Gemeenteraad Voordracht Vijftiende Wijzigingsverordening OZB.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2021-025594 Belastingen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 01 december 2021
Portefeuille
Financiën
Agendapunt
0
Datum besluit
2 november 2021 Onderwerp
Wijzigen van de Verordening onroerendezaakbelastingen 2007 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
Vast te stellen de Vijftiende wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007 en kennis te nemen van de toelichting zoals opgenomen in bijlage 2, waarvan de belangrijkste punten zijn: • Aanpassing van de waardepeildatum naar 1 januari 2021 in art. 3, lid 3; • Aanpassing van de tarieven in art. 5., waarmee de in de begroting opgenomen opbrengsten OZB worden gerealiseerd; • Aanpassing van de ingangsdatum naar 1 januari 2022 in art. 9. Wettelijke grondslag
Artikel 216 van de Gemeentewet bevat de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen. Elk besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting geschiedt in de vorm van een belastingverordening. Gemeentelijke belastingen kunnen enkel worden geheven op grond van de Gemeentewet dan wel een andere wet. Zonder een wettelijke basis is invoering van een gemeentelijke belasting niet mogelijk. In artikel 220 is de bevoegdheid van de gemeenten tot heffing van de onroerendezaakbelastingen neergelegd. Tevens is bepaald wie de belastingplichtigen zijn voor de onroerendezaakbelastingen. Verdere bepalingen omtrent de onroerendezaakbelastingen zijn opgenomen in artikel 220a t/m 220h van de Gemeentewet. Bestuurlijke achtergrond
Op basis van de Verordening Onroerendezaakbelastingen wordt door de gemeente onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) geheven bij de eigenaar van woningen en niet-woningen en bij de gebruiker van niet-woningen, die in de gemeente gelegen zijn. Dit gebeurt op grond van de waarde in het economische verkeer van die onroerende zaken, vastgesteld op een vaste peildatum op grond van de Wet waardering onroerende zaken, de zogenaamde WOZ waarde. De wijzigingsverordening heeft betrekking op de Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007, vastgesteld bij raadsbesluit van 20 december 2006 (Gemeenteblad 2006, afd. 3A, nr. 266/732), laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 17 december 2020 (Gemeenteblad 2020, nr. 348248). Net als de meeste andere Nederlandse gemeenten, hanteert Amsterdam bij het berekenen van de tarieven OZB een gedragslijn die uitgaat van het in beginsel gelijk houden van de opbrengsten OZB om grote schommelingen in de opbrengsten van de OZB en in de belastingdruk voor individuele belastingplichtigen te voorkomen. Dat betekent dat de tarieven tegengesteld aan de WOZwaardeontwikkeling worden bijgesteld. Een hoge areaalwaarde betekent daarmee een lager tarief en andersom. Om te corrigeren voor inflatie worden de opbrengsten daarnaast sinds 2019 jaarlijks geïndexeerd.
Bij de begroting 2021 is in afwijking van deze gedragslijn gekozen voor het laten stijgen van de opbrengsten OZB met € 36 mln. Voor 2022 is geen verdere stijging voorzien: de
Gegenereerd: v1.36
1
Gemeenteraad
VN2021-025594 Belastingen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 01 december 2021
opbrengsten 2022 worden gelijk gehouden met de opbrengsten 2021, behoudens areaaleffecten (nieuwbouw die in de heffing wordt betrokken) en inflatiecorrectie. Onderbouwing besluit
De WOZ-waarde geldt als basis voor de heffing van de OZB. De OZB wordt berekend als een percentage van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen (zoals bedrijfs- en winkelpanden). Het tarief bepaalt dus samen met de waarde van het WOZ-areaal de totale opbrengsten aan OZB. Om de opbrengsten te kunnen ramen, is de ontwikkeling van de WOZ-waarde van het areaal daarom van belang. In de periode van 1 januari 2020 tot 1 januari 2021 is de totale waarde van de woningen met 3,1 % en die van de niet-woningen met 4,3 % gestegen. In de Trendanalyse 2021, die als bijlage 1 bij deze voordracht is opgenomen, wordt een nadere toelichting op de waardeontwikkeling gegeven. Aanpassing tarieven (artikel 5) Net als de meeste andere Nederlandse gemeenten, hanteert Amsterdam bij het berekenen van de tarieven OZB een gedragslijn die uitgaat van het in beginsel gelijk houden van de opbrengsten OZB (behoudens areaaleffecten, zoals nieuwbouw) om grote schommelingen in de opbrengsten van de OZB en in de belastingdruk voor individuele belastingplichtigen te voorkomen. Dat betekent dat de tarieven tegengesteld aan de WOZ-waardeontwikkeling worden bijgesteld. Een hoge areaalwaarde betekent daarmee een lager tarief en andersom. Om te corrigeren voor inflatie worden de opbrengsten daarnaast sinds 2019 jaarlijks geïndexeerd.
Bij de begroting 2021 is in afwijking van deze gedragslijn gekozen voor het laten stijgen van de opbrengsten OZB met € 36 mln. Voor 2022 is geen verdere stijging voorzien en geldt de gedragslijn en indexatie weer als vertrekpunt. In de in de begroting opgenomen opbrengsten OZB te kunnen realiseren, wordt de raad voorgesteld om de OZB-tarieven in art. 5 (Belastingtarieven) voor het jaar 2022 als volgt vast te stellen: % van de WOZ-waarde
% van de WOZ-waarde
2021
2022
%
%
0,1293
0,1151
Woningen
0,0428
0,0420
Niet-woningen
0,1796
0,1593
Gebruikersbelasting niet-woningen Eigenarenbelasting
Omdat het verlagend effect van de aanpassing aan de waardestijging groter is dan het effect van de indexatie van de opbrengsten, dalen de tarieven in 2022 ten opzichte van die van 2021. De hoogte van de OZB-aanslag van een individuele belastingplichtige is aankelijk van de waardeontwikkeling van de eigen (niet-)woning. Technische wijzigingen Art. 3: Maatstaf van de heffing De vaststelling van de WOZ-waarde voor de OZB-aanslag vindt plaats door middel van een jaarlijkse waardering, waarbij 1 januari van het voorgaande jaar als prijspeildatum voor de waardering geldt. De in de Verordening genoemde waardepeildatum, genoemd in het derde lid van artikel 3, dient derhalve te worden gewijzigd in 1 januari 2021. Art. 4: Vrijstellingen
Gegenereerd: v1.36
2
Gemeenteraad
VN2021-025594 Belastingen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 01 december 2021
In art. 4, eerste lid, sub k, wordt de verouderde verwijzing naar de voorwaarden waaraan een landgoed moet voldoen geactualiseerd van art. 3 van de Natuurschoonwet 1928 naar het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928. Art. 7: Termijnen van betaling Artikel 6, tweede lid, biedt geen basis voor het afgeven van een machtiging. Door de formulering van art. 7, tweede lid, te herzien wordt deze verwijzing gecorrigeerd. Art. 9: Inwerkingtreding De datum van inwerkingtreding dient in art. 9, derde lid, gewijzigd te worden in 1 januari 2022. Financiële onderbouwing Consequenties gedekt?
Ja
Overige toelichting
De met de aangepaste tarieven te realiseren opbrengsten zijn opgenomen in de begroting 2022. Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
N.v.t.
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2021-110141
Bijlage 1 Trendanalyse 2021 Amsterdam.pdf (pdf)
AD2021-107971
Bijlage 2 Bekendmaking Vijftiende wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007.docx (msw12)
AD2021-097844
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Frank Bakker F.A.P.Bakker@amsterdam.nl Tel. 06 1285 0178
Gegenereerd: v1.36
3