Geweldstoepassingen van politie bij demonstraties van 6 tot en met 13 mei.pdf
Tekst van het document
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 20 van 49
15 november 2024 -
6. Demonstratie Stadhuis 10 mei 6.1 Verloop van de demonstratie •
•
Deze demonstratie op 10 mei viel samen met de ingelaste vergadering van de gemeenteraad van Amsterdam met betrekking tot de recente demonstraties en bezettingen van UvA-locaties door pro-Palestijnse demonstranten. De oproep werd niet breed gedeeld. Zowel de raadsvergadering als de demonstratie zijn zonder noemenswaardige incidenten verlopen. Op 10 mei zijn geen geweldsmeldingen gedaan. De demonstratie is zonder incidenten verlopen. Er zijn ook geen klachten of aangiften ingediend.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 21 van 49
15 november 2024 -
7. Demonstratie Roeterseiland 13 mei 7.1 Verloop van de demonstratie •
• •
• •
•
•
•
• • •
Op maandag 13 mei werd op verschillende universiteiten een zogenaamde 'Walk-out' georganiseerd. Het betrof een initiatief van verschillende docenten van de UvA, in solidariteit met de pro-Palestina demonstranten, en als reactie op het, volgens hen, disproportionele geweldgebruik door politie van afgelopen week bij pro-Palestina demonstraties. In totaal werd door ongeveer 1.500 mensen buiten bij de universiteit gedemonstreerd. Na afloop van de officiële demonstratie drong een groep de UvA binnen en werden er tentjes opgezet. Het zou gaan om een groep van ongeveer 300 personen, waaronder studenten en demonstranten van wie een deel gezichtsbedekkende kleding droeg. De demonstranten hielden zich op verschillende verdiepingen op. Tijdens de bezetting zijn er grootschalige vernielingen gepleegd. De driehoek besloot dat het universiteitsgebouw moest worden ontruimd nadat de UvA aangifte had gedaan van erfvredebreuk. Voor de ingang stonden circa 100 demonstranten, die weigerde weg te gaan. De groep moest voor de hoofdingang verwijderd worden om te voorkomen dat er meer demonstranten het UvAgebouw in zouden gaan en om ervoor te zorgen dat een onderzoek ingesteld kon worden naar de strafbare feiten die in het gebouw zouden hebben plaatsgevonden.
De politie vorderde diverse keren via een megafoon dat demonstranten achteruit moesten en dat er anders geweld door politie zou worden gebruikt. Politie zag meerdere demonstranten met gezichtsbedekkende kleding en zelfgemaakte schilden. Met deze schilden belemmerden de demonstranten de politie in hun opdracht om vooruit te lopen en de hoofdingang te sluiten zodat er niet meer demonstranten naar binnen of naar buiten konden. De sfeer werd grimmig, er was veel vijandigheid jegens de politie. Er werd geen gehoor gegeven aan de veelvuldige waarschuwingen van de ME. Toen is door de politie geweld gebruikt. Niet veel later werd nogmaals geweld gebruikt. Een politievoertuig werd door demonstranten in zijn doorgang belemmerd. Demonstranten probeerden het voertuig te vernielen. Het politieoptreden was gericht op het ontruimen van de Nieuwe Achtergracht en het ontzetten van de politieauto. Er werd driemaal gevorderd via de megafoon in zowel in het Nederlands als het Engels dat demonstranten zich moesten verwijderen en dat er anders geweld zou worden gebruikt. Omdat de demonstranten mondeling reageerden, bleek dat zij de vorderingen goed hadden verstaan. Toen de demonstranten hier geen gehoor aan gaven, werd door de ME nadrukkelijk eerst met schilden geduwd voordat er geslagen werd met de lange wapenstok. De politie probeerde de demonstranten met zo min mogelijk geweld te verwijderen.
Een aantal demonstranten werkte dusdanig tegen dat de politie toch genoodzaakt was geweld te gebruiken. Rond 16.00 uur verliet ongeveer 150 man de UvA en is deze groep samen met demonstranten van buiten naar het Oosterpark gegaan voor een openluchtcollege. Uiteindelijk heeft een groep van ongeveer 50 personen de reguliere pro-Palestina demonstratie op de Dam bijgewoond. De politie heeft tijdens het schonen van het gebouw geen personen meer aangetroffen in de UvA. In totaal zijn er die dag twee verdachten aangehouden. Er is op deze dag één peloton ME, twee groepen AE en twee groepen Netwerkeenheid ingezet.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 22 van 49
15 november 2024 -
7.2 Geweldsmeldingen 13 mei Er is door de politie bij deze inzet gebruik gemaakt van de wapenstok tegen grote spiergroepen en duwen met schild. Het aantal politiemedewerkers dat geweld toepaste op de genoemde locaties en tijd is 41.
7.3 Toetsing geweldsmeldingen •
•
•
•
Eén incident krijgt de nodige aandacht in de media en is belangrijk hier te benoemen. Op een video is te zien dat een demonstrant achteruitdeinst tegen de muur van het UvA-gebouw bij de hoofdingang. Met een afwerend gebaar probeert hij de lange wapenstok van de ME'er tegen te houden. De demonstrant duikt in elkaar en de politiemedewerker blijft slaan. Een andere politiemedewerker komt tussenbeide en geleidt de demonstrant weg. De hulpofficier van justitie is tijdens het grootschalig optreden door de sectiecommandant ME gebeld dat een politiemedewerker te veel klappen had gegeven. De hulpofficier heeft de feiten en omstandigheden van het toegepaste geweld beoordeeld en geconcludeerd dat dat de politieambtenaar niet binnen het wettelijk kader en volgens de eisen van het vakmanschap heeft opgetreden. Daarmee voldoet deze geweldsaanwending niet aan het toetsingskader. Dat vond de politiemedewerker zelf ook. Dat had anders gemoeten. In deze casus zijn de daarvoor bedoelde interne leercirkels gelijk opgepakt 13. De politiemedewerker heeft ook reflectie getoond op zijn optreden. Er waren onvoldoende aanknopingspunten om dit incident conform de procedure door de commissie geweldsaanwending te laten toetsen. De politie heeft geen letsel kunnen vaststellen, er is geen klacht ingediend en er was voldoende reflectie op het eigen optreden. Derhalve de casus afgedaan als geweldsmutatie.
Het overig geweld op 13 mei is toegepast binnen het wettelijke kader en volgens de eisen van het vakmanschap. Daarmee voldoet dit geweld aan het toetsingskader. Doel van het toegepaste geweld was het handhaven van de openbare orde en het afwenden van geweld gericht tegen politiemedewerkers. Er is driemaal gevorderd dat demonstranten zich moesten verwijderen en dat er anders geweld zou worden gebruikt. Het betrof een politieoptreden onder lastige omstandigheden.
7.4 Klachten Er is één klacht ingediend door een persoon die zag hoe twee van zijn of haar vrienden door de ME zijn geslagen. De Algemeen Commandant heeft hen uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek. De klacht is na het gesprek afgedaan.
13
De politie kan naar aanleiding van een beoordeling een kleine of een grote leercirkel instellen. Het bespreken
en/of beoordelen van geweld leidt in de praktijk tot allerlei vormen van leercirkels, afhankelijk van de leerpunten. Die kunnen de individuele politiemedewerker betreffen maar ook gelden voor anderen en bijvoorbeeld leiden tot extra aandacht in de reguliere trainingen. Onder andere leidinggevenden en docenten hebben hier een rol in. Dit past binnen het doel van de Stelselherziening Geweldsaanwending Opsporingsambtenaar om meer ruimte te creëren voor leren en reflecteren op geweldgebruik.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 23 van 49
15 november 2024 -
8. Bevindingen De periode van 6 tot en met 13 mei betrof een ongekende week met veel politie-inzet, conflict en wrijving. Er is bij alle demonstraties in deze periode geprobeerd deze vreedzaam tot een einde te brengen. Veel demonstranten, politiemedewerkers en omstanders zijn geschrokken van het geweld over en weer. In de voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe de politie heeft gehandeld bij de demonstraties begin mei, welk geweld is toegepast en welke klachten en aangiften zijn ingediend, en welk oordeel daarover heeft plaatsgevonden. Dat heeft een aantal bevindingen opgeleverd die hieronder zijn weergegeven.
8.1 Politieoptreden •
•
•
•
•
Wat de politie die week en ook in de weken daarna heeft gezien, is een vermenging van vreedzame demonstranten met actievoerders, die andere motieven hadden zoals openlijke geweldpleging tegen politie en goederen. De actiemethoden vertoonden veel gelijkenis met die van extreemlinkse en/of anarchistische groepen. Er is sprake van een verbinding tussen de anarchistische groepen en pro-Palestina groepen. Linksradicale platforms hebben online een belangrijke rol gespeeld bij de mobilisering van activisten rond de universiteitsbezettingen en demonstraties. De politie kreeg geen contact met een grote groep demonstranten, wat uitzonderlijk is. De protesten van deze actievoerders leken in hoge mate gecoördineerd en voorbereid te zijn. De strategie van deze actievoerders was gericht op het kapen en verstoren van vreedzame demonstraties. Consequentie hiervan is dat het punt dat de vreedzame demonstranten wilden maken, verloren is gegaan door de kaping van de demonstraties door niet-vreedzame demonstranten. De UvA-demonstraties zijn vooraf niet aangemeld, waardoor de politie minder tijd had om deze te faciliteren en met de organisator in overleg te treden. Desondanks is de politie de voorbereidingen zo snel mogelijk gestart.
Voor alle demonstratiedagen is een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden opgezet met daarin verschillende functionarissen met specifieke aandachtsgebieden, zoals informatie, mobiliteit en ordehandhaving. In de korte voorbereiding zijn diverse risico’s en punten van aandacht benoemd, waarmee in de uitvoering zoveel mogelijk rekening mee is gehouden. Er moest lang gewacht worden voordat kon worden gestart met de uitvoering van het optreden. Daaraan lagen diverse redenen ten grondslag zoals de problemen met de verlichting, het wachten op bijstand van andere eenheden en het wachten op de aangifte door het CvB wat ook gevolgen had voor de besluitvorming door de driehoek. Een van de punten van kritiek op het optreden was dat de politie onvoldoende onderscheid maakte tussen de vreedzame demonstranten en de groep die geweld gebruikte. Hierover zijn ook diverse klachten ingediend. Voordat de politie gaat optreden, worden de demonstranten diverse keren gewaarschuwd zodat ze de gelegenheid hebben om zelf de inmiddels op last van de burgemeester beëindigde demonstratie te verlaten. Tijdens hectische situaties zoals die hebben plaatsgevonden tussen 6 en 13 mei is het voor de politie onmogelijk om onderscheid te maken tussen de verschillende groepen demonstranten, maar ook omstanders.
Een ander kritiekpunt was dat de demonstranten de diverse waarschuwingen van de politie niet hadden gehoord. Daardoor schrokken demonstranten van het geweld door de politie. Het uitgangspunt is dat er door de politiemedewerkers altijd gecontroleerd wordt of het vorderen (in het Nederlands en vaak ook in het Engels) van diverse kanten te horen is. Gelet op dit kritiekpunt van de demonstranten is het belangrijk dat het vorderen nog beter hoorbaar wordt
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 24 van 49
15 november 2024 -
•
•
•
•
en ook in het Engels wordt uitgesproken zodat het zeker is dat alle demonstranten bereikt worden. Demonstranten hadden ook kritiek op het in hun ogen buitensporig geweldgebruik door de politie. In Amsterdam zijn we heel wat demonstraties gewend. Soms moet de politie hierbij ingrijpen om de openbare orde te herstellen of strafbare feiten te beëindigen. De omvang van het verzet en het geweld door de politie in mei waren hoogst uitzonderlijk. De ontruimingen gingen er soms hard aan toe en de beelden van die confrontaties zijn ingrijpend. In enkele hierboven beschreven gevallen heeft de politie onnodig geweld ingezet. Dit had niet moeten gebeuren en de politie zet erop in dit in de toekomst te voorkomen. Het trieste van dit alles is dat er alleen maar verliezers achterblijven: vreedzame studenten, demonstranten, de politie zelf en mensen die naar de beelden kijken op het nieuws. Niemand kan hier een goed gevoel aan overhouden. Diverse personen geven in hun klacht aan dat ze op een gegeven moment bij de demonstratie op het Rokin op 8 mei weg wilden gaan of gehoor wilden geven aan de vorderingen, maar in de massa geen kant op konden en/of door de politie werden voortgedreven, ook als ze dit aan de politie lieten weten. Op 8 mei werd de sfeer op het Rokin behoorlijk grimmig, met name vooraan de demonstratie.
Achteraan was de sfeer anders en hadden demonstranten niet gelijk door wat er vooraan gebeurde. Toen de politie in opdracht van het gezag optrad, verraste dit de demonstranten die zich achteraan bevonden. Daarbij waren er ook passanten die onbedoeld in een politieoptreden terecht kwamen, geen kennis hadden van de eerdere escalaties en hebben aangegeven niet voldoende duidelijkheid en tijd te hebben gehad om zich te onttrekken aan het politieoptreden. Dit is een belangrijk leerpunt dat bij een volgend optreden meegenomen zal worden. Politieagenten wordt bij het gebruik van de wapenstok aangeleerd te slaan op de grote spiergroepen (benen en armen). Klagers geven aan dat de politie ook op hoofd en schouders heeft geslagen. Aangezien mensen altijd in beweging zijn, kan een klap van een wapenstok onbedoeld op andere lichaamsdelen terechtkomen. Dit is heel vervelend voor betrokkenen. Tenslotte is het belangrijk duidelijker met demonstranten te communiceren over wat de taak van de politie is bij demonstraties, hoe die taak ingevuld wordt en wat over en weer van elkaar wordt verwacht om misverstanden te voorkomen. Als een organisator een kennisgeving doet, kan een gesprek hierover plaatsvinden en mogelijk bijdragen aan wederzijds begrip.
8.2 Geweldsmeldingen In de periode van 6 tot en met 13 mei is er veelvuldig geweld door de politie toegepast. Het gaat hierbij om zowel geweld tegen de demonstranten, als om geweld tegen de opgeworpen barricades. Alle geweldsmeldingen zijn door de hulpofficier van justitie bekeken en beoordeeld 14. 14
Er wordt voor de beoordeling van het geweld gewerkt met een toetsingskader dat gericht is op het wettelijk
kader van artikel 7 Politiewet en de Ambtsinstructie (rechtmatigheid). Het wettelijke kader is 1. Rechtmatige uitoefening van je bediening, 2. Het doel rechtvaardigt het toegepaste geweld, mede gelet op de hieraan verbonden risico’s en gevaren, 3. Aan het geweld is zo mogelijk een waarschuwing voorafgegaan, 4. Subsidiariteit: het toegepaste geweld is het minst ingrijpende middel, 5. Proportionaliteit: het toegepaste geweld staat in verhouding tot het beoogde doel, 6. het geweldmiddel is afgegeven, de politieambtenaar is getraind in het toepassen van geweld en de Ambtsinstructie en Politiewet zijn nageleefd). Ook wordt gekeken naar de eisen van vakmanschap, te weten respectvol, voorspelbaar en betrouwbaar, de-escalerend, zorgvuldig, moedig maar niet overmoedig.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 25 van 49
15 november 2024 -
Voor de beoordeling van het geweld wordt gewerkt met een toetsingskader dat gericht is op het wettelijk kader van artikel 7 Politiewet en de Ambtsinstructie (rechtmatigheid). Het wettelijk kader is: 1. Rechtmatige uitoefening van je bediening, 2. Het doel rechtvaardigt het toegepaste geweld, mede gelet op de hieraan verbonden risico’s en gevaren, 3. Aan het geweld is zo mogelijk een waarschuwing voorafgegaan, 4. Subsidiariteit: het toegepaste geweld is het minst ingrijpende middel, 5. Proportionaliteit: het toegepaste geweld staat in verhouding tot het beoogde doel, 6. het geweldmiddel is afgegeven, de politieambtenaar is getraind in het toepassen van geweld en de Ambtsinstructie en Politiewet zijn nageleefd). Ook wordt gekeken naar de eisen van vakmanschap, te weten respectvol, voorspelbaar en betrouwbaar, de-escalerend, zorgvuldig, moedig maar niet overmoedig. De beoordeling van de geweldsmeldingen door de hulpofficier van justitie gebeurt om meer zicht te krijgen op hoe vaak, waarom en op welke wijze geweld wordt toegepast en om verantwoording af te leggen. Maar ook om kritisch te kijken naar het eigen optreden en daarvan te leren. Het gebruikte geweld is conform de geldende wetgeving gemeld en beoordeeld. Waar nodig zijn de leercirkels doorlopen.
Het lerend vermogen van de organisatie en van individuele politiemensen is essentieel en krijgt met nadruk veel aandacht in de nasleep van confrontaties. Zie verder bijlage 3.
8.3 Toetsing geweldsmeldingen De geweldsaanwendingen in de periode van 6 tot en met 13 mei zijn binnen 48 uur aan de hulpofficier van justitie gemeld. Vervolgens heeft de hulpofficier van justitie de feiten en omstandigheden van het toegepaste geweld beoordeeld. Hierbij zijn onder andere videobeelden en social media bekeken. In twee gevallen heeft de hulpofficier van justitie aangegeven dat het toegepaste geweld niet in verhouding staat tot het beoogde doel. Er hebben gesprekken met betrokkenen plaatsgevonden en er is gereflecteerd op het optreden. Dat is verwerkt in een geweldsmutatie. Er was voorts geen aanleiding om een andere afhandeling te starten. De benodigde leercirkels zijn in deze gevallen doorlopen. Het overige politieoptreden is gefaseerd verlopen, gericht op het handhaven of herstellen van de openbare orde. Er is in de optiek van de politie helder en veelvuldig richting de demonstranten gecommuniceerd. Er zijn voorafgaand aan het geweld meerdere waarschuwingen gedaan. De beoordeling van de hulpofficier van justitie is dat de ambtenaren binnen het wettelijk kader en volgens de eisen van het vakmanschap hebben opgetreden. Daarmee voldoen deze geweldsaanwendingen aan het toetsingskader. Zie ook bijlage 3.
8.4 Klachten Wanneer burgers vinden dat zij niet naar behoren zijn behandeld door een politieambtenaar kunnen zij een klacht indienen. Een procedure die de burger het recht geeft om te klagen over het politieoptreden en waarbij, als gesprekken met de klager en de betrokken medewerker geen bevredigend resultaat opleveren, een onafhankelijke klachtencommissie de politiechef adviseert over rechtmatigheid, professionaliteit en behoorlijkheid van het politieoptreden. De behandeling van de klacht heeft tot doel het vertrouwen van de burger in de politie te herstellen, het lerend vermogen van de politie te versterken, en/of het draagvlak van de politie te verbeteren. In bijlage 4 wordt nader ingegaan op de klachtprocedure. In relatie tot de demonstraties zijn 59 klachten ingediend. Bij 35 personen daarvan ontbreekt het de klagers aan (in)direct belang aangezien zij niet bij de demonstraties aanwezig waren als demonstrant of omstander. Deze personen baseerden hun klacht op beelden van sociale media en TV. Het feit dat
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 26 van 49
15 november 2024 -
deze personen geen direct of indirect belanghebbende waren, heeft ertoe geleid dat hun klacht niet in behandeling is genomen. De betrokkenen zijn hierover per brief geïnformeerd. Bij een groot deel van deze klachten werd eenzelfde tekst gebruikt, zie hieronder: De afgelopen dagen heeft de politie onnodig en compleet onacceptabel de demonstrerende studenten neergeknuppeld. Zowel in Utrecht als in Amsterdam. Dit gaat tegen het recht van demonstreren in. De politie mág niet op kwetsbare lichaamsdelen slaan. De politie heeft onnodig vaak geslagen op de studenten waardoor bij velen onnodig letsel is ontstaan en psychische schade. Schandalig hoe de politie de kant van geweld kiest bij een demo tégen geweld. Schandalig! Deze mensen die zoveel geweld gebruiken horen niet bij de politie thuis en moeten ontslagen worden. Ik dien daarom een klacht in tegen al de agenten die hebben 'opgetreden' tegen de studenten en hun knuppel hebben gebruikt op de nachten 6, 7, 8 in zowel Amsterdam en als Utrecht. Ik eis vervolging en ontslag! Er zijn 24 klachten van (in)direct betrokkenen ingediend, die aangeven fysieke en/of emotionele schade te hebben opgelopen. Deze personen zijn door de klachtbehandelaar gebeld. Hen is gevraagd wanneer zij tevreden zijn met de behandeling van hun klacht. Vier personen hebben hierop aangegeven aangifte te willen doen.
20 personen waren tevreden met het gesprek met de klachtbehandelaar en de nadere toelichting. Zij stemden ermee in dat hun klacht meegenomen zou worden in een evaluatie van het politieoptreden. Met als doel om van klachten te leren om daarmee bewustwording van het handelen te vergroten. De klagers zagen af van verdere behandeling van hun klacht. Bij de ingediende klachten valt het volgende op. • 23 personen geven aan fysiek letsel te hebben opgelopen. Meerdere van deze personen maken ook melding van emotionele schade. • Eén persoon heeft een klacht ingediend vanwege mentale stress/emotionele schade. • Het gemelde fysiek letsel bestond uit o.a. een breuk, kneuzingen, blauwe plekken, schaafwonden en bewustzijnsverlies. Naast fysiek letsel wordt ook melding gemaakt van een gescheurde trui en een vernielde telefoon. • Het merendeel van de klachten gaat over het optreden op 8 mei. Een klacht ziet toe op het optreden van 6 mei. Op 8 mei gaat het vooral om twee momenten: rond 17.30 uur tijdens de ontruiming van de blokkades op het Binnengasthuisterrein en rond 22.00 uur bij de beëindiging van de demonstratie op het Rokin. • Enkele personen geven aan dat buitensporig geweld door de politie is gebruikt tegen vreedzame demonstranten. • Enkele personen geven aan dat voor de inzet van het geweld onvoldoende waarschuwing is gegeven.
• Volgens enkele personen maakt de politie nog onvoldoende onderscheid tussen de vreedzame demonstranten en meerdere groepen die geweld gebruikten. • Meerdere personen geven aan dat ze op een gegeven moment weg wilden gaan van de demonstratie of gehoor wilden geven aan de vorderingen. Zij geven aan dat zij in de mensenmassa geen kant op konden en door de politie werden voortgedreven, ook als ze dit aan de politie lieten weten. Ze schrokken van het geweld door de politie. Het gebruikte geweld is door individuen als heftig ervaren, zowel door de mensen tegen wie het
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 27 van 49
15 november 2024 -
geweld werd gericht, als door de omstanders. In de meeste gevallen is het geweld van de politie goed toegepast en uitlegbaar. De politie kijkt wel kritisch terug op een aantal gevallen. Want een optreden kan weliswaar binnen de kaders vallen van wat mag, maar het kan toch de vraag oproepen of het ook op die manier nodig was. Met een aantal melders van klachten wil de politiechef nog graag, samen met de dienstdoende Algemeen Commandant, in gesprek, zodat met de melder kan worden bezien waar de politie anders had kunnen handelen. De politiechef spreekt ook nog met politiemedewerkers. Er is door zowel de burgemeester als de politiechef herhaaldelijk opgeroepen om geweldsaanwending door de politie te melden via een klacht en/of aangifte. De politie constateert over de periode van 6 mei tot 13 mei een beperkt aantal klachten en aangiften. Dat dit aantal beperkt is, concludeert de politie door het aantal klachten en aangiften te relateren aan de hoeveelheid personen die bij het politieoptreden in deze dagen aanwezig waren. Tegelijkertijd is elke persoon die zich genoodzaakt voelt om een klacht in te dienen of aangifte te doen er één te veel.
8.5 Aangiften Er zijn zes aangiften gedaan en er wordt nog één aangifte opgenomen. Vier aangiften komen voort uit een eerder ingediende klacht. Drie aangiften staan los van de klachtenprocedure. De beoordeling van de aangiften door het OM zal bijdragen aan de vorming van een totaalbeeld, zowel ten aanzien van het politieoptreden als geheel als specifieke incidenten in het bijzonder.
8.6 Geweld tegen politieambtenaren Tijdens de demonstraties in de week van 6 mei en maandag 13 mei is er ook geweld tegen de politie gebruikt. Er werd onder meer met stenen, een zelfgemaakte speer en zwaar vuurwerk (hierdoor is blijvende tinnitus opgelopen) gegooid en er zijn brandblussers gegooid en leeggespoten op leden van de ME. Daarnaast is er ammonia naar een politiemedewerker gegooid en is er geslagen met stokken. Hierdoor zijn in totaal tien politieagenten gewond geraakt, waarbij een politieagent blijvend letsel heeft opgelopen.
8.7 Afhandeling van aangehouden verdachten Op 6 mei zijn in opdracht van het gezag 164 personen aangehouden, op 7 en 8 mei 36 personen, op 9 mei 3 personen en op 13 mei 2 personen. Door het OM is vervolging ingesteld ten aanzien van wie de verdenking was dat zij geweld tegen personen en/of goederen hebben gebruikt. Dit heeft geresulteerd tot een aantal veroordelingen, namelijk op 7 mei 2, op 8 mei 4 en op 9 mei 2. Het OM heeft daarnaast bekendgemaakt, dat alle zaken van de betogers, die in de nacht van 6 op 7 mei 2024 tijdens een protestkamp op het Roeterseiland op verdenking van erfvredebreuk waren aangehouden en van wie niet kon worden bewezen dat zij geweld tegen de politie hadden gebruikt, geseponeerd zijn. Bij de beoordeling van de zaken is door het OM vastgesteld dat aanhouding voor artikel 138 Wetboek van Strafrecht, op dat moment en gegeven de situatie, niet juist was. Het Roeterseiland is weliswaar een terrein van de UvA, maar omdat het ook een publiek toegankelijk gebied is, kan er geen sprake zijn van erfvredebreuk. Daarom heeft het OM nu besloten de zaken van de aangehouden personen te seponeren, omdat zij achteraf bezien onterecht als verdachte van erfvredebreuk zijn aangemerkt15.
15
https://www.om.nl/actueel/nieuws/2024/09/13/zaken-verdenking-erfvredebreuk-pro-palestina-
protestkamp-roeterseiland-geseponeerd.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 28 van 49
15 november 2024 -
8.8 Schade protesten Begin mei werd de schade door de UvA geschat op € 1,5 miljoen. Inmiddels is het definitieve schadebedrag voor de protesten op de UvA-campussen in mei en juni berekend op ruim € 4 miljoen. Schade die is ontstaan aan gemeente-eigendommen, en bij bedrijven of particulieren is niet in deze schatting meegenomen. Onder het totaalbedrag vallen het schoonmaken van gebouwen, het verwijderen van graffiti, het vervangen van koffieautomaten, meubilair, beveiligingscamera’s en beeldschermen en ingegooide ruiten. Daarnaast is de bouw van de nieuwe Universiteitsbibliotheek vertraagd met financiële gevolgen. En er zijn extra kosten gemaakt voor het inhuren van beveiliging.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 29 van 49
15 november 2024 -
9.
Leermomenten
Met deze rapportage geeft de politie openheid van zaken met betrekking tot de keuzes in het optreden en het aangewende politiegeweld en legt de politie ook publiekelijk verantwoording af over de toegepaste (geweld)bevoegdheden. Reflecteren op en leren van het politieoptreden is essentieel. In dit hoofdstuk zijn de leermomenten opgenomen naar aanleiding van het verloop van het politieoptredens, de beoordeling van het toegepaste geweld, de klachten, de aangiften en interviews met betrokken politiemedewerkers. Politieoptreden • Demonstranten gaven aan dat ze de waarschuwingen van de politie niet hadden gehoord. Het is belangrijk dat het vorderen nog beter hoorbaar wordt en in meerdere talen gebeurt zodat alle demonstranten bereikt worden. Er wordt op dit moment gebruik gemaakt van de megafoon van een commandovoertuig en/of een soundmaster (sterke mobiele megafoon). Tijdens de vordering wordt door politieambtenaren op verschillende plaatsen in en rond de demonstratie gecontroleerd of de vordering hoorbaar is. We gaan na of dit met technische middelen nog beter kan worden ondersteund. Politiemedewerkers blijven toetsen of de waarschuwing voor een politieoptreden voor de demonstranten ook achteraan in een demonstratie hoorbaar is.
• Een ander leermoment betreft het ontruimen van een terrein waar demonstranten zich bevinden, zeker als er tenten of andere faciliteiten zijn waar demonstranten zich buiten het directe zicht van de politie kunnen ophouden. Er zal in de toekomst meer tijd genomen worden en nog bedachtzamer opgetreden worden bij het ontruimen van tenten en andere faciliteiten. Dat gebeurt door in een briefing extra aandacht te besteden aan de instructie die politiemedewerkers meekrijgen voorafgaand aan een optreden. • De UvA-demonstraties waren, op één na, vooraf niet aangemeld waardoor de politie niet veel tijd had om deze voor te bereiden. Dat betekende o.a. dat er een beroep is gedaan op bijstand van andere politie-eenheden. De inzet van de bijstand moet dan zo snel als mogelijk operationeel worden gemaakt. Dit moet in een zeer korte tijd gebeuren. De bijstand wordt uit het gehele land gehaald. De politie gaat onderzoeken in hoeverre de bijstand op een snellere en meer eenvormige wijze geïnformeerd kan worden over de situatie waarin zij terecht kunnen komen alsmede wat van hen verlangd wordt qua inzet. Dit geldt niet alleen voor de politie Amsterdam maar de politie als geheel werkt daaraan in het project Paraatheid 2.0.
Communicatie • Belangrijk is ook de communicatie met demonstranten over wat de taak van de politie is bij demonstraties, hoe die taak ingevuld wordt en wat over en weer van elkaar wordt verwacht om eventuele misverstanden te voorkomen. Hierbij is het belangrijk om op te merken dat demonstranten een aantal rechten en plichten bij demonstraties hebben. Dit houdt onder andere in dat zij bij een vordering van het bevoegd gezag om te vertrekken van demonstranten verwacht wordt dat zij daar gehoor aan te geven. Indien dat niet gebeurt, kan en mag men verwachten dat na een aantal vorderingen, gefaseerd geweld toegepast zal worden. Het contact met de organisator is hierbij van groot belang. • Het is de politie tijdens een aantal demonstraties niet gelukt goed contact te leggen met demonstranten. Het is wenselijk dat een organisator voorafgaand aan een demonstratie een kennisgeving doet. De politie zal blijven investeren in het contact leggen met de organisator van een demonstratie om vooraf gestelde kaders en richtlijnen helder te communiceren.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 30 van 49
15 november 2024 -
•
De Afdeling Communicatie heeft naar aanleiding van een klacht van een journalist tegen wie politiegeweld was gebruikt (zie 5.4) een bijeenkomst met PersVeilig en journalisten georganiseerd om de werkwijze door te spreken waarbij de veiligheid van journalisten en voldoende vrije werkruimte voor de politie centraal stond.
Geweldsregistratie en beoordeling • Er hebben twee incidenten plaatsgevonden, die niet aan het toetsingskader geweldsaanwending voldoen. In het beoordelingsproces door de hulpofficier van justitie speelt het toetsingskader een belangrijke rol. Het toetsingskader bevat een wettelijk kader en een aantal vastgestelde vakmanschapseisen. De hulpofficier van justitie heeft de mogelijkheid een geweldmutatie om te zetten in een geweldsregistratie. Een geweldsregistratie in plaats van geweldsmutatie vindt plaats ingeval van overlijden, letsel met meer dan geringe betekenis, gebruik van een vuurwapen of als de hulpofficier van justitie meent dat het toegepaste geweld daar aanleiding toe geeft. Een geweldsregistratie kan ook aan de orde zijn als er duidelijke leermomenten zijn. Een geweldsregistratie betekent overigens niet per definitie dat het toegepaste geweld niet conform het toetsingskader is. De hulpofficier van justitie heeft tijdens de UvA-protesten niet gemeend dat er aanleiding was voor een geweldsregistratie, waardoor de commissie geweldsaanwending (inclusief externe commissieleden) niet in positie komt. Terugkijkend is de politie van mening dat het bij een aantal geweldsaanwendingen van meerwaarde was geweest om deze voor advies aan de commissie geweldsaanwending voor te leggen.
De politie zal bezien of ten aanzien van grootschalige optredens eerder het advies van de commissie zal worden gevraagd. Welwillende demonstranten versus relschoppers • Gedurende de optredens is het de politie niet altijd gelukt te differentiëren tussen goedwillende demonstranten en kwaadwillende relschoppers. Tijdens de optredens die in deze rapportage besproken zijn, maar ook in de maanden daarna, ziet de politie dat er een onderscheid is tussen goedwillende demonstranten en kwaadwillende relschoppers. Het is belangrijk dat de politie demonstraties zo goed mogelijk faciliteert en de vreedzame demonstranten zoveel mogelijk scheidt van relschoppers, zodat wanneer er wordt ingegrepen tegen een kleine groep relschoppers kan worden voorkomen dat de gehele demonstratie moet worden ontbonden. Hoewel zoveel mogelijk wordt geprobeerd dit onderscheid te maken, is dit niet altijd operationeel uitvoerbaar. Contact met de organisator voorafgaand aan een demonstratie kan eraan bijdragen om dit onderscheid te maken en het politieoptreden hierop zo goed mogelijk voor te bereiden.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 31 van 49
15 november 2024 -
10. Conclusie Het demonstratierecht is essentieel in een democratische rechtsstaat en stelt mensen in staat om zich samen met anderen uit te spreken en mee te doen aan het publieke debat. Dat houdt in dat het uiten van ideeën, kritiek of standpunten – juist ook als deze afwijken van de meerderheid – beschermd moet worden. Amsterdam en haar politie hebben dit demonstratierecht zeer hoog in het vaandel staan. De periode van 6 tot en met 13 mei betrof een ongekende week met veel politie inzet, conflict en wrijving. Er is bij alle demonstraties in deze periode geprobeerd deze vreedzaam tot een einde te brengen. Dat is niet gelukt. Wat begon als vreedzame protesten, sloeg om in onveilige situaties met verstoringen van de openbare orde en strafbare gedragingen als gevolg. Het was voor de driehoek noodzakelijk om hiertegen op te treden. De politie heeft daarbij geweld toegepast tegen de demonstranten. Het verloop van de demonstraties heeft veel aandacht in de (sociale) media gekregen, waarbij vooral het politieoptreden en het toegepaste geweld onderwerp van de discussie is. Elke geweldsinzet binnen de politie wordt vastgelegd en beoordeeld. Dit gebeurt om meer zicht te krijgen op hoe vaak, waarom en op welke wijze geweld wordt toegepast en om verantwoording af te leggen. Als dat geweld niet rechtmatig is, moet er mogelijk een correctie volgen.
In twee gevallen werd geoordeeld dat het geweld niet conform het toetsingskader is toegepast. In de overige gevallen was het toegepaste geweld wel conform dit kader. De klachten en aangiften omtrent het politieoptreden zijn in behandeling genomen en de leerpunten daaruit zijn benoemd en zullen bij de voorbereiding en briefings van politieoptredens worden meegenomen. Overheidsgeweld is nooit een rustig bezit. De politie begrijpt dat mensen emoties ervaren en vragen hebben als de politie geweld toepast en als mensen gewond raken na een politieoptreden. De politie is zich bewust van de fysieke en mentale gevolgen voor demonstranten tegen wie geweld is gebruikt en betreuren het als mensen daar nog last van hebben. In Amsterdam vinden veel demonstraties plaats en soms moet de politie ingrijpen om de openbare orde te herstellen of strafbare feiten te beëindigen. Over het algemeen gaat dat heel goed en verlopen demonstraties vrijwel altijd vreedzaam. De politie zal alles in het werk blijven stellen om demonstraties in deze stad mogelijk te maken.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 32 van 49
15 november 2024 -
Bijlagen
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 33 van 49
15 november 2024 -
1. Interviews politiemedewerkers Voor deze reflectie zijn naast het raadplegen van de journaals diverse direct betrokken politiemedewerkers (Algemeen Commandant, Hoofd Orde Handhaving, Hoofd Handhaven Netwerken, Pelotons- en sectiecommandanten ME, Verkenning, Hoofd Opsporing, hulpofficier van justitie) benaderd. Aan hen is gevraagd wat er is gebeurd, hoe zij erop terugkijken, wat er in het vervolg anders of beter kan. Hieronder zijn enkele rode draden opgenomen uit de interviews. In dit hoofdstuk is alleen het perspectief van de politiemedewerkers opgenomen en niet van andere betrokkenen bij de UvA-protesten.
1.1 Voorbereiding en uitvoering • •
•
•
•
Demonstraties worden steeds vaker niet vooraf aangemeld, waardoor de gemeente en politie minder tijd hebben om een demonstratie te faciliteren. Die eerste week gebeurde er ontzettend veel, waarbij de ontwikkelingen elkaar snel opvolgden in soms chaotische situaties. De politie is vooral bezig geweest met het handelen in acute situaties. Tijd voor evaluatie of reflectie was er niet. De voorbereiding en uitvoering zijn goed verlopen, zeker gelet op de omstandigheden. Er moest wel lang gewacht worden voordat kon worden gestart met de uitvoering van het optreden. Diverse redenen lagen daaraan ten grondslag zoals de problemen met de verlichting, het wachten op bijstand van andere eenheden en het wachten op de aangifte door het CvB wat ook gevolgen had voor de besluitvorming door de driehoek. De brede ervaring met de protesten heeft de politie geleerd dat vroegtijdig en adequaat ingrijpen escalatie kan voorkomen. Door tijdig te interveniëren kan veranderend sentiment en het aansluiten van anderen, mogelijk meer radicale en externe personen en/of groepen, worden voorkomen. Het is van belang om hieraan vast te houden, een helder ultimatum te handhaven en niet te wijken voor druk, intimidatie of geweld. De manier van actievoeren bepaalt hoe de politie optreedt.
Actievoerders die zichzelf insluiten met zwaar materieel, barricades opwerpen en van plan zijn bakstenen naar de politie te gooien, vergen een andere aanpak dan demonstranten die op de Dam vreedzaam protesteren.
1.2 Demonstranten •
•
•
Er is een ontwikkeling te zien op het gebied van de openbare orde en veiligheid rondom demonstraties. Steeds vaker staan bij demonstraties partijen lijnrecht tegenover elkaar. De gemoederen kunnen daarbij flink oplopen. De politie wordt hierbij niet zelden vijandig bejegend. De mate van gewelddadig protest was uitzonderlijk. Naast vreedzame demonstranten waren er ook veel (goed georganiseerde) actievoerders die bewust de grenzen van de wet opzochten of overschreden om hun punt te maken. Ze negeerden daarbij bewust de spelregels (voorwaarden) bij demonstraties. Dit gaat ten koste van de veiligheid en de openbare orde. Wat begon als een demonstratie, leidde tot een bezetting van universitaire gebouwen waar enorme vernielingen zijn aangericht. Er zijn van tevoren stenen uit de straat gehaald en die lagen klaar in de dakgoot om de politie mee te bekogelen. Er zijn kunstwerken van het dak afgegooid om de barricades te versterken. Het hele terrein is gebarricadeerd. Daar wonen ook mensen die niet meer konden wegkomen. Op dat moment is het voor de politie geen demonstratie meer.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 34 van 49
15 november 2024 -
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
16
In veel situaties is praten het beste middel om iets gedaan te krijgen. Hier was echter geen sprake meer van een situatie waarin dit mogelijk was. Praten lukte niet meer en er werd ook niet meer geluisterd. Er was tevens sprake van uitzonderlijk geweld puur gericht tegen de politie. Het is zeer betreurenswaardig dat een vreedzame demonstratie, waaraan volop ruimte werd gegeven, door een bepaalde groep aangegrepen wordt om dwingend en intimiderend gedrag dat niet past bij vreedzame demonstraties te vertonen en dit bij anderen aan te moedigen. De politie zou hebben opgetreden tegen alleen maar vreedzame demonstranten. De demonstranten waren echt niet allemaal vreedzaam. Er was duidelijk sprake van openlijke geweldpleging. De UvA heeft aangegeven dat er anderhalf miljoen euro schade is, maar dat is zeker nog niet alles. Wat de politie die week en ook in de weken daarna heeft gezien, is een vermenging van vreedzame demonstranten met actievoerders die andere motieven hadden. De protesten van deze actievoerders leken in hoge mate gecoördineerd en voorbereid te zijn. We hebben grote vreedzame groepen studenten en ook docenten gezien, maar daar sloten zich groepen bij aan waarbij uit het gedrag bleek dat zij andere motieven hadden, zoals een bewuste confrontatie met de politie.
De strategie van de actievoerders was gericht op het kapen van vreedzame demonstraties voor andere doeleinden, waaronder het bewust toepassen van geweld tegen de politie. Bepaalde groepen grepen de demonstraties aan om het politieapparaat te overbelasten en daarmee de inzetbaarheid van de politie te beïnvloeden. Wat zorgelijk is dat het publiek verandert. Politie komt vaker en sneller in een situatie dat er geweld gebruikt wordt. Het lukt niet altijd om in verbinding te blijven. In de week van 6 mei was het voor de Netwerkeenheid en/of wijkagenten niet tot nauwelijks mogelijk om contact te maken met de demonstranten. Dat is in Amsterdam uitzonderlijk. De politie staat doorgaans in goed contact met demonstranten. Bij de UvA-demonstraties droegen veel demonstranten gezichtsbedekkende kleding 16. Het is voor de politiemedewerkers belangrijk om tijdens een demonstratie te kunnen communiceren met de demonstranten. Wanneer iemand gezichtsbedekking draagt, is dat moeilijk, en het zet direct de toon. De politie kan bovendien niet in kaart brengen welke demonstranten strafbare feiten plegen. Relschoppers blijven zo anoniem en zijn lastig op te sporen. Uit informatie kwam naar voren dat demonstranten gezichtsbedekkende kleding zouden dragen omdat dit zou voorkomen dat zij een CTER-notering van de politie krijgen. Demonstranten ontvangen geen CTER-notering.
De afdeling CTER (Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering) van de politie onderzoekt incidenten, waar sprake is van radicalisering of extremisme. Het feit dat verschillende groepen samenkomen heeft een aanzuigende werking op demonstranten, die hele andere bedoelingen hebben. De vraag is of organistoren van demonstraties daar voldoende van op de hoogte zijn. Actievoerders riepen de demonstranten op niet met de pers te praten want de media zou het geweld bagatelliseren. Het is de media erg moeilijk gemaakt hun werk goed te doen. Het is juist goed als journalisten verslag kunnen doen van wat er bij een demonstratie gebeurt. Politie ziet dat activistische groepen met uiteenlopende sociale agenda’s in toenemende mate samenwerken om hun organisatie- en mobilisatiekracht te vergroten. Opvallend is dat het Het is niet verboden in de openbare ruimte gezichtsbedekkende kleding te dragen. Dat is het wel als dit
gepaard gaat met gedragingen met het kennelijke doel om de orde te verstoren of strafbare feiten te plegen.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 35 van 49
15 november 2024 -
voornamelijk een manifestatie van extreemlinks lijkt te zijn binnen het verweven activisme. Het lijkt erop dat de groeperingen actief op zoek zijn naar een gemene deler in hun protesten. De verwevenheid was ook bij de studentenprotesten bij de UvA zichtbaar.
1.3 Politieoptreden •
•
•
• •
Voorafgaand aan het politieoptreden is de actievoerders herhaaldelijk de kans gegeven de plek te verlaten en is gewaarschuwd dat de politie zou gaan optreden. Als na meerdere vorderingen en waarschuwingen het besluit wordt genomen om te ontruimen en demonstranten zijn dan nog niet uit zichzelf weggegaan, dan is wat naïef om te denken dat de politie tijdens het optreden nog onderscheid kan maken tussen vreedzame demonstranten of gewelddadige actievoerders. Dan heeft het ook geen zin om met je handen omhoog te blijven staan, je had al eerder weg moeten zijn. Mensen worden van tevoren echt genoeg gewaarschuwd. Er waren diverse vragen over waarom de politie ging slaan op tenten, zonder dat ze wisten of er mensen in zaten. De demonstranten kregen vooraf de kans hun actie zelf te stoppen. Toen ze dat niet deden, volgde een waarschuwing voordat de politie optrad. Aan het geweld gaan meerdere waarschuwingen vooraf. Het doel van het optreden van de ME was het terrein te ontruimen. Dat betekent ook het controleren of actievoerders zich ophouden in tenten of dat er geen andere zaken in de tenten zijn verstopt die een gevaar vormen voor de veiligheid van de politiemedewerkers. Daarom is er met de lange wapenstok gepord/geslagen en zijn tenten opgetild.
Geweldstoepassing door de politie ziet er altijd heftig uit, maar toch moeten politieagenten soms geweld gebruiken om henzelf of andere mensen veilig te houden. Dat neemt niet weg dat het gebruikte geweld door individuen als heftig ervaren kan zijn, zowel door de mensen tegen wie het geweld was gericht, als door omstanders. Door het ontstaan van wanordelijkheden verdween het doel van de demonstratie uit beeld. Op maandag 6 mei rond 20.30 vond er een confrontatie tussen groepen plaats waarbij geweld en vuurwerk is gebruikt. Een groepje gemaskerde personen met fakkels stelden zich agressief op en wilden vechten. Ze zijn door omstanders uit elkaar gehaald. Binnen een paar minuten werden de indringers door actievoerders van het terrein verdreven. Daarmee verplaatsten de gevechten zich buiten de barricades. Daar gingen mannen in sjaals met latten de tegendemonstranten te lijf. Dit speelde net buiten het terrein op de Nieuwe Prinsengracht. Er is daarna ook een vlag in brand gestoken door de pro-Palestina demonstranten. Toen het gebeurde, was het niet bekend wie de initiator was in het conflict. Er gebeurde ook erg veel op dat moment, het was een chaotische situatie. Het OM onderzoekt of er aanknopingspunten zijn voor vervolging van deze personen.
1.4 Interviewleidraad De onderstaande vragen zijn als leidraad gebruikt voor de interviews met politiemedewerkers. 1. • • • • •
Algemeen Wanneer werd jij bij deze demonstratie betrokken en wat was jouw rol? Hoe kijk jij nu persoonlijk terug op het geheel (voorbereiding en uitvoering)? Wat vind je, in algemene zin, van het functioneren van de politie t.a.v. demonstraties? Welke taak heeft de politie bij de voorbereiding op een demonstratie en wat zijn haar bevoegdheden tijdens een demonstratie? Is er afgeweken van de gebruikelijk handelwijze bij demonstraties?
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 36 van 49
15 november 2024 -
2 • • • •
Hoe prepareert de politie zich in het algemeen op de komst van demonstraties? In hoeverre waren we geprepareerd op deze demonstraties? Wat was jouw rol bij de hierbij? Wat ging hierin goed? Wat zou anders kunnen en wat zou je in het vervolg graag bij demonstraties terug willen zien?
3 • •
Welke informatie is nodig voor een adequate preparatie en was die informatie beschikbaar? Over welke informatie had jij de beschikking? Welke informatie heb je gemist?
4 • •
Was voldoende duidelijk wat gemeente, organisator en politie van elkaar mochten verwachten? In hoeverre zijn alle afspraken (algemeen en specifiek) duidelijk? Op welke wijze zijn afspraken of verwachtingen van elkaars taken en verantwoordelijkheden vastgelegd? Zou hier meer duidelijkheid en/of bekendheid in aangebracht kunnen worden?
• 5 • •
Wanneer is het aan de overheid om handhavend op te treden? Wat moet er gebeuren als de organisator zijn rol, taken en verantwoordelijkheden niet oppakt of zich niet houdt aan de gemaakte afspraken? Waren er scenario’s uitgedacht en beschikbaar? En zo ja waren deze met organisatie en gezag besproken?
6 • •
Welke interventies waren er mogelijk in de aanloop naar en tijdens de demonstraties? Waren deze interventies vooraf ook bekend en of voorbereid? Waren voor het uitvoeren van deze interventies de juiste mensen en middelen beschikbaar?
7 •
Hoe kijk je terug op het politieoptreden tijdens de demonstraties? Wat ging goed en wat kan beter?
8 • • • •
Hoe kijk je terug op het toegepaste geweld tijdens de demonstraties? Hoe lopen de procedures m.b.t. het melden van geweld Hoe zit het toetsingskader eruit Zijn er andere zaken waar rekening mee gehouden wordt? Hoe heb je het toegepaste geweld beoordeeld?
9
Kun je iets zeggen over de deelnemers aan de diverse demonstraties?
10 •
Een aantal zaken komt uit de klachten naar voren. Kan je daar een reactie op geven?
11 •
Afstemming Hoe is de afstemming tussen de operationele uitvoering en de bestuurlijke besluitvorming bij de demonstraties verlopen?
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 37 van 49
15 november 2024 -
2. De taak van de politie bij demonstraties 2.1 Demonstratie als grondrecht Op basis van artikel 9 van de Grondwet en de uitwerking hiervan in de Wet openbare manifestaties (Wom) heeft iedereen in Nederland het recht om te demonstreren. Het recht om te demonstreren is een belangrijk democratisch grondrecht en is daarom opgenomen in artikel 21 van het Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten en artikel 11 van het Europees verdrag van de Rechten van de Mens. Het demonstratierecht stelt burgers in staat om hun stem te laten horen en deel te nemen aan het maatschappelijk debat. Het draagt bij aan een levendige en pluralistische samenleving waarin verschillende opvattingen en standpunten kunnen worden geuit. De uitoefening van het recht tot vergadering en betoging ligt vast in de Grondwet en moet in de basis worden gefaciliteerd, mits dit binnen de kaders van geldende wet- en regelgeving plaatsvindt. De overheid moet hierbij het recht op betoging waarborgen, maar zich ook onthouden van het nemen van indirecte maatregelen die de uitoefening van dat recht onredelijk beperken. Zo vormt de enkele omstandigheid dat het gewone leven, inclusief het verkeer, in enige mate wordt verstoord op zichzelf genomen nog geen rechtvaardiging voor het nemen van maatregelen.
De burgemeester heeft een inspanningsverplichting om een demonstratie in zijn gemeente door te laten gaan, ook als de inhoud van de demonstratie aanleiding geeft tot vijandige reacties en tegendemonstraties. Pas als van tevoren wordt ingeschat dat wanordelijkheden niet kunnen worden voorkomen, kan de burgemeester overgaan tot een demonstratieverbod. Artikel 9, lid 2 van de Grondwet en artikel 2 van de Wom bieden de burgemeester de bevoegdheid om een demonstratie te beperken en in het uiterste geval zelfs te verbieden, bijvoorbeeld ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Voor de uitvoering van de Wom is de burgemeester verantwoordelijk, waarover politieke verantwoording wordt afgelegd aan de gemeenteraad. Het faciliteren en beschermen van demonstraties is daarmee op lokaal niveau belegd. Over de wijze waarop in de praktijk toepassing wordt gegeven aan de verschillende bevoegdheden vindt vooraf afstemming plaats in de driehoek tussen burgemeester, officier van justitie en politiechef. Ook het optreden van de politie tijdens een demonstratie wordt – uiteraard in samenspraak – bepaald in deze driehoek. De politie bepaalt nooit zelfstandig of en hoe wordt opgetreden.
2.2. Voorbereiding en uitvoering De organisator van een demonstratie kondigt deze (meestal) vooraf aan bij de gemeente waar de demonstratie wordt gehouden. De gemeente geeft deze kennisgeving door aan de politie. Als er (nog) geen formele kennisgeving is, kan de intentie om te demonstreren aan het licht komen via andere kanalen zoals de sociale media, posters, flyers of mondelinge communicatie. Dit was het geval bij de UvA-demonstraties. Wanneer er kennisgeving van de demonstratie is gedaan of bekend is dat er een demonstratie zal gaan plaatsvinden, is het zaak om van tevoren goede afspraken te maken met de organisator over onder andere de locatie van de demonstratie, de af te leggen route (bij dynamische demonstraties), de duur van de demonstatie en de verantwoordelijkheid van de organisator voor het ordelijk verloop van de demonstratie.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 38 van 49
15 november 2024 -
De politie maakt als onderdeel van haar werkwijze voorafgaand aan de demonstratie een risicoinschatting. Hierbij kijkt de politie naar de beoogde demonstratielocatie, het risico op vermenging van groepen, het aantal demonstranten, het programma van de demonstratie en het kunnen waarborgen van de veiligheid van bewoners en demonstranten. De politie kijkt tevens naar eerdere ervaringen met de organisator en de sfeer waarmee de demonstratie is omgeven. Op basis van de risico-inschatting werkt de politie scenario’s uit die zich voor en tijdens de demonstratie kunnen voordoen, zoals een groter aantal deelnemers dan verwacht of een eventuele tegendemonstratie. De politie gebruikt dit om de noodzakelijke maatregelen te bepalen en voor te bereiden. De politie werkt landelijk zo. De algemene uitgangspunten van het gezag bij demonstraties zijn: • Het begeleiden van demonstraties, het zorgen voor een veilig verloop van de demonstraties en de openbare orde handhaven hoort bij ons werk. Daarom is de politie bij demonstraties waar nodig zichtbaar aanwezig. • Het politieoptreden is in eerste instantie gericht op de-escaleren en het voeren van de dialoog, waarbij de politie probeert personen te blijven aanspreken op hun gedrag. • Demonstreren mag alleen als dat binnen de kaders van de wet blijft. Als dat niet gebeurt, treedt de politie in opdracht van het bevoegd gezag op.
Bijvoorbeeld wanneer strafbare feiten worden gepleegd, gemaakte afspraken rondom de demonstratie niet worden nagekomen, of de veiligheid van demonstranten of omstanders en politiemensen in het geding komt. De burgemeester gaat over de openbare orde en het OM over de opsporing en vervolging van strafbare feiten. • Politieoptreden volgt alleen voor zover de noodzaak hiervan volgt uit een zorgvuldige afweging van de mate van inbreuk op de rechtsorde, de effectiviteit van het politieoptreden als het gaat om het herstellen hiervan en de mate waarin optreden verantwoord is. De interventie gebeurt zoveel mogelijk in fasen, waarbij opgeschaald wordt met inachtneming van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. • Het politieoptreden wordt gekenmerkt door een eenduidig, navolgbaar en professioneel (politie)optreden waarbij het demonstratierecht zoveel mogelijk wordt gerespecteerd. • Persvrijheid is een belangrijk grondrecht in onze democratie. Het is goed als journalisten verslag kunnen doen van wat er bij een demonstratie gebeurt. Daar geeft de politie ruimte aan. In aanvulling hierop hanteert het gezag bij demonstraties bij universiteiten de uitgangspunten: • De grondwettelijke vrijheden van meningsuiting, vereniging, vergadering en betoging worden in de basis beschermd en gefaciliteerd, mits dit binnen de kaders van geldende van wet- en regelgeving plaatsvindt.
Het politieoptreden is gericht op een ordelijk en veilig verloop van (vreedzame) demonstraties. • Dit betekent dat demonsteren en actievoeren mogelijk moet zijn, maar daarbij het plegen van (ernstige) strafbare feiten niet. Het plegen van strafbare feiten, zoals vernielingen en strafbare acties die bijvoorbeeld leiden tot het ontwrichten van de samenleving, persoonlijke integriteit of het uitoefenen van dwang, vallen niet onder de bescherming van de grondwet. • Demonstraties op een openbare plaats (waaronder ook op publiek toegankelijk terrein van de onderwijsinstellingen) worden in beginsel ongemoeid gelaten. Voor openbare plaatsen geldt dat beperkingen kunnen worden opgelegd door het lokale gezag, in het bijzonder door de burgemeester. • Er mag geen ernstige dan wel langdurige hinder plaatsvinden voor bijvoorbeeld studenten en medewerkers van de onderwijsinstelling (de ingang mag niet geblokkeerd worden, het
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 39 van 49
15 november 2024 -
• •
•
• •
• •
onderwijs moet doorgang kunnen vinden). Een eigenaar van een gebouw en terrein is primair verantwoordelijk voor het voorkomen van een bezetting van zijn eigen pand en terrein. De politie is geen beveiligingsorganisatie. Indien een bezetting als protestvorm in een gebouw of terrein plaatsvindt, is het allereerst aan de eigenaar om – als het op enig moment onwenselijk wordt – stappen te nemen, door de bezetters te vorderen (drie keer) te vertrekken en (zo nodig) aangifte te doen van lokaal-, huisof erfvredebreuk. Enkel op basis van de aangifte wordt beoordeeld of en zo ja, wanneer overheidsinzet gerechtvaardigd is. Dit zal niet in alle gevallen leiden tot direct optreden. Er zal altijd een afweging worden gemaakt van proportionaliteit en subsidiariteit. Strafbare feiten en/of ernstige verstoringen van de openbare orde worden waar mogelijk voorkomen door actief in de verbinding te zijn en te blijven met de demonstranten. Indien wettelijke grenzen worden overtreden, vindt waar het kan in principe handhaving plaats. Waar dit niet mogelijk is, worden zij die misdrijven hebben gepleegd achteraf opgespoord. De noodzaak van het (direct) politieoptreden wordt afgewogen tegen het effect op de openbare orde en eigen veiligheid. Bij het optreden wordt in beginsel eerst een aanwijzing of voorschrift gegeven, bij niet opvolgen kan demonstratie beëindigd worden.
Het is niet toegestaan om gezichtsbedekking te dragen als daarmee gelijktijdig gedrag wordt vertoond waarmee de openbare orde verstoord kan raken of in de anonimiteit de wet kan worden overtreden.
2.3 Na de demonstratie(s) De politie dient haar eigen optreden altijd kritisch te blijven beschouwen, vragen en klachten over haar optreden serieus te nemen en, waar van toepassing, lering te trekken uit zaken die beter hadden gekund. De processen zijn bovendien met de nodige waarborgen omkleed. Zo kunnen klagers die eventueel toch niet tevreden zijn over de afhandeling van hun klacht door de politie hun klacht nog voorleggen aan de Nationale Ombudsman. Zoals dat gebruikelijk is, wordt een politieoptreden volgens de reguliere procedures getoetst en beoordeeld. De politie hecht hier zeer aan. Alleen op die manier kan draagvlak voor overheidsbeleid blijven bestaan. Bij demonstraties zijn (onder andere) de volgende processen zijn van toepassing: 1. het toetsingsproces met betrekking tot het toegepaste geweld in het kader van het Stelsel Geweldsaanwending; 2. de afhandeling van klachten over het politieoptreden; 3. de afhandeling van aangiften • met betrekking tot het politieoptreden; • en van geweld tegen politieambtenaren; 4. het afhandelen van de tijdens de demonstratie aangehouden verdachten. 5. een algehele debriefing. De processen dienen verschillende doeleinden, maar kunnen ondertussen wel over dezelfde incidenten gaan.
Zo is het toetsingsproces in het kader van het Stelsel Geweldsaanwending gericht op het vakmanschap/leereffect en de afhandeling van aangiften op de beoordeling door het OM in hoeverre mogelijk sprake is geweest van strafbare feiten. Deze processen komen in de volgende hoofdstukken aan bod.
Geweldstoepassing van politie bij UvA-demonstraties Pagina 40 van 49
15 november 2024 -
3. Politieoptreden en geweldtoepassing De politie komt bij haar werk in veel lastige en risicovolle situaties terecht. Van haar wordt verwacht dat ze in die situaties naar voren stapt. Om burgers te beschermen, om daders van strafbare feiten aan te houden of om te begrenzen, moet de politie soms geweld gebruiken. Om die reden beschikt de politie over een wettelijk verankerde geweldsbevoegdheid, wat inhoudt dat de politie in het kader van haar taak soms geweld mág of zelfs moét toepassen. Dat mag natuurlijk niet zomaar, het toepassen van geweld is gebonden aan regels en voorwaarden. Die staan beschreven in de Politiewet en in de Ambtsinstructie. De politie is zich ervan bewust, dat ondanks dat het soms noodzakelijk is, geweldtoepassing door politie er altijd naar uitziet. Geweld ziet er altijd heftig uit en roept vaak emoties op. Dat is begrijpelijk. Geweld kent uiteindelijk alleen maar verliezers: de demonstranten, de politie zelf, omstanders en mensen die de beelden zien op het nieuws. In deze bijlage gaan we nader in op de interne procedures met betrekking tot geweldstoepassing door de politie.
3.1 Stelsel geweldsaanwending De politieorganisatie speelt zelf een belangrijke rol in de beoordeling van geweldgebruik door medewerkers. Elke geweldsinzet wordt binnen de politie vastgelegd en beoordeeld. Dit gebeurt om meer zicht te krijgen op hoe vaak, waarom en op welke wijze geweld wordt toegepast en om verantwoording af te leggen. Maar ook om kritisch te kijken naar het eigen optreden en daarvan te leren. Het handelen en het toepassen van geweld is onder omstandigheden woelig en niet altijd met een schaartje te knippen. Daarom is voor de beoordeling van al dan niet conform de eisen van rechtmatigheid en vakmanschap toepassen van geweld de context en het incident erg belangrijk. De politie wil zich op een transparante wijze hierover verantwoorden, waarbij tevens recht wordt gedaan aan de bovengenoemde bijzondere rol van politiemensen in de samenleving. De maatschappij moet erop kunnen vertrouwen dat de politie professioneel omgaat met deze geweldsbevoegdheid. Om dit goed te borgen zorgt de politie dat politiemensen goed getraind zijn, dat zij verantwoording afleggen over het aangewende geweld, geweld getoetst wordt aan professionaliteitseisen (eisen van rechtmatigheid en vakmanschap) en dat politiemensen leren van aangewend geweld.