CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Geweldstoepassingen van politie bij demonstraties van 6 tot en met 13 mei.pdf

RAAD 6 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de afdoening toezegging evaluatie geweldstoepassing politie bij studentenprotesten (VN2025-001343)20.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het Stelsel Geweldsaanwending beoogt ruimte te bieden aan dat leren van geweldsaanwendingen, onder meer door al vroeg in het proces het professionele gesprek met de politieambtenaar centraal te stellen en door bij de beoordeling van geweldsaanwendingen niet alleen te toetsen aan het wettelijke kader (Politiewet 2012 en Ambtsinstructie) maar ook aan eisen van vakmanschap.

3.2 Geweldsgebruik en beoordeling De politie mag alleen geweld gebruiken als er geen andere opties zijn om het gewenste doel te bereiken. En ook dan is geweldtoepassing door politie aan regels en voorwaarden gebonden en altijd gericht op de-escaleren. Geweld moet proportioneel en subsidiair zijn. De subsidiariteit houdt in dat je altijd moet kijken of er een minder zwaar middel kan worden ingezet. De proportionaliteit ziet erop dat je als je geweld inzet, je dat in verhouding doet tot de ernst van de situatie en het beoogde doel. De politie mag niet meer geweld gebruiken dan nodig. Aan het gebruik van geweld gaat zo veel als mogelijk een waarschuwing vooraf.

Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 41 van 49

15 november 2024 -

Een politieambtenaar meldt toegepast geweld schriftelijk en mondeling (artikel 17 van de Ambtsinstructie). De hulpofficier van justitie toetst of de geweldsmelding17 kan worden afgedaan (geweldsmutatie) of dat een nadere beoordeling op een hoger niveau nodig is (geweldsregistratie). Gewerkt wordt met een toetsingskader dat niet alleen is gericht op het wettelijk kader van artikel 7 Politiewet en de Ambtsinstructie (de rechtmatigheid) maar ook op de eisen van vakmanschap. Een geweldsregistratie is nodig als er sprake is van meer dan gering lichamelijk letsel of als iemand overleden is als gevolg van het geweld, als het vuurwapen is gebruikt of als de hulpofficier van justitie daar aanleiding voor ziet. Die kunnen worden voorgelegd aan de politiechef, die bij diens beoordeling wordt geadviseerd door een sectorhoofd en door de commissie geweldsaanwending. Het sectorhoofd en de commissie geweldsaanwending toetsen of de geweldsaanwending voldoet aan de eisen van rechtmatigheid en vakmanschap. De commissie bestaat uit zowel interne (zijnde politieambtenaren) als externe leden (zijnde niet-politieambtenaren). De externe leden worden benoemd, herbenoemd en ontslagen door de minister van Justitie en Veiligheid, op voordracht van de korpschef. De commissie toetst in hoeverre het toegepaste geweld voldeed aan de wettelijke eisen en aan de eisen van vakmanschap.

Een geweldsaanwending kan volgens het wettelijk kader zijn uitgevoerd, maar desondanks in strijd zijn met eisen van vakmanschap en daardoor niet voldoen aan het toetsingskader. Op basis van deze toetsing komt de commissie tot een advies. Ten eerste is dit een advies aan de politiechef voor diens oordeel over de geweldsaanwending. Daarnaast kan ook gedacht worden aan een aanbeveling of advies gericht op de versterking van kennis en/of vaardigheden (individueel of collectief), de wijze waarop lering kan worden getrokken uit de toegepaste geweldsaanwending en in- en/of externe communicatie. In dit proces staat het leereffect centraal. De commissie brengt advies uit aan de politiechef. Deze adviezen zijn voor intern gebruik en niet openbaar. Met de introductie van de commissie geweldsaanwending 18 is gekozen voor een beoordelingsmechanisme dat meer op afstand staat en (ook gezien de samenstelling van de commissie) een objectievere en meer onafhankelijke functie heeft. De procedure heeft geen kenmerken van een klachtprocedure en het advies van de commissie is – als advies aan de politiechef – eerst en vooral van belang voor een interne monitoring van geweldsaanwending. Het leren van geweld staat centraal.

17

Bij grootschalig optredens vinden de meeste geweldsaanwendingen plaats door politiemedewerkers, die als

manschap van de ME vallen onder de ‘knop’ van het Hoofd Ordehandhaving. Het geweld door politieambtenaren wordt allereerst gemeld aan hun direct leidinggevende/meerdere, bijvoorbeeld een sectiecommandant of pelotonscommandant. Dit wordt in journalen vastgelegd. Vaak wordt er ook een proces-verbaal opgemaakt waarin nadere feiten en omstandigheden worden gerelateerd. Al deze documenten dienen als informatiebron voor de beoordeling van het geweld door de hulpofficier van justitie. 18

In 2020 en 2021 zijn in wet- en regelgeving belangrijke stappen gezet in het proces rond de stelselherziening

geweldsaanwending bij de politie. Het melden, registreren, beoordelen en terugkoppelen van geweldsaanwending is geüniformeerd, niet alleen ten behoeve van het interne proces van beoordelen van geweld en het lering trekken uit dat proces, maar ook om te komen tot een (betere) maatschappelijke en bestuurlijke verantwoording.

Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 42 van 49

15 november 2024 -

Als een politiemedewerker geweld heeft gebruikt dat leidt tot zwaar lichamelijk letsel of tot de dood, of wanneer het vuurwapen is gebruikt en daardoor enig letsel is ontstaan, dan wordt altijd het OM in kennis gesteld van deze geweldsregistratie. De officier van justitie bepaalt aan de hand van de feiten en omstandigheden of de Rijksrecherche of de afdeling Interne Onderzoeken van de politie een onderzoek instelt. De Rijksrecherche is geen onderdeel van de politie, maar een onafhankelijke rechercheafdeling die opereert onder de verantwoordelijkheid van het College van procureursgeneraal van het OM. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek beslist de officier van justitie of de politieambtenaar strafrechtelijk wordt vervolgd. Incidenten rondom geweldstoepassing kunnen ook aanleiding zijn voor disciplinaire maatregelen op arbeidsrechtelijk vlak (berisping, gedwongen verlof, ontslag etc.).

3.3 Beoordelen en leren van geweld Onderstaand figuur geeft het proces van beoordelen en leren van geweld weer.

Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 43 van 49

15 november 2024 -

3.4 Geweldsmiddelen De politieagent maakt de afweging of geweld kan en mag worden ingezet, al dan niet met gebruik van geweldsmiddelen, op basis van artikel 7 van de Politiewet en de inzetcriteria uit de Ambtsinstructie. Hieronder is een overzicht van de geweldsmiddelen opgenomen waarover een politieagent beschikt. De functie en de rol van de medewerker bepaalt welk (gewelds)middel toegewezen wordt. Het uitrusten van de medewerker met de juiste (gewelds)middelen wordt gedaan als je bevoegdheid en bekwaamheid op orde is.

Wapenstok Het gebruik van de wapenstok is geoorloofd om personen op afstand te houden wanneer zij een ambtenaar in zijn taakuitoefening belemmeren of geen gehoor geven aan een bevoegd gegeven bevel of vordering. Het gebruik van de wapenstok is ook geoorloofd om een persoon aan te houden waarvan kan worden aangenomen dat die een wapen bij zich heeft en dit zal gebruiken, of om een persoon aan te houden die zich onttrekt aan aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming. Tenslotte is gebruik van de wapenstok geoorloofd ter afwending van ernstig gevaar voor eigen of een andermans lijf. Politieagenten wordt aangeleerd te slaan op de grote spiergroepen (benen en armen). De ME heeft in plaats van de uitschuifbare wapenstok een vaste lange wapenstok. De uitschuifbare wapenstok veroorzaakt eerder letsel door het gewicht en het harde metaal. Stroomstootwapen Het stroomstootwapen is een geweldsmiddel dat politiemensen bij direct dreigende gevaarsituaties kunnen inzetten. Inzet van het stroomstootwapen is bedoeld om gebruik van zwaardere geweldsmiddelen of zwaar fysiek geweld, met soms blijvende schade, te voorkomen. Als de situatie daarom vraagt, mag de politie geweld gebruiken. Het geweld moet dus noodzakelijk zijn, effectief,

Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 44 van 49

15 november 2024 -

maar ook in verhouding. Het stroomstootwapen mag niet langer dan strikt noodzakelijk worden gebruikt. Dit blijft een overweging die de bedienaar van het stroomstootwapen in elke afzonderlijke praktijksituatie moet maken. Honden De hond wordt ingezet bij verstoring van de openbare orde en grootschalige inzet (ME verband). Inzet is in situaties met (veel) publiek, waarbij de openbare orde ernstig wordt of kan worden verstoord. Hierdoor kan met een beperkte inzet van menskracht gekomen worden tot een snel herstel van de openbare orde. Bij deze inzet, ook in ME-verband, spelen de elementen afschrikking; de-escalatie en ontzag een rol. Algemeen uitgangspunt is, dat de politiesurveillancehond onder toezicht van een geleider staat. Paarden In ME-verband is de inzet van paarden een voor de politie bewezen effectief middel. Een dergelijke inzet bestaat dan altijd uit minimaal 6 ruiters inclusief een commandant. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het feit dat een paard een kuddedier is. De paarden worden gebruikt om snel mensenmassa’s te verplaatsen, te begeleiden of om een groepje raddraaiers in te sluiten. Ook kan er door het gebruik van paarden een veilige werkruimte worden gecreëerd voor de politiemensen te voet. Los van de inzet bij ME optreden, zijn politieruiters via hun paard goed benaderbaar en hebben zij als voordeel dat zij hoog zitten en zo een goed overzicht hebben.

Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 45 van 49

15 november 2024 -

4. Klachtenprocedure Wanneer burgers vinden dat zij niet naar behoren zijn behandeld door een politieambtenaar kunnen zij een klacht indienen. In dit hoofdstuk gaan we nader in op deze klachtprocedure. Een procedure die de burger het recht geeft om te klagen over het politieoptreden (over de gehele bejegening en dus ook over geweldsaanwending) en waarin, als gesprekken met klager en betrokken medewerker geen bevredigend resultaat opleveren, een onafhankelijke klachtencommissie de politiechef adviseert over rechtmatigheid, professionaliteit en behoorlijkheid van het politieoptreden.

4.1 Klachtenbehandeling door politie De Politiewet 2012 (art. 67a e.v.), in samenhang met de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Regeling klachtbehandeling politie, de Uitvoeringsregeling klachtbehandeling politie 2018 en het Huishoudelijk reglement klachtencommissies politie 2013, voorzien in een klachtprocedure. Onderdeel daarvan kan zijn dat een onafhankelijke klachtencommissie advies uitbrengt aan de politiechef, die vervolgens beoordeelt of een klacht gegrond is of niet. Burgers kunnen op verschillende manieren een klacht indienen bij de eenheid waarover de klacht gaat; via een digitaal klachtenformulier, via de politie-app of per brief. Indien burgers hun klacht niet goed op schrift kunnen stellen, kunnen zij een afspraak maken om hun klacht mondeling toe te lichten waarbij het klachtenformulier desgevraagd door de politie wordt ingevuld. In de klachtenregeling is onder meer bepaald welke informatie bij het indienen van een klacht moet worden verstrekt (naam, adres, etc.). Verder moet de burger in de klacht duidelijk omschrijven wat het gedrag was waartegen de klacht is gericht en zo mogelijk waar en wanneer het voorval plaatsvond. De behandeling van de klacht heeft tot doel het vertrouwen van de burger in de politie te herstellen, het lerend vermogen van de politie te versterken, en/of het draagvlak van de politie te verbeteren.

Na het indienen van een klacht wordt de burger gebeld door een klachtbehandelaar die daarvoor speciaal door de politie is aangesteld. De burger krijgt dan de gelegenheid om de klacht toe te lichten. Dit overleg dient ertoe om vast te stellen waarover de burger precies klaagt (welke klachtelementen), om de klachtbehandeling toe te lichten en om vast te stellen wat het doel is van de klacht. Verder dient het gesprek ertoe om na te gaan in hoeverre de klacht voor verdere behandeling in aanmerking komt. Wanneer het gaat om klachten over wettelijke regels en beleid, over boetes of bekeuringen dan kan het zijn dat de klacht op grond van de Awb niet voor behandeling in aanmerking komt. Ook wordt in dit persoonlijke contact gekeken of de politie en de burger wellicht al samen tot een oplossing kunnen komen. Zij bespreken mogelijke vervolgstappen zoals een bemiddelingsgesprek tussen de burger en de medewerker tegen wie de klacht zich richt. Eerste fase De klachtbehandelaar brengt de betrokken politiemedewerker op de hoogte van de klacht. Hij krijgt de kans om zijn kant van het verhaal toe te lichten. Vervolgens kijkt de klachtbehandelaar of de burger en de betrokken politiemedewerker er samen uitkomen tijdens een goed gesprek. Deze procedure, waarin wordt vastgesteld of de klacht naar tevredenheid van de burger is afgehandeld is de “eerste fase”.

Deze fase eindigt wanneer de burger heeft aangegeven dat de klacht is afgehandeld.

Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 46 van 49

15 november 2024 -

Tweede fase Wanneer de burger ontevreden is over de afhandeling in de eerste fase en dit duidelijk maakt, dan eindigt de eerste fase en volgt een “tweede fase” waarin de politiechef een oordeel geeft over de klacht. De politiechef vraagt advies aan een onafhankelijke externe klachtencommissie, die het dossier bestudeert en in een hoorzitting zowel met klager als met de betrokken politiemedewerker spreekt. Op basis van dat onderzoek stelt zij een advies op. De politiechef stuurt de klacht ook door naar de burgemeester en de hoofdofficier van justitie en stelt hen in de gelegenheid een advies te geven. In de driehoek is afgesproken dat dit alleen in bepaalde gevallen wordt gedaan. Het betreft dan bijvoorbeeld klachten over zaken met grote maatschappelijke impact op openbare orde-gebied (zoals ontruimingen, demonstraties, voetbalwedstrijden etc.). De politiechef neemt vervolgens een beslissing op de klacht en verklaart de klacht gegrond of ongegrond of geeft geen oordeel. Dat doet hij op basis van de adviezen van de klachtencommissie en eventueel de burgemeester en hoofdofficier. Wanneer een burger vervolgens niet tevreden is met de beslissing van de politiechef, dan kan hij terecht bij de Nationale ombudsman.

4.2 Categorie In 2022 heeft de Nationale ombudsman een handreiking geschreven voor alle politie-eenheden als aanvulling op het rapport ‘Professionele klachtbehandeling door politie’ 19. In de handreiking staat hoe de politie klachten na een politieoptreden behoorlijk kan behandelen. Het gebeurt steeds vaker dat na een politieoptreden door velen een klacht wordt ingediend. Voor een deel betreft dit burgers die niet direct bij het politieoptreden betrokken waren. Dit zijn klachten die niet gaan over een gedraging van de politie tegenover de persoon die klaagt. De Nationale ombudsman heeft daarom in de handreiking ook uitgewerkt hoe de politie met dit soort klachten moet omgaan. De burgers worden na ontvangst van de klacht verdeeld in 3 categorieën: • Categorie 1: Burgers die direct betrokken waren bij het politieoptreden (direct betrokkenen). • Categorie 2: Burgers die bij de demonstratie aanwezig waren, maar niet direct bij het politieoptreden betrokken zijn geweest (omstanders). • Categorie 3: Burgers die niet bij de demonstratie waren, maar het politieoptreden via de (sociale) media hebben gezien (niet-aanwezigen).

19

https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/onderzoeken/PK-Politie.

Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 47 van 49

15 november 2024 -

5.

Algemene uitgangspunten wet- en regelgeving

In wet- en regelgeving, zoals de Grondwet, de Politiewet 2012 en de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren (Ambtsinstructie), heeft de wetgever al de volgende basale waarborgen omtrent geweldgebruik door de politie vastgelegd: • Begrip geweld: Onder geweld wordt verstaan elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken (artikel 1, 3de lid, onder b, Ambtsinstructie). De nota van toelichting spreekt van een fysieke kracht die wordt uitgeoefend om een persoon een bepaalde handeling te doen verrichten die hij niet wil verrichten of om een persoon een bepaalde handeling juist niet te laten verrichten. • Inbreuk grondrecht: Het gebruik van geweld tegen personen betekent altijd een inbreuk op het grondrecht op lichamelijke integriteit van de burger (artikel 11 Grondwet). • Rechtmatige uitoefening van zijn bediening: In artikel 7, 1ste en 5de lid, Politiewet 2012 is geregeld dat een politieambtenaar, die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bevoegd is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld of vrijheidsbeperkende middelen te gebruiken.

Daarbij gelden de volgende voorwaarden of uitgangspunten: • Rechtvaardiging: het beoogde doel van geweld of vrijheidsbeperkende middelen dient het gebruik daarvan, mede gelet op de aan het gebruik hiervan verbonden gevaren, te rechtvaardigen; • Subsidiariteit: het doel kan niet op een andere wijze worden bereikt; • Proportionaliteit: het gebruik van geweld of vrijheidsbeperkende middelen dient in verhouding tot het beoogde doel redelijk en gematigd te zijn en; • Waarschuwing: aan het gebruik van geweld of vrijheidsbeperkende middelen gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. • Geoefend ambtenaar: Het gebruik van een geweldmiddel is uitsluitend toegestaan aan een ambtenaar die in het gebruik van dat geweldmiddel is geoefend (artikel 4, onder b, Ambtsinstructie)14. Een ambtenaar is op grond van artikel 2, eerste lid, Regeling toetsing geweldsbeheersing politie (RTGP) steeds voor de duur van een kalenderjaar geoefend in het gebruik van een geweldsmiddel, indien hij in het daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd: - de toets geweldsbeheersing en - de toets aanhoudingsen zelfverdedigingsvaardigheden. Het bevoegd gezag biedt de ambtenaar de gelegenheid tot het volgen van ten minste 32 uren training ter voorbereiding op de af te leggen toetsen, en toetsing (artikel 3, eerste lid, RTGP).

• Het aanwenden van geweld: het gebruiken van geweld, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van een geweldmiddel. In verband met de melding op grond van artikel 17 valt het ter hand nemen van het vuurwapen eveneens onder het aanwenden van geweld tenzij het vuurwapen standaard in de hand of over de schouder wordt gedragen; • Melding aanwenden van geweld, artikel 17 • De ambtenaar die geweld heeft aangewend, meldt schriftelijk de aard, waaronder het gebruikte geweldmiddel, en de gevolgen daarvan en mondeling de feiten en omstandigheden, waaronder de redenen die tot het aanwenden van geweld hebben geleid, zo spoedig mogelijk aan de hupofficier van justitie die krachtens aanwijzing is belast met de registratie van aangewend geweld. 1. Indien de ambtenaar die geweld heeft aangewend, onder leiding van een ter plaatse aanwezige meerdere heeft opgetreden en geweld heeft aangewend na diens uitdrukkelijke last, geschiedt de melding, bedoeld in het eerste lid, door deze

Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 48 van 49

15 november 2024 -

2.

meerdere. De ambtenaar verstrekt de hulpofficier van justitie, bedoeld in het 1ste lid, desgevraagd de nodige inlichtingen. De melding wordt door de hulpofficier van justitie, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk geregistreerd op een daartoe door Onze Minister vastgestelde wijze, indien: a. Het aanwenden van geweld de dood dan wel lichamelijk letsel van meer dan geringe betekenis heeft veroorzaakt; b. gebruik is gemaakt van een vuurwapen, of c. het aanwenden van geweld naar het oordeel van de hulpofficier van justitie daartoe aanleiding geeft.

Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 49 van 49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15220437/1