CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigde conceptverslag 14-12-2022

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 8 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslagen van de openbare vergaderingen van de raadscommissie OZA d.d. 14 december 2022 en 18 januari 202315.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ook dat zal onrust geven, maar het is verstandig om de administratie terug te brengen en

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Gewijzigde raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

meer zich te krijgen op kwaliteit. Zij denkt niet dat de kosten exploderen omdat er onzinnige zorg zou worden geleverd. Het lid WEHKAMP heeft een rondvraag namens haar collega Rooderkerk, die ziek is. Het lerarentekort in de stad blijft stijgen, zoals blijkt uit een artikel in Het Parool van 12 december jl. Sinds 2020 is 23 miljoen euro uitgetrokken om dat lerarentekort tegen te gaan. Dat geld werd onder andere ingezet voor betaalbare woningen voor leraren. Toch blijkt uit de monitor van het noodplan dat er in 2022 maar weinig woningen met voorrang aan leraren zijn toegekend. Zij vraagt waarop deze regeling vastloopt en hoe de wethouder de toegankelijkheid van de voorrangsregeling wil verhogen. Welke nieuwe maatregelen gaat de wethouder verder nemen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat soms de aangeboden woning niet voldoet aan de wensen die leraren hebben. Amsterdam heeft relatief veel kleinere woningen. Behalve het aantal afwijzingen, is ook het aantal aanvragen wat kleiner dan bij andere beroepsgroepen, zoals de zorg. Hierover wordt gesproken met het BBO en het OSVO, maar het primair onderwijs gaat voor omdat daar de tekorten groter zijn. Behalve dit, is men bezig met een nieuwe Lerarenagenda.

Het lid BOOMSMA memoreert in verband met het doorschuiven van loting en matching naar januari de recente bijeenkomst met het OSVO, OKO, ouders en VSA over de mismatch van vraag en aanbod in het onderwijs. Hierbij werd door het OSVO over die mismatch een presentatie gegeven. Het lijkt hem goed die te betrekken bij de bespreking van de stukken in januari. En als het kan ook de cijfermatige analyse die achter deze presentatie zit. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij er geen bezwaar tegen heeft. Zij zal het OSVO vragen of men hiermee akkoord gaat. Onderwijs 4. Wijzigingen in de statuten van Stichting Basisonderwijs Gooi- en Vechtstreek (Talent Primair) (VN2022-024802) De VOORZITTER meldt dat de heer Von Gerhardt ervan afziet het woord te voeren. Hiermee wordt het agendapunt verder niet behandeld. 5. Wijzigen van de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020 (VN2022-041658) Het lid VON GERHARDT leest dat de normbedragen met ruim 30% verhoogd worden, terwijl het plafond niet voldoende mee stijgt om alles te kunnen blijven doen zoals men gewend was. Onderwijshuisvesting is een belangrijke gemeentelijke taak om ervoor te zorgen dat alle kinderen op een goede school terechtkunnen. In het stuk staat dat men niet in hetzelfde tempo door kan blijven gaan omdat daarvoor onvoldoende middelen zijn.

De groei van de stad gaat onderwijl door, met veel kinderen die onderwijs moeten krijgen. Hoe kan men dat bijhouden, als er nu al onvoldoende onderwijshuisvesting is? Betekent dit dat er in nieuwe wijken geen scholen meer gebouwd kunnen worden? Of kan men straks de huidige scholen niet meer vernieuwen en aanpassen aan deze tijd? Het lid BOOMSMA deelt de zorg van de vorige spreker. 34% meer betekent dat je veel minder kunt doen met hetzelfde geld. Hij vraagt welke consequenties dat zal hebben. Wordt de raad tijdig betrokken als er moeilijke keuzes gemaakt moeten worden?

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Gewijzigde raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

Wethouder MOORMAN deelt de zorgen van VVD en CDA. Het niet doen had echter geen ander effect gehad, want dit zijn de reële stijgende bouwkosten. Op basis daarvan zal de puzzel moeten worden gelegd. Behalve de verhoging naar 34% zijn het ook de lopende projecten die tot hoge bouwkosten gaan leiden. Het lijkt haar verstandig om nu aan de voorkant aan te geven dat binnen het plafond, dat slechts met 10% stijgt terwijl de kosten reëel met 34% stijgen, het een grote puzzel gaat worden. Met het IHP krijgt de commissie alle keuzes te zien. De gemeente zal zich altijd aan de wettelijke taak moeten houden. De stijging van de bouwkosten vindt in deze tijd overal plaats. Daarbij wil je niet ‘penny wise, pound foolish’ handelen, bijvoorbeeld door dingen nu niet klimaatbesteding te maken, wat dan later alsnog moet gebeuren. Zij is het dus eens dat het puzzelen is en geeft als voorbeeld het Berlage. Ook zij vindt het niet prettig om toch nog binnen de hoofdgroenstructuur noodgebouwen te houden, maar gezien de financiën is het verstandig. Je zult dus creatief moeten zijn en op basis van de verordening keuzes maken. Het lid VON GERHARDT vindt het vooral zorgelijk dat men met deze nieuwe normbedragen de groei van de stad niet kan bijhouden.

Komen er in nieuwe wijken nu minder scholen? Of gaat dit ten koste van de bestaande voorraad schoolgebouwen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat je geen nieuwe wijk kan bouwen zonder school. Bij nieuwe bouwontwikkeling moeten de maatschappelijke voorzieningen altijd inbegrepen zijn. Eigenlijk is dat een koerswijziging. Er worden wijken gebouwd die ook leefbaar zijn. Zij heeft geen enkele intentie daarvan af te stappen, maar het betekent wel dat de opgelegde taak niet makkelijk is. Het lid VON GERHARDT is blij dat de wethouder aan die leefbaarheid vast wil houden. Maar wat gaat gebeuren met de bestaande voorraad die aan vernieuwing toe is? Welke keuzes liggen daarbij voor en hoe kan de raad op een goede manier sturen? Misschien kan dat al eerder dan bij de voorjaarsnota 2024 om verrassingen te vermijden. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de raad over het IHP gaat, waar alle keuzes in zitten. De raad heeft dus de beslissingsbevoegdheid. Bij grote afwijkingen, zoals eerder met het Berlage, stelt zij de raad altijd in kennis. Zij snapt de zorg van de heer Von Gerhardt. De toekomstige stad mag niet ten koste gaan van de bestaande stad. Het is zaak ervoor te zorgen dat de nodige vervangingen en het onderhoud aan het gebouw op orde blijven. Het lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder meer inzicht kan geven in wat dit betekent voor het vervangingstempo.

Er kan nu een derde minder gedaan worden met de nieuwe normbedragen. Hoe lang moeten projecten opschuiven? Hoeveel projecten kunnen er per jaar gedaan worden? Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit allemaal aan de orde komt in het IHP. De VOORZITTER concludeert dat de voordracht voldoende behandeld is. Ze gaat voor een korte bespreking naar de raad. Jeugd(zorg) 7. Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief ter afdoening van moties specialistische jeugdhulp (VN2022-040765) 8. De Jeugdbescherming is in crisis (VN2022-040764) 9. Voortgang van de aanbevelingen uit het rapport Onmacht (VN2022-040762)

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Gewijzigde raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

Het lid VAN DER VEEN gaat in op de crisis in de jeugdbescherming. Amsterdamse jongeren die hulp nodig hebben, kunnen die vaak door de wachtlijsten niet krijgen. Op AT5 deed recent de achttienjarige Alex haar verhaal. Met 16 jaar werd zij in een gesloten jeugdzorginstelling geplaatst door haar verslaving aan meerdere soorten drugs. Er was namelijk geen juiste hulp voor haar beschikbaar; pas na anderhalf jaar kon zij ook terecht bij een verslavingskliniek. Gedurende die anderhalf jaar gebruikte zij met andere verslaafde jongeren in die instelling veel drugs. Er kon geen behandeling starten. Dit soort verhalen zijn bekend voor de Jeugdbescherming Amsterdam, waar men al jaren vraagt om meer hulp van het Rijk om de wachtlijsten en personeelstekorten op te lossen. Ook is dit de basis voor de brief van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over de onhoudbare situaties in de jeugdbescherming. Hij vraagt zich af of vaker zoveel alarmbellen tegelijkertijd afgegaan zijn over de jeugdzorg. Al langer constateren de SER en de jeugdmonitor van het CBS dat sociale werkers binnen de jeugdzorg door de uit de hand gelopen werkdruk niet meer kunnen werken volgens hun beroepscode. Er verandert ook niets in hun situatie. Beroepsverenigingen schrijven brandbrieven en vakbonden voeren acties. Een maand geleden gaven de jeugdbeschermers aan voorlopig niet meer met het kabinet te willen spreken.

Onderwijl moet de Hervormingsagenda Jeugdzorg van het kabinet nog komen en zijn de bezuinigingen van een miljard euro, 18% van het totaal, al ingeboekt. Intussen is het aantal jongeren in de jeugdzorg van 1 op 27 opgelopen naar 1 op 7. Er is dus sprake van crisis. GroenLinks maakt zich grote zorgen over deze groep jonge mensen in de stad. Hij vraagt de wethouder hoe zij deze crisis ziet. Aan welke knoppen kan men draaien? Hoe verlopen de gesprekken met de instellingen voor jeugdbescherming? Hoe kan het college de jeugdbeschermingsketen ondersteunen in de lobby naar het Rijk? Wat kan Amsterdam doen als er niet tijdig jeugdbescherming kan worden ingezet? Het Rijk wil niet de door de inspectie voorgestelde landelijke crisisaanpak voor de jeugdbescherming. Hij vraagt of het nodig is een Amsterdamse crisisaanpak te realiseren. Hoe verlopen de gesprekken met het Rijk, ook vanuit de VNG? Zijn fractie steunt de wethouder in haar strijd tegen deze bezuinigingen. Wat betreft het rapport Onmacht sluit hij zich op voorhand aan bij de vragen die de PvdA gaat stellen. In de brief wordt ook de onafhankelijke begeleidingscommissie genoemd. Hij ziet graag dat deze raadscommissie in gesprek gaat met de begeleidingscommissie over de bevindingen. Het lid ABDI noemt de situatie in de jeugdzorg ‘code zwart’. Er is geen sanctie op het falen van de overheid, maar wel op het falen van ouders.

Aldus Ravi Debisarun, ervaringsdeskundige, een paar weken terug bij Nieuwsuur over de crisis in de jeugdzorg en jeugdbescherming. Op zesjarige leeftijd werd Ravi uit huis geplaatst, en verhuisde daarna tien keer van plek naar plek. Het was weglopen, terugkomen, weggestuurd worden, slapen in een parkeergarage. Zij hoorde bij haar werkbezoek steeds dit soort verhalen, waaruit bleek dat er structureel te weinig aandacht en energie is voor de meest kwetsbare mensen in de stad. De hulp sluit niet op elkaar aan. Er is zo weinig aandacht voor kwetsbare gezinnen dat die maar zelden vaste jeugdbescherming hebben. Zij sluit zich aan bij wat GroenLinks zei over de crisis in de jeugdbescherming. Het is duidelijk dat er hervormingen nodig zijn. Het systeem is zwak en faalt. 1 januari 2022 was de datum waarop de oorspronkelijke Hervormingsagenda Jeugdzorg definitief zou worden vastgesteld, maar een jaar later ligt die er nog steeds niet. Belangrijke wetsvoorstellen liggen nog op de plank. En de gemeente heeft te maken met een enorme bezuiniging. De kilheid van het invoeren van de eigen bijdrage baart haar fractie zorgen. Hoe kijkt de wethouder naar de bezuinigingen, inclusief de eigen bijdrage? Haar fractie wil de Hervormingsagenda benutten om cruciale fouten in het systeem te repareren. Op dit moment moeten kwetsbare kinderen met een complexe zorgvraag te lang wachten op de juiste hulp.

Ouders worden onvoldoende ondersteund. Er lijkt wel capaciteit voor opvoedkundige vraagstukken. Zij vraagt hoe de wethouder dat ziet. Het is opvallend dat kinderen van ouders met een hoog inkomen de weg naar de jeugdzorg iets beter weten te vinden dan kinderen van ouders met minder geld. Kan de wethouder aangeven wat nodig is? Hoe kan de juiste hulp aangeboden worden aan de meest

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Gewijzigde raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

kwetsbare kinderen in de stad? In hoeverre kan het preventieve aanbod zo ongelijk verdeeld worden over de stad dat de meest kwetsbare buurten er het meest aan hebben? Er is een heel hard rapport over de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen. Daarin wordt aangegeven dat de rechtspositie van ouders en kinderen zeer zwak is. Zij vraagt hoe je moet aankijken tegen de zogenaamde drangtrajecten in de stad. Moeten die niet worden heroverwogen? Zo ja, is de wethouder bereid om hierover in gesprek te gaan met de betrokken partners? Verder vraagt ze of de wethouder bekend is met de zogeheten ‘steungezinnen’ in de wijk en de effectiviteit daarvan. Haar fractie vindt dat een heel mooi concept waarbij een stabiel gezin dat het even moeilijk heeft ondersteund wordt. Kan daarvan iets geleerd worden en is opschaling mogelijk? Het lid DE JONG schetst de huidige situatie: het moet beter worden, efficiënter, en ook goedkoper vanwege de afnemende rijksbijdrage. Daarbij tekent hij aan dat er in de Eerste Kamer een motie wordt ontworpen waarin wordt gevraagd de besparingen niet door te voeren. Hopelijk vallen de bezuinigingen dus mee. Hij dankt de wethouder voor het versimpelen van de gebruikte termen. In de raadsbrief van 22 september bespreekt de wethouder de voorgenomen veranderingen, zoals dat het aantal partners van de jeugdzorg teruggebracht.

Het is hem onduidelijk hoeveel het er gaan worden. Ook worden er budgetplafonds ingevoerd. Er komen in de categorie hoogspecialistische jeugdhulp 1000 jeugdigen bij. Daar hangt een prijskaartje aan. Hij vraagt hoeveel partners zijn gecontracteerd voor de enkelvoudige jeugdhulp. En wat betekent de reductie voor het aanbod? Waarom kiest de wethouder voor een beperkt aantal aanbieders, terwijl er een motie ligt om ook kleine partners een kans te gunnen? Bij de hoogspecialistische jeugdhulp zijn er ketenpartners gekomen, waarbij meerdere aanbieders samen hoogspecialistische hulp kunnen aanbieden. Bij de enkelvoudige jeugdhulp lijkt het lastig als verschillende bedrijven met een verschillende invalshoek samen dan nog steeds enkelvoudige jeugdhulp zijn. Dat is een gekke constructie. Verder vraagt hij hoe de financiering gaat van de 1000 extra jeugdigen voor de hoogspecialistische jeugdhulp. De aanbesteding voor de hoogspecialistische jeugdhulp is al gedaan in 2021. Daar was een begroting van. En nu worden de preventieve en enkelvoudige jeugdhulp aanbesteed, waarbij dus 1000 jeugdigen worden overgeheveld. Het lijkt hem dat de financiering dan nog niet op orde is. Ten slotte vraagt hij wat gedaan is aan besparingen binnen de jeugdhulp.

Zijn er nog opties denkbaar, behalve kritisch kijken wat nodig is en een budgetplafond? Hij denkt aan het versneld afsluiten van trajecten, omdat een beetje hulp misschien al beter is dan op de wachtlijst te staan. Het lid WILLIAMS merkt op dat ieder kind het recht heeft om thuis veilig op te groeien en zich te ontwikkelen. Op dit moment kan de jeugdbeschermingsketen niet voldoen aan de behoefte van veel Amsterdamse jongeren. Een van de oorzaken is volgens de inspectie het ontbreken van mogelijkheden om kinderen zonder vertraging passende hulp te bieden, mede door de bureaucratische processen bij gemeenten. Hij vraagt of de wethouder weet welke processen in Amsterdam mogelijk als bureaucratisch ervaren worden. Zijn er plannen om deze processen tot in detail te evalueren en te komen tot mogelijke hervormingen? Veel verantwoordelijkheid voor het tijdig signaleren en doorverwijzen naar specialistische hulp ligt bij de buurtteams. Weet de wethouder hoe het de buurtteams momenteel vergaat? Kunnen ze hun rol vervullen? Hoe verloopt de samenwerking tussen buurtteams en specialistische organisaties in het jeugdbeschermingsstelsel? Hij heeft geluiden uit de sector gehoord dat de VVGZ meer kennis nodig heeft om volledige gezinsproblematiek te herkennen en te behandelen. Een integrale aanpak voor het hele gezin is van groot belang.

Het initiatief om samenwerking tussen VVGZ en sociaal domein te intensiveren lijkt hem daarom sterk. Kan de wethouder informeren over de voortgang van de Amsterdamse pilot voor consultatie? Hoe verlopen de landelijke gesprekken hieromtrent?

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Gewijzigde raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

Het is mooi te zien dat er ervaringsdeskundigen komen te zitten in een onafhankelijke begeleidingscommissie om gezamenlijk de voortgang van de aanbevelingen te volgen. Hij sluit zich aan bij wat GroenLinks zei over de onafhankelijke begeleidingscommissie. Toch valt het op dat daarin geen jongeren zitten, terwijl de problematiek die vandaag aan de orde is rondom de jeugdzorg over jongeren gaat. Hij vraagt of er mogelijkheden zijn om het Jeugdplatform Amsterdam bij deze commissie te betrekken. Wethouder MOORMAN maakt deel uit van de onderhandeldelegatie van de VNG. Het is een ingewikkeld gesprek, wat ook een gevolg is van decentralisatie. Het Rijk verliest op die manier soms het zicht waarover het eigenlijk gaat. Het moet hier niet gaan over geld of het systeem, maar over goede zorg voor de jongeren, juist nu, na corona en de bestaanszekerheid die onder druk staat. Een onderdeel van de decentralisatie is dat het zicht dat men in de gemeente op de zaak heeft, bij het Rijk naar voren wordt gebracht. Zij antwoordt de heer Van der Veen dat zij de crisis in de jeugdbescherming ook ziet. De inspecties geven aan dat zij met de huidige tekorten hun inspectietaak niet meer kunnen verrichten. Zij kunnen de partners er niet op afrekenen, ook al gaat het niet zoals is afgesproken. De gesprekken met de Amsterdamse partners verlopen over het algemeen goed.

Men geeft aan dat de aansluiting van jeugdbescherming op jeugdhulp op veel plekken spaak loopt. Er is daarom al een soort crisisaanpak. De caseload is verlaagd van veertien naar tien. Het is wel steeds de vraag of er voldoende personeel is. Er is een casus-voor-casusaanpak waarbij in de wachtlijst voor kinderen met een maatregel, in aansluiting op de jeugdhulp, wordt nagegaan wie zo snel mogelijk hulp nodig heeft. Het is niet te verteren als kinderen misschien terug moeten naar een onveilige thuissituatie, omdat er geen jeugdhulp mogelijk was. Zij vindt de suggestie om een gesprek te hebben met de begeleidingscommissie verstandig. Zij zal dat overbrengen en organiseren. Het lid Abdi verwees naar het stevige rapport dat is verschenen over de rechtspositie van ouders. Zijzelf vindt drangtrajecten niet per definitie verkeerd; zij heeft dat liever dan dwang. Als kinderen in de knel komen, komt dat vaak niet doordat er iets aan de hand is met de kinderen. Er is dan meestal iets aan de hand met de opvoeders. Soms is er ggz-problematiek, of zijn er verslavingen. Dat zit in het deel voor volwassenen en het is zaak dat zo goed mogelijk op het jeugddomein aan te laten sluiten. Zij zou soms willen dat er meer doorzettingsmacht georganiseerd kon worden vanuit het jeugddomein. Al geruime tijd is er een transitie aan de gang van drang naar dwang.

Zij is het eens dat steeds gekeken moet worden naar de rechtspositie van ouders, maar daarbij mogen de kinderen niet in de knel komen. Het gaat in veel gevallen om de reikwijdte; vaak gaat het over de vraag waar de Jeugdwet over gaat. Zij antwoordt de heer De Jong dat bekeken zal moeten worden wat wel en wat niet in het jeugddomein gedaan moet worden. Gemeenten hebben een heel brede plicht, wat goed is om te voorkomen dat kinderen in de knel komen. Vechtscheidingen zorgen voor problemen bij, maar niet door het kind. Je kunt die kinderen niet in de steek laten. Hoe zit het dan met de reikwijdte en de toegang? De gemeente zal daarop zelf een visie moeten ontwikkelen. Daarmee is zij ook bezig. Het is belangrijk een financieel beheersbaar systeem te hebben. Er is een toename van de vraag door een toename van het aanbod. Zo zijn er voor het enkelvoudig specialistische jeugddeel momenteel meer dan 170 aanbieders, met alle consequenties van dien voor de administratie, de contractering, maar ook voor de kwaliteitscontrole. De interventies moeten echt van waarde zijn. Het is daarom verstandig om de enkelvoudig specialistische jeugdhulp te laten gaan waarover het moet gaan. Kijk je goed, dan is een deel ervan hoogspecialistische jeugdhulp en een ander deel veel lichtere zorg, die eigenlijk bij het OKT thuishoort. Het is belangrijk dat te ontwarren en het financieel beheersbaar te maken.

Er gaat nu een bedrag van bijna 34 miljoen bij de ESJH om. Zij is zich bewust van de motie, maar het lijkt haar verstandig het aantal aanbieders terug te brengen naar dertig tot veertig, met oog voor de kleine, locatiegebonden aanbieders. Dit wordt momenteel met de aanbieders besproken. Er gaan inderdaad zo’n 1000 cliënten over naar het hoogspecialistische deel. Hoe dat financieel zijn beslag moet krijgen, is nog zoeken. Een feit is dat het gaat om gevallen die thuishoren bij de hoogspecialistische jeugdhulp. De druk die staat op de jeugdhulp

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Gewijzigde raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

maakt dat het mogelijk is in vertrouwen met de aanbieders te werken. Dat betekent dat je met een aantal partners moet gaan samenwerken. Taakgerichte lumpsum is een goede ontwikkeling, want dat scheelt in de administratie. Het lid DE JONG vraagt te garanderen dat trajecten die nu als enkelvoudige jeugdhulp worden geduid door blijven lopen, ook als er nog geen plek is bij de hoogspecialistische jeugdhulp. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het lastig is om met de huidige wachtlijsten met garanties te komen. Wel kan zij garanderen dat zij zich zo goed mogelijk zal inzetten voor kinderen die het het hardste nodig hebben. Het lid DE JONG vraagt of het mogelijk is dat straks de 1000 jeugdigen die naar het hoogspecialistische deel gaan op de wachtlijst belanden. Wethouder MOORMAN wil dat proberen te voorkomen. In ieder geval wil zij proberen te voorkomen dat kinderen die het het hardste nodig hebben op een wachtlijst belanden. Eigenlijk wordt er al uitgevoerd wat de Hervormingsagenda vraagt. De gemeente wil vereenvoudiging in de contractering en het systeem van administratie. Tegelijkertijd speelt de budgettaire krapte en krapte op de arbeidsmarkt. Zij antwoordt de heer Williams verwijst voor wat betreft bureaucratische processen naar haar beantwoording van de heer De Jong. Terecht wijst de heer Williams op de rol van de buurtteams; het volwassenendomein is cruciaal bij het jeugddomein.

Het gaat echter niet overal goed, want het is complex. De suggestie om het Jeugdplatform te betrekken bij de commissie vindt zij heel goed. Zij gaat kijken of dat mogelijk is. Vanzelfsprekend zal zij de commissie zo goed mogelijk informeren over de voortgang bij de pilot consultatie. Het lid ABDI hoorde van de wethouder dat de gesprekken over de Hervormingsagenda heel stroef lopen. Vooruitlopend daarop moet al over een aantal zaken besloten worden. Zij vraagt welke stappen genomen moeten worden om ervoor te zorgend dat de meest kwetsbare kinderen als eerste geholpen worden. En hoe zorg je ervoor dat het preventieve aanbod zich het meest richt op de kwetsbare buurten? Verder vraagt zij nog antwoord op haar vraag over de steungezinnen. Het lid DE JONG vraagt welke besparingen op dit moment gepland worden. Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Abdi met betrekking tot de steungezinnen dat het heel goed als dat aanwezig is. Zij zal zoveel mogelijk kijken hoe dat vormgegeven kan worden. De gesprekken verlopen inderdaad stroef. er is een interpretatieverschil van de arbitrage van de commissie van wijzen. Het Rijk zegt steeds dat gemeenten zich hebben verbonden hebben aan een miljard, terwijl de gemeenten daartegenover stellen dat niet dezelfde fouten gemaakt moeten worden als in het verleden.

De decentralisatie is gepaard gegaan met 425 miljoen euro bezuinigingen, terwijl de kosten bleven oplopen. Tussen 2005 en 2015 zijn de kosten met 250% gestegen, in een tijd dat het nog rijksverantwoordelijkheid was. Zij vindt zelf dat de gemeenten niet achterover mogen leunen, want ze hebben een belangrijke verantwoordelijkheid, met name met betrekking tot de administratieve lasten. Zij is het eens dat daarbij het belang van de meest kwetsbare mensen altijd voorop moet staan. Dat geldt voor het lichte, preventieve deel, maar zeker ook voor het zwaardere deel. Zij herinnert daarbij aan de casus-tot-casusaanpak, vooral voor wachtenden met een maatregel en die bij de jeugdbescherming van de GI zitten. Zij antwoordt de heer De Jong dat het budget van de ESJH teruggaat. Dat moet, want het is altijd bedoeld als een kleiner onderdeel. Maar er wordt tegelijkertijd gekeken naar een verkleining van de administratieve lasten. Zij vindt het wel zorgelijk. Je kunt er niet zomaar een miljard af halen.

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Gewijzigde raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Het punt gaat door voor een korte bespreking in de raad van 25 en 26 januari a.s. 10. Raadsbrief voortgang gezonde en kansrijke start (VN2022-040763) Het lid VON GERHARDT merkt op dat deze aanpak vorig jaar is vastgesteld door de raad. Het gaat om de eerste duizend dagen van kinderen die belangrijk zijn om kansen te krijgen in deze stad. In de oorspronkelijke aanpak stond dat de sterfte onder baby’s in Amsterdam een stuk groter was. Hij vraagt of er inmiddels sprake is van een daling. Er is een groot verschil tussen de verschillende stadsdelen. Er is veel overgewicht bij bepaalde groepen kinderen. Er zijn concrete doelen voor deze aanpak vastgesteld, maar die komen in de brief over de voortgang niet terug. Hij vraagt hoe je ervoor kunt zorgen of alle bestaande initiatieven bijdragen aan het behalen van de doelen. En welke groepen worden wel en niet bereikt? Pas met die kennis kan je beoordelen of deze aanpak goed loopt, of dat er nog meer aan gedaan moet worden. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het aantal groepen dat via Centering Zorg deelneemt veel groter is geworden en het bereik van de doelgroepen wordt steeds beter.

Iedereen wil natuurlijk dat dit het gewenste effect heeft, zoals dat mensen zelf goed kunnen kiezen of ze wel of niet zwanger worden, dat ze zich in de eerste negen maanden goed voorbereiden, dat de eerste dagen van de baby goed gaan. Maar het gaat dus om een veelheid van factoren die kwetsbaar zijn. Het directe effect meten van dit soort inzet is heel complex. Zij hoopt dat men niet direct concludeert dat het waardeloos is als er geen direct effect zichtbaar is. Het lastige van output is dat je niet weet wat je hebt voorkomen. Het lid VON GERHARDT vraagt af te spreken om over een paar jaar te kijken wat het effect is geweest. Wethouder MOORMAN is dat met de heer Von Gerhardt eens; zij wil dat doen. Dit kan een enorme preventieve werking hebben, maar in de wetenschap dat het ontzettend ingewikkeld is om preventieve werking in het sociaal domein tot stand te brengen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 14. Kennisnemen van de beantwoording van het raadsadres van Cliëntenbelang Amsterdam over het effect van de energieprijzen voor mensen met een ziekte of beperking (Nr. VN2022-040774) De VOORZITTER krijgt van mevrouw Hakiki het verzoek om dit punt toch door te schuiven naar de volgende vergadering. Zij constateert dat de commissie daarmee akkoord gaat. Onderwijs 13.

Initiatiefvoorstel ‘Meertaligheid in het onderwijs’ van de voormalig leden Blom, Yilmaz en De Fockert. (Nr. VN2022-042749) Het lid HAKIKI spreekt haar dank uit naar haar oud-collega Numan Yilmaz en de twee mede-indieners van GroenLinks, Simion Blom en Tirza de Fockert en merkt op dat meertaligheid in het onderwijs van grote meerwaarde kan zijn. Het kan een positieve bijdrage leveren aan de cognitieve- en identiteitsontwikkeling van kinderen. Bij haarzelf

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Gewijzigde raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

hielpen lessen in het Arabisch vakken als rekenen beter te begrijpen. Daarom moet meertaligheid in het onderwijs verder aangemoedigd worden. Er moet ook concreet beleid op zijn. Zij dankt het college voor de prima uitwerking van dit voorstel. Het lid VAN DER VEEN voert het woord namens zijn college Yemane, die niet aanwezig kon zijn. Vaak wordt het spreken van thuistalen op scholen ontmoedigd of zelfs verboden. Dat blijkt nadelige gevolgen te hebben voor leerlingen, zoals minder zelfvertrouwen en een minder zelfbeeld. Ze presteren ook slechter. Hij is blij dat het college positief reageert op dit voorstel, waarin het college verzocht wordt een actieplan te ontwikkelen voor meertaligheid. Zijn fractie pleit ervoor om organisaties die al lang voor taalvriendelijke scholen pleiten, zoals de Rutu Foundation, te betrekken bij de uitwerking van het actieplan. Verder vraagt hij om bij het plan ook de ouders van de kinderen te betrekken, zodat ook zij de meertaligheid van hun kinderen kunnen stimuleren. Het lid VON GERHARDT vraagt of zijn collega Van der Veen het met hem eens is dat juist het goed kunnen spreken van de Nederlandse taal, en daarin ook onderwijs krijgen, bijdraagt aan het mee kunnen doen in deze maatschappij. Het lid VAN DER VEEN is dat eens met de heer Von Gerhardt. Maar tegelijkertijd draagt ook meertaligheid bij aan je ontwikkeling.

Het lid MOLEMA vindt dit een interessant voorstel. De theorie leert dat kinderen meer op hun gemak zijn en meer geneigd zijn de Nederlandse taal te leren als je ze in hun moedertaal toespreekt. De kinderen zouden zich daarmee in de gehele maatschappij kunnen redden, dus niet alleen bij hun ouders thuis. Daarom leek het de fracties van GroenLinks en DENK goed om er beleid van te maken. Ook JA21 vindt het idee sympathiek dat kinderen zich op hun gemak voelen op school. Maar de vraag is hoe het uitgevoerd moet worden. Hoe krijg je Amsterdamse leraren zover dat zij kinderen van 180 verschillende nationaliteiten in hun eigen taal toespreken? Is er een overdaad van mensen die docent willen worden? Hoe ziet de wethouder dat? Staat ze ondanks deze onmogelijkheid toch sympathiek tegenover dit voorstel? En welke tijd en middelen wil ze hiervoor dan aanwenden? Zij vraagt verder of er geen wetswijziging nodig is om meertaligheid in het onderwijs, buiten Engels, Duits en Frans, mogelijk te maken.

Is het voor de cohesie niet handig om een gemeenschappelijke taal te spreken? Is Nederlands niet de beste keuze voor een land dat ‘Nederland’ heet? Hoe verantwoord is het om de beperkte middelen van Amsterdam in te zetten op meertaligheid? Hoe verhoudt dit initiatiefvoorstel zich tot het probleem van de lerarentekorten? Inzet op meertaligheid vereist ook meer investering in lesmateriaal in andere talen. Hoe moet dat worden betaald? Hoe goed worden de docenten geacht de betreffende taal te spreken? En wat denkt de wethouder te doen met kinderen die een zodanige minderheidstaal spreken, dat er geen docent voor te vinden is? Worden die kinderen aan hun lot overgelaten? Wie moet zich volgens de wethouder aanpassen? De nieuwkomer, of degene op wiens gastvrijheid deze een beroep doet? Het lid OLIVIEIRA steunt dit initiatiefvoorstel. Hij vraagt ook aandacht voor de persoonlijke ervaring van zijn collega van DENK. Die onderstreept het belang van dit voorstel. Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij zich alle vragen van mevrouw Molema goed kan voorstellen. Daarom is het verstandig om met elkaar te kijken hoe dit zo goed mogelijk gerealiseerd kan worden. Dit betekent overigens niet minder onderwijs in het Nederlands, niet nog meer druk op de leraren, niet een nog grotere taak voor het onderwijs.

Onderzoek bevestigt unaniem dat het gebruik van de thuistaal, dus zonder die weg te hoeven stoppen, een zeer positief effect heeft op het leren van een nieuwe taal, in dit geval het Nederlands. Daarmee moet je dus iets. Lang dacht men dat je om Nederlands heel goed te leren, alle andere taal moet weghouden. De wetenschap wijst uit dat dit niet klopt. Daarbij komt dat kinderen zonder hun thuistaal erg onzeker worden, wat

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Gewijzigde raadscommissieverslag, 14 december 2022

OZA

niet goed is voor de leerontwikkeling. Hoe het allemaal moet, zal nog verder uitgewerkt moeten worden. Zij geeft de garantie dat de druk op het onderwijs hiermee niet wordt vergroot. Het kan zelfs een ondersteuning geven voor de leraar om het zo goed mogelijk te doen. Er ligt met alle verschillende nationaliteiten in Amsterdam, door vluchtelingen, de instroom van kenniswerkers of andere nieuwkomers, sowieso een opgave op dit terrein. Daarom staat het college positief tegenover het initiatiefvoorstel. Het lid MOLEMA betwist niet dat meertalig onderwijs heel goed kan werken. Maar vindt de wethouder het verantwoord om de beschikbare middelen nu in te zetten voor dit doel, terwijl er zoveel andere uitdagingen liggen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat dat het voorstel niet is. In Amsterdam is al een aantal taalvriendelijke scholen, zoals de St. Jansschool. Men is daar zeer succesvol in taalontwikkeling vanuit een taalvriendelijke omgeving. Niet alle leerlingen kunnen in hun thuistaal aangesproken worden, maar hun talen mogen er wel zijn. In sommige landen bestaat hiervoor een wettelijk kader. In Finland verplicht de overheid scholen om kinderen les te geven in hun thuistaal. Dit gaat in ieder geval niet ten koste van de leertijd van leraren of van het lesmateriaal. Zij antwoordt de heer Van der Veen dat het zeer verstandig lijkt om in de uitwerking de ouders te betrekken.

De VOORZITTER concludeert dat het initiatiefvoorstel voldoende behandeld is. Het wordt ongewijzigd naar de raad gestuurd voor een korte bespreking. Sluiting De VOORZITTER bedankt iedereen voor zijn inbreng. Zij sluit de vergadering om 12.00 uur.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12361198/2