CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht Verordening RRB 2022.pdf

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid 25 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Verordening roerenderuimtebelastingen 2022 (ZD2021-012997)740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad

VN2021-026573 Belastingen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 01 december 2021

Portefeuille

Financiën

Agendapunt

0

Datum besluit

2 november 2021 Onderwerp

Verordening roerende ruimtenbelastingen 2022 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Vast te stellen de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022, waarvan de belangrijkste punten zijn: • Het bepalen van de waardepeildatum op 1 januari 2021 in art. 5, lid 4; • Het bepalen van de tarieven in art. 6, waarbij conform wettelijke voorschriften de tarieven voor de onroerendezaakbelasting 2022 worden gevolgd; • Het bepalen van de ingangsdatum op 1 januari 2022 in art. 11; • Het laten vervallen van de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2007. Wettelijke grondslag

Artikelen 216 en 221 van de Gemeentewet. Artikel 216 van de Gemeentewet bevat de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen. Elk besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting geschiedt in de vorm van een belastingverordening. Gemeentelijke belastingen kunnen enkel worden geheven op grond van de Gemeentewet dan wel een andere wet. Zonder een wettelijke basis is invoering van een gemeentelijke belasting niet mogelijk. Artikel 221 bevat de gemeentelijke bevoegdheid tot heffing van belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn. Bestuurlijke achtergrond

De gemeente heft roerende ruimtenbelastingen (RRB) bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn. Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte. De Gemeentewet artikel 221 lid 3 bepaalt dat het tarief voor de roerende ruimtenbelastingen gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De in de verordening opgenomen tarieven voor de RRB zijn - conform artikel 221 lid 3 Gemeentewet - exact hetzelfde als de voorgestelde tariefswijzigingen voor de OZB zoals opgenomen in de voordracht inzake de Vijftiende Wijzigingsverordening op de Verordening onroerendezaakbelastingen 2007. Onderbouwing besluit

Tarieven 2022 De Gemeentewet artikel 221 lid 3 bepaalt dat het tarief voor de RRB gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Voor een uitgebreide toelichting

Gegenereerd: v1.34

1

Gemeenteraad

VN2021-026573 Belastingen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 01 december 2021

wordt u verwezen naar de inhoud van de voordracht inzake de OZB, waarbij de tariefstelling integraal voor de RRB van toepassing is. De raad wordt voorgesteld de tarieven voor 2021 als volgt vast te stellen in artikel 6 van de verordening: Percentage van de heffingsmaatstaf

Percentage van de heffingsmaatstaf

2021

2022

%

%

0,1293

0,1151

- Roerende woonruimten

0,0428

0,0420

- Roerende bedrijfsruimten

0,1796

0,1593

Gebruikersbelasting roerende bedrijfsruimten Eigenarenbelasting

Technische wijzigingen ten opzichte van de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2007 • De waardepeildatum is bepaald op 1 januari 2021 in art. 5, lid 4; • De ingangsdatum is bepaald op op 1 januari 2022 in art. 11; De Verordening is voorts aan de hand van de modelverordening van de VNG geactualiseerd. Dat heeft tot een aantal technische aanpassingen geleid, waaronder het opnemen van definities in artikel 1 en uniform toepassen van definities in de verordening. Omdat alle artikelen in de Verordening daardoor hernummerd moeten worden, wordt met het oog op leesbaarheid en overzichtelijkheid voorgesteld om niet met een wijzigingsverordening te werken, maar door de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2007 vast te laten stellen. De Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2007, vastgesteld bij raadsbesluit van 20 december 2006 (Gemeenteblad 2006, afd. 3A, nr. 264/730), laatstelijk gewijzigd raadsbesluit van 17 december 2020 (Gemeenteblad 2020, nr. 319094) komt daarmee te vervallen. Financiële onderbouwing Consequenties gedekt?

Ja

Overige toelichting

Met de voorgestelde tarieven worden de in de begroting 2022 opgenomen opbrengsten gerealiseerd. Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding

N.v.t.

Welke stukken treft u aan

Gegenereerd: v1.34

2

Gemeenteraad

VN2021-026573 Belastingen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 01 december 2021

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2021-116291

Conceptbesluit Verordening Roerenderuimtenbelastingen 2022.docx (msw12)

AD2021-102851

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

Registratienr.

Naam

Ter Inzage

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Ron Stam (Directie Belastingen) e-mail: r.stam@amsterdam.nl Tel: 06-83559129

Gegenereerd: v1.34

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10776766/1