Handhavingsstrategie vergunningen deelmobiliteit 2026
Tekst van het document
Handhavingsstrategie vergunningen deelmobiliteit 2026
Definitieve versie Datum: 14 april 2026
1
Handhavingsstrategie vergunningen deelmobiliteit 2026
Inhoud 1 Aanleiding/inleiding .................................................................................................................... 3 2 Doel en werkwijze ....................................................................................................................... 3 3 Monitoring en signalering............................................................................................................ 4 4 Beoordeling overtreding ............................................................................................................. 5 5 Opleggen maatregel ................................................................................................................... 7 6 Tot slot....................................................................................................................................... 9
2
1 Aanleiding/inleiding Dit document beschrijft de wijze waarop het college van burgemeester en wethouders (verder: het college) de naleving van de aan vergunningen verbonden voorschriften handhaaft, welke maatregelen hierbij genomen kunnen worden en hoe de afweging plaatsvindt in het bepalen van de maatregelen. De handhaving ten aanzien van eventuele toekomstige deelmodaliteiten met een schaarse vergunning (op basis van artikel 2.50A, eerste lid APV) kan ook gebaseerd worden op de strategie die in dit document is opgenomen. Gelet op het grote aantal factoren dat moet worden meegewogen en de variabiliteit en onvoorspelbaarheid van optredende situaties is gekozen om gebruik te maken van een situationeel afhankelijke strategie. In het bepalen van de te nemen maatregelen wordt een afwegingskader gehanteerd dat nader is beschreven in dit document. Met deze werkwijze benadrukt het college het belang om zo inzichtelijk mogelijk te maken welke factoren bijdragen aan de keuze voor een bepaalde maatregel na het signaleren van een overtreding. Hiermee geeft het college inzicht in de afweging tot een besluit en wordt willekeur voorkomen.
2 Doel en werkwijze Eenduidig en overzichtelijk inzicht bieden in de maatregelen die door het college genomen kunnen worden wanneer een aanbieder van deelvervoer zich niet houdt aan; 1. De eisen zoals benoemd in de Nadere regels voor deelbakfietsen Amsterdam 2026, de Nadere Regels voor deelscooters of de Nadere Regels voor een andere (deel)modaliteit waarvoor een vergunning of ontheffing wordt verleend op basis van artikel 2.50A APV; 2. de toezeggingen in het plan van aanpak indien dat onderdeel uitmaakte van de aanvraag van de aanbieder op basis waarvan aan de aanbieder een vergunning is verleend; 3. de (werk)afspraken die met het college worden gemaakt na uitgifte van de vergunning. Daarnaast zal de mate waarin vergunninghouders zich houden aan de gestelde eisen, de aan de vergunning verbonden voorschriften en de met hen gemaakte afspraken, input zijn voor de evaluatie van de betreffende deelmodaliteit in de stad. Een positieve evaluatie geeft grotere kans op een verlenging van de vergunningstermijn (van maximaal twee keer een jaar), op een mogelijke ophoging van het aantal deelvoertuigen dat binnen de vergunningsvoorwaarden mag worden aangeboden en op een continuering van de bereidheid om ook na afloop van de vergunningtermijn voor de betreffende modaliteit opnieuw (een) vergunning(en) uit te geven.
Voor de deelbakfiets gelden vergunningen voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn voor de gemeente van zes maanden. In het proces van monitoren en handhaven worden de volgende processtappen doorlopen zoals weergegeven in onderstaand model:
3
2.1 Model Handhavingsproces
1. Signaal
2. Duiding
3. Wederhoor
4. Maatregel bepaling
6.Opleggen maatregel
7. Afwikkeling
5. Informeren aanbieder en mogelijkheid zienswijze
Onderstaande tabel geeft een beschrijving van de processtappen uit bovenstaand model. Meer informatie over de stappen staat in de volgende hoofdstukken (zie ook tabel). 2.2 Tabel Handhavingsproces: Stap 1: Monitoring & signalering
Stap 2, 3 & 4: Beoordeling overtreding
Stap 5, 6 & 7: Opleggen maatregel
Signalering via actieve en passieve monitoring door gemeente en/of aanbieder en via externe kanalen zoals meldingen door derden.
Duiding ernst en legitimiteit binnengekomen signaal en uitleg vragen aan aanbieder. Hierna wordt afweging gemaakt met mogelijk formuleren van maatregel als gevolg. Hierbij wordt een nader omschreven afwegingskader gehanteerd. Meer informatie in hoofdstuk 4
Aanbieder wordt geïnformeerd welke maatregel wordt genomen en kan zienswijze geven. Maatregel wordt opgelegd waarbij gemeente toeziet op naleving.
Meer informatie in hoofdstuk 3
Meer informatie in hoofdstuk 5
3 Monitoring en signalering Het signaleren van overtredingen geschiedt op verschillende manieren. Het college ontvangt (periodiek) informatie van de aanbieders (onder meer in de vorm van rapportages) waaruit blijkt in hoeverre aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan. Middels dashboards (o.a. CROW-dashboard voor deelmobiliteit) met actuele gegevens over de locatie van aangeboden voertuigen) vindt op sommige aspecten actieve monitoring plaats. Medewerkers van de
4
gemeente kunnen ook op basis van eigen waarnemingen constateren of een vergunningsvoorwaarde mogelijk wordt overtreden. Dat laatste kan ook gebeuren aan de hand van bij de gemeente binnengekomen signalen en meldingen van derden.
4 Beoordeling overtreding De ernst van overtredingen kan verschillen. De handhaving en de hiermee samenhangende maatregel ook. Verschillende factoren spelen in de bepaling van de ernst een rol. Deze factoren kunnen ingedeeld worden in enkele hoofdcategorieën. Wanneer een maatregel wordt getroffen zal deze onderbouwd worden met behulp van de onderstaande factoren: • Verwijtbaarheid, • Urgentie, • Duur van overtreding, • Herhaling, • Oorsprong van de vergunningsvoorwaarde, • Moment van constateren, • Impact van de maatregel, • Positieve resultaten Verwijtbaarheid Bij het bepalen van de ernst van overtredingen kan de mate waarin de aanbieder de overtreding verweten kan worden mee worden genomen. Factoren die hierin meespelen zijn: - Overmacht Er zijn situaties voorstelbaar waarbij aangetoond kan worden dat er sprake is geweest van overmacht in de betreffende situatie. Een voorbeeld is dat er door extreme weersomstandigheden tijdelijk geen fysieke herverdeling van voertuigen mogelijk is geweest. - Aandeel derden Bij de naleving van sommige vergunningsvoorwaarden of onderdelen uit het plan van aanpak van de aanbieders geldt dat sprake kan zijn van afhankelijkheid van derden.
Wanneer bewezen kan worden dat de aanbieder alles in werking heeft gesteld om te voldoen aan een gestelde voorwaarde, maar een derde partij buiten de invloedssfeer van de aanbieder het voldoen aan de voorwaarde verhindert, dan wordt dit meegenomen in het bepalen van de te nemen maatregel. Het gaat hier bij nadrukkelijk niet om leveranciers of andere samenwerkingspartners van de aanbieder die hun verplichtingen jegens de aanbieder niet nakomen. Gedacht kan worden aan een wijziging in formele wetgeving die de aanbieder verhindert aan zijn vergunningsvoorwaarden te voldoen of bewuste sabotage van de operatie van de aanbieder. Voorbeeld kan zijn wanneer door anderen moedwillig voertuigen onbruikbaar gemaakt worden en/of verplaatst worden.
5
- Aandeel gemeente Het kan voorkomen dat door handelen van de gemeente aan bepaalde vergunningsvoorwaarden niet of minder kan worden voldaan (denk aan werkzaamheden of wijzigingen in beleid en/of regelgeving). Wanneer dit aantoonbaar gemaakt kan worden is dit een verlichtende factor bij het bepalen van de maatregel. - Medewerking Wanneer aanbieder getuigt van goede medewerking en welwillendheid om tot een oplossing te komen na een geconstateerd feit, dan kan dit een verlichtende factor zijn in het bepalen van de maatregel. - Fraude Als de aanbieder bewust informatie achterhoudt, bewust een onjuiste voorstelling van zaken geeft of als blijkt dat de vergunningsaanvraag en bijgesloten plan van aanpak onwaarheden bevat, dan kan dit gekenmerkt worden als fraude. Bij het bepalen van de maatregel wordt dit gezien als een verzwarende factor. Urgentie Een overtreding kan variëren in urgentie. Wanneer blijkt dat voertuigen bijvoorbeeld niet voldoen aan bepaalde veiligheidsaspecten en derhalve niet voldoen aan de eisen die zijn gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet levert dit automatisch een zwaardere maatregel op, omdat dat fysiek letsel kan veroorzaken bij gebruikers en/of andere weggebruikers. Duur Voor een deel van de vergunningsvoorwaarden is de (tijds)duur van de overtreding een belangrijke factor in het bepalen van de maatregel.
Een overschrijding van het voertuigplafond gedurende een uur wordt bijvoorbeeld minder ernstig ingeschat dan een overschrijding die enkele dagen aanhoudt. Herhaling Bij het bepalen van de maatregel is een belangrijk element of het geconstateerde feit gezien kan worden als een incident of onderdeel uitmaakt van een patroon. In algemene zin leidt herhaling tot een zwaardere maatregel. Oorsprong van de vergunningsvoorwaarde In de handhaving van de vergunningsvoorwaarden zijn alle vergunningsvoorwaarden relevant en van belang. Een deel van de voorwaarden verdient echter meer aandacht waarbij een overtreding in de afweging zwaarder aangerekend zal worden. In de nadere regels zijn vergunningsvereisten dan wel weigeringsgronden opgenomen waaraan aanvragers hebben toegezegd aan te voldoen om aanspraak te maken op een vergunning. Wanneer blijkt dat aan deze (minimum)vereisten niet wordt voldaan, is dit een reden om een zwaardere maatregel te treffen. Daarnaast zijn door de gemeente gestelde wensen opgenomen in de Nadere regels waarop aanbieders in de vergelijkende toets gescoord zijn met een gunningsbeslissing als gevolg, met uitzondering van de deelbakfiets.
6
Met name op deze wensen en hoe deze terugkomen in de ingediende plannen van aanpak is verschil gemaakt ten opzichte van andere aanvragers. Hoe een aanbieder heeft gezegd te voldoen aan deze wensen, heeft grote invloed gehad op de gunningsbeslissing voor het verstrekken van de vergunning. Om hieraan recht te doen zullen overtredingen op deze voorwaarden ook sneller leiden tot zwaardere maatregelen. Moment van constateren Het kan uitmaken voor het juist inschatten van de ernst van een overtreding op welk moment in de vergunningsperiode deze wordt geconstateerd. Zo zijn er elementen uit bijvoorbeeld de implementatieplannen die zwaarder wegen aan het begin van de vergunningsperiode. Bij het bepalen van de maatregel wordt dit ook meegewogen. Impact van de maatregel Bij het bepalen van een maatregel wordt rekening gehouden met welke impact mogelijk op te leggen maatregelen zullen hebben. In eerste instantie zijn sancties gericht op een waarschuwingsfunctie, voorkoming van herhaling en het beter functioneren van het deelmobiliteitssysteem in Amsterdam. Wanneer de ernst van de overtreding het rechtvaardigt kan er uiteindelijk worden overgegaan op intrekking van de vergunning. Bij elke afweging wordt rekening gehouden met de belangen van de betreffende aanbieder, van de gemeente en van het deelmobiliteitssysteem. De maatregel moet daarnaast in verhouding staan tot de overtreding.
Het college heeft daarentegen ook een verplichting aan aanvragers die geen vergunning verleend hebben gekregen. Tot slot dient rekening gehouden te worden met de maatregelen die andere vergunninghouders hebben gekregen en de precedentwerking van de genomen maatregelen. Positieve resultaten In de afweging kan worden besloten positieve resultaten van de aanbieders als verlichtende factor mee te wegen. Wanneer is gebleken dat een aanbieder zich op alle fronten uitstekend heeft ingezet om aan alle vergunningsvoorwaarden te voldoen (of misschien heeft overtroffen wat men redelijkerwijs mocht verwachten), kan dit reden zijn om bij constatering van een overtreding een minder zware maatregel te treffen. Ook kan hierbij worden gekeken naar hoe snel en effectief opvolging is gegeven door de aanbieder aan verzoeken en/of opgelegde maatregelen vanuit het college.
5 Opleggen maatregel Het college kan verschillende maatregelen opleggen bij overtreding van de vergunningsvoorwaarden. In uiterste gevallen kan het college overgaan tot het intrekken van de vergunning. Omdat deze maatregel een forse impact heeft op zowel de aanbieder als op het functioneren van het deelmobiliteitssysteem in de stad zal de afweging om dit te doen zorgvuldig worden gemaakt. Andere maatregelen zullen in eerste instantie eerder voor de hand liggen en aanbieders motiveren om verbeteringen door te voeren in de geconstateerde situatie. Hieronder is een lijst opgenomen met maatregelen en/of te nemen acties wanneer overtredingen worden geconstateerd ten aanzien van de voorwaarden die onderdeel zijn van
7
de vergunning. De maatregelen staan op volgorde van zwaarte, van licht naar zwaar. De praktijk verlangt niet dat deze volgordelijk wordt toegepast. Voordat een vergunning wordt ingetrokken, hoeven niet eerst alle andere maatregelen toegepast te zijn. Indien een aanbieder niet wil of kan voldoen aan de maatregelen die het college oplegt, dan kan een aanbieder de verleende vergunning altijd teruggeven. Om meer begrip te krijgen voor de aard en oorzaak van de overtreding en wederhoor toe te passen, wordt altijd eerst een gesprek gevoerd met de vergunninghouder (zie model 2.1 , p.5). Dit kan ook in het kader van de reguliere voortgangsgesprekken plaatsvinden. Wanneer een gesprek niet afdoende wordt bevonden om recht te doen aan de geconstateerde overtreding dan kunnen verschillende maatregelen opgelegd worden. Na het besluiten tot het opleggen van een maatregel wordt in beginsel de betreffende aanbieder de gelegenheid gegeven om een zienswijze te geven op dit besluit (schriftelijk of mondeling, afhankelijk van de zwaarte van de overtreding en/of maatregel). Verbeterplan De gemeente kan verzoeken om een verbeterplan. De vergunninghouder dient binnen maximaal 10 werkdagen aan dat verzoek te voldoen. Doet de vergunninghouder dit niet of niet naar tevredenheid van het college, dan kan dit aanleiding zijn voor andere maatregelen.
De vergunninghouder dient in het verbeterplan concrete verbeteracties op te nemen op basis van een eigen analyse en een termijn bepalen waarin de verbeteracties zijn uitgevoerd. De verbeteracties moeten als resultaat hebben dat de vergunninghouder aan de vergunningsvoorwaarden voldoet. Het college kan aanbieders ook verzoeken communicatieacties in te zetten richting het publiek en/of omgeving (in het kader van publieke verantwoording). Waarschuwing Dit is een officiële waarschuwing, die wordt verkondigd via een officiële brief. Dwangsom De gemeente kan een last onder dwangsom opleggen. De last is er op gericht dat een einde wordt gemaakt aan een overtreding of een (nieuwe) overtreding voorkomen wordt. Indien niet wordt voldaan aan de last verbeurt de vergunninghouder een dwangsom. Dat betekent dat hij een bepaald bedrag moet betalen. De hoogte van dat bedrag zal mede afhankelijk zijn van de ernst van de overtreding en eventueel recidivegedrag van de vergunninghouder. Schorsen vergunning of (tijdelijk) terugbrengen van het maximaal aantal voertuigen De vergunning kan tijdelijk worden ingetrokken (geschorst) of het maximaal aantal voertuigen dat mag worden geëxploiteerd kan (tijdelijk) naar beneden worden bijgesteld. Intrekken vergunning Het college kan besluiten een vergunning in te trekken na afweging van de factoren zoals vermeld in hoofdstuk 4.
Onderstaand model laat de mogelijke maatregelen zien in een schema met als vertrekpunt het besluit om een maatregel te nemen.
8
5.1 Model Maatregelniveaus Besluit opleggen maatregel
Verbeterplan
Waarschuwing
Dwangsom
Schorsen Vergunning Intrekken Vergunning
5.2 Tabel Maatregelniveau Verbeterplan
Waarschuwing
Dwangsom
De aanbieder dient een verbeterplan in te dienen. Een optie is om de aanbieder hier extern over te laten communiceren.
Dit is een officiële waarschuwing, die wordt verkondigd via een officiële brief.
Afdwingen maatregel met last onder dwangsom. Bij het niet opvolgen wordt dwangsom opgelegd.
(Schorsen vergunning) Doorlooptijd wordt vastgesteld.
Intrekken vergunning Vergunning wordt ingetrokken.
Bij wie binnen de gemeentelijke organisatie het mandaat ligt voor het opleggen van maatregelen is afhankelijk van het soort maatregel.
6 Tot slot De Handhavingsstrategie vergunningen deelmobiliteit, vastgesteld door het college op 16 juli 2024, vervalt.
9