Gemeenteraad Voordracht28062023.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2023-013513 Onderwijs, Jeugd en Zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 19 juli 2023
Portefeuille
Onderwijs
Agendapunt
0
Datum besluit
20 juni 2023 Onderwerp
Vaststellen de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Amsterdam 2024 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders, Gelet op artikel 149 Gemeentewet; gelet op artikel 4 Wet op het primair onderwijs, artikel 4 Wet op de expertisecentra en artikel 8.29 Wet voortgezet onderwijs 2020; gezien het advies van de commissie OZA; I. Vast te stellen de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Amsterdam 2024 zoals opgenomen in het bekendmakingsbesluit in bijlage 2, met als belangrijkste onderdelen: 1.
2. 3.
4.
5.
6. 7. 8.
9.
Gegenereerd: v1.32
voor speciaal onderwijs (SO) wordt de kilometerafstand als voorwaarde om toegang te krijgen op een voorziening voor leerlingenvervoer op 4 kilometer vastgesteld; voor het speciaal basisonderwijs (SBO) wordt die afstand op 5 kilometer vastgesteld en voor voortgezet (speciaal) onderwijs (V(S)O) wordt de afstand op 6 kilometer vastgesteld, daar waar dit in de huidige verordening respectievelijk 3, 4 en 5 kilometer is. De afstand voor regulier basisonderwijs blijft 6 kilometer; er wordt een differentiatie in reistijd per schooltype ingevoerd op basis waarvan aanspraak bestaat op aangepast vervoer. Voor regulier basisonderwijs, SO en SBO geldt een reistijd van meer dan 35 minuten en voor V(S)O meer dan 45 minuten; leerlingen die een school voor primair onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet (speciaal) onderwijs bezoeken en een bekostiging op grond van artikel 17 van de verordening ontvangen en langer dan 35/45 minuten reizen komen niet langer in aanmerking voor aangepast vervoer, tenzij openbaar vervoer ontbreekt; in de onderzoeksfase wordt een gesprek over de zelfstandigheid van de leerling en diens ouders ingevoerd, waarbij een vervoersontwikkelingsplan vanaf het 9e levensjaar van de leerling kan worden vastgesteld (welk plan in overleg met de school zo mogelijk gekoppeld worden aan het OPP (ontwikkelingsperspectief)); afstemming over leerlingenvervoer wordt een vast
agendapunt in het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) met de samenwerkingsverbanden. Meer specifiek wordt spreiding en aanbod van het speciaal onderwijs in relatie tot beheersbaarheid van het leerlingenvervoer een belangrijke bespreekpunt; het wordt mogelijk dat er opstapplaatsen worden aangewezen voor het aangepast vervoer; de in de huidige verordening gehanteerde term ‘passende school’ wordt in de nieuwe verordening vervangen door ‘toegankelijke school’; de verordening bevat een overgangsregeling die inhoudt dat bestaande aanspraken van kracht blijven totdat de aanspraak vervalt. Daarnaast regelt de overgangsregeling dat aanvragen die voor 1 januari 2024 worden ingediend, op grond van de verordening 2017 worden behandeld; de kilometervergoeding voor de fiets komt overeen met het door de VNG jaarlijks gepubliceerde normbedrag voor het betreffende schooljaar en de kilometervergoeding EV
1
Gemeenteraad
VN2023-013513 Onderwijs, Jeugd en Zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 19 juli 2023
voor de auto komt overeen met het belastingvrije kilometerbedrag voor woon-werkverkeer zoals geregeld in de Wet op de loonbelasting, artikel 31a lid 2 onder a; 10. er wordt geen eigen bijdrage meer geheven; 11. de verordening treedt op 1 januari 2024 in werking. II Kennis te nemen van de aanleiding voor het invoeren van een nieuwe verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Amsterdam 2024 en de te verwachten maatschappelijke effecten; III Kennis te nemen van de Nota van Beantwoording bij de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Amsterdam 2024 (bijlage 1).
Wettelijke grondslag
• • • •
Art. 149 Gemeentewet Art. 4 Wet op het primair onderwijs Art. 4 Wet op de expertisecentra Art. 8.29 Wet voortgezet onderwijs 2020
Bestuurlijke achtergrond
• Op 5 oktober 2017 is de huidige Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Amsterdam vastgesteld (Gemeenteblad 2017, 121946). • Op 21 februari 2023 heeft het college van B&W besloten de concept de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Amsterdam 2024 vrij te geven voor inspraak voor de periode 23 februari 2023 t/m 6 april 2023 Onderbouwing besluit
Ad I. Vast te stellen de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Amsterdam 2024 zoals opgenomen in het bekendmakingsbesluit in bijlage 2, waarvan de belangrijkste onderdelen zijn: 1.
2.
Gegenereerd: v1.32
voor speciaal onderwijs (SO) wordt de kilometerafstand als voorwaarde om toegang te krijgen op een voorziening voor leerlingenvervoer op 4 kilometer vastgesteld; voor het speciaal basisonderwijs (SBO) wordt die afstand op 5 kilometer vastgesteld en voor voortgezet (speciaal) onderwijs (V(S)O) wordt de afstand op 6 kilometer vastgesteld, daar waar dit in de huidige verordening respectievelijk 3, 4 en 5 kilometer is. De afstand voor regulier basisonderwijs blijft 6 kilometer. Door aanscherping van deze afstandsgrens vermindert de instroom en stabiliseert het aantal deelnemers aan het AV, waarmee de kwaliteit van het aangepast vervoer en de kosten beter beheersbaar en planbaar worden. Wettelijk gezien kan de afstandsgrens naar 6 kilometer voor alle schooltypen, maar hiervoor wordt niet gekozen. Daarnaast is er gevarieerd per schooltype, zodat hiermee de meest kwetsbare en minst zelfstandige kinderen en hun ouders ontzien worden en onnodig maatwerk en administratieve lasten voorkomen worden; er wordt een differentiatie in reistijd per schooltype ingevoerd op basis waarvan aanspraak bestaat op aangepast vervoer (AV). Voor regulier basisonderwijs, SO en SBO geldt een reistijd van meer dan 35 minuten en voor V(S)O meer dan 45 minuten. Door het verhogen van de tijdsgrens kunnen minder kinderen gebruik maken van AV, om zo de beoogde kwaliteitsverbetering en kostenverlaging te bereiken.
Het vervoer wordt beter te organiseren omdat minder kinderen gebruik maken van het vervoer, en het ook beter te plannen is voor de vervoerder omdat het gebruik van het AV stabiliseert.
2
Gemeenteraad
VN2023-013513 Onderwijs, Jeugd en Zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 19 juli 2023
3.
leerlingen die een school voor primair onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet (speciaal) onderwijs bezoeken en een bekostiging op grond van artikel 17 van de verordening ontvangen en langer dan 35/45 minuten reizen komen niet langer in aanmerking voor aangepast vervoer, tenzij openbaar vervoer ontbreekt. Het is wenselijk dat kinderen die zelfstandig kunnen reizen, dat ook doen en het aangepast vervoer beschikbaar wordt gehouden voor de groep die echt niet anders kan reizen; 4. in de onderzoeksfase wordt een gesprek over de zelfstandigheid van de leerling en diens ouders ingevoerd, waarbij een vervoersontwikkelingsplan vanaf het 9e levensjaar van de leerling kan worden vastgesteld. De reden om een gesprek te introduceren is dat in een gesprek, de gemeente beter inzicht krijgt in de mogelijkheden van leerling en ouders om zelfstandig(er) te reizen, dan aan de hand van een digitaal of schriftelijk aanvraagformulier. Bij dit gesprek kunnen adviezen van deskundigen (van de school) worden betrokken. In overleg met de school wordt dit zo mogelijk gekoppeld aan het OPP (ontwikkelingsperspectief); 5. afstemming over leerlingenvervoer wordt een vast agendapunt in het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) met de samenwerkingsverbanden.
Meer specifiek wordt spreiding en aanbod van het speciaal onderwijs in relatie tot beheersbaarheid van het leerlingenvervoer een belangrijk bespreekpunt. Op deze manier wordt de afstemming over het leerlingenvervoer en het aanbod en spreiding van voorzieningen duurzaam geborgd; 6. het wordt mogelijk dat er opstapplaatsen worden aangewezen voor het aangepast vervoer. Opstapplaatsen kunnen de afgelegde afstand en wachttijd in het aangepast vervoer terugbrengen, waarmee de kosten omlaag gaan. Het college doet nog onderzoek naar de haalbaarheid en wenselijkheid van het invoeren van opstapplaatsen; 7. de in de huidige verordening gehanteerde term ‘passende school’ wordt in de nieuwe verordening vervangen door ‘toegankelijke school’. In de onderwijswetgeving is het uitgangspunt dat een vervoersvoorziening wordt toegekend voor vervoer naar de dichtstbijzijnde ‘toegankelijke school’. De term ‘passende school’ werd in de huidige verordening opgenomen als uitwerking van het initiatiefvoorstel van raadslid Timman uit 2016. Naar aanleiding van dat voorstel is de term ‘passend’ ingevoerd voor een specifieke school binnen een cluster, die het samenwerkingsverband nodig acht voor de ondersteuningsbehoefte van een leerling. Met deze wijziging naar toegankelijke school verandert er feitelijk niets in de uitvoering en er zijn ook geen nadelige gevolgen voor leerlingen.
De term ‘passend’ blijft namelijk van toepassing voor een specifieke door het samenwerkingsverband aangewezen school; 8. de verordening bevat een overgangsregeling op basis van natuurlijk verloop, dat wil zeggen dat bestaande aanspraken op basis van de huidige verordening van kracht blijven totdat de aanspraak vervalt. Dat kan aan de orde zijn als de beschikking afloopt of als de omstandigheden wijzigen. Daarnaast regelt de overgangsregeling dat aanvragen die voor 1 januari 2024 worden ingediend, op grond van de verordening 2017 worden behandeld. Het eerste aspect voorkomt dat afgegeven beschikkingen per datum van inwerkingtreding van de nieuwe verordening komen te vervallen. Hiermee behouden ouders een bestaande voorziening. Het tweede aspect voorkomt dat ouders die eind 2023 een aanvraag indienen, een beschikking krijgen op basis van de nieuwe verordening omdat de beschikking pas in 2024 kan worden afgegeven. Naar verwachting gaat het om een kleine groep (ongeveer 80) ouders; 9. de kilometervergoeding voor de fiets komt overeen met het door de VNG gepubliceerde normbedrag voor het betreffende schooljaar en de kilometervergoeding EV voor de auto komt overeen met het belastingvrije kilometerbedrag voor woon-werkverkeer zoals geregeld in de Wet op de loonbelasting, artikel 31a lid 2 onder a. Het gaat om €0,10 respectievelijk €0,21 per kilometer; 10.
er wordt geen eigenbijdrage meer geheven. Vanwege de beperkte groep waaraan wettelijke een eigenbijdrage gevraagd kan worden (SBO en regulier), draagt dit in Amsterdamse
Gegenereerd: v1.32
3
Gemeenteraad
VN2023-013513 Onderwijs, Jeugd en Zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 19 juli 2023
situatie onvoldoende bij aan de financiële beheersbaarheid, en leidt het vragen van een eigenbijdrage tot onnodige administratieve lasten voor gezinnen in een (mogelijk) kwetsbare positie. Leerlingen in het SBO en het regulier onderwijs maken slecht 12 procent van het totaal gebruik van leerlingenvervoer uit. Circa 40 procent van deze leerlingen heeft recht op vervoer vanwege een beperking en is uitgesloten van een eigenbijdrage. Een deel van de groep leerlingen kom uit gezinnen met een inkomen dat onder het drempelbedrag komen, dat neerkomt op een inkomen samen van meer dan € 27.900,11. de verordening treedt op 1 januari 2024 in werking. Ad II Kennis te nemen van de aanleiding voor het invoeren van een nieuwe verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Amsterdam 2024 en de te verwachten maatschappelijke effecten daarvan a. Context Het leerlingenvervoer staat onder druk: de kwaliteit van uitvoering is niet op het juiste niveau en de kosten stijgen. Hier komt nog het urgente probleem van het chauffeurstekort bij. Leerlingen, ouders en scholen onder vinden hier overlast van omdat leerlingen niet tijdig worden opgehaald en gebracht. Over deze situatie en de oorzaken hiervan is de raad op diverse momenten geïnformeerd . De kostenontwikkeling loopt al jaren uit de pas met de begroting.
De belangrijkste oorzaken hiervan zijn: • steeds meer kinderen/ouders doen aanspraak op bekostiging van vervoer, mede • door toename van het speciaal onderwijs; • van deze groep vraagt een steeds groter deel aangepast vervoer aan; • door de druk in het speciaal onderwijs moeten de kinderen ook steeds verder reizen voor een voor hen toegankelijke school; en • de aanbieder van het aangepast vervoer kan de groeiende vraag en reisafstand nauwelijks aan, tevens kampen zij met een oplopend chauffeurstekort. b. Visie nieuwe verordening De toenemende druk op de uitvoer van leerlingenvervoer in combinatie met de kostenontwikkeling onderschrijven de noodzaak om terug te gaan naar een (financieel) beheersbaarder systeem, waarbij de gemeente goede kwaliteit blijft leveren voor die kinderen die zijn aangewezen op het aangepast vervoer en voor wie een andere wijze van vervoer (Eigen Vervoer (EV) of met Openbaar Vervoer (OV)) niet mogelijk is. De huidige verordening biedt onvoldoende basis om tegemoet te komen aan bovengenoemde doelstelling. De Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG) heeft in 2020 een modelverordening opgesteld, die wel voorziet in een kader voor de genoemde doelen. De voorliggende concept-verordening is gebaseerd op voornoemde VNG-modelverordening.
Doel van de nieuwe verordening is om de instroom in het leerlingenvervoer en de spreiding over de voorzieningen beter te beheersen door: • in te zetten op een cultuurverandering: leerlingen gaan zoveel mogelijk zelfstandig naar school of ouders brengen hun kind zelf. Waar mogelijk worden kinderen ondersteund bij het reizen met OV of de fiets, bijvoorbeeld door een coach; • het aanscherpen van de toekenningscriteria en deze meer in lijn te brengen met de landelijke normen, waardoor minder leerlingen (automatisch) recht hebben op de diverse voorzieningen van leerlingenvervoer; • door een betere aansluiting van het leerlingenvervoer op de ontwikkelingen in het passend onderwijs, zoals instroom, spreiding van het aanbod en thuisnabij onderwijs te agenderen in het overleg met de samenwerkingsverbanden (OOGO).
Gegenereerd: v1.32
4
Gemeenteraad
VN2023-013513 Onderwijs, Jeugd en Zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 19 juli 2023
c. Maatschappelijk effect • Op basis van de prognose zit de grootste groep nieuwe instroom die in 2026 geen recht meer heeft op leerlingenvervoer ten opzichte van de huidige verordening in het speciaal onderwijs (SO). • In de eerste regel van bovenste tabel is te zien dat dit circa 10% betreft van het totaal aantal SO leerlingen dat gebruik maakt van leerlingenvervoer. • De grootste verschuiving van leerlingen van gebruik van aangepast vervoer naar openbaar vervoer vindt ook plaats in het SO. De 2de regel van de 1ste tabel laat zien dat dit in 2026 circa 8 procent betreft van het totaal aantal SO leerlingen dat gebruik maakt van leerlingenvervoer. • De verwachting op basis van de prognose is dat de spreiding over de voorziening in 2027 teruggaat naar de verhouding van 2017, zie de onderste tabel. Verschuiving van het bestand SO 2026 tov niks doen
SBO
VSO
Geen recht meer op llv totaal
153 (10%)
54 (15%)
79 (8%)
Overgang van AV naar OV totaal
116 (8%)
6 (2%)
86 (9%)
Aanspraak op voorzieningen 2027
AV
OV
EV
Huidige criteria
74%
17%
10%
Nieuwe criteria
61%
31%
9%
d. Effect op de uitvoering van het aangepast vervoer • De uitvoerbaarheid (tijdig en veilig van en naar school brengen) van het leerlingenvervoer verbetert; volgens de huidige prognose daalt het aantal leerlingen in aangepast vervoer van 1560 (2022) naar 1443 (2027), een daling van 117 leerlingen, het niveau van 2020/ 21. • In dit scenario wordt de huidige ‘exponentiële groei’ getemperd, en is de verwachting dat de instroom in het aangepast vervoer dus beter beheersbaar wordt. Zeker als tegen die tijd de instroom in het speciaal onderwijs afneemt door betere spreiding van het aanbod. Ad III Kennis te nemen van de Nota van Beantwoording bij de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Amsterdam 2024 Toelichting op de Nota van beantwoording (Nota) In de nota van beantwoording reageert het college op alle ingezonden reacties. Deze nota van beantwoording zal bekend worden gemaakt en zal worden verzonden aan degenen die een inspraakreactie hebben gegeven. Tijdens de inspraak zijn in totaal 48 reacties ontvangen. De reacties zijn nagenoeg allemaal aomstig van ouders; er is één reactie van een school en een reactie van het OCO. Eén van de reacties is door een ouder toegelicht in de commissie OZA van 29 maart 2023.
Toelichting op de belangrijkste punten uit de Nota a) Combinatie werk/gezinssituatie en begeleiding bij het vervoer • Een zorg die uit de reacties spreekt, is dat de nieuwe verordening te weinig rekening houdt met de thuissituatie van leerlingen. In veel inspraakreacties komt terug dat ouders van kinderen in het speciaal onderwijs worden geconfronteerd met extra zorg en tijdsinvestering vanwege de soms lange afstand tot de school die hun kind bezoekt. • In de reactie wordt benadrukt dat de gezinssituatie onder de nieuwe verordening op dezelfde manier wordt meegewogen als onder de oude verordening. De gemeente heeft de wettelijke
Gegenereerd: v1.32
5
Gemeenteraad
VN2023-013513 Onderwijs, Jeugd en Zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 19 juli 2023
taak om te voorzien in (de kosten voor, niet perse kostendekkend) het vervoer dat passend is voor de leerling; van ouders mag een redelijke inzet worden gevergd bij het vervoer van huis naar school en terug. Passend betekent dat rekening moet worden gehouden met de eisen die de functiebeperking van de leerling stelt aan het vervoer. In de nieuwe verordening is ook een uitzondering opgenomen voor toekenning AV, in geval ouders genoegzaam kunnen aantonen dat de begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is, kan aanspraak worden gemaakt op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 (artikel 20c). b) Onbegrip voor de keuze om de problemen in het leerlingenvervoer aan te pakken door aangescherpte criteria en inzetten op zelfstandigheid • Uit veel inspraakreacties komt het beeld naar voren dat de nieuwe verordening is ingegeven door een bezuiniging. De insprekers geven aan dat deze leerlingen juist extra ondersteund moeten worden. De insprekers uiten de zorg dat hun kinderen gedwongen gaan worden om zelfstandig te reizen. De algemene reactie laat zich samenvatten door: ‘los het probleem van het chauffeurstekort niet op ten koste van kwetsbare kinderen’.
• In de reactie wordt benadrukt dat de nieuwe verordening is ingegeven omdat er zowel een probleem is in de uitvoer, als kosten die exponentieel stijgen. Het gaat om een ontwikkeling sinds 2017. Het chauffeurstekort maakt de problemen urgenter. De problemen zijn niet te beheersen onder de oude verordening. Juist de relatief lichte aanscherping van de toekenningscriteria moet er voor zorgen dat de kwaliteit van het aangepast vervoer verbetert voor de leerlingen die daar echt op zijn aangewezen vanwege b.v. een handicap of gedragsproblematiek. Daarnaast beoogt de nieuwe regeling de enorme stijging van de kosten af te vlakken. Verder wordt aangegeven dat geen enkele leerling wordt gedwongen zelfstandig te reizen als hij of zij of de ouders dat niet zelf ook willen en kunnen. Het vervoersadvies van de school of een onaankelijk deskundige blijft leidend voor het bepalen van welke soort voorziening van leerlingenvervoer wordt toegekend. Tevens wordt het overgangsrecht benadrukt. c) Opstapplaatsen • Er zijn zorgen over de opstapplaatsen (verzamelplaats van waaruit een groepje leerlingen met het aangepast vervoer wordt opgehaald) vanwege bereikbaarheid, wachttijden, aanlooptijd en prikkels door verkeersdrukte. • In de beantwoording wordt aangegeven dat dit nog slechts een optie is, die onderzocht gaat worden op veilige en verantwoorde uitvoering.
In de beantwoording wordt aangegeven dat de gemeente zich op voorhand realiseert, dat dit niet voor alle kinderen gaat werken, en dat het voor de leerlingen voor wie het wordt ingevoerd ook echt tot een verbetering van het vervoer moet leiden door met name minder reistijd. d) Zorgen over oplopende kosten voor gezinnen met een beperkt budget • Enkele inspraakreacties gaan over ouders die zich zorgen maken dat zij het vervoer naar en van school niet kunnen bekostigen als zij niet meer voor een vergoeding van leerlingenvervoer in aanmerking kunnen komen. • Door de licht aangescherpte criteria zal naar verwachting minder leerlingen instromen in het leerlingenvervoer. Het gaat om circa 10 % van de SO leerlingen, 15 % van de SBO leerlingen en 8 % van de VSO leerlingen geen aanspraak meer maken op een vergoeding van leerlingenvervoer. Een deel van deze leerlingen of hun ouders kan aanspraak maken op b.v. de Pak je Kans regelingen, voor bijvoorbeeld een bijdrage voor het OV vervoer naar scholen in het voortgezet onderwijs.
Gegenereerd: v1.32
6
Gemeenteraad
VN2023-013513 Onderwijs, Jeugd en Zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 19 juli 2023
e. Vervoersplan en leeftijd voor zelfstandig reizen: • Sommigen insprekers achten de leeftijd waarop kinderen geacht worden zelfstandig met het OV te kunnen reizen (vanaf 9 jaar) te laag en verwachten veel administratieve lasten van het vervoersontwikkelingsplan (artikel 18, Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van de leerling en een begeleider en artikel 4 in de conceptverordening). • In de nieuwe verordening wordt dezelfde leeftijd aangehouden als in de huidige verordening. De leeftijd komt ook overeen met de modelverordening. De praktijk is in Amsterdam overigens dat de meeste leerlingen tot 11 jaar het vervoersadvies OV met begeleiding krijgen en dus ook reizen met begeleiding. De leeftijd leeftijdsgrens voor zelfstandig reizen sluit aan bij de leeftijd waarop het gesprek over het vervoersontwikkelingsplan kan worden gevoerd (ook 9 jaar). De introductie van dit gesprek is een belangrijk onderdeel van de cultuurverandering naar zoveel mogelijk zelfstandig reizen. Het vervoersontwikkelingsplan wordt in overleg met de school zo mogelijk gekoppeld aan het OPP (ontwikkelingsperspectief) e) Zorgen over de spreiding van het aanbod: • In de reacties geven ouders aan dat zij er niet voor kiezen hun kind naar een verder weggelegen school te laten gaan, maar hiertoe gedwongen zijn door de ligging van de speciaal onderwijsscholen.
Zij begrijpen vaak niet waarom de gemeente dit niet oppakt. • In de nota van beantwoording is aangegeven dat het perspectief van thuisnabij onderwijs besproken wordt met schoolbesturen. Dit zal bovendien een vast agendapunt worden in het Op Overeenstemming Gericht Overleg met de samenwerkingsverbanden (artikel 5). f) Eigen bijdragen: • Hierover wordt verschillend gedacht; sommigen vinden dat de eigen bijdragen voor iedereen ingevoerd moeten worden (wettelijk niet mogelijk), anderen vinden dat eigen bijdragen juist afgeschaft moeten worden. • In de beantwoording wordt aangegeven dat de gemeente wettelijk gezien maar van een beperkte doelgroep (alleen van leerlingen in het regulier onderwijs en SBO) een eigen bijdrage kan vragen. De eigen bijdrage is daarmee geen oplossing voor de stijgende kosten van het leerlingenvervoer. Om die reden wordt voorgesteld om geen eigenbijdrage meer te heffen, daarmee worden onnodige administratieve lasten voorkomen. Concluderend De inspraakreacties geven aanleiding tot de volgende wijzigingen: • De artikelen over de eigen bijdragen (art.
23 en 24) worden geschrapt, omdat de eigen bijdrage zeer beperkt bijdraagt aan het financieel beheersbaarder maken van het stelsel en leidt tot een verhoging van administratieve/ financiële lasten van gezinnen in een (mogelijk) kwetsbare positie; • In het artikel over overgangsrecht is expliciet geborgd dat ouders/leerlingen met rechten op basis van de verordening 2017 deze behouden totdat een wijziging in hun situatie plaatsvindt. Bij het intrekken van de oude verordening zouden anders hun rechten direct komen te vervallen. Verder is in dit artikel geregeld dat aanvragen die worden ingediend voor 1 januari 2024 nog beoordeeld worden op grond van de verordening bekostiging leerlingenvervoer Amsterdam 2017. De aanscherpingen in de criteria en de inzet om scherper te kijken naar wie in aanmerking kan komen voor aangepast vervoer en wie (op termijn) zelfstandig naar school kan, zijn onontbeerlijk
Gegenereerd: v1.32
7
Gemeenteraad
VN2023-013513 Onderwijs, Jeugd en Zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 19 juli 2023
om de kwaliteit van het vervoer weer op niveau te brengen en te borgen voor de lange termijn. Deze beleidskeuzes worden in de voorgelegde verordening gehandhaafd. De genoemde kritische kanttekeningen bij de combinatie van werk en begeleiding, opstapplaatsen en het gesprek over het vervoersontwikkelingsplan zijn relevant voor de verdere uitwerking, maar leiden niet tot tekstuele wijzigingen in de verordening.
Financiële onderbouwing
Ja
Consequenties gedekt? Overige toelichting
Invoering van de nieuwe verordening leidt tot een besparing van de kosten op langere termijn door aanpassing van toekenningscriteria en inzet op zelfstandigheid in vervoer. Dit komt door een lagere instroom in het aangepast vervoer en een verschuiving van aangepast vervoer naar openbaar vervoer. Op basis van onderzoek uit 2021 en op basis van trends in het verleden, zijn aannames gedaan met betrekking tot effecten van gewijzigd beleid en gewijzigde toekenningscriteria. Hierbij is rekening gehouden in onderscheid per soort vervoer en per type onderwijs. Dit maakt het een technische en complexe berekening. De toekomst zal uitmaken hoe dicht de gemaakte aannames in aantallen en prijzen de werkelijke praktijk zullen benaderen. Financieel overzicht geen wijziging beleid
2024
2025
2026
2027
Prognose kosten zonder ingrijpen
€ 10,8
€ 11,4
€ 12,0
€ 12,7
Budget
€ 8,3
€ 8,1
€ 7,4
€ 6,6
Tekort
€ 2,5
€ 3,3
€ 4,6
€ 6,1
• Oplopende kosten tot € 12,7 miljoen in 2027. • Tekort op kosten leerlingenvervoer dat zonder ingrijpen zou oplopen tot structureel ruim € 6 miljoen jaarlijks Financiële effecten nieuwe verordening: Financieel overzicht nieuwe verordening
2024
2025
2026
2027
Prognose kosten nieuwe verordening
€ 9,5
€ 9,4
€ 9,2
€ 9,5
Besparing voorgestelde verordening
€ -1,3
€ -2,1
€ -2,8
€ -3,2
Resterend tekort, opgenomen in VJN 2023
€ 1,2
€ 1,2
€ 1,8
€ 2,9
• Oplopende kosten tot € 9,5 miljoen in 2027 • Besparing door voorgelegde wijzigingen in de verordening, oplopend tot € 3,2 miljoen in 2027. • Tekort op kosten leerlingenvervoer dat oploopt tot € 2,9 miljoen structureel. Dekking kosten:
Gegenereerd: v1.32
8
Gemeenteraad
VN2023-013513 Onderwijs, Jeugd en Zorg
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 19 juli 2023
Ondanks de geschatte structurele besparing van € 3,2 miljoen resteert nog een structureel begrotingstekort van € 2,9 miljoen. In de voorjaarsnota 2023 is geanticipeerd op de stijgende kosten van leerlingenvervoer, door het hier geschetste tekort, oplopend tot € 2,9 miljoen, toe te voegen aan het budget leerlingenvervoer. Door deze budgetverhoging te dekken uit het areaal, is het tekort structureel opgelost. Met andere woorden: er is dekking voor de kosten leerlingenvervoer (onder voorbehoud van goedkeuring door de raad van de voorjaarsnota), míts de verordening conform de hier voorgestelde wijzigingen wordt aangepast. Kanttekening: daarbij wel in acht nemend de onzekerheden met betrekking tot het maken van een prognose van kosten. Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
Niet van toepassing
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2023-041781
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
AD2023-048631
bekendmakingsbesluit Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Amsterdam 2024.docx (msw12)
AD2023-048293
nota van beantwoording.docx (msw12)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
OJZD, Team PO, Jenny Franken, jenny.franken@amsterdam.nl, 06-48450056
Gegenereerd: v1.32
9