Gemeenteraad Voordracht Wijzigingsverordening RRB 2023.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2022-025170 Belastingen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 30 november 2022
Portefeuille
Financiën
Agendapunt
0
Datum besluit
1 november 2022 Onderwerp
Eerste wijzigingsverordening Verordening op de roerende ruimten belastingen 2022 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
In te stemmen met de Eerste wijzigingsverordening Verordening op de roerende ruimten belastingen 2022 en bijbehorende besluit tot bekendmaking, inhoudende: • Aanpassing van de waardepeildatum in art. 5, lid 2; • Aanpassing van de tarieven in art. 6 lid 1, waarbij conform wettelijke voorschriften de tarieven voor de onroerendezaakbelasting 2023 worden gevolgd; • Aanpassing van de in art. 11, lid 3 genoemde datum van ingang van de heffing. Wettelijke grondslag
Artikel 216 van de Gemeentewet bevat de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen. Elk besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting geschiedt in de vorm van een belastingverordening. Gemeentelijke belastingen kunnen enkel worden geheven op grond van de Gemeentewet dan wel een andere wet. Zonder een wettelijke basis is invoering van een gemeentelijke belasting niet mogelijk. Artikel 221 bevat de gemeentelijke bevoegdheid tot heffing van belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn. Bestuurlijke achtergrond
Op basis van de Verordening Roerenderuimtenbelasting wordt door de gemeente Roerenderuimtenbelasting geheven op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn. Bij raadsbesluit van 1 december 2021 (Gemeenteblad nr. 452102) is de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 vastgesteld. Onderbouwing besluit
De gemeente heft RRB bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn. Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte. De Gemeentewet (Artikel 221, lid 3) bepaalt dat het tarief voor de Roerenderuimtenbelasting (RRB) gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De voorgestelde tariefswijzigingen voor de RRB zijn identiek aan de voorgestelde tariefswijzigingen voor de OZB zoals opgenomen in de raadsvoordracht inzake de Zestiende wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007, die tegelijk met deze wijzigingsverordening door de raad wordt behandeld.
Gegenereerd: v1.11
1
Gemeenteraad
VN2022-025170 Belastingen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 30 november 2022
De raad wordt voorgesteld om de tarieven roerenderuimtebelasting 2023 als volgt vast te stellen: % van de roerende ruimte
% van de roerende ruimte
2022
2023
Gebruikersbelasting roerende bedrijfsruimten
0,1151
0,1370
Eigenarenbelasting roerende woonruimten
0,0420
0,431
Eigenarenbelasting roerende bedrijfsruimten
0,1593
0,1911
Financiële onderbouwing Consequenties gedekt?
Ja
Overige toelichting
De met de aangepaste tarieven te realiseren opbrengsten zijn opgenomen in de begroting 2023. Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2022-074769
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Ron Stam r.stam@amsterdam.nl 0683559129
Gegenereerd: v1.11
2