinde toekomstige openbare orde schendingen beter te adresseren. Art. 19d Wpg. biedt mogelijk een basis voor (leden van of fracties in) de gemeenteraad om beelden op te vragen in het kader van de controlefunctie. -
Wijze van verstrekking
3.7
De verstrekkende partij zal een afweging maken van het belang dat de ontvanger heeft ten opzichte van het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en in het geval van de politie ook het belang van strafrechtelijk onderzoek. Zolang onderzoeken nog lopen zal er naar verwachting terughoudendheid bestaan ten aanzien van het delen van beelden.
3.8
Als het onderzoek is afgerond dan speelt dit belang dat aan verstrekking aan derden in de weg kan staan niet meer, wel speelt dan natuurlijk nog het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Er zijn wel mogelijkheden om beelden te anonimiseren althans de impact voor betrokkenen grotendeels te beperken bijvoorbeeld door middel van het toepassen van blurring. Dat is een voor de hand liggende maatregel om ervoor te zorgen dat eerder tot verstrekking kan worden overgegaan.
4
Kamerstuk 30327, nr. 3 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
#62620429v1
4
CONCLUSIE
4.1
Hoewel de burgemeester -zolang een verstrekking aan de burgemeester nog niet heeft plaatsgevonden- geen beelden onder zich heeft, kan de burgemeester wel via politie danwel OM voor verschillende doelen beelden opvragen en de beelden dus weer onder zich krijgen. Over de reikwijdte van de doelen waarvoor opvraging kan plaatsvinden, kan men van mening verschillen. Binnen de reikwijdte van dit advies kan daar geen volledige uitsluitsel over worden gegeven. De wet biedt echter wel degelijk aanknopingspunten voor de burgemeester, de raad en/of derden om gegevens (via politie danwel justitie) op te vragen.
4.2
De raad zou van deze mogelijkheid gebruik kunnen maken bij politie en/of justitie althans dat in ieder geval proberen. Voor een dergelijk verzoek bestaat in de gegeven omstandigheden een redelijke basis. Voor zover de beelden nog niet opgevraagd zijn danwel opgevraagd kunnen worden in verband met lopende onderzoeken lijkt het gezien de grote maatschappelijke impact van de gebeurtenissen, daarom in algemene zin gerechtvaardigd te kunnen worden dat de beelden nog geruime tijd bewaard worden met het oog op mogelijke relevante verstrekkingen in de toekomst. Ook daar zou (vanuit de raad) op aangedrongen kunnen worden.
4.3
Voor het in de inleiding geschetste doel kan bij de afweging aan eventuele privacyrechtelijke bezwaren tegen het verstrekken danwel de langdurige opslag tegemoet gekomen worden door beelden te blurren. Voor de analyse of op juiste wijze is gehandeld door het bevoegde gezag is het immers niet relevant dat personen herkend worden.
4.4
Hoewel voor de partij die de beelden dient te verstrekken een belangenafweging altijd aan de orde zal zijn, levert het privacyrecht dus niet per definitie een onoverkomelijke drempel op voor het verstrekken van de beelden althans het zeker stellen van de beelden met het oog op mogelijke verstrekkingen binnen de doelen die de Wpg en Wjsg benoemen. AKD
#62620429v1