CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gevolgen van corona voor de gezondheid van oudere migranten kwalitatief verkennend onderzoek def

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 30 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Onderzoek ‘Oudere migranten in coronatijd’Nr. VN2022-01857815.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit is niet alleen vanwege gebrekkige digitale vaardigheden, maar ook omdat veel ouderen hiervoor geen voorzieningen hebben. ‘Allerlei ceremonies bij huwelijken, maar ook gewoon een ceremonie waarbij een priester iets thuis doet. Vooral als iemand overleden is, dan moeten ze na zoveel tijd iets doen en zo. Dat zal wel anders moeten, want je kunt geen mensen uitnodigen. Dus ik denk dat de aanpassing meer ligt van: we doen de dingen wel, maar dan met in achtneming van de regels en veel korter en met minder mensen’ (Sleutelfiguur 1, Surinaamse ouderen).

25

Ook het niet kunnen reizen naar familie in het buitenland is een extra last en gemis. Enkele ouderen hebben dit nog wel gedaan na 12 maart 2020 zodra er gelegenheid was. ‘Mijn leven is wel onderste boven geraakt door corona. Maar we kunnen niets doen. Maar het heeft wel voor veel stress gezorgd; want we konden niet weggaan, niet op vakantie naar Marokko; mijn broers en zussen en familie niet kunnen zien. Dit had wel impact op mij. Maar het is zoals het is. We hebben er geen invloed op’. (Deelneemster 6, groepsgesprek Marokkaanse vrouwen) Meest actuele overheidsinformatie bereikt de oudere migrant onvoldoende De informatie over beschermende maatregelen komt voor ouderen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond vooral van hun kinderen en televisiekanalen in de eigen taal. Voor deze groepen wordt de taalachterstand genoemd als meest belemmerende factor voor het ontvangen van de Nederlandse richtlijnen. In de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap worden de Nederlandse kanalen genoemd als informatiebron. De Nederlandse overheidsinformatie komt deels overeen met de buitenlandse kanalen, maar de exacte maatregelen worden hierdoor gemist. Zeker alleenstaande ouderen met een klein netwerk en een beperkte beheersing van de Nederlandse taal lopen risico informatie te missen. ‘Klopt, we weten helemaal niets.

We kunnen lezen noch schrijven, weten niet hoe om te gaan met internet of dingen zelf uitzoeken. We zijn geheel afhankelijk van wat anderen zeggen, wat er hier in deze (dagbestedings)groep wordt verteld, en soms de Marokkaanse tv. Maar de Nederlandse taal begrijpen, dat is een brug te ver. De taal om boodschappen te doen is makkelijk; maar taal om informatie op de tv te begrijpen is moeilijker, zoals het nieuws bijv. dat begrijpen we niet zo goed’. (Deelneemster 6, groepsgesprek Marokkaanse vrouwen). Professionals en sleutelfiguren proberen zo goed mogelijk de informatie die ze hebben te delen met hun achterban, maar ook zelf te vertellen wat ze weten over de maatregelen. Vooral de informatie in eigen taal wordt gewaardeerd en begrepen. Als complicerende factoren wordt genoemd dat de veranderingen in de maatregelen te snel optreden. Mensen worden hierdoor als het ware corona moe, waardoor ze minder open staan voor nog meer (nieuwe) informatie. Daarnaast kunnen professionals de mensen niet altijd goed bereiken met relevante informatie, aangezien grote groepsbijeenkomsten zijn gestopt en de meest kwetsbare mensen vaak thuisblijven. Een-op-een ouderen informeren wordt genoemd maar is praktisch niet altijd haalbaar in verband met beperkte tijd van professionals of andere sleutelfiguren.

GGD wordt ervaren als betrouwbare informatiebron maar bereikt oudere migranten amper Enkele malen werd wel genoemd dat het een idee zou zijn als de GGD een toegankelijk informatiepunt in de wijk zou hebben (net als een Ouder- en Kindteam). Er is meer behoefte aan informatie over de maatregelen, het toepassen van de gedragsregels (hoe was je je handen, hoe maak je het beste schoon etc.) en vooral over het vaccineren. Van belang is dan ook dat er informatie in de eigen taal aanwezig is. Suggesties werden gegeven door sommige professionals om via WhatsApp berichten te versturen, in korte zinnen en eigen taal. Deze suggestie kwam voort omdat een deel van de ouderen inmiddels om kan gaan met een smartphone en deze vorm van sociaal media begrijpt. De GGD zou dit als informatiekanaal kunnen inzetten, naast de online voorlichtingsfilmpjes van de GGD, een goed toegankelijk informatiepunt in de wijk/buurt en inzet van sleutelfiguren en vrijwilligers.

26

Testen op coronabesmetting Uit de gesprekken komt naar voren dat ouderen over het algemeen wel weten dat ze zich op het coronavirus kunnen laten testen. Wel blijkt dat een deel van de ouderen niet bekend is met de testlocaties en/of hoe deze te bereiken zijn. Met name het zelf aanvragen van de test leverde problemen op. Daar waar mogelijk, bellen ouderen voor elkaar met de huisarts of de GGD wanneer iemand ziek is of de taal niet goed beheerst. Ook direct betrokken welzijnsprofessionals stellen zich bereidwillig op om te helpen een test aan te vragen of informatie te geven wat te doen bij klachten. ‘Het handigste zou zijn dat als ze ziek zijn dat de huisarts dan ging checken in plaats van dat ze naar de GGD moeten, want het is best een drempel voor deze ouderen. De GGD zit geloof ik alleen in de Rai en zie daar maar eens te komen. Ik heb mensen, die in de Baarsjes wonen, die nog nooit in Oud-West zijn geweest. Dat heb je ook. We hadden vorig jaar een wandeling van een lichtjestoer in het centrum. Er zijn mensen die eigenlijk nooit in het centrum komen. Ze komen wel in Marokko of Turkije, maar verder dan hun eigen buurtje komen ze vaak niet. Dus dat is ook een ontzettende drempel’. (Activiteitenbegeleider/ambulante ondersteuner 3) Een van de geïnterviewde professional heeft een coronatest moeten aanvragen voor een zieke cliënte die niet mobiel was en de taal niet beheerste.

Hiervoor blijkt een speciale taxi te bestaan die mensen kan ophalen maar of er ook een tolk bij betrokken was is onduidelijk; begeleiding werd afgeraden door de GGD om besmetting te voorkomen. De kosten voor deze taxi bleek 30 euro te zijn, wat voor mensen met een laag inkomen erg veel is en niet haalbaar. ’Ze zegt dat de GGD niet op huisbezoeken komt om te testen, alleen als iemand heel erg ziek is en als diegene niemand heeft. De GGD heeft eerst gevraagd of zij zelf kan komen. Ik heb toen doorgegeven dat zij daartoe niet in staat was, dat zij geen Nederlands spreekt, leest of schrijft. De GGD heeft toen doorgegeven dat er een speciale taxibedrijf is om dit soort mensen te vervoeren. Ik heb toen aangeboden om mevrouw zelf te brengen, maar dit mocht niet van de GGD. De kans dat deze mevrouw mij zou besmetten was volgens de GGD te groot. Deze taxi is speciaal hiervoor ingericht’. (Activiteitenbegeleider/ambulante ondersteuner 3). Voor vaccinatie staan ouderen open maar er gaan geruchten rond over nare gevolgen Deels is er onder de ouderen optimisme over het vaccin. Sommige geïnterviewde ouderen geven aan vertrouwen te hebben in de Nederlandse overheid: De gedachte hierbij is; ‘Als deze het coronavaccin adviseert, dan zal het wel goed zijn’. Ook blijken veel ouderen jaarlijks gevaccineerd te worden tegen het Influenzavaccin.

Van deze groep is volgens sommige professionals te verwachten dat ze zich ook nu zullen laten vaccineren indien ze actief worden opgeroepen. ‘Ja, sommigen zeggen doe het niet en anderen zijn juist wel voor een vaccin. Dus dat blijft voor iedereen denk ik moeilijk. Maar wat ik merk bij de ouderen is dat zij zich waarschijnlijk wel zullen laten vaccineren. Dit omdat zij ieder jaar een griepprik moeten halen’. (Activiteitenbegeleider/ambulante ondersteuner 3) Tegelijkertijd bestaat er veel onzekerheid bij ouderen over het zich wel of niet laten vaccineren. Ze willen graag meer informatie over het vaccin. Zo stelden de deelneemsters aan de focusgroepsgesprekken allerlei vragen aan de gespreksleider/ hoofdonderzoeker over het vaccin en of de GGD hierover voorlichting zou komen geven. Het belang van de informatie werd extra benadrukt omdat men zich

27

realiseert dat de coronapandemie nog lang niet voorbij is. Op de vraag waar de ouderen behoefte aan hebben, gaven de deelneemsters aan de groepsgesprekken de volgende antwoorden: ‘Bijvoorbeeld de vaccinatie, we willen meer informatie over de vaccinatie; de gevolgen hiervan en de bijwerkingen’. ‘Corona is nog lang niet voorbij, hé!? Daarom moeten wij nog meer informatie krijgen hoe hiermee om te aan’. ‘Hou er rekening mee dat we met corona moeten samenleven; en zelfs met de ‘nakomelingen’ van corona, dus’. Ouderen geven aan dat er tegenstrijdige informatie is. Er circuleren op YouTube bijvoorbeeld filmpjes die de ouderen waarschuwen tegen het nemen van het vaccin en de ernstige gevolgen daarvan. Uit de gesprekken komen voorbeelden van verhalen dat mensen door het vaccin zouden overlijden, of zelfs dat corona en de vaccinaties een vooropgezet plan zouden zijn met het doel mensen te elimineren. Dit baart sommige ouderen zorgen en zij blijven zitten met vragen rondom het vaccin. Ouderen gaan hierdoor twijfelen of vaccineren wel verstandig is.

3.7 Ervaringen eerste en tweede coronagolf Vooral veel angst en onzekerheid tijdens de eerste golf Zoals eerder is beschreven hebben de ouderen gedurende de eerste coronagolf veel stress, angst en eenzaamheid ervaren. De wereld werd geconfronteerd met een onbekend virus, waarbij er nog (steeds) veel onduidelijkheid heerst. De angst onder de ouderen uitte zich fysiek, zoals in de vorm van hartkloppingen, pijn op de borst of maagklachten. Daarnaast ook psychisch bijvoorbeeld in de vorm van piekeren en slaapproblemen. Als gevolg van de angst, onzekerheid en de coronamaatregelen bleven de ouderen binnen in huis zitten. Dagbestedingsactiviteiten kwamen volledig stil te liggen, moskee- of kerkbezoeken waren niet meer mogelijk en ook het bezoek van (klein)kinderen, andere familieleden, (goede) buren of kennissen vielen weg. Verder waren oudere mantelzorgers extra angstig om hun zieke partner te besmetten met het virus en bleven daarom ook thuis. ‘Ik was bang om naar buiten te gaan, ik kon ook niet naar buiten toe omdat mijn man ziek was. Ik was bang dat ik mijn man zieker zou maken als ikzelf naar buiten zou gaan. Uiteraard was ik ook bang om zelf ziek te worden. Mijn kinderen gaven ook aan dat zij liever niet hebben dat ik naar buiten zou gaan. Zelfs nu zie ik mijn kleinkinderen niet’.

(Deelneemster 3, groepsgesprek Turkse vrouwen) De angst werd soms versterkt door een gebrek aan juiste informatie, waardoor bijvoorbeeld het beeld – gebaseerd op YouTube circulerende filmpjes- ontstond dat men na contact met een besmet persoon ineens dood neer kon vallen. Met name tijdens de eerste golf was er ook veel coronaschaamte. Zo waren er bepaalde oudere migranten die hun besmetting uit schaamte en angst voor uitsluiting, geheimhielden. Gedurende de eerste golf werd volgens enkele geïnterviewde Turkse en Marokkaanse ouderen het wantrouwen over de gezondheidszorg versterkt. Naast de angst en de gebrekkige corona informatie, kwam dat wantrouwen onder andere voort uit het feit dat men gedurende deze periode niet terecht kon bij de huisarts. Maar ook door de onduidelijkheden over waar men wél terecht kon in geval van coronaklachten. Inmiddels lijkt dit wantrouwen minder te zijn geworden, mede doordat duidelijk werd dat

28

het virus een wereldwijde impact heeft. De ouderen beseffen ook steeds beter dat er, behalve het zoveel mogelijk naleven van de regels, weinig te doen is aan de pandemie. Meer acceptatie van de situatie tijdens de tweede golf Uit de gesprekken komt naar voren dat veel ouderen, maar zeker nog niet alle, minder bang zijn dan tijdens de eerste golf. Inmiddels is er een zekere gewenning aan en acceptatie van de huidige situatie opgetreden. Meer ouderen durven naar buiten voor een boodschap, moskee- of kerkbezoek of een ommetje, soms met een goede buur of een kennis. Deels komt dit ook omdat ze het binnen zitten en de verveling zat zijn. ‘In de eerste golf waren we heel bang, we gingen dan ook niet naar buiten en onze boodschappen werden door de kinderen gedaan. Toen we terugkwamen uit Turkije, zagen we dat iedereen weer naar buiten ging en beseften wij dat we hieraan moesten wennen. We kunnen niet altijd afhankelijk zijn van de kinderen, we doen nu zelf onze boodschappen. Maar als de crisis nog langer voortduurt zullen wij dit gaan merken; het zal niet goed zijn voor ons lichaam en we zullen meer klachten krijgen’. (Deelneemster 4, groepsgesprek Turkse vrouwen) Sommige ouderen nemen ook, toen dat in de periode tussen de twee golven kon, weer deel aan dagbestedingsactiviteiten, al is de deelname nog aanzienlijk minder dan voor corona.

Hoewel sommige (over)bezorgde familieleden hen nog steeds adviseerden niet te gaan, spoorden anderen de ouderen aan om juist wel te gaan, omdat ze zagen dat de psychische of lichamelijke gezondheid door het thuiszitten achteruitging. In de gesprekken komt ook naar voren dat de ouderen elkaar (thuis) wat meer opzoeken, met in achtneming van de gepaste afstand en voorzorgsmaatregelen, zoals het dragen van een mondkapje. Dit gebeurt soms tegen het advies van hun (klein)kinderen in. Ouderen geven echter aan dat zij simpelweg behoefte hebben aan aanspraak. Sommige ouderen geven ook expliciet aan meer te durven, omdat ze niet aan het einde van hun leven de hele dag thuis willen zitten. Ze zijn zich bewust van hun (hoge) leeftijd en willen ook nog van het leven genieten. Ze aanvaarden dat er aan sommige activiteiten een risico kan zitten en geven regelmatig aan dat ‘alles in Gods hand is’. ‘‘Het heeft geen zin om angst te hebben. Ik hoop dat deze crisis zo snel mogelijk voorbij is. Ik heb er echt genoeg van. Ik ga soms naar een buurvrouw, zij is ook alleen. De kinderen waarschuwen mij dan van ‘Mama niet gaan!’. Ik zeg dan: ‘Je kan het toch niet tegenhouden, als het komt, komt het; is onze lot’. Ik zit dan vaak bij de buurvrouw op de bank. Ik ben wel bang voor corona en draag altijd een mondkapje maar vind het wel erg dat heel veel mensen geen mondkapje dragen.

Heel veel jongeren komen in de parken bij elkaar en dragen geen mondkapje en dat vind ik wel erg. Ik denk dat de jongeren ons wel kunnen besmetten’. (Deelneemster 5, groepsgesprek Turkse vrouwen) Het bovenstaande betekent niet dat ouderen de regels niet serieus nemen, het betekent eerder dat zij beter met de situatie hebben leren leven en omgaan. De ouderen beseffen dat de maatregelen (de afstand, mondkapje, handen wassen, geen grote bijeenkomsten) nuttig zijn en eraan bijdragen dat het virus eerder verdwijnt. Ze beseffen dat als niet iedereen meedoet, corona nog langer zal ronddwalen. Een professional gaf bijvoorbeeld aan dat een belangrijke motivatiebron om de maatregelen na te leven is dat ouderen niet willen dat zij hun land van herkomst nog een jaar niet kunnen bezoeken.

29

‘Mensen hebben zo’n moment, één keer per jaar, dat ze teruggaan naar het herkomstland, met vakantie. Ze zeggen: ‘Wij kunnen het ons niet permitteren om volgende zomer niet naar Marokko, Turkije of naar Ghana te gaan’. (Participatiemedewerker) Tijdens de tweede golf is er meer openheid onder de ouderen over het wel of niet laten testen op besmetting met het coronavirus. Het beeld met betrekking tot het virus lijkt bijgesteld te zijn. De ouderen beseffen dat het virus gevaarlijk en soms zelfs dodelijk kan zijn, maar zij kennen inmiddels ook de verhalen van milde klachten na besmetting of herstel na een ziekenhuisopname.

3.8 Hulpbronnen en veerkracht in coronatijd In deze paragraaf wordt ingegaan op de veerkracht van oudere migranten en mogelijke hulpbronnen ten tijde van de coronacrisis. Onder veerkracht verstaan we het vermogen om met tegenslag en stressvolle situaties, zoals crisissen, om te gaan. Hulpbronnen zijn belangrijk bij het omgaan met crisissen en tegenslagen en zijn globaal te verleden in drie niveaus: individuele (persoonskenmerken en competenties), sociale (persoonlijk netwerk) en maatschappelijke hulpbronnen (aanwezigheid van voorzieningen in de buurt) [11]. Uit de gesprekken met de professionals, sleutelfiguren en de ouderen kwamen een aantal hulpbronnen naar voren die van invloed zijn (geweest) op de veerkracht van oudere migranten tijdens de coronacrisis.

3.8.1 Individuele hulpbronnen Religie biedt steun, niet kunnen bezoeken gebedshuizen en bijeenkomsten is groot gemis Uit de gesprekken blijkt dat ouderen verschillende hulpbronnen hebben ingezet om de coronacrisis door te komen. Geloof en spiritualiteit zijn belangrijke bronnen (geweest) waar de meeste van deze ouderen – ongeacht geloofsovertuiging- troost uitputten. Zo geven veel ouderen herhaaldelijk aan dat ‘alles in Gods hand is’. Dit helpt om te gaan met de angst die het coronavirus en de maatschappelijke gevolgen oproepen. ‘God’ is er om hen kracht en geduld te geven om door de moeilijke tijd heen te komen. Er wordt ook gebeden dat God het onheil van het coronavirus zo spoedig mogelijk weg zal nemen. Een deel van de ouderen met een islamitische achtergrond zegt steun te putten uit het lezen van de Koran. Volgens de geïnterviewden is de aanwezigheid van religieuze en welzijnsvoorzieningen in de buurt van groot belang voor oudere migranten. Niet alleen gebedshuizen, zoals moskeeën en kerken, maar ook buurthuizen en winkelcentra fungeren als belangrijke ontmoetingsplekken. Sluiting van veel van deze locaties tijdens de (eerste) lockdown had volgens de geïnterviewden een grote impact op de ouderen, omdat ze geen plek meer hadden om naar toe te gaan.

De online aangeboden (kerk- of moskee) diensten of (informatie)bijeenkomsten zijn geen goed alternatief voor deze ouderen vanwege een gebrek aan digitale vaardigheden en/of financiële middelen. Veerkracht uit zich in acceptatie en initiatief voor wie dit kan opbrengen Ook acceptatie van de situatie en dat er -met uitzondering van het naleven van de regels- niet veel te doen is aan de crisis, komt veelvuldig ter sprake tijdens de interviews. Door de coronaregels zitten de ouderen, met name tijdens de eerste coronagolf, alleen thuis. Zij ontvangen weinig of geen bezoek en de daarbij horende materiele en emotionele steun, met als gevolg veel stress, angst en vooral eenzaamheid. Toch lijken sommige ouderen allerlei alternatieven te hebben bedacht om met de crisis om te gaan. Zo

30

namen een paar (buur)vrouwen de regie over en spraken elke namiddag buitenshuis af om samen te wandelen en te ontstressen. Andere ouderen zijn op initiatief van de dagbestedingsbegeleidster dan wel de sleutelfiguur in kleine groepjes gaan wandelen. Een paar vrouwen geven aan geen tijd te hebben om te piekeren, ze houden zich bezig met de dagelijkse huishoudelijke taken en het mantelzorgen van bijvoorbeeld een zieke partner. ‘Ik bel met mijn kinderen, maak eten, doe de afwas en de was. Ik heb heel veel was omdat mijn man ziek is. Als de koelkast leeg is, ga ik naar buiten om boodschappen te doen en om te wandelen. Ik haal ook de kracht uit mijn geloof’. (Deelneemster 3, groepsgesprek Turkse vrouwen) Vertrouwde welzijnsprofessionals als hulpbron Daarnaast kwamen tijdens de gesprekken enkele voorbeelden naar voren waarin ouderen open waren over hun kwetsbaarheid en hulp en ondersteuning durfden te vragen aan professionals of zich flexibeler opstelden ten aanzien van de beschikbare hulp. Zo heeft een alleenstaande deelneemster van de dagbesteding, die zich erg eenzaam voelde, haar begeleidster gevraagd om tips hoe om te gaan met het alleen zijn.

‘Nou, ik werd gebeld door één van mijn cliënten, een vrouw, ze zei: ‘Goh, hoe doe je dat? Je woont toch ook alleen? Hoe gaat dat, hoe houd je het vol? Ik kan het niet volhouden’ (Activiteitenbegeleider/ambulante ondersteuner 2).’ Een mannelijke cliënt van een ambulante ouderenbegeleidster stond nu wel open voor bezoek van een vrijwilliger en was – ondanks de taalbarrière- zelfs niet eisend met betrekking tot de (culturele/etnische) achtergrond van de vrijwilliger. ‘En die meneer zei: ‘Wil je alsjeblieft een vrijwilliger voor mij regelen? Ook al is die Nederlands, mag ook.’ Dit had ik niet verwacht, want hij hield het altijd ver van zich af. ‘Als het maar iemand is die met mij wil praten’, zei hij. Dus de nood is zo hoog aan het worden nu dat die man zelf zegt: ‘Die taalbarrière zal me worst wezen, ik wil het toch’ (. Activiteitenbegeleider/ambulante ondersteuner 1) Smartphone en vooral tv bieden enige troost De tv blijkt cruciaal voor oudere migranten ten tijde van corona. Dit geldt in het bijzonder voor de Turkse en Marokkaanse ouderen. De tv-programma’s in eigen taal zijn niet alleen verreweg de belangrijkste informatiebron over corona en de bijbehorende maatregelen, maar ook het belangrijkste vermaaksmedium. ‘We krijgen onze voorlichting van de Turkse tv en van onze kinderen. We hebben van de GGD geen voorlichting gekregen’ (Deelneemster 4, groepsgesprek Turkse vrouwen).

‘Godzijdank, is er nog zo’n televisie (bedoelt Marokkaanse tv) om ons een beetje te vermaken en gezelschap te houden’ (Deelneemster 1, groepsgesprek Marokkaanse vrouwen). De meeste oudere migranten zijn niet digitaal onderlegt. Toch biedt ook de smartphone, voor degenen die hiermee kunnen omgaan, enige troost. Dit komt omdat zij meer contact met de buitenwereld kunnen maken en met kinderen en familieleden in het buitenland kunnen whatsappen. Voor de cliënten van de dagbesteding was het mogelijk om gebruik te maken van tablets die aangeboden zouden worden door

31

hun zorginstelling. Echter is dit plan niet doorgegaan omdat de ouderen niet beschikken over de nodige digitale vaardigheden of geen internetverbinding in huis hebben.

3.8.2 Sociale hulpbronnen Eerder onderzoek laat zien dat sociale hulpbronnen, ook wel sociaal kapitaal (steun van naasten) genoemd, van groot belang zijn om crisissituaties het hoofd te kunnen bieden. Kinderen bieden veel ondersteuning maar soms slaat dit door naar totale afhankelijkheid Het sociale netwerk van de geïnterviewde ouderen lijkt voornamelijk te bestaan uit de kinderen en kleinkinderen. De meeste ouderen lijken dan ook vrijwel geheel afhankelijk te zijn van hulp en ondersteuning van hun eigen kinderen. Dit geldt in het bijzonder voor de Marokkaanse en Turkse ouderen, maar in mindere mate voor de Surinaamse ouderen. Tijdens de coronaperiode, vooral de eerste coronagolf, deden de kinderen boodschappen, boden hulp bij administratie en hand- en spandiensten, regelden afspraken en gingen mee naar doktersbezoeken om te tolken. ‘Zonder mijn kinderen, stel ik niets voor. Ik zou zelfs verdwalen als mijn kinderen er niet zouden zijn’ (Deelneemster 6, groepsgesprek Marokkaanse vrouwen). Hoewel de kinderen deze taken al vóór de coronacrisis op zich namen, hebben de kinderen het door de coronacrisis drukker en wordt het mantelzorgen door de coronamaatregelen belemmerd. Daarnaast fungeren de kinderen als informatiebron over de coronagedragsregels.

Dit geldt met name voor Marokkaanse en Turkse ouderen, die vanwege de taalbarrière geen of nauwelijks toegang hebben tot Nederlandstalige informatie. Over ouderen zonder een netwerk, kinderen, of een problematische verstandhouding hebben met de eigen kinderen wordt grote zorgen gemaakt, zeker om de ouderen die niet in beeld zijn van zorg en welzijn. ‘Maar diegenen die kinderen hebben, hebben het in mijn ogen minder zwaar. Dat ligt er natuurlijk wel aan of deze kinderen gehoorzamen en meewerken, daarom [lachend] moet je veel kinderen nemen; dan is er tenminste eentje tussen die zich wel bekommert om zijn/haar ouders en hen kan steunen’. (Deelneemster 7, groepsgesprek Marokkaanse vrouwen) Eigen netwerk in de buurt Oudere migranten die in wijken wonen met veel leeftijdsgenoten van een vergelijkbare etnische/culturele achtergrond hebben ook veel steun aan elkaar (gehad). Zij gingen bijvoorbeeld af en toe samen wandelen, bij iemand hun hart luchten of informatie en tips uitwisselen. ‘Ze hebben elkaar! Deze vrouwen hebben het geluk dat ze met z’n allen in hetzelfde gebouw wonen. Dat geeft kracht. De kinderen zijn er niet, van sommige komen de kinderen niet langs en andere hebben helemaal geen kinderen. Die vrouw die daar zat en die corona heeft had, die heeft ook geen kinderen, vandaar dat ze lachend zei: ‘Neem veel kinderen!’’.

(Activiteitenbegeleider/Ambulante ondersteuner 2) Niet alle ouderen beschikken over een netwerk van familie, vrienden of bekenden. Hoe het deze ouderen vergaat is onbekend. De geïnterviewde professionals die ambulante begeleiding thuis bieden, geven aan

32

schrijnende situaties mee te maken. Bij sommige ouderen kwam vóór corona wel eens een vrijwilliger over de vloer. Tijdens de coronacrisis durfden vrijwilligers niet meer langs te gaan of werd telefonisch contact onderhouden.

3.8.3 Maatschappelijke hulpbronnen Maatschappelijke hulpbronnen zijn divers en omvatten onder meer de aanwezigheid en toegankelijkheid van zorg- en welzijnsvoorzieningen, vervoer- en financiële mogelijkheden, aanwezigheid en toegang tot technologische hulpmiddelen zoals computer of tablet/smartphone en de inrichting van het sociaal beleid. Wegvallen dagbestedingsaanbod wordt ervaren als gemis De geïnterviewde ouderen, inclusief de deelneemsters aan de groepsgesprekken, geven aan dat de aanwezigheid van de (interculturele) dagbesteding in hun buurt van groot belang is voor hun welbevinden, vooral ten tijde van corona. Tijdens de eerste lockdown hebben de begeleiders, met dezelfde taal en culturele achtergrond, contact onderhouden met de ouderen. Dit werd telefonisch en waar mogelijk via een huisbezoek gedaan. Voor de ouderen werd niet alleen het bezoek van kinderen en familie minder en niet meer vanzelfsprekend, maar vielen ook de groepsactiviteiten gedurende de dag weg. Hierdoor hadden ze geen plek meer om naar toe te gaan om elkaar te ontmoeten. Dit versterkte hun gevoelens van eenzaamheid, vooral voor oudere migranten die over het algemeen niet digitaal vaardig zijn. Zij konden daardoor moeilijk met hun naasten beeldbellen of deelnemen aan digitale groepsbijeenkomsten. De dagbesteding ging, hetzij in aangepaste vorm, op halve capaciteit open zodra het mogelijk werd.

Eenmaal open werd er veel tijd en aandacht besteed aan het geven van voorlichting over de coronagedragsregels, omdat het voor deze ouderen erg moeilijk is de gedragsregels te begrijpen, te onthouden en in de praktijk uit te voeren. ‘Als wij niet hier komen, waar moeten we heengaan?’ Zeggen de vrouwen. En als ik bij hen op bezoek ben, ja, dan vinden ze dat ook leuk. En nu probeer ik twee vrouwen van de dagbesteding te stimuleren om bij elkaar op bezoek te gaan omdat beide alleenstaand zijn. Ik denk, ze zijn goede kennissen, ze kunnen contact met elkaar hebben, misschien niet bij elkaar op bezoek gaan, maar toch elkaar af en toe bellen en een praatje maken. Dat helpt, denk ik’. (Activiteitenbegeleider/Ambulante ondersteuner 3) ‘Ik tel de dagen af dat ik hierheen kan komen. Ik kom graag hierheen om met iedereen een babbeltje te maken. Ik maak ook vaak een praatje met de fysiotherapeut die wekelijks bij mij thuiskomt. Zij praat dan in het Nederlands en ik in het Turks’ (Deelneemster 4, groepsgesprek Turkse vrouwen) Ouderen die de dagbesteding niet kunnen of durven te bezoeken worden door de medewerkers gebeld of eventueel thuis bezocht voor ondersteuning. Opvallend is dat alleen de vrouwengroepen herstart zijn.

Volgens de begeleidsters van de dagbesteding lijken de (voormalige) mannelijke deelnemers minder behoefte te hebben om bij elkaar te komen, maar mogelijk zijn ze (nog steeds) te angstig om naar buiten te gaan en de dagbesteding te hervatten. Ook de geïnterviewde begeleiders van dagbesteding zijn van mening dat deze speciale dagbesteding een essentiële rol heeft (gehad) tijdens de pandemie. Zij spreken dan ook vol lof over het sociale en cultuur sensitieve beleid van de organisatie waarvoor ze werkzaam zijn.

33

‘Maar ook de steun van de organisatie voor wie ik werk is belangrijk. Kijk, ik ken organisaties die in de coronatijd niets hebben gedaan. Ze gingen gewoon lekker thuis zitten. Ja. Ja, en wij moesten gewoon contact onderhouden en ook huisbezoeken doen, tenzij mensen dat niet wilden’. (Activiteitenbegeleider/Ambulante ondersteuner 2) Groepswonen biedt steun en maakt ouderen vindbaar Uit de gesprekken komt naar voren dat het wonen in een woongroep of seniorencomplex met ouderen van een vergelijkbare taal-en culturele achtergrond, een belangrijke bron blijkt te zijn van emotionele en instrumentele steun, maar ook voor het bieden van zorg. Zo kunnen onder meer bepaalde activiteiten makkelijker worden geïnitieerd en aangeboden zoals loop- en wandelgroepen. Ook worden boodschappen voor elkaar gehaald (bijvoorbeeld speciale groente zoals kousenband uit de markt waar een oudere niet naar toe durft te gaan). Wat betreft het bieden van zorg haalt een sleutelfiguur het voorbeeld aan van een huisarts die haar woongroep heeft bezocht voor het toedienen van de griepprik. Als alternatief voor het uitnodigen van 24 patiënten in coronatijd naar de praktijk. Bovendien lijken bewoners van een seniorencomplex in coronatijd beter in het vizier te zijn dan (kwetsbare) zelfstandig wonende ouderen die makkelijker ‘onder de radar’ kunnen verdwijnen.

Omdat ze ‘vindbaar en zichtbaar’ zijn, werden zij gebeld of werd bij hen aangeklopt door professionals of vrijwilligers. Vooral tijdens de (eerste) lockdown werden zulke ‘acties’ ondernomen, bijvoorbeeld het regelen van maatjes vanuit het welzijnswerk, (aan)bellen om te vragen hoe het met de ouderen ging en of ze ergens behoefte aan hadden. Omdat dit een relatief grote inspanning van de professionals en de maatjes vraagt, worden er wel zorgen geuit of de continuïteit gewaarborgd kan worden. ‘Helaas, je kan ze niet allemaal bereiken die dat nodig hebben, omdat ze zich niet meer zichtbaar maken. Ze blijven thuis. Dus een grote groep raak je dan toch wel kwijt die echt die empowerment nodig heeft. We gaan ervan uit dat het nu wel goed gaat met ze. En voorheen kregen we echt een lijst van een seniorencomplex. Die gingen we gewoon helemaal afbellen, puur alleen om te kijken hoe het met diegene gaat. Het is lastig om dit soort ouderen actief zelf op te zoeken. Want ik vraag me dus echt af in hoeverre deze ouderen dan bekend zijn bij die stichtingen of instellingen, want vaak zijn het ook ouderen die vóór de coronacrisis al best wel veel alleen thuis zaten en weinig buiten kwamen, weinig contact hadden met anderen. Dus dat vind ik lastig’.

(Welzijnscoach) Bereikbaarheid administratieve ondersteuning voor laaggeletterden van groot belang De impact van de coronamaatregelen geldt in sterkere mate voor ouderen die een groot beroep doen op instellingen of op medewerkers die ondersteuning bieden bij administratie en papierwerk. Veel oudere migranten, in het bijzonder de veelal laaggeletterde, zijn hier afhankelijk van. Vooral in de situaties waar mantelzorg door kinderen ontoereikend of door allerlei omstandigheden niet beschikbaar of onbetrouwbaar is. In dit soort gevallen zou een centraal loket waar men naar toe kan gaan in een grote behoefte voorzien. ‘Ze hebben veel hulp nodig en het lijkt niet belangrijk, maar voor hen is het wel belangrijk. Iemand krijgt een brief en hij weet niet wat er in de brief staat of iemand moet naar het ziekenhuis en dan moet je hem begeleiden daar naartoe’. (Activiteitenbegeleider/Ambulante ondersteuner 2)

34

Extra ondersteuning als welkome aanvulling voor wie er behoefte aan heeft Volgens de professionals waren er tijdens de (eerste) coronaperiode verschillende initiatieven waarvoor ouderen aangemeld konden worden, zoals boodschappendiensten. Sommige ouderen maken hier gebruik van. Anderen willen juist zelf boodschappen blijven doen en zien dit als een ‘uitje’. Ouderen die onder de armoedegrens leven kunnen gebruikmaken van voedselpakketten, wat zeer wordt gewaardeerd met name in deze periode. Er werd door één professional opgemerkt dat het van groot belang is dat de voedselpakketten gezonde levensmiddelen moeten bevatten, iets wat niet vanzelfsprekend is en waar de voedselbanken nu ook op proberen te letten.

35

4 Conclusies en vervolg

Met dit verkennende onderzoek uitgevoerd in de periode half november-half december 2020, geven we inzicht in de gesignaleerde gevolgen van de coronacrisis en bijbehorende maatregelen voor de mentale en lichamelijke gezondheid, leefstijl en het zorggebruik van oudere migranten. Verder gaan we in op de bekendheid met en het kunnen naleven van de beschermende maatregelen tegen de coronapandemie als ook op de hulpbronnen die ouderen inzetten om de coronacrisis door te komen. Hieronder vatten we de antwoorden op de onderzoeksvragen kort samen. Beantwoording onderzoeksvragen 1. Wat zijn de gevolgen van de coronacrisis voor de mentale en lichamelijke gezondheid, leefgewoonten en zorggebruik van oudere migranten? -

-

-

-

-

-

De coronacrisis en bijbehorende maatregelen hebben volgens de geïnterviewden een grote impact op de mentale gezondheid van oudere migranten. Vooral de eenzaamheid-problematiek is verergerd, door onder meer het gemis van contacten met kinderen, het wegvallen van activiteiten buitenshuis en het sluiten van ontmoetingsplekken. Ook de angst onder de ouderen is toegenomen vanwege angst voor het virus zelf maar ook de onduidelijkheid over wat nog wel en niet mag. De coronamaatregelen hebben directe gevolgen voor de lichamelijke gezondheid van oudere migranten. Met name ouderen met een slechte gezondheid vóór corona zijn er fysiek harder op achteruitgaan (meer complicaties, langere wachttijd op een operatie, afname of wegvallen van behandelingen). Door de coronamaatregelen, angst, wegvallen van activiteiten buitenshuis en consistent tekort of gebrek aan informatie, zijn de leefgewoonten van oudere migranten verder verslechterd, aldus de geïnterviewde respondenten. Ouderen zijn niet alleen nog minder gaan bewegen, maar ook hun voedings- en slaappatroon zijn negatief beïnvloed, onder meer door de ontregelde dagstructuur. Vooral tijdens de eerste lockdown, werd de huisartspraktijk minder bezocht, vanwege angst op besmetting met het coronavirus, voor een diagnose en/of de gevolgen van corona.

Veel oudere migranten, met name degenen die het Nederlands onvoldoende beheersen én geen netwerk hebben, ervaren volgens professionals en sleutelfiguren ook knelpunten bij het telefonisch advies vragen. Hoewel het wegvallen van participatieactiviteiten enigszins vervangen is door maatjes en wandelgroepjes na versoepeling van de regels rondom de zomermaanden, vermijden veel ouderen zulke activiteiten zoveel mogelijk uit angst op besmetting, of op advies van hun (klein)kinderen. Voor laag geletterde ouderen zonder digitale vaardigheden blijft het aanbod aan online (groeps)activiteiten ontoegankelijk. Volgens de geïnterviewden, lopen met name oudere migranten zonder kinderen, netwerk of partner grote risico’s op meerdere levensgebieden. Ze kampen met meer eenzaamheidsgevoelens, hebben geen of nauwelijks toegang tot (adequate) informatie over de maatregelen, en maken minder gebruik van zorg- en welzijnsvoorzieningen of kunnen zelf niet actief contact of hulp zoeken.

36

2. In hoeverre en via welke kanalen zijn oudere migranten geïnformeerd over de maatregelen ter bescherming tegen het coronavirus? -

-

-

-

Op het moment van het onderzoek lijken de geïnterviewde ouderen goed op de hoogte te zijn van gedragsregels, zoals handen wassen en gebruik van mondkapjes, ter bescherming tegen het coronavirus. Voor ouderen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond zijn de eigen kinderen en buitenlandse tv-kanalen in de eigen taal vrijwel de enige informatiebronnen. Hierdoor bereikt de meest actuele corona informatie de ouderen niet of laat. Ook zijn er signalen dat ouderen met een minder goed netwerk én gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal helemaal niet op de hoogte zijn. De houding van de geïnterviewde oudere migranten ten aanzien van de corona vaccinatie kan worden omschreven als afwachtend. Zij hebben veel vragen over veiligheid en bijwerkingen, vooral omdat veel nepnieuws en complotten hen bereiken. Uit de interviews blijkt dat de behoefte aan juiste informatie en voorlichting (in de eigen taal) vanuit een betrouwbare bron als de GGD groot is. Ook is er grote behoefte aan laagdrempelige informatiepunten in de buurt.

3. Zijn er verschillen in de ervaringen van oudere migranten tussen de eerste en de tweede coronagolf? -

-

Gedurende de eerste coronagolf was er volgens de geïnterviewden sprake van veel stress, angst en eenzaamheid onder de ouderen. De angst werd soms versterkt door een gebrek aan juiste informatie. Tijdens de tweede golf, was er minder angst en was er een zekere gewenning aan en acceptatie van de situatie opgetreden. Hierdoor durven meer ouderen naar buiten voor een boodschap, moskeeof kerkbezoek of een ommetje. Deels komt dit ook omdat ouderen het binnen zitten en de verveling zat zijn.

4. Welke hulpbronnen (individueel/sociaal/maatschappelijk) hebben oudere migranten ingezet om door de coronaperiode heen te komen? -

-

Belangrijke hulpbronnen voor oudere migranten om zich staande te houden tijdens de coronaperiode bestaan vooral uit eigen kinderen en sociale netwerken in de directe omgeving (al dan niet ontstaan vanuit een interculturele woon- of zorgvoorziening). Op persoonlijk niveau zijn vooral geloof, acceptatie en een flexibele opstelling jegens de coronacrisis en de veranderingen van groot belang.

Vervolgonderzoek Het doel van deze onderzoeksfase is een verkenning van de gevolgen van de coronacrisis voor de gezondheid en welbevinden van oudere migranten, vanuit zowel het perspectief van de professionals als dat van de ouderen en hun sleutelfiguren. Binnen het korte tijdsbestek van dit onderzoek is het gelukt om met een diverse groep oudere migranten, qua etniciteit, cultuur, opleiding en religieuze achtergrond, te

37

spreken. Ook is een gevarieerde groep zorg- en welzijnsprofessionals werkzaam in diverse stadsdelen geïnterviewd. De gesprekken hebben veel inzichten verschaft in de impact die de coronacrisis heeft op de gezondheid, welbevinden en leefgewoonten van oudere migranten en op hun leven in brede zin. Vanwege de kwalitatieve aard van dit onderzoek kunnen echter geen generaliserende uitspraken worden gedaan over alle oudere migranten. Eerder onderzoek laat zien dat de lichamelijke en mentale gezondheid en leefgewoonten van oudere migranten al vóór corona aanzienlijk slechter zijn dan die van de ouderen zonder migratieachtergrond. Hierdoor is de verwachting dat de impact van een epidemie als corona mogelijk groter zijn. Om meer zicht te krijgen op de omvang van de (lange termijn) effecten van corona op de gezondheid van ouderen met een migratieachtergrond is representatief kwantitatief onderzoek nodig. De meeste inzichten zullen verkregen kunnen worden indien een groep respondenten langere tijd gevolgd kan worden. Dit is van belang om te onderzoeken hoe de gezondheid en leefgewoonten van deze ouderen zich ontwikkelen tijdens de coronatijd, maar ook om inzicht te bieden in wie wel en wie niet terugveren na de crisis, en wat de oorzaken van de verschillen hierin zijn.

In de tweede onderzoeksfase willen we een gezondheidsenquête afnemen om, onder meer de in dit verkennende onderzoek opgehaalde informatie te toetsen onder een representatieve steekproef oudere Amsterdammers met een migratieachtergrond. Hierbij kiezen we voor een persoonlijke (vooral face-toface) benadering door het inzetten van interviewers met dezelfde taal-en culturele achtergrond.

38

Referenties

1. RIVM. Risicogroepen en COVID-19. Geraadpleegd op 5 januari 2021 https://www.rivm.nl/coronaviruscovid-19/risicogroepen 2. Zhaohai Zhenga; Fang Penga; Buyun Xu ,et al. Risk factors of critical & mortal COVID-19 cases: A systematic literature review and meta-analysis. Joural of Infection, 2020;82:e16-e25. 3. Guangdi Li, Yacong Liu, Xixi Jing, et al. Mortality risk of COVID-19 in elderly males with comorbidities: a multi-country study. Aging (Albany NY). 2020;13:27-60. 4. CBS. Sterfte in coronatijd. Geraadpleegd op 5 januari 2021. https://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2020/22/sterfte-in-coronatijd 5. El Fakiri F, Bouwman-Notenboon J. Gezondheid van oudere migranten in de vier grote steden. GGD Amsterdam, Amsterdam, 2015. 6. Conkova N. Lindenberg J. - Gezondheid en welbevinden van oudere migranten in Nederland: Een narratieve literatuurstudie. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 2018;49:223–231. 7. Ikram UZ, Kunst AE, Lamkaddem M, Stronks K. The disease burden across different ethnic groups in Amsterdam, the Netherlands, 2011–2030. Eur J Public Health. 2014;24:600–605. 8. Wieringen van C. Wie zorgt voor oudere migranten? De rol van mantelzorgers, sleutelfiguren, professionals, gemeenten en ouderen zelf. Pharos, Utrecht, 2014 9. Platt L., Warwick R. Are some ethnic groups more vulnerable to COVID-19 than others? The Institute for Fiscal Studies, May 2020. 10.

Gemeente Amsterdam, afdeling Onderzoek Informatie en Statistiek. https://data.amsterdam.nl/dossiers/dossier/demografie/fe4efc53-4e70-446b-98ee-c64f28e8fb73/ 11. Ben Sajet Centrum & Vilans. Goed gebruik maken van veerkracht doe je zo! Ben Sajet Centrum, Amsterdam, 2018.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11846366/1